René Boomkens, De nieuwe wanorde – Globalisering en het einde van de maakbare samenleving. Uitg. Van Gennep Amsterdam
De auteur geeft een boeiend overzicht van de gevolgen die de globalisering meebrengt voor het mensenpark: globalisering als het einde van de moderniteit, de functie van de woning, de betekenis van het netwerk tussen mensen in een stedelijke omgeving en een analyse van de nieuwe wanorde, met een tussenstop bij de populaire cultuur en de beschaving, waarmee Theodore Dalrymple een stuk op weg geholpen is.
Hij maakt werk van de visie van Walter Benjamin, maar ook van Belgische filosofen als  Lieven de Cauter en Hilde Heynen.
Zijn analyse van ‘continuà¯teit’ als het nieuwe adagium voor de XXI ste eeuw is een vondst tussen de wortels van het mensenpark. De politieke consequentie daarvan verdient een grondige uitwerking. Mensen zijn als kopschuw vee omringd door de chaotische globaliseringsdemonen die hun levensloop onderste boven halen, en dus verlangen ze naar ‘harmonie’ en ’orde’ in die nauwelijks behapbare chaos. Dit is echter meteen het wapen waarmee de herders en de cowboys de veestapel tot optimaal gewin kunnen voeren.
Blijft de spanning toenemen tussen de verschillende soorten mensenvee dan broeit de woede en de liefde voor de chaos waaruit een nieuwe machtsverhouding kan opbloeien.
Die fase zet meteen in wanneer ‘harmonie en orde ‘ de kop opsteken in het betoog van de leiders en de reclamegoeroes.
In de Volksrepubliek China is het intussen zover.
Alexis de Toqueville waarschuwde in de XIX de eeuw reeds 'œvoor de verwording van een democratische soevereiniteit die niet tiranniseert maar verhindert, verdrukt, ontkracht, uitblust, verdooft en ieder volk tenslotte reduceert tot niets meer dan een kudde schuchtere en ijverige dieren, waarvan de regering de herder is.'
Etienne de la Béotie omschreef reeds in de XVI de eeuw de 'ideologie' als een vorm van zelfbedrog in zijn 'œDiscours over de vrijwillige slavernij'.
'œEn toch is er geen reden om de heerser te vrezen, want ook hij is maar een mens: Vanwaar heeft hij al die ogen waarmee hij u bespiedt, tenzij jullie ze hem hebben geleend? Waar haalt hij al die handen om u te slaan vandaan, als hij ze niet bij u haalt? Al die voeten waarmee hij uw steden vertrappelt, van wie anders dan van u heeft hij die? Hoe komt het dat hij macht over u heeft, tenzij dankzij u?'
Â
Houd daarom elkander vast in de ochtendschemer van 2007, het jaar van het zwijn!
306. Was ‘ vernieuwing’ het adagium van de korte 20e eeuw (het tijdperk tussen 1918 in 1989), ‘ continuà¯teit’ wordt het wachtwoord van de komende decennia. In toenemende mate zullen mensen de komende decennia op zoek gaan naar manieren om aan die continuà¯teit vorm te geven, niet om esthetische redenen of uit nostalgie, maar vanuit een besef dat hun eigen identiteit en welzijn ervan afhangt. Politici zullen hier gebruik en misbruik van maken. Dit continuà¯sme staat haaks op de klassieke notie van progressiviteit. Een progressieve politiek wordt doorgaans begrepen als een linkse politiek, hoewel er ook progressieve kapitalisten zijn, maar het continuà¯sme staat haaks op elke notie van progressiviteit – op elke notie die politiek handelen koppelt aan een algemeen model van vooruitgang van de mensheid.
Er is wel degelijk zoiets als ‘ links continuà¯sme’ mogelijk – en dat bestaat er precies in het aloude progressieve ideaal van vooruitgang van de mensheid in te ruilen voor het nieuwe ideaal van het behoud van de mensheid onder leefbare condities in de meest brede zin van het woord.(….)
Velen beweren dat globalisering de hele wereld omtovert in een Amerikaans pretpark, met Disney als inspiratiebron, en wie weet is dat deels het geval. Maar het heeft niet zoveel zin van protest aan te tekenen tegen die accumulatie van pretparken, omdat de hele menselijke beschaving immers een vorm van verparking is geweest: beschaving is zoveel als de domesticeren van de natuur, het temmen van de wilde, de omvorming van de ongerepte natuur in een parkachtige omgeving.(…)
Globalisering gaat over de (her)inrichting én het behoud van het mensenpark.(Sloterdijk). Parken beheer je, je zorgt ervoor, je houdt het bij, soms breid je ze een beetje uit, je snoeit ze bij; parken zijn afhankelijk van continue zorg, van het continuà¯sme waarover ik eerder sprak. Parken zijn ook de uitdrukking van een poging mens en natuur te verzoenen of met elkaar te confronteren. Zij zijn ‘reflexieve natuur’, hun bestaan en voortbestaan zijn het resultaat van een continue zorg van mensen omtrent hun leefwereld,
omtrent hun afhankelijkheid van die wereld en van de wijze waarop zij een rol in die wereld kunnen spelen. Meende Walter Benjamin dat politiek vooral werd bedreven in de antiekhandels (dat was het tijdperk van moderniteit en vooruitgang!), zo zouden we nu kunnen stellen dat politiek een zaak van botanisten en tuiniers is geworden.
309. De impact van de in steden samengeklonterde creatieve culturele en politieke energie wordt echter dankzij Internet een stuk mobieler, flexibeler en ongrijpbaar. In de meest ideale setting is Internet dan ook een vorm van verheviging, verbreiding en mobilisering van die modern stedelijke openbaarheid, maar dat vereist een minimale behoud van die stedelijke openbaarheid zelf. Voor Nederland betekent dat heel concreet dat er afscheid moet worden genomen van een halve eeuw vooral sociaal-democratische stadsplanning, zonder te vervallen in de uiterste consequentie van totale ‘ vermarkting’ van de stedelijke ruimte, die onverbiddelijk zal uitmonden in een combinatie van pretparken en gated communities, in de intrede in de ‘capsulaire beschaving’ waarvoor met name de Belgische filosoof Lieven De Cauter bij voortduring waarschuwt.
312. Onze moderne cultuur heeft in zekere zin dat antagonisme, die permanente druk van dreigende verloedering en banaliteit nodig om zichzelf vooral als democratische cultuur staande te houden. Democratie is tenslotte ondenkbaar zonder de uiterst subversieve en tevens verleidelijke gedachte dat wij het beter weten dan de machten die ‘over ons gesteld’ zijn. Die verleiding brengt ons in de buurt van de gedachte dat ook het banale, het domme en het achterlijke betekenis hebben. En dat zou weleens de meest beschaafde, vooruitstrevende én productieve gedachte geweest kunnen zijn in de hele geschiedenis van de mensheid.
Lees verder »