Er is nog zo veel dat ongezegd is. (Rutger Kopland)

Dupslog

Archief

Ng Sauw Tjhoi, Marc Vandepitte – Made in China. Gustaaf Geeraerts, Jonathan Holslag, Macht of Mythe.

27 november 2006

Ng Sauw Tjhoi & Marc Vandepitte, Made in China, meningen van daar. Uitg. EPO Radio 1

Meningen van daar, tsja, dat zal ongetwijfeld wegens een lange reeks korte interviews met een enkele leuke en meer flauwe anekdotes. Dat het gaat om meningen van daar, uit China welteverstaan, valt ongetwijfeld onder de EPO noemer : '? Wat te denken over…?'? en '? Lichtbaken van et socialisme in Europa'?, maar dat ging in de jaren 70 over Albanië. En deze meningen zouden iets over China moeten vertellen in de stijl van 'meningen? Geen meningen!' want inhoudelijk stijgt het boekje niet boven het badinerende anekdotische maaiveld uit en schuwt het vooral interessante en moeilijke themata zoals de collusie tussen vakbonden en bedrijfsleiding, tussen privé en publieke belangen, tussen geleuter om toch maar geen gedegen analyse te moeten produceren of laten vertellen.
Een misser dus, behoudens een enkele inkijk in de betekenis van GuanXi, het netwerk waar alle Chinezen dienen te functioneren om te kunnen overleven, binnen het gezin, de familie, de clan, het bedrijf, de buurt enz. Zonder GuanXi ben je een vogel voor de vele poezen die zonder mededogen op de loer liggen om meer dan een bek vol veren te vangen. Ook de relatie tussen de auteur van Hakka Chinese afkomst en de verre familieleden die hij opzoekt en die hem in de goede traditie waardig fors laten betalen voor hun gastvrijheid. Hakka's zijn Han Chinezen die uit het Noorden op de vlucht voor de Mongoolse invasie terecht komen in het zuiden op de grens tussen de provincies Fujian en Guangdong, waar ze zich in grote ommuurde boerderijdorpen moeten terugtrekken om zich de Han buren van het lijf en de bezittingen te houden. Het verhaal van zijn familie en de terugkeer spreekt nog het meeste aan in dit boekje.

Een heel ander verhaal is het boek van Gustaaf Geeraerts en Jonathan Holslag, Macht of mythe? Achter de schermen van het Chinese groeimirakel. Uitg. VUB Press
Hier wordt wel een gedegen historische, economische, sociale en politiek analyse gemaakt van de huidige ontwikkelingen van China.

254. Grenzen aan de groei.
Werkloosheid in China (door de grotendeels jobloze groei en stijgende migratie van werklozen van het platteland) inflatie en de ongelijke geografische spreiding van de groei leggen dus een zware hypotheek op de verdere ontwikkeling. Nu reeds maken deze drie problemen de interne situatie explosief, vooral in de steden. De extreme ongelijkheid tussen rijk en arm werkt als een brandversneller in op de frustratie onder de miljoenen ontredderde arbeiders. In combinatie met een steeds groter aantal hooggeschoolde werkloze jongeren gaat van deze groep een enorme mobilisatiekracht uit. Eén vonk kan volstaan om een hele stad in oproer te brengen. De politieke elite erkent dit probleem, maar staat met de handen in het haar. Hoe moet ze omgaan met de patstelling tussen de hoge verwachtingen enerzijds en de beperkte vooruitgang anderzijds?

257. De kans dat China ooit zal uitgroeien tot de nieuwe supermacht, is klein. Het land botst steeds meer op de grenzen van zijn eigen groei. Ook zijn omgeving heeft het moeilijk om al dat geweld te absorberen. China staat voor de tweesprong. Ofwel slaagt het in zijn ambitie, ofwel valt het opnieuw uiteen. Een tussenweg bestaat niet. In al onze euforie over het Aziatische groeimirakel zou het kortzichtig zijn om geen aandacht te besteden aan een plan B.

Lees verder »

Archief

Filip Rogiers en Jan de Zutter in de strijd tegen de cynische rede…

23 november 2006

In ‘Opiniemakers’ van De Morgen( 10.11.2006) onder de titel ‘Metselaars moeten Metselen’ ziet Filip Rogiers in de door Noël Slangen gestuurde VLD draai naar het georganiseerde  middenveld vooral een illustratie dat de soms krampachtige zoektocht van ‘de politiek’ naar antennes in de samenleving onverdroten voortgaat. Meer nog, hij vindt dit een zoveelste exponent van 'dat nog altijd fantastische streven van mensen die de samenleving willen blijven maken. Cynisme geeft geen pas in de Wetstraat.'
In diezelfde krant had Jan de Zutter, publicist en stafmedewerker van de sp.a, in januari van dit jaar al eens een vurig pleidooi gehouden tegen het cynisme als een slepende kwaal die het fundament van de samenleving aantast:
“De ideologie van de cynicus wortelt inderdaad in een absoluut wantrouwen in goede bedoelingen en oprechtheid. Want de cynicus weet – of denkt te weten – dat er toch steeds een addertje onder het gras schuilt. Cynisme legt daarom de basis voor antipolitiek, voor asociaal gedrag en voor het verwerpen van elke solidariteitsgedachte. De cynicus teert op de zelfvoldane wijsheid dat de wereld slecht en corrupt is, en toont dat aan door middel van wrede en gevoelloze spotternij.”
Wanneer jongeren reeds jaren de boodschap krijgen dat ze aan de slag moeten en ook willen maar niet of nauwelijks aan werk komen, heet het dat de mentaliteit moet veranderen onder de jeugd. Dat zal ongetwijfeld zo zijn.
Wanneer 45-plussers na jaren hun job kwijtraken, is het uitzicht op nieuw werk bijzonder twijfelachtig en toch krijgt het oudere deel van de beroepsbevolking van socialistische minister Frank Vandenbroucke de boodschap dat ze het zeker tot 68 jaar professioneel moeten zien vol te houden. Peter Van Velthoven loopt zich nog wat onwennig in, zeker nu het VW debacle geen Limburgse aangelegenheid is zoals Ford Genk dat met forse Vlaamse overheidssteun tijdelijk kon gekeerd worden in een ééntweetje van Stevaert en Dewael. 

Dit kan enig cynisme kweken bij deze doelgroep.
VLD economie topper Paul De Grauwe weet zelfs te verklaren dat gepensioneerden te lang leven en het hele jaar door met vakantie gaan, terwijl een andere groep moet wroeten als mieren. Is het verwonderlijk dat cynisme een levenshouding wordt bij mensen die zich voortdurend op zo'n manier geschoffeerd weten?
Wanneer honderden tot duizenden personeelsleden van Volkswagen Vorst, van De Post, van Opel Antwerpen en de vele toeleveringsbedrijven ondanks hun inzet en dagelijkse inspanningen om hun behoorlijk zware job fatsoenlijk in te vullen, als overbodige balast gedumpt worden wanneer de economische belangen – dat heet dan meteen in de mond van sommige politici ‘nationalistische belangen’ waar hun voorouders de piotten zingend een wereldoorlog mee tegemoet deden marcheren – dan vraag je je af of deze journalisten en politieke publicisten wel beseffen waarover ze het hebben en wat precies hun positie is tegenover of misschien wel binnen de cenakels van de ‘macht’.
 
Is cynisme niet eerder een gezonde en verstandige levenshouding wanneer je als modale burger geconfronteerd wordt met politici die een verhaal slijten van gratis belastingverlagingen en zich specialiseren in oppervlakkige populistische verhalen.
Een gezonde vorm van cynische rede is een houvast om een maatschappelijk en persoonlijk engagement te blijven voldoen voor mensen die reflecteren op hun positie in de samenleving of wat er van rest.
Wie niet behoedzaam reflecteert over de talloos nieuwe praatjes van politieke kopstukken, reclamegoeroes en vaak ook journalisten en publicisten, dreigt te verstikken in een omarming van een wurgslang.
“En op de bodem van de diepe waters
wordt de globale aarde omkneld
door de gigantische wurgslang
zwelgend in het rituele slijk
allesverslindend en religieus verbindend
.”Pablo Neruda, Canto general
Wanneer vluchten niet meer kan, houden we elkander beter bij de hand in de ochtendschemer '?
 
Politiek is een keihard gevecht om de macht, niets anders dan de macht en dat rond thema's die de organisatie van een maatschappij zouden moeten behelzen. Politici spelen een theater waarmee ze dingen naar de gunst van de kiezer met de belofte dat ze de troon van de macht zullen verlaten als de kiezer dat wil. Toch klampen de partijbonzen zich vast aan die macht en zijn ze grif bereid de potentiële kiezer in alles naar de mond te praten. Niet alleen bij de sp.a wordt het partij- en verkiezingsprogramma bepaald door marktonderzoek en opiniepeilingen. Na het succes van de Nederlandse SP die zich erop beroept de linkse klank van Neerlands Hoop te verpersoonlijken bouwen zelfs de Belgische PvdA – kopstukken hen na met de ontboezeming dat zij als doorwinterde Stalinisten enkel de stem van het eigen volk willen zijn: zij doen enkel wat de mensen willen
Is het dan niet verstandig dat een bezorgde burger een gezonde dosis argwaan koestert wanneer politieke partijen plots hun basisideologie in willen ruilen?
Is het cynisme dat Filip Rogiers opmerkt, niet eerder een blijk van gezond wantrouwen tegenover de goede bedoelingen van onze politieke toppers die zich graag als slangen vervellen om zich aan de troon van de macht vast te klampen? Van een metselaar moet je vakwerk verwachten, van een politicus een standvastig personnage. Het infantiliseren van de kiezer is puur sarcasme vanwege de partijleiders en dat is veel erger dan het cynisme dat zij steeds vaker bij de burgers ervaren.
Jan Van Duppen, gewezen gemeenschapssenator sp.a-spirit.

Archief

Theodore Dalrymple, DRUGS, de mythes en de leugens – Nieuw Amsterdam 2006

19 november 2006

Theodore Dalrymple, DRUGS, de mythes en de leugens – Nieuw Amsterdam 2006

In zijn nieuwste publicatie trekt Dalrymple op de hem eigen lapidaire en indringende wijze de sluiers weg van de drugverslaving en de daarbij behorende zorgbureaucratie.

Hij weet historisch de lijn te vinden van Engelse romantische dichters en schrijvers uit de 18 de eeuw, langs Franse volgelingen genre Baudelaire, tot Trainspotting van vandaag.

Voor Dalrymple ligt het kalf van de verslaving gebonden bij een gebrek aan een nastrevenswaardig toekomstbeeld en een overvloed aan zelfmedelijden dat rijkelijk onderhouden wordt door een pose van lijden en last om medelijden op te wekken bij de medeburgers en vooral bij het bureaucratische circuit van zorgverleners dat de drugsverslaafden veel harder nodig heeft om in haar eigen gesubsidieerd voortbestaan te blijven voorzien dan dat de drugsverslaafden de bureaucratie van de drugsverslaving nodig hebben.

Hij pleit tegen de legalisering van hard drugs omdat dit geen van de geschetste problemen zal oplossen.

Zijn schetsen van hedendaagse verslaafden die zich wentelen in romantische pozes om hun grenzeloze bestaan toch enige interessante vorm te kunnen geven in de medelijdende ogen van de medemensen, zijn bijtend en pijnlijk herkenbaar voor de verslaafden die vaak liever en gezonder in een reële gevangenis verkeren dan te moeten leven in een vrijheid die ze wegens het ontbreken van zelfgestelde grenzen in hun eigen hoofd, niet kunnen dragen: vrijheid is voor verslaafden een concentratiekamp waaraan ze ten onder gaan.

De verantwoordelijkheid ligt in deze niet bij de maatschappij, maar bij de mensen zelf die in de traditie van zijn vorige boeken moeten geconfronteerd worden met de gevolgen van de keuzes die ze maken, wat het leven ook een heel stuk spannender en dus boeiender en minder leeg of vervelend zal maken, waardoor de risico’s van een verslaving minder interessant zullen blijken te zijn.

Ik kan er niet langer omheen: Marx mag dan wel wat premature sociologische ambities hebben gehad, zijn stelling '?Niet het bewustzijn van de mensen bepaalt hun zijn, maar omgekeerd, hun maatschappelijk zijn bepaalt hun bewustzijn'?  is behoorlijk van de pot gerukt. Het is in de voorbiej geschiedenis een een illusie gebleken voor de maakbaarheidsideologie waaraan zijn volgelingen zich te buiten gingen en gaan. Gegeven deze stelling is het knutselen aan het maatschappelijke zijn, aan de plaats in het productieproces, bepalend voor de richting waarin het bewustzijn van mensen kan evolueren. Als er sociologisch al enige grond voor bestaat, is de betekenis van het denken, de illusie die mensen zich maken, de ideeën die ze zich in hun hoofd zetten, zo mogelijk veel bepalender voor hun handelen dat waar ze zich bevinden in het productieproces. Ergo, hun persoonlijke verantwoordelijkheid en eigen wilsbeschikking is veel groter dan door de marxisten wordt erkend. Wie dat ontkent, is idealiter op weg naar het infantiliseren van mensen en legt zo de basis van een fascistisch populistisch maatschappelijk bewustzijn. En dat gaat finaal ten onder aan verveling, ellende en lijden van derden die als de boosdoeners worden gebrandmerkt.

De sociaal democratische variant  is in de voorbije decennia in de welvaartstaten van West-Europa ook getuige geweest van dit zelfvervullend mechanisme van lijden en medelijden, vals appel op solidariteit vanuit vermeend eigenbelang, wat op termijn het hele systeem van de verzorgingsstaat om zeep zal helpen. De gezondheidszorg gaat kapot aan de vermarkting van de angst voor ziekte en dood en de cultus van de preventie als een vorm van infantiliserende bezigheidstherapie.

Dat weet Dalrymple als geen ander te onthullen. Hij doorprikt de theatrale poze en toont onbeschroomd de peilloze leegte van ieder romantsich zelfmedelijden.

Tenslotte ligt de Duitse romantiek mee aan de basis van de nazi-ideologie.

117. We hebben gezien hoe William Burroughs de wereld niet boeiend genoeg vond om zijn aandacht lang vastgehouden. Die wereld was gewoon niet echt goed genoeg. In zijn geval was dit een individuele, vermoedelijk aangeboren gril, want hij kwam uit een milieu waarin zo’n houding relatief ongebruikelijk was, ofschoon er natuurlijk wel precedenten bestonden. Maar tegenwoordig bestaat erin de meeste westerse samenlevingen een milieu waar taedium vitae veel voorkomt en haast normaal is. Dit is het milieu waaruit de grote meerderheid van de heroà?neverslaafden voortkomt; en het zijn geen vervelende pseudo-intellectuelen als Burroughs.
De jongeren uit dit milieu zijn ontevreden en hebben reden om dat te zijn. Ze zijn merendeels arm, zij het natuurlijk niet in absolute zin. Integendeel: ze zijn gezonder, beter gevoerd, gekleed en beschut dan grote meerderheid van de wereldbevolking, zowel die van vroeger als die van nu, en beschikken over goederen waarvan de complexiteit onze voorouders versteld zou hebben doen staan. Maar ze zijn arm binnen de context van hun eigen samenleving (wat in psychologisch opzicht de doorslag geeft) en zo slecht opgeleid (ditmaal wel in absolute zin) dat elke historische of geografische vergelijking die hen in staat zou hebben gesteld om hun armoede enigszins te relativeren, voor hen veel te hoog gegrepen is.
Zij hebben geen intellectuele of culturele interesses. De troost van godsdienst is voor hen niet toegankelijk. Hun familieleven, als je het zo kunt noemen, is gewoonlijk een totale chaos, een drijfzand van stiefouders, stief- en halfbroers en -zusters, volstrekt zonder ordelijk opeenvolging van generaties. Hun seksuele relaties vormen een caleidoscoop van vluchtige paringen (dikwijls leidend tot in de steek gelaten nageslacht), gemotiveerd door de onmiddellijke behoefte aan seksuele ontspanning en nogal eens gecompliceerd door een primitieve egocentrisch bezitsdrang waaruit gewelddadigheid en conflicten voortkomen. Hun emotionele leven is intens maar oppervlakkig en hun contacten met andere woorden eerder beheerst door macht dan door andere principes. Leven is een kwestie van doen wat je je kunt veroorloven.
Hun economische vooruitzichten zijn slecht. Ze zijn ongeschoold in landen met een beperkte vraag naar ongeschoolde arbeid. Als ze in landen wonen waar men geen limiet aan de duur van uitkeringen stelt, loont werken voor hen amper de moeite; ze verdienen maar een greintje meer met dan zonder werk en kunnen veel minder vrij beschikken over hun tijd. Het werk dat ze doen is steevast eentonig en saai; en misschien heeft de mens eens bevrediging kunnen putten uit het vervullen van een ondergeschikte taak, uit een leven van bescheiden dienstbaarheid aan anderen, in onze tijd tref je een dergelijke nederigheid niet vaak meer aan.

Lees verder »

Archief

Monaldi & Sorti, Veritas, uitg. ' In het teken van de Bezige Bij' Amsterdam Holland – 2006

15 november 2006

Monaldi & Sorti, Veritas, uitg. ' In het teken van de Bezige Bij' Amsterdam Holland -  2006

Hun beider meesterstuk in zeven delen ontwikkelt zich na ' Imprimatur' en ' Secretum' gestaag verder in 'Veritas'. De ondertitel blijft ‘Literaire thriller’ – voor mij gaat het om een ‘Politieke Literaire Thriller’ met de klemtoon op het eerste epitheton: Monaldi & Sorti slagen er met hun forse boekdelen steeds weer in om de wereldpolitiek op adembenemende en vaak zeer verrassende wijze aan het woord te laten – dit keer weer meer dan 700 pagina’s met noten, bibliografie en een lijst met de aangehaalde muziekstukken (die best ook op cd worden uitgebracht om na te mijmeren en te genieten van de kunsten van toen). Het notenapparaat is een pareltje op zich waarmee ze van naaldje tot draadje hun stellingen onderbouwen aan de hand van een enorme hoeveelheid archiefstukken die ze bij elkaar gezocht hebben. Verrassende verbanden en verklaringen voor historische feiten waarvan de duisternis heel anders oogt nu zij er hun licht over hebben laten schijnen. Niets is immers wat het lijkt: alleen het beeld van het achrosticon lijkt eeuwige onveranderlijkheid te suggereren in het hoofd – het collectieve onderbewustzijn – van de mensheid: Iesum Solum?
Na Rome en Parijs is 'Veritas' een handleiding voor het Wenen van eind XVII begin XVIII eeuw.
Fascinerend wentelt de politieke wereld rond de troon en nadien omheen het sterfbed van Keizer Jozef I, de Zegevierende, die net als veel andere gekroonde heersers en hun nazaten met troonambities het loodje legt door haemorragische pokken, het gevolg van inoculaties, of vaccinaties avant la lettre.
Dit keer bewaren de auteurs hun bijzonder actuele filosofische beschouwingen voor de slotwoorden van de intussen tot stilzwijgen in zichzelf gekeerde schoorsteenveger uit Rome, die dan voor de derde keer het theater van de wereldpolitiek heeft aanschouwd aan de zijde van de intussen hoogbejaarde Italiaanse Abt Atto Melani, spion voor de allerchristelijkste koning van Frankrijk. 
De Keizersstad Wenen is in ‘Veritas’ het decor dat gedetailleerd geschilderd wordt met de alles doordringende blik van de beide meesters die intusen zelf in Wenen in ballingschap vertoeven omdat ‘Nemo propheta in patria’... Wenen was 300 jar geleden nog het kruispunt van Oost en West: de adem van de Turken en de volkeren uit ‘Half Azië’ ruik je in ‘Veritas’ tussen de kieren en in de straten.
Monalid & Sorti argumenteren met 'Veritas' overvloedig dat de Nieuwe Tijden echt aangebroken zijn met de Spaanse successieoorlog. Vanaf dan wordt het steeds duidelijker dat in Europa en daarbuiten niet langer de macht van vorsten en erfelijke heersers aan de orde is, maar de macht van het kapitaal dat niet meer statisch in goud of zilver verschijnt maar zich steeds vaker verbergt en betovert in papiergeld en waardepapieren, die zoals alle papier verduldig zijn en iedere leugen van hun scheppende heerser met trots en misprijzen dragen. Koningen die zich niet schikken naar de wensen van het kapitaal dat hun feesten en oorlogen, hun decor en hofhouding financiert, worden afgelegd op de vuilnisbelten van de geschiedenis.
Er klinkt heimwee in de woorden van abt Melani en zijn schoorsteenveger, heimwee naar de tijden dat helden nog goed en in hun ogen eenlijnig waren.
Voor de auteurs is met de Spaanse successieoorlog Europa en van daaruit de hele geglobaliseerde  mensheid definitief  aan de ondergang begonnen: '? In mijn boeken schrijf ik over één onmetelijke tragedie waarin de stervende held de mensheid is, die haar tragische strijd, die tussen wereld en natuur, eindigt met de dood. Omdat het helaas geen andere held heeft dan de mensheid, heeft dit drama evenmin een andere toehoorder. Maar waaraan gaat mijn tragische held ten onder? Hij is een held die ten onder gaat aan een situatie die hij over zichzelf heeft afgeroepen als een roes, en tegelijk als een verplichting.'?
Voorwaar gruwelijke voorspellingen, die de geschiedenis naar waarde zal weten te schatten.

Ik kan me echter niet ontdoen van het gevoel dat Monaldi & Sorti de millennia voordien idealiseren en geweld aan doen wanneer ze daar alleen maar rechtlijnige helden en heersers zouden herkennen.

De Ilias van Homeros '? 2500 jaar ouder dan de Spaanse successieoorlogen -  is volgens Robert Calasso in 'De Bruiloft van Cadmus en Harmonia' het boek van de helden die door de goden bewogen werden. In de Ilias wordt ook het mechanisme van de inwisseling op gang gebracht, waardoor iedereen en alles  vervangbaar wordt. Wanneer de mens inruilbaar wordt, herhaalbaar en vervangbaar dan komt het proces van verdierlijking op gang, waarbij het meest individuele verdwijnt en wat overblijft is het naakte leven dat samen gedrumd kan worden in de naamloze collectieve kooien, de kampen van de twintigste en de eenentwintigste eeuw.
Misschien voorspelt dit het lot van de geglobaliseerde mensheid, vandaag en morgen.
Odysseus daarentegen is de laatste held. Hij sluit de cyclus. Odysseus gaf voor het eerst voorrang aan het indirecte boven het directe, aan sluwheid boven aanwezigheid, aan behoedzaamheid boven een rechtlijnige aanpak. Lang voor al deze eigenschappen in de loop der eeuwen werden toegeschreven aan kooplieden, vreemdelingen, joden en komedianten, had Odysseus zichzelf ermee getekend. De held gaf een voorproefje van de leefwijze waarin noch aristocratische openheid, noch democratische vrijheid van meningsuiting zouden volstaan.
Terwijl aristocratische helden als Achilles en Agamemnon zich in ons geheugen griffen als overblijfselen van een voorbije wereld, opgeslokt door een catastrofe, blijft Odysseus ons vertrouwd als een onzichtbare metgezel.

 

649. In de luwte van de nieuwe demon uit Engeland die de geldhandel is, wordt de natuur door hysterie overweldigd. Haar gewapende arm is papier. De couranten hebben in deze laatste jaren een ware explosie gekend die niet lijkt op te houden. En ik wilde als jongeman nog wel journaalschrijver worden!.
Couranten zijn machines, waaraan het leven van mensen wordt uitgeleverd. Het leven dat deze machines verslinden is uiteraard zoals het in een tijd als deze, de tijd van machines, wel moet zijn; enerzijds stupide, anderzijds krankzinnige productie, allicht, en het een wat meer en het andere minder gestempeld door het kenmerk van platheid.
Het papier beveelt het wapen en heeft ons al tot invaliden gemaakt voordat er slachtoffers van kanonnen vielen. Waren niet alle rijken van de fantasie al geplunderd toen dat door de pers gedrukte vel de bewoonde wereld de oorlog verklaarde? Niet dat de pers de machines van de dood in beweging heeft gezet; maar wel heeft ze onze harten leeggemaakt, zodat we niet meer kunnen bedenken hoe het geweest zou zijn zonder couranten en zonder oorlog. Ziedaar zijn verantwoordelijkheid in de oorlog. En van de wijn van zijn wellust hebben alle volkeren gedronken, en de koningen der aarde hebben ermee genaaid, en wij vielen door de schuld van de hoer van Babylon, die – gedrukt en verspreid – ons in alle talen van de wereld overreedde dat er vijanden waren en dat er oorlog moest zijn.
416. De Ottomanen betekenen op zich eigenlijk niets. Door de eeuwen heen zijn ze altijd de sterke arm van het Westen geweest, tegen het Westen zelf gericht. 200 jaar geleden heeft de koning van Frankrijk, Frans I, Suleiman de Grote voorgesteld om het keizerrijk in Hongarije aan te vallen; een voorstel dat verwelkomd werd, en met succes. In Italië riep de stad Florence Mohammed II te hulp tegen Ferdinand I, de koning van Napels. Om de Portugezen, die hun handel in de weg zaten, uit de Levant te verjagen  heeft Venetië de troepen van de sultan van Egypte ingezet. En een keur aan Italiaanse militaire ingenieurs heeft de sultan zijn diensten aangeboden, mits die goed betaald zouden worden. Toen Philips II van Spanje tot de verovering van Portugal overging heeft hij de koning van Marokko land geschonken om hem gunstig te stemmen en zo christelijk grondgebied in de handen van de ongelovigen gegeven: en dat om een katholieke koning te kunnen uitkleden. Zelfs de pausen Paulus III, Aleksander VI en Julius II hadden de hulp van de Turk ingeroepen toen hun  dat uit leek te komen. In het jaar 1683 had zelfs de allerchristelijkste koning heimelijk de Turken gesteund toen die Wenen bedreigden.

Lees verder »

Archief

Jonathan Littell, 'Les bienveillantes' ed. Gallimard – vertaling bij De Arbeiderspers in het voorjaar.

12 november 2006

Jonathan Littell, 'Les bienveillantes' ed. Gallimard -  vertaling bij De Arbeiderspers in het voorjaar.
Henk Prà?pper in Vrij Nederland:

De waarheid is misschien minder van de feiten dan van de tendensen en essenties, en openbaart zich mogelijkerwijs ook juist via de esthetische werking van de roman. Die waarheid vertrekt weliswaar vanuit de geschiedenis, maar verhoudt zich ook in hoge mate tot de toekomst: welke lering kunnen wij uit de gedragingen van mensen in allerlei omstandigheden trekken?

(...)

De roman is niet alleen gebaseerd op historische feiten en gegevens, de roman leeft er zelfs van. Historische werkelijkheid en romanwerkelijkheid zijn bijna maximaal vervlochten.

(...)
Door Napoleons veldtocht tegen Rusland en Tolstojs beschrijvingen weten wij hoezeer het weer en de natuur van vrienden in vijanden kunnen veranderen. Die vergeten les zingt voor de lezer mee onder het zingen van de motoren, maar is voor de soldaten niet te horen. Essentieel in hun vorming en 'filosofie' is de opoffering van alle twijfel, geloof in de juistheid van hun handelen. Van al hun handelen. Dit impliceert het aanvaarden van alle consequenties van een visie. Die visie, die 'Weltanschauung'is uiteindelijk even slap als de rug van het boek, maar lange jaren zeer bepalend. Op basis van de Weltanschauung scheidde men sterke en zwakke rassen, schiep men een ziek idee van zuiverheid en maakte men gebruik van (quasi)wetenschappelijke theorieën ter onderbouwing van allerlei acties.

Archief

René Magritte '? Léon Spilliaert '? Henri Moore

5 november 2006

René Magritte '? Léon Spilliaert '? Henri Moore

Het is een fascinerende ervaring om de eye- opener van Roberto Calasso in 'De literatuur en de goden' steeds vaker te herkennen op de meest onverwachte '? maar ook verborgen op zeer verwachte '? plaatsen. Calasso herkent de invloed van Lautréamont – Isidore Ducase met zijn Chants de Maldoror op de literatuur van de XIX de eeuw en illustreert dit aan de hand van Stéphane Mallarmé: ' Si les dieux ne font rien d'inconvenant, c'est alors qu'ils ne sont plus dieux du tout. '. Calasso trekt de parallel met de mythologische teksten uit het Sanskriet die zich bekennen tot een vergelijkbare interpretatie van de wereld: goden en drogbeelden verdringen elkaar op het podium met gelijke rechten. Geen enkele theologische macht is nog in staat ze in de hand te houden en de orde te bewaren.
Een ongemakkelijke waarheid, een ongemakkelijke werkelijkheid, de werkelijkheid achter de werkelijkheid. Kortom 'Niets is wat het lijkt', of met OvidiusNil homini certum – Niets is voor een mens zeker.

René Magritte (1889 '? 1967) Boijmans Van Beuningen Rotterdam
Bijna veertig jaar na zijn grote retrospectieve presentatie in Museum Boijmans Van Beuningen (1967) loopt een nieuwe tentoonstelling 'Voici Magritte' met voor het eerst enkele belangrijke schilderijen samen met een keuze uit zijn werken op papier: tot 3 december 2006.
Op de tentoonstelling wordt veel aandacht besteed aan Magrittes collagetechnieken waarbij deze geà?nterpreteerd worden als de aankondiging '?van een radicale scheuring in de wijze van voorstellen, vergelijkbaar met grootse veranderingen in de muziekgeschiedenis zoals bijvoorbeeld bij Strawinsky. '?
Merkwaardig was de coverillustratie van Magritte voor 'Chants de Maldoror' van diezelfde Isidore Ducasse: een boomstam in de vorm van een vrouwenlichaam dat herleid werd tot voor velen primordiale geslachtskenmerken. Spijtig is dan wel dat belangrijk werk van Isidore Ducasse '? le comte de Lautréaumont wel in het bezit is van Boijmans '? Van Beuningen maar niet te zien is tijdens 'Voici Magritte', hoewel de website de bezoeker attent maakt op deze buitenkans naast een en ander van Salvador Dali. http://www.maldoror.org/http://www.dali-ducasse.com/.

 

Léon Spilliaert (1881 '? 1946) Koninklijke Musea voor Schone Kunsten Brussel


De schitterende tentoonstelling 'Léon Spilliaert, een vrije geest' in de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België was ook een eye-opener, maar dit keer van een absoluut topniveau: schitterende presentatie van een ongelooflijke reeks meesterwerken met een boeiende audiogids en een beklijvende inleiding, waar Spilliaert door Maeterlinck getypeerd wordt als de schilder van de werkelijkheid achter de werkelijkheid en waar ook hier Isidore Ducasse met zijn 'Chants de Maldoror' op de proppen komt. De catalogus bij Ludion is een prachtboek waar op een heel andere manier over het werk en de persoon van Spilliaert wordt geschreven dan 'als wees tussen de stoel van het symbolisme en het expressionisme gevallen'.
Spilliaert hoort helemaal niet thuis tussen die kunststromingen, hij is die stoelen ver overstegen. Hij is er namelijk in geslaagd die andere werkelijkheid te vatten, ongemakkelijk, dat wel, maar met een grote integriteit en een fenomenaal respect voor de ander. De nacht gaf hem de kans te zien waarvoor overdag onze ogen door het licht verblind worden. Zijn zelfportretten in spiegelbeelden boden hem en vandaag ons een blik in de ziel van de ander.
Of zoals Roberto Calasso het omschreef: '?In Mallarmés appartement bevond zich een Venetiaanse spiegel, een soort talisman. Daarin voelde hij zich wegzinken gedurende het proces dat hem 'de Duisternis in had gesleept, wanhopig en eindeloos'. De spiegel weerkaatste inmiddels niet langer diegene die erin keek en zijn spiegelbeeld bestudeerde.'?(p.82) '?Achter de wankele coulissen van wat zich ' werkelijkheid ' laat noemen, komen de stemmen in opstand. Als niemand naar ze luistert, maken ze zich meester van de kleren van de eerste de beste die langskomt en bestormen ze het toneel, met alle desastreuze gevolgen vandien. Wat geen gehoor vindt, is per definitie gewelddadig.'?(p.131) '? Als kennis niet wordt ontdekt maar verzonnen (Nietzsche), houdt dat in dat de verbeelding daar een belangrijke rol bij speelt. Nietzsche durft zelfs te beweren dat het intellect juist in het verbeelden zijn voornaamste vermogens ontplooit.('?) Met één klap kende Nietzsche de kunst een hoofdrol toe bij het doorgeven van kennis. Kennis en verbeelding waren niet langer tegenstanders maar bondgenoten.'?(p.133) http://www.expo-spilliaert.be
Laat ons ziende blind zijn! Ons voelen, ons ruiken, ons horen, ons denken zal er wel bij varen. Laat ons elkaar in de blinde ogen kijken,  zodat ieder van jullie ook zichzelf kan zien,  wanneer je de oogleden sluit,  een negatief beeld tegen een bloedige achtergrond,
van al wie voor ons kwam en al wie na ons zal zijn.

 
Henri Moore ( 1898 '? 1986) Kunsthal Rotterdam

'Sculptuur en architectuur' staat voor een boeiende verzameling werken die voor altijd onze herinnering bewonen wegens eens gezien, blijvend aanwezig in je denken. Van reeds lang geleden in het Krà?ller Müller '? 'Upright Motives' – het Middelheim Openluchtmuseum '? ‘Koning en Koningin’ '? en 'Vrouw omhuld op trappen' in het KMSK te Brussel – staat zijn vormenspel op ons netvlies gebrand. Moore zelf heeft ooit gezegd: '?De wereld van de vormen leren we kennen door ons eigen lichaam. Van de borst van onze moeder, van onze botten, van het in botsing komen met dingen leren we wat zacht en hard is.'?
Een merkwaardige ervaring krijg je dan in de Kunsthal wanneer duidelijk wordt waar die vormen vandaan komen en waar Henri Moore vertrokken is met zijn fameuze 'liggende vrouwen' tot gebroken vormen waar onze blik doorheen kan draaien en ons denken in kan wonen. Veel van Moores werk na de tweede wereldoorlog is herkenbaar in zijn bijna mythische schetsen van de schuilkelders in de Londense Metro tijdens de Blitzkrieg, waar tienduizenden mensen, anoniem in dekens gehuld liggen en wachten en midden deze eindeloze kudde schuilende vluchtelingen relaties te lezen zijn in gebroken vormen.
'?Voor een beeldhouwer in onze tijd is het belangrijkste probleem de ruimte. Vorm en ruimte horen niet alleen bij elkaar, ze zijn in wezen één. Zonder vorm geen bewustzijn van de ruimte.'? Dat geldt zeker ook voor zijn Rotterdams bakstenen 'Wall Relief' uit 1955 bij strijkend zonlicht op het Weena.  De dvd 'The Art of Henri Moore’ uit 2004 bij Illuminations biedt een uur lang een betoverende blik in het werk en het denken van de meester van de menselijke vormen.
In het oude Griekenland werd het rituele brons voorzien van de griffioen met zijn machtige open snavel en flitsende tong, maar ook van de leeuw of de stier.
In het Dorische Griekenland nam dat vaatwerk één enkele overheersende vorm aan: de drievoet, die het oplichten van een nieuwe bloeiperiode aangeeft.
Maar daarna verdween de drievoet voorgoed, verdrongen door een andere vorm:
die van de menselijke gestalte!
http://www.kunsthal.nl/agenda.html – tot 28 januari 2007