Er is nog zo veel dat ongezegd is. (Rutger Kopland)

Dupslog

Archief

Luuk van Middelaar: Europa blijft op zoek naar publiek '? het is tijd dat de spelers de kleedkamer uitkomen

28 maart 2007

Luuk van Middelaar blijft mij aangenaam verbazen. Ik ben hem schatplichtig omwille van zijn boek uit 1999: ‘Politicide, de moord op de politiek in de Franse filosofie’. Op jonge leeftijd schreef hij een fenomenale thesis waarvan dit boek de publieke vorm werd. Ik heb ‘Politicide’ verslonden, naast Claude Lefort met ‘Het democratisch tekort’, Peter De Graeve met zijn lezingen over Niccolà? Machiavelli en zijn ‘Friedrich Nietzsche, chaos en (ver)wording’ en Wilfried Dewachter ‘De mythe van de parlementaire democratie, een Belgische analyse’ hebben deze werken mij bijgelicht in de politieke duisternis binnen de sp.a, Vlaams Parlement en de Belgische Senaat, om van de gemeenteraad van Turnhout nog maar te zwijgen.

Ik heb van Middelaars ‘Politicide’ herhaaldelijk als geschenk bedeeld aan vijanden, aartsvijanden en politieke vrienden, wanneer ik hen dit boek waardig achtte. Bijvoorbeeld wanneer ze minister werden en in staat konden worden geacht zo’n werk te lezen zonder in een depressie te versukkelen. Daarom kregen ze er ook steeds het vers Die Gedichte des 'Lebensmüden' -  Gesprek van een man met zijn Ba '? ziel uit 1800 aCn bij. zie http://www.janvanduppen.be/?p=265.

Vorige week heeft hij naar aanleiding van de viering van 50 jaar Europese Unie – ttz. 50 jaar verdragen van Rome in Berlijn – een knap opiniestuk gepleegd op de website van NRC Handelsblad. 

Ik vind het bijzonder boeiend hoe hij de wetten van het theaterspel, de Griekse en de Romeinse route analyseert.

Luuk van Middelaar, Politicide, Van Gennep, 1999 – een knappe bespreking van Dirk Verhofstadt verscheen destijds op Liberales :

http://www.liberales.be/cgi-bin/showframe.pl?boek&vanmiddelaarpoliticide

Europa blijft op zoek naar publiek '? het is tijd dat de spelers de kleedkamer uitkomen
Europese eenwording is geen knutselproject meer, maar echte politiek. Dat is een dwingend spel, waarbij je de spelers kunt veranderen, maar het spel niet. Al is de voorstelling natuurlijk niet verplicht, we kunnen ook gaan vissen.  (...)

Dit brengt ons, ten derde, op het Europese publiek. De vraag zou kunnen zijn: Wie opent het publiek de ogen? Wie zegt: Mensen, het beest zit er al? Toch is dat de verkeerde vraag. Het aardige van publiek '? of het nu toneel, voetbal of politiek betreft '? is dat het eigener beweging komt kijken. Omdat het geboeid is. Omdat er wat te beleven valt: emotie, spanning, gebeurtenissen. Valt er niets te beleven, dan blijven de theaterzalen, de stadions en de opiniepagina's leeg. Daar helpt geen goedkope statribune bij.(...)

Zo is het met Europa anno 2007. Haast niemand komt kijken. Te saai. Ligt dat aan het publiek? Aan de spelers? Aan het spel? Men voelt hoe de termen in elkaar grijpen. Een acteur staat niet graag voor een lege zaal. Voetballers spelen liever niet voor lege tribunes (zie de existentiële nood van de grote Italiaanse clubs deze maanden). En politici zonder kiezers, zonder openbare mening, zonder demonstranten '? dat worden ambtenaren. Het Berlijns verjaarscadeau van de Europese leiders aan ons is dus ook een cri de coeur.(...)

Hoe maak je de massa tot publiek? In de westerse politieke traditie zijn hiervoor twee routes. De Griekse route: burgerschap. Je laat mensen meebeslissen en geeft hun rechten. De Romeinse route: brood en spelen. Je geeft hun geld en spektakel. (...) 

De grondvraag voor de Nederlandse bevolking luidt op enig moment: wilt u deel uitmaken van het Europese publiek? 

Zo ja, dan is dit het spel dat we/ze spelen. We kunnen best een klein dingetje veranderen '? want we vinden het leuk als u meedoet '? maar grosso modo gaat het spel als volgt. We reageren gezamenlijk op gebeurtenissen, en daarvoor hebben we als Unie een regering, een parlement, ambtenaren en een hof. De Europese regering neemt tijdens toppen en raden, namens alle afzonderlijke nationale parlementen en bevolkingen, de besluiten; het Europese parlement spreekt en beslist mee namens de gezamenlijke burgers; de Brusselse ambtenaren doen de voorstellen; en het Europese Hof houdt alles in de gaten. Er is ook een Europees publiek. Dat kijkt toe, opinieert en demonstreert. Het spreekt tijdens nationale en Europese verkiezingen, als het beslist wie de velden op mag. Het kan de spelers veranderen, maar het spel niet. (...)

Als het u verveelt: de voorstelling is niet verplicht. U kunt ook gaan schaken of vissen, samen met Noorwegen bijvoorbeeld. (...)

Alleen met die grondvraag kan de bevolking van de feiten '? het beest in de woonkamer '? worden doordrongen. Dat vereist twee zaken. Een verantwoordelijke regering, die haar lot aan de uitslag verbindt. En het publieke verlangen: liever meedoen dan buitenspel staan.

 

Lees verder »

Archief

Alaa Al Aswani, Het Yacoubian. uitg. Mouria – 2007

25 maart 2007

Alaa Al Aswani, Het Yacoubian. uitg. Mouria – 2007
Decennialang was de uitdrukking 'a Belgian dentist' een metafoor voor wie bulkte van het zwarte geld en vatbaar was voor allerlei dubieuze beleggingen over de hele wereld. Belgian dentists puurden dat vele geld uit het goud en het amalgaam dat ze in de mond van hun patiënten plantten. Zij noteerden de mimiek en memoriseerden de verhalen die ze hen onder het boren en schrapen toevertrouwden. De verhalen waren wel hún verhalen, de mimiek en het geld was van de patiënt en daarvoor heeft de fiscus in navolging van obscure beleggingsfondsen intussen een neus ontwikkeld.

Alaa Al Aswani is 'an Egyptian dentist' die schrijver is geworden.
Ik mag hopen dat ook 'Egyptian dentist' een staande uitdrukking wordt, maar dan voor het optekenen van de verhalen uit de mond van weerloze patiënten en het lezen in hun aangezicht van gevoelens van pijn en bevrijding, van vrees en opluchting '? steeds de mond wijd opengesperd voor een ruime, hel verlichte en indringende kijk op de krochten van het leven. Wie kan immers beter de ruà?nes van menselijk leed en leut lezen dan tandartsen in de vorm en de kleur van lippen, uit gehavende tandenrijen, verkleurde ivoren wachters met de geur uit het ondermaanse, achter een tongbasis als een gepapeld maanlandschap tussen gehavende amandelpijlers, onder harige neusgaten, bloeddoorlopen ogen en vragende wenkbrauwen. Geen therapeut komt dichter bij iemands gelaat dan een tandarts. Geen arts dringt dieper door in het masker van menselijke waardigheid, dat weerloos alle geheimen prijs moet geven wanneer de snerpende boor de grens bespeelt tussen pijn en zijn, tussen kramp en verlichting. Geen deskundige kan zo intiem de littekens lezen van verlangen, verwachting en vernedering die een menselijk hoofd dragen.

Met 'Het Yacoubian' heeft hij een knappe en krachtige roman geschreven over het Caà?ro van gisteren, vandaag en morgen, rond de levens van enkele bewoners van de Yacoubianflat die in 1930 door de gelijknamige Armeense zakenman werd gebouwd aan de Soelaiman Pasjastraat.
Ooit het gouden westerse centrum van Caà?ro, vandaag een amalgaam van verlopen rijk en arm. Het immense dakterras bood eertijds avondlijke verkoeling voor de rijke dames uit het gebouw. Vandaag dienen de ijzeren dakkamertjes als onderkomen voor de dienaren en de arme klunzen die enkel hun lijf te bieden hebben.
De 'Egyptian dentist' bouwt vanuit een chaotische verstrengeling van materialen een stadsprothese voor zijn lezers, die het kauwen vergemakkelijkt en maag- en darmbezwaren mildert, ongetwijfeld ook bij toeristische bezoekers aan zijn stad.
Het Yacoubian is een literair werk dat de grote lijnen weet te ontwarren in de allesoverheersende wirwar van mensen, dieren en machines in de grootste stad van de Nijldelta.  De lezer leert menselijke relaties herkennen die ieders handel en wandel drijven. Op het broeierige moeras van corruptie, verraad, vernedering, chantage, berekende liefde, betaalbare tederheid, heren- en knapenliefde, marteling en moord bloeit steeds sterker het bevrijdende geloof in de Ene en de Ware, in de alles zuiverende broederschap van de ware gelovigen. De drie 'G's heersen ook in Caà?ro soeverein in een ijzeren trilogie: van Gat naar Geld tot God. Zij het dat voor de geslaagde medeburgers of de erfgenamen van het familiale fortuin een drieslag veel minder moeite kost.

Zelden heb ik een strakkere parallel begrepen tussen de drijfveer van fundamentalistische moslimbroeders die de zuivere islam in al zijn bevrijdende en zaligmakende aspecten willen  uitdragen en een vergelijkbare hang naar allesomvattende maakbaarheidideologieën die niet besmet waren door revisionisme of reformisme.
Blijft de vraag hoelang het nog duren zal eer fundamentalisten van het ware geloof in de rechte leer, van het boek of van welke profeet dan ook, kunnen begrijpen dat zij zelf slachtoffer zijn van de machinaties van de ‘grandi maestri pupari’, de Grote Heren achter de schermen die in het spel van de macht de touwtjes beroeren. De financiële machinaties achter sommige moskeeverenigingen die piramidespelen opzetten om de goedgelovige van zijn zuurverdiende centen te verlossen, overvoeren hen met verwarring, die goedgelovigen in hun eenzame schaamte moeten leren ontwarren. Maar dat vraagt tijd, veel tijd en in die tijd zullen nog vele schrijnende wonden geslagen worden.
'Het Yacoubian' ontsnapte aan de censuur wegens bij een onooglijke uitgeverij verschenen maar werd een immens succes, niet alleen in Egypte. Met de verfilming  – en dus ook toegankelijk voor de grote massa analfabeten naar letter en geest – begon de heibel tot in het parlement waar schatrijke achtbare volksvertegenwoordigers van de arbeiderswijken protesteerden tegen de zedeloosheid van expliciete homoseksuele handelingen. De parlementairen van de Moslimbroederschap zagen echter geen graten in de film die voor hen de gruwel van het corrupte Mubarakregime visualiseert. 

Al houden ze Al Aswani in het visier: 'Ah, de fanatici. Ik krijg nog steeds tien mails per dag waarin mij de dood wordt toegewenst. Ik schrijf deze mensen hartelijk terug dat ze niets van literatuur begrijpen. Literatuur gaat over het leven. Als je de ogen sluit voor maatschappelijke taboes als homoseksualiteit of drugsgebruik, dan betekent het niet dat die verschijnselen ook verdwijnen.' 

Uit het interview en het artikel van Margot Dijkgraaf in NRC 23/2/2007:

Angst heeft hij niet, al weet Al Aswani ook hoe de Egyptische moslimschrijver Faraj Fouda in 1992 op straat werd doodgestoken door een extremist, omdat hij in zijn boeken het secularisme had verkondigd. 'Maar in angst kun je niet schrijven. Of je schrijft over alles wat je belangrijk voorkomt, of je zwijgt.' Natuurlijk bracht de controverse het boek onder de aandacht, zegt Al Aswani. 'Maar er was ook een grote menselijke behoefte aan in Egypte. Ik laat de lezers zien dat ze voorbij de taboes kunnen kijken, en een completer en tolerant mens kunnen worden als ze de waarheid onder ogen zien.' Die waarheid is er in Egypte een van onderdrukking van vrouwen en van gedwongen abortussen. 'Vrouwen worden dubbel belaagd: door de dictatuur, en door de roofdieren van mannen.' De corruptie en het oplaaiende religieuze fanatisme zijn plagen waarvan het land volgens Al Aswani moeilijk verlost zal worden. 'In ieder geval zolang deze regering van Moebarak aan de macht is. Mijnheer de president ziet het extremisme, de opkomende terreur van de islamisten, als een ziekte. Maar het is een complicatie van de ziekte die een dictatuur is. Net als de corruptie, en de rechteloosheid van de burger. Als de ziekte wordt aangepakt, zullen de complicaties verdwijnen. Als kansloze en arme jongeren in een democratie hun stem zouden kunnen laten horen, als ze een vertegenwoordiger in het parlement konden kiezen, wat zouden ze dan nog te zoeken hebben bij het extremisme?'
In Het Yacoubian volgt een van de helden uiteindelijk het pad van de jihad, maar niet omdat hij nu zo nodig een islamistische staat wil. 'Deze man wil wraak voor de vernederingen die hij in de gevangenis heeft ondergaan. Zo is het bij vele fanatieke moslimjongeren: ze zijn het onrecht zat, en komen in wanhoop tot de jihad.'
Dat Al Aswani zijn roman in Egypte kan verkopen ondanks de dictatuur die hij aanvalt, bewijst volgens hem niet dat het met die dictatuur wel meevalt. 'In Egypte bestaat een onzichtbare censuur. Je brengt je boek uit, en merkt dat je bepaalde zaken bij de overheid niet meer voor elkaar krijgt. De sjeiks doen het boek in de ban voor de gelovigen. Je wordt bedreigd.'
Al Aswani is geen vriend van de macht. De schrijver is dan ook nog altijd tandarts van beroep, met een bloeiende praktijk in Caà?ro. 'Het is in Egypte moeilijk om van het schrijverschap te leven, tenzij je je laat gebruiken door de overheid.' De bestsellerauteur heeft geen idee hoeveel van zijn boeken in Egypte zijn verkocht, zegt hij. 'De uitgever is niet geneigd de schrijver op de hoogte te houden van de oplage, zodat zo weinig mogelijk royalty kan worden uitbetaald.' Corruptie, ook daar. 'En een schrijver hoeft echt niet bij de overheid aan te kloppen om zijn rechten te laten verdedigen', zegt Al Aswani. Een bulderlach. 'Zéker ik niet.' Margot Dijkgraaf in NRC 23/2/2007

Lees verder »

Archief

Egypte, land der levensmoeden'?& C.D. Blokhuis, Egypte, Brandaen reisgids

21 maart 2007

 

Egypte, land der levensmoeden'?

 
'?Dit is een vreemd land. Het lijkt wel of de goden hier echt aanwezig zijn. Onze goden hebben zich al lang in hun hemel teruggetrokken. Wij kopen hun welwillendheid met brandoffers af. Maar deze goden willen meer'?. '?Keizer Hadrianus in Psyche van Paul Claes, p. 104
 

Egypte is een geschenk van de Nijl,
maar voor wie is die Nijl een geschenk geweest en geworden?
Wie heeft iets aan een dergelijk lang en smal en rechtlijnig geschenk?
Behoudens uitgedunde horden toeristen die op hun wenken bediend en van hun centen verlost worden onder het eeuwige gemompel van 'bakshish' door een wriemelende meute van handophouders in alle leeftijdscategorieën. 

Al oogt de scheiding tussen woestijn en bevloeid land messcherp, de scheiding in de geesten der mensen is er zo mogelijk nog scherper.
De oudste landbouwculturen uit het 8ste tot het 4de  Millennium aCn hadden uiteraard het grootste succes langsheen de grote stromen der aarde, waar het voedselsurplus een snelle bevolkingsgroei en een even snelle staatkundige ontwikkeling opleverde. In de Nijlvallei was deze evolutie  vruchtbaar en standvastig. Landmeetkunde en rekenkunde, tijdsbepaling, sterrenkunde en godsdienst, schrift en bouwkunde werden een noodzakelijk product van menselijke intelligentie in het regelmatig overstromende Nijldal waar de zon boven de oostelijke woestijn opkwam en altijd weer in de westelijke woestijn ten onder gaat.
Een strakke dictatuur is in de menselijke geschiedenis steeds de tweelingbroer van de Grote Werken om irrigatievormen maximaal te benutten. De afstand tussen de heerser en zijn onderdanen moet groot genoeg zijn, om het lijden van deze laatsten draaglijk, acceptabel en door god gewild te houden. Een dergelijke staatstructuur vereist een passende religie met dito bedienaars om de verschillende maatschappelijke klassen te binden en gebonden te houden. Bijaldien eist een groot voedsel- en mensensurplus steevast Grote Werken, een goelag waarop de maatschappelijke orde is gebouwd in tempels en paleizen, graven en piramiden. Ook al hadden ambachtslui, vaklui, stielkenners, schrijvers, architecten en priesters een treffelijk statuut, de handarbeiders werden met grote regelmaat gesommeerd om her en der lange maanden op te draaien voor de Grote Werken waar hun aantal voor de nodige energetische investeringen zorgden. Maar precies die strakke socio-religieuze keurslijven en dat gebrek aan dynamiek wreekt zich.
Spanningen komen en gaan in een cyclische loop der geschiedenis van Egypte als de zeven magere en de zeven vette jaren. Onderhuids groeien de tegenstellingen en stijgt de woede, die kan uitbarsten in stakingen en opstanden van wanhopige boeren die hun kinderen verkopen of opeten om zelf niet om te komen als de vloed uitblijft. Een heerser die zich dan niet kan handhaven, dient geofferd en de nieuwe dynastie belooft steevast gratis belastingsverlaging of grootse triomfen bij oorlogen tegen de vreemde vijanden van over de woestijngrenzen.
De eigen cultuur is zoals de zon het centrum van de hele wereld, alle andere culturen en volkeren moeten eer en onderdanig respect betuigen '? niet alleen op de beeldverhalen in tempels en paleizen. Nederlagen of patstellingen worden als door god gegeven overwinningen omschreven en de schone schijn van het machtig zijn tot een verpletterende kunst verheven. Millennia lang bleek iedere nieuwe heerser zich op de zelfde goddelijke oorsprong te beroepen, om de continuà?teit van de heerser voor de onderdanen aanvaardbaar te houden. Een pantheon van lokale goden diende de lokale behoeften aan een eigen identiteit te verzoenen met de alles overheersende Amon Re, de Zon zelf, en zijn mens geworden zaad: de farao.

Bijna 3000 jaar geleden verwoordde een levensmoede man dit in een klaagzang tot zijn ziel, zijn innerlijke tweeling. Je hoort hem tot vandaag nog steeds in iedere klaagzang over de andere, in iedere preek voor de ware broederschap in de moskee van Khartoum tot Kairo

Die Gedichte des 'Lebensmüden'

Lees verder »

Archief

‘Das Leben der Anderen’, het leven zoals het is, vandaag en morgen, voor ieder van ons.

18 maart 2007
'Das Leben der Anderen', het leven zoals het is, vandaag en morgen, voor ieder van ons. 'Das Leben der Anderen' van Florian Henckel von Donnersmarck is een typische Europese film, dus niet eendimensionaal ondanks de grijsgroene kleuren, niet rechtlijnig ondanks het beperkte verhaal. Er is weinig beweging en geen spektakel van seks, geweld en bloed. Als toeschouwer onderga je geen visuele en auditieve roetsjbaan waarna je opgelucht huiswaarts keert. Europese films lijken daarin op romans, dé Europese kunstvorm bij uitstek sinds Cervantes' Don Quijote de la Mancha. Europese films spelen zich af in het denken van de toeschouwer, beklijvender dan op het witte doek. En daarin is Henckel von Donnersmarck schitterend en beklemmend geslaagd. Zijn motief '? 'In einem System der Macht ist nichts privat'- gaat niet alleen over het leven van de anderen in het socialistische vaderland, de DDR in 1984. De anderen zijn wijzelf, het leven van de anderen is ons leven, ook vandaag en morgen. Zo blijkt uit de indringende studie die door het Tilburgse Rathenau Instituut eind januari 2007 werd opgeleverd voor een publiek debat in de Eerste Kamer van de Staten Generaal: 'Van privacyparadijs tot controlestaat? Misdaad- en terreurbestrijding in Nederland aan het begin van de 21e eeuw' http://www.rathenau.nl/ Lees verder »

Archief

Tahar Ben Jelloun, Weggaan, uitg. De Bezige Bij, Amsterdam 2006

12 maart 2007

 

Tahar Ben Jelloun, Weggaan, uitg. De Bezige Bij, Amsterdam 2006

'Weggaan' is een teder boek over de trieste kanten van het leven aan de beide kusten van de straat van Gibraltar waar men bij helder weer elkaars lichtjes kan zien. Met veel humor en mildheid analyseert Tahar Ben Jelloun de kreupele kronkels in het populaire denken van jonge, goed opgeleide Maghrebijnen.  Jarenlang werden intelligente jongeren aangemoedigd om zware inspanningen te leveren, ook financieel door de eigen familie, om een goede universitaire opleiding af te ronden. Maar met dat diploma blijken ze vooral niets te zijn. Zonder forse financiële achtergrond en/of familiebanden in de cenakels van de politieke en economische macht komt er niet veel waardering voor hun diploma's en verdampen de beloofde toekomstmogelijkheden in het thuisland.  Een knellende situatie die alleen maar druk kan aflaten in illegale emigraties naar Europa.
Ben Jelloun weet in 'Weggaan' de sterkte van de vrouwen te duiden, ook waar ze het leven moeilijk lijken te maken voor hun zonen en jongens. Sterke vrouwen in nood drukken vaak op  hun zonen die zo in de knoop kunnen komen met hun eigen positie als man.
'?Als je groot bent, zul jij dokter worden of ingenieur, dan neem je me mee op reis, eerst naar Mekka, dan naar Caà?ro, ik zal zo graag het land van Farid Al Atrach en Oum Kalsoum bezoeken, jij zult zijden stoffen voor me kopen, ik zal dan een heel nieuw leven leiden, het leven van een koningin, een koninginnetje zonder kroon, zonder koning, jij bent mijn prins, jij zult altijd mijn prins zijn, doe dus goed je best op school, breng mooie cijfers mee naar huis, wees een goede zoon, je zult voor altijd een eeuwig mijn zegen krijgen.'?(p.260)
Met zo weinig ruimte voor falen, kunnen zonen neigen tot twijfel over hun eigen identiteit. Is het dan verwonderlijk dat zovele van die jonge mannen exclusiviteitrespect verwachten van hun eigen vrouw onder de vorm van fysieke afwezigheid of onherkenbaarheid in de publieke ruimte, afgeschermd voor de ontmoeting met anderen?

Lees verder »

Archief

Kurt Schwitters en de avant-garde, Museum Boijmans van Beuningen Rotterdam

11 maart 2007

Kurt Schwitters en de avant-garde
Museum Boijmans van Beuningen Rotterdam tot 28 mei 2007
Meer dan dertig jaar hebben we gezocht, geklopt en gevonden wanneer er ergens een geur van 'avant-garde' te bespeuren viel. Let wel, het bleek de avant-garde van het Interbellum, die eeuwig voorhoede zou blijven ook op het einde van de XX ste eeuw. Nooit werd ze immers  gevolgd door de massa voor wie ze het allemaal placht te doen, aan het hoofd waarvan ze zich steeds weer bleef stellen. Een perpetuum mobile in streven
We waren op de grote Malevitsj tentoonstelling In Amsterdam, bij El Lissitsky in Eindhoven, Tatlin in Tilburg, enz. In Frankrijk en Duitsland en Engeland gingen we steevast langs. We lazen hun poëzie en literatuur, we hadden met hen te doen want in onze ogen hadden velen op gruwelijke wijze geleden en hun kunstopvattingen met de dood bekocht. We bezochten Bauhaus in Weimar en Dessau en maakten foto's van Russische soldaten die aardappelen schilden en steevast hun laarzen poetsten op gammele stoelen in de achtertuin van Gropius' schoolgebouw waar de zon voor scherpe schaduwen zorgden. We struinden alle vooroorlogse huizen en wijken en restaurants af op zoek naar de sfeer en de vormen '? zelfs in roestig ijzer '? van een adembenemende generatie kunstenaars die een concept in het hoofd, een beeld voor ogen en een nalatenschap achter de hand hadden voor later.
Dat 'later' alweer een catastrofale oorlogsperiode zou betekenen, was hen toen nog vreemd, al hielden velen kop in schouder wanneer ze het lot van hun Russische avant-garde broeders en zusters begrepen hadden.
De geur van dissidentie was ons toen reeds welgevallig en we begrepen het allemaal perfect: van volksbevrijdende abstractie naar sociaal realistische agitprop. Het volk diende opgevoed te worden. En wie zich daar niet in kon vinden, diende zelf opgevoed te worden.

Ontsnapt aan de verschrikkingen van de eerste wereldoorlog was het neutrale Koninkrijk der  Nederlanden niet alleen een toevluchtsoord voor de verbannen Duitse Keizer en menig Russische edelman. Ook de Duitse intellectuele en economische elite vond de oude paadjes naar het handige handelsland snel terug.

Zo ook Kurt Schwitters die gestaag zijn netwerk van internationale contacten uitbreidde en bij de verveelde polderelite voldoende hang naar moderniteit en avant-gardistische gevoelens bespeurde.

Van hem presenteert het Museum Boijmans van Beuningen te Rotterdam met het Sprengel Museum van Hannover een boeiende catalogus en een soms leuke tentoonstelling in gammele golven van bordkartonnen platen, een dada-evenement waardig.
De lijnen tussen Schwitters en de Nederlandse avant-garde zijn duidelijk herkenbaar, die met de Duitsers en de Fransen iets minder.
http://www.boijmans.rotterdam.nl/smartsite.dws?id=2131834
website onder constructie '? met pijn aan de ogen'?
http://www.kurt-schwitters.org/
http://www.flickr.com/photos/59276281@N00/414383534/in/photostream/
http://www.flickr.com/photos/59276281@N00/414383529/
http://www.flickr.com/photos/59276281@N00/414383533/

Het was met z'n allen vast een leuke boel wanneer het Dada circus langskwam in het kader van de veldtocht door polderland. In Nederland sluimert reeds eeuwen een masochisme wegens alles waarlijk en recht op het bordes met een polderakkoord in de kelders om straten en pleinen te vrijwaren van oproer tussen al die verschillende aanhangers van het eigen Ene en Ware Geloof . Dat vraagt om een geregelde provocatie, met de bullepees of de zweep van het woord. Passie wordt tenslotte ook hormonaal gestuurd. Provo op de Dam en het witte fietsenplan waren niet uniek. Dada had 45 jaar vroeger reeds striemend geprovoceerd.
De verontwaardiging van de Nederlandse kunstcritici over een optreden van Kurt Schwitters op 19 januari 1923 in zaal Bellevue te Amsterdam was groot. Die scène wordt in de tentoonstelling mooi geëtaleerd met de Mechanisch dansende figuur van Vilmos Huszá tegen een wand van foto's uit de zaal. Nelly van Doesburg met passend kapsel beroerde de pianotoetsen. Haar man Theo hield vurige toespraken en Schwitters dreef met kreunende en hondse verzen het publiek tot vervoering. Uiteraard creëerde dat publiek waar voor eigen geld, door zich actief te mengen in de strijd op en om het podium.

Minstens één criticus doorzag de truken van de dada-veldtocht als eigen gewin door publiek gespin waar de presentie nadien zou overlopen in representatie. We komen erbij, we zijn erbij, we waren erbij en we zijn erbij geweest en dus getekend als vertegenwoordigers van de moderniteit die eens en voor altijd komaf zal maken met de oude vormen en waarden, met de oude wormen te Naarden. Ons kent ons, zeker bij de voorhoede, al dan niet van het proletariaat'?

En toch, het voelt raar aan.
Na al die jaren, wanneer je voor jezelf kan erkennen dat je die warmte van de avant-garde zelf koesterde als een reusachtig kleinood. Enkel de ingewijden, de zieners konden het herkennen. En daar hoorde je dan zelf uiteraard bij.
Maar het zou decennia duren eer je het absolutisme van dit soort kunst kon erkennen. Er was de kleurencompositie die geen diepte toeliet, die het leven in één vlak, in één dimensie dwong. Er was de architectuur voor arbeidershuizen en de repetitieve sociale woningen waar het leven van de ratten binnen strak getekende kaders en langs voorgestippelde lijnen diende te verlopen. Proleten en procreatie dienden hun lijf en leden te voegen in de mallen van leed en lijden, zij het hygiënisch verantwoord en medisch preventief uitgebalanceerd: de robot in zijn woonmachine.

En geleidelijk aan doemde het besef op van de schrikbarende gelijkenis tussen de reclametekeningen, de grafische ontwerpen, de typografische vernieuwingen, de architectuur en decors van de totalitaire regimes die Dada en Merz tot 'entartete kunst' verklaarden.
Kurt Schwitters mag dan al een hele Merz-constructie hebben opgezet, als fok-rest van het begrip Commerz, en het zal zeker bij tijd en wijle een geweldige grap geweest zijn, de esthetiek en de beeldregie van de totalitaire communicatie loopt verbijsterend parallel aan die van de avant-garde.

Het machtsdenken van bedrijven, scholen, legers en staten blijkt uniform:
'?Ich trage gern und mit groà?er Begeisterung vor.'?
'?Merz ist Kunst und Nichtkunst!'?
'?Merz is consequent. Merz cultiveert de onzin. Merz bouwt uit scherven het nieuwe op. Merz ontwikkelt de voorstudies voor gemeenschappelijke schepping van de wereld. Merz ontgift.
Merz is Kurt Schwitters'?.

 

 

 
 

Archief

Mohsin Hamid, De val van een fundamentalist.

5 maart 2007

Mohsin Hamid, De val van een fundamentalist. uitg. De Bezige Bij Amsterdam 2007

'De val van een fundamentalist' is een prachtige vertaalvondst voor 'The Reluctant Fundamentalist' die de lezer blijft besluipen na de slotzinnen van dit boek. 'Val' is in het Nederlands een homoniem die in deze context al zijn betekenissen kan hebben.
Het boek zelf is een prachtige verhaalvondst: een lange monoloog in een eethuis in Old Anarkali, de  binnenstad van het Pakistaanse Lahore.
De spreker '? Changez – richt zich tot zijn Amerikaanse gast die hij omwille van zijn eigen verleden in de States met veel empathie kan benaderen. Hij spiegelt zijn woordkeuze zo subtiel aan de vermeende reacties van zijn tafelgenoot, dat je zelfs als niet Amerikaanse lezer geleidelijk aan diens plaats lijkt in te nemen. Je voelt voortdurend de aftastende angst van de spreker voor zijn gast die even goed een Amerikaanse huurmoordenaar in burger dan wel een CIA agent kan zijn die gekomen is om hem te liquideren voor zijn rol in het studentenverzet tegen de Pakistaanse regeringspolitiek.
Als getalenteerde telg uit een oud Pakistaans juristengeslacht kon Changez met een beurs als topstudent aan Princeton afstuderen en meteen aan de slag als financieel analist. Manhattan lag aan zijn voeten en de rijke, beeldschone Erica in zijn armen, zij het geschonden. Wanneer ook Mahattan geschonden werd, koos hij voor de terugkeer naar Lahore ondanks de toenemende spanningen aan de grens met India. Kort na 911 stuurde de aarzelende Bush administratie nog aan op een oorlog tussen India en Pakistan om het buurland van Afghanistan beter onder druk te houden.
Een oude Chileense uitgever in Valparaiso waar Changez de overnamewaarde van het familiebedrijf moet bepalen, herkent in hem de zwakke schakel wegens gevoelig voor de kunst van het woord, eerder dan voor de waag van de cijfers.
Tijdens de monoloog wordt de lezer door een stille ober voorzien van thee en water en heerlijke gerechten in een steeds sterker spanningsveld. Wanneer spreker en luisteraar de Old Mall opgaan naar de veilige omgeving van zijn hotel, stijgt de dreiging ten top. De lezer blijft achter met de betekenis van het woord 'val' in de vraag of het glinsteren van metaal behoort tot het etui van zijn visitekaartjes.
Was de spiegelmaaltijd een galgenmaal?  En zo ja, voor wie, blijf je als lezer afwegen waardoor je het hele verhaal steeds weer doorloopt om als in een ring van Mà?bius telkens opnieuw bij jezelf te rade te gaan.
De vragen die het boek van Mohsin Hamid wekken, kan je als lezer zelf invullen, naar gelang de positie die je inneemt aan de tafel, naar gelang de leeftijd die jij zelf in de toehoorder spiegelt.
De kwellende tederheid die de schrijver weet te suggereren door zijn grote empathie weigert moedig ieder zwart-wit denken en laat ruimte voor schaduwen die ons blijven bevragen. Precies dat wou de as Bush-Blair-Berlusconi-Balkenende met de strategie van de angst vermijden.
Het heeft deze keer gelukkig niet mogen zijn'?
 

Lees verder »

Archief

Lucebert '? Schilder Dichter Fotograaf '? Stedelijk Museum Schiedam

3 maart 2007

Lucebert '? Schilder Dichter Fotograaf '? Stedelijk Museum Schiedam
tot 3 juni 2007

een bezoek was me aangeraden door een dierbare die ooit taal onderwees
en nu in een rolstoel tochten onderneemt naar herinneringen
van klank en woord en beeld van toen hij nog niet gekluisterd zat
in de kortsluitingen van zenuwbanen die zijn spieren bedienen
en stormen veroorzaken in zijn hoofd en zijn blikveld doorkruisen
door gescleroseerde myelinescheden als het kraken van een witte roos 
in oude olieverf op canvas van johannes vermeer die hij zozeer waardeert.
myeline kan ook helpen bij het glijden in de intimiteit van een schede
zoals een slagersmes dat smeekt om vet na het afwassen van het bloed
eens de arbeid is verricht en het leed geleden wanneer de beul zich afkeert
van zijn werk op de fenomenale schilderwerken ‘de ketters I-V’ die lucebert
in één ruk moet hebben volbracht in 1981 toen antonio tejero molina
als een komische ‘teniente coronel de la guardia civil’ met snor en tricornio
op 23 februari van dat jaar zijn pistool stond te zwaaien op het rostrum
van de cortes te madrid en adolfo suarez de enige was die rechtop
bleef zitten wachten op de tussenkomst van el rey die ook begrepen had
dat heimwee naar vroeger toen alles anders en beter was spanje
al die eeuwen in de versukkeling had gedreven, gesmoord in het vele bloed
en de schrale wind die de meseta eeuwenlang verdort en verblindt.

het was een verademing om doorheen verdiepingenhoog torenend
beeld- en schrijfwerk in het stedelijk museum van schiedam
waar je binnendringt als doorheen een wond die gapend wordt gehouden
de stem te horen van de meester die mij zei wanneer ik binnentrad:

hoe ontnuchterd zou hij nu zijn
nog steeds is de arbeidende klasse ook voetvolk
dat uit solidariteit met elke macht
opstandigen martelt en vrijheid ontkracht

en wat later zag ik die fameuze ketters op een rij gemijterd tobben
bij hun beschadigde beulen die hun eigen ellende schouwden
in het lijf dat zij martelden voor het hoger doel, de heerschappij
van de ene en de ware als een van kleuren bloedende herinnering
aan ‘las meninas’ en de infante maria margarita van velazquez naar picasso
of aan ’los desastres de la guerra’ van francisco de goya

waarop een zon die niet befloerst maar omfloerst
een zon gekneed in de trog der kennis
alle hoop en verwachting brandschatten kon
tot in het merg en de botten van de mens
en van jouw god en van elke andere god

http://www.flickr.com/photos/59276281@N00/406999409/

 

en wanneer ik de heren van de partij
geschilderd zag zetelen op de bank
in de datsja bij gorki waar hij bekwam
van het heersende denken over macht
zodat hij ook bij lucebert de fysionomie had
van een kater die kaal was geworden en dol
met snorremans die nog oefent voor zijn rol
van populaire boerenslimmerik komisch
loensend naast de ouwe baas op de bank
dan begreep ik dat lucebert zoals ieder
groot kunstenaar doorheen de gordijnen
het script en de regie had begrepen
zoals de reeksen lichtdrukmalen uit
zijn reizen en verblijven in
de arbeidersparadijzen beklijven.

 

http://www.flickr.com/photos/59276281@N00/409028616/
oh herman gorter – groot dichter- je beweerde:
‘maar zo zeker als daarbuiten de zon de
wereld befloerst, heb ik ‘t geluk gevonden’
dus met je tennisracket als was het een rode roos
rende je in ouderdom nog vurig
tot aan de rand van twee werelden
en je hield stand nog net voor het net aan de afgrond
waarin later alle hoop voorgoed verdween

http://www.flickr.com/photos/59276281@N00/409077912/
http://www.flickr.com/photos/59276281@N00/409077916/
herman gorter op een eerste mei in de jaren tachtig

op de foto een kale westfriese kop
een in de moerasdelta verdwaald faraohoofd
boven een bontkraagje waarvan men toen
fluisterde: dat was eens het kraagje van de tsaar
omdat in opdracht van lenin en ten behoeve
van de partij onze dichter hier zou scharrelen
in de kroonjuwelen maar zoals hij staart over
ons en alles uit zo hunkerend kijkt nooit
een sjacheraar uit naar de toekomst der eeuwigheid

hij zong ‘ik kan niet denken dat het samenwerken
komt, dat de arbeidende klassen
zich samensmelten tot één macht, of nevel
wolkt om mijn voorhoofd van een dronken geestdrift’
hoe ontnuchterd zou hij nu zijn
nog steeds is de arbeidende klasse ook voetvolk
dat uit solidariteit met elke macht
opstandigen martelt en vrijheid ontkracht

mèt hem hebben wij het leven lief maar zijn zeer beminde
de geschiedenis heeft deze dichter zeer ontluisterd
en ons heeft zij haast afgeschreven tot neerslag
van wat stralend roet en nietig sterrestof

in vervoering en troostrijk dichtte hij nog:
‘de arbeiders dringen zich aan den trog
der kennis, en eten ze, ach zo graag ’
maar ach en wee hoe smal of breedgeschouderd
was deze begeerte: meet die af aan oorlogsgraven
aan de troosteloze morrende arbeidersheerschappij
of aan wat elders onder grote dreiging
min of meer welverzorgd als volk voortknort
oh herman gorter – groot dichter- je beweerde:
‘maar zo zeker als daarbuiten de zon de
wereld befloerst, heb ik ‘t geluk gevonden’
dus met je tennisracket als was het een rode roos
rende je in ouderdom nog vurig
tot aan de rand van twee werelden
en je hield stand nog net voor het net aan de afgrond
waarin later alle hoop voorgoed verdween

waarop een zon die niet befloerst maar omfloerst
een zon gekneed in de trog der kennis
alle hoop en verwachting brandschatten kon
tot in het merg en de botten van de mens
en van jouw god en van elke andere god

uit: troost de hysterische robot, 1989

 

er is een grote norse neger
er is een grote norse neger in mij neergedaald
die van binnen dingen doet die niemand ziet
ook ik niet want donker is het daar en zwart

maar ik weet zeker hij bestudeert er
aard en struktuur van heel mijn blanke almacht

hij morrelt eerst aan halfvermolmde kasten
dan voel ik splinters schieten door mijn schouder
nu leest hij oude formulieren dit is het lastigst
te veel slaven trok ik af van de belasting

uit: val voor vliegengod, 1959

Lucebert, Verzamelde Gedichten, De Bezige Bij 2002

Lucebert Schilder Dichter Fotograaf, BnM uitgevers Nijmegen – Stedelijk Museum Schiedam, 28/01 – 03/06/2007 – Museum Danubiana, Bratislava 17/06 – 02/09/2007