Er is nog zo veel dat ongezegd is. (Rutger Kopland)

Dupslog

Archief

Ryszard Kapuscinski (1932-2997): De kracht van het woord

28 januari 2007

 

Ryszard Kapuscinski is dé schrijver – journalist bij uitstek die de technieken van de macht van de heerser beschreef in de tweede helft van de twintigste eeuw in zijn beroemde reportageboek “De Keizer” (1984). Hij analyseert de heerserswaan van de Ethiopische keizer, Haile Selassie, die zijn land bijna vijftig jaar lang regeerde, alsof hij in de middeleeuwen leefde. Hij beschreef messcherp de technieken van de absolute macht: hoe de Negus zich iedere ochtend door al zijn vazallen en raadslieden individueel in het oor liet fluisteren wat volgens ieder van hen de stand der dingen wel zou zijn in de wereld van die dag en verder. Zoals moderne populistische partijleiders hun mobieltje aan het oor houden van bij het ontwaken tot het slapen om van ieder van hun vazallen en waterdragers de nieuwste ontwikkelingen in de partij, het land, de wereld en het heelal in het oor gefluisterd te krijgen als het centrum van het weten, het denken en het handelen.

http://www.janvanduppen.be/?p=144

 

Jan Donkers, NRC Handelsblad 26/1/2007:
'?Van Ryszard Kapuscinski en van Graham Greene heb ik geleerd om illusieloos naar de wereld te kijken. Wie uit het rijke, beschermde westen komt heeft toch onbewust de veronderstelling dat de wereld rechtvaardig in elkaar zit. Je opereert vanuit het idee dat de wereld is verdeeld in goed en kwaad, en dat je met je reportages de goeden een duwtje in de rug geeft. Greene en Kapuscinski laten afdoende zien wat een onzinnig uitgangspunt dat is. Zij kijken illusieloos, maar wel mild. ('?)
Hij onderzoekt politiek-maatschappelijk onderwerpen: corruptie, tirannie, de kloof tussen armoede en rijkdom. Zijn thema is hetzelfde als bij de grote romanciers; grote historische gebeurtenissen, bezien vanaf de grond, vanuit het alledaagse leven”
.
Lieve Joris, NRC Handelsblad 26/1/2007:
'?Wie in Nederland of België geboren is en door Zuid-Amerika of Afrika reist, moet alles nog leren. Maar hij kende de meeste dingen al: politieke machteloosheid, corruptie, machtsmisbruik, gebrek aan democratie. Het belangrijkste was misschien nog wel dat hij armoede heeft gekend. In zijn jeugd in Pinsk, moest hij met zijn vader, een onderwijzer, langs de deuren om pannen uit te blutsen voor geld. Dat maakt veel uit als je over armoede schrijft.
('?) Van Kapuscinski heb ik geleerd dat je moet durven schrijven over kleine dingen. Hij ontdekte dat zelf toen hij over Selassie wilde schrijven. Het moest een verhaal van lange adem worden, maar het kwam maar niet. En toen zag hij het hondje voor zich, het hondje van Selassie dat over de schoenen van de dignitarissen plaste, en toen kwam de rest vanzelf. Hij heeft het mooiste geschreven over de dingen die zonder betekenis lijken, over het wachten bijvoorbeeld, en de lamlendigheid die de reiziger in Afrika kan overvallen als er niets gebeurt. Hij ging daar overigens best ver. Ik heb wel eens gedacht: hij ziet een beeld en schept daar dan de werkelijkheid omheen”.

Lees verder »

Archief

Gedichtendag: Dylan Casaer en Politiek

28 januari 2007

Eigen gedicht voor Gedichtendag

Naar aanleiding van Gedichtendag (25 januari 2007) schreef Aalsters volksvertegenwoordiger sp.a Dylan Casaer ook zelf een gedicht.

Politiek

Mijn moeder had er mij nochtans voor gewaarschuwd.
Blijf uit dat gure gore gat
het zal er tochten door de kieren
je wordt een gier onder de gieren
je nek groeit krom van ja te knikken
je keel zit vol van in te slikken

Mijn moeder had er mij nochtans voor gewaarschuwd.
Al brandt je ziel van schoon ambitie
je zal er suffen in de pluche
of hol oreren op de bühne
je zal vooral de kiezers lijmen
en bij de Grote Leiders slijmen

Mijn moeder had er mij nochtans voor gewaarschuwd.
En elke vier jaar zal je beven
amechtig smachten naar wat aandacht
van de gazet of van de buis
je wilde wild de wereld vormen
maar die vermaalt je droom tot gruis

Zo vaak verzaken zonen de wijze raad van hun moeders te volgen.
zie die mannen manmoedig marcheren
tien ton ego torsend als een brandende standaard
zie in de mannen de zonen zitten
in een plasje uitgebluste idealen
stemmeloos smachtend naar een onsje liefde

Dit zeggen wij aan deze zonen.
laat toch de branie en de apenstreken aan de foor
neem in uw klamme handjes
wat rest nog van de schaduw van uw droom
en blaas er adem in en leven
en recht uw rug en ga er voor

Michel Onfray (1959) schrijft in Cynismen – portret van de hondse filosoof (1990):
'Nieuwe cynici zijn hard nodig: het zou hun taak zijn de maskers af te rukken, het bedrog aan de kaak te stellen, de mythologieën te vernietigen en de bovarysmen die de samenleving voortbrengt en vervolgens in stand houdt op te blazen. Dan zou men eindelijk de uitgesproken onverenigbaarheid van het weten en de geà?nstitutionaliseerde macht tot uiting kunnen brengen. Als symbool van verzet zou de nieuwe cynicus kunnen verhinderen dat de sociale kristallisaties en de tot ideologie en conformisme getransformeerde collectieve deugden de individualiteit verdringen.'

Archief

Nationale Gedichtendag 2007

25 januari 2007

Ter gelegenheid van de nationale gedichtendag
mijn aanvulling bij het vers ‘Palpar’
uit ‘Salamandra’ van Octavio Paz (1914-1998)


Palpar

Mis manos
abren las cortinas de tu ser
te visten con otra desnudez
descubren los cuerpos de tu cuerpo
Mis manos
inventan otro cuerpo a tu cuerpo

Octavio Paz, Salamandra, 1958-1961
“Todo es presencia, todos los siglos son este Presente”
Nobelprijs Literatuur 1990, Mexico

Voelen


Mijn handen
openen de gordijnen van jouw zijn
kleden je met een andere naaktheid
onthullen je lijf en leden.
Mijn handen
verzinnen een ander lichaam
voor het jouwe.

Mijn vingers tekenen verlangen
herkennen ieder woord dat jij wil horen.

Mijn vingers lezen geen dromen
die wij door schroom hebben vervangen.

Mijn armen voelen warmte die jij
bij mijn aanraking niet kan verhullen.

Mijn armen die jouw naaktheid omhullen
sluiten de rimpelgordijnen
voor ons zo oude spel.

Jan Van Duppen, 25 januari 2007
Nationale gedichtendag

http://www.geocities.com/poesiamsigloxx/paz/paz.html
http://www.flickr.com/photos/59276281@N00/364966295/

Archief

Rik Torfs, Lof der Lankmoedigheid. Uitgeverij Van Halewyck

21 januari 2007

Rik Torfs, Lof der Lankmoedigheid. Uitgeverij Van Halewyck
Leven is een kunst, die we met zwier kunnen bedrijven. Met lankmoedigheid geniet Rik Torfs daarvan.
En dat is zoiets als de liefde bedrijven, voor wie de vijftig gepasseerd is: veel kunnen verdragen.
Volgens Paulus,1 Korinthiërs, 13  in de Statenvertaling is echter niet alleen
4. De liefde lankmoedig, zij is goedertieren; de liefde is niet afgunstig; de liefde handelt niet lichtvaardiglijk, zij is niet opgeblazen;
5  Zij handelt niet ongeschiktelijk, zij zoekt zichzelve niet, zij wordt niet verbitterd, zij denkt geen kwaad;
6  Zij verblijdt zich niet in de ongerechtigheid, maar zij verblijdt zich in de waarheid;
7  Zij bedekt alle dingen, zij gelooft alle dingen, zij hoopt alle dingen, zij verdraagt alle dingen.
Het is duidelijk dat de Liefde uit deze litanie niet alleen Rik Torfs niet gegeven is,
maar dat zij geen enkel menselijk wezen, al dan niet door God naar Zijn beeld en gelijkenis geschapen, gegeven zal zijn.
De sfeer en de smaak van zijn 'Lof der Lankmoedigheid' is hem daarentegen wel gegeven, speels en met zwier en kunstig, met her en der venijn in de staart.

Rik Torfs hanteert vileinig met een 'groot stenen aangezicht' het penseel van het leven, au-delà? du désespoir. Bij voorkeur in voor de toeschouwer spannende situaties. Wie zich dus concentreert op degene die kijkt, is al een heel eind in de lof der lankmoedigheid.

En dat is erg mooi aan dit boekje over mannen en vrouwen, onder professoren, onder kunstenaars en politici, over schuld en god, soldaten en dood, atheà?sme en angst, humor en cynisme.
Wanneer de auteur het lemma ' humor ' onder handen neemt, ruilt hij zijn penseel van de ironie voor de grove borstel om de cynicus als de onmachtige te schilderen die zijn wrangheid wil ' delen met anderen in de hoop dat hij met zijn rauwe en grauwe ideeën erin slaagt om iemand te kwetsen of uit het veld te slaan'.(p.174)

'De lof der lankmoedigheid' lijkt wel 'afgunstig en verbitterd' wanneer het  cynisme onder de loep genomen wordt. Niet zoals het vluggertje met de atheà?sten die in een 'lichtvardiglijk' één-tweetje met zichzelf gepasseerd worden.

Het cynisme wordt met een weinig lankmoedige verbetenheid geborsteld. Rik Torfs rijdt zich hier naar mijn aanvoelen vast in die variant van het cynisme waartegen machthebbers inclusief hun media-satrapen zo graag fulmineren. Het is precies de cynische rede die iedere lankmoedige burger, iedere goedertieren medemens de kans geeft om door het decor van de afgunst heen te kijken en om de goocheltrucs van het theater van de macht te doorgronden. Let wel, het besef en de kennis van die theatertrucs doet niets af aan de mogelijke beleving van schoonheid en passie bij het aanschouwen van het politieke toneel van het veinzen. Dat is evenzo bij ieder vorm van ander publiekstheater, film en tv.

De macht en haar bedienaren kunnen daarentegen niet zonder huurlingen die in de wandelgangen, de kabinetten of de betere restaurants hun wrange cynisme gretig willen delen, bij gebrek aan bereidwillige onderdanen. Wanneer de ‘onnozele’ kiezer geconfronteerd zou worden met de ware gedaanten van de macht, verdwijnt het zorgvuldig gecultiveerde en mythische imago van voortdurende beweging in het belang van het land, het volk, de partij,'?. Het bereidwillige oor, het steeds parate schuldbewuste en solidaire leiderschap veinst zijn of haar al dan niet jeugdige schoonheid, vermeende kracht en lichtelijk verwaande wijsheid te willen offeren voor de potentiële kiezers.

Althans dat wil de macht doen uitschijnen.
Michel Onfray (1959) schrijft in Cynismen – portret van de hondse filosoof:
‘Nieuwe cynici zijn hard nodig: het zou hun taak zijn de maskers af te rukken, het bedrog aan de kaak te stellen, de mythologieën te vernietigen en de bovarysmen die de samenleving voortbrengt en vervolgens in stand houdt op te blazen. Dan zou men eindelijk de uitgesproken onverenigbaarheid van het weten en de geà?nstitutionaliseerde macht tot uiting kunnen brengen. Als symbool van verzet zou de nieuwe cynicus kunnen verhinderen dat de sociale kristallisaties en de tot ideologie en conformisme getransformeerde collectieve deugden de individualiteit verdringen.’
Het komt mij nochtans voor dat ook Rik Torfs een dergelijke ingesteldheid koestert, zij het ver van de publieke ruimte, in ondergrondse parkings tussen bibliotheken en monseigneurs, tijdens onbewaakte momenten op een bank in een park met een grot ter ere van Onze Lieve Vrouw van Lourdes. Daar woekert het mycelium van zijn ironie. Daar groeien ook de wortels van een gezond 'kynisme' zoals de Griekse wijsgeer Diogenes het zocht in de mens. Peter Sloterdijk beveelt het in zijn ‘Kritiek van de Cynische Rede’ warm aan als een gezonde dosis scepsis en satire.
Ook deze cynische rede verblijdt zich niet in de ongerechtigheid, maar zij verblijdt zich in de waarheid.
Wie de cynische rede beoefent, kan in vrijheid de ander in de ogen kijken en het genot van een aanraking verdragen. Hij of zij kan zelfs met een vleug humor de ander toelaten in de intimiteit van zijn of haar leven. De menselijke cynicus is de illusies van waar en zuiver overstegen en leeft in een hiernumaals van gezonde zondeloosheid, van warme zorgzaamheid, van onbevangen medemenselijkheid.
'De mens is op zijn best wanneer hij in het schouwtoneel van het leven zijn rol niet goed uit het hoofd heeft geleerd. Hij is pas wie hij is wanneer hij hem doorbreekt.'(p. 195)
De schoonheid zit hem immers in de weeffouten.

Rik Torfs herkent dit in 'de prachtige tekening van de futurist Felix del Marle (1889 '? 19952), uit het magische jaar 1913, net vooraleer de Europese beschaving voor de rest van de eeuw uit het veld zou worden geslagen. Op de tekening is een dame met een hoed afgebeeld, gezeten in een treincoupé die zich in het station van Creil bevindt. Of de trein in Creil stopt of niet, blijft in het midden. De kunstenaar drukt vooral beweging uit. Stilstand is herkenning. Ze is een bordje op de achtergrond van het werk waarop de naam Creil wat nostalgisch te lezen staat. Wellicht wil Felix del Marle aantonen dat de stilstand tot staan is gebracht. Beweging is overwonnen stilstand. Dat laat de kunstenaar duidelijk zien door een lange spoorstaaf als gebroken voor te stellen. Hij kleurt haar lichtrood, waardoor hij de rest van het werk, volledig in Chinese inkt uitgevoerd en dus zwart wit, laat opschrikken. Snelheid breekt, De lijn die je voorbijflitst is gebroken, De vorm kan niet anders dan de gedachte volgen.' (p.101-102)
Op de fameuze tekening uit 1913 die op de achterflap van 'De lof der lankmoedigheid' staat afgebeeld, herkent de toeschouwer rechts boven de waarschuwing: 'Nicht hinaus lehnen'. De dame met de hoed leest het tijdschrift 'Comoedia', vroeger goed voor tranen, vandaag is het 'l'annuaire des comédiens professionels.' De straat langs het station van Creil heet nu Rue Jean Jaurès. Die was in 1913 nog niet vermoord.
Het gebroken rood van de beide roestige sporen zal – wegens geen dwarsliggers -eerder kleuren als pluche tapijtranden in een eerste klas wagon van de toenmalige CCFN, chocoladebruin met gele strepen. Hiermee begaven politici zich vanuit de noordelijke departementen op weg naar ‘le Gare du Nord’ en vandaar naar ‘le Palais du Luxembourg’, waar in 1913  'Le Sénat de la Troisième République' zetelde wiens voorzitter Raymond Poincaré, dat jaar nog oorlogspresident zou worden van Frankrijk tot 1920.
Lankmoedigheid is een deugd die zeker past in het rode pluche van het Paleis der Natie, waar het goed oefenen is in de kunst van de cynische rede.
http://www.flickr.com/photos/59276281@N00/364625727/

 

Lees verder »

Archief

Sándor Márai, Een leven in beelden – Ernà? Zeltner. Wereldbiblitoheek

16 januari 2007

Sándor Márai, Een leven in beelden – Ernà? Zeltner uitg. Wereldbiblitoheek
Sinds het werk van Sándor Márai rond zijn honderdste verjaardag '? bij het nieuwe millennium – op de Nederlandse romanmarkt begon te verschijnen, was ik steeds weer verrast door de formidabele kwaliteit van ‘Gloed’, ‘Land,Land’, ‘De gravin van Parma’, ‘Kentering van een huwelijk’ en ‘De nacht voor de scheiding’, in magnifieke vertalingen bij Wereldvenster.
Márai verscheen voor mij uit de nevelen van Kakanië als Hongaar, als vertegenwoordiger van de nationale democratische burgerij, maar ik kon hem nergens situeren. Hij was een XXste eeuwse Europese intellectueel, lang voor het proces van Europese eenwording begon.
Márai werd door Roberto Calasso in 1989 opnieuw ontdekt in Italië. Calasso herkende in 'Gloed' een verloren meesterwerk, vergelijkbaar met het werk van Thomas Mann en Italo Calvino.
Met 'Gloed' startte postuum het wereldwijde succes voor het werk van Sándor Márai in meer dan 18 landen.
Op 11 april 1900 werd Sándor Grosschmied de Mára geboren in een rijk burgerlijk milieu van gemagyariseerde Saksische juristen in wat toen nog het Hongaarse stadje Kassa was. Vandaag Kosice in Slowakije. Hij studeerde in Boedapest, Leipzig, Frankfurt en Berlijn. Hij vertaalde ondermeer Kafka in het Hongaars en was correspondent voor de Frankfurter Algemeine Zeitung in Parijs. Vanaf 1929 publiceerde hij meer dan 50 romans, verhalen, gedichten, essays en toneelstukken. Gedurende de nazi-tijd leidde hij als schrijver een teruggetrokken leven in Boedapest. Antifascist in hart en nieren, verwierp hij in de jaren 30 en 40 het nazisme. Na de oorlog verzette hij zich tegen het nieuwe totalitarisme van de ‘bevrijders’. Onder de socialistische regering werd zijn werk verboden. Hij verliet Hongarije in 1948  en trok naar Napels. Via Canada verhuisde hij naar New York. Na een nieuw verblijf in Salerno verhuisden de Márais definitief naar San Diego, Californië. Zijn Joodse vrouw en hun adoptief zoon overleden nog voor de auteur die zelf weigerde terug te keren naar Hongarije zolang er geen democratisch verkozen regime heerste zonder buitenlandse bezettingslegers.
In 1989, een jaar voor “Gloed” opnieuw werd uitgegeven in zijn geboorteland, maakte hij een einde aan zijn leven. “Gloed” werd voor het eerst gepubliceerd in 1942 maar bereikte toen de literaire wereld in Europa niet.


Zijn thematiek van menselijke relaties en hun passie en berekening, hart en rede speelt tegen een dreigende, soms nog smeulende achtergrond van wat mensen elkaar aandeden gedurende de eerste helft van de 20 ste eeuw in zijn geliefde Europa. Zijn observaties van menselijk gedrag en drijfveren zijn vaak adembenemend gelaagd en in een schitterende stijl  neergeschreven.

De vele mooie foto's in dit 'beeldenboek' stemmen tot weemoed en melancholie. De biografische gegevens en de toelichtingen uit zijn dagboeken helpen het genie van Sándor Márai te begrijpen. Hij kwam uiteraard niet uit de poesta aangewaaid.
Maar het literaire niveau van 'Een leven in beelden ' verbleekt naast de scherpe foto's.

Lees verder »

Archief

Judith en Holofernes

13 januari 2007

Voor wie geilt op Roma als kunststad is het Barberini museum een boeiende tip, zeker wanneer het ooit gerestaureerd zal zijn, wegens nu nog veel zalen gesloten.
De mooiste stukken hangen bij elkaar in één kabinet met een fenomenaal plafond.
Dé verrassing voor mij was een niet al te groot schilderij van Guido Cagnazzi, La Maddalena Svenuta waarover omzeggens nergens informatie te vinden was, noch in de Museumshop, noch op internet.
http://www.flickr.com/photos/59276281@N00/355924955/
Zelden een barok schilderij gezien dat zo'n erotische intensiteit uitstraalt, al is de Maddelena in katzwijm wellicht niet bedoeld als het resultaat van een genotsvolle illusie.
Maar het lijkt er onmiskenbaar op.

Er hangt ook Caravaggio's versie van Judith die Holofernes onthoofdt.
http://www.flickr.com/photos/59276281@N00/355924953/

Duidelijk gemaakt vanuit het mannelijke standpunt, wat het boek Judith van de Bijbel er ook over moge beweren. Caravaggio’s Judith lijkt hier wel een ‘nine to five’- job te volvoeren, met de nodige tegenzin en afstandelijkheid.

Ik kende de versie van Artemisia Gentileschi, de beroemdste vrouwelijke barokschilder, uit Capodimonte te Napels. Rauw en blauw en deskundig slacht zij de generaal die haar begeerd en/of beheerd heeft.
http://www.flickr.com/photos/59276281@N00/355924947/in/photostream/

Haar ‘Judith in actie’  '? en wellicht meer nog die in het Uffizi te Firenze waar de weerstand van de doorzopen en bevredigde Holofernes nog niet helemaal gebroken lijkt '? is veel meer geëngageerd in haar slachtwerk.

http://www.flickr.com/photos/59276281@N00/355924943/in/photostream/

Na het hak- en snijwerk spoeden Judith en haar meid zich in het halfduister weg naar de bevende en biddende Joden in de door Holofernes’ troepen belegerde stad Bethulia.

http://www.flickr.com/photos/59276281@N00/355924950/in/photostream/

Deze beide onthoofdingen van Holofernes werden vanuit een vrouwelijk standpunt benaderd. Artemisia heeft hier een diep doorvoelde ervaring weergegeven. Van haar is geweten dat zij als tiener zelf door haar schildermeester verkracht werd.
http://www.flickr.com/photos/59276281@N00/355924952/in/photostream/

Judith Herzber, Winters Bethulië

De bomen zo geschikt om wandelend gedachten in te hangen
waren vanochtend uitgeknipt en op een schoon wit vel geplakt.
Ik kan de vorm van sommige wel dromen en wist zo
waar ik was; het struikgewas werd opgelicht door sneeuw
alsof het zomer was. De zon scheen maar te laag het was zo wit
en ik zo rood van binnen en ook vol rook, een mist
om mijn bedoeling te verhullen. Mijn voetstappen de eerste
in de verse sneeuw als van een stroper of een overloper.
Ik ben Judith en heb net Holofernes’ nek gezoend
en heel gelaten, ik doe niet meer mee.

Ook Goya heeft zich in Judith en Holofernes vastgebeten:

http://www.flickr.com/photos/59276281@N00/356762862/

http://www.flickr.com/photos/59276281@N00/356762864/

Een prachtige symbolistische variant van Franz von Stuck, nog voor de daad.

http://www.flickr.com/photos/59276281@N00/356762865/in/photostream/

Bartolomeo Manfredi’s gedreven Judith:

http://www.flickr.com/photos/59276281@N00/356762866/in/photostream/

En hoe Gustav Klimt haar superieure tevredenheid nadien heeft vereeuwigd:

http://www.flickr.com/photos/59276281@N00/356762867/in/photostream/

Jorge Semprun heeft de Judith-Holofernes schilderij  van Artemesia Gentileschi verwerkt in een prachtig verhaal waarmee hij een afscheid schrijft van de Spaanse burgeroorlog:
‘Twintig jaar en een dag’
http://www.janvanduppen.be/?p=141
 

Archief

Paul Claes, Psyche. Uitg. De Bezige Bij

5 januari 2007

Paul Claes, Psyche. Uitg. De Bezige Bij
Paul Claes heeft met ' Psyche ' een meesterlijk werk gecomponeerd waarin hij een boeiende oplossing onthult voor het einde van de beroemde verhouding van keizer Hadrianus met de beeldschone jongeling Antinoà?s. Zoals Osiris komt hij om door verdrinking in de Nijl, die door zijn dood nieuw leven brengen zal.
De auteur heeft een schitterende – bijna 3D – evocatie opgeleverd van het Romeinse keizerrijk onder Hadrianus '? 76 tot 138 p.C.n. '? die tijdens één van zijn inspectiereizen doorheen het rijk dat hij van zijn adoptiefvader Trajanus erfde, de Nijl opvaart. Tijdens deze cruise wil Hadrianus meer te weten komen over de geheimzinnige Egyptische cultuur van het Leven en de Dood, van Isis en Osiris.
Hijzelf was rusteloos op zoek naar het eeuwige leven, ook in het lijf van de geliefde knaap die hij na diens dood als een god liet vereren in heel het rijk. Van Antinoà?s bestaan meer afbeeldingen in de musea verspreid over het oude Romeinse rijk en ver daarbuiten dan van menig andere god- of antieke beroemdheid: http://www.antinoos.info/antinoos.htm.
Antinoà?s leeft verder, niet alleen in zijn opmerkelijke beeltenis, maar zelfs in een witte wijn. Overwegend chardonnay en toch behoorlijk gevarieerd van de Azienda Agricola Casale del Giglio in Lazio.

Maar met 'Psyche' van Paul Claes is het zoals met de prachtige beelden in al deze musea.
Het blanke marmer werd vroeger wel eens bestreken met getinte bijenwas, om in het licht van kaarsen te glanzen zoals de levende menselijke huid die door zijn keizerlijke maar melancholische minnaar zozeer werd begeerd.
Die menselijke glans vind ik niet in de compositie van 'Psyche'.
Bij de 'Mémoires d' Hadrien' van Marguerite Yourcenar zag ik die glans wel oplichten in de flakkerende vlam.

Dit is een vreemd boek. Je lijkt als lezer tussen beelden te laveren, waaruit ieder leven reeds lang is verdwenen en waarvan de gelaatstrekken zo bekend zijn dat ze enkel nog voor ideeën staan van mensen over heersers, slaven, priesters en slaapjes van weleer.

104. Dit is een vreemd land. Het lijkt wel of de goden hier echt aanwezig zijn. Onze goden hebben zich al lang in hun hemel teruggetrokken. Wij kopen hun welwillendheid met brandoffers af. Maar deze goden willen meer.

Lees verder »

Archief

Luc Devoldere, Mijn Italië, Uitg. Atlas

4 januari 2007

Luc Devoldere, Mijn Italië,  Uitg. Atlas
Luc Devoldere, hoofdredacteur van Ons Erfdeel, heeft in 'Mijn Italië' zo veel en zo vaardig tederheid gebundeld over de stad en de wereld en het leven als een spel van aantrekken en afstoten, van poseurs en farceurs, van illusies en tragedies.
Met brio slaagt de auteur erin de lezer een weidse erudiete blik te gunnen in het leven in de laars, vroeger en nu en later. Hij laat ons proeven van de verbazende ongerijmdheden. Hij begeleidt ons doorheen de adembenemende decors en laat ons luisteren naar de liefde voor het schiereiland en het tijdloze fluisteren van haar bewoners en haar bezoekers door de eeuwen heen.
'Un popolo di poeti di artisti di eroi di santi di pensatori di scienziati di navigatori di trasmigratori 'staat in Times Roman gebeiteld op de gevel van Palazzo della Civiltà? Italiana of beter nog della Civiltà? del Lavoro in de EUR wijk te Rome. Dit Colosseo Quadrato van Mussolini stond '? hoe kan het ook anders – leeg te wezen bij ons bezoek in 2001. We logeerden op de Via Merulana tussen de Santa Maria Maggiore en de San Giovanni in Latterano. We hadden net Carlo Emilio Gadda, Quer pasticciaccio brutto de Via Merulana gesavoureerd in de fenomenale vertaling van Frans Denissen: ‘Die gore klerezooi in de Via Merulana’ en we waren op weg naar de Polimnia in de Centrale Montemartini. Dit marmeren beeld van een denkende jonge vrouw zou ons doen verstomd staan. Vijf jaar later was het de cover van de tentoonstelling ‘ Musa pensosa. L’immagine dell’intellettuale nell’antichità? ‘.  http://www.flickr.com/photos/59276281@N00/345598474/ 

http://www.flickr.com/photos/59276281@N00/345598482/

Musa Polimnia Centrale Montemartini Roma.jpg http://www.flickr.com/photos/59276281@N00/345598479/ 

De leugen is de olie in de machine van de menselijke relaties, hypocrisie het milde glijmiddel van het sociale verkeer en het overleven.
In 'Mijn Italië' reikt Luc Devoldere zijn lezers een mooie maar functionele bril om de contouren te zien van de tragedie (die) bedriegt, maar op zo’n manier dat de bedrieger rechtvaardiger is dan wie niet bedriegt, en de bedrogene verstandiger dan wie zich niet laat bedriegen. (Gorgias)
In spiegelende zonnebrillen herkent degene die kijkt, immers ook zichzelf.
'Mijn Italië' is een boek voor liefhebbers die zoeken naar het spel van wijsheid, kracht en schoonheid in hún Italië: de verbazende acualiteit van het verleden, de verrassende beelden van het heden, de fascinerende toekomst als een hologram, voor wie kan lezen en blind genoeg is om het te mogen zien.

Lees verder »

Archief

Julia Lovell, Achter de Chinese Muur, Geschiedenis van China’s isolement 1000v.C.-2000n.C. – Uitg. Spectrum Standaard

2 januari 2007

Julia Lovell, Achter de Chinese Muur, Geschiedenis van China’s isolement 1000v.C.-2000n.C. – Uitg. Spectrum Standaard

 

Een boeiend boek over de cultuur van de muur als kern van de Chinese machtstradities van meer dan 3000 jaar geleden tot vandaag en morgen: van zand en klei met takken en palen, over wallen met stenen boorden tot stenen muren met kantelen, in stukken en brokken op een grens die nooit te bepalen is tot vandaag bij de Great Fire Wall die de Chinese surfers in goed banen moet houden op het worldwideweb.

De cultuur van een illusoire muur, van de geest van de grote muur als een millennia oude Chinese goelag heeft nooit een inval van naburige volkeren vermeden en vooral onnoemelijk leed gebracht voor de vele Chinezen die hun leven moesten inleveren bij de bouw van dit krankzinnig project.

Maar diezelfde Grote Muur heeft zich diep genesteld in het Chinese zelfbewustzijn, vandaag nog meer dan vorige eeuwen. Nu ook op internet.

386. Zelfs als de volksrepubliek China zich in de komende decennia zonder meer tot een democratie zou omvormen volgens een open, westerse, liberale dan wel George W. Bush model (wat op zichzelf al simplistisch vergezocht lijkt), heeft het Chinese rijk te veel geschiedenis en teveel historisch besef om zijn duizenden jaren oude hebbelijkheden kwijtraken, om het geloof te verliezen in zijn culturele en politieke uniciteit of in de noodzaak een gedragslijn van buitensluiting en strenge grenscontroles, fysiek of psychologisch, te blijven volgen om de onvermijdelijke horden bezoekers in de gaten te houden, of dat nu bewonderende tribuutbrengers, verwachtingsvolle kooplieden of groenogige agressors zijn. China zal altijd wel zijn Grote Muren hebben.

Lees verder »