Er is nog zo veel dat ongezegd is. (Rutger Kopland)

Dupslog

Archief

Malcolm Kendrick, De cholesterolhype: Cholesterol en de strategie van de angst.

27 december 2007
'Voor ieder gecompliceerd probleem bestaat een oplossing die eenvoudig is,
direct, begrijpelijk… en fout.' H. L. Mencken.

15. Vooral de medische wetenschap (een beter voorbeeld van een contradictio in terminis is nauwelijks denkbaar) heeft een lange en uitgesproken traditie van volstrekt de verkeerde conclusies trekken, de ogen stijf dichtknijpen, grimmig vasthouden aan een geliefd, maar belachelijk idee en vooral niet luisteren naar wie dan ook. Iemand nog een bloedzuiger? Of misschien een radicale mastectomie? Een tonsillectomie of een verwijdering van een
toxische dikke darm? Hoe lang geloofden we in het bakerpraatje 'geen bacterie overleeft in de menselijke maag'? Wat te denken van 'strikte bedrust na een hartinfarct'? Hoeveel miljoen levens heeft dat gekost? De lijst achterlijke, schadelijke, ronduit foute dingen die dokters door
de jaren hebben geleerd en gedoceerd, is tamelijk deprimerend. Het stemt mij in elk geval van tijd tot tijd somber. We maken allemaal fouten. Zelfs ik. Maar om de een of andere reden is de medische stand extreem ongenegen om fouten toe te geven. Ik vermoed dat het te maken
heeft met controledwang.

33. Want ik denk dat verzadigde vetten op geen enkele manier schadelijk of gevaarlijk zijn. Als ze dat waren, zouden ze niet zo verdomde goed smaken. De natuur heeft de gewoonte ons te waarschuwen voor gevaarlijk voedsel, door het een bittere of anderszins vieze smaak te geven. Of door het knalrood dan wel gifgroen te maken. Maar natuurlijk, ik ken het tegenargument in al
zijn Darwinistische glorie: het maakt de natuur geen bal uit wat er met ons gebeurt als we te oud zijn om ons voort te planten, dus dingen die ons na ons vijftigste de das om doen, die tellen niet. Ik weiger deze discussie aan te gaan, omdat je hem niet kunt winnen en niet kunt verliezen.
Je accepteert het of je verwerpt het, afhankelijk van je filosofische vooronderstellingen.

38. Er is geen enkel verband tussen cholesterol in de voeding en cholesterol in het bloed. Eigenlijk hebben we dat altijd geweten. Cholesterol in de voeding is volledig betekenisloos, tenzij je een kip of konijn bent. Ancel Keys, PhD, Emeritus Professor aan de University of Minnesota, 1997.

49. Als wie dan ook me nog één keer vertelt dat coronaire hartziekte multifactorieel is, ga ik gillen. Het is de ultieme dooddoener. Het stelt iedereen in staat alles te zeggen zonder zich eerst te hoeven bezighouden met zoiets vermoeiends als nadenken. 'Alle ziekten zijn in zekere
zin multifactorieel, dus laten we ophouden naar oorzaken te zoeken.' Ik dacht het niet.

55. Dr. John Reckless, voorzitter van Heart UK en endocrinoloog aan Bath University, maakte duidelijk waar het om gaat. 'Het belangrijkste is dat we duidelijk naar buiten brengen dat we momenteel onderbehandelen en dat veel meer mensen zouden kunnen profiteren.'
'De gehele bevolking zou zijn voeding en leefstijl moeten aanpassen en gewicht moeten verliezen. We zouden geen vette maaltijden en snacks meer moeten eten, we zou den niet meer in cafetaria's moeten komen, we zouden allemaal meer moeten bewegen, enzovoort.'
'Natuurlijk zouden we al die zaken moeten doen of laten. Maar het is ook zo dat veel meer mensen statines nodig hebben. Lang niet iedereen die statines nodig heeft, krijgt ze ook.'
'Alle mensen zouden hun statine moeten kunnen krijgen. Indien niet in hun drinkwater, dan wel bij hun drinkwater.' http://news.bbc.co.uk/2/hi/health/3931157.stm Statines in het drinkwater?

62. Er is echter toenemend bewijs dat de effecten van statines verder gaan dan cholesterolverlaging. Veel van deze niet cholesterolgerelateerde ofwel 'pleiotrope'
effecten van statines lijken betrekking te hebben op herstel of verbetering van de endotheelfunctie, via verhoging van de biobeschikbaarheid van stikstofoxide, waardoor nieuwe endotheelcellen worden aangemaakt, de oxidatieve stress wordt verminderd en ontstekingsreacties worden geremd. Verondersteld wordt dat veel van de gunstige effecten van statinetherapie bij cardiovasculaire ziekten zijn terug te voeren op de werking die deze geneesmiddelen uitoefenen op het endotheel. http://atvb.ahajournals.org/cgi/content/full/23/5/729
Te veel wetenschappelijke abracadabra? Sorry, maar hier staat zwart op wit dat statines een scala van effecten op de bloedvaten hebben die kunnen beschermen tegen coronaire hartziekten. Bij mijn laatste eigen telling kwam ik tot 35 niet cholesterolgerelateerde effecten. U twijfelt nog? Welnu, verderop in dit boek hoop ik u ervan te overtuigen dat die 'niet cholesterolgerelateerde effecten' in feite de enige verklaring bieden voor hoe ze werken. Tenslotte werden voor de statines talloze effectieve cholesterolverlagende medicijnen ontdekt. Maar alleen de statines lieten enig significant voordeel zien bij de behandeling van hart- en vaatziekten.

76. Bill Harlan van het Overzichts Comité, Associate Director van het Office of Disease Prevention (Bureau voor Ziekte Preventie) van de NI H (Nationale Gezondheids Instituten), gaf als commentaar: 'Men begon aan het rapport met een reeds vastomlijnd idee van de conclusies, maar de wetenschap achter dat idee bleek duidelijk niet toereikend te zijn. Het was duidelijk dat de ideeën van gisteren ons niet veel verder zouden helpen.' Ik vertaal het even: 'We zaten ernaast. Het idee dat verzadigd vet hart- en vaatziekten veroorzaakt was fout. Alles wat we al die tijd dachten te weten over dit onderwerp was fout. Punt.' Maar niemand zal ooit zo duidelijk uit de pas lopen en gewoon zeggen waar het op staat. Aan de buitenkant lijkt de wereld van het medisch onderzoek kalm en plezierig en redelijk, als een goed onderhouden tuin vol vriendelijk lachende mensen die dingen zeggen als 'met respect nam ik kennis van' en soortgelijke oppervlakkige vleierij. Maar in werkelijkheid is de academische wereld een slangenkuil. Doe één stap buiten de lijnen en je bent nog niet jarig. Internationale opinieleiders bewaken hun keizerrijken met ijzeren hand. En reken maar dat je wordt verpletterd als je het
waagt hun argumenten in twijfel te trekken. Samenvattend, na elf jaar had het Bureau van de Surgeon General in de Verenigde Staten geen enkel bewijs gevonden voor de cholesterolhypothese. Neem van mij aan, als ze ook maar het kleinste splintertje
bewijs hadden gevonden, hadden we dat tot in lengte van dagen moeten horen. Wat mij betreft is het totale onvermogen van deze organisatie om de cholesterolhypothese te onderbouwen een overtuigend argument tegen die hypothese.

79. Genoeg over Law en Wald, ik ban ze uit mijn gedachten. Het enige in hun artikel dat het onthouden waard is, is de bewering: 'Een meta-analyse van gerandomiseerde onderzoeken suggereerde dat een lage inname van verzadigd vet weinig invloed had op het risico op ischemische hartziekten.'
Vervang 'suggereerde' door 'bewees' en je komt naar mijn mening een stuk dichter bij de waarheid. Voeg deze bewering bij de elf jaar lange vergeefse poging van de Surgeon General om een oorzakelijk verband aan te tonen tussen de inname van verzadigd vet en het risico op harten
vaatziekten en je hebt volgens mij een antwoord. Ook al is het een negatief antwoord.

80. dr. George Mann. In de jaren zeventig bestudeerde hij de Masaà? een nomadenvolk in Kenia. Hij stelde vast dat zij de hoogste inname van verzadigd vet en cholesterol hebben die ooit is waargenomen. Hun voeding bestaat praktisch uitsluitend uit melk, vlees en vet. Toch waren hart- en vaatziekten onder de Masaà? volledig afwezig. Op basis van deze en andere waarnemingen noemde dr. George Mann de cholesterolhypothese in het New England Journal of Medicine 'de grootste blunder in de geschiedenis van de geneeskunde'.

85. Zodra mensen hebben besloten dat verzadigd vet hart- en vaatziekten veroorzaakt,
is er niets meer dat hen op andere gedachten kan brengen. Er is geen enkele onverkwikkelijke waarneming die niet op de een of andere manier kan worden verworpen. En het aantal nieuwe ad hoc hypotheses dat je kunt ontwikkelen is onbegrensd. Je kunt ze eindeloos uit de lucht blijven plukken, bewijs is niet nodig.

86. Karl Popper herkende deze manier van redeneren. Hij noemde het cirkelredeneren. Zijn voorbeeld luidde als volgt:
Stel je de volgende dialoog voor: 'Waarom is de zee zo ruig vandaag?' -'Omdat Neptunus heel boos is.' '? 'Welk bewijs heb je om je bewering dat Neptunus erg boos is te onderbouwen?' '? 'Nou, zie je niet hoe ontzettend ruig de zee is? En de zee is altijd ruig als Neptunus boos is.'
Popper, K. Popper Selections
Nu vraag ik u om zich de volgende dialoog voor te stellen:
'Waarom heeft deze man, die geen risicofactoren voor hart- en vaatziekten had, een hartinfarct gekregen?' '?'Omdat hij genetisch vatbaar is.' '?'Welk bewijs heb je om je bewering dat hij genetisch vatbaar is te onderbouwen?' '? 'Nou, zie je niet dat hij een hartinfarct heeft gehad terwijl hij geen risicofactoren had? Hij moet dus genetisch vatbaar zijn.'

93. www.thincs.org
www.theomnivore.com
www.second-opinions.co.uk

Voor ik een streep onder dit hoofdstuk zet, moet ik iets bekennen. Ik heb alle ad hoc hypotheses neergesabeld, het flauwe gebruik ervan gehekeld, maar er zijn twee substanties in de voeding die wel degelijk, consistent, bescherming lijken te bieden tegen hart- en vaatziekten.
1: Omega-3-vetzuren
Deze vetzuren lijken op twee manieren te beschermen. Ten eerste hebben ze een tamelijk sterk antistollings-effect, een beetje als aspirine. Ten tweede lijken ze hartritmestoornissen te voorkomen. (omega-3-vetzuren hebben overigens geen effect op het ldl-gehalte). Omega-3-vetzuren komen vooral voor in vette vis. Hoewel ik het wat lastig uit mijn strot krijg, moet ik toegeven dat omega-3-vetzuren waarschijnlijk goed voor ons zijn.
2: Alcohol
Matige alcoholconsumptie lijkt het risico om te sterven aan hart- en vaatziekten met gemiddeld zo'n twintig procent te verminderen. Het soort alcohol is min of meer irrelevant, hoewel wijn en bier beter lijken te werken dan gedestilleerd. Overmatig drinken of weekend-drinken
lijkt daarentegen juist het tegenovergestelde effect te hebben. Dit zou kunnen komen doordat de bloedstolling na excessieve alcoholinname een 'rebound-reactie' vertoont, waardoor zich gemakkelijker bloedpropjes vormen.

95. Daar multifactoriële interventies tegen coronaire hartziekte in mannen van middelbare leeftijd met een matig risico tot nog toe hebben gefaald om zowel de morbiditeit (ziekte) als sterfte te verminderen, zijn zulke interventies steeds moeilijker te rechtvaardigen. Dit gaat lijnrecht in tegen de officiële aanbevelingen van veel nationale en internationale adviesorganen, die de
recente bevindingen in Finland ter harte zouden moeten nemen. Dit niet te doen, is mogelijk ethisch onacceptabel.
Dit is een citaat van professor Michael Oliver, naar aanleiding van een onderzoek in Finland. Uit een tien jaar lange follow-up van het aanvankelijke onderzoek (dat als een succes was onthaald) bleek dat de mensen die doorgingen met het strikt gecontroleerde cholesterolverlagende
dieet (dit werd aangemoedigd) twee keer zo'n grote kans hadden aan hart- en vaatziekten overlijden als de mensen die dit niet deden.

98. Deze feiten leken robuust en onaanvechtbaar. Telkens als ik een vakblad opensloeg, of een studie las, werden ze bevestigd. Week in, week uit, telkens opnieuw. Maar in werkelijkheid is dit alles slechts gedeeltelijk waar. Het beeld is vergelijkbaar met de faà?ades die worden gebruikt in spaghetti-westerns. Als je er recht tegenaan kijkt, heb je het idee dat er een complete
stad voor je ligt. Maar als je ook maar een beetje van het voor de camera's gebaande pad afwijkt, zie je dat de zogenaamd solide gebouwen in werkelijkheid slechts uit spaanplaat bestaan en dat daarachter helemaal niets is.
Vanuit één hoek bezien lijken de feiten achter het tweede deel van de cholesterolhypothese '? 'een verhoogd cholesterol/ldl veroorzaakt harten vaatziekten' '? robuust te zijn. Maar als je besluit de 'georganiseerde trip van de opinieleider' te verlaten, doemt er een volstrekt ander beeld
op. Dames en heren, tijd voor een blik achter de schermen van de cholesterolhypothese.

99. In 1995 publiceerde The Lancet een enorme studie, waarin 450.000 mensen zestien jaar lang werden gevolgd. Er deden zich 13.000 beroertes voor. De studie representeerde 7,3 miljoen persoonjaren aan observatie. Dat lijkt me lang genoeg. De conclusie: 'Er was geen correlatie
tussen bloed-cholesterol en beroerte.'
Meer recentelijk werd in een pan-Europees onderzoek, Eurostroke, gepubliceerd in 2002, dezelfde vraag opgeworpen. Het resultaat: 'Deze analyse van het Eurostroke-project vond geen associatie tussen het totaal cholesterol en dodelijke en niet-dodelijke hersenbloedingen en ischemische beroertes.'

101. Ik verkies het gezelschap van keuterboeren, omdat ze niet voldoende opleiding
hebben genoten om incorrect te redeneren. Michel de Montaigne
Overigens, Ik citeer anderen uitsluitend om mezelf beter te kunnen uitdrukken.
Michel de Montaigne

107. Nu we hebben gekeken naar beroertes en tot de conclusie zijn gekomen dat het grootste risico voor deze aandoening een láág cholesterolgehalte is, niet een hoog cholesterolgehalte, denk ik dat de tijd gekomen is om het concept 'totale mortaliteit' te introduceren.
Want hoewel je het als je cardiologen hoort praten soms niet zou geloven, het is volstrekt mogelijk om aan andere dingen dan aan hartkwalen dood te gaan. Cardiologen zijn compleet geobsedeerd door cardiovasculaire sterfte. Overwinningen op dat gebied worden met veel fanfare
gebracht. Maar de totale mortaliteit wordt vaak over het hoofd gezien; in sommige studies worden die gegevens niet eens gepubliceerd.

112. Deze studie bevestigde dat een laag cholesterolgehalte vanaf vijftig kaar (en beneden de vijftig voor mannen) significant is geassocieerd met de totale mortaliteit:
Een laag cholesterol is bij mannen van elke leeftijd en in vrouwen vanaf vijftig jaar significant geassocieerd met totale mortaliteit en vertoont een significant verband met overlijden als gevolg van kanker, leverziekten en psychische aandoeningen.
Helderder kun je het niet krijgen. Als je een laag cholesterolgehalte hebt, heb je een veel hoger risico om te overlijden. Misschien heeft u liever een Brits onderzoek? Dit komt uit het bmj (1995): Lage serumcholesterol-concentraties (<4.8 millimol per liter), die werden vastgesteld bij vijf procent van de mannen, waren geassocieerd met de hoogste sterfte door alle oorzaken, voornamelijk toe te schrijven aan een significante toename van het aantal doden aan kanker.

117. Een laag cholesterolgehalte verhoogt het risico op overlijden bij mannen en vrouwen. Dit is een van de weinige feiten die door geen enkel onderzoek zijn tegengesproken. Het is ook een feit dat zo goed is verborgen, dat ik nog nooit iemand ben tegengekomen die er van op de hoogte is.
Sterker nog, als ik er over begin, verklaart iedereen me voor gek. Het is niet bepaald een triviaal gegeven. Als je weet dat een laag cholesterolgehalte ongezond is, kijk je vermoedelijk iets anders tegen de uitslag van een cholesteroltest aan. Is het cholesterolgehalte rond de 5,5 millimol per liter of hoger? Prima. Lager dan vier? Kijk uit.

120. Hormoontherapie verhà?à?gt het risico op hart- en vaatziekten. Anno 2007 raadt de American Heart Association, een bastion van conventioneel denken, ten sterkste af hormoonbehandeling in te zetten ter preventie van hart- en vaatziekten.
Hoeveel vrouwen kregen extra oestrogeen en overleden vervolgens aan hart- en vaatziekten? Suggestieve vraag, ik weet het, maar ik bedoel er uiteraard niets mee. Ik zou het niet in mijn hoofd halen ook maar te suggereren dat het 'establishment' ooit gezondheidsschade zou kunnen
aanrichten. Nooit! De opinieleiders zijn onfeilbaar en ik ken mijn plaats.

125. U moet weten dat er in de wetenschap twee fundamentele gedachtescholen zijn.
Je hebt de 'weight of the evidence' mensen. Wanneer tien studies laten zien dat een hoog hdl samengaat met een laag risico op hartziekten en twee studies suggereren het omgekeerde, vinden zij dat die tien studies moeten worden geloofd. Ik zou hen wetenschappelijke 'democraten' willen noemen: de waarneming die het grootste aantal studies achter zich heeft, wint.
Mijn visie, en daarin ben ik een aanhanger van Karl Popper, is dat zulke mensen geen echte wetenschappers zijn. De ware wetenschappelijke methode dicteert om je hypothese zo te formuleren dat hij kan worden gefalsificeerd. Vervolgens zet je experimenten op die zijn ontworpen om je hypothese onderuit te halen. Als je alles probeert en daar niet in slaagt, is je hypothese waarschijnlijk correct. Lukt het je daarentegen je hypothese te falsificeren, dan is hij fout. Het maakt niet uit hoeveel positieve studies je al hebt, ze worden allemaal waardeloos door
één studie die het tegendeel vindt.

133. het cholesterolgehalte heeft geen effect op de prevalentie van hart- en vaatziekten onder vrouwen. Geen enkele andere verklaring is in overeenstemming met de feiten.

136. Maar de Aboriginals representeren voor zover ik weet de waanzinnigste cholesterolparadox
die je kunt vinden. Laagste cholesterolspiegels, hoogste sterfte aan hart- en vaatziekten. Vergelijk dat met de Zwitsers. Hoogste gemiddelde cholesterolspiegels, op een na laagste sterfte aan hart- en vaatziekten. Of neem de Russen. Op een na laagste cholesterolgehalte,
hoogste sterfte aan hart- en vaatziekten in Europa. Doe maar een gooi, het is altijd raak. Ieder afzonderlijk land vormt een 'paradox'.

140.
'? Een verhoogd cholesterolgehalte is gecorreleerd met hart- en vaatziekten in jonge mannen '? binnen afzonderlijke landen.
'? Er is geen enkele correlatie tussen gemiddelde cholesterolgehaltes en de prevalentie van hart- en vaatzieken tussen verschillende landen.
'? Na het vijftigste levensjaar verdwijnt het verband tussen het cholesterolgehalte en hart- en vaatziekten.
'? Een dalend cholesterolgehalte is gecorreleerd met een hoger risico op hart- en vaatziekten.

174. Ondanks het volstrekte gebrek aan bewijs voor enig voordelig effect op de sterfte, worden huisartsen in Engeland actief aangemoedigd om het cholesterolgehalte van vrouwen te meten en hun cholesterolgehalte beneden de 5,0 millimol per liter te brengen. Als ze dit bereiken bij
een voldoende percentage van de populatie van hun praktijk, krijgen ze grote geldbedragen uitgekeerd (in Nederland is dit niet het geval).
Als dit niet zo serieus was, zou het lachwekkend zijn. Maar eerlijk gezegd vertikken mijn lachspieren het hier even. Ik heb de neiging een aantal mensen bij hun kladden te grijpen en ze eens flink door elkaar te schudden. Hoe kun je het rechtvaardigen om miljoenen vrouwen
krachtige en potentieel erg schadelijke medicijnen voor te schrijven, wanneer ze geen enkel leven zullen redden? Deze vraag behoeft een antwoord.
Als dit boek niets anders teweeg brengt dan een debat over dit onderwerp, ben ik volkomen tevreden, want zo'n debat kan maar tot één conclusie leiden. Misschien denkt u dat statines ongevaarlijk zijn en dat het dus allemaal niet zo veel uitmaakt? Welnu, als je een foetus bent,
zijn statines helemaal niet ongevaarlijk.
Weinig vrouwen in de vruchtbare leeftijd slikken statines, maar het wordt langzamerhand gewoner. En nu statines in Engeland zonder recept verkrijgbaar zijn, is er een toenemend gevaar dat de waarschuwing om geen statines te gebruiken tijdens de zwangerschap niet wordt nageleefd.
Misschien vergeet de bediende in een supermarktapotheek het te zeggen als hij op een drukke namiddag een pakje statines verkoopt. Of een man neemt ze mee voor zijn vrouw, zonder te zeggen dat ze niet voor hem zijn.

178. Samengevat, statines hebben als ze worden gebruikt ter primaire preventie
nul invloed op de totale sterfte en ze hebben nul invloed op het aantal hartinfarcten bij vrouwen. Er is dus geen enkel voordeel. Ik neem aan dat dit u onmogelijk lijkt, gezien de absurde hype die rond statines is gecreëerd, maar het is waar.

181. Als statines het aantal sterfgevallen aan cardiovasculaire ziekten verminderen, maar geen invloed hebben op de totale sterfte (er gaan net zoveel mensen dood), dan moeten mensen die statines slikken vaker dood gaan aan iets anders. Waaraan?

183. Vandaag de dag worden klinische onderzoeken in buitengewone mate gestuurd en gecontroleerd door de farmaceutische industrie. dr. Marcia Angell, voormalig hoofdredactrice van het New England Journal of Medicine, één van de invloedrijkste medische tijdschriften ter wereld, schreef:
Vroeger was het zo dat geneesmiddelenfabrikanten eenvoudig geld gaven aan academische medische centra, zodat de klinische onderzoekers een studie konden uitvoeren, en dat was het. Er was grote afstand. De onderzoeker deed een studie en publiceerde zijn of haar resultaten,
wat die resultaten ook waren.
Tegenwoordig werkt het heel , heel anders. De farmaceutische bedrijven ontwerpen
de onderzoeken in toenemende mate zelf. Ze zijn eigenaar van de gegevens. Niet eens de onderzoekers krijgen inzage in de data. De bedrijven analyseren de data en ze bepalen of de data al of niet worden gepubliceerd. Ze laten onderzoekers en academische medische centra contracten tekenen waarin zij beloven hun werk niet te publiceren, tenzij er uitdrukkelijke
toestemming van het farmaceutische bedrijf is. De verdraaiing begint dus al và?à?r de publicatie. Het begint op het moment dat wordt bepaald wat wel en wat niet gepubliceerd zal worden.
Dit kun je geen gezonde afstand meer noemen. Onderzoekers en academische medische centra worden behandeld als willoze wapens, als technici die je kunt laten doen wat je wilt. Ze voeren hun werk uit en dat is het. Het farmaceutische bedrijf bepaalt wat de data laten zien, welke conclusies er worden getrokken en of het wel of niet wordt gepubliceerd.
Ofwel, de medische beroepsgroep werkt steeds nauwer samen met de farmaceutische bedrijven.
Als je geen rol speelt in grote, door de farmacie gesponsorde klinische onderzoeken, spreek je niet op belangrijke beleidsvergaderingen, publiceer je geen 'prestigieuze' onderzoeksrapporten in toonaangevende tijdschriften en breng je geen geld in het laatje van de universiteitskas.
Je hebt niets te vertellen op grote, internationale congressen. Je slijt je wetenschappelijke leven, zo te zeggen, op Urk.
Een zekere dr. John Kastelein uit Amsterdam raakte buiten zinnen van woede toen er vraagtekens werden geplaatst bij de potentiële belangenconflicten van de panelleden die de NCEP -richtlijnen bepaalden.
Volgens hem werd die hele zaak rond belangenverstrengeling geweldig overdreven. In zijn woorden:
Ik geloof geen woord van die verhalen over belangenverstrengeling, want er is op de hele wereld geen enkele opinieleider die geen onderzoek heeft verricht in opdracht van een farmaceutisch bedrijf. Kastelein wordt in zijn visie gesteund door Professor Daniel Simon van Harvard Medical School. Die noemt het een vergissing om de inzichten van opinieleiders met een potentieel belangenconflict voortaan met een korrel zout te nemen, omdat de farmaceutische industrie de
medische wetenschap vooruit helpt. 'De meeste onderzoekers zonder belangenconflict zijn geen echte experts,' aldus Simon.

189. Het grootste nadeel van statines is niet dat ze dagelijks hier en daar een paar honderd mensen doden, het probleem is dat ze een gigantische last aan verraderlijke bijwerkingen veroorzaken, die voor het merendeel niet worden herkend, of die hardnekkig worden ontkend. U
bent moe? Tja, u wordt een dagje ouder. Spier- en gewrichtspijn? Kom aan mevrouw Jansen, daar hebben we allemaal wel eens last van. Zelfs als je de waslijst inmiddels aardig gedocumenteerde bijwerkingen opsomt, zullen de meeste artsen weigeren te geloven dat ze ook maar iets te maken hebben met de statine die je slikt.
Laat mij u kennismaken met dr. Duane Graveline, een arts in de Verenigde Staten. Hij is huisarts, maar is ook opgeleid tot astronaut bij NASA en hij werkt nauw samen met de vliegmedische dienst die verkeers- en militaire vliegers keurt. Enige jaren geleden werd bij hem een
verhoogd cholesterolgehalte gemeten en hij kreeg een statine voorgeschreven. Hij had daar geen enkele moeite mee, want hij geloofde volledig in de cholesterolhypothese en in de voordelen van statines.
Na enkele weken werd hij verrast door een uitermate verontrustende episode van geheugenverlies, waarna hij intuà?tief stopte met de statine. Een jaar lang had hij verder geen problemen, maar toen zijn dokter ontdekte dat hij zijn statine niet meer nam, overtuigde hij hem ervan weer te gaan slikken en Graveline luisterde. Kort daarop kreeg hij opnieuw een episode van geheugenverlies, maar deze keer veel erger. Hij keerde terug naar zijn tienerjaren, niet in staat zich ook maar iets van zijn opleiding tot arts, astronaut en vlieger te herinneren. Toen zijn geheugen zich uiteindelijk herstelde, was hij ernstig ontdaan door hetgeen was voorgevallen en hij gooide zijn statines voorgoed weg.
De behandelend artsen stelden de diagnose transient global amnesia (voorbijgaand algeheel geheugenverlies), oorzaak onbekend. Geen collega was bereid de mogelijkheid te accepteren dat de statine de oorzaak zou kunnen zijn. Met het gevoel een eenzame roepende in de woestijn
te zijn, plaatste hij een brief op de website van People's Pharmacy, waarin hij vroeg of meer mensen die een statine slikten hetzelfde hadden meegemaakt. Hij werd onmiddellijk overspoeld met honderden brieven van hopeloze patiënten en hun familieleden. Ze beschreven een volledig spectrum van cognitieve bijwerkingen, van amnesie en ernstig geheugenverlies tot verwarring en desoriëntatie, allemaal geassocieerd met het gebruik van een statine, vooral Lipitor. Graveline trok aan de bel, maar de reactie van de mainstream medische gemeenschap kan als volgt worden samengevat: 'U weet niet waar u het over heeft. Statines zijn veilig en hebben erg weinig bijwerkingen.'
Hier is een brief van een patiënt aan Graveline, die hij afdrukte in zijn boek Lipitor, Thief of Memory:
Zo'n zes weken geleden verdubbelde de dokter mijn dosis Lipitor van twintig naar veertig milligram. De afgelopen vier weken heb ik een steeds erger wordend geheugenverlies ervaren. Ik kon me het telefoonnummer van mijn broer niet meer herinneren. Ik kon het bordje met voeding voor mijn baby niet meer vinden, net nadat ik het had klaargemaakt. Ik kon me niets herinneren
van recente uitstapjes. Ik kon me niet herinneren te hebben deelgenomen aan een vergadering. Ik kon me niet meer herinneren dat ik had gedineerd in een bepaald restaurant. Ik had talloze vergelijkbare episodes. Dit is volledig abnormaal voor mij. Ik heb mijn dokter gebeld en wacht op zijn telefoontje. Ter informatie, ik ben een 39-jarige vrouw en ik slik nu ongeveer
vier jaar Lipitor.
Zal dit geheugenverlies door de dokter worden genegeerd? Waarschijnlijk.
Zal dit worden gerapporteerd als bijwerking? Vrijwel zeker niet.
De ervaring van de vrouw zal als triviaal worden beschouwd. Ik denk echter dat de 'mentale' problemen die zijn geassocieerd met statinegebruik, verre van triviaal zijn. Al in 1960 was bekend dat mensen die de toen gangbare cholesterolverlagers gebruikten, vaker een gewelddadige dood stierven: aan ongelukken, zelfmoord, schietpartijen en dergelijke.
Dit werd universeel afgedaan als een toevallige waarneming (hoe vaak hij ook opdook), omdat niemand zich kon voorstellen hoe een laag cholesterolgehalte in hemelsnaam iets te maken zou kunnen hebben met een gewelddadige dood.
Ik las een 'post hoc analyse' van een modern cholesterolverlagend onderzoek waarbij de auteurs zo vastbesloten waren te bewijzen dat een laag cholesterolgehalte niets te maken kon hebben met overlijden aan een auto-ongeluk, dat ze de analytische grenzen in een volledig nieuwe
dimensie duwden. Ze argumenteerden dat verscheidene van de overledenen voetgangers waren, dus géén automobilisten. De statine kon dus nooit verantwoordelijk zijn geweest voor het auto-ongeluk. Ha! Probeer de logica maar eens uit die bewering te verwijderen.
Maar goed, dertig, twintig, zelfs vijf jaar geleden wist geen mens dat cholesterol iets te maken zou kunnen hebben met de hersenfunctie. Dit ondanks het feit dat het brein meer dan 25 procent van de totale lichaamsvoorraad cholesterol bevat en dat cholesterol voor meer dan twee procent van het totale hersengewicht staat. Waarschijnlijk werd gedacht dat al dat cholesterol puur toevallig in de hersenen rondhing. Echter, meer recentelijk is ontdekt dat cholesterol voor een functionerend brein volstrekt noodzakelijk is.
Een groep onderzoekers onder leiding van dr. Frank Pfrieger onderzocht de functie van de glia-cellen in de hersenen. Bekend was dat deze 'ondersteunende' cellen een kritieke rol spelen in het functioneren van de synapsen (de verbindingen tussen neuronen). Ook was bekend dat
glia-cellen een substantie afscheiden die nodig is om de synapsen te laten ontstaan en functioneren. Zonder deze substantie zouden hersenen volstrekt onbruikbaar zijn. En wat was deze fantastische, miraculeuze substantie?

192. Een laag cholesterolgehalte wordt ook in verband gebracht met geweld en agressie. En ook dat is beslist geen theoretische vinding. Een groep onderzoekers onder leiding van Jian Zhang bestudeerde het verband tussen een laag cholesterolgehalte en het risico van school te worden
geschorst. Ze concludeerden dat:
...een laag totaal cholesterolgehalte onder niet Afro-Amerikaanse kinderen gecorreleerd is met schorsing of verwijdering van school en dat een laag totaal cholesterol mogelijk een risicofactor is voor agressie en een risicomarker voor andere biologische variabelen die tot agressief gedrag kunnen voorbestemmen.
...de uitkomsten van het huidige onderzoek zijn in lijn met de meerderheid van de eerdere onderzoeken naar associaties tussen een laag serumcholesterol en diverse vormen van agressie bij volwassenen. Met slechts weinig uitzonderingen werden significante verbanden waargenomen in
cross-sectional studies, cohort monsters, algemene bevolkingsonderzoeken, psychiatrische patiënten en criminelen en in gecontroleerde voedingsexperimenten in non-humane primaten. Een laag cholesterol wordt in het bijzonder geassocieerd met het begin van affectieve gedragsstoornissen gedurende de jeugd onder mannelijke criminelen.
Het Royal College of Psychiatry publiceerde een studie waarin de rol van cholesterol bij depressie en zelfmutilatie werd onderzocht. De titel was 'Laag cholesterol kan zelfmoordrisico indiceren'. Ik toon enkele passages uit het persbericht:
Lagere cholesterolspiegels waren gerelateerd aan hogere niveaus van zelfgerapporteerde impulsiviteit. Het vinden van een lager gemiddeld cholesterolgehalte in de DSH-groep (Depression and Self Harm) bevestigt de uitkomsten van andere gepubliceerde studies.
De auteurs veronderstellen dat de verhoogde sterftecijfers in populaties met een laag cholesterol het gevolg kunnen zijn van meer zelfmoorden en ongelukken en een verhoogde tendens tot impulsiviteit.
Mogelijk beà?nvloedt een laag cholesterolgehalte de functie van het centraal zenuwstelsel of is het een marker voor factoren die predisponeren voor dood door trauma of zelfmoord.
Aangenomen wordt dat cholesterol invloed heeft op het serotoninegehalte, een neurotransmitter in de hersenen. Lage serotoninespiegels worden niet alleen met depressie en zelfmoord, maar ook met agressie en impulsiviteit in verband gebracht. Deze laatste twee spelen vaak een rol bij ongelukken, gewelddadig gedrag en zelfmoord.

203. We lopen ernstig gevaar de overgrote meerderheid van de gezonde volwassenen 'ziek' te verklaren. De oplossing voor uw 'ziekte'? Gebruik voor de rest van uw leven een statine en haal het niet in uw hoofd om te stoppen.
Kan het werkelijk zo zijn dat negentig procent van de bevolking levenslange medicatie nodig heeft? Dit is waanzin. Dit is Brave New World, een combinatie van alle dystopische nachtmerries van de toekomst, die plotseling werkelijkheid is geworden. Gezondheid is in die wereld niet langer een afwezigheid van ziekte, maar het niet hoeven nemen van de correcte medicijnen.
First, do no harm? Ik dacht het niet. Dit belangrijke medische adagium verliest rap aan betekenis.

(...)statines het risico om aan hart- en vaatziekten te overlijden in bepaalde groepen verlagen. Ze
verlagen de totale sterfte in mannen met vastgestelde hart- en vaatziekten.
Dus als u een man bent met een bestaande hartaandoening, kan het een goed idee zijn een statine te slikken. Voor we nagaan hoe statines dat voordeel teweeg brengen, wil ik nog iets gedetailleerder naar de cijfers kijken.

205. In werkelijkheid kan een statine de dood alleen uitstellen, niet voorkomen.
Hoe lang? Welnu, als na een jaar statines slikken van elke tweehonderd mensen er één extra nog in leven is (ten opzichte van de placebogroep), dan betekent dat de statinegroep na tweehonderdste van een jaar hetzelfde aantal doden heeft als de placebogroep. Dat komt neer
op een verhoging van de levensverwachting met iets minder dan twee dagen.
Als tien miljoen mensen met een erg hoog risico op hart- en vaatziekten een jaar lang een statine slikken, leven ze met z'n allen gemiddeld twee dagen langer. En als die tien miljoen mensen tweehonderd jaar lang een statine zouden slikken, zouden ze gemiddeld een jaar extra leven.
Als we aannemen dat de meeste mensen maximaal dertig jaar een statine slikken, dan leidt dat tot verlenging van de levensduur met gemiddeld twee maanden.

206. In secundaire preventiestudies verlagen statines de cardiovasculaire sterfte wel degelijk, genoeg zelfs om de toename van de sterfte door andere oorzaken te compenseren.
Maar doen ze dit door verlaging van het ldl-gehalte of via een ander mechanisme?
Deze vraag is niet eenvoudig met zekerheid te beantwoorden. Misschien heeft u inmiddels het gevoel dat het allemaal niet zoveel meer uitmaakt, gegeven de minuscule voordelen die statines zelfs de mensen met het hoogste risico bieden. Ik denk echter dat het belangrijk is
hiernaar te kijken en wel om twee redenen:
Als ik kan bewijzen dat statines niet werken door ldl-verlaging, dan valt de hele cholesterolhypothese uit elkaar.
De farmaceutische industrie en de opinieleiders pleiten momenteel agressief voor een steeds grotere ldl-verlaging en ze vertroebelen opzettelijk het verschil tussen primaire en secundaire preventie. Ik vind dat hiertegen verzet moet worden geboden. Het leidt ertoe dat meer en
meer mensen erg hoge doses statines gaan slikken, wat een totale ramp zou zijn.

212. Samenvatting
Ik zal pogen alle waarnemingen met betrekking tot het gebruik van statines bij elkaar te brengen. Eerst de positieve data:
Als je een man bent met vastgestelde hart- en vaatziekten, verlagen statines je risico om aan wat dan ook te overlijden met maximaal 0,66 procent per jaar. (Dit getal is gebaseerd op de gunstigste gegevens van de studie die het gunstigst uitpakte: 4S. 4S werd gedaan door Merck en de
data-analyse werd uitgevoerd door medewerkers van Merck.)
Als je een man bent zonder vastgestelde hart- en vaatziekten, kunnen statines je risico te overlijden aan een cardiovasculaire aandoening iets verlagen. Als je een vrouw bent met een erg hoog risico op hart- en vaatziekten, verlagen statines het risico op overlijden aan een hartinfarct of een beroerte.
Vervolgens de wat minder positieve data:
Als je een vrouw bent, ongeacht je risicofactoren, verlengen statines je levensverwachting geen enkele dag. Minder doden als gevolg van harten vaatziekten, meer doden ten gevolge van andere zaken.
Als je een man bent zonder hart- en vaatziekten, verlengen statines je levensverwachting
met geen enkele dag.
Dan de negatieve data:
'? Statines, cholesteroltests en doktersconsulten kosten de samenleving jaarlijks miljarden.
'? Statines veroorzaken spierpijn en spierzwakte bij meer dan twintig procent van de mensen die ze slikken.
'? Statines veroorzaken rhabdomyolyse, wat fataal kan aflopen.
'? Simvastatine veroorzaakte gedurende zes jaar 416 doden, alleen al in de Verenigde Staten.
'? Statines veroorzaken polyneuropathie.
'? Statines veroorzaken geheugenverlies, depressie, verwarring, geà?rriteerdheid en duizeligheid.
'? Statines veroorzaken ernstige geboorteafwijkingen.
En tenslotte een aantal verontrustende maar onbewezen bijwerkingen:
'? Statines verhogen eventueel het risico op kanker.
'? Statines veroorzaken mogelijk hartfalen.
Verder is het bij lange na niet bewezen dat statines tegen hart- en vaatziekten beschermen via hun ldl-verlagende effect. De huidige hype rond intenstieve ldl-verlaging wordt volledig gevoed door de farmaceutische industrie. Die claimt dat inmiddels boven elke twijfel is verheven dat hoe verder het ldl-gehalte wordt verlaagd, hoe beter de bescherming tegen hart- en vaatziekten zal zijn. Ze gebruikt dit 'feit' om te lobbyen voor alsmaar strengere richtlijnen voor cholesterolverlaging voor de gehele bevolking.

Archief

Leonardo '? expo Koekelberg versus Monaldi & Sorti, De twijfel van Salaì.

26 december 2007

Leonardo '? expo Koekelberg versus Monaldi & Sorti, De twijfel van Salaì.

Monaldi & Sorti, De twijfel van Salaì.
De onverbeterlijke leugenachtige en genotzuchtige dief, over de onderzoeken van Ser Lionardo de schilder, zijn leermeester en pleegvader. Gekruid met een pikante novelle van Boccaccio en een brief van Machiavelli die het geval briljant oplost.
Uitg. Cargo De Bezige Bij 2007

‘Talloze malen heb ik in de praktijk van het leven bevestigd gevonden dat antiquaren vaak meer van boeken weten dan deskundig geachte professoren, kunsthandelaren meer verstand hebben van kunst dan kunsthistorici, dat een groot deel van de wezenlijk nieuwe inzichten en ontdekkingen op alle gebieden te danken is aan buitenstaanders. Hoe praktisch, bruikbaar en heilzaam het academische bedrijf voor mensen met een doorsnee talent ook mag zijn, voor individueel productieve geesten lijkt mij overbodig, bij hen kan het zelfs een remmende invloed hebben.' Stefaan Zweig, De wereld van gisteren.

'Neem een leugen, een legende en een aannemelijk feit, en je hebt een traditie' Karl L.

Liefhebbers van gemeenplaatsen, flauwe kul en dure onbenulligheden onder patronage van zijne majesteit Albert II, voorzitter Pà?ttering van het Europees Parlement en Commissievoorzitter Barroso kunnen nog tot 15 maart 2008 terecht in de Basiliek van Koekelberg voor de expo Leonardo Da Vinci, the European Genius – www.expo-davinci.eu.

Reeds ettelijke zomers worden argeloze toeristen in Italiaanse kultuursteden gelokt om voor veel geld de 'originele kopieën' van de beroemde uitvindingen van Leonardo te bestuderen. Steevast ben je dan opgelicht door een stel mechano-friemelaars met houtje-touwtjes- constructies die kant nog wal raken maar vooral de illusie proberen te verkopen dat de ‘uitvinder’ hiervan originele ideeën lang voor de aangewezen tijd kon ontwikkelen. Vaak helpen 3D- modulaties op beeldscherm om de glans van genialiteit te versterken.
Pas veel later zou men het nut van een helikopter, een geniebrug, een tank, een machinegeweer kunnen begrijpen. Zo geniaal was die uitvinder dat hij dingen uitvond waaraan niemand wat had.
Het heeft iets van de Europese commissie die ook graag dingen uitvindt waaraan niemand wat heeft, behoudens de kassa van de tentoonstelling of verwante bedrijfsbelangen.
De roep van genialiteit die 'Leonardo' '? de voornaam volstaat als blijk van de eigen kennis in het armzalig milieu van navelstarende Brusselse bourgeoisie '? dient te dekken en te verkopen, is waarlijk hilarisch.

Vooral voor wie van Monaldi & Sorti 'De twijfel van Salaì ' heeft genoten:

351. De modernste inzichten van het wetenschappelijk onderzoek rekenen af met de figuur van Leonardo als de ‘visionaire’ geleerde, die in zijn projecten vage voorgevoelens aangaande toekomstige machines giet. Het genie uit Vinci was vaak op zoek naar Griekse handschriften waaraan hij grote waarde toekende. (...)
Onder de geleerden komt steeds duidelijker naar voren dat Leonardo niet de toekomst voorspelde, zoals hem vaak is toegedicht, maar het verleden registreerde en probeerde te doen herleven: zoals is aangetoond door de wiskundige Lucio Russo ( La rivoluzione dimenticata. Il pensiero scientifico greco e la scienza moderna, Milaan 1996), putte Leonardo evenals andere wetenschappers en ingenieurs uit de renaissance volop uit het rijke technologische erfgoed van het oude Griekenland, dat in het Romeinse en middeleeuwse tijdperk vergeten of overschaduwd was, maar terugreikt tot in oeroude tijden.

352. Leonardo pakte kortom het Griekse en hellenistische gedachtegoed weer op en ontwierp machines waarvan hij niet altijd het doel begreep, om welke reden ze niet konden werken, en niet omdat hij zijn tijd vooruit was. Om ze te bouwen was kennis nodig geweest die inmiddels verloren was gegaan.
‘De renaissancistische intellectuelen’, schrijft Lucio Russo verder, ‘waren niet in staat de hellenistische wetenschappelijke theorieën te begrijpen, maar als intelligente, nieuwsgierige kinderen die voor het eerst in een bibliotheek komen, werden ze aangelokt door de afzonderlijke resultaten en met name door die welke in handschriften verlucht waren met tekeningen: bijvoorbeeld in willekeurige volgorde: de anatomische ontledingen, het perspectief, de tandraderen, de pneumatische machines, het smelten van de grote werken in brons, de oorlogsmachines, de hydraulica, de automaten, de ‘psychologische’ portretkunst, de bouw van muziekinstrumenten (Russo, p. 112.)

Maar 'De twijfel van Salaì' heeft meer in petto dan een ontmaskering van de mythe rond Leonardo.

Monaldi & Sort hebben er met het zevendelig magnum opus 'Imprimatur '? Secretum '? Veritas' ( Mysterium- Unicum -'? volgen nog in het Nederlands) hun handelsmerk van gemaakt om aan te tonen dat niets is wat het lijkt: 'Neem een leugen, een legende en een aannemelijk feit, en je hebt een traditie'

En aan die wetenschappelijke, historische en politieke traditie sleutelen zij met brio en kunde, tot afgrijzen van de zelfbenoemde erflaters uit de academische hofhouding.
Hun ontdekkingstocht naar de lastercampagne rond Alexander VI, de roemruchte Borgiapaus, hebben ze verwerkt in een brievenboek van de aangenomen zoon en hulpje van Leonardo, Salaì.

10. De jonge en weinig onderlegde, maar gewiekste Salaì is een volmaakte vertegenwoordiger van onze 'popolino scarpe grosse cervello fino' ( de kleine man op grove schoenen, maar met een fijn verstand), die buiten de grenzen van ons Schiereiland zo moeilijk tegen te komen is en misschien in hoofdzakelijk niet katholieke landen ook niet te begrijpen valt: een babbelzieke en toch eeuwig sceptische individualist, zonder vetes en hiërarchieën in zijn hoofd, een onbevooroordeelde waarnemer en daarom scherp van geest.

Door de ogen en de volkse intelligentie van Salaì demonstreren Monaldi & Sorti het Rome van die tijd, de zwendelaars in macht en waarheid, de menselijke kanten van 'Ser Lionardo' en zijn speciale en geniale voorkeuren, de manier waarop de wereld gedreven wordt door de zoektocht naar de drie 'G'-s : Gat, Geld en God '? zij het dat die in Rome in tijd, plaats en ruimte samenvielen.
De rol van de Borgia paus bij een ultieme poging om de Roomse Kerk in rustiger water te krijgen wanneer de golven van de reformatie aan kracht wonnen, de betekenis van de Elzasser humanisten en hun geschiedvervalsing met ‘De Germanen’ van Tacitus als ideologisch manifest voor de historische rol van het zuivere en krachtige, onbezoedelde Duitse volk'?het passeert allemaal langs het nietsontziende oog van Salaì. En passant maken de auteurs onderbouwd komaf met het zootje Da Vinci Code – aanhangers en fezelaars in demarge van de postmoderne mythevorming.

342. Als de leenman zijn hofnar in het openbaar aan het woord laat en hem toejuicht als een redenaar, dan zijn alle redenaars gedwongen een ander beroep te kiezen.
De enige manier om tegen de overheersende pulp in te gaan was dus door dezelfde wapens te gebruiken, maar dan omgekeerd: de hofnar aan het woord laten, maar met de argumenten van een redenaar. Als elke domoor die maar even zijn mond opendoet wordt toegejuicht, dan heeft de simpele salaris ook het recht om tussen kwajongensstreken en kromde zinnen door iets serieus te vertellen. Aan de andere kant is die omkering van rollen typerend voor onze tijd: heeft de serie romans met het grootste wereldsucces van de laatste tijd, geschreven door een bekende Engelse schrijfster voor de hersens van twaalfjarigen, geen miljoenen volwassenen lezers veroverd?

Lees verder »

Archief

Lieven Tavernier, wind & rook

26 december 2007

Lieven Tavernier, wind & rook

DE VIERDE CD VAN LIEVEN TAVERNIER IS ER
Wind & rook (de maison bleue sessies) werd de eerste drie dagen van augustus 2007 live opgenomen zonder overdubs in de woonkamer van producer Nils De Caster: What you hear is what you get.

Lieven Tavernier & '?De zondaars'?

Muzikanten
Lieven Tavernier : zang & gitaar
Nils De Caster: dobro, gitaar & mandoline
Yves Meersschaert : piano & accordeon
Bruno Deneckere : gitaar, banjo & mondharmonica
Mario Vermandel: Vaste bassist bij Tavernier & groep. Helaas & diep betreurd, kon Mario niet opnemen wegens tendinitis. Uit totale eerbied voor onze geliefde vriend werd besloten de c.d. dan op te nemen zonder bassist.

Gasten
Sarah D’hondt: zang
Frank Vantroyen: bastuba

Lieven Tavernier is één van de literaire schaduwen uit het noorden.
Ze schuilen onuitwisbaar in het wateroppervlak van onze taal
omdat na ieder woelig worstelen die schaduwen weerkeren
opdat de luisteraar erin zou kunnen verzinken.
Lieven Tavernier maakt met zijn woorden
van het Nederlands een taal vol mededogen.

Uit het noorden

De wind uit het noorden
Voorspelt niet vele goed
Het is de kou die niet meer weggaat
Uit mijn ziel en mijn bloed
En de nachten van augustus
Ze zijn voorbij voorgoed
En ik zal ze niet missen
En dat is goed

Er is de liefste die wegging
Die je nooit meer hebt ontmoet
En je weet dat je liegt als je zegt
Dat het jou niets doet
Want waarom dromen
Dat ze jou nog zoekt
En als je niet wordt gevonden
Ook dat is goed

En tijd is niemands vijand
En tijd is niemands vriend
En tijd kijkt niet om
Of hij jou nog vindt

Er is de dood die staat te wachten
Hij wacht op elke hoek
Hij kent de namen van mijn vrienden
Ze staan in zijn boek
En hij zegt aan mijn liefste
Dat hij mij halen moet
En ik weet dat ze niet luistert
En dat is goed.

Wind en rook

Regen in de morgen
De zon blijft verborgen
De wind waait al mijn dromen
Op een hoop
Het is halfweg oktober
De zomer is over
Ik wacht op de winter en ben rusteloos
Als wind en rook

Er valt licht door de ramen
Van de ziekenhuiskamer
Ik kijk naar mijn vader
Mijn vader gaat dood
En ik weet als ik wegga
Dat ik zonder hem wegga
Dat zijn leven verdwijnt
Als wind en rook.

In mijn donkere dagen

Klokken luiden in de nacht
Donkere doffe slagen
En ik ben zo ver van huis
In de donkere dagen
Regenmantel, hou me warm
In sneeuw en regenvlagen
Laat me nu het licht maar zien
In mijn donkere dagen

En ik loop de straten door
In de stilte van de avond
En ik zie de mensen die
Zitten in hun kamer
Televisielicht dat schijnt
Voor doven en voor dwazen
Misschien is dat wel het licht
In hun donkere dagen

Oude mensen zeggen mij
Jij hebt niet te klagen,
Jij hebt nooit de kou gekend
Van de oorlogsjaren
Nee jij kent niet het verdriet
Van zovele graven
Weet dat het zo erg niet is
Al jouw donkere dagen

Voor de schipper ver van huis
Ver weg van de haven
Voor de vrouw die slapen wil
En niet meer zal slapen
Voor de vreemdeling die wacht
Tot iemand hem komt halen
Hoop ik dat het licht zal zijn
In hun donkere dagen.

Jaren geleden en jaren lang schreef hij met 'Over Water' 1986
een ode aan Gent en haar verborgen water.
In 1991 haalden zijn onvergetelijke parels
van de Nederlandse poëzie (1974-1975) met Jan de Wildes 'HéHé'
de radio waardoor ze het Vlaamse collectieve onbewuste binnendrongen.

De fanfare van honger en dorst

We liepen in Gent rond,
we waren met zessen,
we kwamen van nergens
gingen nergens naar toe,
vanaf de terrassen,
in de koffiehuizen
bekeken we de mensen
en hun drukke gedoe.

We liepen met ons hoofd in de wolken
en werden dan wakker van honger en dorst
en iedereen riep: kijk daar loopt de fanfare,
de fanfare van honger en dorst.

We hadden geen geld om eten te kopen,
maar we wisten voor alles het beste adres,
mosselen bij Leentje
en frieten bij Helga
en Annie bewaarde voor ons wel een fles.

En iedere nacht, nog net voor het slapen
de laatste vijf frank in Eddies joeboks.
'?A hard rain's gonna fall'?,
we zongen 't allemaal samen,
de fanfare van honger en dorst.

En kwam er een vrouw
die een van ons meenam,
dan namen we afscheid en zegden vaarwel,
de fanfare trok verder
met minder leden,
de toon in mineur,
we begrepen dat wel.

Maar er was nooit een vrouw
die mooier kon zingen
dan onze fanfare van honger en dorst
en het duurde nooit lang
of we waren weer samen
met de fanfare van honger en dorst.

Wie van ons had ooit durven denken
dat iedereen van ons voorgoed weg zou gaan,
we hebben toen zelf de fanfare ontbonden,
we hebben als iedereen de prijs zwaar betaald.
De prijs van de vrijheid: in ruil voor wat centen,
een baan bij de bank, een auto, een kind,
maar ergens in de stad zingt
een nieuwe fanfare,
een nieuwe fanfare van honger en dorst
een nieuwe fanfare van honger en dorst.

Eerste sneeuw

Ik werd heel langzaam wakker, ik wreef m’n ogen uit,
ik werd heel langzaam wakker, ik wreef m’n ogen uit,
ik kon het niet geloven, maar voor de vensterruit,
viel zacht naar beneden, de eerste sneeuw.

Mijn mama kwam naar boven, ‘t Is tijd om op te staan,
mijm mama kwam naar boven, kom trek je kleren aan,
mama, lieve mama, kijk eens naar beneden,
ga je met mij mee, in de eerste sneeuw.

Kijk eens naar omhoog en kijk
de lucht is grijs en zit vol vlokken
‘k wou dat dit kon blijven duren
dat het nooit meer zou stoppen.
‘k Voel me zo gelukkig in de eerste sneeuw,
‘k Voel me zo gelukkig in de eerste sneeuw.

Waar is mijn wollen muts nu, waar is mijn dikke sjaal,
waar is mijn wollen muts nu, waar is mijn dikke sjaal,
en ergens in de kelder ligt toch nog die slee,
papa moet me duwen door de eerste sneeuw.

Kijk eens naar omhoog en kijk
de lucht is grijs en zit vol vlokken
‘k wou dat dit kon blijven duren
dat het nooit meer zou stoppen.
‘k Voel me zo gelukkig in de eerste sneeuw,
‘k Voel me zo gelukkig in de eerste sneeuw.

Nu twintig jaren later, heb ik geen zin om op te staan,
nu twintig jaren later, kijk ik weer uit het raam,
mijn mama zal niet komen, mijn mama is lang dood,
ze ligt al lang beneden, in de eerste sneeuw.

Kijk eens omhoog en kijk de lucht is grijs en zit vol vlokken.
‘k Wou dat dit kon blijven duren,
dat het nooit meer zou stoppen.
‘k Voel me zo alleen in de eerste sneeuw,
‘k Voel me zo alleen in de eerste sneeuw,
in de eerste sneeuw

De verdwenen karavaan

Ik sliep in 't diepe duister,
in 't midden van de nacht,
stond iemand in mijn kamer
en zei, je wordt verwacht,
de karavaan staat klaar,
kom op en kleed je gauw
we staan op jou te wachten,
ja, d'r is nog plaats voor jou.

En toen ik uit mijn huis ging
zag ik een groepje staan
herkende hun gezichten
en wist nog ieders naam,
het waren oude vrienden
die ik nooit meer had ontmoet
en ook mijn jeugdvriendinnen
stonden wachtend op de stoep.

Iemand gaf een teken
en wij vertrokken toen,
de vrieslucht sneed bijtend
door mijn jas van licht katoen,
geen mens was in de straten,
er klonk nergens geluid
witte vlokken vielen,
veegden onze sporen uit

En weldra lag de stad
al heel ver achter ons
we liepen zwijgend verder
langs stilstaande wagons
en verder langs de velden
trok de karavaan
de wijzers op de toren
bleven onveranderd staan.

Een kind dat niet kon slapen
heeft ons die nacht gezien
en hoe op onze schouders
de sneeuw zacht nederviel
en hoe mijn jeugdvriendinnen
als zusters dicht bijeen
mijn liefdesbrieven lazen,
lieten vallen in de sneeuw.

Ik keek naar hun gezichten,
bekeek ze van dichtbij,
ze leken zacht en rustig
glimlachten tegen mij,
geen droefheid, geen vermoeidheid
de kou deerde hen niet,
ze liepen zonder aarzelen
naar een onbekend gebied.

En plotseling werd ik angstig
als wist ik niet waarom,
en niet toen ik wou vragen
of ik bij hen blijven kon,
lieten ze me achter
verdwenen een na een,
er werd geen woord gesproken
maar iemand knikte zacht van neen.

Mijn liefste kwam mij wekken,
ze zei, je sliep zo diep
ik wou mijn droom vertellen
ik vond de woorden niet
ik vouwde mijn handen
voor mijn gelaat
en weende zacht en bitter
om de verdwenen karavaan.

Naar aanleiding van de ‘vernieuwing’ van Radio 1 schreef Lieven Tavernier op 6 december 2007 een lezersbrief in De Morgen, die de essentie van een gecommercialiseerd cultuurleven ontbloot.

Nog even een reactie op ‘Radio 1-heidsworst’ (DM 3/12). Daarin deelt muziekcoà?rdinator Radio 1 Evert Venema mee dat er overdag geen muziek meer zal worden gedraaid van Vanuytsel of mij, “alleen nog in de late uurtjes”. We lijken warempel een ietwat hardere pornofilm, alleen geschikt voor ‘de late uurtjes’. Onze songs passen niet in de programmering overdag, “als we daarin een logische lijn willen aanhouden”, dixit Venema.
Ik kan me voorstellen dat Venema’s Berufsverbot niet alleen Vanuytsel en mij betreft, maar nog andere muzikanten. Omdat muzikanten niet altijd weten hoe ze ‘de logische lijn’ moeten aanhouden, stel ik graag het volgende voor. Venema stuurt ons een formulier toe waarin in eenvoudige bewoordingen uitgelegd wordt welke songs we (nog) mogen schrijven, welk tempo het correcte Radio 1-tempo is, welke sessiemuzikanten goede Radio 1-muzikanten zijn, of Radio 1 zelf de mix doet, en of we van elke song twee versies moeten aanmaken: een versie voor overdag en een versie voor ‘de late uurtjes’.
Zou zo een formulier niet dé oplossing zijn voor elke onzekere muzikant, en vooral hoe dankbaar controleerbaar voor regelneef Venema?
Lieven Tavernier, componist

Archief

Stu Bru Music for Life: 'waterSTOF = duurzaam water' – protosh20

24 december 2007

Stu Bru Music for Life: 'waterSTOF = duurzaam water' – protosh20

Zonder water kunnen we
onze dorst niet lessen
naar gerechtigheid.
Zonder water kunnen we
onze handen niet wassen
in onschuld.
Zonder water kunnen we
onze werktuigen niet
verschonen.
Zonder water kunnen we
ons honger niet stillen
naar menselijke waardigheid.
Zonder water kunnen we
ons leven niet beginnen
noch in schoonheid eindigen.
Water maakt vrij.

Protos helpt daarbij, hier en ginder.


De PROTOS Missie

PROTOS wil rechtvaardige en wederzijds verrijkende relaties tussen Noord en Zuid bevorderen.
PROTOS wil helpen bij duurzame en bevrijdende processen die geà?ntegreerd zijn in de plaatselijke cultuur en sociale omstandigheden, en die moeten zorgen voor een beter welzijn van de kansarme bevolkingsgroepen in het Zuiden. Daarbij is water essentieel. Gezien haar expertise op het terrein van water, komt PROTOS speciaal op voor een rechtvaardig, duurzaam en participatief waterbeheer in Noord en Zuid.
Een rechtvaardig waterbeheer veronderstelt solidariteit onder alle gebruikers, waarbij elkeen recht heeft op voldoende water voor een gezonde menselijke ontplooiing.
Een duurzaam waterbeheer streeft ernaar het beschikbare water zo goed mogelijk te gebruiken, zonder een gevaar te zijn voor de andere gebruikers, voor het leefmilieu of voor de toekomst.
Een participatief waterbeheer vereist de betrokkenheid van elk individu en elke gemeenschap, ook van de kansarmen die hun eigen lot in handen moeten kunnen nemen. Dit met respect voor de gelijkwaardigheid tussen man en vrouw.
PROTOS wil dat bereiken door:
'?Participatieve ontwikkelingsprogramma’s in het Zuiden te steunen: door een verbeterde toegang, verdeling en/of valorisatie van water wil PROTOS de socio-economische situatie van de lokale bevolking verbeteren.
'?Een hefboom te zijn: door het verstevigen van de capaciteiten, inzichten en positie van organisaties die uit deze programma’s kennis kunnen kapitaliseren en die verder valoriseren.
'?De samenwerking te bevorderen tussen alle bij een planmatige lokale ontwikkeling betrokken partijen, met inbegrip van de organisaties uit de civiele maatschappij en de plaatselijke besturen.
'?Het debat over rechtvaardig, duurzaam en participatief waterbeheer te stimuleren, in het Noorden en in het Zuiden. De ervaringen van PROTOS en haar partnerorganisaties kunnen dit debat voeden.
Talloze samenlevingen worden momenteel bedreigd door een tekort aan water, wat een probleem vormt voor het in stand houden en verder ontwikkelen van hun welvaart en welzijn en van de internationale stabiliteit.
Er zijn vandaag naar schatting 25 miljoen “watervluchtelingen” op de wereld. Ze zijn op de vlucht voor droogte of overstromingen, die veelal door menselijk ingrijpen werden veroorzaakt of verergerd. Ook de groeiende ongelijkheid in de verdeling van water leidt tot interne spanningen en internationale conflicten.
Wereldwijd zijn er 263 stroomgebieden die door meerdere landen worden gedeeld. 60 % van de wereldbevolking leeft in stroomgebieden die door verschillende landen lopen. Dit draagt vandaag al bij tot spanningen tussen Israël en Palestina, tussen Irak en Syrië, tussen India en Pakistan '?.
Rivieren die door verschillende landen stromen, zoals de Mekong, de Ganges, de Jordaan, Tigris en Eufraat, de Nijl … maar ook de Rijn, Maas en Schelde dreigen een bron van economische, en in minder stabiele regio's eventueel gewapende conflicten te worden. Zo is het schaarse water van de gemeenschappelijke Jordaan nu eens een bron van conflict, dan weer chantagemiddel tussen Israël en zijn buurlanden. Geen wonder als men weet dat Jordanië zo goed als door zijn grondwatervoorraden heen is, en dat 90% van het in de Westelijke Jordaanoever opgepompte water gebruikt wordt door Israël.
Conflictbeheersing, ontwikkeling en milieubescherming gaan hand in hand. Een grondige mentaliteitswijziging, gesteund op ethische gronden, dringt zich op om een duurzaam en solidair beleid mogelijk te maken.
De waterproblemen in het Zuiden zijn dus ook onze problemen. Ze kunnen niet worden opgelost als ook de machts- en economische verhoudingen tussen Noord en Zuid niet worden hertekend. De waterproblemen in het Zuiden zijn daarenboven niet alleen een onrecht, maar ze vormen ook een bedreiging voor onze éne wereld.
Tenslotte ziet men steeds meer in dat de belangenstrijd tussen watergebruikers niet alleen in het Zuiden, maar ook in het Noorden voor snel stijgende spanningen zorgt: tussen leefmilieu en landbouw, tussen huidige en toekomstige generaties, en tussen stroomafwaartse en stroomopwaartse gebruikers. Waar men in het Zuiden, soms uit noodzaak, soms vanuit een eigen cultureel of sociaal waardepatroon, experimenteert met nieuwe vormen van waterbeheer kan ook het Noorden hieruit lessen trekken om met deze vitale materie anders om te gaan. Daarom willen PROTOS en haar partners deze bruggen slaan. PROTOS schreef hierover een brochure '?Water en conflicten'? (1,5 MB).

Archief

British Vision tussen precisie en waanzin, MSK Gent

23 december 2007

‘British Vision’ tussen precisie en waanzin nog tot 13 januari 2008.

'British Vision' in het mooi gerenoveerde Museum voor Schone Kunsten te Gent zorgt nog tot 13 januari 2008 voor een boeiende show van twee eeuwen Britse kunst. Een paar honderd interessante tot prachtige werken met als hoogtepunten William Hogarth, Thomas Gainsborough, William Blake, John Constable, Joseph Mallord, William Turner, Dante Gabriel Rossetti, Edward Burne-Jones, Stanley Spencer, Graham Sutherland, Francis Bacon en Lucian Freud.
Van Henri Moore wordt een 'Row of Sleepers' uit 1941 geflankeerd door een foto van een geà?mproviseerde schuilkelder in een metrostation van Bill Brandt uit 1940: de oorsprong van Moores menselijke vormen in een uitzichtloze situatie.
De wisselwerking tussen de prille fotografie en de schilderkunst staat ondermeer bij de prerafaelieten en de landschapsschilders vaak verrassend in beeld.

Deze 'observatie en verbeelding in de Britse kunst 1750-1950' biedt een inkijk in het leven en lijden tijdens het Britse Rijk: om te lachen en te huilen, terug te deinzen en nabij te treden om de details te herkennen. Je vraagt je af hoe glijdend de grens kan zijn tussen krankzinnigheid en kunst. De snelle industrialisering – want die speelde zich af in de twee eeuwen ‘British Vision’ – was de drijvende kracht in de massale vervreemding die de Utopische Socialisten (Robert Owen) en later Marx en Engels herkenden.
Boeren en buitenlui werden bij de tienduizenden naar de stedelijke slums gedreven als werkvee in de helse orgieën van kolen en staal, lawaai, verstikkende smog en ijzige ellende.
Hun leven was ellendig. De familiale verhoudingen en de sociale economie in dorpsverband op het platteland werden hongergewijs vernietigd. In de industriesteden bepaalde de markt van lust en last de prijs van een mensenleven. Pas na 1820 kregen de puriteinse moraalridders meer vat op het stedelijke leven. Landschapschilders zorgden voor de romantische ode aan het eenvoudige, zuivere en gezonde leven tussen berg en dal. Gore spotprenten verdwenen naar de achterafkamertjes en de schone schijn maakte opgeld in het Victoriaans tijdperk.

Theodore Dalrymple – Engels psychiater en auteur – heeft ruim werk gewijd aan het fenomeen van de Britse beschaving en wat ervan over is...
Hij fileert met vlijmscherpe pen de ‘Bloomsbury’ Group’ en Virginia Woolf. Het portret door Henry Lamb van Lytton Strachey is een indringend voorbeeld van zelfkritiek in een vergelijkbare betekenis.

Het protestantse puritanisme – waar de directe en persoonlijke relatie met de heersende god centraal staat – is er nooit in geslaagd de gelukzalig bevrijding te beloven zoals het rijke Roomse leven dat met veel zwier voorhield. Een puriteinse scholing en opvoeding was voor velen een vreselijk geestelijk lijden vol verwrongen gevoelens, angsten en pijn om falend verlangen en verboden lusten. De fysieke en mentale automutilatie uit zich in schrikwekkende beelden van lijden en pijn, van verstilde gruwelen als leugens over het leven voor en na de dood.

Zo heeft iemand als Tony Blair tussen precisie en waanzin nu eindelijk rust kunnen vinden.
Eindelijk heeft hij de verlossing van de biecht leren kennen. In zijn anglikaanse geloof droeg hij alleen de verantwoordelijkheid voor zijn zonden, zijn leugens, zijn bedrog. Hij moest daar in de spiegel van zichzelf het eigen oordeel lezen over zijn misdaden tegen de geschiedenis en de menselijkheid. Voorwaar dit kan ondragelijk zijn.
Hoe bevrijdend, verlossend en veilig is dan niet de absolutie die hij uit de gezegende handen van de Roomse Paus Ratzinger – Benedictus XVI - mocht onvangen. Zijn nieuwe moeder, de Ene, Heilige, Katholieke en Apostolische Kerk, vergeeft hem welwillend al zijn zonden zodat hij een nieuw leven kan beginnen. Wat niet het geval zal zijn voor vele slachtoffers van zijn politiek beleid als butler van de Amerikaanse president.
Er waart alweer een spook door Europa: na de bekering van Tony Blair, geeft ook de Franse president Nicolas Paul Stéphane Sárkà?zy de Nagy-Bocsa acte de présence bij de Heilige Stoel, zijn geloofsverklaringen in de ene hand, zijn liefdeslijden aan de andere.
De gelovige schapen horen weer onder de goede herder te blaten.
Bij ‘British vision’ is dit fenomeen ook in beeld gebracht.

De catalogus van ‘British Vison’ met een inleiding van Robert Hooze is zeer de moeite waard omdat de lijnen tussen de verschillende generaties duidelijk worden getekend.
Timothy Hyman analyseert de Britse kunst tussen precisie en waanzin.
De citaten die gepresenteerd worden aan de bezoekers zijn verhelderend:

-'De absolute, genadeloze waarheid '? Wij noemen het een samenleving'?het is een wederzijdse vijandschap. 'Thomas Carlyle, in Past and Present, 1843.
-'Er zijn staten waarin alle visionairen als gekken worden beschouwd.'William Blake , Laocoà?n, 1826-1827
Troosteloze sprookjes: 'Wij zij doordrongen van het puritanisme en we zullen er nooit aan ontkomen, en ik haat het en het maakt ons tot het meest behoedzame schijnheilige ras op aarde.'Edward BurneJones, 1893
-'Als anderen het kunnen zien zoals ik het gezien heb, dan mag het een visioen genoemd worden eeder dan een droom.'William Morris, News from Nowhere, 1892
-'Engeland staat nog steeds buiten Europa. Europa's stemloze trillingen bereiken haar niet. Europa is ver weg en Engeland maakt geen deel uit van haar lijf en leden.'John Maynard Keynes, The Economic Consequences of the Peace, 1919.

En James Ensor bekreunt zich in een belendende zaal dat hij Engelser is dan de Britten, niet alleen door zijn afkomst, maar meer nog door zijn schilderwerk. Het zou zijn marktwaarde over het water ten goede kunnen komen…

Keynes had het in 1919 al goed gezien. ‘British Vision’ is een mooie illustratie van die vaststelling. Rare jongens, die Britten, rare meisjes'?

Dat maakt deze tentoonstelling zo intrigerend:
zo nabij en toch heel anders dan de continentale kunst.

Archief

Ziek tussen lichaam en geest – Museum Dr. Guislain Gent

21 december 2007

‘Ziek tussen lichaam en geest’ in het Museum Dr. Guislain te Gent, nog tot 27 april 2008

“Ziek. Tussen lichaam en geest”

is een samenwerking tussen STAM - Gent Cultuurstad, het Museum Dr. Guislain en het Bijloke Muziekcentrum Gent naar aanleiding van 700 jaar ziekenzorg in de Bijloke, 200 jaar Broeders van liefde en 150 jaar Guislain-instituut..

De tentoonstelling 'Ziek’ in het Dr. Guislainmuseum doet een '? beperkte '? poging om een antwoord te suggereren op de vraag waarom iemand ziek is. Maatschappelijke, culturele en antropologische trends worden aangeraakt. Soms hilarisch, soms ridicuul, soms rommelig, soms onduidelijk, soms beklemmend, soms verbazend en finaal met een merkwaardige doorkijk naar de hedendaagse iconografische kunsten: figuratief en abstract, symbolisch en wetenschappelijk. Want met de tentoonstelling kreeg het museum een opknapbeurt voor haar vaste collectie waardoor de medisch wetenschappelijke iconografie van rà?ntgen tot MRI beter tot zijn recht komt. Daar wordt helder dat niets is wat het lijkt, zeker niet in de geneeskunde met wetenschappelijke pretenties.
Wellicht ongewild, maar het museum Dr. Guislain licht een tip van de sluier op waarin zich de helende werking pleegt te hullen van sjamanen, heilpraktikers, handelaren in elixir, handopleggers, genees-, heel en verloskundigen. Zeker waar het de rol van de iconografie betreft in de zich regulier noemende geneeskunde.
Het helend effect dreigt immers te falen wanneer het mechanisme van de angst onthuld wordt.
Wie de nodige angst in de hoofden van zijn potentiële clientèle kan planten, weet zich verzekerd van een vlotte stroom offers in natura of klinkende munt.
Een gezond en eeuwig leven, een ultieme verlenging van het lijden van een dierbare is best een flinke stuiver waard, niet? En dan helpt de macht van het beeld, de cultuur van het icoon als begrijpelijk symbool van pijn en lijden. Dat hoort gevisualiseerd in een beeldcultuur, dat hoort voorgebeden in een orale traditie van mantra's en bezwerende woorden.
Die helende mantra's zijn in vijftig jaar hun kracht verloren bij westerlingen sinds film en televisie het indringend kijken tot onovertroffen zelfhypnose heeft verheven.
De cultuur past zich aan, de beleving van ziekte en pijn evenzeer.
'Ziek tussen lichaam en geest' lijkt eerder een illustratie voor 'Ziek van lichaam en geest'.

Ivan Illich formuleerde het in zijn Medical Nemesis in 1976 – Grenzen aan de geneeskunde: het medisch bedrijf – een bedreiging voor de gezondheid? glashelder:
In de technische evolutie volgen twee types ontwikkelingen elkaar op: de eerste biedt soelaas en hulp voor velen en vergroten zelfredzaamheid en welzijn, de tweede leidt tot grote afhankelijkheid van specialisten die dure kunsten bedrijven waarbij hun clientèle vooral van de onmisbaarheid overtuigd moet blijven. Geleidelijk aan ' democratiseert ' de toegang tot dit soort specialiteiten wat de commerciële waarde ervan opdrijft.
Gezondheid op de vrije markt maakt van de geneeskunst een kostelijke illusie.
Wie de moed heeft, zich aan deze commerciële wetmatigheid te onttrekken en op een stoà?cijnse manier de dood in de ogen durft te zien, dan wel in een sociale omgeving steun en geborgenheid kan vinden voor zichzelf en zijn nabestaanden, verwerft met het gezond verstand een grote vrijheid.
De beperking van de mateloze dans van de toverdokters en veelbelovers levert een waardevolle zelfredzaamheid en gemoedsrust.

In het Gentse Dr. Guislainmuseum proberen de inrichtende machten in verschillende kabinetten een sfeertje te creëren met de klassieke gruwelbeelden en de gesel van de venerische ziekten die bij voorkeur schrikbarende stigmata in het aangezicht opleveren. Door seksualiteit te demoniseren zou de menselijke driftenergie in feesten van angst en pijn gekanaliseerd worden. Wie zich aan lustvol genot overgaf, zou zich verstoten weten door de gemeenschap. Ja zelfs de eigen familie en geliefden zouden zich beschaamd afwenden van de mateloze bedrijvers van ontucht.
Er waart een merkwaardige geest doorheen dit museum: de menselijke tronie in onbegrijpelijke pijn en akelige grimassen die medelijden moet wekken en tegelijk dreigen als de gesel die het vlees zal tuchtigen.
De broederlijke en liefdevolle zorg voor de minsten onder de Zijnen was een onderdeel van een dubbele moraal: verstedelijking ging gepaard met ontheemding. Verscheurde familiale samenlevingsverbanden konden geesteszieken niet langer handhaven.
Stedelijke samenlevingen bergen ook meer mensen die hun denken niet langer op een rij houden. Stadslucht bevrijdt, maar alleen voor diegenen die het aandurven de gezellige warmte van de schaapskooi te verlaten. Voor anderen is de gedwongen ontheemding een drama dat ze nooit meer te boven komen. Voor hen werden instellingen geschapen waar de Broeders van Liefde hun hemel verdienden. Kerkers werden tuchthuizen, gevangenissen werden tehuizen met een strikte collectieve continuà?teit die het leven weer overzichtelijk maakte voor kolderieke schapen die in zichzelf verdwaalden.
Bezoekende familieleden vervulden hun christelijke plicht en droegen het omen rond om wie uit de band dreigde te springen in de hand te houden met lugubere verhalen over het leed achter de muren en de moderne behandelingen als feesten van angst en pijn.

Ik heb in Guislain al heel wat betere tentoonstellingen gezien dan 'Ziek tussen lichaam en geest': inhoudelijk te licht bevonden, technisch vaak te zwak belicht of te laag geplaatste relieken die dan nog eens veel te summier worden toegelicht, zelfs rolstoelgebruikers hebben er nauwelijks wat aan.
Het begeleidende boek zou dit moeten compenseren, maar blijft naar mijn aanvoelen te oppervlakkig en fragmentarisch. De tekeningen van Félicien Rops zijn schitterend in een passende belichting. Daarvoor kan je in Namen terecht in het Musée Provincial Félicien Rops.

De esthetisering van het medische arsenaal is echter van een ondraaglijke schoonheid: art-deco dokterskasten in glas waarin iedere arts van enig niveau zijn martelwerktuigen aan de patiënt pleegt te tonen, worden nu gepresenteerd in een prachtige symfonie van chroom en glas: steriliseerdozen en labmateriaal met verduurde gummislangen. Een eens zo duur en waardevol instrumentarium vol levensreddende glans en pijnverlichtende klank verstilt hier tot schoonheid met eeuwigheidswaarde.

Maar er leeft alweer een mirakel te Gent.
De affiche van de tentoonstelling ‘Ziek tussen lichaam en geest’ belooft in blauw en rood een boeiende schizofrene inkijk, die je echter nergens kan terugvinden.
In het Museum voor Schone Kunsten kan je daarentegen wel terecht voor 'British Vision' waar 'Mrs. Mounter at the breakfast table '(1916-1917) van Harold Gilman veel goedmaakt: een stilleven waar zijn hospita iedere ochtend schuilt achter het theeservies voor de kwellingen die gedurende de eindeloze dag haar deel zullen zijn.
Bij ‘British Vision’ vind je ook een ruim aanbod van psychopathologische wendingen van de menselijke geest, tot soms prachtige kunst verheven.

Archief

Piet de Moor, ‘Grimmig heden’, een polyfonie. uitg. Van Gennep.

17 december 2007

Piet de Moor, Grimmig heden, een polyfonie. uitg. Van Gennep.

' Boeken maken de tijd ruimtelijk, het zijn doorgangen. Voor Jorge Luis Borges is een verzameling boeken een poort in de tijd.' (36).
Voor deze doorgangen in het labyrint van de tijd levert Piet de Moor met zijn ' Grimmig heden' een bos sleutels. Hij gedraagt zich in dit merkwaardig dagboek als de verzamelaar van de verhalen van hen die niet meer zoeken naar een stem, maar die er wel degelijk toe doen, ook voor anderen.
Als archivaris van zijn 2005 is Piet de Moor een heler geworden met woorden, ook voor zichzelf; want de sleutels in zijn eigen leven lijkt hij verloren gelegd te hebben tussen de boeken van zijn zijn:
' Ik ben een laatbloeier. Waarom? Omdat ik pas laat inzag dat ik niet de schrijver was die ik me lang geleden had ingebeeld te zijn, een beeld waarvan ik geen afstand wilde doen. Maar ik paste niet in dat schrijversimago dat ik voor en van mezelf ontworpen had. Ik stond voor een deur waarvan ik dacht dat ze vergrendeld was, en het duurde lang voor ik ontdekte dat ze moeiteloos openging. Mijn vooroordelen en mijn gebrek aan kennis keerden zich in al hun monsterachtigheid tegen mezelf.' (186)
'Grimmig heden' is geen boek om te lezen. Het is een boek om naar te luisteren en opnieuw te beluisteren zodat we de klank van de sleutels leren herkennen. Dat is heilzaam, ook voor zijn lezers.

In zijn ' Gelaarsde god, Stalin en de aura van de macht' citeert Piet de Moor de Oostenrijkse schrijver Heimito von Dodere in 'Ieder mens een moordenaar' :

'Ieder mens krijgt zijn kinderjaren als een omgekeerde emmer over zijn hoofd gezet. Pas later blijkt wat erin zat. Maar ons levenslang druipt het langs ons heen, hoe vaak we ook van kleren of kostuum wisselen.'

In 'Grimmig heden' komt hij daarop terug:
'Alles gebeurt zoals het op de rol geschreven staat. Omdat echter vertrouwen goed maar controle beter is, probeert de meester de hand vast te houden van degene die schrijft. ( Overweging bij Diderot, Jacques de Fatalist en zijn meester -353)

Dat alles in ons universum bepaald zou zijn, is echter een illusie. Het lijkt maar zo, vooral achteraf omdat je dan de voorbeschikkende lijn kan herkennen in de vele keuzes die gemaakt werden. Toen echter die keuzes gemaakt dienden te worden was er doorgaans geen lijn te volgen. Telkens zijn er talloze doorgangen in ons labyrint, telkens maken we een keuze. Iedere keuze is een verraad, een ontkrachting van alle andere mogelijkheden, ook wanneer de keuze reeds op de rol geschreven leek te staan.
Er is geen voorbeschikking, tenzij achteraf, als excuus voor onszelf en vele anderen.
Wie zich verliest in de terugblik op het voorbeschikte patroon dat achteraf herkend wordt, verliest zichzelf in de stront die uit de emmer op het hoofd blijft druipen.

Piet de Moor opent ' Grimmig heden' met een citaat van Arthur Schopenhauer, ' Over lezen en boeken' uit zijn ' Parerga en paralipomena':

' Er zijn altijd twee soorten literatuur geweest, die tamelijk vreemd naast elkaar staan: een werkelijke en een schijnbare. De eerste groeit uit tot een blijvende literatuur. Beoefend door mensen die voor de wetenschap of de poëzie leven, gaat ze ernstig en steil, maar uiterst langzaam haar gang, en brengt Europa per eeuw nauwelijks een dozijn werken tot stand, die echter wel blijven. De andere literatuur, beoefend door lieden die van de wetenschap en de poëzie leven, gaat in galop, begeleid door een hels kabaal en geschreeuw van de belanghebbenden, en brengt jaarlijks vele werken op de markt. Maar na al enkele jaren vraagt men: waar zijn ze? Waar is hun zo vroege en luidruchtige roem? Men kan de laatste dan ook de vlottende, de eerste de staande literatuur noemen.'

Met sommige van zijn 'Grimmig heden' heeft Piet de Moor een bijdrage geleverd die de staande literatuur rond deze millenniumwissel stevig ondersteunt.

Lees verder »

Archief

Hanne-Vibeke Holst, Kroonprinses – Archipel 2007

14 december 2007

Hanne-Vibeke Holst, Kroonprinses – Archipel 2007

'Kroonprinses' gaat vooraf aan de 'Koningsmoord' maar verscheen pas na de kroniek van een aangekondigde moord in het Nederlands: een nadeel en een voordeel, want het verleidt je tot herlezen van de magistrale 'Koningsmoord' van Hanne-Vibeke Holst. Ze biedt een minutieus en hyperrealistisch opgebouwd beeld van het gevecht om de politieke macht binnen de Deense sociaal-democratie. Ze onthult hoe dit nadien explodeert in de handen van de hoofdrolspelers.
Met 'Kroonprinses' trekt Hanne Vibeke Holst haar lezers doorheen het boek in een wervelend realistisch verhaal over vrouwen in de politiek en het lijden dat hun deel is: voor, tijdens en na, in het publiekstheater en thuis tot die gedenkwaardige dinsdag van 11 september 2001.

Haar beide politieke romans verdienen aanbeveling bij alle vrouwen met politieke ambitie, machtsverlangens en een beetje intellectuele vermogens. Het helpt hen gegarandeerd om de ondraaglijke lichtheid van het politieke bestaan te relativeren. Het helpt hen ongetwijfeld om Niccolà? Machiavellis 'Heerser' uit 1513 te begrijpen.
Voor wie ' Il Principe ' en de ' Discorsi ' te complex doorwegen en de tijd voor reflexie beperkt is, biedt wikiquote voldoende passende citaten.
Haar beide politieke romans verdienen aanbeveling bij alle mannen die politieke ambities hebben omdat ze er een voorproefje van hun lijdend leiden kunnen lezen, maar ook bij alle mannen die politieke ambities hadden nadat ze zonder al te veel scha en schande ontsnapt zijn uit de dans om de macht.
Wie nog over de dansvloer denkt te zwieren, kijkt beter naar de filmversies die naar verluidt in Zweden worden uitgebracht van Holsts drama over de koninklijke kunst van het democratische spel.

Hanne-Vibeke Holst (1959) is een Deense schrijfster, columniste, journaliste en documentairemaakster. Zij is zeer gerespecteerd als een uitgesproken verdediger van de rechten van de vrouw. Ze zetelt in de raad van beheer van de Deense nationale UNESCO commissie en schrijft over vrouwenzaken voor UNFPA, het bevolkingsfonds van de Verenigde Naties. Haar werk is in niets vergelijkbaar met wat de Vlaamse 'UNFPA goodwill ambassador' ervan bakt, al dan niet op de treurbuis van haar leven.

Naar aanleiding van 'Koningsmoord' biedt het Deens Kultureel Instituut een boeiend interview van Marnix Verplancke met de auteur over de positie van de vrouw in de politieke en de samenleving.

'Wanneer vrouwen de politiek ingaan. laten ze zich al te makkelijk afblaffen. Van die vrouwen brutale wezens maken die meedraaien in het politieke machtsspel, ligt niet voor de hand.
('?)
Je kunt je niet voorstellen hoe erg het gesteld is met mannelijk geweld tegen vrouwen, daar valt het internationale terrorisme bij in het niet.'

We don't give up, Hanne!

78. Shakespeare leerde ons al dat de politiek een bloedig ambacht is. Misschien is het wel daarom dat wij die ons buiten de arena bevonden maar gefascineerd aan de zijlijn toekeken, vermeden hebben dat universum te betreden, waar vrienden elkaars vijanden worden, misdaad loont en rechtvaardigheid niet altijd zegeviert. In ieder geval niet op korte termijn. Van buitenaf gezien lijkt het gewoon te grof, te lelijk, een hedendaags Forum Romanum. Maar als dit alleen maar zo zou zijn, zou niemand hier vandaag de dag staan. Want politiek is toch ook een strijden voor goede dingen, voor vrijheid, gelijkheid, rechtvaardigheid. En hier op deze plaats, in dit ministerie, waarvan ik misschien diep vanbinnen altijd gedroomd heb om het te mogen leiden, is het en moet het ons privilege zijn, om voor zoiets belangrijkste te mogen strijden als dit milieu en deze natuur, die we toch aan ons zullen moeten onderwerpen, willen we überhaupt als soort kunnen overleven.

97. Dus een politicus kan kiezen tussen een langzame, stille dood of een plotselinge en gewelddadige.

99. We hebben het erover dat je als politicus een talent moet ontwikkelen om zoveel mogelijk van je politieke standpunten erdoor te krijgen. Dat een goed politicus zijn actieradius kent en dat een goed politicus zelfs in staat is deze uit te breiden door anderen met zich mee te krijgen. En dat verkrijg je niet door over je integriteit te jammeren of bang te zijn om vieze handen te krijgen.

121. Zo zag ze er thuis ook uit, daar was hij zeker van. Zo zag ze eruit wanneer ze zichzelf was. In tegenstelling tot haar voorganger, die nooit, ook niet als hij in het weekend zonder stropdas binnenkwam, zijn ministerhouding aflegde. Hij was één geworden met de rol en dat had hem genekt. Zijn knieval voor de zoete smaak van de macht, zijn gebrek om de dingen los van elkaar te kunnen zien. Misschien lag het gevaar vanbinnen opgegeten te worden door een kleine wormpje van ijdelheid het meest op de loer bij mannen. Wat niet betekende dat vrouwen geen last van grootheidswaan kregen. Hij had daar voorbeelden van gezien, die niet onderdeden voor die van mannen. Maar toch leek het alsof vrouwen de verleiding om één te worden met de figuur beter weerstonden. In ieder geval werden ze er niet zo door geà?mponeerd en dat vond hij wel een opluchting. Ook al kon hij natuurlijk best het gevaar inzien van het teveel jezelf zijn. Er lag per slot van rekening ook een zekere bescherming in de pose en in het pantser van de macht.

248. Als je je in het gevecht om de macht gaat werpen, word je zeker onderuitgehaald, onder de voet gelopen of onder vuur genomen door sluipschutters, wat dan ook. Dus daarom moet je de macht zà? graag willen dat je die ook wil veroveren. Daarmee wordt je perspectief ook groter. Dan gaat het niet alleen om je merites als milieuminister. Dan moet je iets verder denken.

Archief

Stefan Zweig, De wereld van gisteren – Herinneringen van een Europeaan. uitg. De Arbeiderspers

9 december 2007

Stefan Zweig, De wereld van gisteren – Herinneringen van een Europeaan. uitg. De Arbeiderspers

Stefan Zweig (1881) maakte op 22 februari 1942 samen met zijn tweede vrouw Charlotte '? Lotte – Altmann in de buurt van Rio de Janeiro een einde aan hun leven. Met 'De wereld van gisteren' had hij na een leven van lezen, schrijven en reizen, van zwerven, vluchten en verliezen zijn autobiografie als Europees intellectueel volbracht. Het leven was in hun denken voorbij en hen restte moed, zin, noch wil om na de nederlaag van Hitlers Duitsland nog eens helemaal opnieuw te beginnen in een wereld die ze nauwelijks zouden herkennen. Hij was het moe en der dagen zat.

In zijn afscheidsbrief zegt hij het als volgt:

»Ehe ich aus freiem Willen und mit klaren Sinnen aus dem Leben scheide, drà?ngt es mich, eine letzte Pflicht zu erfüllen: diesem wundervollen Lande Brasilien innig zu danken, daà? es mir und meiner Arbeit so gut und gastlich Rast gegeben. Mit jedem Tage habe ich dies Land mehr lieben gelernt, und nirgends hà?tte ich mir mein Leben lieber vom Grunde aus neu aufgebaut, nachdem die Heimat meiner Sprache für mich untergegangen ist und meine geistige Heimat Europa sich selber vernichtet. Aber nach dem 60. Jahre bedürfte es besonderer Krà?fte, um noch einmal và?llig neu zu beginnen. Und die meinen sind durch die langen Jahre heimatlosen Wanderns erschà?pft. So halte ich es für besser, rechtzeitig und in aufrechter Haltung ein Leben abzuschlieà?en, dem geistige Arbeit immer die lauterste Freude und persà?nliche Freiheit das hà?chste Gut dieser Erde gewesen. Ich grüà?e alle meine Freunde! Mà?gen sie die Morgenrà?te noch sehen, nach der langen Nacht! Ich, allzu Ungeduldiger, gehe ihnen voraus.«

De naà?viteit waarmee hij in zijn '?Wereld van gisteren '? Herinneringen van een Europeaan'? het socio-culturele leven in Frankrijk en het Oostenrijks-Hongaarse Keizerrijk bejubelt, is merkwaardig maar eerlijk. Hij probeert manmoedig zichzelf te tekenen in het licht van de tijd van toen en gunt de lezer inzage in het wel en wee van de Europese intellectuele elite và?à?r de Eerste Wereldoorlog.
In de loop van zijn boeiend bestaan als telg van een geassimileerde rijke en gecultiveerde joodse familie uit Wenen leerde hij zowat de hele westerse artistieke en filosofische wereld kennen.
Zijn literair werk was succesvol en hij behoorde tot de culturele fine fleur van zijn tijd.
De teneur van zijn herinneringen is soms pedant, op het randje van snobistisch snoeven.
Zijn analyse van Hitlers opkomst en succes is indringend, die van zijn eigen falen in het verzet evenzeer.
In zijn studie over Erasmus herkent hij het falen van de intelligentsia en zichzelf tegenover de gemanipuleerde dwaasheid van zijn tijd :

368. Hoewel Erasmus de zotheid van de tijd beter doorzag dan de professionele wereldverbeteraars, was hij op tragische wijze toch niet in staat haar een halt toe te roepen, ondanks al zijn intelligentie.

Zweig weet boeiend het gekronkel en gekonkel van sommige artistieke vrienden van weleer te verhelderen. Zo wijdt hij ondermeer boeiende stukken aan de relatie van Richard Strauss met de nazi-kopstukken

Aangrijpend zijn de bladzijden waarin hij de boekverbrandingen door de Duitse studenten beschrijft, het pijnlijke lot dat ook zijn eigen geesteskinderen deelden:

'? Volgens hetzelfde systeem waarmee men de 'volkswoede' organiseerde om de al lang voorbereide boycot van de joden te realiseren, kregen de studenten een geheim signaal om hun 'verontwaardiging' over andere boeken in het openbaar te uiten. En de Duitse studenten, blij met elke gelegenheid om blijk te geven van hun reactionaire gezindheid, vormden gehoorzaam groepen aan elke universiteit, haalden exemplaren van onze boeken uit de boekwinkels en marcheerden onder wapperende vlagen met deze buit naar een of ander plein. Daar werden de boeken à?f naar oud Duits gebruik – het was ineens middeleeuwen troef – aan de kaak gesteld, aan de publieke schandpaal gespijkerd('?), à?f ze werden omdat het helaas niet toegestaan mensen te verbranden, op grote brandstapels onder het opdreunen van vaderlandslievende spreuken tot as verbrand.( 353)'?

Hij vluchtte in februari 1934 tijdens de machtsgreep van Dolfuss tegen de socialistische bolwerken in Oostenrijk naar Londen en verder naar de V.S.A. en Brazilië, maar steeds droeg hij de schaduw bij zich van de wereld van gisteren:

419. De zon scheen krachtig en helder. Toen ik naar huis terugliep, zag ik ineens mijn eigen schaduw voor mij, zoals ik de schaduw van de andere oorlog achter de huidige zag. Hij is sinds die tijd niet meer van mij geweken, deze schaduw, hij hing bij dag en nacht over al mijn gedachten; misschien ligt zijn donkere vorm ook wel op veel bladzijden van dit boek. Maar elke schaduw is in diepste wezen toch ook een kind van het licht, en alleen wie licht en donker, oorlog en vrede, hoogtepunten en dieptepunten heeft meegemaakt, alleen die heeft waarachtig geleefd

Wie Stefan Zweigs herinneringen heeft gelezen, herkent in de bloedige evolutie van Europa in de voorbije 150 jaar de beklemmende opmerking van Jacq Vogelaar in zijn meesterwerk 'Over Kampliteratuur':

'?25. Er is een banale uitdrukking: de geschiedenis herhaalt zich: de eerste keer als tragedie, de tweede keer als klucht. Nee. Er is nog een derde weerspiegeling van dezelfde gebeurtenissen, van hetzelfde onderwerp, een weerspiegeling in de 'lachspiegel' van de onderwereld. Het onderwerp is onvoorstelbaar en tegelijk werkelijk, het bestaat echt en leeft naast ons.'?

Stefan Zweigs wereld van gisteren steunde na de tragedie van de XIX de eeuw op een intellectueel concept en werd dus voortdurend te licht bevonden voor de door Marx ontsluierde sociaal-economische machtstrijd.
Vandaag lijkt de derde spiegeling voorlopig de mooiste en de duurzaamste’, die van ‘le Chevalier aux Mirroirs’...

Lees verder »

Archief

Paul Scheffer, Het land van aankomst: 'Alles van waarde moet zich verweren.'

8 december 2007

Paul Scheffer, Het land van aankomst- De Bezige Bij 2007

Paul Scheffer is een moedig en vlijtig man. Hij weigert toe te geven aan de verleiding van de vermijding, wat in Nederland wel eens als tolerantie geroemd wordt.
Na zijn fenomenale steen in Neerlands kikkerpoel met 'Het multiculturele drama ' uit 2000 in NRC Handelsblad levert hij nu een doorwrochte analyse op van 'Het land van aankomst', over de migratiebewegingen en de effecten op de landen van aankomst, Nederland en elders in de westerse wereld.
Dit vlot geschreven handboek is voor mij als eye-opener vergelijkbaar met de 'Markt van welzijn en geluk' uit 1981 van Hans Achterhuis. Het gaat om een grondig onderbouwde analyse van de loze kreten en het oorverdovend gefluister waarmee velen die zich 'links' heetten, de zelfverklaarde solidariteitsnorm trachtten te imiteren. Onderwijl bleken de proletariërs als enige bevolkingslaag rechtstreeks geconfronteerd met de gevolgen van de gastarbeid en de migratie. Ze voelden zich verweesd, verlaten en kregen van hun socialistische leiders het verwijt van racisme en eigenbelang bovenop wanneer ze hun problemen probeerden te ventileren.
Scheffer onderzoekt de economische en sociale betekenis van de gastarbeid en de migratie uit de naoorlogse jaren: enkel tanende industrieën kregen zo meer ademruimte. Ze konden nog een paar decennia lagere lonen betalen voor werk dat te smerig was voor mens en milieu. De sociale gevolgen waren voor de zwakste proleten die meer loon en appreciatie eisten voor hun arbeid en dus rechtstreeks in concurrentie kwamen met de 'gastarbeiders', die werden ingevoerd ‘omdat de autochtonen dat vuile werk niet meer wensten te doen ‘(!), zeker niet aan zo'n schamel loon.
Ook het positieve demografische effect van een immigratiebeweging van jonge arbeidskrachten op een vergrijzende bevolking is volgens Scheffers bronnen omzeggens verwaarloosbaar.

Het samengaan van massale immigratie en de verzorgingsstaat is uniek: er zijn geen andere voorbeelden van in de geschiedenis. De gevolgen zijn voor iedereen zichtbaar: grote groepen migranten zijn in een situatie van afhankelijkheid geraakt. Wat een initiatiefrijk deel van de samenleving zou moeten zijn '? immigranten zijn immers bij uitstek overlevers '? is verworden tot het meest onbeweeglijke deel van de bevolking. (38).

Het is waarlijk verbijsterend hoe respectabele 'linkse' of sociaal bewogen mensen in het Westen decennia lang zichzelf en hun aanhang bleven kastijden met de verknoopte zwepen van zelfverklaarde schuld aan de migratiestromen elders in de wereld en richting West Europa.
We waren zo verblind door onze humanitaire normen en waarden dat we niet konden noch wensten te begrijpen of te geloven wat de reële economische drijfveer achter veel migratiestromen waren.

Wanneer Nederlandse kooplieden voor het grootkapitaal met Vlaamse wortels van de V.O.C. de wereld afschuimden, waren zij in de ogen van de machtige rijken in China, Japan, India en Indonesië niets meer dan een stelletje lachwekkende gelukzoekers die bedelden om kralen en spiegeltjes. De producten waar ze initieel op uit waren, hadden voor de autochtone heersers nauwelijks een economische, culturele en politieke betekenis.
Dat was eens weer thuis in Europa wel even anders.
Het werd helemaal anders wanneer de handelaars-veroveraars een goed geoliede slavencarrousel tussen Afrika, Amerika en Europa konden draaiende houden en later met sluw krijgsgeweld tanende Aziatische rijken in handen kregen.
De inschatting van de V.O.C.-helden door Japanners en Chinezen was vergelijkbaar met die van de eerste groepen gastarbeiders in Noord West Europa. Hun culturele waardeschaal was zo verschillend dat ze noch een bedreiging vormden noch een betekenis hadden voor de heersende cultuur. Ze waren hoogstens een curieuze bron van vermaak. En vice versa. Want in de ogen van de blanke Europeanen, eens ze thuis over hun heldendaden en succesvolle manoeuvres konden opsnijden, waren die oosterlingen en zwarten evenzeer een bron van vermaak. Het referentiekader van migranten en autochtonen, van avonturiers en slachtoffers, van veroveraars en overwonnenen blijft immers generaties lang stabiel en gebaseerd op de eigen normen en waarden, de herkenning van de eigen identiteit die bepaald blijft door het land, de cultuur, de religie, de stad, het dorp, de familie van herkomst.

Huntington beweert: 'Immigranten gaan deel uitmaken van een bestaande samenleving, terwijl kolonisten hun eigen samenleving voortbrengen.' (294).

Alle migranten in de eerste generatie worden gestuurd door hun achterban, zeker in premoderne samenlevingen waar de hele familie, clan of dorp investeert in hun helden die elders geluk gaan beproeven, al dan niet op V.O.C. of piratenschepen. Zij zijn niet zozeer gedreven door de bittere armoede '? want doorgaans staat er een forse investering achter hun avontuurlijke ontdekkingsreizen. Zij zijn niet zozeer bezweken voor de verlokkingen van het rijke en 'vrije 'westen '? een illusie die wij hier maar al te graag blijven koesteren. Zij worden eerder gestuurd als een economische investering '? risicokapitaal '? vanuit de groep van herkomst. Zij proberen de routes uit, zij zoeken mogelijke bronnen van inkomsten en zijn de pioniers voor wie nagestuurd worden.
Ook vandaag is de kapitaalsexport door deze migranten naar hun landen van herkomst vaak de belangrijkste bron van inkomsten voor die landen. ( 300 miljard dollar per jaar)
Wanneer Europa de roep kreeg ruimhartig te zijn voor vervolgden die asiel zoeken, werd dat al gauw de dekmantel voor een intensieve mensenhandel en een hoop menselijke ellende.
Intussen is de positie van die migranten door hun aantal zo veranderd dat ze een segregatie in de eigen religieuze en culturele sfeer in West Europa aankunnen. Zeker wanneer door de teloorgang of de delocalisatie van de inefficiënte en smerige industrieën hun aanwezigheid steeds minder economische belangen dient. Dan zien sommige van hun – vaak later geà?mporteerde – leiders zichzelf als kolonisten die een eigen zuivere samenlevingsvorm proberen op te bouwen, wars van het moreel en religieus verval waarvan ze menen dat het welig om hen heen tiert onder de vleugels van vrijheid, gelijkheid en broederlijkheid.
De gevolgen van zo'n segregatie zouden nog kunnen meevallen zoals bij reeds langer aanwezige niet islamitische culturen.
Maar nogal wat geestelijke leiders van gesegregeerde groepen met een eigen religieus superioriteitsverhaal en veel rancune over een groots maar verloren verleden, bleken en blijken niet altijd bereid de burgerlijk democratische rechten en plichten in West Europa als centraal gegeven te aanvaarden boven alle andere normen en waarden van eigen bodem en geloof.
Vaak lijken in hun ogen autochtonen bijzonder los en denigrerend om te gaan met de eigen vrijheden en democratische waarden. Ze begrijpen niet hoe dit spel een onderdeel kan zijn van het democratisch theater. Ze vatten niet dat met die westerse normen en waarden wel kan gespot worden, dat er zelfs ‘cynisch’ strijd tegen mag gevoerd worden, maar dat ondanks dit geveinsde spel van kritiek en politiek aan die burgerlijke vrijheden nooit echt kan getornd worden.

409. De gedachte was te veel dat de vrijheden zich als vanzelf zouden verdiepen, maar het lijkt erop dat de vrijheid in diskrediet aan het raken is en de roep om veiligheid steeds luider klinkt.
Wanneer we de bekende dichtregel van Lucebert '? 'Alles van waarde is weerloos' '? op zijn kop zetten, kunnen we zeggen: 'Alles van waarde moet zich verweren.'

Het misverstand tussen een cultuur en een religie die nog beweert vast te houden aan zuivere en volmaakte zekerheden en een cultuur en religie die twijfel en onzekerheid erkent als garantie voor een minimum aan menselijkheid, is daarom des te pijnlijker.

Zonovergoten woestijnen krijten onweerlegbare lijnen die verglijden in een fata morgana van het unieke Grote Gelijk.
Nevelen en schaduwen in de schemering van het woud zijn de basis van twijfel en onzekerheid, de echte kracht en kern van het Europese ongeloof, onze grootste kans op een minimum aan menselijkheid.
Komen goden immers niet naar Europa om er te sterven?
Van de Griek Diogenes, over de moslim Averroës, langs de Antwerpse Amsterdammer Frans van den Enden en de Nederlands-Portugeze Jood Spinoza, tot en met de Fransman Voltaire of de Duitser Nietzsche, telkens weer kreeg het 'Verlichtingsdenken' in Europa zijn beslag.
Europa weet, uit haar eigen bloedige verleden, dat het geloof in één God of een heilige zaak géén eenheid brengt, zoals Amerikaanse politici en islamitische fundamentalisten graag beweren. Geloof '? ook 'Ander Geloof' dat de publieke ruimte opeist – zaait verdeeldheid en verderf.
Om een beetje dichter bij de menselijkheid te komen, moet je afstand doen van ieder fanatiek geloof '? zeker in die openbare ruimte. Allen die in Europa leven, ook mohammedanen, moeten dit ongeloof leren hanteren als de enige redelijke kans op slagen van menselijkheid.
Opdat mensen elkaar niet zouden afslachten moeten zij van elkaar kunnen accepteren dat er niet één waarheid is, maar dat er meerdere 'waarheden', meerdere leugens en misleidingen kunnen bestaan en moeten bestaan, eenieder de hare of de zijne.

355. In een seculiere samenleving kan religieuze volmaaktheid alleen maar in afzondering worden beleefd. En zelfs dan zijn er grenzen, want in een rechtsstaat waar de islamitische wet geen enkele rol speelt zal een zekere krenking moeten worden aanvaard.
De sharia verbindt aan afvalligheid rechtsgevolgen die in ons land onaanvaardbaar zijn, zoals ontbinding van het huwelijk, ontzegging uit de ouderlijke macht en verval van erfrechtaanspraken.
Morele overtuigingen die in de islamitische wetgeving zijn vastgelegd vinden hier geen erkenning.
Sterker nog: deze rechtsnormen zijn in strijd met onze beginselen van gelijkheid en vrijheid.
Waar gewetensvrijheid heerst, heeft het geloof als juridische discipline geen plaats
.

Scheffers 'Het land van aankomst' is een mijlpaal.
Het brengt voor het eerst en uitputtend een ruim gamma aan invalshoeken van migratiebewegingen samen in één boek.
Maar het mist een degelijk notenapparaat en een thematisch register.
Het mist een even uitputtend gamma aan voorstellen en maatregelen om de clash der beschavingen binnen Europa tot kleurrijk uitdijende vuurwerk te helpen verbouwen.
Europa kan nooit het Amerikaanse integratie-draaiboek gebruiken omdat daar geen echte vormen van sociale zekerheid bestaan. De V.S.A. hebben van meet af gekozen voor de klemtoon op individuele vrijheid en verantwoordelijkheid. Alle falen en ieders ellende wordt verklaard onder het motto ‘eigen schuld dikke bult’. De Europese lidstaten hebben historisch gekozen voor 'social binding and social bridging', de structurele opbouw van sociaal kapitaal.
Dat vraagt veel meer verplichtingen en veronderstelt een georganiseerde 'verheffing' van de sociaal zwakkeren en de nieuwkomers. De Europese cultuur verwacht meer van een goed onderbouwd sociaal systeem om haar burgers en migranten de kansen te bieden tot zelfontplooiing en bijdragen aan de samen-leving.
Dit aloude emancipatie – ideaal mag zich niet laten verleiden tot vermijden, zelfs niet om de lieve vrede te bewaren. Wie hier wil meespelen in het maatschappelijke leven, wie hier wil genieten van de burgerlijke vrijheden en van de sociale zekerheid is verplicht ze zelf na te leven en moet er ook actief toe bijdragen.

Het pleidooi tot onthechting van V.S. Naipaul in 'A Bend in the River' is een mooie epiloog voor 'Het land van aankomst'.
Maar dit soort onthechting of dit soort verraad van de veilige – maar illusoire – idealen uit de eigen jeugd, zal noodgedwongen beperkt blijven tot de elites van de verschillende culturen.
De mainstream zal enkel door vele kleine contacten tijdens het verplichte kwalitatief hoogstaand onderwijs, op het werk, tijdens winkelen, wandelen en ontspannen kunnen evolueren tot een zelfbewuste, zelfrelativerende, open en ruimdenkende stroming.
Dat vraagt veel tijd, veel onthechting tijdens de conflictueuze getijdenwerking, maar het biedt een ruime kijk en een bevrijdende blik.

440. Europa heeft de wereld aangeraakt en wordt nu in toenemende mate geraakt door die wereld. Niet alleen hebben we deze wederkerigheid veroorzaakt, maar in menig opzicht hebben we die ook gewild.
De confrontatie met een militante islam beneemt het zicht op een welkome verandering. Want de wedijver met het Verre Oosten kan een energie losmaken die ons helpt uit de beklemming te raken. Die aandrang
van buiten is nodig. Hetzelfde geldt voor de komst van immigranten: hun aanwezigheid is een voortdurende uitnodiging tot zelfonderzoek. Wanneer we begrijpen dat een ontspannen samenleving
om een inspanning vraagt, kunnen we met overtuiging tegen mensen die van heinde en verre komen zeggen: welkom.

17. Te lang waren degenen die niet in de wijken woonden waar de migranten zich vestigden de warmste pleitbezorgers van de multiculturele samenleving, terwijl degenen die er wel woonden op den duur wegtrokken. Hun stem werd niet gehoord of werd gekleineerd als een vorm van vreemdelingenhaat.

46. Maar dat recht op godsdienstvrijheid brengt ook een verplichting voor moslims met zich mee, namelijk dat men de vrijheid van mensen met een ander geloof of geen geloof wil verdedigen

97. Het is een doodlopende weg om burgers eraan te herinneren dat ze wereldburgers zijn geworden wanneer niet tegelijkertijd wordt gezocht naar antwoorden op de behoefte aan continuà?teit en gemeenschapszin.

113. 'Werknemers verliezen doordat immigranten de lonen verlagen. Werkgevers winnen omdat immigranten de lonen verlagen'

116. Er is een groot risico dat demografische stagnatie, economische crisis en sociale verstarring hand in hand gaan. Terwijl door de globalisering de aanpassingsdruk op samenlevingen steeds groter aan het worden is,wordt door de demografische teruggang het aanpassingsvermogen van diezelfde samenlevingen steeds minder.

126. Multiculturalisme en marktliberalisme hebben veel overeenkomsten: in beide gevallen wordt de waarde van het sociale compromis binnen de eigen grenzen ernstig betwijfeld.

165. De tolerantie zoals die werd beoefend in de Republiek moet niet als een verheven beginsel
worden gezien. De historicus Van Deursen komt tot een afgewogen oordeel: 'De befaamde Hollandse tolerantie behelsde dus een flink stuk opportunisme. Juist daarom heeft ze veel succes gehad. Ze was een typisch product van de pragmatische Hollandse cultuur. Niettemin bevatte ze wel degelijk ook een principieel element. De oude instinctieve afkeer van gewetensdwang is in haar geà?nstitutionaliseerd.' ('?)
De historicus Remieg Aerts schrijft: 'Hetzelfde beschavingsideaal dat verdraagzaamheid als deugd beschouwde, omvatte ook ingetogenheid en fatsoen, dat wil zeggen: aanpassing aan de bestaande orde en vorming in haar conventies.'

174. In een land met godsdienstvrijheid is plaats voor de islam op voorwaarde dat moslims de plicht aanvaarden om diezelfde vrijheid te verdedigen voor anderen waarmee men het fundamenteel oneens is.
Daarvan blijkt weinig in tal van moskeeën, waar de grondslagen en de instituties van de liberale democratie worden afgewezen. Lang is weggekeken, men wilde geen conflicten veroorzaken.

188. Van Deursen zegt het op zijn eigen manier: 'Geschiedenis gaat over liefde voor de medemens.
Liefde houdt niet op bij de dood. Daarom moet aandacht voor het verleden blijven bestaan; niet omdat je er beter van wordt. Als dat toch gebeurt, is het mooi meegenomen

349. Toch is de neergang van de islamitische wereld al voor die koloniale bemoeienis begonnen en heeft zich doorgezet na het vertrek van de koloniale mogendheden. Er is dan ook alle reden voor een zelfonderzoek, dat niet mag worden vermeden door het voortdurend stellen van de schuldvraag: 'Wie heeft ons dit aangedaan?' Het antwoord is: uiteindelijk niemand, de eigen verantwoordelijkheid moet onder ogen worden gezien. De neergang is van eigen makelij en heeft alles te maken met een afsluiting ten opzichte van de economische en wetenschappelijke innovaties in Europa. De renaissance, de reformatie, de technologische revolutie gingen zo goed als onopgemerkt voorbij aan de moslimwereld, die volhardde in het beeld van de christelijke Europeanen als barbaren, van wie weinig tot niets te leren viel. Die naar binnen gekeerde houding van de moslimwereld is fataal gebleken.
De afsluiting tegenover Europa duurde lang en was diepgaand.

355. Wezenlijk is dat de islam zichzelf ziet als de opvolger en vooral ook de vervolmaking van het jodendom en het christendom. Deze inherente superioriteit van de islam in de ogen van zijn aanhangers is een deel van de verklaring waarom de interesse in de westerse wereld pas laat op gang kwam. ('?)
Morele overtuigingen die in de islamitische wetgeving zijn vastgelegd vinden hier geen erkenning.
Sterker nog: deze rechtsnormen zijn in strijd met onze beginselen van gelijkheid en vrijheid.
Waar gewetensvrijheid heerst, heeft het geloof als juridische discipline geen plaats.

Archief

Ruiyuan C: zwartwit en kleur van de vergankelijkheid – Hakka Tulou woningen

6 december 2007

Ruiyuan C: zwartwit en kleur van de vergankelijkheid – Hakka Tulou woningen, of hoe de ‘joden’van Azië overleefden.

In Sjanghai heb ik vorig jaar zijn foto's voor het eerst gezien in het kunstencentrum Moganshan Lu 50. Mijn oog viel op zijn merkwaardige composities in zwartwit van Hakka Tulou woningen met één discreet kleuraccent.
Hakka zijn Han Chinezen die gedurende bijna 2000 jaar in vier grote golven al dan niet gedwongen door de centrale heerser naar het zuidoosten van het rijk emigreerden en van daaruit in verschillende eeuwen over heel de wereld. Vandaar hun epitheton Chinese ‘joden’.
Zij bouwden hun huizen als ronde of vierkante vestingen met een enkele toegangspoort, zonder ramen op de onderste verdiepingen waar vee en voorraden werden bewaard.
Op de hoogste verdiepingen leefden de ‘dorpelingen’.
De binnenplaats werd een tempel voor de voorouders die midden hun nakomelingen aanwezig bleven, tegen een vijandige buitenwereld die de Hakka hun economisch en politiek succes benijdden.
De invloed van dit belaagd opgroeien in een vijandige omgeving – doch beschut binnen de eigen muren – met de eigen netwerken over heel China en later over de hele wereld moet in die vele eeuwen zeer groot zijn geweest.

De foto's van Ruiyan C zijn schitterend door zijn spel met zwartwit en kleur om de vergankelijkheid van de onvergankelijke en eeuwige waarheid vast te leggen, voor wie na ons komen zal.

Ruiyuan C '? Vision Videa

Freelance photographer ,the Chinese Photographers members , the Shanghai Photographers members and the Fujian Photographers members. Youth Photographic Society of Fujian, executive director of Putian City Youth Photographic Society vice president.

In Fujian Youth Photographic Society Tenth Member Showcase ,the work “Homeland” was the Gold, “Water Melody” and”Shops” were Bronze,”Area between” and “Splendid Sunshine” were outstanding awards,In National Amateur Photographers Photography Contest,The work “Raincoats or Umbrellas” won awards for excellence.The work “Beautiful Impression” won the gold prize and also published in the Journal of the National Popular Photography.Prior to this, many of his works have been published in this magazine.

“Wuyishanshui” was second prize in the photography contest “Entering Wuyishan” by CCTV.

met dank aan Arlette voor de foto’s – aan Rik & Iris voor het behouden transport.