Er is nog zo veel dat ongezegd is. (Rutger Kopland)

Dupslog

Archief

Peter Sloterdijk, Woede en Tijd, uitg.SUN

31 juli 2007

Peter Sloterdijk, Woede en Tijd, uitg.SUN

'Zorn und Zeit', is een schitterende alliteratie waarmee Peter Sloterdijk eens te meer een fascinerende visie ontwikkelt op de moderne geschiedenis.
Hij opent magistraal met Europa's eerste woord uit Homerus' Ilias: 'Godin, bezing ons de woede van de zoon van Peleus, Achilles'¦'.
Wegens het schielijk verscheiden van God en zijn goden sinds de tijd van de Verlichting is de toorn niet langer een zaak van de hemelse machten, die tot dan ingezet werden bij het menselijke spel van geven en nemen.
Voor toorn en wrok waren geen bovenaardse bewaarders noch bovenmenselijke verklaarders meer van doen.
En daar ligt volgens Sloterdijk de kiem van de grenzeloze, tomeloze en uitzichtloze uitbarstingen van geregiseerde woede: het politieke experiment om de thymotische (woede-) emoties van de massa's in natiestaten te gieten en voor de 'vooruitgang' te mobiliseren leidde tot de massaslachtingen van de XXste eeuw : 'Men moet zich realiseren dat het geweld op geen enkel moment in de 20e eeuw is 'uitgebroken'. Het werd door zijn agenten volgens zakelijke criteria gepland en door zijn managers met een ruim zicht op hun objecten gestuurd. Wat op het eerste oog leek op amok op het hoogste niveau, was in de praktijk vooral bureaucratie, partijwerk, routine en resultaat van organisatorisch overleg.'

Sloterdijk benadert de 'toorn' als een pijnlijke maar passende parodie op het marxistische begrip 'kapitaal': het 'woedekapitaal' zat in spaarbanken, in investeringskrediet, in risico-aandelen en in een wild gevecht op de woedebeurzen van de wereld. Met dat 'woede-kapitaal' konden de speculanten in toorn onmetelijke gevechten aangaan, zolang ze bij hun volgelingen de gevoelens van verongelijktheid, jaloezie, rancune, naijver voldoende kunnen oppoken.
Hij fileert dit fenomeen ten gronde bij de linkse stromingen, partijen en staten waar deze individuele wrok op een briljante en bloedige wijze werd gemobiliseerd in het politiek project: het socialisme, de dictatuur van het proletariaat. Marx en Engels probeerden met hun Communistisch Manifest de toorn en de wrok van de arbeiders te mobiliseren voor hun politieke plannen.
'Om het met de woorden van twee beroemde collega's uit het jaar 1848 te zeggen: alle geschiedenis is de geschiedenis van het productief maken van toorn.', aldus Sloterdijk.
Hij verwijt de fellowtravellers uit het westen dat ze bereid waren het linkse fascisme '“ van Lenin, Stalin, Mao en consorten – te tolereren en te steunen waarbij de gruweldaden van Hitlers nationaal-socialisme als redder van hun geweten werd opgevoerd.
Niet zelden hullen de westerse fellowtravellers zich in de romantiek van de verliezers in eeuwige opstand: de strijd gaat altijd door, zeker in tijden van nederlagen.

De grootste bijdrage van het reëel bestaande socialisme is volgens Sloterdijk de permanente dreiging die ervan uitging waarvan vakbonden en sociaal-democratie in het westen handig gebruik maakten als stok achter de deur in hun onderhandelingen met het grootkapitaal en de nationale overheden.
Sinds 1979 '“ Thatcher, de Sovjetunie op falend oorlogspad in Afghanistan en de Ayatollahs aan de macht in Iran – bleek het dreigende thymotische woedekapitaal van het socialisme eerder zelf een kaduke verzameling papieren tijgers.
Het surplus dat sinds de Russische revolutie in de sociaal-economische en politieke rekeningen van geven en nemen in het westen was bedongen, bleek plots in de ogen van het kapitaal fors overdreven en diende onverwijld teruggeschroefd te worden: opbod in sociale afbraak.
Volgens Sloterdijk gaat het met het 'woedekapitaal' sinds het einde van de communistische illusies niet al te best. De 'thymos' lijkt in de oude socialistische heilsstaten helemaal verdwenen en in de westerse wereld heeft 'eros', de onmiddellijke behoeftebevrediging, met mateloze bombarie, verslavingsstrategieën en consumentendom zijn plaats ingenomen.

Ik vrees dat Peter Sloterdijk ondanks zijn glasheldere analyse hier een gloeiende glimp van een nieuwe 'thymos' veronachtzaamt: de oude socialistische heilsstaten kweken nog steeds met bravoure een schaduwcultuur van de toorn, op nationalistische leest van verongelijkte burgers, van rancuneuze cultuurfenomenen, van volkeren die zich historisch tekort gedaan voelen.
In Rusland én China levert het 'woedekapitaal' vandaag forse winsten op de beurs van het militaire nationalisme en globaliserende economische veroveringsstrategieën.
Daarmee valt fors te speculeren door de machthebbers die de overslaande stem van de zelf uitgekozen volksmassa's weten te dicteren.

Sloterdijk heeft wel een snijdende analyse klaar van de 'Derde inzameling van de Woede' door de politieke islam. Dat wordt volgens hem alleen maar een nog groter bloedbad waarbij de verschillende fracties elkaar nog 50 jaar rücksichtlos en met een geestdriftige missioneringdynamiek te lijf zullen gaan tot het demografische surplus van honderden miljoenen overbodige, werkloze, sociaal wanhopige jongeren is geconsumeerd: 'œZowel de huidige als de toekomstige verkondigers van de islamistische expansiegedachten lijken op geen enkele manier op een klasse van arbeiders en loontrekkers, die zich verenigen om door de verovering van de staatsmacht een einde aan hun misère te maken. Veeleer vertegenwoordigen ze een nijdig subproletariaat, erger nog, een desperate beweging van economisch overbodigen en sociaal onbruikbaren, voor wie er in hun eigen systemen veel te weinig aanvaardbare posities zijn, ook al zouden ze door staatsgrepen of verkiezingen aan de macht komen. ('¦) Het radicale islamisme van onze tijd is het eerste voorbeeld van een puur wraakzuchtige ideologie: het kan alleen straffen, maar brengt niets tot stand.
De zwakheid van de islam als politieke religie, of hij nu van gematigde of radicale snit is, vloeit voort uit het feit dat hij principieel op het verleden is gericht. Zijn leiders kunnen tot dusver niets dan atechnische, romantische, door woede gekleurde begrippen voor de wereld van morgen formuleren.'

Peter Sloterdijk eindigt 'Woede en Tijd' met goede raad voor de mensen van vandaag en morgen:
'Aan gene zijde van het ressentiment: ('¦) in een tijd van globalisering is geen politiek van grootschalige leedvereffening meer mogelijk, zolang die berust op het nadragen van onrecht dat in het verleden is aangedaan, ongeacht of een dergelijke politiek zich als democratisch of socialistisch messianisme of als wereldverlossing wenst te camoufleren. ('¦) Het is tegenwoordig veel belangrijker de aloude, noodlottige alliantie tussen intelligentie en ressentiment te verbreken, om ruimte te scheppen voor toekomstgerichte paradigma’s van ontgifte levenswijsheid. De criteria hiervoor zijn niet bijzonder nieuw. John Locke, de geestelijke leidsman van de liberale Engelse bourgeoisie, heeft ze in 1689 in eenvoudige taal geformuleerd: het gaat om de fundamentele rechten op leven, vrijheid en eigendom. Wat de succesgeschiedenis van deze trias betreft zijn historische bevindingen evident: alleen in die gebieden van de wereld waar deze normen gerespecteerd worden, treden er werkelijke verbeteringen in de leefsituatie op. ('¦) Men moet streven naar een meritocratie die zowel inter- als transcultureel een antiautoritair ontspannen moraal weet te verenigen met een duidelijk normbesef en respect voor onvervreemdbare mensenrechten. Het avontuur van de moraal voltrekt zich via het parallellogram van elitaire en egalitaire krachten. Alleen in dit kader is accentverschuiving van toe-eigeningsdriften naar schenkende deugden denkbaar.
De inzet van dit opvoedkundige programma is hoog. Hierbij gaat het om het opstellen van een 'code of conduct' voor veelzijdige beschavingscomplexen. Zo'n schema moet stevig genoeg zijn om in het reine te komen met het feit dat de gecompromitteerde en geglobaliseerde wereld vooralsnog multimegalomaan en interparanoà¯de blijft. Men kan een universum van energieke, thymotische prikkelbare individuen niet met behulp van idealistische synthesen van bovenaf creëren, maar alleen door middel van kracht-kracht relaties in evenwicht houden. Grote politiek vindt alleen plaats in de modus van balanceeroefeningen. Balanceren betekent: noodzakelijke strijd niet ontwijken en overbodige strijd niet provoceren. Het betekent ook zich in de wedstrijd met de entropische processen, vooral die van de vernietiging van het milieu en van de demoralisatie, niet bij voorbaat gewonnen geven. Hiertoe moet men zichzelf steeds met de ogen van de anderen leren zien. Wat vroeger door een overspannen religieuze nederigheid moest worden bereikt, zal voortaan tot stand moeten worden gebracht door een rationaliteitscultuur, die gebaseerd is op waarnemingen van de tweede orde. Alleen zij kan de sluwe naà¯viteit een halt toeroepen, namelijk door de geldingsdrang met zelfrelativering te combineren. Voor het vervullen van die taken is tijd nodig – maar dat is niet meer de historische tijd van het epos en van het tragische drama. De tijd die hier aan de orde is moet als leertijd van beschavingen worden gedefinieerd. Wie alleen 'geschiedenis' wil maken blijft bij deze definitie achter.'

Dat deze rationaliteitscultuur van waarnemingen van de tweede orde indirect en met kleine pasjes, behoedzaam en volhoudend zal moeten bespeeld worden, heeft hij glashelder aangetoond.
Edoch, het geglobaliseerde muizenvolk is niet uitsluitend blootgesteld aan praatjes van mensen van goede wil.
'Accentverschuivingen van toe-eigeningsdriften naar schenkende deugden' lijken me dan ook eerder utopisch en bijaldien gevaarlijk, tenzij ze verkocht raken als altruà¯sme, welbegrepen eigenbelang.

Kortom, Peter Sloterdijk, 'Woede en Tijd, Een politiek '“ psychologisch essay', in een mooie vertaling van Hans Driessen is een absolute aanrader voor wie zich nog vragen stelt over gisteren, vandaag en morgen.

30.De theorie van de trotsensembles
1. Politieke groepen zijn ensembles die endogeen onder thymotische druk staan.
2. Politieke acties worden in gang gezet door spanningsverschillen tussen ambitiecentra.
3. Politieke velden worden gevormd door het spontane pluralisme vanzelf bevestigende krachten, waarvan de onderlinge verhoudingen als gevolg van interthymotische wrijving veranderen.
4.Politieke meningen worden geconditioneerd en geredigeerd door symbolische operaties die in permanente relaties staan met de thymotische bewegingen van de collectieven.
5. De retorica – opgevat als de leer van de sturing van affecten binnen politieke ensembles – is toegepaste thymotiek.
6. Gevechten om de macht binnen politieke lichamen zijn altijd ook gevechten om voorrang tussen thymotische geladen, populair gezegd: eerzuchtige individuen met hun achterban; de kunst van de politiek behelst daarom ook procedures waarmee de verliezers gedeeltelijk schadeloos kunnen worden gesteld.

37. Het moment van Nietzsche.
Blikt men terug op de geschiedenis van de 20e eeuw, in het bij zonder op zijn convulsieve eerste helft, dan dringt zich het beeld op dat daarin de door Plato geëiste, door Aristoteles geprezen en door de pedagogen van de burgerlijke tijd met inzet van veel middelen daadwerkelijk ondernomen poging om de thymotische energieën te civiliseren in de natiestaten, over de gehele linie mislukt is. Als het doel van de politieke experimenten van de Nieuwe Tijd is geweest de thymotische emoties van de massa in politieke vormen te gieten en voor de reguliere 'vooruitgang' te mobiliseren, moet men wel spreken van een catastrofaal echec. Dit heeft tenslotte ook de leiders van het experimenten de lucht ingejaagd, om het even of zij witte, rode of bruine hemden droegen.(…)
Men moet zich realiseren dat het geweld op geen enkel moment in de 20e eeuw is 'uitgebroken'. Het werd door zijn agenten volgens zakelijke criteria gepland en door zijn managers met een ruim zicht op hun objecten gestuurd. Wat op het eerste oog leek op amok op het hoogste niveau, was in de praktijk vooral bureaucratie, partijwerk, routine en resultaat van organisatorisch overleg.

56. De moderniteit heeft de verliezer uitgevonden. De figuur, die men halverwege de uitgebuiten van gisteren in de overtolligen van vandaag en morgen tegenkomt, is de onbegrepen grootheid in de machtspelen van de democratie in. Niet alle verliezers laten zich kalmeren door de opmerking dat hun status overeenkomt met hun plaats in het eindklassement van een wedstrijd. Velen zullen tegenwerpen dat ze nooit een kans hebben gehad om mee te spelen en zich navenant te klasseren. Hun jaloerse gevoelens richten zich niet alleen tegen de winnaars, maar ook tegen de spelregels

113. Genealogie van het militantisme.
Het fenomeen van de verliezer die een afwijkend standpunt tegenover zijn nederlaag bepaalt, is kennelijk even oud als dat van de politieke spiritualiteit. ('¦) In de context van de westerse beschaving vindt men illustraties hiervan op zijn minst in de theologie van het jodendom van tijdens en na de ballingschap; de meest recente zijn bijna hedendaags te noemen – zijn te vinden in de geschriften van marxistische en postmarxistische romantici, voor wie het een uitgemaakte zaak is dat de strijd vooral dan doorgaat wanneer alles verloren is.

156. Ze verklaren tevens waarom de knappe koppen van de oppositionele bewegingen meestal moreel gevoelige leden van de bourgeoisie waren, die, gedreven door een mengeling van ambitie en verontwaardiging over de heersende omstandigheden, overliepen naar het kamp van de revolte of revolutie. Voor hen allen gold wat Albert Camus over de geboorte van gemeenschappelijke geest van de verontwaardiging zei: 'Ik kom in opstand, dus wij zijn' – een zin waarvan het nauwelijks invoelbaar pathos heel duidelijk bij een verloren tijdperk hoort.

280. Wat het opkomende communisme van meet af aan zo spookachtige maakte en de kracht gaf de paranoà¯de reacties van zijn tegenstanders naar zich toe te trekken, was dat het al in een vroeg stadium in staat was de status-quo op een geloofwaardige manier met een omwenteling te dreigen. Toen het zijn vermogen om te dreigen was kwijtgeraakt, was het ook met zijn rol als spook gedaan – en geen enkel filosofisch congres zal de holle kalebas nieuwe spookkracht kunnen inblazen.

281. Als het klopt dat soevereiniteit het vermogen is om op een geloofwaardige manier te dreigen, dan bereikten de West-Europese werknemerspartijen en de vakbonden hun belangrijkste soevereiniteitseffecten dankzij het indirecte dreigement van de klassenstrijd, dat ze tijdens loononderhandelingen konden inzetten zonder zelf de vuisten te hoeven ballen. Ze konden volstaan met discreet te wijzen op de realiteit van de Tweede Wereld om de werkgevers duidelijk te maken dat ook hier de sociale vrede zijn prijs heeft. Samenvattend kan men zonder veel overdrijving vaststellen: de sociale verworvenheden in het naoorlogse Europa, vooral het 'kapitalisme met een menselijk gezicht' met de bijbehorende verzorgingsstaat en de almaar uitdijende therapiecultuur, waren geschenken van het stalinisme '“ vruchten van de woede, die overigens pas nadat ze naar een vrijer klimaat waren geëxporteerd tot een zekere zoetheid konden rijpen.
('¦)
De gevolgen van dit alles bepalen psychopolitieke klimaat van het Westen vanaf de vroege jaren '80 tot op de dag vandaag. In combinatie met de klimatologische effecten van 11 september 2001 wordt het steeds waarschijnlijker dat het kapitalisme een neoautoritaire wending zal nemen, tegen een liberaalkrijgszuchtige achtergrond. Vanuit het perspectief van vandaag komt het jaar 1979 naar voren als de sleuteldatum van de late 20e eeuw. In drievoudig opzicht vond in dat jaar de overgang plaats naar de postcommunistische situatie: door het begin van het einde van de Sovjet-Unie na de militaire invasie in Afghanistan, door het aantreden van Margaret Thatcher en de consolidatie van de islamitische revolutie in Iran onder ayatollah Khomeini. ('¦)
Onvermijdelijke conclusie: de westerse ondernemers onder tijdelijke politieke en ideologische druk vanuit het oosten teveel hadden betaald voor de sociale vrede. Men achtte de tijd rijp voor kostendrukkende maatregelen, die uiteindelijk tot doel hadden het accent van het primaat van de volledige werkgelegenheid te verschuiven naar de voorrang van de dynamiek van het ondernemen. Dit had een regelrechte ommezwaai van de tijdgeest tot gevolg. Deze nam steeds sneller afstand van een even rebelse als dirigistische comfortethiek (die zich alleen in Frankrijk wist te handhaven), om de voorkeur geven aan een ondernemersgerichte risico-ethiek – waarbij men ervan overtuigd was dat men de ontmoediging van de nieuwe 'klasse' van overbodigen, afgedankten en afgescheepten wel als externe kostenfactor op de koop toe kon nemen. Sindsdien worden de deelculturen van de amusementverschaffing en het depressiebeheer in het Europese Kristalpaleis steeds verder uit elkaar gedreven.

Lees verder »

Archief

J.A.A.van Doorn, Duits socialisme. Het falen van de sociaal-democratie en de triomf van het nationaal-socialisme.

25 juli 2007

J.A.A.van Doorn, Duits socialisme. Het falen van de sociaal-democratie en de triomf van het nationaal-socialisme. uitg. Mets & Schilt, Amsterdam.

J.A.A. van Doorn is een bijzonder moedig man. Hij heeft in 1971 mijn eerste stappen begeleid in de sociologie met zijn Moderne Sociologie ( van Doorn & Lammers ) dat sinds 1959 een topper was in Rotterdam. Yvo Nuyens hield hem aanbevolen in zijn vak 'medische sociologie' aan de K.U.Leuven, ook als je psychologie studeerde.
Hij heeft nu – op latere leeftijd – een fenomenaal boekwerk opgeleverd: 'Duits socialisme. Het falen van de sociaal-democratie en de triomf van het nationaal-socialisme.'
Het is een boek dat aan je vreet, dat helpt de schuiven in je geheugen te keren om alle stof eruit te weren, want toch blijven hier en daar decennia oude stramienen bewaard. Van Doorn helpt ze opvegen en op de vuilnisbelt van de geschiedenis keren.
Zijn boek is een bijzonder interessante en zeer gedurfde analyse van het Duitse socialisme en het nationaal socialisme dat er naadloos overheen is gegaan.

Fascinerend herken je de houding van de Duitse sociaal democratie die zich gedroeg zoals het Vlaams Blok vandaag in Vlaanderen.

Fascinerend zie je hoe sp.a populisme dikwijls gelijkloopt met de hele nationaal-socialistische trukendoos, tot en met de intellectuelenhaat van een figuur als Stevaert.

Wie zich vandaag '“ na de verkiezingen van 10 juni – geroepen voelt om aan een evaluatie te werken van het riante sp.a-spirit debacle, van het al even hilarische succes van PvdA plus of min, of CAP en zelfs het alweer zo prille genot van Groen!, doet er goed aan van Doorns analyse van het falen van de sociaal democratie en de triomf van het nationaal socialisme in Duitsland te studeren.

Er is een banale uitdrukking: de geschiedenis herhaalt zich: de eerste keer als tragedie, de tweede keer als klucht. Nee. Er is nog een derde weerspiegeling van dezelfde gebeurtenissen, van hetzelfde onderwerp, een weerspiegeling in de 'lachspiegel' van de onderwereld. Het onderwerp is onvoorstelbaar en tegelijk werkelijk, het bestaat echt en leeft naast ons. ( Jacq Vogelaar, Over Kampliteratuur , p. 25)

Charismatisch leiderschap.

200. Hitler was eerder een verleider dan een dictator. Hij werd jarenlang door zijn volk op handen gedragen, als verlosser begroet en als profeet geëerd. Vele miljoenen Duitsers geloofden in hem, volgden hem en waren bereid voor hem en voor het Duitsland dat hij schiep, te sterven. Reeds eind 1934 zou hij zich erop beroepen dat geen staatsman ter wereld met meer recht kon stellen dat hij de vertegenwoordiger van het volk was.
Hitler is terecht een typisch voorbeeld genoemd van een charismatische leider, iemand wiens ongelimiteerde gezag berust op het geloof bij zijn volgelingen, dat hij over uitzonderlijke kwaliteiten beschikte en daarom in staat is elke crisis te overwinnen. Max Weber, die het begrip in de politieke wetenschap introduceerde, zonder Hitler gekend te hebben, zegt letterlijk dat wie charismatisch gezag verwerft, daarom als 'Führer' wordt gewaardeerd. ('¦)

Het gaat hier niet om een kenmerk van een persoon, maar om een wisselwerking tussen leider en volgelingen, een sociale connectie dus, die twee brandpunten kent die buiten elkaar niet denkbaar zijn. In charisma ligt tegelijk een gezags- en afhankelijkheidsverhouding besloten.
Het bijzondere én het precaire van charismatisch gezag is het ontbreken van institutionele verankering. De twee andere hoofdtypen van gezag die Weber onderscheidde, vinden hun legitimiteit in het zij een van ouds gegeven orde, traditioneel gezag, hetzij in formele regelgeving die voor iedereen geldt, legaal gezag, ondersteund door een bureaucratisch apparaat. Charisma is per definitie alleen uit interacterende personen samengesteld, een sociaal netwerk dat onder spanning staat, wellicht te vergelijken met een magnetisch veld.
Anders dan de beide andere typen is charismatisch gezag labiel. De leider beschikt niet over een structuur waarop hij kan terugvallen en die hem veiligheid biedt. Hij moet zichzelf elke dag bewijzen. Bestaande instituties zijn vijanden die opgeruimd moeten worden, reden waarom charismatisch leiderschap aanvankelijk revolutionerend werkt: het bestaande wordt radicaal verworpen. Naarmate de kaalslag beter lukt, doemt een ander gevaar op: de onvermijdelijke slijtage dan wel 'routinisering' van het charisma. Er ontstaat een min of meer vaste cultus rondom de leider die hem zekerheid biedt, maar die een tegelijk afhankelijk maakt: hij wordt vervangbaar omdat het persoonlijke charisma zich tot een ambtscharisma ontwikkelt. Een dergelijke evolutie is zichtbaar bij de transformatie van een sekte rondom een religieuze voorman in een kerk die kan voortleven lang nadat uitzonderlijke persoon van de stichter is verdwenen.

270. Het gevolg is geweest dat de toenadering tussen socialisme en nationalisme, in de laatste jaren voor de Eerste Wereldoorlog in feite onvermijdelijk geworden, een moeilijke operatie werd. Van twee kanten moesten de partijen uit de veilige loopgraven komen, nog altijd gewapend met de oude vooroordelen en ressentimenten. Tussen de linies zou dan ook weinig tot stand komen. Zonder beeldspraak: echte fusies, van beide zijden aanvaard, waren bijzonder zeldzaam. Het bleef bij theoretische exercities: 'Umdeutung' van bestaande opvattingen.
Toen eigenlijk het moment aanbrak dat daden moesten worden gesteld, faalde de sociaal-democratie. In 1914 verkozen de leden in plaats van de klassenstrijd de oorlog tegen de buitenlandse vijand en zwenkten de leiders noodgedwongen mee, zonder de noodzaak van een nationale heroriëntatie onder ogen te zien; in 1918 verzuimden de leiders de revolutionaire moment te benutten en sloten ze een compromis – en compromitteren verbond – met de klassenvijand; in 1933 bleken ze op fatale wijze de gevangenen van hun eigen verleden.
De roemruchte partij van de Duitse sociaal-democratie heeft een tragische geschiedenis gekend. Ze stond voor een goede zaak maar geen moment heeft ze het Duitse volk weten te overtuigen, laat staan voor har programma te winnen. Dat ze faalde, is uiteindelijk terug te voeren op één tekort: de partij kon Duitsland niet vinden. Haar socialisme was geen Duits socialisme. Daarom zou ze te gronde gaan aan de krachtmeting met een partij die voor het eerst beweerde dat socialisme geen splijtzwam hoefde te zijn, maar een unieke nationaal-bindende kracht vertegenwoordigde. Het nationaal-socialisme, zou men kunnen zeggen, voltooide de geschiedenis van het Duitse socialisme door identiek te worden met Duitsland. Omdat Duitse socialisme vervolgens te vernietigen door er de laatste, meest extreme consequenties uit te trekken, die, zoals bekend, zum Teufel führen.

Lees verder »

Archief

Margot – YouTube – Wallstrà¶m, een EU commissaris om lief te hebben.

5 juli 2007

De Zweedse EU commissaris voor communicatie, Margot Wallstrà¶m, heeft een schitterende zet gedaan waaraan het zootje nationalistische mierenneukers van Pool tot Brit zich te pletter kan ergeren.

Ze heeft op YouTube een reeks korte filmcompilaties laten plaatsen die je doen slikken.
In minder dan een minuut grijpen ze je bij de keel, omdat deze fragmenten onmiskenbaar klinken en kleuren als Europees en dus zowel in de Poolse Republiek als in het Verenigd Koninkrijk herkenbaar zijn.
Veel meer dan alle richtlijnen en besluiten om de Europese Markt te stroomlijnen zijn deze filmfragmenten een symbolische 'gestalt' van de Europese Unie, meer nog dan de Vlag, de Euro en de 'Ode aan de Vreugde' van Schiller uit Beethovens 9de symfonie: 'œAlle Menschen werden Brüder', die door Nederlands nationalisten zo vaardig bestreden worden.

De tophit blijkt 'Film lovers will love this!' dat eindigt met het veel belovende 'Let's come together'.

Singing the blues on the silver screen geeft weer eens perspectief bij een mindere dag: ‘You are not alone’.

Romanticism still alive in Europe's films . In Europa krijg je steeds weer een kans: ‘It started with a proposal’

Een hele goeie is ook: 50 Years of EU in the World waar op minder dan 10 minuten een historisch overzicht gepresenteerd wordt over het waarom, wanneer en hoe van de EU.
Handig voor nationalistische politici uit oost en west die vergeten zijn waarover de EU nu ook weer ging.

Margot – Youtube – Wallstrà¶m is een EU commissaris om lief te hebben!

Eindelijk een EU commissaris die zich rechtstreeks weet te richten tot de mensen over wiens leven, lijden en liefde de commissie en het parlement menen te moeten waken.
Margot Wallstrà¶m overvleugelt met zwier en flair de bekrompen nationalistische dwergen.

Archief

Ingo Schulze, Nieuwe Levens. Uitg. Meulenhoff

4 juli 2007

Ingo Schulze, Nieuwe Levens. Uitg. Meulenhoff

Ik zal meteen bekennen: ik vind 'Nieuwe Levens' maar niets.
Toch heb ik me avondenlang proberen in te leven in het 650 pagina durende geneuzel van de beloftevolle en vandaag wellicht al geconsacreerde Duitse schrijver, Ingo Schulze.
Het zit vast allemaal goed versleuteld. Zeven jaar lang zou de schrijver gewerkt hebben aan de literaire 'vondst' van door elkaar lopende brieven aan drie personages wat finaal de grote roman over de Wende zou moeten voorstellen.

Akkoord, er worden in de correspondentie bijwijle grappige, verrassende, boeiende, tedere en treurige passages verknoopt.
Akkoord, hier en daar krijg je een merkwaardige doorkijk naar het leven in de DDR, en blijft de afdronk bitter aan je tanden plakken. Brievenschrijver Enrico Türmer '“ spiegelvariant van de auteur -verdwaalt steeds duidelijker in zijn eigen banaliteit: schrijven tegen het verstikkende oude leven verwordt tot een verrijzenis in de nieuwe westerse waarden, waarvan hij de nuances niet kent: 'œSedert een paar weken loop ik met een vraag rond. In het begin nam ik haar niet serieus; ze was me te profaan. Maar intussen geloof ik dat ze terecht wordt gesteld. Ze luidt: op welke wijze nam het Westen bezit van mijn hoofd? En wat heeft het daar aangericht?'

De oude voorspelling van een hoge DDR functionaris dat ze hun kritische kunstenaars beter naar het Westen lieten vertrekken want dat ze daar hun stem wel zouden verliezen, was glashelder. In het Westen vielen ze vaak vlot van hun geloof in de kracht van het oppositionele woord, beeld en geluid. Soms verstomd door het goud in de mond.
De culturele verschillen tussen Oost en West bleken nergens zo duidelijk als die tussen de DDR en de BRD. Ze spraken dezelfde taal, ze leden aan eenzelfde verleden en toch dreef de wind van de geschiedenis hen naar een verschillende toekomst.

Enrico Türmer wou als ambitieuze jongeman een dissidente schrijver worden. Ware literatuur is immers per definitie oppositioneel en dus zal hij zoals zovele anderen alleen in het Westen kunnen publiceren en finaal de DDR moeten verlaten.
Jong denken we immers dat de wereld van ons is. Volwassen beseffen we dat wij van de wereld zijn. Maar bij de DDR dissidenten sloeg de verouderingsziekte genadeloos toe: plots bleken zij niet eens meer van deze wereld.
Türmer had de pech dat door de val van de Muur zijn inspiratiebron verdampte. Het Oude Leven bleek een anachronisme en het Nieuwe Leven een vorm van geheugenverlies. Een verschrikking voor velen die ontwaakten in een nachtmerrie waar hun bestaan van een ondraaglijke lichtheid werd, zoals hun spaargeld en de dromen die ze altijd van waarde hadden geweten.

Pijnlijk meelijwekkend was ook de ontnuchtering in de politieke macht: het volk bleek zijn bevrijdende leiders van Bündnis 90 even snel te ruilen voor CDU- en SPD- importpathologie als de oude Ostmarken voor de nieuwe DM.

Ingo Schulze omschreef het in een interview met de Groene Amsterdammer als: 'We geloofden toen niets, ik was oneindig naà¯ef. Dat kan ik niet meer navoelen. Een van de grote verschillen is dat mijn wereld vroeger heel klein was. Je had een beperkte kring mensen met wie je omging. De wereld is groot geworden. Ik ben rijker geworden, vooral in mijn contacten. Ik reis door Europa en woon nu in Rome. Voor mijn moeder is dat nog steeds onvoorstelbaar. Haar generatie heeft de boot volledig gemist. Daarin schuilt de grootste tragiek.' ('¦)
'De ddr was een droomland voor schrijvers. Woorden waren belangrijk, ze konden de grondvesten van de staat laten trillen. Wat moest een schrijver zonder de Muur?
Het idee was dat, als een systeem is gebouwd op woorden, je het ook met woorden kunt aanvallen en zelfs omgooien. Schrijvers voelden zich almachtig, want zij schreven wat anderen dachten. Als lezer had je ook die ervaring. Als je een boek via het illegale circuit kreeg, had je twee dagen de tijd om het te lezen. In die sfeer kreeg iedere alinea waarde. Met het instorten van het systeem veranderde de betekenis van boeken en gedichten. Schrijvers hadden het gevoel dat ze zich niet meer hoefden te bewijzen. Velen van hen zakten weg in een gevoel van zinloosheid en depressie. Hun pen had geen betekenis meer. Wat viel er nog te zeggen? Opeens ging alles over het verleden. Dat is het vreemde geweest: de door de staat georganiseerde kritiek op het kapitalisme verstomde, terwijl het kapitalisme zich juist keihard in het dagelijks leven verscherpte. Ik weet nog dat ik een keer een cadeau kocht en besefte dat ik voor dat bedrag vroeger wekenlang in Polen op vakantie ging. De Wende was voor veel mensen een wisseling van afhankelijkheid. Van een totalitaire staat naar een allesbepalende economie. Men zegt vaak: 'œTot 1989 kon ik alles zeggen over mijn chef en niets over Honecker, daarna kon ik alles zeggen over politici maar niets over mijn chef.'. De angst voor werkloosheid nu is net zo groot als de angst voor maatregelen tegen ideologisch onwelgevallige uitspraken toen. Maar het samensmelten van de twee economieën is onvermijdelijk geweest. Het kon niet anders.'

En toch is de roman van Schulze bij lange niet wat ik ervan verwachtte.
Geen enkele zin vond ik de moeite van een citaat waard. Türmer en met hem Schulze blijven slurpen van de dagelijkse beslommeringen. Ze weten geen schnaps te distilleren waaraan de lezer zich kan laven. Zeker, de evolutie die de schrijver bekruipt, de soms pedante voetnoten van het redigerende alter-ego, het heen en weer friemelen van visies en standpunten in de verschillende brieven, 't is ongetwijfeld goed gevonden, maar het blijft allemaal ondraaglijk licht geneuzel.
En daar heb ik dan zoveel uren van mijn arme ogen aan geofferd.

Dé roman over de Wende zal eerder een vervolg zijn op Robert Musils 'Der Mann ohne Eigenschaften'. Dat was dé Duitse roman van de XXste eeuw.
Dat is 'Neue Leben' alvast niet voor de XXI ste eeuw.