Er is nog zo veel dat ongezegd is. (Rutger Kopland)

Dupslog

Archief

Dubravka Ugresic, Ministerie van pijn

14 juli 2006

Ministerie van pijn, Dubravka Ugresic, uitg. De Geus

p. 58. De rood – wit – blauw gestreepte plastic tas.
Het is een plastic tas die je aan de rode, witte en blauwe strepen kunt herkennen. Het goedkoopste stuk bagage ter wereld, een proletarische kloon van de tassen van Louis Vuitton. Hij heeft ritssluiting die snel kapotgaat. Toen ik klein was werd ik geobsedeerd door de vraag hoe ze die harde snoepjes met chocolade of jam konden vullen zonder dat je ergens een gaatje of een naadje zag.
Nu zit ik met een soortgelijke, bijna net zo kinderlijke vraag: wie heeft die tas uitgevonden, en wie heeft hem in miljoenen exemplaren over de wereld verspreid? Met zijn rode, witte en blauwe strepen lijkt die tas op een parodie van de Joegoslavische vlag ("met onze kleuren rood, wit, blauw, zijn wij scholieren, braaf en trouw"), maar dan zonder de rode ster.

Archief

Hugo Camps – Heeft Patrick Janssens nog een mening?

14 juli 2006

Hugo Camps heeft een fijne neus voor parfums en mindere geuren waarover hij ons vaak briljant kond doet in De Morgen. Zo fileert hij op meesterlijke wijze de onzijdigheid van de zelfbenoemde Antwerpse burgemeester op de voorpagina van 13 juli 2006. Camps slijpt hier een diamantje waarin je ziet hoe een geslachtloze positie op het theater van de politiek enkel ijdel en hol klinkt. Tuur Van Wallendaal – gewezen ombudsman van ‘t Stad, gewezen Vlaams volksvertegenwoordiger en nog steeds schepen van de sp.a – mag dan de voorbije week de handdoek al in de ring gegooid hebben, den burgemeester van "A", moet zich nog een paar maanden met lood in de schoenen in de coulissen van de macht verbergen, en daar hopen slapend rijk te worden. Maar de Truuk met de Duif draait weer uit op "Duif is dood, Johan", net zoals Johans Goudhamstertje ook reeds lang de geest gegeven heeft.

Heeft Patrick Janssens nog een mening? Ongetwijfeld over Germinal Beerschot. Daar houdt zijn publiek debat van de laatste tijd zo ongeveer mee op. Dat hij aangeslagen was na de racistische moorden in zijn stad zal iedereen begrijpen. Dat hij het Vlaams Belang niet wou aanwijzen als de kwade genius achter het drama was minder overtuigend.

In de rel over het Loterijgeld voor de 0110-concerten houdt hij zich ook op de vlakte. Dewinter schandvlekt de Nationale Loterij. Wat zegt Patrick Janssens? Hij zegt: "Ik ga me niet bemoeien met de beslissingen van de Loterij." Hij hoopt wel dat de concerten van Barman c.s. de polarisatie in Antwerpen niet versterken. Eigenlijk zegt Janssens: muziek kan altijd nog.

Een burgemeester staat boven de partijen, maar naar ik mag hopen niet boven een edelmoedig protest tegen onverdraagzaamheid. Hij zou Tom Barman ereburger van ‘t Stad kunnen maken. Misschien doet hij dat ook, maar dan ná de verkiezingen.

De kunst van koorddansen gaat altijd vooraf aan electorale manoeuvres. Niemand zit te wachten op een polemisch gevecht tussen Janssens en Dewinter. Wat Dewinter roept, is voer voor varkens. Daar kan een debat niet tegenop. Maar van de socialist Patrick Janssens wil ik nog wel iets van een overtuiging zien. Iets van verontwaardiging. Iets van een houvast voor de weldenkenden onder ons. Zonder er een intentieproces van te willen maken, vrees ik dat de burgemeester het dezer dagen liever op olifanten in de stad houdt, op artistiek vuurwerk, op de Sinksenfoor. Janssens in het kielzog van Wouter Bos: socialisme alla, maar hooguit als glijmiddel. Desnoods als couture.

Is zelfcensuur niet te veel eer voor de ranzige club van Dewinter? Soms mis ik Leona, en meer nog, de mooie hoed van Frans Detiège. Onder die hoed zat nog wel een kereltje vol gif voor andersdenkenden. Hugo Camps

Archief

Bij de bomaanslagen in Mumbay

11 juli 2006

Uit ‘Shalimar de clown"  van Salman Rushdie

http://www.janvanduppen.be/?p=72

15. In zo’n stad konden geen grijze gebieden bestaan, althans, zo leek het. De dingen waren wat ze waren en anders niet, ondubbelzinnig, zonder de subtiliteiten van motregen, schaduw en kilte. Onder de kritische blik van zo’n zon was er geen plek om je te verbergen. Mensen stonden overal te kijk, met schaars geklede lichamen die glansden in het zonlicht en haar aan reclame deden denken. Geen mysterie, of diepte; alleen oppervlakkige onthulling. Toch, wie de stad leerde kennen, ontdekte dat deze banale helderheid een illusie was. De stad was een en al bedrog, misleiding, een onbestendige, onbestemde metropool die haar ware aard verborg, die terughoudend en gesloten was ondanks al haar schijnbaar naaktheid. Op zo’n plek hadden zelfs vernietigende krachten de beschutting van het donker niet meer nodig. Ze vlamden op uit de helderheid van de ochtend, oogverblindend, en staken je met scherp en fataal licht.

262. Hij begon zich af te vragen of disharmonie geen krachtiger principe was dan harmonie. Onderling geweld was overal een intieme misdaad. Als het losbarstte, werd je niet vermoord door vreemden. Het waren je buren, de mensen met wie je de hoogte- en dieptepunten van je leven had gedeeld, de mensen met wier kinderen je eigen kinderen gisteren nog hadden gespeeld. Dat waren de mensen in wie het vuur van de haat plotseling kon oplaaien, die  midden in de nacht op je deur konden bonken met brandende fakkels in hun hand.
Misschien waren tirannie, gedwongen bekering, tempelbestormingen, iconoclasme, vervolging en genocide de norm en was vreedzame coëxistentie een illusie. Hij kreeg tegenwoordig politieke rondschrijvens met die strekking van diverse pandit-organisaties. Ze verhaalden over wantoestanden van honderden jaren geleden. Sikander de iconoclast onderdrukt de Hindoes het ergst. De misdaden uit de 14e eeuw moesten in de 20e gewroken worden.

292. De ongelovige gelooft in de onveranderlijkheid van de ziel. Maar wij geloven dat alle levende dingen getransformeerd kunnen worden in dienst van de waarheid. De ongelovige zegt dat het karakter van een man zijn lot bepaalt; wij zeggen dat het lot van een man zijn karakter herschept. De ongelovige beweert dat het beeld dat hij van de wereld schetst een beeld is dat we allemaal moeten herkennen. Wij zeggen dat zijn beeld van ons niets betekent, want wij leven in een andere wereld. De ongelovige spreekt van universele waarheid. Wij weten dat het universum illusie is en dat de waarheid achter de illusie ligt, waar de ongelovige niet kan zien. De ongelovige gelooft dat de wereld van hem is. Maar wij zullen hem vanachter zijn verschansingen verdrijven en hem naar de duisternis verstoten en in het Paradijs wonen en vervuld zijn van geluk wanneer hij in het vuur duikt.

Archief

11 juli liedje voor Norbert De Batselier

11 juli 2006

11 juli liedje voor Norbert

Het was me wat al die lange jaren
Met je rug die zware lasten blijven dragen
Niet uit pijnders gesproten en dus toch
Geen kans om ooit het Ros te torsen
Maar wel burgervader en met je maag
al die harde slagen moeten incasseren
Boven de gordel en vooral eronder
Tot zelfs vandaag nog gedonder
Met je oude vijanden en erger nog
Met al je echte politieke vrienden.

Het was me wat om al die lange jaren
Zoveel schijnbewegingen te zien spelen
Het gewriemel van de populisten
Die zich handig lieten kisten
Terwijl ze dachten zelf de hamer te hanteren
op het theater van het politieke leven
terwijl jij de manoeuvres zag gebeuren
in de coulissen van de macht, eenzaam
en gepantserd vanuit de loge aan de top.

Au clair de la lune, mon ami Norbert, prête moi ta plume, pour t’écrire un mot…
Norbert est mort, une fois de trop, dans les bistrots, il a pecho…
Norbert est mort…, Norbert est mort…, 100.000 remords…
Norbert est mort…, une fois encore, il est parti au paradis…
Norbert est mort…Norbert est mort…100.000 remords…

Au clair de la lune, mon ami Norbert, prête moi ta plume pour t’écrire un mot …

Norbert est mort, une fois de trop dans les journaux y’a sa photo……
Norbert est mort…, Norbert est mort…,100.000 remords…
Norbert est mort, une fois encore, il est sorti après minuit……
Norbert est mort…Norbert est mort… 100.000 remords…

Don’t want to loose nobody, don’t want to loose nobody , close to me…

Sibérie M’était Contée,Manu Chao, ‘Helno Est Mort’, 2004

Archief

Adreswijziging

11 juli 2006

Adreswijziging

Nu zal ik U mijn nieuw adres opgeven;
mijn oud adres was: Proletariaat;
de naam der woonplaats: Waar Marjanne gaat;
ik dacht, ik zou daar wonen gans mijn leven.

Ik ben verhuisd en moet U dit belijden;
mijn nieuw adres is: ‘Barre Eenzaamheid’;
de naam der woonplaats: ‘Buiten deze tijd’.
- Ik weet niet hoe, maar ik kon niet verder strijden. –

Ik hoop niet, dat Gij mij hier komt bezoeken;
ik denk, dat schuld mij spoedig elders jaagt;
ik zocht de rust; de onrust, die mij plaagt,
en het verwijt grijnzen uit alle hoeken.

Jac. van Hattum (1900-1981)
uit: Forum (4,1935)


Laurens Jz. Coster is een vrijwilligersproject.
Website: http://cf.hum.uva.nl/dsphome/ljc/
Redacteur: Raymond Noë
Reacties, bijdragen en hulp: eon@planet.nl
Aan- en afmelden: http://www.engage.nu/mailman/listinfo/coster-l

Archief

China Contemporary – Rotterdam

9 juli 2006

China Contemporary – Rotterdam

http://www.chinacontemporary.nl/

Een reeks tentoonstellingen in het NAi – Museum Boijmans Van Beuningen en een zaaltje in het Nederlands fotomuseum met als leuk extraatje een gratis toegangsticket voor het Sonneveldhuis, het belendende monument voor het modernisme in Nederland.


Hoe overweldigend en warrig ook – temeer daar ons oog onvoldoende geoefend is om de codes te lezen op foto’s uit China en de rode karakters niet kan interpreteren – een bezoek aan China Contemporary is zeer de moeite voor wie een beetje probeert te volgen wat er aan de hand is in het Rijk van het Midden, waar iedere schok een golf veroorzaakt over de rest van de aardbol, en waar een uitbarsting van opgebouwde spanningen als een meteorietinslag de rest van de wereld een tsunami zal bezorgen.

De catalogus – uitgegeven door NAi publishers – is een prachtwerk, visueel en inhoudelijk.

Nergens ter wereld vinden in zo’n snel tempo en op zo’n grote schaal veranderingen plaats als in de grote steden in China. Binnen de dynamiek van het ongekend snelle urbanisatieproces en de algehele globalisering van het dagelijks leven ontstaan in China unieke vormen van hedendaagse kunst, achitectuur en aan beeldcultuur gerelateerde vormen van urbane cultuur.

Garrie van Pinxteren fileert de politiek van de Chinese machthebbers in zijn essay ‘Vrijheid en ongelijkheid’
Oud is zeker geen aanbeveling in China. Het wordt geassocieerd met achterlijkheid, armoede en stagnatie.’ (...)
China geeft de bevolking amusement en een grotere vrijheid op steeds meer gebieden. Dat is niet om geleidelijk aan over te gaan op vrijheid op alle gebieden, maar eerder om te voorkomen dat de bevolking ontevreden wordt over de communistische partij en politieke macht zal opeisen. Het brood komt van de economische groei. De Chinese overheid laat zich bij alles drijven door de vraag of haar daden voldoende economische groei, voldoende banen opleveren. Het gaat niet om een geloof in de vrijemarkteconomie of het kapitalisme als zodanig, maar om een opportunistische inschatting van wat er op het moment de meeste groei, en dus de meeste steun onder de bevolking oplevert. Ook een meer gelijke verdeling van de welvaart wordt sinds kort van wezenlijk belang geacht voor de stabiliteit.
Als je in China maatschappijkritiek wil leveren, doe het dan niet op schrift. Voor een censor zijn geschreven teksten veel makkelijker te duiden dan beeldende kunst, reden waarom er in China wel veel interessante beeldende kunst en beeldtaal te zien is, maar waarom veel belangrijke schrijvers, zoals Nobelprijswinnaar Gao Xingjian, werken vanuit het buitenland.
Pas als China zijn schrijvers niet meer censureert, zijn China’s nieuwe vrijheden niet langer een bijverschijnsel maar een essentieel onderdeel van een veranderende Chinese maatschappij geworden.’

Archief

Roberto Calasso, ‘n Reader in Raster nr.114 – De Bezige Bij

6 juli 2006

Een Raster-editie die je opzuigt wanneer je wil doordringen in het fenomeen Roberto Calasso met o.m. Essays uit ‘De Negenveertig Treden’ – Kafka’s ‘Aforismen uit Zürau’ met commentaar van Calasso - ’ De uitgeverij als literair genre ‘.

Zeer de moeite voor wie zijn werk heeft leren kennen en gegrepen is door het fenomeen van de lezende schrijver, de schrijvende uitgever, de uitgevende lezer, de uitgevende schrijver en de schrijvende lezer.

Archief

Roberto Calasso, De literatuur en de goden

5 juli 2006

Dit is een kostbare handleiding, een handig register voor een wereld waarin mensen en goden bewegen op de ademtocht van de kosmos. Calasso denkt met een onwaarschijnlijke eruditie en een peilloos doorzicht in de breedte, de diepte en de hoogte: van het Oosten naar het Westen, van het Noorden naar het Zuiden, van het Zenith naar het Nadir. 217 jaar na Immanuel Kants " Was ist Aüfklärung?" weet Roberto Calasso te verklaren waarom de Griekse goden  – net wanneer de wereld verlost lijkt te zijn van goden en mystiek – hun rentrée maken op het literaire toneel. 150 jaar nadat Baudelaire een jonge intellectueel half schertsend laat beweren dat ‘alleen de goden de wereld nog kunnen redden’ krioelt het van goden met namen die net zo exotisch klinken als de namen van de pas gearriveerde emigranten. Calasso analyseert waarom de goden steeds weer terugkeren in de literatuur en in ons denken en waarom die eeuwige terugkeer noodzakelijk is.
43. Van alle ideeën die onoverzienbare en een of meer desastreuze effecten op de 20e eeuw hebben gehad, is dat van de goede gemeenschap waarin onderlinge banden en solidariteit heel sterk zijn en alles is gebaseerd op een gemeenschappelijk gevoel, het meest opzienbarende. (…) Er zijn nog steeds talloze mensen die een gemeenschap beschouwen als de omgeving waar ze zouden willen leven, wat die gemeenschap  ook inhoudt, al was het een zuiver misdadig genootschap, als het maar een vorm betreft waarmee men veel gemeenschappelijk heeft, waar onderlinge banden iets betekenen. Dat verlangen is zo intens dat de bestaansgronden en de aard van die banden er nauwelijks nog toe lijken te doen: zolang ze maar sterk en hecht zijn.
123. In een eeuw die zo op haar grondvesten schudde als de 19e, zou de gebeurtenis die alle andere samengevat onopgemerkt passeren: de pseudomorfose van het religieuze naar het sociale. Dat bleek niet zozeer uit Durkheims uitspraak ‘Het religieuze is het sociale’, maar vooral uit het feit dat die zin van de ene dag op de andere ook doodgewoon klonk. In de loop van die eeuw had niet het religieuze nieuwe territoria buiten de liturgie en de cultus veroverd, zoals Victor Hugo en tal van anderen in diens voetsporen beweerden, naar het sociale, dat gaandeweg steeds grotere terreinen van het religieuze had bezet en geannexeerd, door het eerst in te kapselen, en vervolgens in door te sijpelen tot er een ongezond mengsel ontstond, en het ten slotte te verzwelgen. Wat uiteindelijk overbleef was de naakte maatschappij, maar wel bekleed met al het gezag dat ze van het religieuze had geërfd door dat open te breken. In de 20e eeuw zal ze haar grootste triomf vieren. De maatschappelijke theologie ontdoet zich van alle knellende banden en toont onbeschaamd haar ware aard: tautologisch, op publiciteit belust. De kracht waarmee totalitaire regimes botsen is alleen verklaarbaar als we toegeven dat het begrip ‘maatschappij’ zich een ongehoorde macht heeft aangemeten, en macht die aanvankelijk het religieuze toekwam. Het gevolg daarvan zijn liturgieën in stadions, positieve helden, vruchtbare moederdieren, slachtingen. Anti-maatschappelijk zijn zal worden gelijkgesteld aan de zonde tegen de Heilige Geest. Of ras of klasse als voorwendsel wordt aangevoerd, de reden om de vijand te elimineren blijft uiteindelijk dezelfde: het gaat altijd weer om personen die schadelijk zouden zijn voor de maatschappij. De maatschappij is het subject boven alle subjecten is verheven en waarvan het welzijn alles rechtvaardigt.

Lees verder »

Categorie: Gelezen | 2 Reacties »

Archief

Zinloos politiegeweld in Antwerpen: het antwoord van de burgemeester…

3 juli 2006

Zinloos politiegeweld in Antwerpen: het antwoord van de burgemeester, hoofd van de politie en Vlaams volksvertegenwoordiger.

Uit De Morgen 3 juli 2006: 

Patrick Janssens kritisch voor ‘boertige’ politie

Antwerps burgemeester Patrick Janssens (sp.a) is ‘verontwaardigd’ over het hardhandige politieoptreden tegen een burger, vorige week op de herdenkingsplechtigheid voor Guido Demoor. Peter C. beschreef in een brief aan Janssens (DM, 30/06) hoe hij werd gehandboeid en gedurende zesenhalf uur opgesloten.
De agent trad in actie nadat Peter C. een affiche met xenofoob opschrift van een muur trok.

In een antwoord toont Janssens veel begrip. Hij omschrijft de contacten tussen de Antwerpenaars en hun politie als een loterij. "Als ze een goed lotje trekken, kunnen Antwerpenaars best aangename ervaringen hebben met professionele en vriendelijke agenten. Maar als ze een slecht lotje trekken, worden ze boertig, agressief en onprofessioneel behandeld."

Het antwoord in De Morgen van 3/7/2006 op de brief van Peter Claes – zie hieronder –
die door de politiediensten van Patrrick Janssens op een ongelooflijke manier werd behandeld en mishandeld, is beneden alle peil.
Bij de gezagsdragers van wet en orde, de veiligheidsbewakers der stad, de toeverlaat der burgers kan je volgens de Burgemeester van "A" – hoogste gezagdrager en verantwoordelijke voor de politie – een lotje trekken of je een normale of een gestoorde aan de hand hebt.
Maar het is een lotterij met een verborgen kansberekening:
De Polies van ‘t Stad was toch van ‘Os’ en ni van ‘A’? Maar stemt al jaren in groten getale telkens weer entoesiast ‘oep de goei!’
 
Tsja, huurlingen waren in de geschiedenis ook nooit zo gedreven als de strijders die voor de eigen goeie zaak meenden te gaan, en zeker geen huurlingen uit de sector van de gebakken lucht en communicatie! (JVD)
 
Lezersbrief De Morgen 30/6/2006
Zinloos politiegeweld in Antwerpen

Lees verder »

Archief

Michel Houellebecq, De wereld als markt en strijd

3 juli 2006

Michel Houellebecq, De wereld als markt en strijd. uitg. Arbeiderspers

46. Die geleidelijke vervaging van menselijke relaties blijft niet zonder gevolgen voor de roman. Want hoe zou je nog kunnen vertellen over van die vurige, jarenlang voortdurende passies, waarvan de gevolgen soms generaties lang merkbaar bleven? (...) . De romanvorm is niet bedoeld om onverschilligheid of absolute leegte te beschrijven; daarvoor zal een vlakkere, beknoptere en fletsere uitdrukkingsvorm moeten worden uitgevonden.

Lees verder »

Archief

Houellebecq, de ongeautoriseerde biografie.

3 juli 2006

Houellebecq, de ongeautoriseerde biografie. Denis Demonpion. uitg.Nijgh& Van Ditmar

Een boeiende poging om het schrijven en denken van Michel Houellebecq door te dringen aan de hand van de restanten van zijn verleden, dat hij zorgvuldig probeerde uit te wissen om zijn eigen geschiedenis te herschrijven. Onthullend zijn de foto’s in kleur van de schrijver met Claude Vorilhon, die zich Raël of Gids der Gidsen laat noemen en Houellebecq bijzonder heeft geïnspireerd tot zijn klonetheorie als oplossing voor de nakende ondergang van de mensheid.  De Gids in buitenaards wit blikt mediageniek in de camera en Michel wordt in profiel gepakt wanneer hij de Gids zijn laatste welgemeende en intieme woorden toefluistert, blij en helemaal verhuld met wat hij heeft mogen beleven. (JVD) 

285. In wezen is Michel Houellebecq een edelsmid in het manipuleren, en een meester in het verhullen. Met een air alsof hij zich nergens van bewust is, weet hij intussen heel goed wat hij doet wanneer hij een televisie-evenement creëert. De analyse van Fabiem Sarfati, een regisseur die met hem op school in Vaurigard heeft gezeten, luidt als volgt: "Hij weet donders goed dat zijn traagheid niet aansluit bij het ritme van televisie. Dat die ongebruikelijk is. Wat hij dus doet is het medium dwingen stil te staan. Hij legt het zijn eigen ritme op, en weet intussen heel goed dat de close up van hem dan langer duurt. Hij legt de machine stil. Hij neemt de tijd en zo neemt hij in feite ook de macht."

 

Lees verder »

Archief

Imre Kertész, Het Fiasco.

3 juli 2006

Imre  Kertész, Het Fiasco. – uitg.Van Gennep/Van Halewyck 1999

Een merkwaardige roman in een verslag van het lijden van een schrijver, een leven in een verhaal, een verhaal in het leven, van het leven, door het leven, voor de overlevenden.(JVD)

97. Als ik deze lagen één voor één afpel, vind ik voor mijn dwaze hartstocht uiteindelijk slechts één verklaring: misschien ben ik gaan schrijven om wraak te nemen op de wereld.

381. Zijn leven zal het leven van een schrijver zijn, iemand die zijn boeken schrijft en schrijft totdat hij zichzelf volkomen heeft leeggeplunderd en tot een geraamte geklaard, vrij van overbodig franje, van het leven. Sisyphus – zo luidt de mythe – moeten we ons voorstellen als een gelukkig mens. Ongetwijfeld, maar toch wordt ook hij door medelijden bedreigd. Ja, Sisyphus en de arbeidsdienst zijn eeuwig, naar het rootsblok is dat niet. Terwijl het over de stenige helling rolt, wordt het kleine en kleiner en opeens merkt Sisyphus dat hij, verstrooid fluitend, nog slechts een klein steentje voor zich uitschopt in het stof.
Wat moet hij daarmee doen? Ongetwijfeld zal hij zich bukken, het in zijn zak steken en mee naar huis nemen, het is immers van hem. In zijn verloren uren – en vanaf dat moment wachten hem enkel nog verloren uren – zal hij het ongetwijfeld zo nu en dan voor de dag halen. Het zou natuurlijk belachelijk zijn om er weer mee aan de gang te gaan en het omhoog te rollen tot aan de hoogste top, maar als hij er met zijn oude, bijziende ogende naar kijk, schijnt hij toch het gewicht en de omvang te beoordelen en zijn bevende, gevoelige vingers omvatten de steen.

Lees verder »

Archief

Imre Kertész, De Verbannen Taal

3 juli 2006

Imre Kertész, De Verbannen Taal – De Bezige Bij

Een fascinerende reeks essays en lezingen waar Kertész zijn analyse van totalitaire systemen op de spits drijft, al slaagt hij er niet in zelf te zien waar de parallel loopt met het optreden van de Israëlische regering tegen de Palestijnen. Hij maakt zich boos tegen de collega Nobelprijswinnaar Saramago als die wel de vergelijking maakt.

137. In Benigni’s La vita è bella  wordt op het eerste gezicht een sprookje verteld dat nogal onnozel lijkt. Guido maakt zijn zoontje Giosuè wijs dat Auschwitz slechts een spel is. Voor het overwinnen van de moeilijkheden krijgen de spelers punten en wie de meeste punten heeft verzameld, krijgt aan het einde een ‘echte tank’. Maar is in die leugen niet juist een zeer belangrijke element van de beleefde werkelijkheid te herkennen? Wij waren misselijk van de stank van het brandende vlees en toch wilden we niet geloven dat dit allemaal waar kon zijn. Je gaf je veel liever over aan bemoedigender gedachten, die tot overleven aanzetten, en de belofte van een ‘echte tank’ moet voor een klein jongetje net zo’n aanlokkelijke gedachte zijn geweest.
Er is een scène in de film waarover waarschijnlijk nog veel gepraat zal worden. Ik denk aan het moment waarop de held van de film, Guido, als tolk optreedt voor de bewoners van de barak, en vooral natuurlijk zijn vierjarige zoon, de woorden van een SS-onderofficier vertaalt, waarin hij de regels van het kamp aan de gevangenen meedeelt. Die scène bevat diepere lagen die men onmogelijk in een rationele taal kan beschrijven en zegt tegelijk alles over de absurditeit van deze verschrikkelijke wereld en over de onbreekbare geestelijke kracht van een weerloos mens die zich tegen deze onbestaanbaarheid keert. Nergens iets van gigantomanie, pijnlijke of sentimentele details, rode pijlen op een grijze ondergrond die aanwijzen wat we moeten zien. Alles is zo duidelijk, zo eenvoudig en spreekt zozeer tot je hart dat je tranen in je ogen krijgt. De dramaturgie van de film werkt met de eenvoudige precisie van goede tragedies. Guido moet sterven en hij moet precies op het moment en op de manier sterven waarop dat gebeurt. Voor zijn dood – en tegen die tijd weten we al hoe mooi en dierbaar het leven voor hem is – laat hij nog enkele Chaplin-achtige grimassen zien om zijn zoon, die vanuit zijn schuilplaats toekijkt, een hart onder de riem te steken. Het toont de glaszuivere smaak van de film dat we zijn dood niet meer zien; maar het korte geratel uit het machinepistool heeft op zijn beurt ook een dramaturgische rol, een belangrijke en verpletterende boodschap.
Uiteindelijk verschijnt de prijs van het spel voor het jongetje: een ‘echte tank’ komt aangerold. Maar dan wordt het verhaal al beheerst door rouw over het bedorven spel. Dit spel – begrijpen wij – wordt elders civilisatie genoemd, menselijkheid, vrijheid, alles wat de mens ooit als waardevol heeft beschouwd. En wanneer het jongetje in de armen van zijn teruggevonden moeder roept: "We hebben gewonnen!", dan is die uitroep door de kracht van het moment evenveel waard als een droevig treurdicht.
Benigni, de maker van de film, is in 1952 geboren. Hij is een vertegenwoordiger van een nieuwe generatie die worstelt met het spook van Auschwitz, en die de moed en de kracht heeft om aanspraak te maken op die treurige erfenis.

Lees verder »

Archief

Imre Kertész, De Samenzwering

3 juli 2006

Imre Kertész, De Samenzwering – uitg. Bezige Bij

Een indringend verhaal over het universele mechanisme van de politiediensten in staatssystemen die zich totalitair opstellen.

16. Laat niemand denken dat ik me probeer te verontschuldigen. Heus, zo langzamerhand laat alles me koud, maar ik wil wel graag één ding duidelijk maken: in het begin denk je dat je een slimme jongen bent en de situatie volledig in de hand hebt, maar op een gegeven moment merk je dat het precies omgekeerd is en de situatie jou volledig beheerst, en dan begin je je af te vragen waar dat op uit zal lopen.

85. Alles hangt van de logica af. De gebeurtenissen zelf hebben geen enkele betekenis en het leven kan als een reeks toevalligheden worden beschouwd, maar de politie is er om orde in de schepping te brengen.

113. Eindelijk begreep ik zijn logica, althans ik denk dat ik die begreep. Ik begreep dat wij (als speciale Korps van de politie) alles overboord hadden gezet wat ons nog aan menselijke wetten bond, ik begreep dat wij nergens meer op konden vertrouwen, behalve op ons zelf. En natuurlijk op het noodlot, op die onverzadigbare, gretige en altijd hongerige machine. Bedienen wij die machine nog of werden we erdoor bediend? – in wezen deed dat er niet meer toe. Ach, je denkt dat je een slimme jongen bent en de situatie volledig in de hand hebt, maar op een gegeven moment merk je dat het net omgekeerd is en dat de situatie jou volledig beheerst, en dan vraag je je af waar dat op uit zal lopen.

Archief

Imre Kertész, Liquidatie

3 juli 2006

p. 52:
Nee, nee, literair redacteur, en vervolgens lector bij een uitgeverij, wordt men vooral bij vergissing. In ieder geval is de literatuur de valstrik waarin je gevangen wordt. Of beter gezegd het lezen. Het lezen als verdovende middel, dat de wrede contouren van het leven dat over ons heerst weldadig vervaagt.
p. 57.
In die novelle, die later – weliswaar in zeer beperkte kring – als een basiswerk werd beschouwd, ontvouwde B. voor het eerst zijn fundamentele visie dat het Kwaad het principe van het leven is. De novelle zelf vertelt echter juist het verhaal van een ethische daad, dus iets waarbij het Goede gebeurt. Het verhaal zegt dat in het leven, dat het Kwaad als principe heeft, het Goede wel gedaan kan worden, maar alleen ten koste van het leven van degene die het doet. Het was een gedurfde stelling, zoals ook het proza waarin die stelling werd geformuleerd gedurfd was. Bovendien speelde dit alles zich ook nog af tegen het decor van nazi-concentratiekamp.

p.72.
Sterven is gemakkelijk
het leven is een groot concentratiekamp
dat God op aarde voor de mensen heeft ingericht
en dat de mens voor de mens
verder heeft ontwikkeld tot vernietigingskamp
Zelfmoord plegen
is de bewakers om de tuin leiden
vluchten deserteren in ons vuistje lachen
om de achtergebleven
In dit grote levenskamp
niemand erin niemand eruit, voor- noch achteruit
deze snode wereld van opgeschorte levens
waarin we oud worden
zonder dat de tijd vooruit gaat
hier heb ik geleerd dat rebellie is
IN LEVEN BLIJVEN
De grote ongehoorzaamheid is
ons leven vol te maken
en tegelijk de grote nederigheid
die we ons zelf verschuldigd zijn
Het enig aanvaardbare middel
van zelfmoord is leven
zelfmoord plegen is
doorgaan met leven
elke dag opnieuw beginnen
elke dag opnieuw leven
elke dag opnieuw sterven