Er is nog zo veel dat ongezegd is. (Rutger Kopland)

Dupslog

Archief

Paul Scheffer, Het land van aankomst – De Bezige Bij 2007

30 november 2007

Paul Scheffer, Het land van aankomst- De Bezige Bij 2007

http://www.janvanduppen.be/?p=343

Lees verder »

Archief

Piet de Moor, De gelaarsde god, Stalin en de aura van de macht. Uitg. Van Gennep 2003

25 november 2007

Piet de Moor, De gelaarsde god, Stalin en de aura van de macht. uitg. Van Gennep 2003

Met zijn onderzoek naar de aura van de macht en de vorm ervan in de Sovjetunie van Stalin heeft Piet de Moor een niet alledaagse analyse van 'De gelaarsde god' opgeleverd.
Hij besnuffelt hem niet chronologisch maar aan de hand van enkele tientallen lemmata.
Op die manier neemt hij afstand van het concrete subject van zijn onderzoek en duidt de aura als universele stroop waarmee totalitaire machthebbers zich plegen te zalven.
Zoals gebruikelijk bij de Moor zit een zeer grote bibliografie verwerkt in zijn toelichtingen.
Hij biedt hiermee een handleiding voor wie verder wil zoeken in de reusachtige literatuurproductie uit tijden van maakbaarheidsidealen en monolithische ideol
ogieën.

35. Imitatie.
Er zijn in de literatuur wel meer voorbeelden van wat we de 'imitatio Stalini' zouden kunnen noemen. Vladimir Vojnowitsj’ verhaal ‘Onder vrienden’ is zo’n burleske ‘studie’ over de hielenlikkers die Stalin omringen. (...)
In Vasili Aksjonovs epos ‘Generaties van de Winter’ maken we kennis met een secretaris die de incarnatie is van het ideale type van de opkomende partijman in het midden van de jaren 20: ‘Een tuniek à? la Stalin, een baardje à? la Rykov, een alwetende glimlachje à? le Boecharin’ . Die drang tot imitatio bleef niet beperkt tot literaire fantasieën.(...)
Onder Stalin gedroegen steeds meer functionarissen zich als een massa klonen, lege silhouetten die zich lieten vollopen met de gebaren en de gewoonten van de chef.

37. Dit is het beeld van het gesloten circuit van de macht. Het gaat om een macht die niet meer door deling – de scheiding der machten – wordt afgekoeld, maar om een macht die, zodra ze zich roert, de bestuursleidingen van het land onmiddellijk en overal verhit, zodat de Sovjet-Unie verschroeit onder een hysterische bedrijvigheid die in de regel nergens anders toe leidt dan tot paniek.

52. Geweten.
Vergeleken met Stalin zijn de Macbeths, die arme koningskinderen die door gewetenswroeging worden verteerd, moordenaars die nog in hun kinderschoenen staan. Stalins kwaadaardigheid was niet alleen een wilsbesluit, maar ook uit het instrument van een karakter dat geen benul had van introspectie of empathie. De burgeroorlog in zichzelf leefde hij uit op de rug van miljoenen. Zijn complexen en frustraties liet hij als bloedhonden los op een samenleving die – omdat ze in al haar geledingen op losse schroeven stond en allang de principes van de rechtsstaat overboord had gegooid – een gewillige prooi was voor zijn boosaardigheid. ’ Deze Aziaat op geitenleren laarsjes, die Sjtsjedrin citeerde, naar de wetten van de bloedwraak leefde en het vocabulaire van de revolutie gebruikte, bracht helderheid in de postrevolutionaire chaos en verwezenlijkte zijn eigen karakter in het karakter van de staat, merkte Vasili Grossman lucide op een ‘Alles stroomt’. Het is gemakkelijk om je Stalin in te beelden als een sentimentele man, maar het is onmogelijk je Stalin voor te stellen als een mens die last van zijn geweten heeft.
Het stalinisme is schandalig omdat de vleesgeworden bekrompenheid erin slaagde haar grootschalige misdadigheid te laten bewieroken als een weldaad ver van die de mensheid nog niet eerder was overkomen. Nooit eerder in de geschiedenis werd de bagatellisering van het kwaad door zoveel intellectuelen – die zoekers naar nestwarmte – zo geestdriftig onthaald.

53. Het is verleidelijk om Stalins jeugd te zien als een emmer vol met stront die over het hoofd van de kleine Iozif werd gekieperd, een emmer zoals die elk van ons door de Oostenrijkse schrijver Heimito von Dodere in zijn roman ‘Ieder mens een moordenaar’ op het hoofd wordt gezet: ‘Ieder mens krijgt zijn kinderjaren als een omgekeerde emmer over zijn hoofd gezet. Pas later blijkt wat erin zat. Maar ons levenslang druipt het langs ons heen, hoe vaak we ook van kleren of kostuum wisselen.’

57. Alomtegenwoordigheid.
Onder de stalinistische mastodonten worden de mensen platgewalst. Via hun poliepen worden de energieën opgezogen en de levenslusten gecorrumpeerd. (Josef Stalins ‘Paleis voor cultuur en wetenschap’ in Warschau).
In 1922 had Sergej Kirov die aanstormende architecturale gigantomanie dreigend de wraak van de arbeiders- en boerenstaat op de burgerlijke Westen genoemd. Kirov had de oprichting van nieuwe bouwwerken aangekondigd als een vergelding ‘die onze vijanden zich niet eens in hun dromen kunnen voorstellen, niet beseffend wat voor nachtmerries ze bij de vrienden zouden opwekken.

58. De (Russische) hoofdstedelingen waren inmiddels letterlijk van de kaart geveegd. De boulevards waren zo breed dat de overkant in de mist verdween. Voetgangers werden onder de grond gestopt en haastten zich door de ‘ondertunneling’. Het ras der flaneurs werd het leven onmogelijk gemaakt. De publieke ruimten, de cultuurpaleizen, de pleinen en de metrostations werden volgepropt met agitprop. Om als mens in balans te kunnen blijven met die monumentaliteit, zat er niets anders op dan je proporties aan de amorfheid van de ‘massa’ prijs te geven en erin op te gaan. Zo moest het individu de intimidaties van het kolossale doorstaan. Wat op mensenmaat was toegesneden, werd als ballast uitgegooid. Stalins regime was een onafgebroken aanval op de normaliteit, wat gepaard ging met het opdoeken van kroegen en restaurants, van de biertenten en bestelwagens eethuizen. Op straat was het één en al norsheid, grofheid en criminaliteit.

95. Charlatans.
Het aanwerven, bemoedigen en belonen van charlatans is een waarschuwing aan het adres van diegenen die de boodschap moeten begrijpen. Die boodschap luidt: ‘Denk maar niet dat constructieve ideeën ergens toe leiden bij ons. We zullen je straffen als je je werk ernstig en met overtuiging doet. Kijk maar toe: we geven de fondsen, de tijd, de middelen en de mankracht aan de kwakzalvers, de flemers en de bedriegers. Hoe voel je je nu? Vergeet je serieuze plannen maar want we zullen tot in der eeuwigheid schurken en charlatans belonen! We zullen ze vertroetelen zolang ze erin slagen jullie met hun mislukkingen te vernederen. Wees blij als er voor jullie nog een restje overblijft: het naakte leven. Tenzij je je bekeert! Wordt ook een schurk, verschurk! Sluit je bij ons aan!

140. Razzia’s.
Het was alsof je na de grote terreur in een ander land was ontwaakt, meende Victor Kravtsjenko: ‘Als een buitenlandse overwinnaar de organisatie van het sovjetleven had overgenomen en nieuwe mensen aan het hoofd had geplaatst, had de verandering nauwelijks radicaler of onmenselijker kunnen zijn. De omvang van de gruwelen is door de buitenwereld nooit begrepen.’
Behalve terreur en onderdrukking betekende het stalinisme ook opwaartse mobiliteit en opwindend nieuwe kansen voor de carrièristen. Het uitmoorden van de oude garde was aan dat consideratieloze streven tegemoetgekomen.

142. Stront.
Het behoort nu eenmaal tot de natuur van de mensen dat ze liever de aandacht opeisen met hun zelf veroorzaakte meelijwekkendheid, dan dat ze moeten leven met het gevoel in de ogen van de anderen niet te bestaan.
Toch kijken we op als we mensen horen pochen dat ze het in Stalin’s kantoor in hun broek hebben gedaan.

181. Je zou kunnen zeggen dat Stalin de eerste grote telefoonstalker was. De telefoon was het instrument dat hem bijstond in zijn intimidatie politiek.

188. In de ’ Albanese lente’ vertelt Ismaà?l Kadare hoe in de loop van de zomer van 1972, toen uitlekte dat Amerikaanse president Richard Nixon een bezoek aan China zou brengen, de Albanese dictator Enver Hoxha het voltallige politbureau in Durrës samenriep: ‘De deelnemers aan deze bijeenkomst vertelden dat het wel leek alsof ze op een begrafenis waren. Daar stond hij, met een stuurs gezicht. Toen hij daarna zijn mond weer opendeed om te vertellen wat er volgens hem in de toekomst allemaal in China zou gebeuren, zei hij met een grafstem:”Nu zullen daar de cafés weer opengaan!”.

Archief

Michael Moore '? Sicko of ‘going Dutch’ – nu ook in Nederland

22 november 2007

Best pijnlijk en grappig, snijdend en vileinig, ook wel ontroerend en tenenkrullend, hilarisch en beschamend om te zien hoe Michael Moore met Sicko hét thema van de Amerikaanse presidentsverkiezingen probeert te bepalen.
Hij toont hoe ondermeer Hillary Clinton en haar entourage en tal van heren senatoren en congresleden het schuchtere Health Care Plan van 1993 hebben laten naaien voor geld, heel veel geld en schitterende postjes in de medische en farmaceutische sector.

Het scenario is subversief, het verhaal is in de bekende overdrive met lapidaire tussenwerpsels gepresenteerd. Maar het draagt ongetwijfeld bij tot de agenda van de politieke en sociale evolutie in de V.S.A.
De volgende presidentsverkiezingen zullen draaien om de toekomst van de Amerikaanse gezondheidszorg. Althans dat wil Michael Moore en vele Amerikanen met hem.

Zijn film – net uit in Nederland – haalt hier ruim de nationale media: er speelt immers horror, de angst voor herkenning, en de spiegelparade van Nederland als gidsland.
De liberale minister Hans Hoogervorst (gewezen socialist en sinds dit jaar ruim gehonoreerd als voorzitter van de Autoriteit Financiële Markten: 270.000 euro per jaar) heeft met het vorige kabinet Balkenende de nieuwe zorgverzekering doorgedrukt.
De tucht van de markt zou een grotere rol krijgen waardoor de zieke zorginkoper meer waar voor zijn of haar geld beloofd werd.
Niets is natuurlijk minder waar want het zorgaanbod is '? in tegenstelling tot de Belgische plethora – te beperkt, waardoor zelfs met vastgelegde tarieven de prijzen voor de zorg zullen blijven stijgen.
Privaat kapitaal zal de weg vinden naar de sector en daar met de nodige commercie aan het privatiseren slaan met als netto resultaat: minder zorg voor meer geld.
En dus snelle fusies tot monopolievorming met het oog op betere cijfers voor investeerders.

In de V.S. is dit fenomeen na 1945 goed op dreef gekomen onder de dwingende leiding van de Amerikaanse artsenvereniging (AMA), die zich met succes verzette tegen enige overheidsinmenging in de gezondheidszorg wegens meer winst en hogere honoraria in het vooruitzicht.

Michael Moore speelt met Sicko handig in op de groeiende verontwaardiging van de Amerikaanse middenklasse die steeds beklemmender lijdt onder de forse winsthonger van de zorgverzekeraars: bedrijfsgebonden verzekeringen die je verspeelt bij ontslag of faillissement, koppelverkoop van gezondheidszorg in aangewezen ziekenhuizen waar de schadeverzekeraar het niveau van de behandeling bepaalt en 50 miljoen mensen die zonder enige verzekering aan de goden overgeleverd worden.

De vlucht voorwaarts is in zo’n politieke situatie belangrijk voor de grote spelers op de markt: 'going Dutch' wordt het ordewoord van de toekomst: eenieder betaalt voor zichzelf, maar de excessen moeten met overheidsgeld en '?regulatie getemperd.

Vandaag kloppen de Amerikaanse beleidsmakers en zorgverzekeraars aan bij hun Nederlandse collega's zodat de politieke leiders van het oude gidsland zich warempel weer in alle glorie hersteld weten.
Zij het dat het nieuwe Nederlandse zorgstelsel nog geen twee jaar draait en al voor behoorlijke problemen zorgt: falende ziekenhuizen en zorgverleners, dalende kwaliteit van de zorg aan huis en in verzorgingstehuizen door de steeds scherpere concurrentie tussen de aanbieders op de markt van welzijn en geluk.

De tucht van de markt tuchtigt vooral de zorgzoekers, de zieken, de zwakken en de misselijken.

Sicko slaagt erin om de kern van de discussie helder te presenteren in een boeiende babbel met de Old Labour partijleider Tony Benn:

'?Before we had the vote, all the power was in the hands of rich people. ... What democracy did was to give the poor the vote, and it moved power from the market place to the polling station, from the wallet to the ballot. ('?)I think democracy is the most revolutionary thing in the world. If you have power you use it to meet the needs of you and your community. And this idea of choice which capital talks about all the time, choice depends on the freedom to choose and if you're shackled with debt you don't have the freedom to choose. People in debt become hopeless and the hopeless don't vote, so they always say everyone should vote, but I think if the poor in Britain or the United States voted for people who represented their interests if would be a real democratic revolution. And so they don't want it to happen. See I think there are two ways in which people are controlled. First of all frighten people and secondly demoralise them. An educated healthy and confident nation is harder to govern. And I think there's an element in the thinking of some people we don't want people to be educated, healthy and confident because they would get out of control. The top one per cent of the world's population own eighty per cent of the world's wealth. It's incredible that people put up with it but they are poor, they're demoralised and they're frightened and therefore they think the safest thing to do is to take orders and hope for the best.'

Hier laat Michael Moore de oude en fragiele Tony Benn met een voorhamer een mokerslag uitdelen aan zijn New Labour opvolgers zoals Tony Blair om tot de kern van de zaak te komen: een maatschappijvorm waar 'going Dutch' tot norm wordt verheven kweekt angstige burgers die gauw geneigd zijn om in hun vertwijfeling de strijdende leider te volgen, of het nu tegen de duivel, dan wel de terreur, dan wel de binnenlandse vijand is.

Als er iets in 'Sicko' verpletterend duidelijk wordt, is het wel de angst waarmee staats- en regeringsleiders een zelfbewuste gepolitiseerde kudde onderdanen het hoofd moeten bieden met het oog op hogere kapitaalsbelangen die toe zijn aan ‘cashen’ '? deze keer in de gezondheidssector.
De gemeenschap en de belastingsbetaler draaien telkens weer bij het ‘scheiden van de markt’ op voor grote kapitaalsintensieve investeringen met langlopende risico's zoals infrastructuur, gezondheidszorg, onderwijs, fundamenteel wetenschappelijk onderzoek.
Wanneer de tijd rijp lijkt, kan daarop een nietsontziende privatiseringsgolf los gelaten worden, al dan niet na een dwingend verzoek van de Europese Commissie.
Zo wordt de kudde weer grootschalig kopschuw gemaakt door de tuchtigende wanorde van de markt tot ze voldoende bewonnen, wanhopig en neurotisch na grote traumata en met het oog op de nakende kostenstroom weer aan een zalvende collectivisatie of socialisatie wordt onderworpen.

De voorbeelden uit de Verenigde Staten van Amerika die in Sicko tegenover de gezondheidszorg in Canada, Engeland en Frankrijk geplaatst worden zijn karikaturaal duidelijk.

Het ommetje langs de enige plaats in de V.S. waar van staatswege gratis gezondheidszorg wordt geleverd is hilarisch. Vanaf de goed uitgeruste gezondheidsvoorzieningen op Guantanamo Bay trekt Michael Moore met zijn gekwelde fanfare van honger en dorst naar het beloofde land van Cuba, waar hij met zijn 9/11 helden met open armen wordt ontvangen voor prima medische zorg en spotgoedkope medicijnen.
Het Cuba-hoofdstuk was erover, en geen klein beetje.
Dus kon je er goed mee lachen, wat niet het geval was voor alle zieke 9/11 – helden.

Er staat de zieken, zwakken en misselijken nog een bittere lijdensweg te wachten, ook in Europa.

Temeer daar de medische mallemolen nog steeds volop preekt over het eind van alle kommer en kwel, van het vele leed en het nog grotere leedvermaak, dank zij nieuwe technieken, patenten, producten voor de komende ziekten van te veel honger en dorst, de angst voor de pijn van het zijn en voor het verlossende einde van alle leed.

Gidsland Nederland trotseert alweer als eerste de stormen met een nieuwe invulling van het beroemde 'going Dutch'.

In België bleek de reactie op Sicko begin oktober eerder marginaal want daar klinkt de privatiseringsboodschap nog niet zo luid.
Het pluimen van de zieken, zwakken en misselijken verloopt in België immers subtieler maar efficiënter: een derde van de totale zorgkost (remgelden, niet verzekerde kosten) wordt door de zieken zelf opgehoest in kleine beetjes, bij iedere zorgprestatie, bij ieder medicijn.
De Belgische helers en genezers van overheidswege weten immers hoe vele kleine beetjes toch een forse slok op de bittere borrel worden.
Maar tijdens de regeringsvormende ezelsdracht begint ook in België wat te roeren: – een kwart van de bevolking heeft het nu al moeilijk om de kosten van hun gezondheidszorg te betalen. – driekwart gelooft intussen dat er een financieringsprobleem ontstaat in de gezondheidszorg. – privéverzekeraars zien daar brood in, of eerder zoetekoek want voornamelijk geà?nteresseerd in de dure extraatjes waar forse winsten lijken te lonken zoals de hospitalisatieverzkeringen.

Het lijkt wel of ze niet willen begrijpen dat de zorgverstrekkers de zoete geur van dat zachte geld niet kunnen ruiken en hun dienstverlening vlot zullen aanpassen met het oog op een maximaal rendement bij patiënten die over een geurige verzekeringspolis beschikken.

Privéverzekeraar DKV maakte op 20/11/2007 de resultaten bekend van een zorgenquête in samenwerking met Knack, Trends, Plus, Le Vif en De Zondag:

‘Een meerderheid van de bevolking stelt dat de overheid de kosten van de gezondheidszorg niet alleen zal kunnen dragen, en dat de privésector een rol moet spelen. De aanvullende hospitalisatieverzekering stimuleren zien de meesten als het ideale middel om te besparen op de gezondheidszorg, en het fiscaal aftrekbaar maken is voor de overgrote meerderheid (83 procent, nvdr) de beste stimulans.’

Toch raar dat de meerderheid van de bevolking zoiets ‘stelt’ als ze volgens dezelfde enquête niet eens blijkt te beseffen dat ze jaarlijks 25 Euro per kop moet betalen voor een verplichte Vlaamse zorgverzekering!

Dit soort zorgenquêtes zijn dan ook een onderdeel van de grote stemmingmakerij met het oog op een oranje-blauwe tuchtiging die in de gezondheidszorg de deur moet openwrikken voor ‘going Dutch’, maar dan op z’n Belgsich, met heel veel bittere kleine beetjes.
Merkwaardig dat de christelijke ACW, ACV en CM vleugel dit sociale sloopwerk lijkt te tolereren bij de vorming van een nieuwe regering.

‘Sicko’ van Michael Moore was bij wijlen een ontroerende en tedere ode aan 'going European' in plaats van 'going Dutch'.

In Europa koesteren we nog de illusie van een samenlevingsideaal: samenwerken, samenstaken, samen ziek zijn, samensterven.
Het oogt veel aangenamer. Het sluit veel beter aan bij het menselijke oergedrag.
In een zelfbewuste kudde is het immers beter grazen en paren.
Sicko lijkt wel een Europese film!
Er wordt dan ook veel gelachen tijdens vertoningen in Europa.

Archief

Dagkalender van de poëzie 2008

19 november 2007

Dagkalender van de poëzie 2008
Menno Wigman en Alfred Schaffer

Ons werd vorig jaar de 2007 versie bezorgd door wie ons allen dierbaar is…
Het kreeg een vaste stek waar we – ieder voor zich – de nodige tijd vinden,
om te mijmeren bij boeiende verzen die er om ons heen vlinderen.

Ik kijk uit naar de nieuwe versie voor 2008 met het motto 'Oorlog en vrede',
samengesteld door Menno Wigman en Alfred Schaffer, uitgegeven bij Meulenhoff

Het voorproefje is van Lucebert:

ik heb in het gras mijn wapens gelegd
en mijn wapens gaan geuren als gras
ik heb in het gras mijn lichaam gelegd
mijn lichaam is geurig als hout bitter en zoet
dit liggen dit nietige luchtige liggen
als een gele foto liggend in water
glimmend gekruld op de golven
of bij het bos stoffig van lichaam en schaduw

Heel toepasselijk uit de selectie van 2007 was voor ons:

Waar wij wonen

Straks zal hier een ander zitten.
Je kunt hem al een beetje zien.
De meubels kunnen iets verschillen.
Het principe is gelijk.

Mensen slepen met hun spullen
op zoek naar muren en een dak.
Soms kun je al die lijven voelen
die samenscholen in een huis.

Een voorbewoner komt voorbij,
gehaast en in zichzelf gekeerd.
Hij is er een van het oude dorp,
op weg naar kroeg of kerk.

Je ziet ze hier nog veel.
De ouderlingen en poldergeesten.
Tijd schijnt door hun jassen heen.
Hier wonen is een eeuwig werk.

Casper de Jong (1961) Inzending poëziewedstrijd.


Afscheid

Slaap met het donker, vrouw
slaap met den nacht

ons diepst omarmen
heeft den droom omgebracht

donker en zonder erbarmen
zijn bloed en geslacht

slaap met het donker, vrouw
slaap met den nacht.

Hendrik Marsman (1899 '? 1940)
Verzamelde gedichten, Querido, 1945

Archief

Johan Vande Lanotte (gewezen sp.a-voorzitter) in De Morgen: een helder beeld doorheen de pijnlijke spiegel van zijn arrogantie.

18 november 2007

Filip Rogiers laat in De Morgen Zeno van 17 november 2007 gewezen sp.a-voorzitter Johan Vande Lanotte zijn geniale politieke inzichten etaleren om zo vlug mogelijk de sleutelkabinetten opnieuw te kunnen betreden.
Meteen krijg je een helder beeld doorheen de pijnlijke spiegel van zijn arrogantie:

JVL: “Ho maar, ik word geen advocaat. Ik richt een juridisch dienstverlenend bedrijf op. Het is volgens hetzelfde principe als de Wetswinkel, alleen was dat gratis, nu is het commercieel. Het is een boeiend experiment om de praktijk van de advocatuur te koppelen aan wat je leert aan een universiteit, waar publiek recht toch veelal boekenwijsheid blijft.'?

JVL:'?Verliezen is voor mij iets tegennatuurlijk. Nog altijd kan ik daar een halve dag ambetant of weemoedig van zijn. Dat verlies zal ik waarschijnlijk nooit verwerken en ik wil dat ook niet. Maar dat we nu niet in een regering zitten en dat ik nu een nieuwe wending moet geven aan mijn carrière, vind ik niet erg. Alleen maar oppositie voeren zou ik niet kunnen. Ik moet mijn energie in iets positiefs kunnen steken.”

Johan Vande Lanotte maakt hier een forse fout en mistrapt zich wellicht onvrijwillig tussen het ijzervlechtwerk van de wetten van de macht zoals Elias Canetti ze analyseerde in 'Massa en Macht'. IJzervlechters mogen niet vallen tussen de opstaande betonijzers, want ze dreigen te verdwijnen onder de golven stortbeton:

'?Tot de macht behoort een ongelijke verdeling van het doorzien. De machthebber doorziet, maar hij laat zich niet doorzien. De zwijgzaamste moet hij zelf zijn. Niemand mag zijn gezindheid noch zijn bedoelingen kennen.'? p. 332

Dat zwijgen strookt niet echt met Johans hyperkinetische interpretatie van zichzelf en zijn omgeving.

JVL:'?Ik heb altijd gezegd dat ik mijn emoties voor betere dingen bewaar dan voor de politiek. Ik ben een cerebraal iemand. Ik word gestuurd door verontwaardiging over wat ik onrechtvaardig vind, maar ik zal altijd en tot elke prijs proberen een zeer rationele analyse te maken. Mogelijks verklaart dat mee waarom we het op 10 juni niet goed hebben gedaan, al is het net zo goed ook met diezelfde karaktertrek dat we in 2003 gewonnen hebben. Analyseer wat je wilt, er is ook zoiets als tijdgeest en die heb je niet in de hand.'?

Hij lijkt van Machiavelli's 'Heerser' vooral begrepen te hebben dat deze achter het imago van immanentie als een razende heen en weer moet springen om aan zijn onderdanen, aanhang en vijanden de illusie op te dringen dat hij overal tegelijk aanwezig is, dat het altijd zo was en vooral dat het altijd zo blijven zal.

JVL:'?Alleen maar oppositie voeren is niets voor mij. Ik heb jobs nodig waarin ik iets kan sturen, uitvoeren. Ik ben een beetje misvormd door al die jaren aan de macht. Ik kan niet tegen mijn verlies.'?

Niets is dan erger dan een verlies, zoals Vande Lanotte zijn partij heeft opgeleverd.
Niet is dan tragischer dan een vederlicht kroonprinsesje wankelend op het schild van het sp.a '? voorzitterschap dank zij de vlucht wegwaarts van de echte heersers.

Elias Canetti omschreef dit fenomeen in 'Over Flavius Josephus' p. 272:
'?Het bedrog is volkomen. Het is het bedrog van alle leiders. Zij doen het zo voorkomen alsof zij hun mensen in de dood voorgaan. In werkelijkheid echter sturen ze hen vooruit de dood in, om zelf langer in leven te kunnen blijven. De list is altijd dezelfde. De leider wil overleven; daaruit put hij zijn kracht. Als hij vijanden heeft om te overleven is het goed; zo niet dan heeft hij eigen mensen. In elk geval gebruikt hij beiden, afwisselend of tegelijkertijd. De vijanden gebruikt hij openlijk, daar zijn ze immers vijanden voor. Zijn eigen mensen kan hij slechts verkapt gebruiken.'?

JVL: '?Maar het is een misverstand om te geloven dat je in de toekomst kunt winnen als je maar te weten komt waarom je in het verleden verloren hebt. Het is louterend om de analyse te maken van je verlies, maar het is niet helend. Mijn analyse is vrij simplistisch en beperkt, maar ik heb gezworen ze voor mezelf te houden. Het brengt niets bij aan mogelijke winst in de toekomst.'?

'?Men kan zich niet onttrekken aan het vermoeden dat achter elke paranoia, zoals achter elke macht, dezelfde diepere tendens schuil gaat: de wens de andere uit de weg te ruimen, om de enige te zijn, of, in de mildere en vaak toegegeven vorm, de wens zich van de anderen te bedienen, zodat men met hun hulp de enige wordt'? Elias Canetti, ibidem ,p. 524

'?Those who cannot remember the past,

are condemned to repeat It'?.
Georges Santayana

Archief

Leonard Nolens, Bres '? Gedichten – Querido 2007

17 november 2007

Leonard Nolens, Bres '? Gedichten.
Em. Querido’s Uitgeverij 2007

Bres, de nieuwe Nolens-bundel hoort thuis in de reeks te koesteren kleinodiën van de Nederlandse poëzie.
Hij maakt ruimte voor ons lied en de melodie waarop wij als derwisjen verder kunnen dansen.
Repetitief en ritmisch ruimt hij de roepers van na mei vijfenveertig en mei achtenzestig door hen te confronteren met de woorden van de zwijgers.
Wij hebben elkaar gevonden in een Bres door de vernielingen van de voorbije zestig jaren.
Dat is behoorlijk confronterend voor de lezers, de roepers en de zwijgers, de strijders en de schrijvers.

'Bres' brengt Nolens'vroegere Bressen samen tot één groot gat in ons geheugen, waar de dichter met tedere herhaling zalft en strijkt tegen het schrijnen van de herinnering.
Zo ontmoeten de intussen zwijgende strijders de schrijvende zwijgers van weleer.
Het is een prachtig boek.

V, 10

Het is een prachtig boek.
Het bloedt uit een wond onomwonden,
Het sprong als een traan uit de ooghoek
Van blinden, van ver, van een ster.

Het is een prachtig boek
In de luwte gelegen, het schuwde
Zijn zegen te geven aan mij.
Het gruwde te spreken van ons.

Het is een prachtig boek
Dat ik pen, dat ik ben, dat ik nooit
Zal kennen. Geen doek dat hier valt.
Geen mens die dat boek ooit kan schrijven.

III, 17

Wij waren weinigen.
Wij waren sommigen.
Wij waren enkelen.
Wij waren anderen.

Wij speelden geen rol in een rel
Van Europees formaat.
Wij kwamen niet op straat.
Wij kwamen niet op.

Wij sloegen een tent op van boeken en doeken.
Wij blokten in bibliotheken een moderniteit.
Wij klokten in bladmuziek het verbluffend effect
Van stilte '? ze klinkt hier nog na.

Wij kapten uit studie en steen onze beelden.
Ze staan hier in rijen nog steeds overeind.
Ze gaan zich hier lezen hardop.
Ze vonden pas later hun partners in crime.

Wij waren geen dichterlijk thema van Mao.
Wij dachten, wij maken ons eigen gedicht.
Wij dachten, wij maken geschiedenis hier
In het geniep.

V, 5

Het is een prachtig boek
In de buik van een vrouw ongelezen
Gebleven, het schreeuwt daar om leven
Om ons in het lood te herslaan.

Het is een prachtig boek
Dat zijn zalf heeft gesmeerd in die snee
Van mijn beiderlei sekse, die snijdende
Stem in mijn ballen, mijn kut.

Het is een prachtig boek
Dat ons tuchtigt en troost met zijn rijzweep
Van vlinders, ons inzicht versnelt
In die godloze hoogte van leegte.

Archief

Sándor Márai, Bekentenissen van een burger '? uitg. Wereldbibliotheek

12 november 2007

Sándor Márai, Bekentenissen van een burger '? Wereldbibliotheek

Ik ben naar Boedapest gereisd om dit boek te lezen, om me onder te dompelen in een taalomgeving die mij totaal vreemd is, waar het Latijnse alfabet versierd wordt met nog meer diakritische tekens dan bij het Turks. Het gevoel van vervreemding bij het lezen van Márai's 'Bekentenissen van een burger' in een hoek van de Hongaarse hoofdstad aan de Donau is ingrijpend. De architectuur en de politieke hete hangijzers in Boedapest drijven vandaag nog steeds op ressentiment om wat eens Groot-Hongarije zou kunnen geweest zijn. Soms lijkt het alsof Magyaren al een millennium lang ‘gothic’ toegedaan zijn en blijven. De architectuur van de 19 de en de vroege 20 ste eeuw staat in Boedapest stijf van de 'neo'- mythes.
Het ressentiment om alle politieke falen, alle nederlagen, alle verlies aan grenzen en mensen en een grote traditie van knutselen aan de eigen geschiedenis maakt het lezen van Márai's werk nog merkwaardiger.
Ook al is 'Bekentenissen van een burger' naar mijn mening niet zijn beste boek in Nederlandse vertaling, het bevat nog steeds fenomenale stukken, die zo scherp formuleren wat het leven en de geschiedenis in petto heeft gehad voor een burger uit Kassa (toen nog in de Oostenrijks-Hongaarse Dubbelmonarchie) '? vandaag Košice in Slowakije.
Márai's analyse van het provinciale leven in Kassa aan het begin van de 20 ste eeuw blijft boeiend. Zijn reflectie op zijn rebellie tegenover zijn familiaal milieu, zijn bedenkingen bij zijn Odyssea doorheen Europa zijn gespeend van ieder nationalisme en kleingeestig ressentiment. Zijn 'Ithaka' leek eerst aan de Napolitaanse kust gesitueerd. Het werd echter later definitief in San Diego, Californië waar hij vereenzaamd in 1989 een einde aan zijn leven maakte.

Márai Sándor, zoals hij in het Hongaars heet, wijdt prachtige stukken aan zijn schrijversschap, zijn journalistiek werk, populisten als duivelskunstenaars, de betekenis van Marcel Proust voor de literatuur.
Hij besluit met een aangrijpend afscheid van zijn vader.

Márai was een Europeaan, zoals alle grote intellectuelen zich de voorbije twee eeuwen als Europeaan kenden en herkenden.
Het lezen van hun 'Bekentenissen' al dan niet van een burger hoort vandaag tot de canon van de Europese literatuur.

155. Maar al te dikwijls heb ik later, in de wereld der volwassenen, met name in het politieke leven, uit het niets opgedoken duivelskunstenaars zien optreden die, ondanks het feit dat ze noch opvallend intelligent noch bijzonder goed geà?nformeerd waren, anderen, die in alle opzichten superieur aan hen waren, volledig in hun ban wisten te krijgen, zodat de laatstgenoemden zonder verzet en met een bijna wellustige of sombere berusting naar hun pijpen dansten. Een interessante vraag is in hoeverre seksuele factoren een rol spelen in de relatie tussen dergelijke figuren en hun aanhangers. Ik zou er het antwoord niet op durven geven. Zulke als een komeet verschijnende en als een nachtkaars uitdovende demagogen zijn een geliefd onderwerp in de tendensliteratuur. Ze duiken meestal in een periode op waarin de mensen ontevreden zijn, zaaien daar ongerustheid en twijfel en wakkeren latente conflicten aan, zodat de stemming opstandig of revolutionair wordt. Nadat ze aldus een gistingsproces opgang hebben gebracht, wordt de grond hun gewoonlijk te heet onder de voeten en knijpen ze ertussen uit. Hun rol eindigt meestal op het schavot of in een legende… ik heb dergelijke scheppers en verspreiden van politieke mythen altijd gewantrouwd, maar toch ben ik als kind, samen met andere kinderen, het slachtoffer geweest van zo’n figuur in het klein, in de beslotenheid van de kleine, ‘geordende’ samenleving die onze huurkazerne was.

183. Eigenlijk is er geen ander ‘incident’ dan de familie en geen andere ‘tragedie’ dan het moment waarop de moeten beslissen of we in onze familie en in de grootschalige versie daarvan – ideologie, klasse en ras – blijven., of dat we onze eigen weg gaan in de wetenschap dat we voortaan voor eeuwig alleen zullen zijn. We zijn dan wel vrij, maar aan iedereen overgeleverd en als er problemen zijn, is er niemand om ons te helpen, maar moeten we alles alleen opknappen… Ik was 14 jaar toen ik van huis wegliep; daarna bracht ik nog wel eens een bezoek aan mijn ouders, bijvoorbeeld met de feestdagen, maar uitsluitend een kortstondig. De tijd is een onvermoeibare heelmeester en zo nu en dan leek het of de wond volledig genezen was, maar veel later, na 20 jaar, begon hij onverwachts en zonder zichtbare oorzaak opnieuw te bloeden en deed ondraaglijke pijn. Daarna werd hij weer gevoelloos en kon ik hem een tijdlang vergeten. Ik wil hier de waarheid schrijven. Aan die waarheid heb ik mezelf met veel moeite gewend, zoals een lijder aan een ernstige ziekte zichzelf dwingt een bitter en gevaarlijk medicijn in te nemen. Misschien zal het middel hem het leven kosten, misschien zal het hem baten, het doet er niet toe, want hij heeft niets te verliezen. De waarheid is dat ik niemand aansprakelijk kan stellen voor mijn geestelijke gesteldheid en de wending van mijn lot.

De nacht voor de scheiding

Kentering van een huwelijk.

Sándor Márai, Een leven in beelden – Ernà? Zeltner

Lees verder »

Archief

'Dit is onze geschiedenis! '? een 50-jarig Europees avontuur' in Tour&Taxis Brussel tot 23 maart 2008

4 november 2007

'Dit is onze geschiedenis! '? een 50-jarig Europees avontuur'
begint met het aangrijpend en pijnlijk horrorverhaal over het ontstaan van de Europese Unie.
Geen ellende wordt door de samenstellers uit de weg gegaan.
Wie deze wandeling door de kelders en krochten van de oude 'Thurn und Taxis' loodsen volbracht heeft, weet weer eventjes waar wij vandaan komen en wie we vandaag kunnen en mogen zijn, en morgen onze kinderen hopelijk ook nog een beetje.
Handig voor de beuzelaars en populisten die onder het mom van 's volks wil en kortzichtig eigenbelang grondwetsvoorstellen lieten wegstemmen of als aankomende partijleidster van dienst boekjes bedeelde tegen de EU omdat een of andere spindokter uitgevogeld had dat Europa na de invoering van de Euro niet zo goed meer lag bij Jan met de piercing en Mie met de reetveter.
'Dit is onze geschiedenis' is waarlijk een ontroerende 'expo' over Europa, bont en blauw geslagen voor het eerst door de machtsverhoudingen in het Oosten niet meer in staat om de overwonnenen te blijven vernederen. Van de nood werd dus een deugd gemaakt en de heropbouw van Duitsland werd een onderdeel van de motor voor de Europese Gemeenschap van Kolen en Staal.
De vertegenwoordigers van de politieke en kapitaalsbelangen die dit verhaal uitgedokterd hadden, komen terecht ruim aan bod, zij het in een duistere omgeving van allerlei vroeg – industrieel alaam.
De opening is beklemmend met twaalf meter vredesverdragen in lood uit 1985 van de Duitse kunstenaar Gunter Demnig, naast een peloton marcherende '? lege – soldatenschoenen van de Canadese Dominique Blain uit 1993.
Demnig is de man van de Stolpersteine die met zijn 'stenen des aanstoots' de slachtoffers van de nazi-terreur herdenkt.
De eerste steen werd gelegd in 1997 in Berlin-Kreuzberg. Op de stenen staat in messing de naam, geboortedatum, deportatiedatum en overlijdensdatum geschreven. De stenen worden verwerkt in het trottoir voor de huizen van mensen die door de nazi's werden vermoord.
Ondanks veel verzet van huiseigenaren die waardevermindering vrezen als de namen van de vorige bewoners of eigenaren in de stoeptegels verzegeld worden, zijn er in Duitsland, Oostenrijk en Hongarije intussen goed 13 000 '?stenen'? geplaatst.

De wisselwerking met getuigenissen van 27 mensen uit de lidstaten over de betekenis van Europa voor hen, is boeiend en soms zeer verrassend, al werken niet alle filmpjes adequaat.
Wat voor een zo dure ‘expo’ over Europa niet kan.
Die toegansprijs lijkt mij een euvel: 10 €, 8 € voor studenten en 6 € voor groepen is veel geld om de mensen in rijen door de kelders van het prachtig gerestaureerde Tour&Taxis te leiden, laat staan dat de karige schoolreisbudgetten hiervoor zullen gebruikt worden.
Knap is het deel waar de dictaturen in Oost en West na 1945 worden gepresenteerd.
Voor commissievoorzitter Barroso is zelfs een fijn detail niet over het hoofd gezien: in het raam van de strijd tegen de Portugese dictatuur hangt een pamflet van zijn oude politieke partij, de maoà?stische MRPP die zich van 1974 tot 1976 als de enige ware kenners van de maoà?stische heilsleer vooral lieten opmerken in de strijd tegen fout links, de renegaten, de revisionisten, de reformisten en al wat naar democratie neigde.

De kamers over de tijdsgeest in West Europa, de doorkijk op de wereldpolitiek en de kasten over Oost Europa zijn de moeite.
Zelfs het fameuze portret van Stalin bij diens dood in 1953 door Picasso prijkt op een exemplaar van ’ Les Lettres franà?aises’ van 12 maart 1953 boven een tekst waar Frédéric Joliot-Curie – schoonzoon van en Nobelprijs fysica 1935 een pleidooi houdt voor de wetenschappelijke kwaliteiten van het marxisme.
Het dagboek van Gyulia Csics die nog maar 12 jaar was in 1956 tijdens de Hongaarse opstand tegen de Russische overheersing, had hij 40 jaar geheim gehouden.
Lenin ligt in brons hulpeloos te wezen nu hij van zijn voetstuk is gevallen. De eerste grote vrouwenstaking bij FN te Herstal in 1966 voor gelijk loon bij gelijk werk, komt ook aan bod. Rita, een van de leidende vrouwen van toen ziet de huidige tijden somber in voor wie met werken zijn brood moet verdienen.

Het 'Museum van Europa' heeft de ambitie Europeanen en bezoekers van elders in de wereld de wortels van hun gemeenschappelijke beschaving te laten ontdekken.
Naar aanleiding van de vijftigste verjaardag van het Verdrag van Rome '? oorspronkelijk in het Frans, Duits, Italiaans en Nederlands (!) wordt met deze tentoonstelling de basis gelegd voor het toekomstige permanente parcours van het Museum van Europa.
Ingebed in de Stad Brussel, zetel van de Europese Instellingen, zal zij de rol van 'Europees cultuur-historisch ontmoetingsplatform' vervullen waarmee ze een leemte in de stad opvult. Dit permanente parcours aangevuld met tijdelijke tentoonstellingen laat iedereen de geschiedenis van Europa beleven als uniek en tegelijkertijd zeer divers.
Dit project staat niet alleen. Het Museum richtte een netwerk op van Europese musea die vandaag een reguliere werking kent.
Alle middelen van de hedendaagse museologie worden ingezet: decors, film, multimedia en interactieve elementen spinnen een parcours uit met een bijzondere aandacht voor authentieke objecten. Een 80-tal musea uit alle Europese lidstaten brengen 500 unieke stukken samen.

De catalogus kan je downloaden van internet.
De site zelf is zeer de moeite met een enkel taalfoutje in het Nederlands: 'Het is onze adresse!'
De weblog heeft wat te vertellen, maar kent nauwelijks reacties.
Voor na de herfstvakantie?

Archief

Mauritshuis Den Haag: Hollanders in Beeld '? Portretten uit de Gouden Eeuw

2 november 2007

Mauritshuis Den Haag: Hollanders in Beeld '? Portretten uit de Gouden Eeuw '? nog tot 13 januari 2008

De lankmoedige blik en de zwierige kleuren kende ik al heel lang van een foto, maar ik stond perplex voor Rembrandts portret van Jan Six uit 1654.
Het is tijdelijk in het Haagse Mauritshuis in bruikleen voor 'Hollanders in Beeld', gesponsord door de Koninklijke Shell.
Dit is zonder twijfel het mooiste geschilderde portret dat ik ooit gezien heb. Jan Six was een telg uit een schatrijk Amsterdams handelsgeslacht met Vlaamse wortels van voor de val van Antwerpen. Het fenomenale schilderij van de hand van zijn vriend Rembrandt is nog steeds in het bezit van de familie in Amsterdam, nu onder beheer van het Rijk en Jan Six X en XI. De eerste Jan Six was een jurist die liever kunst en literatuur proefde en burgemeester werd van Amsterdam. Hij was een heer van stand aan wie de Nederlandse vertaling van Baldassare Castigliones 'Libro del Cortegiano' in 1662 werd opgedragen: 'De Volmaeckte Hovelinck'. De 'sprezzatura' die Castiglione promoot als 'cool' voor een heer van stand, werd erin vertaald als 'lossigheydt'.
En die gecultiveerde, geoefende, aangeleerde 'lossigheydt' weet Rembrandt als lankmoedigheid te schilderen. Innemend, getekend '? ook al is hij dan slechts 36 jaar oud '? zwierig en empathisch.
Geheel in tegenstelling tot de cultus van het zelfbeeld zonder inhoud, van de bravoure zonder reflexie, van de tools zonder parate kennis, wat Frans Hals op zijn portretten vaak virtuoos weet te raken: ‘de kleren maken de man’. Zijn opdrachtgevers zien vaak het verschil niet meer tussen hun theater voor de spiegel en de inhoud van het spel in de wereld.

Aan de manier waarop Jan Six bij Rembrandt zijn handschoenen aantrekt, kan je het zachte gemzenleer warm en koesterend rond je vingers voelen sluiten, net voor je een vuist maakt om de werkzaamheden aan te vatten. Het is immers passend en recht de handen te schoeien om erger te voorkomen al lijkt het dan op aanstalten om paarden te berijden.
Dit portret heeft voor mij iets van ‘Les Mains Sales’ uit 1948 van Jean Paul Sartre en de bekentenissen van Hoederer over het deelnemen aan de strijd om de macht :
’ Parfaitement. Aujourd'hui, c'est le meilleur moyen. Comme tu tiens à? ta pureté, mon petit gars ! Comme tu as peur de te salir les mains. Eh bien, reste pur ! A qui cela servira-t-il et pourquoi viens-tu parmi nous ? La pureté, c'est une idée de fakir et de moine. Vous autres, les intellectuels, les anarchistes bourgeois, vous en tirez prétexte pour ne rien faire. Ne rien faire, rester immobile, serrer les coudes contre le corps, porter des gants. Moi j'ai les mains sales. Jusqu'aux coudes. je les ai plongées dans la merde et dans le sang. Et puis après ? Est-ce que tu t'imagines qu'on peut gouverner innocemment?’
Jan Six was een man die wist waarover het ging in de wereld, welke offers er dienden gebracht en waarom. Hij deed het met ‘lossige’ lankmoedigheid. Daarom ook is zijn aangezicht reeds zwaar getekend door zijn vuile handen die hij wederom moet schoeien om erger te voorkomen. Daarom ook draagt hij het rood van zijn decor met gouden randen.
Voorwaar, hij draagt ze met grote waardigheid.

Rembrandt trekt hier in de handen en het aangezicht lijnen voor de latere expressionisten, tussen het impressionistische knopenspel op de rode Franse mantel en de grijze kazak voor het grove handwerk.

Maar de manier waarop zijn Jan Six je aankijkt vanonder zijn zwartgerande hoed, op het punt oogcontact te maken is onvergetelijk en overweldigend.
Six schreef zelf een Latijns vers over zijn portret: 'AonIDas tenerIs qVI sVM VeneratVs ab annIs TaLIs ego IanVs SIXIVs ora tVLI. Op myn schildery'
'Zulk gelaat had ik, Jan Six, die de Aonische godinnen (muzen) vereerd heb sinds mijn kinderjaren' .

'Al siet men de lui – men kent se niet', zei Brederode.
Zijn nabestaanden dienden een fors gedeelte van zijn schilderijencollectie te verkopen om de schulden te delgen.
Kunsten en zaken gingen ook toen moeilijk gearmd door dezelfde deur.

Van Rembrandt hangen nog een paar Hollanders in beeld om stil van te worden.
Naast Jan Six tronen de heer en mevrouw Trip – de Geer, stamouders van de schatrijke Tripdynastie. Jacob is in 1661 al dood en kijkt de toeschouwer aan als een stamvader. Naast hem heerst Margaretha de Geer als een vorstin van het geld.

Want om geld draait het hier overal, heel veel geld: de handels-, olie-, wapen- en ict-magnaten uit de Gouden Eeuw lieten zich schilderen als koningen en prinsen, vaak in donkere, zwarte oudmodische kleding die fortuinen had gekost en de illusie van bescheidenheid hoog moest houden in de Vreze des Heren.
Rembrandt wist als geen ander de sluier van die illusie te lichten.
Hij had geen elektrisch licht in huis, geen spots en toch kende hij de verhullende en onthullende kracht van golvende deeltjes. Hij kon die energie conterfeiten en zo de littekens van het leven draaglijk weergeven. In het Mauritshuis zie je goed hoezeer hij anders was dan zijn ambtsbroeders die de tekenen en aanrakingen van het leven op hun portretten virtuoos maquilleerden.

Het spel dat Rembrandt moet tekenen voor zijn opdrachtgevers kan hij levensecht verhullen:
In het dubbelportret van Jan Rijcksen en Griet Jans uit 1633 brengt zij hem snel een briefje en doet hij alsof hij niet gestoord wil worden bij zijn werk van scheepsontwerper.
Maar zijn gelaat is getekend door leverlijden en hoge bloeddruk, door drank, zout vlees en veel stress. Ook zijn vrouw neigt naar bloedopdrang.

Bij 'De anatomische les van Dr. Nicolaes Tulp' uit 1632 '? Jan Six trouwde diens dochter '? dragen de heren chirurgijnen en doktoren ook de stigmata van overmaat aan zout en vet en drank, tekenen van een blakende gezondheid, in tegenstelling tot het lijk van de verbleekte ‘recidivist’ Adriaen Adriaensz.

Ferdinand Bol conterfeitte Admiraal Michiel de Ruyter in 1667 als had hij last van bloedend speen.

Frans Hals '? Haarlemmer uit Antwerpen '? is een tijdgenoot van Rembrandt en weet het leven van zijn betalende poseurs joyeus te schetsen met een portret vol bravoure van Willem Coymans uit 1645

Hij schildert Willem van Heythuysen als een heerser met het zwaard in 1625. Negen jaar later zien we diezelfde Willem, getekend door het leven nog steeds ongehuwd en vol van zichzelf, wippend op een stoel met het zweepje in de hand, klaar voor een of ander standje.
Hals is meesterlijk in zijn schilderwerk van patsers en praters, van rijke Hollanders voor hun spiegelend beeld.
‘Het zijn de immigranten die stijl en elegantie aan die Hollandse boerenkoppen hebben gegeven in de Gouden Eeuw, dat zie je duidelijk aan deze schilderijen.’ wist Jan Wolkers nog kort voor zijn overlijden bewonderend te melden aan NRC Handelsblad wanneer hij de catalogus doorbladerde.
' Veel protestanten uit Frankrijk en Vlaanderen, vluchtten voor de katholieke vervolging naar de Hollandse steden, en zij brachten er zwier en bloei', aldus NRC.

Maar deze vluchtelingen uit het zuiden na de val van Antwerpen in 1585 hadden naast zwier en bloei vooral heel veel geld en know how bij zich. Zij kwamen als asielzoekers, als bannelingen, goed in de slappe was, met wijde zakenrelaties en de vaste wil ‘den Coninck van Hispaengien’ die hun vrijheid van denken en handelen betwistte en hen belaagde met tortuur, galg en rad over de hele aardkloot te vernederen.
Niet voor niets klinkt bij Brederode het idioom van de hoeren uit Amsterdam als Brabants.
Niet omwille van hun herkomst, maar wel omwille van de taal van hun klanten.
't Kan verkeren, zei Bredero. En 'Al siet men de lui – men kent se niet.'

'Hollanders in Beeld' in het Mauritshuis
is een absolute aanrader. Reserveren en een afsluiter langs de vaste collectie is een must.
Van Rubens hangen er ook een paar prachtportretten.
Het mooiste Zicht op Delft en het Meisje met de Parel van Johannes Vermeer kan je niet vergeten.