Er is nog zo veel dat ongezegd is. (Rutger Kopland)

Dupslog

Archief

Radio 1: Nieuws – krantenoverzicht of tennis

28 januari 2006


Ik kan me vinden in de wensen van brave mensen,
ik kan me zelfs soms een beetje neerleggen
bij de eisen van de tijd,
de drang en de dwang van de actualiteit.
Maar ik word treurig en moe
van een schitterende nieuwszender
die zijn vast krantenoverzicht
na het nieuws van 07.30 uur
in onbestemdheid laat verdwijnen.
Beseffen de Radio 1 programmabazen
eigenlijk wel dat hun zender,
zeker ’s ochtends en wellicht ook
voor velen ’s middags en ’s avonds
een klokfunctie heeft,
dat naar de nieuwsindeling een ontwaken,
een autorit, een werkdag, wat zeg ik,
een mensenleven wordt ingericht.
Beseffen die programmamakers hoe verweesd
en verstoken van de gebruikelijke portie
ergerniswekkende en boeiende wijsheden,
tal van luisteraars worden achterlaten?
Beseffen zij hoe verbijsterd iemand
kan zijn wanneer het klokvaste nieuws
moet wijken voor de commentaar
op een tennismatch?
Ik smeek u om mededogen,
om enige empathie met de talrijke
Radio Een – luisteraars
wie enkel nog klokvast nieuws,
boeiende politieke commentaren
en het krantenoverzicht rest
als stafrijmen waarop men steunt
met de stemme om de dagelijkse
ratrace door te komen.
Caute!


 

Archief

Nationale Gedichtendag 2006

26 januari 2006

Op de nationale gedichtendag 2006 leek ons dit gedicht van Leonard Nolens passend en recht ter mijmering.
Het komt uit zijn bundel Bres IV, Derwisj, uitgegeven bij Querido in 2003.

Wij waren weinigen.
Wij waren sommigen.
Wij waren anderen.

Wij vingerden nooit de christelijke moederschoot
Van syndicaten, wij sukkelden nooit democratisch
Op vleugels van hoogvliegers naar de partijtop -
Wij speelden met vuur in hun slaap.
Wij werden zwarte schapen in gekloonde stallen
Vol babyboomers, wij streken neer als witte raven
Op een kooi vol postmoderne papegaaien.

Wij hingen aan elkaar.
Wij hingen aan elkaar als los zand,
Een wijdverspreide straatbende van dagdromers,
Een hermetische club heremieten.
Wij leefden geknield
En aanbaden de zon van geen inzicht
En kusten het eeuwige licht van de twijfel.
Centraal stonden wij nergens

Wij waren arm en speculeerden op de beurs
Van het gedachtegoed.
Wij handelden met voorkennis van zaken
Uit vergeten tijden.
Wij werden helden in ons voorgeslacht.
Wij werden uitgelachen door ons nageslacht
Wij werden bloedserieus de risee van onszelf.

Wij waren de open wond
Van een gesloten boek.
Wij waren de dichte mond
Van een open vraag.

Leonard Nolens, Bres IV, Derwisj, uitg. Querido 2003

Archief

Roberto Calasso, De bruiloft van Cadmus en Harmonia.

22 januari 2006

Roberto Calasso, De bruiloft van Cadmus en Harmonia.
Uitg. Wereldbibliotheek
Dit boek is een goudmijn, literair en filosofisch. Roberto Calasso is erin geslaagd de hele Griekse mythologie uit te vlooien van oost naar west, van noord naar zuid, van zenith tot nadir. Hij heeft een magistrale legpuzzel geconstrueerd waar de talloze facetten van de Westerse cultuur oplichten in een fenomenaal gestallt. Ieder citaat, iedere verwijzing wordt in het uitgebreid notenapparaat gesitueerd.
Nooit was zo’n indringende en boeiend geschreven analyse voorhanden met tussen de lijnen de verwijzingen naar hedendaagse culturele, politieke en filosofische vraagstukken.
 

301. Wat is de ergste kwelling van de ballingschap? En heel zwaarwegende is volgens Polynices, ‘geen recht te hebben op vrije meningsuiting (parresia)’. En zijn moeder Iocaste voegde eraan toe: ‘niet zeggen wat men denkt is slaafs gedrag’. Vrijmoedigheid, het voornaamste kenmerk van aristocratische ethiek wordt door het democratiseringsproces gemeengoed in de vrijheid van meningsuiting (parresia). Odysseus onttrok zich zowel aan het een als het ander. Hij zag af van de eerlijkheid van de krijger toen hij op Ithaca waanzin voorwendde om zich niet te hoeven inschepen voor Troje. Hij zag af van zijn recht op vrije meningsuiting toen hij de rol op zich nam van de rondtrekkende bedelaar die door iedere willekeurige slaaf kon worden verjaagd, tot zwijgen gebracht. Odysseus gaf voor het eerst voorrang aan het indirecte boven het directe, aan sluwheid boven aanwezigheid, aan behoedzaamheid boven een rechtlijnige aanpak. Và?à?r allerlei eigenschappen in de loop der eeuwen werden toegeschreven aan kooplieden, vreemdelingen, joden en komedianten, had Odysseus zichzelf ermee bestempeld. De held gaf een voorproefje van de leefwijze waarin noch aristocratische openheid, noch democratische vrijheid van meningsuiting zouden volstaan. Eeuwen later lijkt die leefwijze heel normaal maar ten tijde van Odysseus gaf het blijk van een vooruitziende blik die was voorbehouden aan degenen die hemel en aarde had doorkruist. Dus, terwijl Achilles en Agamemnon zich in ons geheugen griffen als overblijfselen van een voorbije wereld, opgeslokt door een catastrofe, blijft Odysseus ons vertrouwd als een onzichtbare metgezel. Zijn afstand doen van openlijke aanwezigheid wordt gecompenseerd door zijn voortbestaan in de herinnering en in de geschiedenis. Achilles moet worden opgeroepen; Odysseus staat al naast ons, altijd en overal.

323. Cadmus had Griekenland ‘met geest begiftigde geschenken’ gebracht: klinkers en medeklinkers, gevangen in kleine tekens,’zichtbare weergave van stilte die niet zwijgt’: het alfabet. Met het alfabet zouden de Grieken bereiken dat de goden in de stilte van hun geest konden herleven, niet langer onverhuld aanwezig zoals Cadmus nog meegemaakt had op de dag van zijn bruiloft. Hij dacht aan zijn vervlogen rijk: verminkte, verminkende, door kokend water gemartelde, doorboorde, in een zee verdronken dochters en kleinzoons. Ook Thebe was een puinhoop. Maar niemand zou die kleine lettertjes nog kunnen uitwissen, vliegepootjes, door Cadmus de Pheniciër uitgezaaid over het Griekse land, waar de wind hem heen had gedreven, op zoek naar zijn zuster Europa die ontvoerd was door een uit zee opgerezen stier.

 

Lees verder »

Archief

La Meglio Gioventà?, Franco Tullio Giordana

22 januari 2006

Jongens waren we – maar aardige jongens.
Al zeg ik ‘’t zelf. We zijn nu veel wijzer,
stakkerig wijs zijn we, behalve Bavink,
die mal geworden is.
Wat hebben we al niet willen opknappen.
We zouden hun wel eens laten zien hoe ‘’t moest. "
(uit: Nescio, Titaantjes, Nijgh & Van Ditmar, Amsterdam)

Dit tweedelig epos – in november 2003 in één ruk uitgekeken met vrouw en kinderen – intussen op dvd is een schitterend meesterwerk over wie zij waren en zijn, wie wij hadden kunnen zijn en waar we met z’n allen naartoe gaan, ieder zijn eigen weg. Alle levens van allen die wij ooit meenden te kennen, te herkennen.
Het had iets van Novecento van Bertolucci, van Berlin Alexanderplatz van Fassbinder, het was het epos van Italië in de tweede helft van de 20ste eeuw.
Lees verder »

Archief

Irvin D. Yalom, Nietzsches tranen.

12 januari 2006

Irvin D. Yalom, Nietzsches tranen. uitg Balans.

Eén van de drie prachtboeken van deze psychiater-schrijver met een enorme vakkennis en een nog groter inlevingsvermogen. Hij blijft een ware meester in de kunst van het bewaren van de afstand tot de patiënt…en de lezer.

 

Lees verder »

Archief

Houd elkander bij de hand in de morgenschemer van 2006!

9 januari 2006

Dieren der aarde.

Het was de morgenschemer van de leguaan.

Vanuit de met regenbogen gekamde schedel

flitste zijn tong als een speer in het groen,

de miereneter betrad als een monnik

met melodieuze passen het woud.

 

Pril als zuurstof op weidse ijle hoogten

liep de guanaco met gouden laarzen,

terwijl onbevangen de ogen van de lama

de tederheid van de wereld onder

de ochtenddauw aanschouwden.

 

De apen vlochten een eindeloos

erotisch rijgsnoer op de oevers

van de dageraad terwijl ze

muren van stuifmeel neerhaalden

en de paarse vlucht van de vlinders

van Muzo verschrikten.

 

Het was de nacht van de kaaimannen

de nog ongerepte nacht, wemelend

van opengesperde muilen in het slijk,

en in de slaapverwekkende moddervlakte

keerde een opalen gegrom van pantsers

naar de diepte van de aarde terug.

 

Met zijn fosforescerende afwezigheid

beroert de jaguar de bladeren,

de poema breekt door het sprokkelhout

met alcoholdronken ogen

die de wildernis doen branden.

 

De dassen woelen door de oevers

van de stroom, ze ruiken het nest

waar ze hun rode tanden

in het rillende genot zullen planten.

 

En op de bodem van de diepe waters

wordt de globale aarde omkneld

door de gigantische wurgslang

zwelgend in het rituele slijk

allesverslindend en religieus verbindend.

 

      Pablo Neruda, Canto General,

            Algunas Bestias. (eig.vert.)

En in de hoofden van de mensen der aarde

drijft de angst hen naar het verdovende licht.

Veinzen mag niet meer, liegen kan niet meer.

In het alles onthullende cameralicht verwordt

het menselijke spel tot een dodende waarheid.

 

Houd elkander bij de hand in de morgenschemer van 2006!

Archief

Michel Houellebecq, Mogelijkheid van een eiland

9 januari 2006

Michel Houellebecq, Mogelijkheid van een eiland, uitg. Arbeiderspers

Boeiende variant op Aldous Huxley’s Brave New World, visionair en pijnlijk in de schetsen over het leven van de nieuwe mens, tussen goden en wilden, of nieuwe wilden. Houellebecq vergist zich in de uitzichtloosheid waar de oude wilde mensen ten onder gaan. Tenzij ze generaties lang ten onder gaan aan een tekort aan voedsel en teveel aan inteelt, lijken mensen telkens weer een vergelijkbare beschaving op te bouwen, zelfs uit de resten van wat eens is geweest.

Al bij al zijn er slechts weinig mogelijkheden op de grens tussen eilanden en de zee.

 

Lees verder »

Archief

Jose Saramago, 'De stad der zienden'

9 januari 2006

Jose Saramago, ‘De stad der zienden’, uitg. Meulenhoff
Omdat de inwoners van de hoofdstad niet meer wensten te geloven in het slecht gespeelde theater van de macht, weigerden ze deel te nemen aan de nieuwe verkiezingen. Omdat de regering in goeie democratische traditie de week nadien een herhaling uitschreef, onder het mom van een komplot van sabotteurs, terroristen en anarchisten, gingen ze deze keer wel.


Lees verder »

Categorie: Gelezen | 1 reactie »

Archief

W.G.Sebald, Austerlitz

9 januari 2006

W.G.Sebald, Austerlitz – uitg. De Bezige Bij

Lees verder »

Archief

Joseph Stiglitz, Perverse Globalisering

9 januari 2006

‘Joseph Stiglitz, Perverse Globalisering’,

‘2003-09-01 00:09:29’,

‘Wat is de wereld klein en wat is dat fijn. Voor de viering van de juryvoorzitster van Open Doek Turnhout, voorheen Focus op het Zuiden, was ik gevraagd oude kennissen en vrienden opzoeken van G.W. en dacht aan G.R., doch had in 20 jaar niets meer van hem vernomen. Hij was wattman geweest bij de Brusselse MIVB STIB, perfect tweetalig en dissident in zijn denken als lid van de redactie van het populaire weekblad in de vroege jaren tachtig.
Hoe vind je zo iemand die intussen aan de ULB gedoctoreerd was op
planeconomie terug?
Ik gooi zijn naam in google en er draait een eindeloze reeks hits uit
waaruit al snel blijkt dat hij economieprof is aan de universiteit van
Berkeley Californië en dat hij samenwerkt met Stiglitz waar hij me de tip
geeft die man eens te lezen voor ik me aan mijn sociale economie theorieën
ga wagen.
Ik heb hem niet beschaamd als oude collega van bij het populaire
weekblad.
Ik heb het boek gesavoureerd en mag het eenieder aanraden.
Maar hoewel niemand gelukkig was met de ellende die de IMF
programma’’s vaak teweegbrachten, werd binnen het IMF domweg aangenomen dat hoe groot die ellende ook was, deze een noodzakelijk onderdeel was van de pijn die landen moesten ervaren op hun weg nar een succesvolle markteconomie, en dat de maatregelen in feit de pijn zouden verminderen die landen op de lange termijn zouden moeten ondergaan. p. 12


Lees verder »

Archief

Irvin D. Yalom, De Therapeut

8 januari 2006

Irvin D. Yalom, De Therapeut
Uitg. Balans

 

 

Lees verder »

Archief

Irvin D. Yalom, De Schopenhauerkuur.

8 januari 2006

Irvin D. Yalom, De Schopenhauerkuur.
uitg. Balans

 

Lees verder »

Archief

James MEEK, Uit liefde van het volk

8 januari 2006

James MEEK, Uit liefde van het volk. uitg.Arbeiderspers

261. Hij had op de drempel even gezien hoe je de zekerheid van de dood en het grote wonder van het leven in evenwicht kon houden, waarbij geen de ander ontkende en elk die ander belichtte, dood en leven als rand en kern tegelijk. De dood gaf het leven de schoonheid van de eindigheid, de schoonheid van de grenslijn, en het leven, zelfs een seconde ervan, maakte de dood klein.

298. Ze hoeven ons niet allemaal, de Roden. Ze hoeven er maar één. Een offer. Ze zijn een grote organisatie, een groot Idee, de Roden. De Roden hebben iets van een god, snap je wel. De mensen praten erover alsof de Roden iets groots zijn, iets echts, met voornemens en acties en behoeften, maar zien doe je dat niet, alleen kleine tekenen van zijn macht in dingen en mensen die het gemaakt en verwoest heeft. En al is het er, dan zie je het toch nooit helemaal. Als een god. En net als een god wil het zo nu en dan een offer.

Archief

Louis de Bernières , Vogels zonder Vleugels

8 januari 2006

Vogels zonder Vleugels, Louis de Bernières
De Arbeiderspers

Een aangrijpend verhaal, verfilmen waard, met geld van de EU om de verzoening tussen Turkije en Griekenland bij de toetreding van tot de Unie.

Lees verder »

Archief

Louise O.Fresco, De Kosmopolieten

8 januari 2006

Louise O.Fresco, De Kosmopolieten


Lees verder »

Archief

Imre Kertész, Liquidatie

8 januari 2006

Imre Kertész, Liquidatie

p. 52:
Nee, nee, literair redacteur, en vervolgens lector bij een uitgeverij, men vooral bij vergissing. In ieder geval is de literatuur de valstrik waarin je gevangen wordt. Of beter gezegd het lezen. Het lezen als verdovende middel, dat de wrede contouren van het leven dat over ons heerst weldadig vervaagt.
p. 57.
In die novelle, die later – weliswaar een zeer beperkte kring – als een basiswerk werd beschouwd, ontvouwde B. voor het eerst zijn fundamentele visie dat het Kwaad het principe van het leven is. De novelle zelf vertelt echter juist het verhaal van een ethische daad, dus iets waarbij het Goede gebeurt. Het verhaal zegt dat in het leven, dat het Kwaad als principe heeft, het Goede wel gedaan kan worden, maar alleen ten koste van het leven van degene die het doet. Het was een gedurfde stelling, zoals ook het proza waarin die stelling werd geformuleerd gedurfd was. Bovendien speelde dit alles zich ook nog af tegen het decor van nazi-concentratiekamp.

p.72.
Sterven is gemakkelijk
het leven is een groot concentratiekamp
dat God op aarde voor de mensen heeft ingericht
en dat de mens voor de mens
verder heeft ontwikkeld tot vernietigingskamp
Zelfmoord plegen
is de bewakers om de tuin leiden
vluchten deserteren in ons vuistje lachen
om de achtergebleven
In dit grote levenskamp
niemand erin niemand eruit, voor- noch achteruit
deze snode wereld van opgeschorte levens
waarin we oud worden
zonder dat de tijd vooruit gaat
hier heb ik geleerd dat rebellie is
IN LEVEN BLIJVEN
De grote ongehoorzaamheid is
ons leven vol te maken
en tegelijk de grote nederigheid
die we ons zelf verschuldigd zijn
Het enig aanvaardbare middel
van zelfmoord is leven
zelfmoord plegen is
doorgaan met leven
elke dag opnieuw beginnen
elke dag opnieuw leven
elke dag opnieuw sterven

Archief

Zafà?n, Carlos Ruiz, De schaduw van de wind,

8 januari 2006

Zafà?n, Carlos Ruiz, De schaduw van de wind,
uitg Signature

Eén van de beste boeken sinds jaren gelezen, een loflied op lezen, literatuur, de liefde voor het geschreven woord.

14.
Ik hoorde wel eens een vaste klant van mijn vaders boekhandel zeggen dat er maar weinig dingen zijn die zo’n stempel op een lezer drukken als het eerste boek dat zich werkelijk een weg baant naar het hart. Die eerste beelden, de echo van de woorden die we denken achter ons gelaten te hebben, vergezellen ons een levenslang en beitelen een paleis in ons geheugen waar we vroeg of laat – het maakt niet uit hoeveel boeken we lezen, hoeveel werelden we ontdekken, hoeveel we leren of vergeten – maar zullen terugkeren.

489.
De roman is dood en begraven. Een vriend die net terug is uit New York vertelde me dat zeer onlangs. De Amerikanen zijn iets aan het uitvinden wat ze televisie noemen en wat als de bioscoop zal zijn, maar thuis. Boeken zullen niet meer nodig zijn, noch kerken, helemaal niks.


Lees verder »

Categorie: Gelezen | 1 reactie »

Archief

W.G. SEBALD, De emigrés

8 januari 2006

W.G. SEBALD, De emigrés

Sebald volgt hier de levens van vier (half)joden die Duitsland verlieten om zich te vestigen in Zwitserland, Frankrijk, Engeland en de verre sprookjessteden en New York en Jeruzalem. Sebald, zelf een Duitse emigranten die zich op jonge leeftijd in Engeland vestigde, blikt met de ogen van zijn helden op zijn vaderland terug. In de levensloop van de vier ballingen klinkt de fantoompijn van de herinnering door.
‘ Zo keren ze dus terug, de doden. Soms na meer dan zeven decennia komen ze uit het ijs en liggen daar aan de rand van de morene, een hoopje geslepen botten, een paar schoenen met spijkers.’
Met een trefzekere fijngevoelige en schildert hij in een oorspronkelijke literaire vorm – die misschien nog het best omschrijven valt als documentaire fictie – een onvergetelijk portret van vergeten en verdwenen mensen.
Hij is  een verzamelaar zou je kunnen zeggen, een archivaris van levensverhalen. Wat hij zoekt, vergaart, oogst en vervolgens herschept, heeft een zeer bijzonder karakter. Het is alsof al die foto’s, verhalen, ontmoetingen, boeken en krantenartikelen alleen maar op hem, de verteller, lagen te wachten. Andrea Köhler, laudatio bij de Joseph Breitbach Preis 2000.

Archief

Jà?rg Blech, De ziektemakers, hoe wij tot patiënt gemaakt worden.

8 januari 2006

Jörg Blech, De ziektemakers, hoe wij tot patiënt gemaakt worden.

Volgens Voltaire is het de kunst van de artsen, dat ze de patiënten zolang amuseren tot de natuur hem geneest. Tegenwoordig wordt dit inzicht van de Franse filosoof radicaal omgedraaid: de moderne geneeskunde maakte mensen wijzen dat de natuur hem met steeds meer nieuwe ziektes geselt die alleen door artsen te genezen zijn. Omdat elke cultuur en elk volk zijn eigen ziekte voortbrengt, gold de ziekte tot voor kort nog als een maatschappelijk fenomeen.
11.
De geneeskunde is zo ver voortgeschreden, dat niemand meer gezond is. Aldous Huxley.
De Franse dokter Knock in het toneelstuk ‘Knock of de triomf van de geneeskunst’, van Jules Romains uit 1923, verklaarde: "Elke gezonde mens is een zieke die nog niet weet dat hij ziek is."

 

Lees verder »

Archief

Olivier ROY, De globalisering van de islam

8 januari 2006

Olivier ROY, De globalisering van de islam
Van Gennep A’dam

Wellicht één van de beste boeken over de Islam en de positie van de religies in een geglobaliseerde wereld.


Lees verder »

Archief

Philippe Claudel, Grijze Zielen

8 januari 2006

Philippe Claudel, Grijze Zielen

p.152.
De menigte zwelt aan, krijgt iets dreigends, sluit zich steeds dichter om de gevangenen heen, waarom weet niemand, misschien omdat menigtes altijd erg dom zijn. Er wordt met vuisten gezwaaid, er vliegen beledigingen en daarna stenen door de lucht. Wat is een menigte nou eigenlijk?
Als je één op één met mensen praat, zijn de mensen niets, een stelletje onschuldige heikneuters. Maar als ze met z’n allen zijn, dicht op elkaar pakt in een geur van lichamen, zweet en ademen, en elkaars gezichten zien, kunnen ze bij het minste woord in dynamiet veranderen, in een helse machine, een soepterrine gevuld met stoom die in je gezicht uit elkaar kan ploffen als je hem alleen maar aanraakt.

Archief

Richard Powers, Het zingen van de tijd.

8 januari 2006

Richard Powers, Het zingen van de tijd.
Uitgeverij Contact.

120. De tijd is onze methode om te voorkomen dat alles tegelijk gebeurt.

297. Zingen is louter een kwestie van de juiste snaren bespelen op het juiste moment. Maar acteren – dat is je begeven in dat al sinds een miljoen jaar onafgebroken vertoonde, rampzalige optreden van de mensheid.

Lees verder »

Categorie: Gelezen | 2 Reacties »

Archief

Sándor Márai, Kentering van een huwelijk

8 januari 2006

Sándor Márai, Kentering van een huwelijk
Uitg. Wereldbibliotheek

Een prachtig boek, uit de nevelen van de geschiedenis terug aan het licht gekomen.

 

 

134. Toch heb ik bij diegenen die uit idealisme of beroepshalve tot dergelijke grote gemeenschappen behoren, geen geluksgevoelens en innige levensvreugde aangetroffen. Ik ben in die kringen uitsluitend beledigde, droevige, ontevreden, woedende, taai strijdende, berustende, onzinnige of juist intelligente en sluw tewerk gaande mensen tegengekomen; mensen die er op vertrouwden dat hun lot geleidelijk aan zou verbeteren dankzij onvoorspelbare veranderingen van de omstandigheden. Dat is natuurlijk een aangename gedachte, maar ze lost de fundamentele eenzaamheid van de mens niet op. Het is niet waar dat alleen de bourgeoisie eenzaam is. Een slootgraver op de poesta voelt zich vaak even alleen als een tandarts in Antwerpen.

 

145. Langzaam gaat haar leven voorbij en tenslotte zal zij stilletjes en op een voorname, fijnzinnige manier overlijden. Ze zal sterven omdat haar leven geen nieuwe inhoud krijgt, omdat de mens niet zonder het gevoel kan leven dat iemand hem nodig heeft, alleen hem en niemand anders.


 

151. Op een dag word je stil. Je verlangt niet meer naar vreugde en je voelt je ook niet langer bedrogen en beroofd. Op een dag zie je heel duidelijk in dat je alles gekregen hebt wat je hebt verdiend, dat zowel de straffen als de beloningen rechtvaardig waren. Datgene waar je te laf of onvoldoende heldhaftig voor was, heb je niet gekregen. Zo eenvoudig is het leven. Het is geen blijdschap wat je op dat moment voelt, alleen berusting en kalmte. Het is alleen jammer dat je daarvoor eerst zo’n verschrikkelijk hoge prijs moet betalen.



 


Lees verder »

Archief

Reza Aslan, Geen god dan God,oorsprong, ontwikkeling en toekomst van de islam

8 januari 2006

Reza Aslan, Geen god dan God,oorsprong, ontwikkeling en toekomst van de islam – uitg. De Bezige Bij

340.Bepalend voor democratie is pluralisme, niet secularisme. Vanuit elke normatief kader kan een democratische staat worden gesticht, mits pluralisme de bron van zijn legitimering blijft. Pluralisme impliceert religieuze tolerantie, geen bandeloze godsdienstvrijheid. Het is van vitaal belang om een islamitische democratie op de idealen van de pluralisme te laten stoelen, want religieuze pluralisme is de eerste stap in de richting van een effectief beleid voor mensenrechten in het midden Oosten. Anders gezegd: religieus pluralisme kan fungeren als een actief paradigma voor een democratisch, sociaal pluralisme waarbij mensen met uiteenlopende religieuze achtergronden de bereidheid hebben een gemeenschap van wereldburger te vormen. Niettemin is de islamitische visie op mensenrechten geen recept voor moreel relativisme, en evenmin impliceert het vrijheid van ethische belemmeringen. Het feit dat de islam in diepste wezen een gemeenschappelijke religie is, maakte noodzakelijk dat bij elk mensenrechtenbeleid de bescherming van de gemeenschap voor de autonomie van het individu gaat.

Lees verder »

Archief

Orhan Pamuk, Istanbul, Herinneringen en de stad

8 januari 2006

Orhan Pamuk, Istanbul, Herinneringen en de stad – uitg. Arbeiderspers

Een aangrijpende, onderhoudende, verrassende reis- en levenswijzer voor de grootste Europese stad,  zijn stad, dé stad en zijn jeugd in spreidstand tussen oost en west.

17. Onze eerste levenservaringen horen we jaren later uit de mond van onze ouders en wij beleven er dan een huiveringwekkend genoegen aan om naar ons eigen verhaal te luisteren alsof iemand anders zijn eerste woordjes horen zeggen, zijn eerste stapjes zien zetten. Door dit aangename gevoel, dat doen denken aan het plezier om ons zelf in onze eigen droom te zien, zet zich later een andere gewoonte in onze ziel vast, die ons tot aan onze dood zal vergiftigen: we maken er een gewoonte van om de betekenis van alles wat we in het leven meemaken – zelfs van ons diepste genot – van anderen over te nemen. Net zoals deze eerste ‘herinneringen’ aan onze babytijd verhalen zijn die van anderen horen en ons vervolgens zo gretig eigen maken dat we beginnen te denken dat het onze eigen herinneringen zijn, die we vervolgens vol overtuiging aan anderen vertellen, zo denken we ook dat wat anderen zeggen over allerlei dingen die we in het leven doen, onze eigen idee is, sterker nog: die mening van anderen verandert in een herinnering die belangrijker is dan hetgeen wij hebben meegemaakt. Net zoals de betekenis van het leven dat we leiden leren van anderen, doen we dat in de meeste gevallen ook met de betekenis van de stad waar we wonen.

Lees verder »

Archief

Orhan Pamuk, Sneeuw

8 januari 2006

Orhan Pamuk, Sneeuw. uitg.Arbeiderspers

Indringend boek over het Turkije buiten de grootsteden en de toeristische riviera’s, waar Pamuk op een briljante manier de kweekbodem van het moslimfundamentalisme blootlegt, een merkwaardige vergelijking met het linkse theater van 30 jaar geleden. 

128.Mijn vader zegt soms dat dit alles hem herinnert aan de communistische dagen van vroeger. Je hebt twee soorten communisten: de hoogmoedigen, die het volk willen opvoeden en het land vooruit willen helpen; en de bescheidenen, die zich willen inzetten voor rechtvaardigheid en gelijkheid. De hoogmoedigen zijn belust op macht, ze dienen iedereen ongevraagd van advies, van hen is niets dan narigheid te verwachten. De bescheidenen bezorgen alleen zichzelf narigheid: dat is trouwens ook het enige wat ze willen. Terwijl ze, met schuldgevoelens overladen, willen delen in het lijden van de armen, krijgen ze veel meer te verduren.

218. Hegel is de eerste geweest die heeft opgemerkt dat de geschiedenis en het theater uit dezelfde elementen zijn opgebouwd, zei Sunay. Hij hield ons voor dat ook de geschiedenis, net als het theater, sommige mensen een 'rol' toebedeelt. En ook dat het toneel van de geschiedenis, net als in het theater, betreden wordt door de moedigen'?

343.  - Maar zonder principes en geloof kan niemand gelukkig worden, zei Kadife. – Dat is waar. Maar in een wreed land als het onze, maar een mens niet telt, is het dom om jezelf voor je overtuigingen te gronde te richten. Grote principes, overtuigingen, dat is iets voor mensen in de rijke landen. – Juist niet. In een arm land heeft men niets anders dan zijn overtuigingen om zich aan vast te klampen.

 

 

Lees verder »

Archief

Orhan Pamuk, Ik heet Karmozijn

8 januari 2006

Orhan Pamuk, Ik heet Karmozijn – uitg. Arbeiderspers

Een fenomenaal meesterwerk waarin Pamuk haarfijn het verschil aanwijst tussen Oost en West, vanop de grens in Istanbul.

De Italiaanse meester had de Venetiaanse edelman zo afgebeeld, dat je meteen kon zien dat hij het was en niemand anders. Als je die man nooit gezien had en men vroeg je hem te vinden, dan zou je hem dankzij dat schilderij, onmiddellijk herkennen in een menigte van duizenden mensen. De Italiaanse meesters hadden een stijl en vaardigheid ontwikkeld waarmee je onverschillig welke man kon onderscheiden van ieder ander, niet dankzij zijn kleding en onderscheidingstekenen, maar dankzij zijn gezicht. Een portret noemen ze dat.
Als je gezicht op zo’n manier wordt afgebeeld, al is het maar een keer, vergeet niemand je meer. Iemand die naar een afbeelding van jou kijkt voelt je in zijn nabijheid, al ben je nog zo ver weg. Ook iemand die je nooit in levende lijvige gezien heeft, kan, jaren na je dood, oog in oog met je komen, alsof je tegenover hem staat.

Lees verder »

Categorie: Gelezen | 2 Reacties »

Archief

Orhan Pamuk, Het zwarte boek

8 januari 2006

Orhan Pamuk, Het zwarte boek
uitg.De Arbeiderspers

Literair een hoogtepunt in het oeuvre van Pamuk, een ode aan zijn stad, dé stad: Istanbul.

290. Het is of hun gezichten overdekt zijn met de letters van verhalen die ze niet hebben kunnen vertellen, alsof hun gezichten getekend zijn door de stilte, bedruktheid, verslagenheid zelfs. Tussen deze gezichten heeft u zich uw eigen gezicht ook voorgesteld, hé? Ach, wat zijn we toch met velen, en wat zijn we toch meelijwekkend en hulpeloos! Maar ik wil u niet voor de mal houden: ik ben niet een van u. Iemand die de pen ter hand neemt en iets op papier zet, die in staat is dat wat hij op papier gezet heeft zo goed en zo kwaad als het gaat aan anderen te laten lezen, is, in zekere zin, van deze kwaal verlost. Daarom is het waarschijnlijk ook, dat ik nog nooit een schrijver ben tegengekomen die zinnig over deze menselijke omstandigheid heeft kunnen schrijven. Voortaan zal ik me, steeds als ik de pen ter hand neem, ervan bewust zijn dat maar één onderwerp ertoe doet, vanaf nu zal ik alleen nog maar proberen door te dringen tot de verborgen poëzie van onze gezichten, het verschrikkelijke mysterie van onze blik. Wees voorbereid.

Lees verder »

Archief

Hans Werdmà?lder, Marokkaanse lieverdjes.

8 januari 2006

Hans Werdmölder, Marokkaanse lieverdjes.

p.92.
Dergelijke afwijzende reactie van de Marokkaanse gemeenschap valt slechts te begrijpen aan de hand van het model van twee werelden: de besloten binnenwereld en de kritische buitenwereld. In relatie met de buitenwereld dient de publieke façade – de façade van de schone schijn, de hartelijkheid en de goede zeden – overeind te worden gehouden.
Maar achter die vriendelijke façade schuilt de cultuur van de autoriteit, de schaamte, het zwijgen en de harde botheid. In het publieke leven gaat het erom dat je de schone schijn in standhoudt: de trots op je geboorteland, je verbondenheid met de stam- en geloofsgenoten en de goede naam van je familie.

De façade cultuur wordt ook gekenmerkt door trots en eer, die kost wat kost verdedigd moet worden.

Het systeem van public shaming beperkt zich niet tot het individu, het is ook gericht op de personen in de directe omgeving. De hele groep kan verantwoordelijk worden gesteld voor het foute gedrag van een persoon.

In Nederland, zeker in de grote stad, functioneert het systeem van public shaming niet of in beperkte mate. De sociale controle van de Marokkaanse gemeenschap is veel minder dwingend en opgelegd, een opmerkelijk verschil met de meer gesloten Turkse bevolkingsgroep.

Stadslucht maakt vrij, dat geldt zeker ook voor Marokkanen. In een stad waar niemand je kent, kun je doen wat je wilt, luidt de titel van een boeiend portret over Noord-Afrikaanse jongeren in Amsterdam.


Lees verder »

Archief

Geert Mak, In Europa, reizen door de XXste eeuw

8 januari 2006

Geert Mak, In Europa, reizen door de XXste eeuw
Atlas
Deel I & II

Een boek voor onze ouders, onszelf, onze kinderen en kleinkinderen voor iedereen die wil weten wie wij zijn en waar wij vandaan komen.

 

Een mens stelt zich ten doel de wereld in kaart te brengen.
In de loop van de jaren bevolkt hij een ruimte met beelden van provincies, van koninkrijken, van bergen, van baaien, van schepen, van eilanden, van vissen, van kamers, van werktuigen, van sterren, van paarden en van personen.
Kort voor hij sterft, ontdekt hij dat zich in dat geduldige lijnenlabyrint het beeld van zijn eigen gelaat aftekent.
Jorge Luis Borges.

II.96. Stalin en Hitler gingen beiden in het najagen van een utopie tot het uiterste, genadeloos en niets ontziend. Ze gingen allebei uit van het idee dat er een wereld gebouwd kon worden die volmaakter was dan alles wat onder de feodale en burgerlijke regeringen was gegroeid. Hun droom – sommige nazi dialogen gebruiken die vergelijking met zoveel woorden – was die van een tuinman, maar dan opgeblazen tot megalomane proporties.

Beiden leden aan een soort maatschappelijk smetvrees, ze haatten alles wat hun serene orde in de war kon sturen, iedere afwijking probeerde ze met wortel en tak uitroeien. Beiden schiepen de eerste totalitaire regimes, waarin een versplinterde maatschappij werd onderworpen aan de totale macht van ideologische partij en haar leider.

Beiden hadden grenzeloze verachting voor de liberale democratie en gebruikten alle middelen – moord, verraad, terreur – om aan de macht gekomen en te blijven.

Beiden streefden naar een zuivere samenleving en kenden daarbij geen enkele morele terughoudendheid.

Maar waar Hitlers bloed-en-bodem fanatisme was gebaseerd op het gedachtengoed van de Romantiek, daar volgde Stalin het maakbaarheidsideaal van de Verlichting, tot de meest perverse consequenties. Stalin was en bleef, in de woorden van historicus François Furet ‘het gebrekkige kind van de Franse revolutie’.

Lees verder »

« Volgende berichten