Archief
Trudy Dehue, De depressie-epidemie. Over de plicht het lot in eigen hand te nemen . Uitg. Augustus. 2008
Trudy Dehue, De depressie-epidemie. Over de plicht het lot in eigen hand te nemen . Uitg. Augustus. 2008
Het worden barre tijden voor de farmaceutische industrie. Nog net niet zo erg als voor de banken en hypotheekfirma's in de VS, maar met een paar jaar vertraging gaan ze dezelfde heilloze en perfide ondergang tegemoet.
Al jaren zit er nauwelijks wat veelbelovends in de 'pijplijn'. De praatjes van de pillensector klinken door hun hoog mantra-gehalte eerder hilarisch dan bezwerend. Het heeft wat van de sjamaan of de keizer die geen kleren aanheeft.
Jarenlang hebben ze zich overmatig gelaafd aan de bronnen van fortuinen die collectief in de gezondheidszorg dienden gepompt wegens alle mensen toch maar mooi gelijke rechten en dito kansen en dies meer.
Nu het cholesterolverhaal als laatste grote angstbron voor forse winsten gestaag in het wetenschappelijke leutermoeras verdwijnt, stevent ook het gezwijmel over genetische designdrugs voor specifieke ziektes en vermeende problemen resoluut naar een fiasco, net zoals de wijdverbreide begoochelingen over preventie en behandeling van dementie met dure pillen.
Van een exclusieve branche met het aura van hoogwetenschappelijke geneeskunst zette de farmaceutische sector vlot en vaardig de stap naar het heil voor allen, ook voor wie alsnog geen klachten meende te hebben.
Meten is weten en voorkomen is beter dan genezen, deed en doet de burger in angsten verder leven. En daar is dus nog wel een en ander uit te puren. Tot voor kort kon dit alleen via voorschriften van deskundigen uit de medische sector, maar daar is het uit met de makkelijke winsten wegens sterk commercieel opbod tussen de verschillende zorgverzekeraars in Nederland die erg lage prijzen bedingen bij elkaar wegconcurrerende generieken.
Rest hen bij een kwakkelend verhaal van nieuw en beter enkel nog de ultieme sprong voorwaarts: een pil voor iedere dag biedt geluk en gezondheid voor iedereen. In tegenstelling tot het Europese verbod op geneesmiddelenreclame streeft de farmaceutische sector nu naar een Amerikaanse vrije-markt-beleving waar de pillenboer rechtstreeks het koopvee kan en mag bewerken.
Bureaucratische eisen van strikt meetbare behandelschema’s slaan nu ook toe in de Nederlandse psychiatrische en psychotherapeutische sectoren. De ’ biologische’ stroming vaart er wel bij wegens een of meer pillen voor iedere kwaal, eerder dan een vertrouwensrelatie op te bouwen.
Moet kunnen, niks mis mee en vooral heil voor de farmaceutische benadering van de menselijke geest en gedragingen.
Trudy Dehue is hoogleraar psychologie aan de Rijksuniversiteit van Groningen en heeft een moedig afgewogen, behoedzaam en boeiend werk geschreven met ' De depressie-epidemie'.
Het boek is van een goed begrijpelijk en degelijk wetenschappelijk niveau waarbij geen heikel thema uit de weg wordt gegaan. Man en paard worden genoemd.
Dit is een handboek voor alle studenten medische en paramedische wetenschappen, voor alle artsen en dokters, voor psychologen en psychiaters, voor sociologen, pedagogen, maatschappelijk werkers én vooral voor journalisten, die zich al te licht en onwetend voor het ’ wetenschappelijke’ karretje van de geraffineerde commercie in welzijn en geluk laten spannen.
Professor Dehue maakt met een historische analyse brandhout van de pseudowetenschappelijke statistische terreur in de psychomedische sector en bevrijdt de lezer van de dwang van EBM, RCT's, DSM IV en DBC's die allen steunen op de meetbaarheideisen van de verzekeringsmaatschappijen en niets van doen hebben met het heil van de patiënt.
Ze ziet een constructief perspectief in een maatschappijbeeld dat in tegenstelling tot de liberale competitie en een illusoire meritocratie aandacht, respect en waardering biedt in een ‘aidocratie’ die niet winstbelustheid maar toegewijdheid belangrijk acht.
Een volgend boek '? maar dat wordt een politiek verhaal – zal de strategische lijn in de strijd om de macht moeten behandelen, want met een goede analyse van de bestaande en komende ellende is nog maar een eerste stap gezet in het keren van de competitieve eenzaamheid met een sausje van meritocratie als eigen schuld dikke bult.
En dat is een kwestie van bedrevenheid in het schaakspel van de macht eerder dan goed gedocumenteerde wensdromen over respect en toewijding.
29. Wetenschapsbeoefenaren schrijven dikwijls historische inleidingen op hun vak. Ze vertellen dan doorgaans over de pioniers die met hun ontdekkingen op het spoor kwamen van tegenwoordige overtuigingen. Dergelijke verhalen hebben de logica van een spannende zoektocht naar de heilige graal, mar aan de normen van professionele geschiedschrijving voldoen ze niet. Dat komt door hun finalistische structuur.
Vakhistorici gebruiken negatieve termen zoals ' finalisme' of ' presentisme' en ' voorwoordgeschiedenis' als iemand het heden als standaard gebruikt om te bepalen welke gebeurtenissen of auteurs uit het verleden in het verhaal mogen figureren. Tegenwoordige inzichten lagen in dergelijke geschiedenissen als het ware altijd al klaar om door de juiste mensen stapsgewijs te worden ontdekt. Het heden brengt ook samenhang aan in het verhaal. ('?) Het verleden beweegt zich in deze geschiedenissen naar het heden ' als ijzervijlsel naar een magneet' .
31. Finalistische geschiedenissen onderstrepen het gelijk van het heden met historisch wortels die ze daar zelf aan hebben vastgeknoopt.
46. Van ziektenaam naar ziekteoorzaak.
Ook de huidige vierde versie van de DSM doet geen uitspraken over de eventuele oorzaken van de beschreven problematiek en presenteert haar labels slechts als samenvattingen van een reeks bij elkaar gegroepeerde symptomen. In de praktijk pakt dat echter vaak anders it. ~De zieken van DSM kregen al gauw de status van oorzakelijke entiteiten, zoals sommige leden van de taakgroep in de jaren zeventig vreesden. Terwijl bijvoorbeeld de term ADHD niet méér pretendeert te zijn dan een samenvattende beschrijving van een aantal gedragskenmerken, zijn kinderen en volwassenen nu toch druk en ongeconcentreerd omdat ze ADHD ' hebben' ( en steeg de wereldwijde verkoop van medicatie ertegen tussen 1993 en 2003 met 274%, waarbij Nederland niet achterbleef).
50. Wetenschapsbeoefenaren geven de verschijnselen vorm vanuit het perspectief waarmee ze werken. Voor zover bekend was de Poolse bioloog Ludwik Fleck de eerste die dit proces uitvoerig beschreef. Fleck publiceerde in 1935 een Duitstalig boek waarvan de titel in vertaling luidt: ' Het ontstaan en de ontwikkeling van een wetenschappelijk feit. Inleiding in de leer van de denkstijl en het denkcollectief.' Flecks term ' denkstijl' stond voor meer dan het begrippenkader dat een ' denkcollectief' gebruikt, want ook de manieren van werken vallen eronder en zelfs de dingen die men waarneemt. De denkstijl omvat standaarden voor de juiste manier van onderzoeken, voor goede argumenten en voor de vraag wanneer iets goed of fout moet heten. Hij behelst ook allerlei keuzen en gewoonten die bepalen wat een zinvolle formulering van het onderzoekonderwerp is. Langs al deze wegen bepaalt de denkstijl wat de mogelijke uitkomsten zijn van het onderzoek, evenals de effectieve manieren van ingrijpen in de praktijk. ('?)
Zijn boekje bleef aanvankelijk totaal onopgemerkt totdat de wetenschapshistoricus Thomas Kuhn in 1962 zijn werk ' De structuur van wetenschappelijke revoluties' publiceerde met e beroemd geworden termen ' paradigma' en , wetenschappelijke gemeenschap' , die een verwant beeld van wetenschap schetsen, zodat Kuhn naar Fleck verwees.