Er is nog zo veel dat ongezegd is. (Rutger Kopland)

Dupslog

Archief

Amos Oz, Een verhaal van liefde en duisternis. Uitg. De Bezige Bij 2005

27 augustus 2006

Zelden heb ik een boek gelezen dat met zoveel ingehouden tederheid de lezer balsem biedt voor de altijd schrijnende wonde van verlies, dat je kan koesteren om het draaglijk te houden.
Het verlies van vroeger, van een beschaving en een cultuur in Odessa, in Polen, in Praag, is ook het verlies van mensen die dierbaar waren en dus mee gestalte gaven aan wie Amos Oz is geworden.
Hij weet de pijn te verzachten door er omzichtig omheen te schrijven, door het onbenoembare de stilte te laten, door in het hele boek behoedzaam omtrekkende bewegingen te maken om het schrijnen van het onuitspreekbare te mijden.
De wereldgeschiedenis van de XXste eeuw is het decor voor het nooit aflatende verlies van wie voor hem had liefgehad. Hij is de bewaarder van de verhalen van wie hem is voorgegaan en waarvan hij uiteindelijk het enige kind is geworden dat al die jaren het leed van zijn ouders heeft gedragen. Zonder het te beseffen, maar intuà?tief vervulde hij als kleine jongen zijn rol om die twee bij elkaar te houden in het leven van Jeruzalem waar zijn vader als een afstandelijke rationele taalkundige probeerde samen te leven met zijn romantische hyperintelligente moeder die zich het verblijf als gestudeerde vrouw in het jonge Israël zeker anders had voorgesteld.
En omgekeerd, maar daarin faalde het gezin in deze kroniek van een aangekondigde zelfmoord.

” Het hele huis werd in beslag genomen door boeken. Mijn vader kon zestien of zeventien talen gelezen en er elf spreken (allemaal met een Russisch accent). Mijn moeder sprak vier of vijf talen en las er zeven of acht. Ze spraken onder elkaar Russisch en Pools als ze wilden dat ik het niet begreep. (Meestal wilden ze dat ik het niet begreep. Toen mijn moeder en keer per ongeluk in het Hebreeuws in plaats van in een andere taal ‘Dekhengst’ zei waar ik bij was, berispte de mijn vader haar in woedend Russisch:
’ Wat bezielt je?! Je ziet toch dat de jongen erbij is!). Uit culturele overwegingen lazen ze vooral Duitse en Engelse boeken, en dromen deden ze vast en zeker in het Jiddisj. Maar mij leerden ze uitsluitend en alleen Hebreeuws: misschien waren ze bang dat talenkennis ook mij zou blootstellen aan de verleidingen van het schitterende, dodelijke Europa.”

Kan er iets tragischer zijn dan ouders die hun kind proberen te behoeden voor de dodelijke verlokkingen van Europa door hem de kennis van de  Europese talen te onthouden, in de hoop dat hem het lijden zal gespaard blijven dat Europa voor haar Joden achter de hand hield en misschien zelfs nog heeft ?

Amos Oz tekent zijn personages naar het leven. Ooit waren ze reëel bestaande mensen van vlees en bloed, met hun angsten en hun verlangens, hun illusies en hun zekerheden, die dan vaak op niets gebaseerd bleken, vooral als het erom ging de relaties met de niet Joodse buren te vatten, in Europa en daarbuiten.
Hij biedt een doorkijk in het leven in Jeruzalem waar de tegenstellingen binnen de Joodse kolonisten levendige discussies opleveren. Twijfel en onzekerheid zijn de vaste waarden, ook in zijn bestaan.
Tot zijn moeder een einde maakt aan haar leven.

Al zijn pogingen om zijn ouders bij elkaar te houden in dit leven waren vergeefs. Hij zoekt en wroet naar verklaringen voor de zelfgekozen dood van zijn moeder, waarom zij hem achterliet, bij zichzelf, bij zijn vader. Hier en daar laat hij een matte glans oplichten als verklaring, die snel weer verdwijnt of toegedekt wordt en elders als een felle lichtflits zijn en mijn ogen pijn doet omdat hij van in het begin de duisternis laat dreigen op de achtergrond waartegen het liefdesspel zich ontwikkelt.
De gruwelijke duisternis van wat er met de Joodse cultuur en de dragers ervan in Europa zal gebeuren, de onzekere duisternis van het leven in een nieuw Israël, de drukkende duisternis in relaties tussen mensen, de angstaanjagende duisternis van de spanningen tussen Joden en Palestijnen, tussen zijn ouders en hun families.
Het conflict met zijn aanbeden vader die zich zijn hele leven als een gemankeerde professor heeft gedragen, voerde hem naar de kibboets waar hij zonder boeken en zonder schrijven zou trachten te werken aan de nieuwe mens, de krachtige Israëli die daar zou gevormd worden en die zijn land en zijn geliefden met succes zou verdedigen tegen het perfide Albion en de vele insluipers onder de verdreven Palestijnen en Arabische buren.
Hij werd er echter schrijver en hij leerde er beminnen.
De omtrekkende beweging die Amos Oz blijft maken tot de laatste bladzijde wanneer hij de wonde in zijn leven en dat van de lezer onthult, heelt en troost wie achterblijft met het verlies dat hij met hem heeft gedeeld. Hij blijft zijn vermeende falen uitschreeuwen maar voor zijn moeder was ' de geest de ergste vijand van het lichaam '.

Amos Oz is als een herder die zijn kudde lezers langs gevaarlijke ravijnen leidt en door bossen waar wolventanden blikkeren. Hij biedt hen soelaas voor zoveel herkenbaar lijden.
Hij heeft me zelfs begrip bijgebracht voor het bestaan van Israël waar hij pleit voor een vreedzaam samenleven met de Palestijnse buren.
’ Een verhaal van liefde en duisternis ’ biedt zijn lezers nauwgezet en met een groot gevoel voor humor tedere troost. Daaraan is vandaag en morgen ongetwijfeld grote nood.

Lees verder »

Archief

Ton Lutz leest de Odysseia in vertaling van Imme Dros

20 augustus 2006

Geen file is nog te lang, geen autorit nog vervelend met de stem van Ton Lutz op de radio-cd speler die de Odysseia in een prachtige vertaling van Imme Dros leest. Dertien cd’s lang geniet je van het meesterwerk van Homeros, je vergeet er zelfs het vaderlandse en wereldnieuws bij. Je voelt de file – ellende in het niets verdwijnen bij het spannende verhaal van Odysseus’ reizen over de asgrauwe zeeën waar Posseidon hem voortdurend belaagt. De tekst van Imme Dros uit 1991 is in een heerlijk metrum geschreven, prachtig Nederlands. Ton Lutz leest de 24 boeken met zwier en indringend timbre. De achtergrond muziek helpt je oren te spitsen door soms twijfel te zaaien aan wat je denkt te horen.
Na Roberto Calasso’s ‘Bruiloft van Cadmus en Harmonia’ kon ik niet anders dan in één ruk de hele Odysseia te lezen. De keuze ging tussen de vertaling van 1992 van H.J. de Roy van Zuydwijn en die uit 1991 van Imme Dros. De eerste lijkt me nauwer bij het oorspronkelijke Grieks aan te leunen, de tweede klinkt mooier in het Nederlands. Het werd dus Imme Dros toen nog bij Querido, intussen net als de cd uitgave bij Athenaeum – Polak & Van Gennep.

Het was tijdens de vakantie dagelijks smullen, per boek of gezang, maar de voordracht van Ton Lutz stak hoog boven mijn gedoseerde lezen uit. Dit is de mooiste weerlegging van de illusie dat versimpelde teksten beter liggen dan de originelen zoals Alessandro Baricco,
De Ilias van Homerus (Omero, Iliade, 2004) uitg. De Geus.
Zo’n Homerisch gedicht is gemaakt om aanhoord te worden. Dan pas geniet je ten volle van de epitheta ornantia, dan pas hebben die echt betekenis, waarbij Ton Lutz elke tussenkomst van een spreker afsluit met een goedgeplaatste: ‘Zei hij, zei zij, zeiden zij ‘.
Het gaat in deze uitgave om de radio voordracht van Ton Lutz bij NCRV in 1994, die later op cassette en nu dus op cd verkrijgbaar is.

Dit is een meesterstuk voor alle humaniorastudenten. Ik beklaag mezelf nooit voorheen de hele Odysseia te hebben gelezen. De vertalingen uit mijn jeugd waren afschrikwekkend.
Maar dat kan nu geen excuus meer zijn met deze uitvoering en deze uitgave, die recht doen aan wat volgens Roberto Calasso de ware inhoud van de Odysseia is:

Odysseus zag af van de eerlijkheid van de krijger toen hij op Ithaca waanzin voorwendde om zich niet te hoeven inschepen voor Troje. Hij zag af van zijn recht op vrije meningsuiting toen hij de rol op zich nam van de rondtrekkende bedelaar die door iedere willekeurige slaaf kon worden verjaagd, tot zwijgen gebracht. Odysseus gaf voor het eerst voorrang aan het indirecte boven het directe, aan sluwheid boven aanwezigheid, aan behoedzaamheid boven een rechtlijnige aanpak. Và?à?r allerlei eigenschappen in de loop der eeuwen werden toegeschreven aan kooplieden, vreemdelingen, joden en komedianten, had Odysseus zichzelf ermee bestempeld. De held gaf een voorproefje van de leefwijze waarin noch aristocratische openheid, noch democratische vrijheid van meningsuiting zouden volstaan. Eeuwen later lijkt die leefwijze heel normaal maar ten tijde van Odysseus gaf het blijk van een vooruitziende blik die was voorbehouden aan degenen die hemel en aarde had doorkruist. Dus, terwijl Achilles en Agamemnon zich in ons geheugen griffen als overblijfselen van een voorbije wereld, opgeslokt door een catastrofe, blijft Odysseus ons vertrouwd als een onzichtbare metgezel. Zijn afstand doen van openlijke aanwezigheid wordt gecompenseerd door zijn voortbestaan in de herinnering en in de geschiedenis. Achilles moet worden opgeroepen; Odysseus staat al naast ons, altijd en overal.’ (p.301)

Odysseus is het prototype van de moderne mens. De naam die hij krijgt van zijn grootvader is Odysseus, hij die de haat kent!

Archief

Frank Furedi, Waar zijn de intellectuelen?, Meulenhoff.

12 augustus 2006

‘Where Have All the Intellectuals Gone?’ van Frank Furedi  heeft iets van het bloemenlied uit de jaren ’ 60 van Pete Seeger. Het is een klaagzang die hier en daar rare refreintjes neuriet en vaak de helderheid mist van het snijdend essay waar Frank Furedi zo intens voor pleit in zijn kritiek op de rol en de positie van de intellectuelen, de onderwijshervormingen, de social-engineering-ideologie van gelijke kansen als ultieme trukendoos voor de verdere infantilisering van de kiezer. Zijn vorige stukken in ‘Culture of Fear’,  ‘Paranoid Parenting’ leken mij beter doorwrocht.
De vertaling van zijn nieuw boek is vlot leesbaar, maar wie het in een Nederlandse vertaling heeft over ‘Benda, J. (1959) The Betrayel of the Intellectuals, Boston, USA, MA: The Beacon Press ’ als hij Julien Benda, ‘La trahison des clercs’ uit 1927 bedoelt, doet mij ook even slikken.
Ik heb een reeks erg boeiende citaten aangehaald en hier en daar van een soms wat uitgebreidere commentaar voorzien omdat Furedi in zijn boek toch met vaardigheid enkele heilige huisjes sloopt en zich op sommige punten vergist van sloophamer of gebouw.

Omdat hij – terecht '? de verantwoordelijkheid voor de intellectuele ellende bij de voornamelijk linkse intelligentsia van de voorbije decennia legt, en ik hem daarin kan bijtreden, probeer ik hier ook een inkijk te geven in de manier waarop het ' gelijke kansen' verhaal in het onderwijs in Vlaanderen en meer bepaald bij de sp.a werd gebruikt om de nieuwe voorzitter uit de startblokken te krijgen en wat de interpretatie van de Europese BaMa richtlijn van Bologna voor het hoger en universitair onderwijs in Vlaanderen zal betekenen.

Tot slot formuleren we enkele proeven tot verklaring van het falen van de sociaal democratie en de socialistische ideologie – vroeger, nu en morgen – met een paar bedenkingen over anders en het hoe en waarom, en ook weer niet.

Niets is immers wat het lijkt, zeker niet in de heksenketel van de wereldpolitiek.

 

Lees verder »

Archief

Gustav Herling, Een wereld apart – vroege verhalen uit Sovjetkampen, De Bezige Bij 2005

6 augustus 2006

Een jonge Poolse student, die in 1939 tussen de raderen van de geschiedenismachine terechtkomt, wanneer oostelijk Polen bezet wordt door het sovjetleger in uitvoering van het geniale pact tussen Stalin en Hitler, heeft dubbele pech: zijn naam die in het Russisch klinkt als die van de Duitse luchtmaarschalk en de laarzen die hij van zij zus had gekregen om de beproevingen te doorstaan in de strijd tegen de nazi-bezetters. Daarmee wordt hij door de sovjet-kameraden ingeschat als Pools officier en die dienden grondig te worden uitgeroeid, naar de bevelen van de geniale leider uit het Kremlin. Herling wordt dus veroordeeld als spion en afgevoerd naar een werkkamp bij Archangelsk, langs de poolcirkel. Herling slaagt erin na de herziening van de Pools-Russische verhoudingen door de grote leider van het wereldproletariaat na twee eindeloze kampjaren weg te komen – niet zonder een gevaarlijke hongerstaking met werkweigering. Hij vindt na een zwerftocht tijdens de eerste oorlogsjaren door het Russische hinterland achter de Oeral naar Kazachstan aansluiting bij een Poolse divisie in oprichting van generaal Anders – ook net vrijgelaten uit een Russisch werkkamp – die vanuit Perzië vertrekt naar de gevechten van de geallieerden bij Monte Cassino Italië. Na de oorlog verblijft hij in Londen en München, schrijft in 1951 zijn ‘Vroege verhalen uit Sovjetkampen’ dat met een voorwoord van Bertrand Russell te Londen verschijnt.
Het boek kent geen succes, behoudens in beperkte kring en ondanks de aanbevelingen van ondermeer Albert Camus.
Herling is er nlk. in geslaagd een sovjet pendant te schrijven van Dostojewski’s ’ Aantekeningen uit een dodenhuis ’ uit 1864 dat hij in het kamp te lezen krijgt van een vrouw die probeert verder te leven met de herkenning van het leed onder de beschavingsvernis dat van alle tijden blijkt te zijn in de schoot van moeder Rusland.
In de jaren vijftig heerst de Koude Oorlog en wie ernstige kritiek formuleert op de reële verwezenlijkingen van de socialistische maakbaarheidsideologie, wordt de mond gesnoerd.
Herling begrijpt dat Polen voor hem geen vaderland zal zijn en wijkt uit naar Italië waar hij in 2000 te Napels overlijdt als een bekend schrijver.
‘Herling moet toen hij na de oorlog zijn verslag schreef, beseft hebben dat het tevens zijn entree in de literatuur was. In Italië werd hij een vruchtbaar schrijver van historische verhalen en romans. Het echte vervolg op zijn boek over het kamp is het journaal dat hij 30 jaar lang schreef, niet een gewoon dagboek maar een lange reeks van essays, leesverslagen en beschouwingen over van alles en nog wat – daarin hield hij vast aan zijn positie van waarnemer die hij al meteen bij het begin van ‘Een wereld apart’ in 1939 op zich had genomen’, aldus vertaler Jacq Vogelaar.
In hetzelfde nawoord plaatst Vogelaar Herlings ’ Een wereld apart ’ tussen Dostojevski’s ’ Aantekeningen uit een dodenhuis ’ en de door Herling reeds vroeg bekritiseerde Auschwitzverhalen uit 1947 van een andere Poolse schrijver, Tadeusz Borowski. Nog voor Herling aan zijn eigen boek begon, wees hij op de parallel tussen Louis Ferdinand Célines aversie tegen de loopgravenheroïek én het slachtofferdenken in ’ Reis naar het einde van de nacht ’ en het standpunt van Borowski: ‘Borowski zag met één oog scherp, schreef Herling, maar met het andere was hij stekeblind: wanneer hij de wereld van Auschwitz-Birkenau tot maatstaf maakte voor de rest van de wereld. De volgende stap is dan inderdaad de vlotte stelling dat de hele wereld één kamp zou zijn. ‘

Ik vrees echter dat die stap helemaal niet zo makkelijk te nemen is en dat die stelling ook helemaal niet zo vlot te verklaren is, maar daarom niet minder waar.
Dat lijkt mij nu precies herkenbaar in de commentaren van enerzijds Albert Camus en anderzijds Jorge Semprun die beiden het boek van Herling warm aanbevelen.
Vandaag vinden we steeds meer argumenten dat de wereld wel degelijk één kamp is, en dat wellicht altijd geweest is, zij het onder variabele vorm en verspreid met eigen accenten en folkloristische aspecten bij het menselijke lijden.
Een geglobaliseerde wereld leidt immers ook onweerstaanbaar tot de globalisering van het kampenfenomeen waarin ieder mens potentieel een ’ Homo Sacer ’ wordt – zonder enig recht, zonder enige betekenis dan die van verdingde, naamloze, betekenisloze consument (cfr. Giorgio Agamben).

Herling wijst lucied en scherp op de vele aspecten van het menselijk gedrag als basis voor dat kampfenomeen – het gedrag van mensen als ‘homines sacri’ zonder rechten buiten de geldigheidsgraden van de normen van de ’ officiële samenleving ’ – dat zich ook buiten de met prikkeldraad omgrensde ruimtes voordoet wanneer voldoende druk op levensvatbaarheid én aangepaste overlevingsillusies wordt uitgeoefend door externe factoren, organisatorische, politieke, culturele, klimatologische en zelfs die van het vege lijfsbehoud.
Herling wijst even helder op het menselijke relatiefenomeen dat boven op dit peilloze moeras van naijverig recht van de sterkste, creatief ondernemerschap, verdinging van jezelf en de ander een laag humus kan drijven met bloeiende bloemen als aandoenlijke emoties die beroep doen op medemenselijkheid. Aangrijpende verhalen over hoe mensen zich in elkaar kunnen herkennen, hoe warme gevoelens voor en van een ander in ijswoestijnen de illusie kan wekken waaraan iemand zijn overleven dankt. Het blijft een zomers bloemtapijt op de zompige taiga waar we altijd in het veen kunnen verdwijnen met ons verlangen naar menselijke warmte die bij de eerste sneeuw voor altijd ingevroren wordt. Maar wie niet waagt, zal het nooit halen. Wie wel blijft zoeken en openstaat voor een ontmoeting met een ander, loopt kans te overleven en een zinvol gevoel te krijgen bij zijn of haar leven met anderen. Ongetwijfeld herkende Albert Camus als auteur van ‘L’homme révolté’ en ‘Le mythe de Sisyphe’ dit fenomeen in ‘Een wereld apart’ van Gustav  Herling.

‘Herling laat voortdurend zien hoe bedrieglijk de veronderstelling is dat lotgenoten vanzelf elkaars bondgenoten zijn en dat slachtoffers de aangewezen personen zouden zijn om te begrijpen wat anderen aan vergelijkbare kwellingen ondergaan.
Het begrip ‘grijze zone’ van Primo Levi is in de goelag zomogelijk nog ingewikkelder dan in de nazi-kampen. ‘Een wereld apart’ hangt van verraad, bedrog, gebrek aan solidariteit aan elkaar, maar Herling zal de eerste zijn om toe te geven dat hij het zonder kameraadschap niet gered had – zij het dat de Armeense ingenieur die in een uitermate hachelijke periode meer dan een vriend of broer voor hem is, hem op hetzelfde moment bij de kampleiding als politiek opruier aangeeft.’, aldus de vertaler op p.314 van zijn boeiende nabeschouwingen.

Lees verder »

Archief

Monaldi & Sorti, IMPRIMATUR, Cargo – De Bezige Bij, 2002

6 augustus 2006

‘Voor de overwonnenen.’

Waarom liggen in Italië en zowat heel Europa en wellicht ook nog elders in deze geglobaliseerde wereld boekhandels volgestouwd met allerlei variaties, afgeleiden, voorgeleiden, toegeleiden en uitgeleiden van Dan Browns esoterische thriller ‘De da Vinci code’?
Waarom moet je voor een bezoek aan het Milanese Cenacolo Vinciano maanden vooraf reserveren wegens aldaar ‘Het Laatste Avondmaal’ van Leonardo da Vinci te zien?
Waarom vermeien al te veel historici, bachelors en masters en zelfs doctores in spe zich met uitgebreide onderzoeken naar boeiende details uit de geschiedenis waar nog zovele grote en belangrijke problemen, niet, fout of onvoldoende onderzocht werden en desondanks in de overlevering van geslacht op geslacht en voor historisch correct worden verspreid en voor waar  aanbeden?
Het Italiaanse journalisten-schrijvers duo Rita Monaldi en Francesco Sorti hebben in het eerste van de geplande zeven kloeke delen ‘IMPRIMATUR’ de meesterlijke openingszet geplaatst voor een ‘literaire thriller’ die ik vooral als een politiek-literaire thriller wil omschrijven.
Zelden heb ik – behoudens de naar mijn smaak wat overmatige bespiegelingen over de medicinale en culinaire kunsten uit de zeventiende eeuw – een boek doorploegd van dit niveau.
Het gaat hier niet om esoterische commercialisering van de steeds populairdere behoefte aan goddelijke of mystieke raadselen, maar om een doorwerkte analyse van bijzonder boeiende vraagstukken uit de Europese geschiedenis, waar eens te meer blijkt dat niets is wat het lijkt, meer nog dat slechts zeer weinig was zoals het ons werd overgeleverd, zelfs in de betere lessen geschiedenis.
De allerchristelijkste Franse koning steunde de Turken in hun beleg voor Wenen. Paus Innocentius XI steunde ook financieel Willem III van Oranje die in Engeland de resterende katholieken de nek zou omdraaien. De Oranjes waren meesters in de valsmunterij – niet alleen in de Nederlanden – en het eten van diverse walletjes. De maatregelen van Innocentius XI tegen de  Joden bleken vooral de eigen belangen van de pauselijke bankiersfamilie te spekken.

Monaldi & Sorti bedrijven een gevaarlijke kunst. Zij beoefenen de waarlijk Koninklijke Kunst, die van het doorgedreven zoeken naar wat anders is dan het zich wil doen voorkomen.
De muziek op bijgeleverde cd’s is adembenemend en helpt de minder muzikaal beslagen lezer om zich te verdiepen in de sfeer die de auteurs weten te creëren tijdens die gevaarlijke oefening in het vrijmoedig en onbevangen spreken en schrijven.
Hun ontdekkingen, hun vondsten door volgehouden zoektochten in archieven over heel Europa werpen een heel nieuw licht op de gang van de geschiedenis zoals ze ons graag wordt verteld door de broodschrijvers, propagandisten en intellectuele hoeren van dienst, uit een ver verleden en een verrassend nabijgelegen heden.
Hun werk is een project van zeer lange adem, een politiek, historisch en literair levenswerk dat alleen maar te realiseren is als ballingen buiten Italië. Vanuit Wenen bouwen ze gestaag verder aan de constructie van dit meesterstuk over de geschiedenis van Europa, die naar mijn aanvoelen moet eindigen bij een kritische anatomo – pathologische reconstructie van de geschiedenis van de laatste 150 jaar, van de laatste 50 jaar, van de laatste 15 jaar. En dan niet alleen meer de Europese maar die van de intussen geglobaliseerde wereld die onderhevig is en blijft aan de spelregels van de historie der menselijke machtsverhoudingen die zij met chirurgische precisie hebben blootgelegd. De techniek van de raamvertelling in brieven van de priester die ooit het eigenste huwelijk van Rita en Francesco inzegende en in 2040 bisschop van Como is geworden, houdt de lijn naar de recentste geschiedenis open, zelfs naar wat er vandaag en morgen aan de orde is in het Vaticaan en op de agenda zal staan van de G8, van het Midden Oosten, Libanon, Israel en Rusland.

397.’ Om staatsaangelegenheden te begrijpen moet je de feiten anders bekijken dan normaal. Het maakt niet uit wát je denkt, maar hoé je denkt. Niemand weet alles, zelfs de koning niet. En wanneer je niets weet, moet je wel leren te veronderstellen, ook de waarheden die op het eerste oog het absurdst lijken: je zult dan zonder mankeren ontdekken dat het allemaal ontzettend waar is.’
420.’ Om de waarheid te kennen is het soms nodig die te veronderstellen. Zo gaat het ook bij staatszaken: ten overstaan van onverklaarbare of onlogische feiten dient men zich voor te stellen wat de noodzakelijke voorwaarde is waardoor ze bepaald worden, hoe ongeloofwaardig dat ook moge zijn. De meest absurde waarheden die trouwens ook de meest duistere zijn, laten nooit een spoor achter. Denk daaraan’

Lees verder »

Archief

Monaldi&Sorti, SECRETUM, uitg. Cargo '? De Bezige Bij 2004

6 augustus 2006

Alles op deze aarde is een maskerade, maar God heeft bepaald dat de komedie nu eenmaal zo gespeeld moet worden.
Erasmus, Lof der Zotheid

De brave bisschop van Como die een rol diende te spelen in de ultieme heiligverklaring van wijlen zijn Zalige Stadsgenoot Innocentius XI is intussen zoals Ovidius destijds verbannen naar Constanta in Roemenië aan de Zwarte Zee van waaruit hij in 2041 het tweede deel van het meesterwerk van Rita Monaldi en Francesco P. Sorti becommentarieerd bezorgt aan de Secretaris van de Congregatie voor Zalig- en Heiligverklaringen te Rome.
Dit deel geeft een fascinerende analyse van het karakter en het gedrag van Louis XIV, le Roi Soleil, en presenteert de manoeuvres rond de keuze van een nieuwe paus en de aanwijzing van een troonopvolger voor de Spaanse kroon.
De auteurs onthullen in SECRETUM van op de Janiculusheuvel te Rome de geheimen van de internationale diplomatie in het Heilig Jubeljaar 1700. In de Villa Spada spelen een week lang de huwelijksfeesten tussen de neef van kardinaal Spada, staatssecretaris van de Heilige Stoel, en het nichtje van kardinaal Rocci, waarbij op de voorgrond en in de coulissen de zetten worden voorbereid op het internationale schaakbord – een moderne WTO-, EU- of G9- top lijkt wel een kopie van de zeden en gewoonten uit de 18de eeuw. De naastgelegen Villa il Vascello – Het Schip – of Villa Benedetta speelt een belangrijke rol in het steeds wisselende perspectief waarbij steevast het Vaticaan en de Spaanse troonsopvolging in het vizier blijft, letterlijk en figuurlijk. De lessen die Abt Atto Melani – castraatzanger en later adviseur, diplomaat en spion van de Franse koning – uit dit wervelende spel van wisselende politieke machtsverhoudingen distilleert zijn werkelijk superieur en van alle tijden. Voor de fijnproevers citeer ik er graag enkele in bijlage.
De analyse van de positie van Telemachus – ‘hij die op afstand strijdt en werkt’ – als zoon van Odysseus door de Vliegende Hollander, Albicastro, is indringend. Deze historische figuur was musicus, militair en kenner van Sebastian Brants ‘Het Narrenschip’ (Carnaval van 1494 te Basel). Enkele van zijn mooiste stukken waaronder een fenomenale Folìa (sonata per violone e basso continuo, op.9.n.12) werden opgenomen in de muziekkeuze door de auteurs op de bijgeleverde cd.
Ook de geschiedenis van de inmiddels verwoeste ‘Villa Het Schip’ is verbijsterend. Na de vernielingen als hoofdkwartier van Garibaldi te Rome in juni 1849 was het zoals de hele Janiculus na 27 dagen artilleriebeschietingen grondig verwoest door de Franse troepen die de Pauselijke Staten verdedigden tegen het Italiaanse Risorgimento. De omgeving werd weer opgebouwd, ook met Frans geld. Vittorio Emanuele II verleende in 1870 de titel ‘heldenoord’ aan de ruïnes van de Villa die in de volgende eeuw alleen maar verder vernield werd. Vandaag huist het Grootoosten van Italië aan de via di Porta San Pancrazio nr.8 met uitzicht op het Vaticaan.

De auteurs hebben bij de voorstelling van dit boek hun gasten rondgeleid in het Rome van nu met de herinneringen aan toen. Een boeiend verslag vind je op: http://www.debezigebij.nl/boekboek/show?id=50752&framenoid=33668

 

Lees verder »