Er is nog zo veel dat ongezegd is. (Rutger Kopland)

Dupslog

Archief

Stephan Vanfleteren ‘Belgicum’

27 oktober 2007

Wij zijn allemaal mensen,
Lelijke mensen dat zijn wij.
En wie van zichzelf denken
Hoe mooi ze wel niet zijn
Worden door Stephan Vanfleteren
Genadeloos op hun plaats gezet,
Op zijn portfolio en in 'Belgicum'
Waar hij de schoonheid genadeloos
Belicht tussen al dat zwart en wit
En de lelijkheid weet te strelen
Tot nog eenzelfde matte glans rest,
Waarop we onze fantasie vrijelijk
Kunnen botvieren zodat we zijn
Beelden herkennen als oervormen
Van het leven dat we in onze hoofden
Lijden en waarvan we de ander graag
Lankmoedig zien getuigen over het verval.

Wie 'Belgicum' als een unicum herkent,
Weet van zichzelf dat wij veel kunnen verdragen,
Dat we veel kunnen dragen zoals bijvoorbeeld
Water naar de zee en zand naar het strand.

Dat maakt de atavistische beelden van Vanfleteren
Zo herkenbaar voor 'ene van ons, ene van hier'
Zoals een socialistisch politicus van de Koekenstad
ooit als slogan voerde in de Seefhoek van 't Stad.

Voor bezoekers van verre moet 'Belgicum '
een bizarre caleidoscoop verbeelden
van een land waar ze niets van begrijpen,
omdat de regels van het spel hen vreemd blijven.

Bij Vanfleteren kijken de mensen niet in de spiegel,
Zij kijken door de lens als door een raam naar buiten
Waar het leven anders is, waar het gras groener is.
Ze zijn er zich van bewust, maar ze kunnen veel verdragen.

Foto's van Vanfleteren hebben iets van relieken
Aan het einde van de beeweg naar nergens
Waar het leven goed was en de dood zoet.

In zijn portfolio werden sommigen
Als Hongaren genaamd, en heeft iedereen
De blik op oneindig want allemaal weten ze
Dat de beloofde verhalen soms prachtig klinken
En desondanks steevast blijken te stinken.

'?Meer dan vijftien jaar heb ik doorheen het territorium 'Belgicum' geslenterd, verdwaald en gejaagd met ontroering en vaderlandsliefde. Eerst als actualiteitsfotograaf voor de dagkrant, later meer op mijn eigen tempo. Doorheen het vlakke land, over de taalgrenzen, door vervallen industriebekkens langs oneindige lintbebouwingen en zelfs af en toe over de landsgrens in Frans-Vlaanderen. Een tocht door een land met littekens op zoek naar een onvindbare identiteit maar met de melancholische ziel van een 177 jaar oude natie. Vanwaar die manier van kijken? Dat achterna hollen op het perron van de verglijdende tijd en ruimte? Waarom kan ik niet voluit genieten van een nieuw opgetrokken mooi gebouw zonder die ene altijd wederkerende gedachte te moeten trotseren dat het ten koste van iets anders was, iets dat er eerder was, iets met een oudere ontstaansdatum? Of het nu een braakliggende grond is, een huis of wat dan ook. Is het angst voor het afscheid? Angst voor het nieuwe? Angst voor verandering?

Misschien is het een overgebleven 'traumaatje' van een jongen die de kust heeft zien ombouwen tot een betonnen draak. Ik word triest van dat neurotisch gedoe, van snel vooruitgaan en drastische verandering. Onze economie gelijkt op een Canadese populier die maar blijft groeien tot hij te hoog komt en door zijn gewicht bij de eerste grote storm afknakt. Jammer dat onze wereld niet meer een oude eik is, of een treurwilg. Ik herinner me als scholier in een streng college het moment dat de geschiedenisleraar vooraan in de klas de woorden uitsprak: 'wie kan er nu iets tegen vooruitgang hebben?' Ik wilde nog mijn hand opsteken om wat tegen te sputteren maar ik durfde niet. Nu wel.'? Stephan Vanfleteren ( Kortrijk 1969)

Tot 6 januari 2008 in het Antwerps Fotomuseum.

Archief

Jef Blancke, ‘Mensen’ – Stadsbibliotheek Lier

25 oktober 2007

‘Mensen ‘ van Jef Blancke, schrijver en schilder, zijn nog tot 31 oktober te zien in de Stadsbibliotheek van Lier, waar je eerste de droeve ring moet ronden om langs de Balderij – Berlarij te penetreren in de stad waar zovele herinneringen aan de gevels klinken.
Het is een mooie straat geworden, die Berlaarsestraat zoals ze nu genoemd wordt.
De gevel van de school die je eens ontving, van waaruit je in de lessen Latijn uren en jaren hebt genoten van de barokke Jezuëtengevel aan de overkant.
Als banneling uit het Sint Jozef college te Turnhout aanvankelijk opgesloten in de Rijks Normaal School te Lier, een wereld van verschil, om van de ongelooflijke bibliotheek nog maar te zwijgen en de doorleesde nachten met een zaklamp op Charon of Opsomer, herenhuizen waar generaties van geà?nterneerde jongensdromen werden verzameld.

Lier was aan het einde van de jaren zestig een versleten schoonheid, vergeten macht in een provinciaals nest, vergane glorie.

Vandaag heeft het toch weer een glanzend centrum waar leven van mensen mooi kan klinken, zoals in de Stadsbibliotheek wanneer de zon schijnt en Jef Blancke zijn 'Mensen' presenteert tussen de lezers van de wereldpers.

Aan de overkant ligt nog steeds het Hof van Denemarken waar van 1524 tot 1530 de slachter van Stockholm, Christiaan II als rode koning zijn ballingschap onder de hoede van schoonbroer Karel V doorstond.

De 'Mensen ' van Jef Blancke hebben hun ballingschap in deze wereld verinnerlijkt.
Net zoals hun schepper.

Eerst schreef hij geconcentreerd in beelden op papier, de inwendige mens die hem op het lijf geschilderd leek, soms gruwelen in kleur met een grimmige glimp van menselijkheid, geplooide schaamte.
Sinds hij op doek acrylfiguren toedekt met krijtpastel hebben zijn bannelingen zich gefatsoeneerd.
Hun leed lijkt lijdzamer geborgen.
De luttele gebaren van monsterlijke tederheid zijn verstild en daardoor nog indrukwekkender.
Jefs werk is voor mij cerebraler geworden en daardoor menselijker, gesluierd.
Hij nadert behoedzaam en in zwijgen gehuld het portret,
de uitdrukking van het menselijke zijn
waarin we ons herkennen in de blik van de ander.

Archief

Leonard Nolens, Banneling

22 oktober 2007

Vierenvijftig jaar
na het gloren van de hoop
in het jaar van Stalins dood
kreeg ik een altijd actueel vers
van Alma op de dag dat de macht
van de tweeling werd geketend.
En nog zijn we niet verloren.

Banneling

Het is niet iets, het is niet iemand
Die jou gisteren misschien verliet.
Het is niet iets of iemand die je hier
Aan je lot heeft overgelaten vandaag.

Het is het leven zelf, dit licht
Met zijn zo weinig substantieel gezicht.
Het is de juiste plaatseloosheid
Van je lichaam hier op een stoel gezet.

Het is de lucht, een vlucht van wolken
Op het netvlies van een blinde, het is
Eindeloos dit duren bij gebrek
Aan adem in maten en tijden verdeeld.

Het is het leven zelf, dit leven
Dat je heeft, dit weven dat je bent.
Het is dit leven zelf dat jou vandaag
Alleen laat met je specifiek gewicht.

Het is vandaag met hondenweer en mensenvlees
En eeuwige griep van de geest, je beest.
Het is niets dan leven zelf dat je hier
Aan je lot heeft overgedragen vandaag.

Leonard Nolens

Archief

W.G. Sebald, De ringen van Saturnus. Een Engelse pelgrimage. uitg. De Bezige Bij 2007

16 oktober 2007

W.G. Sebald, De ringen van Saturnus. Een Engelse pelgrimage. uitg. De Bezige Bij 2007

W.G. Sebald (1944 '? 2001) stelt mij in zijn boeken gerust. Het is iets wat mijn gemoed herkent, wat mijn ogen begeleidt wanneer ze zijn prachtige teksten volgen. Zijn werk is geen spiegel maar een GPS die mijn positie herkent in de wereld, zijn wereld, mijn wereld. Sebalds plaatsbepaling leidt zijn lezer langs de afgronden van de menselijke geest en de gruwelen en grootsheid die eruit voortvloeien. In 'De ringen van Saturnus' uit 1995 dwaalt hij als een verbannen pelgrim doorheen Suffolk en vindt daar de onzichtbare zijdedraden die onooglijke dorpen, verlaten landhuizen en parken, verloren spoorwegen verbinden met de hele wereld, van China tot Kongo. Hij houdt je in zijn verhaal nochtans vaak in het ongewisse, zodat er nog geen positiebepaling mogelijk is en je gedachten nog vele richtingen uitkunnen, tot hij ze telkens weer bij de ring grijpt en in de door hem gewenste richting duwt. Het geeft een heen en weer gevoel, alsof je hoofd gewiegd wordt tussen verschillende aspecten van het menselijke tekort. Het melancholische dat altijd als een warme mantel klaar hangt, helpt tegen de ijzige arrogantie waarmee mensen in een vermarkte wereld worden bejegend.
Sebald zwijgt niet over de gruwelen van het verleden. Hij disseceert ons geheugen en legt tot op de beenderen stukken van de Europese geschiedenis bloot: ’ Dat is dus, denk je, terwijl je langzaam rondloopt, de kunst van het afbeelden der geschiedenis. Het berust op een vervalsing van het perspectief.’ ( Over het panorama en de Leeuw van Waterloo).

Sebald lezen helpt je het puin te herkennen dat in grote ringen discreet maar steeds present rond de planeet van ons denken wentelt. Hij houdt iedere melancholische weltschmerz in een heilzaam korset gevangen.

78. Terwijl ik langzaam uit ademend de in mij opkomende duizeligheid overwon en een stap terug deed, had ik het gevoel dat ik op de oeverstrook wel iets merkwaardigs vaals had zien bewegen. Ik hurkte neer en blikte, door een plotselinge paniek bevangen, over de rand omlaag. Het was een mensenpaar dat daar beneden lag, op de bodem van de groeve, dacht ik, een man, uitgestrekt bovenop het lichaam van een ander wezen, waarvan niets anders zichtbaar was dan de gebogen, naar buiten gekeerde benen. En tijdens de een eeuwigheid durende schrikseconde waarin dit beeld door mij heen schoot, had ik het gevoel dat er een stuiptrekking door de voeten van de man ging als bij een zojuist gehangene. Nu lag hij in elk geval stil, en stil en roerloos lag ook de vrouw. Wanstaltig als een grote, aan land gesmeten mollusk lagen ze daar, schijnbaar één lichaam, een van verre hierheen gedreven zeemonster met veel ledematen en twee koppen, het laatste exemplaar van een monstrueuze diersoort, dat met een oppervlakkig uit zijn neusgaten stromende adem zijn einde tegemoet doezelt.

97. Dit verhaal over de verbranding van de bevroren levenssubstantie ( door de heilige Sebald) is voor mij altijd van bijzondere betekenis geweest, en ik heb me vaak afgevraagd of onze inwendige bevriezing en verdorring uiteindelijk niet de voorwaarde is voor ons vermogen om met bedrieglijk toneelspel de wereld te doen geloven dat ons arme hart nog in vuur en vlam staat.

129. Inderdaad bestaat er in België tot op de huidige dag een bijzondere soort lelijkheid, die door de periode van ongeremde uitbuiting van de Kongolese kolonie is gevormd en zich manifesteert in de macabere sfeer van bepaalde salons en in een opvallende mismaaktheid van de bevolking, zoals je die elders maar zelden aantreft. In elk geval herinner ik me heel goed dat ik bij mijn eerste bezoek aan Brussel in december 1964 meer gebochelden en gekken ben tegengekomen dat anders in een heel jaar.

149. Op een paar stenen bruggen en marmeren pagodes na was alles ( van de dichtbij Peking gelegen tovertuin Yuan Ming Yuan) in een oogwenk vernietigd. Nog lang hingen er rookslierten boven de hele omgeving, en een grote aswolk die de zon bedekte werd door de westenwind naar Peking geblazen, waar hij na enige tijd neerdaalde op de hoofden en de behuizingen van de bewoners, die meenden door een straf van de hemel getroffen te zijn. Aan het einde van de maand, na het in Yuan Ming Yuan gestelde voorbeeld, zagen de vertegenwoordigers van de keizer zich gedwongen nu onverwijld de steeds meer uitgestelde vrede van Tien-tsin te ondertekenen. Daarvan hadden de belangrijkste clausules, afgezien van de hernieuwde eisen tot herstelbetalingen waaraan nauwelijks viel te voldoen, betrekking op het recht van vrij verkeer en ongehinderde zendingsactiviteiten in het binnenland, en op het vaststellen van een douanetarief ter legalisering van de opiumhandel. Als tegenprestatie verklaarden de westerse mogendheden zich bereid hun steun te verlenen aan de instandhouding van de dynastie, d.w.z. aan het uitroeien van de Taiping en het neerslaan van het afscheidingsstreven der islamitische bevolking, in de dalen van Shensi, Yunnan en Kansu, waarbij volgens diverse schattingen tussen zes en tien miljoen mensen uit hun woonplaats werden verdreven of om het leven gebracht.

156. Dag in dag uit wandelde (keizerin douairière) Tz’u hsi met haar in witte schorten geklede hofdames door de koele hallen om de voortgang van de werkzaamheden te inspecteren, en met bijzondere voorliefde zat ze als het nacht werd helemaal alleen tussen de stellages om vol overgave te luisteren naar het zachte, gelijkmatige, bijzonder geruststellende verdelgingsgeluid van de talloze zijderupsen die aan het verse loof van de moerbeibomen knaagden. Deze bleke, bijna transparante wezens, die straks het leven zouden laten voor de fijne draad die ze sponnen, beschouwde zij als haar ware getrouwen. Zij zag ze als het ideale volk, dienstvaardig, bereid om te sterven, op korte termijn naar believen vermenigvuldigbaar, slechts op één voorbeschikt doel gericht, volkomen het tegendeel van de mensen, die principieel niet te vertrouwen waren, de naamloze massa’s buiten in het rijk evenmin als degene die de binnenste cirkel om haar heen vormden en die, naar zij vermoedde, ieder moment in staat waren over te lopen naar de tweede door haar ingezette kindkeizer, die tot haar bezorgdheid nu steeds vaker zijn eigen wil kenbaar maakte.

204. XLVI
For in and out, above, about, below,
‘t Is nothing but a Magic Shadow-show,
Play’d in a Box whose Candle is the Sun,
Round which we Phantom Figures come and go.
Rubáiyát of Omar Khayyám
Edward Fitzgerald (1809-1883)

Archief

Het meesterlijke atelier – europalia.europa Bozar Brussel

14 oktober 2007

Het meesterlijke atelier – Paleis voor Schone Kunsten Brussel tot 20 januari 2008.

Van kamer door kamer tot kamer word je als bezoeker gedreven langs tekenen en aanrakingen van een wereld waarin we onszelf herkennen, in alle veranderingen die wie ons voorging ooit heeft doorstaan als Europeaan.
De overvloed beneemt je soms de adem. Het doet pijn zelfs met een audiogids en veel geblader in de Bezoekergids.
Maar het is zeer de moeite de beeweg doorheen het huis van Europa met de vele kamers te gaan. Verbaasd bij schitterende ornamenten, verrassende kleinodiën, massieve boekwerken, forse tekeningen, retabelstrips, beeldhouwwerken die vaak naamloos aandacht weten te trekken.
Het verhaal van 'Het meesterlijke atelier '? europalia.europa ' in Bozar te Brussel is dat van ontmoeten in vreedzame coëxistentie als smeltkroes voor de Europese cultuur.
Een leugen van de Atlantische Oceaan tot de Oeral. Want de vele duizenden grote kunstenaars en tienduizenden kleine ambachtslui gingen slechts zelden uit eigen beweging, uitsluitend gedreven door nieuwsgierigheid elders in de leer of aan de slag.
Menigmaal volgden ze de roep van het geld of vluchtten ze voor de hitte van het krijgsgeweld.
Net zoals de boekdrukkunst niet uit het niets als een deus ex machina ontstond ( de Biblia Pauperum was in 1464 al een met houtsneden gedrukte voorloper van de wiegedrukken in de geest van de latere Vlaamsche filmkens), zo ontstond de Europese kunst niet vanzelf maar in pijn en smarten, als propagandatechnieken voor kerk of koning, reclameboodschappen, visuele en tekstuele communicatie.
Daarover vinden we echter geen woord bij europalia.europa. Wel een interessante verhandeling over de betekenis van het boek, de schetsen en de etsen als informatie- en cultuurdragers, een paneuropees web, zij het iets trager dan het digitale worldwideweb van vandaag, maar alleszins minder vluchtig.

Er zijn fenomenale stukken te zien in 'Het meesterlijke atelier'.
Hugo van Oignies '? waarvan de zilverschat bewaard wordt in een onooglijk museum van het Naamse klooster van 'Les soeurs de Notre Dame' is present met een reliekkruis en een flabellum als voorbeeld van Maaslandse smeedkunst uit 1230.
Van Nikolaas van Leiden staat er een meesterlijk buste van een op zijn elleboog steunende man uit 1465. De pleurant van het graf van Karel de Stout door Claus Sluter uit 1404 is fascinerend in zijn plooienspel.
De kamer van Maria en het hoofse ideaal tonen een ingetogen marmeren Franse 'Maria met kind' uit 1400 en een 'Mooie Madonna' uit Praag dezelfde periode.
Van El Greco wordt ‘Het engelenconcert’ getoond uit 1608-1614, dat verwijst naar wat reeds was en veel eeuwen later nog komen zou.

Van de Antwerpse schilder Bartolomeus Spranger hangen er enkele boeiende werken die hij maakte voor de keizers Maximiliaan en Rudolf in Wenen en Praag.
Hij schilderde voor zijn broodheren de 'Metamorphosen' van Ovidius over hoe alleen mensen veranderen door passie en emotie.
In 'Hercules, Deianeria en Nessus' uit 1585 redt Hercules zijn vrouw Deianeira uit de poten van de centaur Nessus waarbij hij haar rechter tepel beroert tussen duim en wijsvinger terwijl zijn linkerarm haar kruis volop ondersteunt. Zij kijkt hem gelukzalig aan terwijl Nessus ten gronde ligt. Zijn bloed doordrenkt de mantel die zij Hercules schenken zal wanneer ze twijfelt aan zijn oprechte trouw. Het brandende bloed van de centaur zal Hercules de dood indrijven, maar dat weet zij noch hij op het moment dat Spranger hen schilderde.

Misschien is het thema van Ovidius' Metamorphosen, XV, 177 – 185

'europalia.europa' het meeste na:
('?) er is niets in deze hele wereld
dat blijft. Alles verglijdt, elk ding krijgt vorm en gaat voorbij.
Ja, ook de tijd verstrijkt in een gestage beweging
als een rivier, die net zomin haar stroom kan stuiten als
een vluchtig uur kan stilstaan; zoals water water voortstuwt
en in de rug geduwd wordt, maar ook zelf naar voren duwt,
zo holt de tijd vooruit en zit zichzelf ook achterna en
vernieuwt zich steeds; wat vroeger was, is nu voorbij
en nu gebeurt wat nog niet was; ieder moment verandert.
'

Tot slot krijg je de kans om één kunstenaar uit iedere EU lidstaat aan het woord te horen over een kunstwerk dat zijn of haar voorkeur wegdraagt. Een waardevolle touchscreen oefening waar Anne Teresa De Keersmaeker spreekt over de Slapende Muze van Constantin Brancusi. Een Roemeense kunstenaar herkent in de Eindeloze Kolom van dezelfde beeldhouwer een onvoltooide stapel doodskisten. Twee artiesten haalden Piero della Francesco aan met de fresco's uit Arezzo en de fameuze Christus' Verrijzenis in het gemeentehuis van Borgo Sansepolcro als voorbeeld van de nieuwe mens die opstaat als een individu in de nieuwe wereld.

Nog tot 20 januari 2008 is het goed dwalen in het Paleis voor Schone Kunsten te Brussel door de kamers van ‘Het meesterlijke atelier’. Dagelijks van 10 tot 18 uur (op donderdag tot 21 uur).
www.europalia.be

Archief

‘Red de solidariteit’ of ‘Democratische differentie’ Peter De Graeve

7 oktober 2007

Hoe zo solidariteit?

Rik Van Cauwelaert in Knack van 10 oktober 2007.

' (...)In dat licht heeft de petitie Red de solidariteit, georganiseerd door vakbondslui en althans wat de BV signaturen betreft, veelal ondertekend door zelfbenoemde wereldburgers die destijds een groot entousiasme betoonden voor Paars, iets pijnlijks.
De ondertekenaars vrezen immers dat al dat constitutionele gekonkel de solidariteit tussen Vlaam en Waal in het gedrang brengt, ja zelfs zal doorknippen. Om deze funeste onderneming af te blokken, gooien al die BV's zich met ware doodsverachting op de sporen voor de aanstormende trein. Blijkbaar heeft geen van hen zich afgevraagd hoeveel solidariteit er de voorbije jaren al overboord werd gegooid.

Vandaag betalen de Belgen gemiddeld nagenoeg 28% van de gezondheidszorg uit eigen portemonnee '? de cijfers komen uit de gezondheidsindicatoren van de OESO. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) ligt het cijfer nog hoger en betalen de Belgen, nog altijd de zwaarst belaste werknemers in Europa, nu al 33 % uit eigen zak. Ter vergelijking: en Fransman betaalt 24 %, een Duitser 22 %, een Zweed nauwelijks 15%.
Sommige patiënten, langdurig zieken en ouderen, dragen in een aantal gevallen tot 45 % en meer van de kosten voor hun medische verzorging. Elke stijging van de gezondheidskosten treft uitgerekend die kwetsbare groepen.

Dat deze evolutie tot regelrechte persoonlijke drama's leidt hoeft geen betoog. 27% van de Brusselaars leeft momenteel op of onder de armoedegrens. En die wonen niet in de hoofdstedelijk buurten waar momenteel de Belgische vlaggen wapperen. Zij genieten blijkbaar niet van al die heerlijke vetpotten.
Het wereldburgerschap is alleen weggelegd voor de Belgen die het zich kunnen veroorloven, zoals de BV's op de lijsten van Red de Solidariteit. Het is niet weggelegd voor de arme drommels in Brussel en de langdurige werklozen in de Borinage en de Centre.
Het is niet voor hen dat oranje-blauw in de steigers moet, maar om een belastingsverlaging en de continue hold-up van de notionele interestaftrek mogelijk te maken. En om Afrikaanse armoedzaaiers buiten de grenzen van het unitaire België te houden.'

Democratische differentie
Peter De Graeve

Je kunt niet je handtekening plaatsen onder het laatste metafysische begrip '? solidariteit '?, en overgaan tot de orde van de dag: je liedje zingen voor een volle zaal, je versjes schrijven, een ererondje draaien. Sommigen doen nu alsof de hemel op ons hoofd zal vallen indien de solidariteit ophoudt te bestaan. De commotie lijkt naast de kwestie. Nooit eerder was de steun voor de Derde Wereld zo groot. Nooit eerder ging het daar zo slecht. Waar zit het oorzakelijk verband? Op analoge wijze doet men alsof het volstaat te geloven in de solidariteit om het hachje van de natie te redden. Ach ja, links Vlaanderen'? Het leeft met milde hand, het denkt met een mild hoofd. Het heeft zopas zijn eed van eeuwige trouw gezworen op het altaar van de goedgelovigheid. Nu wacht het met ingehouden adem tot de wereld knielt.

Progressief Vlaanderen zit met een probleem. Dat heet: moderne democratie. Wat zich hier links noemt, lijkt het democratisch bewustzijn van onze snel evoluerende moderniteit niet in al zijn finesses aan te voelen. In vroeger tijden volstond het de troepen op te voeden tot politiek bewustzijn, ze 'een geweten te schoppen'. Het kwam erop aan de mechanismen van historische onderdrukking bloot te leggen, en deze vervolgens door gerichte politieke acties te bestrijden. De traditionele emancipatie (daensisme, socialisme, feminisme '? maar ook de vermaledijde 'Vlaamse ontvoogding') beantwoordden aan deze modernistische logica. Het axioma was simpel: slopen en heropbouwen, tabula rasa. Het oude huis gaat eraan, op dezelfde plek verrijst het nieuwe.

Dit soort rechtlijnige bewustmaking behoort definitief tot het verleden '? zoals sp.a nu ervaart. Er is niet langer een 'buiten' van de democratie, waartegen idealistische bevrijders zich kunnen richten. Alles is democratie. De democratie is alles. Vandaag overheerst het 'differentiedenken': etnische, sociale, culturele verscheidenheid. Dit is een fundamentele democratische waarde: leren omgaan met het vreemde '? met de vreemde. Progressief Vlaanderen heeft dringend nood aan wat ik zou noemen 'democratische differentie'. Alle progressieve vrienden die ik ondervraag over de recente communautaire oprispingen zeggen me letterlijk hetzelfde: dit waren de problemen van onze ouders en grootouders, het is niet langer ons probleem. Ze beschouwen het hele gedoe als iets vreemds. Waar het verschijnt, zoals nu, verveelt dit vreemde hen, ergert hen, maakt hen naar eigen zeggen bang. Daarom sluiten ze het liever uit. Liever roepen ze op tot onvoorwaardelijke solidariteit, zonder zich af te vragen waar die precies vandaan komt, of heen moet. Progressief Vlaanderen verdedigt '? en terecht '? de waarde van de differentie op een sociaal, etnisch, cultureel vlak. Tegelijk echter koestert het progressieve Vlaanderen een steeds radicalere indifferentie tegenover datgene wat het als vreemd ervaart in zichzelf, die 'vreemde voorvaderlijke geschiedenis', die nochtans de zijne is. Het discrimineert zichzelf. Daardoor discrediteert het zichzelf. Het blijft blind voor de eigen politieke differentie, die ons, of we dat willen of niet, heeft gemaakt tot wie we zijn.

Links Vlaanderen wordt verslonden door een ijzige onmacht om deze democratische differentie te denken. Het minimaliseert de verwezenlijkingen van de Vlaamse democratiseringsbeweging, omdat het anders verplicht is mee over de herhaaldelijke historische ontsporing ervan na te denken, als iets dat zìjn geschiedenis uitmaakt. Links doet immers nog steeds alsof dat verleden de zaak is van een ander, niet de zijne. Het doet vervolgens alsof dat verleden iets is wat het kan uitstoten, als een exorcist. Dit lijkt mij een oedipale vergissing: je vader niet kennen, en hem omleggen, je moeder vergeten, en er naast gaan liggen. Progressief Vlaanderen doet alsof de ontsporing van de Belgische democratie, in een ver of nabij verleden '? en straks, in de nabije toekomst '? nooit haar probleem is geweest, altijd dat van een ander. Dat is de reden waarom links Vlaanderen Franstalig België ongegeneerd naar de mond kan praten. Ook daar verdringt men de 'democratische differentie' waarin dit land gewrongen zit. Progressief Vlaanderen denkt dat het zijn morele huisje op orde heeft. Maar het pand is gekraakt, en de indringer, het verleden, ijsboert met plompe tred door de kamers, zonder ontzag voor meubelen en huisgerief'?

Links Vlaanderen wordt door de huidige crisis pijnlijk geconfronteerd met de eigen niet geringe verantwoordelijkheid in de ontsporing van de Belgische democratie. Het zou de democratische waarden scherp kunnen stellen op grond waarvan een oplossing van deze crisis denkbaar wordt. Maar links Vlaanderen denkt niet. Het signeert, het emotioneert, het speelt zijn valse morele spel. Het doet er alles aan om dit debat te ontlopen en in de kiem te smoren. Zo decoreerde een nationaal dichtertje mij onlangs in Knack met alles wat naar hedendaagse beschavingsnormen onmenselijk heet: flamingantisme, nationalisme, verlichtingsfanatisme. Nog even en ik was er aan de paal genageld als antisemiet. Hoe hard moet je niet van de realiteit wég willen kijken om zoveel scheels te bedenken? Weldenkend zijn in Vlaanderen betekent blijkbaar vooral één ding: praats hebben. Maar ik weet wat de dichter nog niet weet. Dat onze mooie grijze hemelen geen beton zullen worden. Dat de solidariteit niet zal stilvallen indien je de grondslag ervan democratiseert '? wat wel een politiek debat veronderstelt, geen gemoraliseer. Ik weet dat dit politieke debat, over de kern van de zaak, namelijk de verdere democratisering van België, zijn historisch beslag zal krijgen. Want niemand kan dat verhinderen. Niet links, niet rechts. Geen Vlaming, geen Franstalige. Vorst noch onderdaan. (Ni dieu, ni'? Maingain, nietwaar, linkse vrienden?) België zal democratisch zijn, of het zal niet zijn. Daar zet ìk mijn handtekening onder.

Peter De Graeve is filosoof

Archief

Vreemde dingen, surrealisme en design – Body politicx – Abattoir Fermé, Tinseltown

4 oktober 2007


Vreemde dingen, surrealisme en design
tot 13 januari 2008, Boijmans van Beuningen, Museumpark, Rotterdam. www.boijmans.nl.
Dirk Van Saene en Walter Van Beirendonck

De entree is fenomenaal: carwashconiferen borstelen je naar de troon van illusoire wellust. Maar dan wordt het kiezen, in het aanschijn van knipogende May West achter het lonkende comfort van haar lippen: links of rechts.
Houd rechts aan, draai en keer en verleer de machinerie van het poppentheater in stramme bewegende beelden langsheen vage reconstructies, didactische filmpjes en verbazende schouwtonelen waarin het oorspronkelijke kunstwerk niet eens meer opvalt.
Je dwaalt door een landschap van Dali , Miro, de Chirico, Ernst, Magritte, Delvaux en je verliest het noorden en het beeld.
Je merkt hoe anderen evenzeer dwalen, hoe we allemaal dwalen en de schaterlach missen van zelfverklaarde surrealisten. Met het oog op de commercie – vandaag heet dat design '? teerde hun succes op de conventies van de gevestigde burgerij. Vandaag rest er nauwelijks nog wat van die conventies, laat staan dat beeld- en gedachtekronkels van driekwart eeuw geleden toeschouwers nog kunnen provoceren, shockeren of doen wankelen.
Sommige werken verliezen hun kracht en diepgang in een dergelijke overweldigende en soms indringend intieme opstelling, een didactisch speelse compositie van de Antwerpse ontwerpers Dirk Van Saene en Walter Van Beirendonck.
Enkele settings zijn adembenemend Maar de kwaliteit hiervan is eerder het gevolg van de moeizame doorkijk die ze bieden in een wereld achter de zichtbare wereld van burgerlijke conventies en de provocatieve kunsten en ambachten.
En die zijn – ook bij Boijmans Van Beuningen '? zeldzaam: ' La reproduction interdite' uit 1937 van René Magritte toont de rug van zijn mecenas Edward James (1907 '? 1984), excentrieke zoon van schatrijke Amerikaanse spoorwegenmagnaten met Schotse en Engelse wortels. Zijn rug wordt gereproduceerd. Zijn aangezicht wordt niet gespiegeld, de roman van Edgar Allan Poe op de schoorsteen wel.

Van Man Ray staan er ook een paar die beklijven – L’Enigme d’Isidore Ducasse, 1920/1971
De titel van dit werk verwijst naar de bekende uitspraak van Isidore Ducasse in de ‘Chants de Maldoror’: “Schoon als de toevallige ontmoeting van een naaimachine en een paraplu op een snijtafel.
Het werk bestond oorspronkelijk alleen als foto. Pas in 1971 werd het als object uitgevoerd.
Cadeau/Audace, 1921/74 De titel van dit werk refereert aan een geà?mproviseerd geschenk dat Man Ray aan de componist Erik Satie gaf, toen hij de opening van dadaà?stische tentoonstelling, georganiseerd door Breton, Eluard en Aragon, bijwoonde.
Man Ray kocht samen met de componist een strijkijzer, spijkers en een tube lijm. Het resultaat werd onmiddellijk aan de tentoonstelling toegevoegd.
Man Ray: “Je kan hiermee een jurk in repen scheuren. Ik heb dit een keer gedaan, en heb een beeldschoon achttienjarig meisje gevraagd of ze dit wou dragen terwijl ze danst. Je zag haar lichaam door de jurk heen als ze bewoog. Het was net een brons beeld in beweging. Het was echt beeldschoon.”

De doorkijk in een wereld achter de zichtbare wereld verloopt moeizaam, vraagt zoeken en zuchten, scheuren en treuren, soms zelfs een strijkijzer van spijkers en lijm, en vooral het verlangen om te weten wat zich afspeelt achter het theater van de schone schijn.
Het helpt overigens ook om schoonheid te ontdekken in wat aan gruwel op de bühne beklijft.

Body politicx '? waarom heeft pornografie zo'n slechte reputatie?

Wat minder beklijft is Body politicx '? waarom heeft pornografie zo'n slechte reputatie? tot 16 december 2007 in Witte de With aan de gelijknamige zeeheldenstraat te Rotterdam.
Veel matrozen, weinig helden. Veel scheepsmeisjes en weinig vlootvoogden. Veel verhaal, weinig visionairs. Veel beeld en weinig inhoud.

' In de Middeleeuwen was seksualiteit in Europa een onbekend begrip. Seksuele gemeenschap en masturbatie werden als vanzelfsprekend beschouwd en niet met schaamte gestigmatiseerd. Ongeacht iemands geslacht werd het bevredigen van verlangens gezien als een manier om gezond te blijven. Pas in de zestiende eeuw, met de opkomst van de industrialisatie, de arbeidsdeling en, vandaar, een sterkere nadruk op sociale controle en zelfbeheersing, werd een gebrek aan seksuele discipline taboe verklaard en de seksualiteit naar het privé-domein verbannen. Het concept van de ‘moderne pornografie’ kwam op met de verbreiding van de boekdrukkunst in de achttiende eeuw. Aanvankelijk werd pornografie door vrijdenkers als instrument gebruikt om het religieuze en politieke gezag te bekritiseren, en niet primair als middel voor lustbevrediging. Pas met het voortschrijden van de industrialisatie en de uitvinding van de fotografie werd pornografie een afzonderlijke categorie.'

Al had ik in de stad van de verdinging van menselijke warmte en vocht meer verwacht van ‘lichaamspolitiek’. De verkoop van neurotische patronen – bij voorkeur als dat van honden '? heeft de fantasieën beperkt tot automutilerend herhalen. Met moeite herken je het repetitieve karakter van die neurotische patronen in het beton van de heipalen die monotoon in de doorzopen zandbak van de stedelijke ondergrond worden geslagen. Altijd weer, op en neer, heen en weer.

' Postpornografisch denken en handelen betekent dat de pornoficatie van de samenleving niet van een denkbeeldige buitenkant aangevallen moet worden, maar beschouwd moet worden als een arena voor een politiek – lichamelijke strijd. In tegenstelling tot de opvatting van pornografie als een tegen vrouwen gericht geweld om de 'traditionele' verhouding tussen de seksen te onderstrepen probeert deze stromingen via emancipatoire beelden en eigen vormconcepten tegengas te bieden aan de commerciële seksindustrie. Daardoor dient tevens een einde gemaakt te worden aan het onzalige bondgenootschap met die conservatieve en religieuze krachten die door het verdringen van seks juist onheilzame, donkere machten hebben gecreëerd die bezit hebben genomen van onze lichamen en lusten. Het postpornografische activisme bekrachtigt de vervreemding en de fetisj, de technische en de 'gemaakte' aspecten van seksualiteit ' aldus Thomas Edlinger in de slotbeschouwing van de handleiding: ' (Na) de pornografische omwenteling'

De pornoficatie van de samenleving loopt parallel met de vermarkting van diezelfde samenleving, waar alles te koop is voor wie wil en kan betalen. Wanneer openbare nutsvoorzieningen, de publieke ruimte, de gezondheidszorg, het onderwijs, het gevangeniswezen en het geweldsmonopolie worden geprivatiseerd, is het niet verwonderlijk dat ook menselijke gevoelens, verlangens en hun bevrediging op grote schaal als verhandelbare waar op de markt van welzijn en geluk wordt aangeboden, al dan niet op het wereldwijde web.

In sommige kringen is het al enkele jaren bon ton om de geliefde te verleiden tot het onuitwisbaar dragen van een ‘mooie’ tribal tattoo boven haar bilspleet, met jouw naam erin geëtst. Liefde kent immers geen grenzen.
De kunst van het tatoeëren is dan ook grenzeloos in het verdoezelen van horige namen die eens werden gedragen om te behagen, ook boven de ooit strakke bilpartijen.
Nieuw en nog treuriger is het fenomeen dat de slachtoffers van de loverboys hun eigen roepnaam boven hun bilnaad laten etsen: 'Opdat ze tenminste mìjn naam zouden roepen als ze klaarkomen!'

‘Toelaten van extreme porno met een beroep op emancipatie en vrijheid gaat voorbij aan de gewelddadige en duister aspecten van seks. ('?)
Seks is subliem. Subliem noemen we krachten die ons door hun onbegrensde, overweldigende of mateloze karakter kunnen vernietigen. Ze fascineren ons en trekken ons aan, maar ze boezemen ook, en niet zonder reden, angst in. ('?)
Beschaving is niet in de laatste plaats gelegen in de poging dergelijke sublieme krachten te domesticeren. De geschiedenis leert hoe moeilijk dat is. Het zou een illusie zijn te menen dat we die krachten ooit volledig zullen beheersen. Maar te denken dat het nalaten van het stellen van grenzen bijdraagt aan de menselijke vrijheid en emancipatie is zo mogelijk een nog grotere illusie.'
Jos de Mul Volkskrant 05102007

Netto blijft het een trieste en repetitieve bezigheid voor acute behoeftebevrediging bij gebrek aan fantasie, cultuur en uitgesteld genot. Je zou in ' Body politicx' spontaan nog gaan geloven aan een omgekeerd bewijs voor de sublimatietheorieën van wijlen Kanunnik Nuttin, destijds psychologieprof aan de KU Leuven.

‘Tinseltown' van Abattoir Fermé

De theatervoorstelling ' Tinseltown' van Abattoir Fermé ( De Warande te Turnhout) heeft iets van beide Rotterdamse tentoonstellingen: ' Zijn wij hier om te sterven, of om geboren te worden ?' (‘t Is tenslotte overal Turnhout, niet?)

Het antwoord is duidelijk: wij zijn hier in glitterstad voor allebei!
In Tinseltown moet de film 'L' autopsie phénoménale de Dieu' worden gerealiseerd en daartoe zijn alle middelen goed. Alleen zijn niet alle middelen even succesvol.
In de slotscène laat de aan lager wal geraakte filmregisseur Wilfried Patteet-Borremans '? een schitterende Chiel Van Berkel – in hetzelfde repetitieve ritme een van zijn engeloffers telkens weer ophijsen door een kraan, op en neer, op en neer, op-nieuw, op-nieuw : '?Mijn film gaat over onuitspreekbare, gruwelijke dingen. Ik zal u de horror tonen van de menselijke geest. Horror is universeel. We zijn allemaal bang van dezelfde dingen”.
Het heeft iets van de volgelingen van de Iraanse president Ahmadinejad die met enorme kranen hun slachtoffers met een strop om de nek van de grond trekken, langzaam maar onherroepelijk, mechanisch maar invoelbaar, zodat het wurgen zolang mogelijk duurt en de toeschouwer zo intensief mogelijk wordt geà?nstrueerd. Telkens weer, op en neer. Het regime van Ahmadinejad leeft ook van de zelf gefabriceerde, onuitspreekbare. gruwelijke dingen. Teheran als Tinseltown. Een nieuwe applicatie voor mobiele hijskranen.

“Vooruitgang bestaat niet. Dat wat wij vooruitgang noemen ligt in elke aardkloot besloten en gaat er samen mee teloor. Altijd en overal hetzelfde treurspel, hetzelfde decor, op hetzelfde smalle toneel, een luidruchtige mensheid bevlogen van zijn eigen grootsheid, die gelooft het universum in zichzelf te omvatten en in zijn gevangenis leeft als in een onmetelijkheid, om algauw tegelijkertijd met de wereldbol die hij langdurig op zijn schouders heeft gedragen, de last van zijn eigen trots, in te storten. Dezelfde eentonigheid, dezelfde onbeweeglijkheid van de buitenaardse hemellichamen. Het universum herhaalt zich eindeloos en maakt pas op de plaats. De eeuwigheid voert onverstoorbaar tot in het oneindige dezelfde voorstellingen op”. (L’éternité par les astres 1871. )
In dit citaat analyseert Louis Auguste Blanqui op het einde van zijn leven na tientallen jaren gevangeniservaring de maatschappij daarbuiten als een nog grotere gevangenis, een gesloten slachthuis vol verveling.
De globalisering die vandaag om zich heen grijpt, is als de grote Leviathan van Thomas Hobbes, de staat van relaties, die de hele aarde omspant met een world wide web van menselijk denken en handelen naar drijfveren die eigen zijn aan ons mens zijn, maar daarom niet minder bloedig, roofzuchtig of gemeen.
Worden wij niet vaardig door de varkensdrijvers naar de slachtbank geleid met een plank voor onze kop om de illusie te creëren dat er geen uitweg meer is in een wereld waar iedereen als vee ten dienste staat van het geglobaliseerde kapitaal dat heen en weer flitst naar stallen met nog grotere winstmarges.
Om zijn doel te bereiken gebruikt de intussen geglobaliseerde Leviathan alle middelen: corruptie en spektakel, geen interactief theater meer, maar voetbalarena’s en talloze tv zenders waar gladiatoren brood en spelen presenteren als een eindeloos durend orgasme, hét antwoord op de verveling als cultuurverschijnsel.
Midden dat moerassige veen van verveling drijven menselijke relaties op naijverig recht van de sterkste, creatief ondernemerschap, verdinging van jezelf en de ander als een laag humus met bloeiende bloemen als aandoenlijke emoties die beroep doen op medemenselijkheid.
Mensen kunnen zich in elkaar herkennen. Warme gevoelens voor en van een ander kunnen de illusie wekken waaraan iemand zijn overleven dankt. Maar wie niet waagt, zal het nooit halen. Wie blijft zoeken en openstaat voor een ontmoeting met een ander, loopt kans te overleven met een zinvol gevoel bij zijn of haar leven met die anderen.

Abattoir Fermé opteert met Tinseltown – na Indie – voor een niet aflatende stroom van lijdend lijf, lid en leden, de geur van angstige lichaamsvochten, geconcentreerd op de scène. De toeschouwer krijgt het wellustig en indringend opgelepeld.
Beklijft een bombardement van beeld en geluid? Blijft een orgie van extreem menselijk gedrag in het hoofd van de toeschouwer malen? Of kan het ook in ‘simpele en goede stukken’? Of zijn die te gemakkelijk, voor de acteurs en de toeschouwers?

Stefan Hertmans 'Het zwijgen der tragedie':

73. Medea: het zwijgen van de moraal
'Wanneer de redelijkheid berust op de logica van geweld, is haar enige keus de soort van waanzin
waarmee ze kan reageren.'
André Brink, De andere kant van de stilte
180. Een van mijn studenten, in een scriptie waarin negativiteit wordt besproken: 'Verlangen naar de stilte is het geweld van een lawaaierige wereld laten zien'.
191. 'Dat is juist de tragedie, dat zelfs de stappen voorwaarts van de mensheid het offer eisen van ontelbare Antigones, die heden ten dage nog steeds broers, zonen en vaders begraven, metgezellen die uit het leven werden gerukt door het geweld van mannen' (Claudio Magris).
271-272. De Vlaamse filosoof Marc de Kesel reageerde hierop door op te merken dat de zogenaamd 'bevrijdende' lach van het publiek in feite zou neerkomen op verdringing van de traumatische kracht van de gebeurtenis. De poging om in de tragedie de ironie te laten zien '? de dramatische techniek bij uitstek van onze tijd '? lokt niet noodzakelijk de kritische impuls uit
die men ervan verwacht. De in de lach schietende toeschouwer is, zo merkt De Kesel op, veeleer iemand die door de lach opnieuw zijn 'subject herstelt', zichzelf weer in de greep probeert
te krijgen en zo de kans verijdelt om werkelijk te kijken in de angstwekkende kloof waarmee de tragedie hem opzadelt: het inzicht dat geen enkele wet ons kan beschermen tegen de
eindeloosheid van het verlangen om voor de anderen werkelijk te bestaan.
277. Tragedies zijn onmogelijk geworden omdat wij niet sacraal, maar ironisch redeneren: we
kunnen relativeren, we beschouwen een tragisch voorval als een ontwikkeling waaraan mensen zelf schuldig zijn, niet als een hogere fataliteit. We redeneren horizontaal en causalistisch, niet verticaal en sacraal. We geloven heilig in de relativering van waarheid '? dat is onze anti-sacrale sacraliteit.