Archief
Claudio Magris, Blindelings – De Bezige Bij Amsterdam 2007
Claudio Magris, Blindelings – De Bezige Bij Amsterdam 2007
Dit boek gaat over een leven van mensen die hun illusies voor wensen en hun geloof voor een leven namen in eeuwen die het heen en weer kregen tussen Argos en Kolchis, IJsland en Tasmanië, Engeland en Denemarken, van de Internationale Brigades in Spanje naar Dachau, van Italië naar Joegoslavië, van de nazi-kampen naar het Goli Otok van Tito, van het ene kamp naar het andere, als vee.
'Blindelings' is een afrekening met vroeger en een blik op de toekomst. Het heeft iets van Piero della Francesco’s 'La Madonna del Parto' in Monterchi.
http://www.flickr.com/photos/59276281@N00/402147880/
Twee engelen onthullen het verleden en houden het gordijn nog even open voor wie zien wil. De Madonna met geloken ogen spreidt haar kleed voor wat komen gaat. Haar engelen kijken onbevangen en onbewogen de toeschouwer in de ogen.
En wat zij zien in de ogen van de toeschouwers die verschrikt kijken naar wat er zal gebeuren in de nieuwe tijden, is niet niks.
Luc Devoldere vatte de verhaallijn in zijn bespreking in De Standaard van 9/2/2007 als volgt samen: 'Magris heeft het verhaal al eens verteld in Microcosmi en in een essay van Utopia e disincanto ( Utopie en onttovering ). Hier geeft hij het vlees en bloed door het in de mond te leggen van een protagonist van de mislukking, Salvatore Cippico, een trouwe partijmilitant die, in Tasmanië geboren, zijn vader naar Italië gevolgd was. Maar in 1928 wordt het terug Australië, omdat men in een fascistisch land niet kan leven, en de Communistische partij intussen het baken is geworden. In 1932 wordt Cippico uit Australië gezet wegens politieke activiteiten. Terug naar Italië. Burgeroorlog in Spanje. Soldaat in het Italiaanse leger en na 8 september 1943 partizaan. Opgepakt en naar Dachau gestuurd. En in 1947 dus naar Fiume om er in de scheepswerven mee te werken aan de opbouw van het communistisch paradijs. In 1949 gedeporteerd naar Goli Otok. Hoofd herhaaldelijk in de gapende muil van het toilet geduwd. In 1951 weer geëmigreerd naar Italië. Nu wordt de reconstructie moeilijker. Op het einde van zijn leven bevindt Cippico zich in een psychiatrische instelling in Trieste. Stuurt Australië zijn gekken terug naar het moederland? Zelf gelooft hij nog altijd in Tasmanië te zijn. Hij vertelt er zijn levensverhaal aan een dokter, die geen diagnose stelt, geen genezing belooft. Er is alleen een bandopnemer en een PC. De andere PC (Partito Comunista) is dood.'
Pijnlijk helder is de vergelijking die Devoldere bij Magris herkent tussen het gulden vlies van Jason en zijn Argonauten en de rode vlag van de communistische partij: trofee en vod. Om zijn als rechtmatig geacht koningschap te kunnen opnemen diende Jason de schaapsvacht te veroveren die gebruikt werd om in de rivieren van Kolchis '? Georgië het goudstof te verzamelen. Het Gulden Vlies van de macht kon slechts veroverd worden door te steunen op eigen moed, onbaatzuchtige inzet van de kameraden '? Argonauten – en op de passie en listen van Medea die hij beloofde tot echtgenote en moeder van zijn kinderen te eren.
Geen gruwelijker verhaal dan deze uitputtende en gevaarlijke Lange Mars naar de overwinning van de Goede Zaak dank zij verraad, broedermoord, leugen en bedrog, misleiden en veinzen. Eind goed al goed, maar dan wordt de held van deze queeste een eenzame schim die eeuwig lijdt onder zijn eigen verraad en de moord op zijn kinderen door hun moeder.
Medea was bereid geweest Jason in alles te volgen opdat hij haar uniciteit zou erkennen. Zij verliet haar vaderland, verried haar cultuur, haar religie, haar familie, haar vrienden. Zij vermoordde haar broer, ze vernederde haar vader. Ze baarde haar kinderen in zijn cultuur, ze voedde hen op in zijn geloof. Zij had haar eenzaamheid – als eeuwige bannelinge - gedragen als ketenen waarmee hij haar mocht binden.
Wanneer Jason Medea vertelde dat hij voor de toekomst van hun kinderen de dochter van de koning van Korinthe zou trouwen, herkende zij zijn verraad. Hij vergat het veinzen in hun liefdesspel dat - wegens de muren van angst die ze samen om haar heen gebouwd hadden - voor haar verworden was tot dodelijke ernst.
Blindelings hanteerde zij het slagersmes.
Bij Claudio Magris kan je de mythe van Jason en de Argonauten als een waarschuwing begrijpen voor de grote utopische maakbaarheidsidealen.
Omdat in die denkwereld het goede doel alle middelen heiligt, dient alles wat nog aan menselijkheid rest onverwijld en onvermijdelijk geofferd.
'Blindelings' is een moeilijk boek. Je zwalpt verward en zeeziek doorheen de tijd en de levens van mensen die elkaar konden zijn en de ander worden. Je verliest je in zovele herinneringen, bedenkingen, twijfels die als maagzuur je tong aanvreten tot ze plakt en bewegingsloos de stilte moet bewaren.
»Die Partei, die Partei, / Die hat immer recht / Und Genossen es bleibe dabei,
Denn wer kà?mpft für das Recht, / Der hat immer recht / Gegen Lüge und Ausbeuterei.
Wer das Leben beleidigt, / Ist dumm oder schlecht, / Wer die Menschen verteidigt,
Hat immer recht. / So aus Lenin’schem Geist / Wà?chst von Stalin geschweià?t
Die Partei, die Partei, die Partei.«
Tandenknarsend herken je de pijn van de blinde overgave aan illusies die een houvast zouden bieden. Zoals intense pijn die iemand zichzelf toedient om de andere pijn, die van het zijn, te temperen.
Magris'boek is complex en vraagt een grote eruditie om te vermijden dat je als Argonaut van vandaag schipbreuk moet lijden op de duistere golven van het wereldwijde web. Daar moet je ook intuà?tief de kunst van het zeilen leren: gijpen en laveren, oploeven en overstag gaan, reven en strijken. Want niets is wat het lijkt.
Wie schipbreuk lijdt in 'Blindelings' kan zich redden met de eigen dromen, vermeende herinneringen van schaamte, gêne, verlangen en streven naar onsterfelijkheid.
Claudio Magris tijdens het interview met Bert Bultinck in De Morgen van 21/02/2007:
“Volgens mij is er een behoefte aan nieuwe projecten, maar dan met ironie, en een liberaal, flexibel bewustzijn. Het perfecte recept bestaat niet – de wereld een klein beetje veranderen, daar gaat het om. De utopie is het grote project en er is geen desillusie, geen onttovering die groot genoeg is om deze noodzaak te vernietigen. Maar als het grote project iets definitiefs is, iets dat aan anderen wordt opgedrongen, als een model van het paradijs, dan is het verschrikkelijk, totalitair en vals.
“Het project vandaag is een gevoel. Dat is waarom ik die arme mensen bewonder, die eerst naar Dachau werden gedeporteerd en dan gemarteld werden door hun kameraden. De wereld is niet iets dat geregeld moet worden; wij zijn niet bedoeld om te eindigen in een administratie. De mensheid met kleine stapjes helpen, dat is het project. We moeten nadenken over onze verantwoordelijkheid: niet alleen de verantwoordelijkheid voor onszelf, niet alleen voor ons land, maar voor de eerste keer voor de hele wereld. Dat is gevaarlijk, maar het is ook een grote kans.”
Het project van de kleine stapjes waarover Magris spreekt, speelt zich niet af op de Agora, de publieke ruimte.
De Agora en de publieke ruimte is reeds lang geen discussieforum meer – als ze dat ooit al in realiteit zouden geweest zijn. De Agora is op z’n veiligst een handelsmarkt waar goederen,
dieren en mensen ter consumptie, ruil of verkoop worden aangeboden – dan wel zichzelf aanbieden – zonder onderscheid des geloofs en tot vermeend wederzijds voordeel.
De openbare domeinen van ontmoeting blijven zo vrij van confessionele, religieuze en ideologische manifestaties. Privé-geloof is veiliger in de beslotenheid van het private.
Dan kan intimiteit weer borg staan voor veiligheid achter gesloten deuren.
Wat vroeger tot de slaapkamer behoorde – en dus ook een grote bron van frustratie was – wordt nu toch al op de openbare markt gegooid.
Wie de disputen wil voeren, doet dit beter in de rand, in de schaduw van de Stoa, waar de scheidslijnen tussen licht en duister zachter en vager zijn en dus de tegenstellingen beschaafder kunnen benaderd worden.
Utopie en onttovering kunnen niet zonder elkaar, in een wereld die menselijk wil blijven.
In de Stoa kan veel leed vermeden worden, waarvan de Agora bij tijd en wijle pleegt te leven
zoals alle Aardse en Hemelse machten.
'Blindelings' lezen doe je best met gesloten ogen: ziende blind. Ons voelen, ons ruiken, ons horen, ons denken zal er wel bij varen. Wanneer we de oogleden sluiten, blijft het negatief beeld tegen een bloedige achtergrond, van al wie voor ons kwam en al wie na ons zal zijn.
Lees verder »