Er is nog zo veel dat ongezegd is. (Rutger Kopland)

Dupslog

Archief

Claudio Magris, Blindelings – De Bezige Bij Amsterdam 2007

26 februari 2007

Claudio Magris, Blindelings – De Bezige Bij Amsterdam 2007
Dit boek gaat over een leven van mensen die hun illusies voor wensen en hun geloof voor een leven namen in eeuwen die het heen en weer kregen tussen Argos en Kolchis, IJsland en Tasmanië, Engeland en Denemarken, van de Internationale Brigades in Spanje naar Dachau, van Italië naar Joegoslavië, van de nazi-kampen naar het Goli Otok van Tito, van het ene kamp naar het andere, als vee.

'Blindelings' is een afrekening met vroeger en een blik op de toekomst. Het heeft iets van Piero della Francesco’s 'La Madonna del Parto' in Monterchi.
http://www.flickr.com/photos/59276281@N00/402147880/
Twee engelen onthullen het verleden en houden het gordijn nog even open voor wie zien wil. De Madonna met geloken ogen spreidt haar kleed voor wat komen gaat. Haar engelen kijken onbevangen en onbewogen de toeschouwer in de ogen.
En wat zij zien in de ogen van de toeschouwers die verschrikt kijken naar wat er zal gebeuren in de nieuwe tijden, is niet niks.

Luc Devoldere vatte de verhaallijn in zijn bespreking in De Standaard van 9/2/2007 als volgt samen: 'Magris heeft het verhaal al eens verteld in Microcosmi en in een essay van Utopia e disincanto ( Utopie en onttovering ). Hier geeft hij het vlees en bloed door het in de mond te leggen van een protagonist van de mislukking, Salvatore Cippico, een trouwe partijmilitant die, in Tasmanië geboren, zijn vader naar Italië gevolgd was. Maar in 1928 wordt het terug Australië, omdat men in een fascistisch land niet kan leven, en de Communistische partij intussen het baken is geworden. In 1932 wordt Cippico uit Australië gezet wegens politieke activiteiten. Terug naar Italië. Burgeroorlog in Spanje. Soldaat in het Italiaanse leger en na 8 september 1943 partizaan. Opgepakt en naar Dachau gestuurd. En in 1947 dus naar Fiume om er in de scheepswerven mee te werken aan de opbouw van het communistisch paradijs. In 1949 gedeporteerd naar Goli Otok. Hoofd herhaaldelijk in de gapende muil van het toilet geduwd. In 1951 weer geëmigreerd naar Italië. Nu wordt de reconstructie moeilijker. Op het einde van zijn leven bevindt Cippico zich in een psychiatrische instelling in Trieste. Stuurt Australië zijn gekken terug naar het moederland? Zelf gelooft hij nog altijd in Tasmanië te zijn. Hij vertelt er zijn levensverhaal aan een dokter, die geen diagnose stelt, geen genezing belooft. Er is alleen een bandopnemer en een PC. De andere PC (Partito Comunista) is dood.'

Pijnlijk helder is de vergelijking die Devoldere bij Magris herkent tussen het gulden vlies van Jason en zijn Argonauten en de rode vlag van de communistische partij: trofee en vod. Om zijn als rechtmatig geacht koningschap te kunnen opnemen diende Jason de schaapsvacht te veroveren die gebruikt werd om in de rivieren van Kolchis '? Georgië het goudstof te verzamelen. Het Gulden Vlies van de macht kon slechts veroverd worden door te steunen op eigen moed, onbaatzuchtige inzet van de kameraden '? Argonauten – en op de passie en listen van Medea die hij beloofde tot echtgenote en moeder van zijn kinderen te eren.
Geen gruwelijker verhaal dan deze uitputtende en gevaarlijke Lange Mars naar de overwinning van de Goede Zaak dank zij verraad, broedermoord, leugen en bedrog, misleiden en veinzen. Eind goed al goed, maar dan wordt de held van deze queeste een eenzame schim die eeuwig lijdt onder zijn eigen verraad en de moord op zijn kinderen door hun moeder.

Medea was bereid geweest Jason in alles te volgen opdat hij haar uniciteit zou erkennen. Zij verliet haar vaderland, verried haar cultuur, haar religie, haar familie, haar vrienden. Zij vermoordde haar broer, ze vernederde haar vader. Ze baarde haar kinderen in zijn cultuur, ze voedde hen op in zijn geloof. Zij had haar eenzaamheid – als eeuwige bannelinge - gedragen als ketenen waarmee hij haar mocht binden.

Wanneer Jason Medea vertelde dat hij voor de toekomst van hun kinderen de dochter van de koning van Korinthe zou trouwen, herkende zij zijn verraad. Hij vergat het veinzen in hun liefdesspel dat - wegens de muren van angst die ze samen om haar heen gebouwd hadden - voor haar verworden was tot dodelijke ernst. 

Blindelings hanteerde zij het slagersmes.
Bij Claudio Magris kan je de mythe van Jason en de Argonauten als een waarschuwing begrijpen voor de grote utopische maakbaarheidsidealen.
Omdat in die denkwereld het goede doel alle middelen heiligt, dient alles wat nog aan menselijkheid rest onverwijld en onvermijdelijk geofferd.

'Blindelings' is een moeilijk boek. Je zwalpt verward en zeeziek doorheen de tijd en de levens van mensen die elkaar konden zijn en de ander worden. Je verliest je in zovele herinneringen, bedenkingen, twijfels die als maagzuur je tong aanvreten tot ze plakt en bewegingsloos de stilte moet bewaren.

»Die Partei, die Partei, / Die hat immer recht / Und Genossen es bleibe dabei,
Denn wer kà?mpft für das Recht, / Der hat immer recht / Gegen Lüge und Ausbeuterei.
Wer das Leben beleidigt, / Ist dumm oder schlecht, / Wer die Menschen verteidigt,
Hat immer recht. / So aus Lenin’schem Geist / Wà?chst von Stalin geschweià?t
Die Partei, die Partei, die Partei.«

Tandenknarsend herken je de pijn van de blinde overgave aan illusies die een houvast zouden bieden. Zoals intense pijn die iemand zichzelf toedient om de andere pijn, die van het zijn, te temperen.

Magris'boek is complex en vraagt een grote eruditie om te vermijden dat je als Argonaut van vandaag schipbreuk moet lijden op de duistere golven van het wereldwijde web. Daar moet je ook intuà?tief de kunst van het zeilen leren: gijpen en laveren, oploeven en overstag gaan, reven en strijken. Want niets is wat het lijkt. 
Wie schipbreuk lijdt in 'Blindelings' kan zich redden met de eigen dromen, vermeende herinneringen van schaamte, gêne, verlangen en streven naar onsterfelijkheid.

Claudio Magris tijdens het interview met Bert Bultinck in De Morgen van 21/02/2007:
“Volgens mij is er een behoefte aan nieuwe projecten, maar dan met ironie, en een liberaal, flexibel bewustzijn. Het perfecte recept bestaat niet – de wereld een klein beetje veranderen, daar gaat het om. De utopie is het grote project en er is geen desillusie, geen onttovering die groot genoeg is om deze noodzaak te vernietigen. Maar als het grote project iets definitiefs is, iets dat aan anderen wordt opgedrongen, als een model van het paradijs, dan is het verschrikkelijk, totalitair en vals.
“Het project vandaag is een gevoel. Dat is waarom ik die arme mensen bewonder, die eerst naar Dachau werden gedeporteerd en dan gemarteld werden door hun kameraden. De wereld is niet iets dat geregeld moet worden; wij zijn niet bedoeld om te eindigen in een administratie. De mensheid met kleine stapjes helpen, dat is het project. We moeten nadenken over onze verantwoordelijkheid: niet alleen de verantwoordelijkheid voor onszelf, niet alleen voor ons land, maar voor de eerste keer voor de hele wereld. Dat is gevaarlijk, maar het is ook een grote kans.”

Het project van de kleine stapjes waarover Magris spreekt, speelt zich niet af op de Agora, de publieke ruimte.
De Agora en de publieke ruimte is reeds lang geen discussieforum meer  – als ze dat ooit al in realiteit zouden geweest zijn.  De Agora is op z’n veiligst een handelsmarkt waar goederen,
dieren en mensen ter consumptie, ruil of verkoop worden aangeboden – dan wel zichzelf aanbieden – zonder onderscheid des geloofs en tot vermeend wederzijds voordeel.
De openbare domeinen van ontmoeting blijven zo vrij van confessionele,  religieuze en ideologische manifestaties.  Privé-geloof is veiliger in de beslotenheid van het private.
Dan kan intimiteit weer borg staan voor veiligheid achter gesloten deuren.
Wat vroeger tot de slaapkamer behoorde  – en dus ook een grote bron van frustratie was – wordt nu toch al op de openbare markt gegooid. 
Wie de disputen wil voeren, doet dit beter in de rand, in de schaduw van de Stoa, waar de scheidslijnen tussen licht en duister zachter en vager zijn en dus de tegenstellingen beschaafder kunnen benaderd worden.
Utopie en onttovering kunnen niet zonder elkaar, in een wereld die menselijk wil blijven.
In de Stoa kan veel leed vermeden worden, waarvan de Agora bij tijd en wijle pleegt te leven
zoals alle Aardse en Hemelse machten.

'Blindelings' lezen doe je best met gesloten ogen: ziende blind. Ons voelen, ons ruiken, ons horen, ons denken zal er wel bij varen. Wanneer we de oogleden sluiten, blijft het negatief beeld tegen een bloedige achtergrond, van al wie voor ons kwam en al wie na ons zal zijn.

 

Lees verder »

Archief

August August, August van Pavel Kohout – Paardenkathedraal Dirk Tanghe

23 februari 2007

August August, August van Pavel Kohout door de Paardenkathedraal
in een regie van Dirk Tanghe.
August August, August is de naam, de voornaam en het beroep van de hoofdrolspeler in dit theaterstuk van Pavel Kohout uit 1967, de vooravond van de Praagse Lente. De Antwerpse KNS, toen nog in de Bourla schouwburg, voerde het in 1970 in vertaling van Michel Oukhov op. In een regie van Walter Tillemans wou Luc Philips zijn clownsdroom realiseren: zoals de directeur van het circus de acht witte Lippizaners 'frizieren'.
Vanaf 1981 – ten tijde van de Poolse Lente en de staat van beleg tegen de vakbeweging Solidarnosc '? speelde het alweer twee seizoenen lang met veel succes in het Antwerpse Raamtheater '? opnieuw met Walter Tillemans als regisseur.
Nu al die lentes reeds lang voorbij zijn, brengt Dirk Tanghe voor de tiende verjaardag van de Paardenkathedraal uit Utrecht opnieuw Kohouts 'August'.
Ditmaal eerder in de winter van een geglobaliseerde wereld.
Waar het August-toneel destijds naadloos spoorde in de sfeer van opstandige bevrijding en solidariteit '? minstens in de eigen verbeelding – tegen een duidelijk omschreven regime van politieke onderdrukking, zijn we in 2007 een eind verder. Een theatrale ode aan de kleine man met grote dromen hoeft vandaag niet langer op makkelijk succes te hopen.
In de hiërarchie van een circus is een clown nog minder dan een paardenknecht. Haalt zo'n August het in zijn hoofd om het paardendressuurnummer over te overnemen van de directeur, dan mag de stalmeester dit soort onmatige dromen graag eigenhandig aan flarden slaan. Maar de circusdirecteur denkt aan de kassa. Het publiek herkent zich graag in een August, zeker als die ook droomt van glamour en glitter. Dus mag August voor één keer de illusie koesteren zelf directeur te worden…op voorwaarden, uiteraard. Clownesk, ontroerend, hilarisch komt de hele Augustenfamilie die vooruit wil in het circusleven steeds dichter bij het intens verlangde doel: de acht witte Lippizaners dresseren. In de circuspiste staat August klaar om zijn rol als directeur op zich te nemen, bijgestaan door vrouw en kind.
Maar als de ware dressuur begint, wordt hun droom ruw verscheurd.

Pavel Kohout (1928) is in Tsjechië een controversieel auteur. Hij werkte vanaf 1949 als actief Stalinist op de Tsjecho-Slowaakse ambassade te Moskou. Nadien was hij in Praag publicist, theater- en filmregisseur en radioreporter. Met '?Septembernachten'? (1955) brak hij als theaterauteur door. Tot aan het opbreken van de Praagse Lente door de Russische tanks in 1968 was Kohout de meest gespeelde auteur in Tsjecho-Slowakije. Hij groeide nadien uit tot één van de scherpste critici van het communisme. Samen met de latere president Vaclav Havel was Kohout één van de opstellers van het mensenrechtenmanifest Charta 77. Hij vloog uit de partij, kreeg publicatieverbod en werd in 1978 verbannen naar Wenen.
Zelf schreef hij over zijn August August, August: '?Ik heb een spel over de onbreekbare kracht van de menselijke droom geschreven. Of eerder een spel over het feit dat een grote, echte droom, een groot, echt verlangen alleen maar vernietigd kan worden door hem, die hem gedroomd heeft, te vernietigen. Dit is een kleine, clowneske allegorie op het noodlot van de creatieve mens. Ik had nooit gedacht dat het een jaar later een allegorie zou zijn op het noodlot van mijn land en mijn partij. In de circuspiste en in het leven zijn de 'Augusten' eeuwig. Sterven zij, dan is dat alleen maar om meteen weer uit de dood op te staan.'?

Dirk Tanghe heeft in Kohouts August precies dat universeel menselijke van alle tijden en plaatsen herkend: “De wereld gaat vergaan, films gaan opgebrand worden, boeken worden niet meer gelezen, beelden worden kapotgeslagen, zeeën overspoelen het land, maar als er één mens op de wereld zal blijven bestaan dan is het de homo ludens. Die mens zal gaan spelen, want de mens is een speels diertje. Gelukkig verandert niet iedereen van kleine kwispelende hond tot uitgemergelde, slappe lul die op zijn sloffen naar de televisie kijkt. De homo ludens gaat altijd door en zal zich uiten in een levende vertelling voor een zaal. Het doven van de lichten, het openschuiven van het rode gordijntje, dat is het pure, warmbloedige, hartstochtelijke, warmebakkerstheater dat altijd zal blijven bestaan.”

Die spelende, nieuwsgierige mens is in wezen subversief, altijd en overal. Democratie is ondenkbaar zonder de wensdromen dat wij het beter weten en kunnen dan de circusdirecteur, de heersers en machthebbers boven ons. Het naà?eve, banale, domme en lachwekkende '? al dan niet gespeeld '? is een essentiële vernieuwende kracht in het spanningsveld met het geraffineerde, gecultiveerde, machtige en productieve van een circusdirecteur en zijn stalmeesters. Varkensdrijvers leiden ons naar de slachtbank met een plank voor onze kop. Zo wordt ons de illusie gepresenteerd dat er geen uitweg meer is in een wereld waar iedereen als vee ten dienste staat van het geglobaliseerde kapitaal dat heen en weer flitst naar stallen met nog grotere winstmarges. De Augusten onder ons springen op en zien een alternatief aan de andere kant van de plank voor onze kop!

De Warande Turnhout, zaterdag 17 april 20.15 uur  – Causerie 19.15 uur.

 

Archief

Marcel Mà?ring, Dis, uitg. De Bezige Bij – Amsterdam 2006.

22 februari 2007

 

Marcel Mà?ring, Dis, uitg. De Bezige Bij – Amsterdam 2006.
‘Ithaca’, mompelt hij, ‘en wat voor een Odysseus ben ik? Jaren weggeweest, maar de cycloop was ikzelf, eerst half blind door het geloof in het allesomvattende systeem dat de wereld beter moest maken en later verblind door mijn gelijk’. (...) (p. 414)

Marcel Mà?ring werkte tien jaar aan 'Dis', om zijn Ilias en Odyssea in elkaar te vlechten.
Het verhaal speelt zich af in de Drentse stad Assen waar sinds 1925 jaarlijks een Tourist Trophy motortreffen plaatsheeft. Naast de arena van het circuit wordt in en om de stad een wild spel opgevoerd op het ritme van hormonen en drank, van drugs en drammende motorbendes. Het heeft wat van Middeleeuwse ridderspelen. Stoerdoenerij die ruikt naar mythologische tijden toen mannen nog mannen en rijders nog rijders waren, en vrouwen gewillig en jong.
'Dis' verwijst naar het inferno in het eerste deel van de Divina Commedia van Dante Alighieri.

Op die TT-zaterdag in juni 1980 bezoeken de oude Jacob Noach en de jonge Marcus Kolpa zoals Dante en Vergilius het Inferno van Assen.

Noach had als jood in Assen de tweede wereldoorlog overleefd in een ondergronds hol. Hij slaagde er nadien in om de vernederingen, die zijn familie en hijzelf vanwege de stadsgenoten te slikken kregen, te keren door handig en vooruitziend een vastgoedimperium met winkels en warenhuizen in het centrum van de stad op te zetten. Kolpa is de intellectueel verknoopte joodse bezoeker die van verre is gekomen en alleen maar gekraakte vrienden van vroeger terug kan vinden in de hel van Assen.
Voor Marcel Mà?ring is het '?Het leven eerder de hel dan de hemel. Het is misschien niet elke dag een tranendal, maar je kunt toch niet zeggen dat het zo goed gaat met de wereld of met onszelf? Het enige vooruitzicht is dat we oud en ziek worden en doodgaan. Na de secularisatie zijn alle ideologieën afgebrokkeld en geloven we er niet meer in dat we de wereld beter kunnen maken. Je bent gewoon een speelbal van de geschiedenis. Dat is de echte hel. Als je pech hebt, word je ergens geboren waar geen brood is. Als je nog meer pech hebt, ga je op zoek naar brood. En als je het dan vindt, staat daar Mark Rutte, die roept: 'Ga weg, u bent een gelukszoeker.' In het leven gaat het over hoe je de strijd voert tegen de loop van de geschiedenis. Dat vind ik de hel.'?

Nog een groter inferno blijkt het fundamentele onvermogen elkaar te ontmoeten dat Mà?ring in zijn personages herkent. Mensen in en om het TT-motorentreffen te Assen '? en elders '? zijn het verleerd om met elkaar een spel van vertrouwelijkheid en intimiteit te spelen. Of erger nog, ze hebben dat spel nooit geleerd. Het lijken allemaal slachtoffers van zwaar en langdurig misbruik waarbij overleven afhangt van de fysische en/of psychische pijngrens die ze zichzelf konden toedichten. Slikken of stikken en wie niet krijst wordt niet gehoord. In hun latere leven zijn het verslaafden van de onmiddellijke behoeftebevrediging en dus analfabeten in sensuele subtiliteiten. Alleen pijn doen en pijn voelen geeft nog een zweem van herkenning en eigenwaarde.

De personages in 'Dis' zijn automutilanten, net zoals de motorrijders die op en om het circuit de show proberen te stelen: ‘Born to be wild’. Zij kunnen noch durven zich verliezen in de illusie van vertrouwelijke intimiteit met een ander.  Zij verkiezen de zekerheid van de verminking en pijniging als herkenbaar houvast in hun infernaal bestaan. Zij opteren voor de uitwendige tekenen, tatoes en piercings als uniform voor hun zo gewenste status van ‘riders on the storm’.  
Mà?ring: '?De hoofdpersonen lijken niet op mij. Maar ik kan niet ontkennen dat boek autobiografisch is. Dat niet kunnen verbinden komt voort uit een pathologisch wantrouwen of op zijn minst uit een niet zo groot vertrouwen in de mens. Ik geloof dat alle literatuur gaat over exodus en odyssee. Je wordt eruit geschopt en je hoopt terug te kunnen keren naar waar je uitgeschopt werd: het huis, de bescherming, de moeder. Dat is volgens mij ons leven. Wij zoeken voortdurend naar die onbezorgde vertrouwdheid die we als kind hadden. Noach is dat kwijt, Kolpa heeft het nooit gehad. En Noach, uitgerekend die man die in alles geslaagd is in het leven, behalve in de liefde, zegt op een gegeven moment tegen Kolpa: Het draait allemaal om liefde. En hij heeft gelijk, denk ik.'?

'Dis' is geen makkelijk boek, zelfs niet als je het bij mondjesmaat tot je neemt. Dat is de Divina Commedia ook niet, laat staan de Ulysses van Joyce.
Mà?rings hoofdpersonen weten maar bij tijd en wijle te ontroeren en te vaak lijken het schimmen die ons omringen en ons vooral niet aanraken, laat staan dat je hen zou kunnen raken als je dat zou willen. De intimiteit van zo'n mentale handreiking zijn de stafrijmen waarop lezers kunnen steunen met de stemme om te vermijden dat ze in het moeras van Drentes Inferno verdwijnen. Het lijkt wel of de auteur zijn lezers wil verdrinken in turf, jenever en achterdocht: ‘wajang gedog’ in Drenthe, gemaskerd schaduwdansen op de tonen van de vermarkting van een samenleving.

93. Mevrouw Kolpa, die vroeger Polak heette, praat met de ramen in haar rug tegen een arts die ze niet ziet, omdat ze ergens anders naar kijkt, naar iets wat zich op een ondefinieerbare plek achter hem bevindt, en in een andere tijd, net zoals hij naar een plek achter haar kijkt sinds hij halverwege de middag begon te luisteren naar het antwoord op de vraag wanneer het allemaal begon en zoals het al vaker is gegaan, meestal zelfs, hoefde hij maar één vraag te stellen om het hele verhaal te krijgen, het verhaal dat zij afgelopen 35 jaar aan niemand, ex-man noch zoon, heeft verteld en dat nu een onstuitbare stroom is geworden die nu, na vele uren, dooft in de mantra die haar al 35 jaar, nee: 38 jaar, doet denken dat het een vrijdag in 1942 is, altijd vrijdag: ja, de dag herinnering ik me ik weet nog wat voor een dag het was twee oktober een vrijdag het was nacht het was twee uur het was vrijdag. Het was twee oktober nacht twee uur. Ze klopten op de deur.

414. ‘Ithaca’, mompelt hij, ‘en wat voor een Odysseus ben ik? Jaren weggeweest, maar de cycloop was ikzelf, eerst half blind door het geloof in het allesomvattende systeem dat de wereld beter moest maken en later verblind door mijn gelijk’. (...)

Hoewel, Odysseus. Hij heeft zichzelf al als cycloop ontmaskerd. Wat blijft erover van hem als listige held die in de kracht van zijn leven onderweg was en het ene na het ander obstakel overwon om terug te keren naar huis, naar zijn Nausicaà? ?

420. ‘Het leven is onspectaculair. Meestal is het zelfs niet meer dan een aaneenschakeling van banaliteiten. Verlang naar het grootste en je krijgt ellende. Er is geen hevigheid zonder pijn. Maar snijd het verlangen naar het unieke en het bijzondere weg en wat er overblijft is één behoefte. En dat is liefde. Geen god, geen gebod, geen romantisch seculair jodendom dat de vorm van radicaal socialisme heeft aangenomen. Liefde.’

 

Archief

Ignaas Devisch vs. Fientje Moerman: Van academicus tot publicatiemachine

20 februari 2007

Jonge onderzoekers moeten vaak werken om de publicatielijst van hun professoren aan te dikken, terwijl die laatsten met de pluimen gaan lopen 

 De universitaire scene staat vandaag voor heel wat uitdagingen en om dit kracht bij te zetten gaat minister Fientje Moerman dezer dagen langs hogescholen en universiteiten in Vlaanderen. Zij wil nagaan hoe wij onze concurrentiële positie kunnen verbeteren (http://www.hersentoer.be/). Immers, de universiteiten en hogescholen begeven zich zoals andere economische sectoren in een wereldwijd veld waarin prestaties met elkaar worden vergeleken. Om uit te maken wie boven- of onderaan op de lijst terechtkomt, zijn dus criteria nodig. Over dat laatste wens ik een aantal korte bedenkingen te formuleren.

De criteria waarop een academisch docent vandaag wordt geëvalueerd zijn uiterst formalistisch opgesteld. Hoewel sinds jaar en dag het motto ‘to publish or to perish’ geldt, moeten we nu specifieker zijn: ‘to A1 or to perish’.
Al wie enigszins vertrouwd is met universitaire middens of met academisch onderzoek weet waarover ik het heb. Behalve het feit dat universiteiten onderzoeksgelden moeten binnenrijven en afgestudeerden en doctorandi moeten produceren, moeten zij vooral publicaties afleveren. Niet zomaar publicaties: enkel deze die in (quasi uitsluitend Engelstalige) tijdschriften op het Web of Science zijn gepubliceerd, komen in aanmerking en bepalen of je curriculum ertoe doet of niet. Dat zijn de A1-publicaties. Niet dat er op zich iets fout is met die Web of Science. Het levert ontelbaar vele schitterende teksten en onderzoeksresultaten op en ik ben zeer blij dat dit wereldwijde uitwisselingsforum bestaat. Eerder gaat het mij om de wijze waarop wij ermee (moeten) omgaan en de perverse effecten die het genereert.

Lees verder »

Archief

F.M. Dostojewski, Aantekeningen uit het ondergrondse

18 februari 2007

 

F.M. Dostojewski, Aantekeningen uit het ondergrondse. – vertaling Monse Weijers – Athenaeum-Polak & Van Gennep Amsterdam 2006.

Fascinerende bespiegelingen in een prachtige vertaling voor muizen en mensen van vandaag en morgen.

Ietwat beklemmend hamert de auteur in 1864 (!) deze filosofische bespiegelingen over de mens en zijn verhouding tot de wereld om hem heen in het hoofd van de lezer. Destijds werd het al eens vertaald als ‘Aantekeningen uit het souterrein’. Het is een sleutelwerk in zijn oeuvre. Hij gaat hier op verassend heldere manier tekeer tegen het maakbaarheidsideaal en de maakbaarheidsideologie, die pas 53 jaar later de macht zou grijpen in Rusland.

Dostojewksi omschrijft reeds het ideale zelfbeeld van de retortenmens uit het reeel bestaande socialisme: het zelfbeeld van een muis! Zeker in het poezenparadijs.

Rede en verstand volstaan immers niet voor menselijk geluk en vrede.

http://www.groene.nl/1996/13/ms_nabok.html

http://nl.wikipedia.org/wiki/Aantekeningen_uit_het_ondergrondse

 

13. Ik kon niet alleen niet boos, ik kon helemaal niets worden: kwaadaardig noch goedhartig, een schurk noch een fatsoenlijk man, een held nog een insect. Ik breng nu de tijd door in mijn hoekje en terg mezelf met de bittere en schrale troost dat er uit een intelligent man in ernst nooit iets kan worden en dat alleen een domoor het tot iets zal brengen. Ja, heren, een intelligente negentiende-eeuwer is zedelijk verplicht een uitgesproken karakterloos iemand te zijn; een man met karakter, een doener daarentegen hoort een bij uitstek geborneerd iemand te zijn. Zo denk ik er al 40 jaar over. Ik ben nu 40, en dat terwijl 40 jaar al een hele leven is; dat is immers de hoogste ouderdom. Langer dan 40 jaar leven, dat is niet netjes, dat is vulgair, immoreel. Wie wordt er ouder dan 40 – antwoord daar eens eerlijk en oprecht op. Ik zal het u zeggen: gekken en boeven. Ik zeg dat alle grijsaards recht in hun gezicht, al die eerbiedwaardige grijsaard, al die zilverharige, geparfumeerde grijsaards. Ik zeg het de hele wereld in haar gezicht. Ik heb het recht om zo te spreken omdat ikzelf 60 zal worden. 70 zal worden. 80 zal worden!....
Wacht! Laat me op adem komen…

19. Welnu heren, juist zo’n spontaan iemand beschouw ik dan ook als de echte, normale mens, zoals onze lieve moeder natuur zelf hem wilde zien toen ze hem vol liefde ter wereld bracht. Zo iemand benijd ik dermate dat de gal mij overloopt. Hij is dom, daarover ga ik niet met u in discussie, maar misschien moet een normaal mens wel dom zijn, wie zal het zeggen? Misschien is dat zelfs wel erg mooi. En ik ben temeer overtuigd van de juistheid van deze, laten we zeggen, verdenking, omdat als we bijvoorbeeld de tegenpool van de normale mens nemen, dus de mens met een verhevigde bewustzijn, die natuurlijk niet is voortgekomen uit de schoot der natuur, maar uit een retort (dat is al bijna mysticisme, heren, maar ik verdenk hem ook daarvan), dan doet de retortenmens in die mate onder voor zijn tegenpool dat hij zichzelf met heel zijn verhevigd bewustzijn, consciëntieus als hij is, ziet als een muis en niet als een mens. Een muis met een verhevigd bewustzijn, toegegeven, maar toch een muis; terwijl die ander een mens is, met alles wat daarbij hoort. En de hoofdzaak is dat hij zichzelf als een muis ziet, uit eigen beweging; niemand vraagt hem daarom, en dat is een belangrijk punt.

37. Maar de mens is zo verslingerd aan systemen en aan abstracte gevolgtrekkingen dat hij bereid is de waarheid bewust te verdraaien, bereid is om ziende blind en horende doof te zijn, alleen om de juistheid van zijn logica aan te tonen. (...)
Beschaving ontwikkelt in de mens alleen een veelzijdige gevoeligheid…en verder absoluut niets. En via de cultivering van die veelzijdigheid komt het misschien nog wel eens zover met de mens dat bloedvergieten hem genot verschaft. Dat is immers wat er nu gebeurt! Hebt u opgemerkt dat de meest verfijnde bloedvergieters bijna zonder uitzondering hoogst beschaafde heren waren, bij wie Atilla of Stenka Razin  en dat soort lieden niet in de schaduw kunnen staan, en als ze niet zo in het oog springen als een Atilla of Stenka Razin, dan komt dat doordat je ze al te vaak tegenkomt, doordat ze al te gangbaar zijn geworden, zich niet onderscheiden van de rest. In ieder geval is de mens, zo hij al door de beschaving bloeddorstiger is geworden, dan toch op een gemenere, stuitender manier bloeddorstig  geworden dan vroeger. Vroeger zag hij het bloedvergieten als een rechtmatige daad en liquideerde met een gerust geweten wie dat in zijn ogen verdiende; tegenwoordig echter beschouwen wij het bloedvergieten wel als iets walgelijks, maar gaan ondertussen rustig door met die walgelijkheid, zelfs meer dan vroeger.

44. Maar ik zeg u voor de honderdste keer: er is maar één reden, maar één, waarom de mens opzettelijk, welbewust iets kan wensen dat zelfs schadelijk is, iets stoms, zelfs iets ontzettend stoms, en wel om het recht hebben zichzelf iets te ontzettend stoms toe te wensen en niet gebonden te zijn door de verplichting alleen verstandige dingen te willen. Want dit ontzettend stomme, want die gril van hem, heren, kan werkelijk het voordeligst zijn van alles op aarde voor een van ons, voor een bepaalde gevallen. En het kan met name voordeliger zijn dan dan alle andere voordelen, zelfs in het geval dat het ons duidelijk schade berokkent en in tegenspraak is met de meest nuchtere overwegingen van eigenbelang, omdat het in ieder geval in stand houdt wat het voornaamste en dierbaarste voor ons is, namelijk onze persoonlijkheid en onze individualiteit. Sommigen beweren dat dat inderdaad het kostbaarste goed is van de mens; de wil kan natuurlijk, desgewenst, ook samengaan met de rede, vooral als er geen misbruik maar een gematigd gebruik van wordt gemaakt; dat is nuttig en soms zelfs prijzenswaardig. Maar de wil is het heel vaak, en zelfs meestal, volledig en hardnekkig oneens met het verstand en…en…en weet u dat ook dit nuttig en soms zeer prijzenswaardig is?

49. U wilt bijvoorbeeld de mens zijn oude gewoonten afleren en zijn wil corrigeren in overeenstemming met de eisen van wetenschap en gezond verstand. Maar hoe weet u dat het niet alleen mogelijk, maa ook nodig is de mens zo te veranderen. Waaruit concludeert u dat een menselijke wil absoluut veranderd moet worden. Kortom, hoe weet u dat een dergelijke correctie de mens inderdaad voordeel zal opleveren. En om tot de kern van de zaak te komen: waarom bent u er zo zeker van dat het niet ingaan tegen de werkelijke, normale door de conclusies van het verstand en rekenkunde gewaarborgde belangen inderdaad altijd gunstige is voor de mens en als wet moet gelden voor de hele mensheid.

50. De mens wil graag iets creëren en wegen aanleggen, dat staat buiten kijf. Maar waarom is hij ook zo’n hartstochtelijke liefhebber van verwoesting en chaos? Houdt hij misschien daarom zoveel van verwoesting en chaos omdat hij zelf soms instinctief vreest zijn doel te bereiken het gebouw in aanbouw te voltooien?
Misschien wil hij het gebouw alleen maar graag vanuit de verte zien en helemaal niet van dichtbij; misschien wil hij het alleen maar graag bouwen, maar er niet in wonen, laat hij dat liever aux animaux domestiques, zoals mieren, schapen en wat dies meer zij.

51. Hij voelt immers dat zodra hij het heeft gevonden, hij niets meer zal hebben om te zoeken. Arbeiders krijgen tenminste, zodra ze klaar zijn met hun werk, geld, gaan naar de kroeg en belanden vervolgens in de nor – enfin, daar zijn ze dan wel een week mee zoet. Maar waar moet de mens heen? Op zijn minst is te constateren dat hij zich iedere keer weinig op zijn gemak voelt als hij zo’n doel nabij is gekomen. Hij houdt van het streven, maar hij vindt het niet erg prettig om iets daadwerkelijk te bereiken, en dat is natuurlijk verschrikkelijk lachwekkend. Kortom de mens zit op een rare manier in elkaar; in dit alles ligt onmiskenbaar een grap besloten. (...)
Misschien is het lijden precies even gunstig voor hem als voorspoed. De mens houdt er soms verschrikkelijk veel te lijden, tot aan het hartstochtelijke toe, dat staat vast.

52. Het lijden wordt niet geduld in vaudevilles, dat weet ik. Ook in een kristallen paleis is het ondenkbaar; lijden is twijfel, is ontkenning, en wat zou een kristallen paleis waard zijn waarin plaats is voor twijfel. Niettemin ben ik ervan overtuigd dat de mens nooit afstand zal doen van het echte lijden, dat wil zeggen van verwoesting en chaos. Lijden – dat is immers de enige oorzaak van het bewustzijn. Ik heb weliswaar vooropgesteld dat bewustzijn het grootste ongeluk is voor de mens, maar toch weet ik dat de mens het liefheeft en het voor geen enkele andere bevrediging zal ruilen.’

53. U gelooft in een kristallen gebouw dat voor eeuwig onaantastbaar is, dus zà? dat je er noch heimelijk je tong tegen kunt uitsteken, noch stiekem een obsceen gebaar tegen kunt maken. Goed, maar ik ben misschien juist zo bang voor dat gebouw omdát het van kristal is onverwoestbaar en je er zelfs niet stiekem je tong tegen kunt uitsteken.

 

 

Archief

Als ik geen rood meer heb

13 februari 2007

Als ik geen rood meer heb

Als ik geen rood meer heb
maak ik de bomen groen, de struiken,
het hele landschap wat ik schilder.
Dus ook het onkruid en het gras,
waarin je languit ligt te wachten roerloos
maar toch diep ontroerd, wanneer je later
het doek mag zien waar ik je rooie jurk
vervangen heb door zachte naaktheid,
waarvoor ik net als voor je glimlach
vooralsnog niet de kleur vond die je past.
Als ik geen rood meer heb,
heb ik nog altijd je lippen.
Paul Snoek (1933-1981) 
Snoek: http://www.dbnl.nl/auteurs/auteur.php?id=snoe004

Laurens Jz. Coster is een vrijwilligersproject.
Website: http://cf.hum.uva.nl/dsphome/ljc/
Redacteur: Raymond Noë
Reacties, bijdragen: eon@planet.nl
Aan- en afmelden: http://www.engage.nu/mailman/listinfo/coster-l

De Coster-lijst is een onderdeel van het Project Laurens Janszoon Coster, een vrijwilligersproject met de bedoeling zoveel mogelijk Nederlandstalige literatuur gratis via Internet ter beschikking te stellen. Abonnees op de Coster-lijst krijgen elke werkdag een klassiek Nederlands gedicht in hun elektronische postbus: Van Vondel tot Van Ostaijen

Archief

Sp.a zoekt arbeiders, en kiezers'?’Onze principes’

2 februari 2007

Sp.a zoekt arbeiders, en kiezers'?

Proletariërs aller landen, verenigt U!
In een ver verleden beriepen de socialistische partijbonzen zich op deze kreet om hun potentiële troepen en kiezers voor zich uit te kunnen drijven naar een grootse toekomst. Steevast werden op de verkiezingsaffiches krachtige arbeiders en arbeidsters geà?dealiseerd die vastberaden de weg wezen naar een niet al te verre einder waar het oosten rood kleurde. De partijleiders wisten de kracht van dit soort beelden als verborgen verleiders te waarderen. Niet dat zij voorop liepen in de klassenstrijd, neen de voorhoede van het proletariaat baande de weg en zij bleven veilig buiten beeld aan de touwtjes trekken. Meer nog, de rode bobo's gingen er vaak prat op dat alleen zij de echte mannen en vrouwen uit het volk '? het vuil nog onder de nagels, het stof nog in de longen '? in de parlementaire halfronden lieten meespelen. Rechtstreeks van op de werkvloer! In de volksrepublieken van weleer was dit een vaste hit op het politieke repertoire.
Er werd zelfs een 'wetenschappelijke' theorie bijeengefantaseerd om de maakbaarheidideologie en de socialistische heilsleer te onderbouwen.
Tot overmaat van ramp bleek deze theorie wel falsifieerbaar. Alle pijnlijke en bloedige experimenten, zelfs op zeer grote schaal, bleken uitermate nefast voor deze illusieleer met wetenschappelijke pretenties.
In het reëel bestaande socialisme '? nu ook in de bioscoop als 'Das Leben der Anderen' van Florian Henckel von Donnersmarck '? was er evenwel geen sprake van een grootse toekomst, laat staan van gelijke kansen of toegenomen vrijheidsgraden.

Dat werd, wordt en blijft een probleem voor politici die zich op een heilsleer beroepen, wegens niet langer wervend. Het moest dus 'anders' en dan voegen de reclamejongens een '.a'- extensie toe: sp.a! Van Belgische Werkliedenpartij over Belgische socialistische partij naar Socialistische Partij en nu ook 'anders' of een 'sociaal-progressief alternatief'.
Elders heet de vervelling 'PvdA+' of 'Arbeid light' of voert het een logo van een snoepjesfabrikant. De hoge funfactor suggereert gegarandeerde onmiddellijke behoeftebevrediging.
Programmatorisch moet de ondraaglijke leegte en lichtheid van de partij gevuld met iedere suggestie van buitenaf die de chronische bloedarmoede wegens jarenlange inteelt, kan maskeren.
Na het populistische verhaal over gratis belastingsverlagingen van de intussen vaandelvluchtige cafébaas onder zijn gelijken, verdeelde professor Vande Lanotte de sp.a – politieke zendtijd op radio en tv onder het progressieve middenveld dat bereid was mee te spelen in zijn scenario.

De sp.a leiders houden nu reeds 18 jaar lang hun bruisende posities in de netwerken van de macht. Ondertussen blijven de socialistische partij-ideologen op leeftijd 'democratie' omschrijven als de strijd om de troon van de macht die leeg moet blijven. (Claude Lefort, Het democratische tekort)
En dus voelen de eens zo getrouwe kiezers zich verweesd, want alleen jaloersheid en rancune leveren voldoende drijfkracht. De strijd gaat voort, in andere kleuren, met andere leiders die zeggen wat u denkt. Zij hullen zich in het aureool van de ware volkspartij die korte metten maken zal met de goed boerende tegenstander die hen het geluk en de gelijkheid niet wil gunnen. De verongelijkte kiezer voelt zich van nature beter bij een oppositie die drijft op het imago dat hún partij de gestelde en de welgestelde lichamen van 's lands establishment blijft uitdagen. Maar dan niet meteen kortgerokt en met panty’s waarop een bloedrood logo om de aandacht gaande te houden, met of zonder gat of ladder.
De ideologie van 'Eigen belang eerst!' is een onuitputtelijke bron van inspiratie voor al wie zich verongelijkt voelt.

Partijleiders en hofhouding van de zichzelf 'democratisch' noemende fracties verliezen dus potentiële kiezers en putten zich uit door nieuwe gadgets en truken van de reclamefoor die aangeleverd worden door dure communicatiehuurlingen. Dank zij BV's , illusies van sex en jeugd, kan het toneel van de macht nog wat respijt krijgen, maar finaal dartelen de leiders naakt op de bühne.
Niet alleen de keizer uit het sprookje van Hans Christian Andersen  verkoos zich naakt te kleden met de nieuwste vleierijen van zijn hovelingen, ook de partijleiders en hun satrapen presenteren zich naakt voor het kiesvee.

De kloof met de arbeider '? dan wel de burger, al naargelang de ideologie '? wordt dus steeds groter en de zuiverende werking van een forse oppositiekuur jaagt de partijbonzen de schrik op het lijf. Zeker wanneer ze geen boeiende en goed geremunereerde functie in het bedrijfsleven of als hoogwaardigheidsbekleder onder de hand hebben. Daar kunnen hun in de cenakels van de macht samengeknoopte netwerken ten volle renderen.
Ook dat vreet aan de geloofwaardigheid van politici die in de arena de indruk willen hoog houden zich met heel hun hart en ziel te offeren voor de belangen van hun kiezende onderdanen. Buiten die arena lijken ze hun eigen belangen optimaal te dienen. Sommigen doen dat ook reeds binnen het mandaat.
Dit soort publieke moraliteit sluit naadloos aan bij het credo van het creatieve ondernemerschap. Reeds jaren is dit het ideaalbeeld in de westerse en nu ook oosterse samenlevingen. Niet langer de lijdende leider als een Christus die zich offert voor de arme zondaars, maar wel de creatieve ondernemer die zijn succes etaleert als voorbeeld voor zijn potentiële klanten.

'?Alleen wie de toekomst zelf maakt, moet ze niet ondergaan.'? Met die uitspraak sloeg partijvoorzitter Johan Vande Lanotte de nagel op de kop tijdens het al zo vaak verdaagde  ideologische congres van sp.a rond de nieuwe beginselverklaring (28-29/1/2007).
Hij maakt met zijn hofhouding de toekomst die zijn kiezers moeten ondergaan. Simpeler en duidelijker kan het moeilijk.
'?De sociale staatshervorming moet meer jobs opleveren, iedereen een gelijke toegang op de arbeidsmarkt verzekeren, de pensioenen verbeteren en een verbreding van de ziekteverzekering geven. Dat is de essentie'? aldus de partijvoorzitter op de fenomenale website www.onzeprincipes.be.
Van alle gepresenteerde sp-sp.a verhalen en eisen en verlangens gedurende de voorbije 18 jaar is dan blijkbaar niet al te veel in huis gekomen. De belofte van honderdduizenden nieuwe banen bleken al te conjunctuurgevoelig en de brave werkman of werkloze kreeg dan nog 'de korte pijn van een generatiepact' door de strot geramd. Een fundamenteel politiek pleidooi voor een sociale en duurzame economie is volgens Johan en Frank zinloos en utopisch. Al wordt er door hen nog her en der wat lippendienst verleend aan solidariteit, samenleven en gemeenschapszin, als puntje bij paaltje komt, gaat het in de economische realiteit alleen nog over privatiseringen en het creatieve vrije ondernemersschap.
De Voorganger met het ijzersterke gratis-logo was er zelfs in geslaagd de liberalisering van de energiemarkt met zo'n vaart door te drukken dat de brave Vlaming vandaag voor elektriciteit nog meer betaalt dan voorheen. En voorheen was de kilowattuurprijs in Vlaanderen reeds bij de hoogste van heel Europa!
De liberale markteconomie '? met 'sociale correctie' en 'goed bestuur'(voor wie?) want verder komt de ideologische fantasie van de socialistische leiders niet meer -  in de visie van de infantiele tele-tubi-hype pleegt roofbouw op de sociale humus die meer dan honderd jaar lang werd opgebouwd. Zelfs het innen van belastingen wordt steeds verder aan creatieve privé ondernemers overgelaten en de digitalisering van de fiscus is helemaal in handen van private belangengroepen en personen!

Dan rijst de vraag of hún verhaal, hún partij en hún positie nog wel nodig zijn voor 'úw sociale zekerheid' en úw 'werk, werk, werk' in de kering van de tijd naar een geglobaliseerde wereld. Het leven in de Dorpsstraat van Bokrijk, Boom, Brugge, Bergen en  Brussel speelt zich reeds lang af op het ritme van de gebeurtenissen in Bagdad, Beijing, Birmingham en Baltimore.

Het wordt duidelijk voor de kiezers dat de sp.a leiders niet het beloofde verschil maken. De tripartite op Vlaams niveau – en binnenkort ongetwijfeld ook federaal – leidt tot intensief drummen in het centrum van de macht. De troon van die macht wankelt op het ritme van de angst van wie deze probeert te bekleden. De oppositie wordt alleen nog uitgemaakt door het Blok en Lijst Dedecker na een mogelijk mini Fortuyn scenario, wegens Groen! op terminale toer.

De sp.a voorzitter formuleert het met brio op de You Tube van www.onzeprincipes.be: 'Politici zijn vaak bang van de bevolking. ('?)Maar we moeten niet bang zijn van de bevolking. We moeten ermee samen werken, ernaar luisteren en goeie beslissingen nemen'.
Johan geniet met flair van de arrogantie van de macht en sinds hij geen regeringslid meer is, lijkt hij zelfs minder hyperkinetisch. Al lijdt zijn favoriete basketclub Oostende dezer dagen naar verluidt onder slecht bestuur.
Renaat Landuyt, daarentegen blijft flegmatiek zijn 'August'- imago cultiveren: 'Inzake onveiligheid worden we te vaak geconfronteerd met de arrogantie van de onmacht. De overheid zegt dat ze de verzuchtingen van de burger begrijpt maar legt er zich bij neer dat ze niets kan doen.('?) Nieuwe technologieën zoals Buurtinformatienetwerken, DNA-bestanden, camera’s, enz. moeten niet gevrees – nog een laatste Limburgse oprisping ?-  maar ten volle benut worden.'
Als jurist weet hij natuurlijk beter. Weinigen zijn zo beslagen in de cultus van het veinzen en het doen alsof '? zeker in de publieke ruimte – als Renaat. Hij weet dan ook perfect dat privacy ook in de publieke ruimte de noodzakelijke basis is voor menselijke omgangsvormen, ver van Big Brother toestanden die Georges Orwell ruim op tijd voorspelde met zijn boek '1984'.

Naast de voorzitter en zijn dienstnar uit het Brugse schitteren op You Tube de mindere maar ook mooiere goden en godinnen tijdens hun minuutje vol glorie.

Kathleen twinkelt weer vrolijk met het kopje -  de hals goed beweeglijk in beeld – en meer nog de lippen amechtig getuit.
Ons Freya heeft last van haar lenzen want ze knipoogt zich een ongeluk terwijl ze een minuut lang zwijgt en tot slot weet te melden dat ze het niet beter had kunnen zeggen dan het liedje dat haar vervangt. Waarvan acte.
Onzen Bruno zal zijn hele leven achtervolgd worden door de stem van Louis: geniaal, maar met te korte armpjes en beentjes. Hij weet dan ook niet altijd precies wat hij moet zeggen of zwijgen. Zo liet hij zich eens goed gaan in een recent interview in De Morgen: ‘Een dictatuur zou soms handig zijn, ja. Maar alleen als ik de dictator mag zijn, natuurlijk.’ Het ligt natuurlijk wel helemaal in de lijn van de visie op een democratie van Jean Luc Dehaene en vaderlief.

Onze Peter is de zoon van den andere Louis, uit Lommel, en moet de slagschaduw van de Steve  proberen te ontwijken
De Frank toont zich met zijn ‘foute’ dassen  het stadium van de onthechtheid eindeloos overstegen temidden van zoveel holle ijdelheid.
Den Bruno is nog niet echt geconsacreerd, maar mag nog een keertje meedoen. Hij is nog niet van de familie, maar komt  van op de werkvloer '? de directievloer weliswaar van de banksector.
Pascal is moedig. Hij geniet nog van de oude mantra van het multiculturele genot bedoeld voor de allochtone kiezers uit het Brusselse en zijn vrienden aldaar.
Caroline was er bijna niet meer geweest, zegt ze. Je ziet het nog wat aan haar pruilende onderlip. Dank zij de socialistische gezondheidszorg en Bart Somers mag ze nog een beetje meedoen.

Er is nog plaats in kamer en senaat voor arbeiders van de werkvloer, hoofddelegees van de vakbond of directeurs van het ziekenfonds.
De vorige arbeider die dan nog bijna zijne werkvloer bij Ford Genk kwijt was, Pierre Vrancken, heeft het niet gehaald ondanks de barnumcampagne voor zijn koppelmaat.
Benieuwd of de nieuwe arbeiders en priester-arbeiders het deze keer zullen halen.
Maar ze zijn gewaarschuwd: al wordt er soms mooi theater opgevoerd,  't blijft om te lachen in dat halfrond op het rode pluche of de groene bankjes.
De beslissingen worden elders genomen, de verkozen vertegenwoordigers van het volk, de natie, het land mogen ze dan proberen te verkopen.
De beslissingsstructuren van het vaderlandse politieke theater zitten behoorlijk fout. Er wordt toneel gespeeld van een patronaatsniveau want de echte acteurs zitten in de coulissen of beter nog in de artistenbar bij de regisseurs.

Wanneer vrouwen de troon bestijgen, lijkt de macht zich terug te trekken in de coulissen… Wanneer mannen zich wanhopig aan de macht vastklampen, wordt doorgaans vanuit de coulissen aan de touwtjes getrokken… Vrouwen dragen het leven, mannen spelen het spel, maar vaak als acteurs die hun rol verwarren met het ware leven.

En dat wreekt zich, vroeg of laat. Wanneer de ware machtscentra het de moeite niet meer vinden een boeiend theaterstuk op te voeren, zal het verzet hiertegen zich ook niet meer op toneelniveau afspelen.
Dan verlaten de mensen de schouwburg en beginnen de straatgevechten.

Volgens Karl Marx is het geweld de vroedvrouw van de geschiedenis. ( ‘Het geweld is de vroedvrouw van iedere oude maatschappij, die zwanger gaat van een nieuwe’.)
Progressieve en sociale politici of een partij die naam waardig, zullen door diezelfde geschiedenis beoordeeld worden op hun al dan niet vermeende moed.

Zullen zij die moed hebben om een sociale economie als basis van een zorgzame samenleving voorop te stellen en door te drukken of zullen zij zich op sleeptouw laten nemen door de wispelturige wind van de snelle winst?

Voor een nieuwkomer in een parlement is het veiliger alle hoop te laten varen bij het binnentreden.
Dante en Vergilius lezen het opschrift voor de poort van de Hel:
'Per me si va ne la città? dolente,
Per me si va ne l'etterno dolore,
Per me si va tra la perduta gente. ('?)
Lasciate ogne speranza, voi ch'intrate.
'Door mij komt men in de stad van lijden
Door mij komt men in de eeuwige pijn
Door mij komt men bij de verloren mensheid!
('?) Laat varen alle hoop, gij die hier binnentreedt'

Aan de poorten van de hel verwijs ik nog graag naar een selectie uit vroegere kritische stukjes en bemoedigende analyses over socialisme, sp.a en haar Oostendse voorzitter, elders in Dupslog:

http://www.janvanduppen.be/?p=40
http://www.janvanduppen.be/?p=151
http://www.janvanduppen.be/?p=148
http://www.janvanduppen.be/?p=67
http://www.janvanduppen.be/?p=135
http://www.janvanduppen.be/?p=51
http://www.janvanduppen.be/?p=42
http://www.janvanduppen.be/?p=41
http://www.janvanduppen.be/?p=36
http://www.janvanduppen.be/?p=30