Er is nog zo veel dat ongezegd is. (Rutger Kopland)

Dupslog

Archief

Berlijn, Mijn Duitsland, Good Bye Lenin, Polen en nog zijn we niet verloren…

26 juni 2007

Mazurek D?browskiego is het nationale volkslied van Polen
van de hand van Jà?zef Wybicki uit 1797.

Het gaat mij vooral om die eerste regel.
'?Jeszcze Polska nie zgin??a: Nog is Polen niet verloren!'?
Dat heeft iets van dat andere volkslied:
'?Zij zullen hem niet temmen, de fiere Vlaamse Leeuw,'?'?

Mensen die dit soort volksliederen koesteren, mankeren iets. Zij lijden aan een onduidelijk maar schrijnend, rancuneus en eeuwigdurend gevoel van woede en verongelijktheid wat ze zichzelf hebben aangepraat. Het gaat steevast om een mythisch verleden waarmee ze zich gaarne laten opzwepen tot grootse heldendaden, voor eigen gebruik, in de keuken, bij de haard of voor tv bij voetbalwedstrijden of andere oorlogsspelletjes.
Dit soort volkscultuur is pijnlijk provinciaal, in zichzelf gekeerd en wezenlijk angstig voor wat onweerstaanbaar komen zal.
Dit soort liederen is als roepen in het donker, 's nachts kouder dan buiten, eigen aan mensen die zichzelf zien als een eeuwige underdog, de keffende kuitenbijters die als alternatief ook wel eens de eigen staart beproeven.
Blaffen tegen de maan terwijl de karavaan onverstoorbaar verder trekt.

Lees verder »

Archief

Google is watching you – De totalitaire ambities van Google

24 juni 2007

Een bijzonder boeiend artikel van Aart Brouwer en de interessante discussie bij De Groene Amsterdammer noopt tot grondige reflectie:

Het ooit zo studentikoze Google is uitgegroeid tot een multinational die voorop loopt in de strijd om de 'totale informatie'. Ook in ander opzicht heeft de zoekmachine de leiding genomen: Google is van alle datahandelaren de grootste privacyschender.

Discusseer mee over de toenemende invloed van Google
Bekijk ook de discussie op www.frankwatching.nl over dit artikel

Overwegingen bij de lectuur en discussie over de invulling van George Orwells 1984 in het reëel bestaande ‘Big Brother’-socialisme van vandaag en morgen vind je onderaan de citaten uit het artikel van Aad Brouwer.

Lees verder »

Archief

Ode aan de wetstraat-watchers van Radio 1: Marc Vande Looverbosch en Johny Vansevenant

17 juni 2007

Aan de heren Marc Vande Looverbosch en Johny Vansevenant,

Het is niet makkelijk om vanuit ballingschap in Rotterdam
een indringende blik te houden op de cleavage van de Belgische politiek,
zelfs niet wanneer je een legislatuur lang het klamme zweet
op de onderbuik van de vaderlandse en de Vlaamse politieke organen
hebt mogen ruiken, zoals ik.

Jullie beiden helpen me daarover heen in 'Voor de Dag'.
Dan moet bij het ochtendoverleg voor de consultatiestorm
alles wijken en iedereen zwijgen voor de wetstraat-watchers
op Radio 1.

Het geeft me rust en zekerheid, dat ik nog mee ben
of toch minstens die illusie kan koesteren,
en dat niet alleen tijdens de voorbije verkiezingscampagne
en de naschokken ervan.

Ik vind het dan ook passend jullie hier beiden te eren
en ik mag hopen dat jullie werk richtinggevend mag blijven
voor de hele informatiefunctie van Radio 1,
ook op cultureel vlak.

Met vriendelijke groet,

Jan Van Duppen
Gewezen gemeenschapssenator
Huisarts in ballingschap

Archief

Filosofie Magazine, Ger Groot: ‘In de opvoeding vertegenwoordigt de vader de wet en de moeder de liefde’.

15 juni 2007

Volgens Ger Groot – filosoof aan de Rotterdamse Erasmus Universiteit – verwaarlozen vaders hun klassieke vaderrol, met als gevolg ontsporende kinderen. ‘In de opvoeding vertegenwoordigt de vader de wet en de moeder de liefde. Die binding is sterker dan de eenentwintigste-eeuwse mens graag zou willen.’

(...)

‘In het kapitalisme heeft de prestatiemoraal de plaats ingenomen van de arbeidsmoraal. Er wordt sterk de nadruk gelegd op productie, waarbij competitie dan het middel is om “het beste uit mensen te halen”. Een neoliberaal thema. Daarbij wordt vergeten dat competitie ook een probaat middel is om het slechte in de mens naar boven te halen. Op het moment dat je mensen systematisch onder druk zet, doordat je ze alle zekerheden ontneemt – zoals een vaste baan – dan haal je daar misschien op bepaalde terreinen een zekere winst mee, maar tegelijkertijd verlies je de morele evenwichtigheid van mensen. Dat wreekt zich onder andere in het feit dat we eigenlijk constant overspannen zijn. Hierdoor bouw je een continue gevaar voor explosie in de psyche in.’

Filosofie Magazine 5/2007

Archief

Voor de overwonnenen, de sp.a : democratie ligt ons nauwer aan het hart dan ‘ socialisme ‘.

11 juni 2007

Op woensdag 28 april 2004 publiceerde De Standaard en De Morgen een uitgebreid interview met mij toen ik de ‘strijdplaats’ na het nodige gekonkel op de lijst van Patrick Janssens weigerde.

De Standaard plaatste mijn ‘politiek testament’ op haar website.

Verrassend om dit vandaag nog eens te herlezen.
De nood aan een nieuwe ‘linkse’ beweging in Vlaanderen wordt eens te meer duidelijk.
Dat dit niet zal uitgaan van wat er nog van de sp.a-spirit rest, mag intussen ook meer dan duidelijk zijn, behoudens misschien na een zengende en zuiverende, langdurige oppositiekuur.

Dat ‘links’ in Vlaanderen én Wallonië én Nederland én Frankrijk én Engeland én Duitsland én’.... zich grondig zal moeten bezinnen, is evident.
De oude verhaaltjes hebben afgedaan, de kiezer is mondig geworden en kiest veel meer ‘autonoom’ in functie van de hype van het moment, de kracht van een reclamecampagne én/of zijn of haar eigen grondige overwegingen. De kiezer – ook de ‘linkse’ – kiest steeds meer strategisch.
Dat dit een gevolg is van de personencultus en de presidentiële allures die sommige kopstukken zich menen te moeten aanmatigen is evident en onomkeerbaar.

Begin 2004 was het mij meer dan duidelijk dat de democratie ons nauwer aan het hart ligt dan ‘socialisme’ en dat het mij hoe dan ook onmogelijk zou gemaakt worden door de sp.a – partijtop op te komen voor die democratie tegen het heersende populisme.

Democratie is een bloedernstig spel, te belangrijk om er een populistische karikatuur van te laten maken

De SP.A-politicus en huisarts trekt zijn kandidatuur op de SP.A-Spirit-lijst voor de Vlaamse parlementsverkiezingen in. Hij stapt uit de politiek: ,,Een autoritaire partijleiding en een populistische partijlijn maken het voor mij onmogelijk nog langer zinvol politiek werk te verrichten’‘, geeft hij als reden op.
In zijn ‘politiek testament’ geeft Van Duppen meer toelichting.

Lees verder »

Archief

Herman Selleslags, Archief 07, Fotomuseum Antwerpen – Dutch Eyes, Nederlands Fotomuseum Rotterdam

10 juni 2007

Herman Selleslags '? Archief 07 '? Fotomuseum Antwerpen

Een prachtige tentoonstelling in het Antwerpse Fotomuseum van een wandelaar in beelden.

Herman Selleslags is mij dierbaar, niet alleen om zijn foto's.
Ik heb er twee van zijn oog die in mijn kabinet naast een foto uit de ondergrond in de mijn mij blijven herinneren aan wie ik ooit ben geweest.
Hij maakte ze tijdens de fameuze Auvers '? Anvers fietstocht van Antwerpse kunstenaars en artistieke prominenten in 1985 ter gelegenheid van de honderdste verjaardag van het wegsturen van Vincent Van Gogh van de Antwerpse academie als kladschilder zonder toekomstperspectief.
Ik mocht toen als 'journalist' van De Morgen het hele traject meerijden op kosten van de krant in ruil voor een paar fijne reportages. Het was een boeiend gezelschap van schilders, schrijvers, dichters en andere kunstenmakers waarvan er intussen al een stel dood door drank en beklijven. Sommigen zopen hallucinant, overdag, 's avonds en zelfs 's nachts. Ik vermoedde toen dat ruim de helft speed nam om het forse tempo te kunnen volhouden. De toen al bekende schilder Fred Bervoets stormde mij na een paar dagen in het Henegouwse op een ferme helling voorbij, flarden schuim in zijn doorrookte baard, met trillende kippenbenen en zijn amechtige piepende adem!
En dan weten dat ik toen nog redelijk jong was en sterk in fietsen en andere lichamelijke sporten. De heren der kunst waren werkelijk tot veel bereid om het tempo aan te houden, om forse inhaalbewegingen te maken '? desnoods vanuit de camionette van de befaamde reclameschilder 'Rubens' die als bezemwagen meereed, voor de bevoorrading met sterke drank en bier instond en via sluipwegen verkortingen op verzoek leverde om de afgepeigerde kunstenmakers bij of zelfs tot voor de kopgroep te brengen. Zo bleek de groep die ik op een bepaald moment kon inhalen op een verschrikkelijke kasseiweg die ons vanuit Noord-Frankrijk naar Le Maison du Peuple van Cuesmes en het Van Goghmuseum aldaar, na een paar uur plots weer in de gietende regen voor mij uit te rijden. Het leek soms of ik hallucineerde, niet alleen 's avonds van de drank.
Herman Selleslags reed een beetje mee en nam vooral foto's van de verbeten 'wieleramateurs'. Hij bleek een zeer aangenaam, wijs en beminnelijk man. Hij maakte een paar mooie foto's van mijn fietskunst in volle actie en van mijn journalistenkunst in al even volle actie wanneer ik mijn tekst insprak voor De Morgen op een verzakte arduinen dorpel aan een oud Frans huis waar de bende een middagstop hield.
Ik koester zijn prachtige zwartwitfoto's nog steeds in mijn kabinet, als blik op het verleden dat voor ons ligt.
Hij maakte als ervaringsdeskundige tijdens die tocht een opmerking over de behandeling van suikerziekte: '?Je moet daar een beetje mee opletten, maar zo'n vaart loopt dat allemaal niet. Je moet echt niet alles geloven wat die proffen endocrinologie daarover vertellen!'? Het heeft bijna vijftien jaar geduurd eer ik voldoende praktijkervaring verworven had en voldoende afstand kreeg als huisarts, om de diepere betekenis van zijn opmerking te begrijpen. Ik moest toen immers nog examen doen waar het berekenen van doses kort- en langwerkende insulines voor suikerzieke tennissters die met het vliegtuig de wereld rondtrokken '? liefst tegen de draairichting van de aarde in – een belangrijk onderdeel was.

Dat relativeren van Herman is me altijd bijgebleven, in mijn vak als huisarts.
Het heeft mij geholpen om patiënten te zien als mensen en niet als ziektelijders.

Dat herken ik ook in zijn foto's van mensen: ze verschijnen niet als de dragers van hun eigen illusies. Het zelfbeeld dat ze willen presenteren, verbleekt in het oog van Selleslags dat de tijd stilzet. Mede daardoor kan je op afstand in tijd en plaats doorheen de illusies en de gepresenteerde perceptie heen kijken.

'Het is nooit mijn bedoeling geweest om kunst te maken. Ik heb alleen de gebeurtenissen willen vastleggen. Roland Barthes had gelijk: fotograferen is geen kunst maar magie. Het gaat om het stilzetten van de tijd. De gebeurtenis is belangrijker dan de fotograaf. ' (uit Knack 30 mei 2007)

Een digitalisatie van het Archief van Herman Selleslags en van vele andere fotoarchieven in het Antwerpse Fotomuseum dringt zich op. Vandaag verwacht je van een fotomuseum ook schermen en comfortabele settings waar de toeschouwers de reeksen op eigen tempo aan het oog laten voorbijtrekken.

In die mogelijkheden tot vertonen van gedigitaliseerde foto's in comfortabele omstandigheden wordt wel voorzien in het Nederlands fotomuseum in de oude loodsen van Las Palmas op Kop van Zuid te Rotterdam.
In de kelders krijg je een 'Panorama Las Palmas' in handige kijkstoelen waar je de ontwikkeling van de zuidelijke Maasoever van Rotterdam aan je ziet voorbijschuiven.
Je krijgt een overzicht in ruimte '? één kilometer rond de locatie – en in tijd – 140 jaar.

In Nederland wordt vertwijfeld in de spiegel getuurd op zoek naar een antwoord voor de veranderingen binnen en buiten Nederland. Dat moet blijkbaar gecompenseerd worden met een etherische hang naar internationalisme en kosmopolitisme. Nederengels wordt de titelvoerende taal: Dutch Eyes, een nieuwe geschiedenis van de fotografie in Nederland .
Nog tot 26 augustus 2007.
Per thema krijg je een fascinerende reeks beelden die laten zien hoe in de loop der jaren naar de ander werd gekeken. Soms zijn de details moeilijk te zien omdat jezelf een schaduw werpt in de lichtstrook voor de foto's. De diavoorstellingen zijn adembenemend.
De exotische lichtdrukmalen verbleken echter tegen die van Leopold van België in het Antwerpse Fotomuseum.
Als koning was het een amateur, als fotograaf een professional die van zijn gedwongen prepensioen gebruik heeft gemaakt om prachtig foto's te verzamelen van zijn wereldreizen.

Net zoals het Nederlands Fotomuseum zou het Antwerpse Fotomuseum de enorme archieven beschikbaar moeten kunnen stellen in gedigitaliseerde vorm.

Archief

De processierupsen van cd&v-N.VA:’Nederland is een gidsland’.

9 juni 2007

Bekentenissen aan de overwonnenen.

Op het congres te Genk van kartel cd&v-N.VA op 7 juni 2007 verbijsterde N.VA voorzitter Bart De Wever de aanwezigen en Vlaanderen met de bekentenis:

“De processierups doet hetzelfde als ons kartel. Ze rukt op door heel Vlaanderen en er zijn mensen die er jeuk van krijgen”.

De Nederlandse minister-president Jan Peter Balkenende was present om zijn Vlaamse tegenvoeter een steuntje toe te wensen : “Jij bent een politiek leider, die heeft getoond wat het is karakter te hebben. Jij bent iemand zonder opsmuk, recht door zee, die eerlijk politiek wil bedrijven met een geweldig gevoel van dienstbaarheid wat is nodig om je land sterker te maken”.

Yves Leterme tot zijn Nederlandse steunverlener:

Vandaag is Nederland een gidsland, U bent een voorbeeld voor Vlaanderen.”

Intussen mijmerde de Limburgse gouverneur tussen het bronsgroene eikenhout over de tijd dat hij de Nederlandse PvdA-voorzitter Wouter Bos steun vanuit Limburg verleende in de campagne tegen Jan Peter Balkenende.

Archief

Hans Jansen, De historische Mohammed – Mekka en Medina

4 juni 2007

Hans Jansen, ’ Arabist Jansen ’ om verwarring te vermijden, heeft een heldere analyse geschreven over de positie van de islam. Hij werkt een gedetailleerde schriftexegese uit van de belangrijkste historische verwijzingen naar een Mohammed die als gezant van God – Benedictus – de grondslagen zou gelegd hebben voor een nieuwe monotheà?stische religie. de Islam verenigde de sterke punten van het jodendom en het christendom in een nieuwe wettische, pragmatische en missionaire religie die een snelle expansie over de toenmalige wereld realiseerde.

Beide boeken zoeken een verklaring voor de initiële vernieuwende kracht van de islam in de hagiografieën van de profeet.
Hans Jansen is in Nederland en ver daarbuiten een autoriteit. Zijn analyse is vinnig, helder en boeiend.

In de Groene Amsterdammer van 30032007 had hij een interview met Rob Hartmans dat je kan lezen op de website van Liberales:

Mensen stenigen helpt niet.

Er gaan stemmen op om de ontwikkeling van een meer liberale islam te stimuleren. Critici roepen dan meteen dat de scheiding tussen kerk en staat in het geding komt.

Hans Jansen: Ik denk inderdaad dat je niet aan die religieuze dingen moet komen. De boodschap moet duidelijk zijn dat het wetboek van strafrecht het verbiedt om op te roepen tot moord. Wanneer je dat toch doet, hoe verhuld ook, dan pakken we je in je kippennek. Wanneer mensen gaan zeggen dat dit een inperking van de vrijheid van godsdienst is, dan hebben we een echt probleem. Ik was laatst bij een of andere deelgemeente en die faciliteerde gewoon preken door rondreizende moslim-artiesten. Sommige daarvan waren extreem-radicaal. Maar het ging hun erom om de radicalen de wind uit de zeilen te nemen of zoiets. Dat kan natuurlijk niet. Je gaat toch ook niet christelijke preken subsidiëren om de christenen op het goede pad te brengen. Ik kan me ook niet voorstellen dat christelijke en ongelovige belastingbetalers bereid zijn een liberale islam te subsidiëren.


Uit sommige onderzoeken blijkt dat lang niet alle fundamentalistische moslimjongeren, de zogenaamde salafi's, zich ontwikkelen tot jihadisten
.

Hans Jansen: Dat radicale moslims automatisch terroristen zouden worden is natuurlijk te sterk uitgedrukt, maar er zitten daar mensen onder die een heel plotseling radicaliseringsproces hebben doorgemaakt. Het zijn er niet veel, maar dat hoeft ook niet. Hoeveel heb je er nodig om Theo van Gogh te vermoorden? Kijk, die salafi's hebben ongezouten kritiek op de westerse maatschappij, maar die kritiek vind ik heel vaak terecht. Ik heb laatst een hele ochtend zitten praten met twee salafi's en die zeiden buitengewoon verstandige dingen. Er is echter één probleem: ze hebben geen oplossingen. Hun kritiek op dingen die met de seksualiteit te maken hebben, met de krankjorume oversekstheid van televisiecommercials bijvoorbeeld, daar ben ik het helemaal mee eens! Maar vrouwen of mannen stenigen helpt niet. De vercommercialisering van de maatschappij, daar hebben ze gewoon gelijk in. Maar het afschaffen van rente helpt daar niet bij. Wat dat betreft ben ik inderdaad een nakomeling van Karel van het Reve. De kritiek die de communisten op de kapitalistische maatschappij hadden was heel aardig, maar ze hadden geen oplossingen! Dat is met de radicale moslims net zo.

Lees verder »

Archief

Etienne Vermeersch: Hoofddoek als stoorzender

1 juni 2007

Nu binnen sp.a een schitterende vorm van Nabuki theater wordt opgevoerd in de strijd om de kiezer met islamitische achtergronden is het passend en recht verstandige mensen het woord te verlenen die de kern van het debat kunnen en willen schetsen.

Verlost van rivale Mimount Bousakla mag Anissa Temsamani van haar baas een groteske poging opvoeren tot recuperatie van de allochtone stemmen met een islamitische achtergrond. Ongeëvenaard in de socialistische cultuur – Johan is dan ook een ‘atypische socialist’ – mag ze de eigen Antwerpse burgemeester publiek pakken en uitdagen.
Van haar vroegere werkgever en huidige partijchef mag zij eisen dat de Patrick op zijn ‘foute’ college-beslissing terugkomt. Janssens moet het verbod terugdraaien op uitingen van religieuze, politieke of filosofische overtuigingen bij zijn personeel in een openbare functionele relatie met de burgers van de stad.
Een ferme sneer vanuit Oostende aan het kleur- en kopschuwe stemmenkanon van de Antwerpse gemeenteraadsverkiezingen.

Het is me daar wat aan de top van de Antwerpse sp.a lijst.
Bezige Bij Maya – nog altijd ongelukkig om haar derde plaats achter Christine Van Broeckhoven, die nog voor ze als een duif uit de doos kon worden getoverd, reeds versmacht werd.
Temsamani alweer als een vrouwelijke Ikaros op vleugels dank zij de westenwind uit Oostende.

Terwijl de zogenaamde kopstukken onderaan de lijst de luwte afwachten na de storm en de gediplomeerde en aankomende slippendragers lekker beschut in de opvolgerskistjes liggen te wachten op beter weer.

Want averij zal de Antwerpse sp.a oplopen, zoveel is wel zeker.
En niet alleen in de koekenstad.

Opinie pagina De Standaard vrijdag 01 juni 2007

Hoofddoek als stoorzender

VOORKEUR VOOR MOSLIMA’S ZONDER HOOFDDOEK

Etienne Vermeersch is het niet eens met Emine Erturk die respect vraagt voor haar hoofddoek. Dit antwoord is niet bedoeld als negatieve kritiek, zegt Vermeersch, maar als een poging tot dialoog.

Dierbare Emine Erturk,

Sta mij toe in een geest van dialoog een persoonlijk antwoord te schrijven op uw ‘Noodkreet’ (DS 29 mei). Ik ben geboren in een diep gelovig gezin en heb mijn humaniora in een katholieke school doorgebracht. Daarna ben ik vijf jaar kloosterling geweest en heb zo tot mijn 24 jaar een jezuà?etentoga gedragen. Ik had daar volledig vrij voor gekozen. Ik geloof u dus zondermeer als u uw keuze voor de hoofddoek verdedigt en ik respecteer u daarin, zoals ik ook mijn eigen keuze van vroeger niet verloochen. Ik heb toen, zoals u nu, eerlijk gedaan wat ik meende te moeten doen.

Dat respect belet mij niet overtuigd te zijn dat ik het toen verkeerd voor had en te suggereren dat dit nu met u misschien ook het geval is. Hoe vrij onze keuze ook is, ze is beà?nvloed door een conditionering in onze opvoeding. Ik ben daar uiteindelijk na vele jaren aan ontkomen'? Maar meningsverschillen hoeven ons niet uit elkaar te drijven. We kunnen pogen elkaar te begrijpen of eventueel te overreden. Laat het volgende duidelijk zijn: ik ben tegenstander van een verbod van de hoofddoek in het openbaar leven, hoewel ik het beter zou vinden dat mensen niet voortdurend voor hun godsdienst uitkomen.

Ik pleit echter wel voor een hoofddoekverbod bij het uitoefenen van bepaalde functies. Deze voorkeur voor neutraliteit in sommige contexten is niet tegen de islam gericht. In het begin van de jaren zestig streden we voor de afschaffing van de verplichting om bij het afleggen van een eed te moeten vermelden: ‘zo helpe mij God’. Achttien jaar geleden eiste ik in een scherp artikel het verwijderen van kruisbeelden uit de rechtbanken. Openbare instellingen waar macht of invloed wordt uitgeoefend, moeten immers vrij zijn van elke wereldbeschouwelijke symboliek. Niet omdat men anders noodzakelijk partijdig is, maar vanuit de optiek dat we zelfs de kans op een vermoeden van partijdigheid moeten uitsluiten.

Onder deze regel vallen allen die invloed of macht hebben in rechtbanken, overheidsinstellingen en ook scholen en universiteiten. De hoofddoek bij leerlingen vergt een andere discussie. De vraag is dus niet of een persoon met een kruis of een hoofddoek al dan niet het werk goed kan doen. De vraag is of die voldoende respect opbrengt voor zijn medeburgers om hen niet te confronteren met bovengenoemd ‘vermoeden’, zelfs al zou dit maar bij 10 procent van hen het geval zijn.

U vraagt: waarom iets opgeven, enkel omdat het ‘stoort’? Wel, ik heb een hekel aan dassen. Toch draag ik soms een das om mensen niet te ‘storen’. Bij hevige warmte draag ik liever shorts. In sommige moslimlanden zou ik dat niet doen omdat dat daar ‘stoort’. Om dezelfde reden doe ik ook mijn schoenen uit als ik een moskee bezoek en zet ik een keppeltje op in een synagoge. Maar bij officiële contacten met burgers gaat het niet alleen om ‘storen’: men moet het vermoeden van partijdigheid onmogelijk maken.

Tot in de jaren vijftig moesten hier de vrouwen in de kerk het hoofd bedekken; de mannen mochten dat niet. Misschien vond niet iedereen dat prettig, maar ik heb daar nooit horen over klagen. Ik neem aan dat sommige moslima’s liever een hoofddoek dragen (zoals ik liever geen das draag). De vraag is echter waarom ze het zo dramatisch vinden daar soms afstand van te moeten doen. Als, zoals u schrijft, de hoofddoek gewoon een stuk kledij is, ‘zoals een sok of een trui’, waarom dan die intense gehechtheid eraan?

Het antwoord hierop legt een zekere contradictie in uw betoog bloot. U beklemtoont dat het voor u niet gaat om een symbool van uw moslima zijn, maar even verder verwijst u toch naar de koran als handleiding voor het bedekken van het lichaam. En inderdaad, als je aan moslima’s vraagt waarom ze de hoofddoek dragen, dan antwoorden ze meestal: ‘omdat God dit van mij vraagt’. Zolang dit antwoord bij de grote meerderheid subjectief aanwezig is, kan men niet loochenen dat de hoofddoek objectief symbool staat voor een bepaalde houding tegenover de koran.

En daar wordt het moeilijk. U spreekt met sympathie over de erkenning van de holebi’s. Terecht. Maar u weet toch dat volgens de koran homoseksualiteit een verderfelijke zonde is. U weet toch dat de meeste moslima’s die een hoofddoek dragen, ook in dat opzicht de koran volgen. Tik bij Google: islam homosexuality in en bezoek de eerste honderd moslimsites. Behalve één enkele, van moslimhomo’s, leggen ze alle uit dat de islam dit gedrag verafschuwt. Als u ooit als arts homo’s moet behandelen, mogen zij dan, op grond van uw hoofddoek, niet vrezen dat u de islamopvatting over homoseksualiteit deelt, dat ze dus ‘worse than animals’ zijn? Of gaat u telkens uitleggen welke stukken van de koran u aanvaardbaar vindt en welke niet?

Het spijt me, maar van moslima’s die dit boek volgen in verband met kledijvoorschriften, verwacht men toch normaal dat ze het ook in belangrijker materies respecteren: bijvoorbeeld inzake homoseksualiteit, gehoorzaamheid aan de echtgenoot, halve erfenis voor de vrouw, enzovoort. Aan de algemene symboolwaarde, die u loochent, kunt u, ondanks uw heel eigen opvattingen, niet ontkomen. U staat voor een onoverkomelijk dilemma. Ofwel is de hoofddoek een kledingstuk dat u graag draagt, zonder enige symboolwaarde. Maar waarom er dan zo hardnekkig aan vasthouden? Ofwel draagt u die op grond van enkele koranverzen en dan is het symboolaspect evident: trouw aan een traditionele interpretatie van de koran. Maar die verzen worden ook nog anders uitgelegd: volledige bedekking van het gezicht. Moeten we dan ook een lerares met een burka of niqab in de klas toelaten, zoals onlangs in Engeland werd geëist? Moeten we aanvaarden dat moslima’s weigeren een hand te geven? Waar stopt dat eigenlijk?

Ik herhaal het; ik respecteer u en ook uw mening, hoewel ik die verkeerd vind. Maar mag mijn voorkeur uitgaan naar moslima’s die geen hoofddoek dragen, mede omdat ik in hun benadering meer hoop zie op een open interpretatie van de koran en dus op een moderne islam?

Salaam Aleikoem.

Etienne Vermeersch

Herlees de bijdrage van Emine Erturk op www.standaard.be/meningen

De Standard 28 mei 2007 Noodkreet van een moslima.

EMINE ERTURK voelt zich goed bij het dragen van haar hoofddoek. Ze verwacht niet dat iedereen dat begrijpt, wel dat ze haar keuze respecteren. Zoals ze ook wil dat de keuze wordt gerespecteerd van wie geen hoofddoek wil dragen.

Help, help, help!

Dit is een noodkreet van een moslima die onderdrukt wordt, gestigmatiseerd wordt, benadeeld wordt, genegeerd wordt,'? niet door haar geloof, niet door haar vader of broer. Wel door diegenen die haar willen onderdrukken uit ‘bezorgdheid’ dat ze wordt onderdrukt en dit allemaal omdat ze een hoofddoek draagt.

Waarom kunnen mensen niet verder kijken dan die hoofddoek? We hebben geleerd om verder te kijken dan de huidskleur, wordt het dan ook geen tijd om verder te leren kijken dan de kleren? Naar de persoon. Er wordt van alles gezegd en gedaan voor ‘mijn bestwil’ de laatste tijd, maar is het niet beter dat ik spreek in mijn eigen naam en zelf beslis wat het beste is voor mij?

Ik ben meer dan die ‘gehoofddoekte’, laat u niet blinddoeken, durf verder te kijken dan de kleren. En ja, zo zie ik ook mijn hoofddoek, als een deel van mijn kleding: niet als symbool dat mijn moslim-zijn in de verf moet zetten of als teken van fundamentalisme. Een sok, een trui, een hoofddoek, het zijn allemaal kledingstukken voor mij. Het is één manier om de hoofddoek te beleven. De ene draagt het omdat het een emancipatorisch effect heeft, de andere uit religieuze identiteitsbeleving, nog een andere uit traditie of gewoon omdat ze het mooi vindt. Daarom ben ik van mening dat het noch aan de staat noch aan de politici noch aan mij is om aan het dragen van een hoofddoek een universele betekenis toe te kennen want die bestaat niet.

Het argument dat de hoofddoek en neutraal denken niet kunnen samengaan, overtreden politici zelf, door hun eigen interpretatie van de hoofddoek te promoten als dé definitie, zogezegd hét teken van onderdrukking. Ik vraag u om voorbij de huidskleur, het ras, het geloof, de kleding en de geaardheid van een mens te kijken. Is het dan niet contradictorisch om te zeggen dat ik, net door het dragen van mijn hoofddoek, niet neutraal zou kunnen handelen? Neutraliteit is een manier van denken, die geen kleur of vorm heeft, die niet aansluit bij een of ander gedachtegoed en die zeker niet kan geuit worden door middel van kleding.

Ik voel me goed bij het dragen van mijn hoofddoek. Ik weet dat dit niet voor iedereen even begrijpbaar is, maar dat verwacht ik ook niet, het enige wat ik wel verwacht is respect. Ik kan mij soms ook moeilijk inleven in andermans situaties, maar dat geeft mij niet het recht om te zeggen dat wat ik doe ‘het juiste’ is. En zoals ik respect vraag voor het dragen van een hoofddoek, vraag ik evenzeer respect voor diegenen die hem niet dragen. Ze hebben er evenveel recht op!

Ik probeer gewoon mijn geloof te beleven op mijn manier. Mijn geloof is de leidraad van mijn leven, beperkt zich niet tot mijn huiskamer maar is de drijfveer van alles wat tastbaar en ontastbaar is: de zon, de maan, zuurstof , water, vuur, aarde, wetenschap, muziek, de mens'? mijn goed gevoel.

Als moslim heb ik de handleiding voor mijn leven, de Koran. En zo meen ik dat het bedekken van mijn lichaam, inclusief het dragen van een hoofddoek, een aandachtspunt is in die handleiding dat ik wil volgen en dat mij de kans biedt om verder te kijken dan het uiterlijk bij de mensen. Dit wil natuurlijk niet zeggen dat, als ik mijn hoofddoek afdoe, ik minder moslim of minder mens zou zijn. Maar waarom zou ik iets opgeven waar ik mij bij goed voel? Omdat het andere mensen stoort of omdat het niet past in het straatbeeld, in de samenleving? Ben ik dan het probleem of zijn zij het die ‘het andere’ niet kunnen verdragen?

Vlamingen zijn nu ‘gewoon’, maar dit is niet altijd zo geweest. We moeten niet ver in de geschiedenis gaan kijken om te beseffen dat ook de Vlamingen ooit ‘anders’ werden bekeken en behandeld. Hoe kunnen we die tijden vergeten, de strijd die is gevoerd om verder te blijven bestaan zonder de Vlaamse eigenheid te verliezen? Is het dan zo onbegrijpelijk dat ik ook wil meetellen? Niemand krijgt de keuze om te bepalen waar hij geboren wordt of wie zijn ouders zullen zijn, maar hoe we ons leven voortzetten is wel een keuze. Net zoals mijn keuze voor het dragen van een hoofddoek, waardoor ik – blijkbaar – automatisch behoor tot een minderheidsgroep. Maar dat neemt niet weg dat ik het recht heb om erkend te worden in mijn eigenheid. Een heel mooi voorbeeld hiervan zijn de holebi’s. De houding van 20 jaar geleden tegenover hen is niet meer de houding van nu. Maar dat is het resultaat geweest van intense sensibilisering en campagnevoering, waar de staat aan heeft meegeholpen.

Waarom nu geen campagnes voeren om de ‘hoofddoek’ aanvaardbaar te maken? De tv-zender Eén toont zijn verdraagzaamheid met reclamespotjes waarin we bejaarden samen zien zwemmen, mensen samen een Afrikaanse dans zien doen, een holebi-huwelijk. Daar kon evengoed een vrouw met hoofddoek bij, niet? Hoe betreurenswaardig is het dan niet dat we juist het tegenovergestelde constateren. De hoofddoek wordt verbannen: op school, aan het loket, in overheidsdiensten en ook in de privé-sector mag hij liefst niet te veel zichtbaar zijn. Vergeten we dan niet dat er onder die hoofddoek een persoon zit? Wil dat zeggen dat we een bepaalde groep mensen gaan verbannen?

Even betreurenswaardig vind ik het dat er nog altijd meisjes en vrouwen zijn die tegen hun wil een hoofddoek moeten dragen. Het is niet omdat ik mijn hoofddoek uit vrije wil draag dat iedereen dat doet, daar ben ik mij absoluut van bewust. Maar zij vormen eerder de uitzondering dan de regel, zeker in België, staar u daar niet blind op. De situatie in moslimlanden is absoluut niet te vergelijken met België. Onderdrukten, ze zijn er ook en daar moet iets aan gedaan worden. Maar is een verbod op de hoofddoek de oplossing?

Laten we stellen dat we de hoofddoek verbieden en zo die vrouwen en meisjes verlossen van één deel van de druk waaronder ze staan, is het dan opgelost? We moeten veel dieper gaan. Het probleem zit niet bij de vrouw die de hoofddoek draagt maar bij diegenen die haar onderdrukken.

Die personen mogen hun geloof niet als schild gebruiken voor hun eigen doeleinden, dit moet hen duidelijk worden gemaakt. Het argument dat de meesten aanhalen dat het dragen van een hoofddoek in de Koran vermeld staat, is geen excuus om anderen te onderdrukken. Er staat ook duidelijk in de Koran dat er geen dwang is in de islam! Wat is de waarde van een hoofddoek die je draagt onder druk, is dit Allahs wil? We moeten met hen de confrontatie aangaan en hen aantonen dat geen enkele manier van onderdrukking kan gerechtvaardigd worden in naam van de islam.

Het dragen van mijn hoofddoek heeft mij niet tegengehouden om mij ‘te integreren’. Ik wil ook maar gewoon mijn studie afmaken, mijn steentje bijdragen aan de maatschappij als arts en een gezin stichten. Wist u dat ‘integreren’ twee betekenissen heeft? Van Dale zegt: ‘in een eenheid opgaan’ en ‘in een geheel doen opgaan’. Opgaan en doen opgaan in een geheel, het moet dus van twee kanten komen. Ik heb het grote geluk gehad dat ik de mogelijkheid heb gekregen om in al mijn eigenheid op te gaan in het geheel. Het kan.

Emine Erturk is een 24-jarige studente geneeskunde.