Er is nog zo veel dat ongezegd is. (Rutger Kopland)

Dupslog

Archief

Uwe Timm, Rood. Uitgeverij Podium Amsterdam

31 december 2006

Uwe Timm, Rood. Uitgeverij Podium Amsterdam 
‘Rood’ is een mantra voor de geachte rouwenden, die door de lijkredenaar worden toegesproken, waarbij de lezer nu eens lijk, dan weer rouwende of geà¯ntrigreerde toeschouwer wordt.

Uwe Timm spreekt in waardige bewoordingen over ons als aflijvige en tot ons als toeschouwer of medeplichtige. 

Het maakt ons treurig maar lucht tegelijk op.

Wij waren niet alleen, niet als lijk, niet als deelnemer niet als rouwende, al die jaren van ons leven. 

Ook in Duitsland en heel Europa waren wij toen met talloos velen en dwazen en azen want het leek wel of wij niet anders konden.

Maar dat was een gekoesterd drogbeeld waarin we ons konden hullen als het zo uitkwam ter bescherming voor de kou van de dwaasheden waarvoor wij ons behoed hebben door de twijfel die we zelf zaaiden te koesteren als sluitsteen van ons denken.

Wij waren de velen en niet zoals in het Derwisjgedicht van Leonard Nolens.

 

Wij waren weinigen 
Wij waren sommigen.

Straatvechter spuwden in het gezicht 
Van hun ouders en spraken vanzelf.

Stenen schreven geschiedenis hoog 
In de lucht.

Wij waren enkelen. 
Wij waren anderen.

Wij bladerden ‘s ochtends door het strijdgewoel 
Van vette koppen.

Wij zagen ons nooit in de krant. 
Geen radio zond ons uit.

Wij waren weinigen. 
Wij waren sommigen.

Wij zochten tevergeefs de diepgang van dat strand 
Onder de straatplaveien.

Wij volgden op reuzenschermen onze verdwijning. 
En tijdloos klonk de hype van het wijfjesorgasme.

Wij waren enkelen. 
Wij waren anderen.

Rare rozen geurden Mallarméaans in het hart 
Van dode theorieën.

De taaie techniek van de oneliner stond als een dijk, 
Als een huis in een stad zonder ons.

Leonard Nolens, Derwisj gedichten, Bres IV, 8 
Uitgeverij Querido

‘Rood’ van Uwe Timm heeft literair de vorm van een muzikale canon, met op de achtergrond de herinnering aan de folia, of beter nog een jazzthema dat telkens weer begint vanuit de flashback bij de opening die het einde onthult, en een nieuw begin wordt voor een volgende lezing zoals een parcours door de Ring van Mà¶bius: het altijd wentelende wiel van de geschiedenis '“ anakukleioon – de Nietzscheaanse wederkeer.

Steeds blijer Europeër te mogen worden'¦

 

Lees verder »

Archief

Sjanghai, de Stad der Wonderen 2006

24 december 2006

Sjanghai, de Stad der Wonderen

Na meer dan 26 jaar heb ik eindelijk de moed gehad om opnieuw te dwalen doorheen de Franse Concessie in Sjanghai. Het had iets melancholisch. Ik wist 26 jaar geleden reeds '“ net zoals driekwart van onze delegatie van het populaire weekblad, zusterkrant van de Renmin Ribao '“ dat er niet echt van socialisme sprake kon zijn in China. Het socialisme dat ons voor ogen stond en dat een soort kwadratuur van de maakbaarheid vormde, bestond uiteraard enkel in de theoretische bijbels die wij toen reeds jaren spelden op zoek naar de enige ware leidraad voor het mensenpark, waarbij ons geloof in die maakbaarheid rotsvast leek te zijn.
Sjanghai en wellicht heel die memorabele Chinareis in het voorjaar van 1980 had zeer veel scheuren en barsten veroorzaakt in die ideologische rots, waarin het sijpelen van de twijfel en de ijzige vorst het nodige erosieve werk zou doen. Die twijfel werd gelukkig fundamenteel.

Misschien hoopte ik hier in 2006 mijzelf tegen te komen, hoe ik 26 jaar geleden gelukkig in de knoei van mijn zekerheid en twijfels doorheen de straten met platanen wankelde en tegen de immense stroom Chinezen probeerde in te gaan. Ik kon me toen enkel redden door beschutting te zoeken achter een pui: in die jaren liep heel Sjanghai nog naar zijn of haar werk, wegens geen metro, een enkele bus en fietsen als luxe artikel.
Ik ben bij dit bezoek mijzelf niet tegengekomen, ik was toen al dissident en het zou er alleen maar beter op worden.

Deze reis naar Sjanghai heeft voor mij iets van het schrijven van de rekening, de boekhouding van de misleiding, van de leugenaars, de goedgelovigen en hun priesters van het grote gelijk dat steevast op massaslachtingen uitdraait wegens de cultus van de ideologische zuiverheid als enige behoeder tegen revisionisme en dwaalwegen in de juiste leer.
Toen waren we er reeds heel ver in meegegaan, maar hadden we gelukkig ook reeds de scheuren in het behang gezien en een blik kunnen werpen op de werkelijkheid achter de schijn van het politieke festijn, ook in het China van 1980!
Toen begrepen we nog niet de noodzaak van het veinzen, de reddende kunst van de leugen, laat staan de cultus van het theater van de macht.
Maar de confrontatie met Sjanghai en de megasteden van vandaag in een reusachtig land dat de pretentie van een derde wereldland te zijn stilaan heeft afgelegd, leidt tot het fundamentele besef van het einde van de maakbare samenleving.
Dit is een bewustwording die aan mij vreet als wroeging en mijn hart doet wenen om Sjanghai en iedere Chinees die nog lijkt te geloven in de glorierijke weg naar rijkdom voor de rijken waardoor betere levensvoorwaarden voor de armen, in de oproepen van de partij en de bestuurlijke overheden tot een harmonieuze weg naar het heil der mensen in het Rijk van het Midden

Enkele foto's op flickR:
http://www.flickr.com/photos/59276281@N00/

Lees verder »

Archief

Platform Michel Houellebecq – NTGent

22 december 2006

De WARANDE Turnhout, donderdag 1 februari 2007 - 20.15 uur  

Vooraf causerie met Johan Simons, e.a. voor de liefhebbers…

NT Gent, Platform in regie: Johan Simons '¢ naar: 'Platform' van Michel Houellebecq '¢ tekstbewerking: Tom Blokdijk '¢ met: Wine Dierickx, Els Dottermans, Maartje Remmers, Steven Van Watermeulen, Oscar Van Rompay en Ward Weemhoff '¢ dramaturgie: Koen Haagdorens
Met 'Platform' voorspelde Michel Houellebecq ruim een jaar vooraf de zelfmoordaanslagen van moslimfundamentalisten op exotische vakantiecentra in Zuid Oost Azië. De betekenis van Houellebecq als auteur heeft echter niet alleen te maken met dit soort profetieën en deprimerende toekomstbeelden. Hij analyseert in zijn werk zonder enige terughoudendheid  de essentie van onze beschaving, van menselijke samenlevingsvormen: “Het liberale kapitalisme heeft het denken in zijn greep genomen; tegelijkertijd hebben ook het mercantilisme, de reclame, de absurde, schaapachtige cultus van het economisch rendement en de allesoverheersende, tomeloze zucht naar materiële rijkdom zich doen gelden. Erger nog, het liberalisme heeft zich uitgebreid van het economische naar het seksuele vlak. Alle sentimentele fabeltjes zijn aan diggelen geslagen.” (uit 'Lovecraft')
In 'Elementaire deeltjes' gaf hij een paar voorzetten. Met 'De mogelijkheid van een eiland' biedt hij een boeiende variant op Aldous Huxley's 'Brave New World', visionair en pijnlijk in de schetsen over het leven van de nieuwe mens, tussen goden en wilden: de nieuwe wilden.
Michel Houellebecq is een geslepen schrijver met een groot gevoel voor de wetten van de mediagenieke beeldcultuur. Hij weet als de beste door te dringen tot de onderhuidse realiteit en onbeschaamd houdt hij zijn lezers de onloochenbare drijfveren voor: het liberalisme met de ultieme orgastische vrije markteconomie is het einde van de liefde en het samenleven van mensen. Houellebecq is een diepgefrustreerd romanticus op zoek naar de wortels van zijn pijn in de wereld waar hij moet leven en wij het met hem proberen vol te houden.
Vandaag hebben de sommige politieke spindoctors het Licht gezien na de studie van Houellebecqs 'De wereld als Markt en Strijd'. Zij zullen in de komende maanden appel doen op de diepgewortelde romantische verlangens naar een gevoelig middenveld en een zorgzame samenleving, een verhaal dat door andere reclamestrategen reeds geruime tijd verlaten was: verandering van spijs doet eten'¦hoewel overgewicht een ernstig gezondheidsprobleem oplevert.
Houellebecq zal echter niet meestappen in deze strategische wending.
In 'Leven, lijden, schrijven '“ methode' uit 1991 verklaart hij ,,een diep ressentiment jegens het leven als noodzakelijke voorwaarde voor elke waarachtige kunstuiting. ('¦) Spit onderwerpen uit waarover niemand wil horen. De achterkant van de faà§ade. Hamer op ziekte, lelijkheid, verval. Spreek over de dood, over de vergetelheid. Over afgunst, onverschilligheid, frustratie, liefdeloosheid. Wees abject, dan bent u waarachtig.('¦) Wees niet bang voor het geluk; het bestaat niet.”
Michel Houellebecq kent een eenvoudige remedie voor de monotheà¯stische cultus van de onmiddellijke behoeftebevrediging die het westen in zijn greep heeft: ,,Elk individu kan bij zichzelf een soort koude revolutie ontketenen door buiten de informatief-publicitaire stroom te gaan staan. Dat is heel gemakkelijk, het is zelfs nog nooit zo eenvoudig geweest als nu om je ten opzichte van de wereld in een esthetische positie te plaatsen: je hoeft alleen maar een stap opzij te doen. Je hoeft alleen maar een pauze in te lassen, de radio uit te doen, de televisie af te zetten; niets meer te kopen, niets meer te willen kopen.”
In 'Platform' propageert hij een ruileconomie met goedkope geheel verzorgde seksreizen als nieuwe vorm van lucratieve ontwikkelingssamenwerking: ,,Aan de ene kant zie je honderdduizenden westerlingen die alles hebben wat ze willen, maar geen seksuele bevrediging meer kunnen vinden,  aan de andere kant zie je miljarden individuen die in erbarmelijke omstandigheden leven en niets anders meer hebben om te verkopen dan hun lichaam en hun onbedorven seksualiteit. Dit is een ideale ruilsituatie. De poen die daarmee te halen valt is haast onvoorstelbaar'. 
Het cynisme van Michel Houellebecq is dan ook oprecht en maakt hem tot een waardige opvolger van Franse literaire grootheden als Franà§ois Villon en Louis Ferdinand Céline die ieder in hun tijd de lezer een blik gunden in de coulissen en achter het decor van de maatschappelijke machtsverhoudingen.
Met de toneelversie van Johan Simons en het NTG wordt het dramatische einde van 'Platform' een nieuw begin. De piste die Houellebecq terloops lijkt open te houden tijdens de race naar de catastrofe, wordt in het toneelstuk blootgelegd:  warme gevoelens voor en van een ander kunnen zelfs in ijswoestijnen de illusie wekken waaraan iemand zijn overleven dankt. Het is als een zomers bloemtapijt op de zompige taiga waar we altijd in het veen kunnen verdwijnen met ons verlangen naar menselijke warmte die bij de eerste sneeuw voor altijd ingevroren wordt. Maar wie niet waagt, zal het nooit halen. Wie wel blijft zoeken en openstaat voor een ontmoeting met een ander, loopt kans te overleven en een zinvol gevoel te krijgen bij zijn of haar leven met anderen. Zelfs in de meest erbarmelijke omstandigheden blijven mensen zich vragen stellen die door niets en niemand tot zwijgen kunnen gebracht worden. Dat is dan ook onze sterkte en veel meer dan een ongemakkelijke waarheid.

Jan Van Duppen – in de Podiumbrochure van C.C. De Warande – Turnhout

 

Archief

2007 – Il faut cultiver son jardin…

21 december 2006

Wij waren zoals jij met velen toen.
En elke voornaam was jij.
Wij lagen niet dwars in de mythe
Van onze familie.
Wij leerden geen rol dan de jouwe
Van mij en de mijne van jou.
Wij speelden onszelf in een helder theater.

Wij waren toen met velen zoals jij.
En praten was geen theorie.
En theorie was heel ons gevestigde vlees en bloed
Van hogerhand.
Wij kregen voor niks een begin
Van God en de koning.
En niemand stampte zichzelf uit de grond.

Wij waren zoals toen met velen jij.
En niemand nam onze mond in zijn handen
En knoeide met tongen.
Wij waren uniek als een iris.
Wij waren uniek als het regenboogvlies van een blinde.
Wij waren uniek als de vingerafdruk van doofstommen.
Toch waren wij geen vergelijking.

Leonard Nolens
Bres IV-2. Derwisjgedichten.
Uitg. Querido

252381961_c929baf061[1].jpg

http://www.flickr.com/photos/59276281@N00/252381961/

Juan Muà±os, Plaza -  K21 Düsseldorf

 

'œIl faut cultiver son jardin'

In 2007 hebben mensen
en hun omgeving zorg nodig,
een hand van ieder van ons.
Wij wensen u dan ook een zorgzaam nieuwjaar.

Globalisering is volgens Peter Sloterdijk de (her)inrichting
én het behoud van het mensenpark.
Het bestaan en voortbestaan van parken is het resultaat
van een voortdurende zorg van mensen voor hun leefwereld
waarvan ze afhankelijk zijn en waarin ieder van hen een rol speelt.
Parken zijn als beloken hofkes, waar mens en natuur elkaar ontmoeten.
Walter Benjamin zag de vooroorlogse politiek vooral bedreven in de antiekhandels.
Vandaag lijkt het een zaak van botanisten en tuiniers geworden.
De hele aarde wordt een hortus conclusus, jardin clos'¦

Vrij naar René Boomkens,
De nieuwe wanorde
, globalisering
en het einde van de maakbare samenleving.
 
Uitg. Van Gennep – Amsterdam

Archief

Afscheid van de wapenen.

19 december 2006

Afscheid van de wapenen.

Turnhout, 18 december 2006

Geachte heer Burgemeester,
Heren Schepen, Collega raadsleden,
In al uw graden en hoedanigheden,

Op deze laatste gemeenteraadszitting van de oude raad wil ik mij voor u en voor de Turnhoutse kiezer verklaren voor mijn zwijgen tijdens de voorbije jaren.
U zal ongetwijfeld begrepen hebben dat dit verband hield met de manier waarop mij reeds in 2003 de mond werd gesnoerd door de sp.a bonzen op nationaal en provinciaal vlak tot en met het de facto beroepsverbod dat mij als huisarts na 18 jaar werd opgelegd door de huisbaas van mijn praktijk.
Sommige van die partijbonzen hebben, zoals ik toen al meende te moeten voorspellen, het zekere voor het onzekere gekozen midden het bronsgroene eikenhout, ver van het populistische geschreeuw op de markt van gratis belastingverlagingen.
Het geeft u een idee van hoe het politieke métier bedreven wordt in dit land, bij sommige, zoniet de meeste partijen '“ toch zeker bij die het gevecht leveren om de troon van de macht die in een democratie steeds leeg moet blijven, maar die in deze context quasi permanent bezet wordt.

Ik citeer hier graag een boek dat ik u allen met veel overtuiging wil aanraden van Hanne Vibeke Holst, Koningsmoord, over de machtswissel in Denemarken na een decennialang sociaal democratisch bestuur dat eindelijk vervangen werd en  waar de strijd om de macht binnen de partij losbarstte. Zij weet op een hyperrealistische manier het verhaal van de macht en de mensen van de macht te schrijven.
'œIn de Deense politiek gaat het erom dat je je machtswellust zo min mogelijk laat zien. We doen alsof we de macht delen. Je moet beslist niet laten merken waar je op uit bent. Hoewel iedereen weet dat nummer twee per definitie wacht op het juiste moment om nummer één te wippen, om daarna zelf koning te worden. Net zoals iedereen weet dat nummer één van zijn kant uit alle macht alles zal proberen om de kansen van nummer twee te ondermijnen. Het is niet zo bloedig als in de tijd van Shakespeare, maar wee je gebeente als je betrapt wordt met bloed aan je handen.'

Deze tijden van zwijgen waren voor mij loden jaren, wegens zwijgen niet mijn sterkste kant.
Toch heb ik in de voorbije zes jaren door te horen, te zien en te zwijgen velen onder u leren appreciëren, met uw sterke en uw zwakke punten, met uw al dan niet oprechte '“ maar voor sommigen zelfs passionele – inzet voor deze stad en haar bewoners.
Dat siert deze leden van het college.
Dat siert deze leden van de gemeenteraad.
Dat siert deze personeelsleden van deze stad.

Ik kan niet verhullen dat ik ondanks dit loden zwijgen verheugd ben dat een nieuwe generatie socialisten in deze stad zelfbewust en los van demonen uit het verleden naar voor is getreden uit de slagschaduwen van de voorbije eeuw en voor het eerst zal deelnemen aan het bestuur van deze stad.

Hen wijs ik graag op het levensmoto van de Nederlands-Portugese Jood Baruch of Benedictus de Spinoza: 'Caute! '“ Wees behoedzaam!'. Hij was een oud leerling van de Antwerpse uitgetreden jezuà¯et Frans van den Enden en een van de vroegste en belangrijkste grondleggers van de Verlichting en het vrije denken.

Sommigen onder hen hebben de voorbije jaren van zeer nabij de minder fraaie kanten van de strijd om de macht, ook binnen de eigen politieke formatie mogen meemaken. Zij hebben tijdens de voorbije verkiezingscampagne ook mogen ondervinden waartoe de arrogantie van het grote gelijk, de pretentie van de eigen waarheid en het vermeende eigen kunnen kan leiden.
Opdat mensen elkaar niet zouden afslachten moeten zij van elkaar kunnen accepteren dat er meerdere 'waarheden', meerdere leugens en misleidingen kunnen bestaan en moeten bestaan, eenieder de zijne of de hare. Uiteraard weten de spelers en de toeschouwers dat het een spel is, dat het toneel is, maar zij accepteren dit politieke spel als alternatief voor de oorlog, voor een moordend en dodelijk handgemeen.

Ik heb leren begrijpen dat arrogantie in dit theater ongepast is.
Ik wens u dit dan ook toe.

Het ga u allen en deze stad verder goed.

Jan Van Duppen
Uittredend gemeenteraadslid Turnhout
Gewezen gemeenschapssenator

Archief

René Boomkens, De nieuwe wanorde – Globalisering en het einde van de maakbare samenleving. Uitg. Van Gennep Amsterdam

17 december 2006

René Boomkens, De nieuwe wanorde – Globalisering en het einde van de maakbare samenleving. Uitg. Van Gennep Amsterdam

De auteur geeft een boeiend overzicht van de gevolgen die de globalisering meebrengt voor het mensenpark: globalisering als het einde van de moderniteit, de functie van de woning, de betekenis van het netwerk tussen mensen in een stedelijke omgeving en een analyse van de nieuwe wanorde, met een tussenstop bij de populaire cultuur en de beschaving, waarmee Theodore Dalrymple een stuk op weg geholpen is.

Hij maakt werk van de visie van Walter Benjamin, maar ook van Belgische filosofen als  Lieven de Cauter en Hilde Heynen.

Zijn analyse van ‘continuà¯teit’ als het nieuwe adagium voor de XXI ste eeuw is een vondst tussen de wortels van het mensenpark. De politieke consequentie daarvan verdient een grondige uitwerking. Mensen zijn als kopschuw vee omringd door de chaotische globaliseringsdemonen die hun levensloop onderste boven halen, en dus verlangen ze naar ‘harmonie’ en ’orde’ in die nauwelijks behapbare chaos. Dit is echter meteen het wapen waarmee de herders en de cowboys de veestapel tot optimaal gewin kunnen voeren.

Blijft de spanning toenemen tussen de verschillende soorten mensenvee dan broeit de woede en de liefde voor de chaos waaruit een nieuwe machtsverhouding kan opbloeien.

Die fase zet meteen in wanneer ‘harmonie en orde ‘ de kop opsteken in het betoog van de leiders en de reclamegoeroes.

In de Volksrepubliek China is het intussen zover.

Alexis de Toqueville waarschuwde in de XIX de eeuw reeds 'œvoor de verwording van een democratische soevereiniteit die niet tiranniseert maar verhindert, verdrukt, ontkracht, uitblust, verdooft en ieder volk tenslotte reduceert tot niets meer dan een kudde schuchtere en ijverige dieren, waarvan de regering de herder is.'

Etienne de la Béotie omschreef reeds in de XVI de eeuw de 'ideologie' als een vorm van zelfbedrog in zijn 'œDiscours over de vrijwillige slavernij'.
'œEn toch is er geen reden om de heerser te vrezen, want ook hij is maar een mens: Vanwaar heeft hij al die ogen waarmee hij u bespiedt, tenzij jullie ze hem hebben geleend? Waar haalt hij al die handen om u te slaan vandaan, als hij ze niet bij u haalt? Al die voeten waarmee hij uw steden vertrappelt, van wie anders dan van u heeft hij die? Hoe komt het dat hij macht over u heeft, tenzij dankzij u?'
 

Houd daarom elkander vast in de ochtendschemer van 2007, het jaar van het zwijn!

306. Was ‘ vernieuwing’ het adagium van de korte 20e eeuw (het tijdperk tussen 1918 in 1989), ‘ continuà¯teit’  wordt het wachtwoord van de komende decennia. In toenemende mate zullen mensen de komende decennia op zoek gaan naar manieren om aan die continuà¯teit vorm te geven, niet om esthetische redenen of uit nostalgie, maar vanuit een besef dat hun eigen identiteit en welzijn ervan afhangt. Politici zullen hier gebruik en misbruik van maken. Dit continuà¯sme staat haaks op de klassieke notie van progressiviteit. Een progressieve politiek wordt doorgaans begrepen als een linkse politiek, hoewel er ook progressieve kapitalisten zijn, maar het continuà¯sme staat haaks op elke notie van progressiviteit – op elke notie die politiek handelen koppelt aan een algemeen model van vooruitgang van de mensheid.
Er is wel degelijk zoiets als ‘ links continuà¯sme’ mogelijk – en dat bestaat er precies in het aloude progressieve ideaal van vooruitgang van de mensheid in te ruilen voor het nieuwe ideaal van het behoud van de mensheid onder leefbare condities in de meest brede zin van het woord.(….)
Velen beweren dat globalisering de hele wereld omtovert in een Amerikaans pretpark, met Disney als inspiratiebron, en wie weet is dat deels het geval. Maar het heeft niet zoveel zin van protest aan te tekenen tegen die accumulatie van pretparken, omdat de hele menselijke beschaving immers een vorm van verparking is geweest: beschaving is zoveel als de domesticeren van de natuur, het temmen van de wilde, de omvorming van de ongerepte natuur in een parkachtige omgeving.(…)
Globalisering gaat over de (her)inrichting én het behoud van het mensenpark.(Sloterdijk). Parken beheer je, je zorgt ervoor, je houdt het bij, soms breid je ze een beetje uit, je snoeit ze bij; parken zijn afhankelijk van continue zorg, van het continuà¯sme waarover ik eerder sprak. Parken zijn ook de uitdrukking van een poging mens en natuur te verzoenen of met elkaar te confronteren. Zij zijn ‘reflexieve natuur’, hun bestaan en voortbestaan zijn het resultaat van een continue zorg van mensen omtrent hun leefwereld,
omtrent hun afhankelijkheid van die wereld en van de wijze waarop zij een rol in die wereld kunnen spelen. Meende Walter Benjamin dat politiek vooral werd bedreven in de antiekhandels (dat was het tijdperk van moderniteit en vooruitgang!), zo zouden we nu kunnen stellen dat politiek een zaak van botanisten en tuiniers is geworden.

309. De impact van de in steden samengeklonterde creatieve culturele en politieke energie wordt echter dankzij Internet een stuk mobieler, flexibeler en ongrijpbaar. In de meest ideale setting is Internet dan ook een vorm van verheviging, verbreiding en mobilisering van die modern stedelijke openbaarheid, maar dat vereist een minimale behoud van die stedelijke openbaarheid zelf. Voor Nederland betekent dat heel concreet dat er afscheid moet worden genomen van een halve eeuw vooral sociaal-democratische stadsplanning, zonder te vervallen in de uiterste consequentie van totale ‘ vermarkting’ van de stedelijke ruimte, die onverbiddelijk zal uitmonden in een combinatie van pretparken en gated communities, in de intrede in de ‘capsulaire beschaving’ waarvoor met name de Belgische filosoof Lieven De Cauter bij  voortduring waarschuwt.
312. Onze moderne cultuur heeft in zekere zin dat antagonisme, die permanente druk van dreigende verloedering en banaliteit nodig om zichzelf vooral als democratische cultuur staande te houden. Democratie is tenslotte ondenkbaar zonder de uiterst subversieve en tevens verleidelijke gedachte dat wij het beter weten dan de machten die ‘over ons gesteld’ zijn. Die verleiding brengt ons in de buurt van de gedachte dat ook het banale, het domme en het achterlijke betekenis hebben. En dat zou weleens de meest beschaafde, vooruitstrevende én productieve gedachte geweest kunnen zijn in de hele geschiedenis van de mensheid.

Lees verder »

Archief

Joseph Stiglitz, Eerlijke globalisering. Uitg. Spectrum

13 december 2006

Joseph Stiglitz, Eerlijke globalisering. Uitg. Spectrum

Met zijn vorig werk ‘Perverse globalisering’ – http://www.janvanduppen.be/?p=103 - filleerde Stiglitz de perverse mechanismen die onder de schubben van de globalisering woekeren.

In zijn ‘Eerlijke Globalisering’ is de intussen tot Nobelprijswinnaar geëerde economist niet veel verder gekomen dan het vaststellen van nog meer perverse mechanismen en het schrijven van een loflied op de goeie wil en de eerlijke wensen van brave mensen om die perverse mechanismen tot enige vorm van moreel besef te verlokken of te sturen.

Het lijkt alsof Stiglitz een zwaar gestoorde seksuele delinquent tot respectabel, waardig en voornaam gedrag wil verleiden. Zoals de meeste psychiaters en therapeuten weten, is dit een ijdele doelstelling. Zo ook waar het de perverse mechanismen van de wereldeconomie betreft.

In essentie blijkt vrijhandel van goedkope arbeidskrachten ervoor te zorgen dat armen als mobiele slaven andere slaven concurrentie aandoen elders in de wereld. Dat is intussen haarscherp duidelijk geworden in West Europa en Noord Amerika, maar ook in sommige gewezen ontwikkelingslanden die hun laag geschoolde arbeid razendsnel verliezen aan nog armere landen met nog lagere lonen en nog minder sociale bescherming.

Mensen worden in dit kader behandeld als vee dat in kampen bewaard wordt om op het juiste moment de arbeidsmarkt of het slachtveld te worden opgestuurd.

De naà¯eve wensen van goede wil vanwege Stiglitz zijn soms aandoenlijk, soms pathetisch, vaak van een verbazende naà¯eviteit. De macht – ook de economische – komt ten langen leste uit de loop van het geweer en niet uit de goodwill van economische experts, tot inkeer gekomen bedrijfsleiders of aanverwante ministers.

In het verleden trad alleen een reusachtige economische crisis met vaak grootschalig oorlogsgeweld als vroedvrouw op voor de eerlijke wensen van economen als Stiglitz. 

42. Er mag dan groei zijn, maar de meeste mensen zijn misschien slechter af. De economie van het ‘doordruppelen ‘ die stelt dat als de economie als geheel groeit iedereen mee profiteert, blijkt steeds weer een misvatting te zijn

296. Voor een groot deel van de wereld ziet globalisering zoals die is bestuurd eruit als een pakt met de duivel. Een paar mensen in het land worden rijker; de bbp statistieken, voor wat ze waard zijn, zien er beter uit; maar de manier van leven en elementaire waarden worden bedreigd. Voor sommige delen van de wereld zijn de baten nog twijfelachtiger, en de kosten tastbaarder. Nauwere integratie in de wereldeconomie heeft geleid tot grotere volatiliteit en onzekerheid, en meer ongelijkheid. Zelfs fundamentele waarden worden bedreigd.
Dat is niet hoe het zou moeten zijn. We kunnen zorgen dat globalisering werkt, niet alleen voor wie rijk en machtig is maar voor iedereen, ook mensen in de armste landen. Het is een langdurige en zware taak. We wachten al te lang. Nu is het moment om een begin te maken.
Lees verder »

Archief

John Le Carré, De Luistervink, uitg. Sijthoff

10 december 2006

Boeiend boek, spannend verhaal over een bittere werkelijkheid achter het wereldnieuws over Midden Afrika en Congo waar multinationales de wereld naar hun hand pogen te zetten. De berichtgeving in de Westerse pers, de wijze waarop de regering Blair de Britse burgerrechten steeds verder aan banden legt, de vraatzucht van bedrijven als Halliburton: ‘Le Carré laat er geen twijfel over bestaan dat op elk ervan de begrippen opportunistisch, hypocriet en gewetenloos van toepassing zijn. Hij integreert deze polemische statements niet alleen in een spionageverhaal, maar ook in een aangrijpend relaas over een zoektocht naar identiteit in een multiculturele samenleving’

Alleen vrees ik dat Le Carré zijn onderwerp ook eens door een Chinese bril moet bekijken, want het tijdperk van de grondstoffenkartels van het westen lijkt in Afrika gekeerd. De Chinese vriendschapsbanden worden vandaag door alle zwarte potentaten met beide handen aangehaald en de invloed van de Chinese belangen op genocidale burgeroorlogen zoals in Darfoer worden steeds indringender en triester voor de lokale bevolking.

225. Onze Verlichter is een schaduw van zichzelf. Hij is dapper geweest- kijk maar naar zijn staat van dienst. Hij is zijn leven lang intelligent, toegewijd, loyaal en vindingrijk geweest. Hij heeft alles naar behoren gedaan, maar de kroon ging steeds weer naar de man naast hem of naar de man onder hem. En dat kwam omdat hij niet meedogenloos genoeg, niet corrupt genoeg, niet schijnheilig genoeg was. Maar nu zal hij dat wel zijn. Hij zal hun spel meespelen, iets wat hij had gezworen nooit te doen. En de kroon is binnen zijn bereik, alleen is ze dat niet. Want als hij die ooit zal dragen, dan zal zij toebehoren aan het volk dat hijzelf op zijn weg naar de top heeft bezwendeld. Elke droom heeft hij tien keer verhypothekeerd. En daarbij is ook de droom dat hij, als hij eenmaal aan de macht zal komen, zijn schulden niet hoeft af te betalen.

Archief

Hanne-Vibeke Holst, Koningsmoord, uitg. Archipel

8 december 2006

Hanne-Vibeke Holst, Koningsmoord, uitg. Archipel

Zelden een roman gelezen die je met zoveel kundigheid en kennis door de achterkamertjes van de macht weet te leiden. Beslagen in het ware politieke leven van Denemarken ten tijde van de machtswissel tussen gescleroseerd links en pseudo vitalistisch rechts, lokt, drijft en sleept de auteur haar lezers doorheen een fascinerende caleidoscoop van vrouwenonderdrukking, alcohol verslaving, nieuwe Denen, oude Heren en ' blijf van mijn lijf huizen' naar een orgastisch hoogtepunt: het gevecht om de politieke macht binnen de sociaal-democratie dat minutieus en hyperrealistisch wordt opgebouwd, explodeert in de handen van de hoofdrolspelers.
Om zo'n boek te kunnen schrijven moet Holst als verstandig journalist en begenadigd romancier jarenlang achter de coulissen van de macht hebben gegluurd, met een intelligent en empathisch oog voor de ware beweegredenen van de verschillende politieke acteurs op de scêne van Denemarkens Schouwtoneel. Ze kent haar filosofische en gedragstherapeutische klassiekers over machten en mensen, over het verband tussen het individuele en het algemene, het private en het publieke.
Shakespeare wist het reeds lang: ‘Something’s rotten in the State of Denmark’. En ook vandaag geldt het adagium: 'To be or not to be, that is the question' in politics of power!

To be, or not to be: that is the question:
Whether ‘t is nobler in the mind to suffer
The slings and arrows of outrageous fortune,
Or to take arms against a sea of troubles,
And by opposing end them? (Hamlet III,1)

Ook bij de Vlaamse, de Nederlandse en de Waalse socialisten. En evenzeer bij de liberalen, de christen democraten en de rechtse Blokkers, al hoeven die geen populistische retoriek van gelijkheid, vrijheid of broederlijkheid te voeren.
Kortom een heerlijke brok leesgenot of een pijnlijke spiegeling voor gewezen, zetelende, aankomende en gemankeerde politici en al wie weten wil welk spel er werkelijk wordt gespeeld omheen de troon van de macht. Een doordenker voor meisjes en jongens in de hofhouding, een handleiding voor therapeuten en slachtoffers van het sadomasochistische spel in de politieke arena en achter menige voordeur, ook in België en Nederland.

84. Als je niet kunt vechten, heb je in principe niets in de politiek te zoeken. Het is een rauwe en wrede wereld. Net als destijds in het dorp. Daar konden de zwakken immers ook niet overleven, wel? Die gingen eraan.

Lees verder »