Archief
Malcolm Kendrick, De cholesterolhype: Cholesterol en de strategie van de angst.
'Voor ieder gecompliceerd probleem bestaat een oplossing die eenvoudig is,
direct, begrijpelijk… en fout.' H. L. Mencken.
15. Vooral de medische wetenschap (een beter voorbeeld van een contradictio in terminis is nauwelijks denkbaar) heeft een lange en uitgesproken traditie van volstrekt de verkeerde conclusies trekken, de ogen stijf dichtknijpen, grimmig vasthouden aan een geliefd, maar belachelijk idee en vooral niet luisteren naar wie dan ook. Iemand nog een bloedzuiger? Of misschien een radicale mastectomie? Een tonsillectomie of een verwijdering van een
toxische dikke darm? Hoe lang geloofden we in het bakerpraatje 'geen bacterie overleeft in de menselijke maag'? Wat te denken van 'strikte bedrust na een hartinfarct'? Hoeveel miljoen levens heeft dat gekost? De lijst achterlijke, schadelijke, ronduit foute dingen die dokters door
de jaren hebben geleerd en gedoceerd, is tamelijk deprimerend. Het stemt mij in elk geval van tijd tot tijd somber. We maken allemaal fouten. Zelfs ik. Maar om de een of andere reden is de medische stand extreem ongenegen om fouten toe te geven. Ik vermoed dat het te maken
heeft met controledwang.
33. Want ik denk dat verzadigde vetten op geen enkele manier schadelijk of gevaarlijk zijn. Als ze dat waren, zouden ze niet zo verdomde goed smaken. De natuur heeft de gewoonte ons te waarschuwen voor gevaarlijk voedsel, door het een bittere of anderszins vieze smaak te geven. Of door het knalrood dan wel gifgroen te maken. Maar natuurlijk, ik ken het tegenargument in al
zijn Darwinistische glorie: het maakt de natuur geen bal uit wat er met ons gebeurt als we te oud zijn om ons voort te planten, dus dingen die ons na ons vijftigste de das om doen, die tellen niet. Ik weiger deze discussie aan te gaan, omdat je hem niet kunt winnen en niet kunt verliezen.
Je accepteert het of je verwerpt het, afhankelijk van je filosofische vooronderstellingen.
38. Er is geen enkel verband tussen cholesterol in de voeding en cholesterol in het bloed. Eigenlijk hebben we dat altijd geweten. Cholesterol in de voeding is volledig betekenisloos, tenzij je een kip of konijn bent. Ancel Keys, PhD, Emeritus Professor aan de University of Minnesota, 1997.
49. Als wie dan ook me nog één keer vertelt dat coronaire hartziekte multifactorieel is, ga ik gillen. Het is de ultieme dooddoener. Het stelt iedereen in staat alles te zeggen zonder zich eerst te hoeven bezighouden met zoiets vermoeiends als nadenken. 'Alle ziekten zijn in zekere
zin multifactorieel, dus laten we ophouden naar oorzaken te zoeken.' Ik dacht het niet.
55. Dr. John Reckless, voorzitter van Heart UK en endocrinoloog aan Bath University, maakte duidelijk waar het om gaat. 'Het belangrijkste is dat we duidelijk naar buiten brengen dat we momenteel onderbehandelen en dat veel meer mensen zouden kunnen profiteren.'
'De gehele bevolking zou zijn voeding en leefstijl moeten aanpassen en gewicht moeten verliezen. We zouden geen vette maaltijden en snacks meer moeten eten, we zou den niet meer in cafetaria's moeten komen, we zouden allemaal meer moeten bewegen, enzovoort.'
'Natuurlijk zouden we al die zaken moeten doen of laten. Maar het is ook zo dat veel meer mensen statines nodig hebben. Lang niet iedereen die statines nodig heeft, krijgt ze ook.'
'Alle mensen zouden hun statine moeten kunnen krijgen. Indien niet in hun drinkwater, dan wel bij hun drinkwater.' http://news.bbc.co.uk/2/hi/health/3931157.stm Statines in het drinkwater?
62. Er is echter toenemend bewijs dat de effecten van statines verder gaan dan cholesterolverlaging. Veel van deze niet cholesterolgerelateerde ofwel 'pleiotrope'
effecten van statines lijken betrekking te hebben op herstel of verbetering van de endotheelfunctie, via verhoging van de biobeschikbaarheid van stikstofoxide, waardoor nieuwe endotheelcellen worden aangemaakt, de oxidatieve stress wordt verminderd en ontstekingsreacties worden geremd. Verondersteld wordt dat veel van de gunstige effecten van statinetherapie bij cardiovasculaire ziekten zijn terug te voeren op de werking die deze geneesmiddelen uitoefenen op het endotheel. http://atvb.ahajournals.org/cgi/content/full/23/5/729
Te veel wetenschappelijke abracadabra? Sorry, maar hier staat zwart op wit dat statines een scala van effecten op de bloedvaten hebben die kunnen beschermen tegen coronaire hartziekten. Bij mijn laatste eigen telling kwam ik tot 35 niet cholesterolgerelateerde effecten. U twijfelt nog? Welnu, verderop in dit boek hoop ik u ervan te overtuigen dat die 'niet cholesterolgerelateerde effecten' in feite de enige verklaring bieden voor hoe ze werken. Tenslotte werden voor de statines talloze effectieve cholesterolverlagende medicijnen ontdekt. Maar alleen de statines lieten enig significant voordeel zien bij de behandeling van hart- en vaatziekten.
76. Bill Harlan van het Overzichts Comité, Associate Director van het Office of Disease Prevention (Bureau voor Ziekte Preventie) van de NI H (Nationale Gezondheids Instituten), gaf als commentaar: 'Men begon aan het rapport met een reeds vastomlijnd idee van de conclusies, maar de wetenschap achter dat idee bleek duidelijk niet toereikend te zijn. Het was duidelijk dat de ideeën van gisteren ons niet veel verder zouden helpen.' Ik vertaal het even: 'We zaten ernaast. Het idee dat verzadigd vet hart- en vaatziekten veroorzaakt was fout. Alles wat we al die tijd dachten te weten over dit onderwerp was fout. Punt.' Maar niemand zal ooit zo duidelijk uit de pas lopen en gewoon zeggen waar het op staat. Aan de buitenkant lijkt de wereld van het medisch onderzoek kalm en plezierig en redelijk, als een goed onderhouden tuin vol vriendelijk lachende mensen die dingen zeggen als 'met respect nam ik kennis van' en soortgelijke oppervlakkige vleierij. Maar in werkelijkheid is de academische wereld een slangenkuil. Doe één stap buiten de lijnen en je bent nog niet jarig. Internationale opinieleiders bewaken hun keizerrijken met ijzeren hand. En reken maar dat je wordt verpletterd als je het
waagt hun argumenten in twijfel te trekken. Samenvattend, na elf jaar had het Bureau van de Surgeon General in de Verenigde Staten geen enkel bewijs gevonden voor de cholesterolhypothese. Neem van mij aan, als ze ook maar het kleinste splintertje
bewijs hadden gevonden, hadden we dat tot in lengte van dagen moeten horen. Wat mij betreft is het totale onvermogen van deze organisatie om de cholesterolhypothese te onderbouwen een overtuigend argument tegen die hypothese.
79. Genoeg over Law en Wald, ik ban ze uit mijn gedachten. Het enige in hun artikel dat het onthouden waard is, is de bewering: 'Een meta-analyse van gerandomiseerde onderzoeken suggereerde dat een lage inname van verzadigd vet weinig invloed had op het risico op ischemische hartziekten.'
Vervang 'suggereerde' door 'bewees' en je komt naar mijn mening een stuk dichter bij de waarheid. Voeg deze bewering bij de elf jaar lange vergeefse poging van de Surgeon General om een oorzakelijk verband aan te tonen tussen de inname van verzadigd vet en het risico op harten
vaatziekten en je hebt volgens mij een antwoord. Ook al is het een negatief antwoord.
80. dr. George Mann. In de jaren zeventig bestudeerde hij de Masa௠een nomadenvolk in Kenia. Hij stelde vast dat zij de hoogste inname van verzadigd vet en cholesterol hebben die ooit is waargenomen. Hun voeding bestaat praktisch uitsluitend uit melk, vlees en vet. Toch waren hart- en vaatziekten onder de Masa௠volledig afwezig. Op basis van deze en andere waarnemingen noemde dr. George Mann de cholesterolhypothese in het New England Journal of Medicine 'de grootste blunder in de geschiedenis van de geneeskunde'.
85. Zodra mensen hebben besloten dat verzadigd vet hart- en vaatziekten veroorzaakt,
is er niets meer dat hen op andere gedachten kan brengen. Er is geen enkele onverkwikkelijke waarneming die niet op de een of andere manier kan worden verworpen. En het aantal nieuwe ad hoc hypotheses dat je kunt ontwikkelen is onbegrensd. Je kunt ze eindeloos uit de lucht blijven plukken, bewijs is niet nodig.
86. Karl Popper herkende deze manier van redeneren. Hij noemde het cirkelredeneren. Zijn voorbeeld luidde als volgt:
Stel je de volgende dialoog voor: 'Waarom is de zee zo ruig vandaag?' -'Omdat Neptunus heel boos is.' '“ 'Welk bewijs heb je om je bewering dat Neptunus erg boos is te onderbouwen?' '“ 'Nou, zie je niet hoe ontzettend ruig de zee is? En de zee is altijd ruig als Neptunus boos is.'
Popper, K. Popper Selections
Nu vraag ik u om zich de volgende dialoog voor te stellen:
'Waarom heeft deze man, die geen risicofactoren voor hart- en vaatziekten had, een hartinfarct gekregen?' '“'Omdat hij genetisch vatbaar is.' '“'Welk bewijs heb je om je bewering dat hij genetisch vatbaar is te onderbouwen?' '“ 'Nou, zie je niet dat hij een hartinfarct heeft gehad terwijl hij geen risicofactoren had? Hij moet dus genetisch vatbaar zijn.'
93. www.thincs.org
www.theomnivore.com
www.second-opinions.co.uk
Voor ik een streep onder dit hoofdstuk zet, moet ik iets bekennen. Ik heb alle ad hoc hypotheses neergesabeld, het flauwe gebruik ervan gehekeld, maar er zijn twee substanties in de voeding die wel degelijk, consistent, bescherming lijken te bieden tegen hart- en vaatziekten.
1: Omega-3-vetzuren
Deze vetzuren lijken op twee manieren te beschermen. Ten eerste hebben ze een tamelijk sterk antistollings-effect, een beetje als aspirine. Ten tweede lijken ze hartritmestoornissen te voorkomen. (omega-3-vetzuren hebben overigens geen effect op het ldl-gehalte). Omega-3-vetzuren komen vooral voor in vette vis. Hoewel ik het wat lastig uit mijn strot krijg, moet ik toegeven dat omega-3-vetzuren waarschijnlijk goed voor ons zijn.
2: Alcohol
Matige alcoholconsumptie lijkt het risico om te sterven aan hart- en vaatziekten met gemiddeld zo'n twintig procent te verminderen. Het soort alcohol is min of meer irrelevant, hoewel wijn en bier beter lijken te werken dan gedestilleerd. Overmatig drinken of weekend-drinken
lijkt daarentegen juist het tegenovergestelde effect te hebben. Dit zou kunnen komen doordat de bloedstolling na excessieve alcoholinname een 'rebound-reactie' vertoont, waardoor zich gemakkelijker bloedpropjes vormen.
95. Daar multifactoriële interventies tegen coronaire hartziekte in mannen van middelbare leeftijd met een matig risico tot nog toe hebben gefaald om zowel de morbiditeit (ziekte) als sterfte te verminderen, zijn zulke interventies steeds moeilijker te rechtvaardigen. Dit gaat lijnrecht in tegen de officiële aanbevelingen van veel nationale en internationale adviesorganen, die de
recente bevindingen in Finland ter harte zouden moeten nemen. Dit niet te doen, is mogelijk ethisch onacceptabel.
Dit is een citaat van professor Michael Oliver, naar aanleiding van een onderzoek in Finland. Uit een tien jaar lange follow-up van het aanvankelijke onderzoek (dat als een succes was onthaald) bleek dat de mensen die doorgingen met het strikt gecontroleerde cholesterolverlagende
dieet (dit werd aangemoedigd) twee keer zo'n grote kans hadden aan hart- en vaatziekten overlijden als de mensen die dit niet deden.
98. Deze feiten leken robuust en onaanvechtbaar. Telkens als ik een vakblad opensloeg, of een studie las, werden ze bevestigd. Week in, week uit, telkens opnieuw. Maar in werkelijkheid is dit alles slechts gedeeltelijk waar. Het beeld is vergelijkbaar met de faà§ades die worden gebruikt in spaghetti-westerns. Als je er recht tegenaan kijkt, heb je het idee dat er een complete
stad voor je ligt. Maar als je ook maar een beetje van het voor de camera's gebaande pad afwijkt, zie je dat de zogenaamd solide gebouwen in werkelijkheid slechts uit spaanplaat bestaan en dat daarachter helemaal niets is.
Vanuit één hoek bezien lijken de feiten achter het tweede deel van de cholesterolhypothese '“ 'een verhoogd cholesterol/ldl veroorzaakt harten vaatziekten' '“ robuust te zijn. Maar als je besluit de 'georganiseerde trip van de opinieleider' te verlaten, doemt er een volstrekt ander beeld
op. Dames en heren, tijd voor een blik achter de schermen van de cholesterolhypothese.
99. In 1995 publiceerde The Lancet een enorme studie, waarin 450.000 mensen zestien jaar lang werden gevolgd. Er deden zich 13.000 beroertes voor. De studie representeerde 7,3 miljoen persoonjaren aan observatie. Dat lijkt me lang genoeg. De conclusie: 'Er was geen correlatie
tussen bloed-cholesterol en beroerte.'
Meer recentelijk werd in een pan-Europees onderzoek, Eurostroke, gepubliceerd in 2002, dezelfde vraag opgeworpen. Het resultaat: 'Deze analyse van het Eurostroke-project vond geen associatie tussen het totaal cholesterol en dodelijke en niet-dodelijke hersenbloedingen en ischemische beroertes.'
101. Ik verkies het gezelschap van keuterboeren, omdat ze niet voldoende opleiding
hebben genoten om incorrect te redeneren. Michel de Montaigne
Overigens, Ik citeer anderen uitsluitend om mezelf beter te kunnen uitdrukken.
Michel de Montaigne
107. Nu we hebben gekeken naar beroertes en tot de conclusie zijn gekomen dat het grootste risico voor deze aandoening een láág cholesterolgehalte is, niet een hoog cholesterolgehalte, denk ik dat de tijd gekomen is om het concept 'totale mortaliteit' te introduceren.
Want hoewel je het als je cardiologen hoort praten soms niet zou geloven, het is volstrekt mogelijk om aan andere dingen dan aan hartkwalen dood te gaan. Cardiologen zijn compleet geobsedeerd door cardiovasculaire sterfte. Overwinningen op dat gebied worden met veel fanfare
gebracht. Maar de totale mortaliteit wordt vaak over het hoofd gezien; in sommige studies worden die gegevens niet eens gepubliceerd.
112. Deze studie bevestigde dat een laag cholesterolgehalte vanaf vijftig kaar (en beneden de vijftig voor mannen) significant is geassocieerd met de totale mortaliteit:
Een laag cholesterol is bij mannen van elke leeftijd en in vrouwen vanaf vijftig jaar significant geassocieerd met totale mortaliteit en vertoont een significant verband met overlijden als gevolg van kanker, leverziekten en psychische aandoeningen.
Helderder kun je het niet krijgen. Als je een laag cholesterolgehalte hebt, heb je een veel hoger risico om te overlijden. Misschien heeft u liever een Brits onderzoek? Dit komt uit het bmj (1995): Lage serumcholesterol-concentraties (<4.8 millimol per liter), die werden vastgesteld bij vijf procent van de mannen, waren geassocieerd met de hoogste sterfte door alle oorzaken, voornamelijk toe te schrijven aan een significante toename van het aantal doden aan kanker.
117. Een laag cholesterolgehalte verhoogt het risico op overlijden bij mannen en vrouwen. Dit is een van de weinige feiten die door geen enkel onderzoek zijn tegengesproken. Het is ook een feit dat zo goed is verborgen, dat ik nog nooit iemand ben tegengekomen die er van op de hoogte is.
Sterker nog, als ik er over begin, verklaart iedereen me voor gek. Het is niet bepaald een triviaal gegeven. Als je weet dat een laag cholesterolgehalte ongezond is, kijk je vermoedelijk iets anders tegen de uitslag van een cholesteroltest aan. Is het cholesterolgehalte rond de 5,5 millimol per liter of hoger? Prima. Lager dan vier? Kijk uit.
120. Hormoontherapie verhà³à³gt het risico op hart- en vaatziekten. Anno 2007 raadt de American Heart Association, een bastion van conventioneel denken, ten sterkste af hormoonbehandeling in te zetten ter preventie van hart- en vaatziekten.
Hoeveel vrouwen kregen extra oestrogeen en overleden vervolgens aan hart- en vaatziekten? Suggestieve vraag, ik weet het, maar ik bedoel er uiteraard niets mee. Ik zou het niet in mijn hoofd halen ook maar te suggereren dat het 'establishment' ooit gezondheidsschade zou kunnen
aanrichten. Nooit! De opinieleiders zijn onfeilbaar en ik ken mijn plaats.
125. U moet weten dat er in de wetenschap twee fundamentele gedachtescholen zijn.
Je hebt de 'weight of the evidence' mensen. Wanneer tien studies laten zien dat een hoog hdl samengaat met een laag risico op hartziekten en twee studies suggereren het omgekeerde, vinden zij dat die tien studies moeten worden geloofd. Ik zou hen wetenschappelijke 'democraten' willen noemen: de waarneming die het grootste aantal studies achter zich heeft, wint.
Mijn visie, en daarin ben ik een aanhanger van Karl Popper, is dat zulke mensen geen echte wetenschappers zijn. De ware wetenschappelijke methode dicteert om je hypothese zo te formuleren dat hij kan worden gefalsificeerd. Vervolgens zet je experimenten op die zijn ontworpen om je hypothese onderuit te halen. Als je alles probeert en daar niet in slaagt, is je hypothese waarschijnlijk correct. Lukt het je daarentegen je hypothese te falsificeren, dan is hij fout. Het maakt niet uit hoeveel positieve studies je al hebt, ze worden allemaal waardeloos door
één studie die het tegendeel vindt.
133. het cholesterolgehalte heeft geen effect op de prevalentie van hart- en vaatziekten onder vrouwen. Geen enkele andere verklaring is in overeenstemming met de feiten.
136. Maar de Aboriginals representeren voor zover ik weet de waanzinnigste cholesterolparadox
die je kunt vinden. Laagste cholesterolspiegels, hoogste sterfte aan hart- en vaatziekten. Vergelijk dat met de Zwitsers. Hoogste gemiddelde cholesterolspiegels, op een na laagste sterfte aan hart- en vaatziekten. Of neem de Russen. Op een na laagste cholesterolgehalte,
hoogste sterfte aan hart- en vaatziekten in Europa. Doe maar een gooi, het is altijd raak. Ieder afzonderlijk land vormt een 'paradox'.
140.
'“ Een verhoogd cholesterolgehalte is gecorreleerd met hart- en vaatziekten in jonge mannen '“ binnen afzonderlijke landen.
'“ Er is geen enkele correlatie tussen gemiddelde cholesterolgehaltes en de prevalentie van hart- en vaatzieken tussen verschillende landen.
'“ Na het vijftigste levensjaar verdwijnt het verband tussen het cholesterolgehalte en hart- en vaatziekten.
'“ Een dalend cholesterolgehalte is gecorreleerd met een hoger risico op hart- en vaatziekten.
174. Ondanks het volstrekte gebrek aan bewijs voor enig voordelig effect op de sterfte, worden huisartsen in Engeland actief aangemoedigd om het cholesterolgehalte van vrouwen te meten en hun cholesterolgehalte beneden de 5,0 millimol per liter te brengen. Als ze dit bereiken bij
een voldoende percentage van de populatie van hun praktijk, krijgen ze grote geldbedragen uitgekeerd (in Nederland is dit niet het geval).
Als dit niet zo serieus was, zou het lachwekkend zijn. Maar eerlijk gezegd vertikken mijn lachspieren het hier even. Ik heb de neiging een aantal mensen bij hun kladden te grijpen en ze eens flink door elkaar te schudden. Hoe kun je het rechtvaardigen om miljoenen vrouwen
krachtige en potentieel erg schadelijke medicijnen voor te schrijven, wanneer ze geen enkel leven zullen redden? Deze vraag behoeft een antwoord.
Als dit boek niets anders teweeg brengt dan een debat over dit onderwerp, ben ik volkomen tevreden, want zo'n debat kan maar tot één conclusie leiden. Misschien denkt u dat statines ongevaarlijk zijn en dat het dus allemaal niet zo veel uitmaakt? Welnu, als je een foetus bent,
zijn statines helemaal niet ongevaarlijk.
Weinig vrouwen in de vruchtbare leeftijd slikken statines, maar het wordt langzamerhand gewoner. En nu statines in Engeland zonder recept verkrijgbaar zijn, is er een toenemend gevaar dat de waarschuwing om geen statines te gebruiken tijdens de zwangerschap niet wordt nageleefd.
Misschien vergeet de bediende in een supermarktapotheek het te zeggen als hij op een drukke namiddag een pakje statines verkoopt. Of een man neemt ze mee voor zijn vrouw, zonder te zeggen dat ze niet voor hem zijn.
178. Samengevat, statines hebben als ze worden gebruikt ter primaire preventie
nul invloed op de totale sterfte en ze hebben nul invloed op het aantal hartinfarcten bij vrouwen. Er is dus geen enkel voordeel. Ik neem aan dat dit u onmogelijk lijkt, gezien de absurde hype die rond statines is gecreëerd, maar het is waar.
181. Als statines het aantal sterfgevallen aan cardiovasculaire ziekten verminderen, maar geen invloed hebben op de totale sterfte (er gaan net zoveel mensen dood), dan moeten mensen die statines slikken vaker dood gaan aan iets anders. Waaraan?
183. Vandaag de dag worden klinische onderzoeken in buitengewone mate gestuurd en gecontroleerd door de farmaceutische industrie. dr. Marcia Angell, voormalig hoofdredactrice van het New England Journal of Medicine, één van de invloedrijkste medische tijdschriften ter wereld, schreef:
Vroeger was het zo dat geneesmiddelenfabrikanten eenvoudig geld gaven aan academische medische centra, zodat de klinische onderzoekers een studie konden uitvoeren, en dat was het. Er was grote afstand. De onderzoeker deed een studie en publiceerde zijn of haar resultaten,
wat die resultaten ook waren.
Tegenwoordig werkt het heel , heel anders. De farmaceutische bedrijven ontwerpen
de onderzoeken in toenemende mate zelf. Ze zijn eigenaar van de gegevens. Niet eens de onderzoekers krijgen inzage in de data. De bedrijven analyseren de data en ze bepalen of de data al of niet worden gepubliceerd. Ze laten onderzoekers en academische medische centra contracten tekenen waarin zij beloven hun werk niet te publiceren, tenzij er uitdrukkelijke
toestemming van het farmaceutische bedrijf is. De verdraaiing begint dus al và³à³r de publicatie. Het begint op het moment dat wordt bepaald wat wel en wat niet gepubliceerd zal worden.
Dit kun je geen gezonde afstand meer noemen. Onderzoekers en academische medische centra worden behandeld als willoze wapens, als technici die je kunt laten doen wat je wilt. Ze voeren hun werk uit en dat is het. Het farmaceutische bedrijf bepaalt wat de data laten zien, welke conclusies er worden getrokken en of het wel of niet wordt gepubliceerd.
Ofwel, de medische beroepsgroep werkt steeds nauwer samen met de farmaceutische bedrijven.
Als je geen rol speelt in grote, door de farmacie gesponsorde klinische onderzoeken, spreek je niet op belangrijke beleidsvergaderingen, publiceer je geen 'prestigieuze' onderzoeksrapporten in toonaangevende tijdschriften en breng je geen geld in het laatje van de universiteitskas.
Je hebt niets te vertellen op grote, internationale congressen. Je slijt je wetenschappelijke leven, zo te zeggen, op Urk.
Een zekere dr. John Kastelein uit Amsterdam raakte buiten zinnen van woede toen er vraagtekens werden geplaatst bij de potentiële belangenconflicten van de panelleden die de NCEP -richtlijnen bepaalden.
Volgens hem werd die hele zaak rond belangenverstrengeling geweldig overdreven. In zijn woorden:
Ik geloof geen woord van die verhalen over belangenverstrengeling, want er is op de hele wereld geen enkele opinieleider die geen onderzoek heeft verricht in opdracht van een farmaceutisch bedrijf. Kastelein wordt in zijn visie gesteund door Professor Daniel Simon van Harvard Medical School. Die noemt het een vergissing om de inzichten van opinieleiders met een potentieel belangenconflict voortaan met een korrel zout te nemen, omdat de farmaceutische industrie de
medische wetenschap vooruit helpt. 'De meeste onderzoekers zonder belangenconflict zijn geen echte experts,' aldus Simon.
189. Het grootste nadeel van statines is niet dat ze dagelijks hier en daar een paar honderd mensen doden, het probleem is dat ze een gigantische last aan verraderlijke bijwerkingen veroorzaken, die voor het merendeel niet worden herkend, of die hardnekkig worden ontkend. U
bent moe? Tja, u wordt een dagje ouder. Spier- en gewrichtspijn? Kom aan mevrouw Jansen, daar hebben we allemaal wel eens last van. Zelfs als je de waslijst inmiddels aardig gedocumenteerde bijwerkingen opsomt, zullen de meeste artsen weigeren te geloven dat ze ook maar iets te maken hebben met de statine die je slikt.
Laat mij u kennismaken met dr. Duane Graveline, een arts in de Verenigde Staten. Hij is huisarts, maar is ook opgeleid tot astronaut bij NASA en hij werkt nauw samen met de vliegmedische dienst die verkeers- en militaire vliegers keurt. Enige jaren geleden werd bij hem een
verhoogd cholesterolgehalte gemeten en hij kreeg een statine voorgeschreven. Hij had daar geen enkele moeite mee, want hij geloofde volledig in de cholesterolhypothese en in de voordelen van statines.
Na enkele weken werd hij verrast door een uitermate verontrustende episode van geheugenverlies, waarna hij intuà¯tief stopte met de statine. Een jaar lang had hij verder geen problemen, maar toen zijn dokter ontdekte dat hij zijn statine niet meer nam, overtuigde hij hem ervan weer te gaan slikken en Graveline luisterde. Kort daarop kreeg hij opnieuw een episode van geheugenverlies, maar deze keer veel erger. Hij keerde terug naar zijn tienerjaren, niet in staat zich ook maar iets van zijn opleiding tot arts, astronaut en vlieger te herinneren. Toen zijn geheugen zich uiteindelijk herstelde, was hij ernstig ontdaan door hetgeen was voorgevallen en hij gooide zijn statines voorgoed weg.
De behandelend artsen stelden de diagnose transient global amnesia (voorbijgaand algeheel geheugenverlies), oorzaak onbekend. Geen collega was bereid de mogelijkheid te accepteren dat de statine de oorzaak zou kunnen zijn. Met het gevoel een eenzame roepende in de woestijn
te zijn, plaatste hij een brief op de website van People's Pharmacy, waarin hij vroeg of meer mensen die een statine slikten hetzelfde hadden meegemaakt. Hij werd onmiddellijk overspoeld met honderden brieven van hopeloze patiënten en hun familieleden. Ze beschreven een volledig spectrum van cognitieve bijwerkingen, van amnesie en ernstig geheugenverlies tot verwarring en desoriëntatie, allemaal geassocieerd met het gebruik van een statine, vooral Lipitor. Graveline trok aan de bel, maar de reactie van de mainstream medische gemeenschap kan als volgt worden samengevat: 'U weet niet waar u het over heeft. Statines zijn veilig en hebben erg weinig bijwerkingen.'
Hier is een brief van een patiënt aan Graveline, die hij afdrukte in zijn boek Lipitor, Thief of Memory:
Zo'n zes weken geleden verdubbelde de dokter mijn dosis Lipitor van twintig naar veertig milligram. De afgelopen vier weken heb ik een steeds erger wordend geheugenverlies ervaren. Ik kon me het telefoonnummer van mijn broer niet meer herinneren. Ik kon het bordje met voeding voor mijn baby niet meer vinden, net nadat ik het had klaargemaakt. Ik kon me niets herinneren
van recente uitstapjes. Ik kon me niet herinneren te hebben deelgenomen aan een vergadering. Ik kon me niet meer herinneren dat ik had gedineerd in een bepaald restaurant. Ik had talloze vergelijkbare episodes. Dit is volledig abnormaal voor mij. Ik heb mijn dokter gebeld en wacht op zijn telefoontje. Ter informatie, ik ben een 39-jarige vrouw en ik slik nu ongeveer
vier jaar Lipitor.
Zal dit geheugenverlies door de dokter worden genegeerd? Waarschijnlijk.
Zal dit worden gerapporteerd als bijwerking? Vrijwel zeker niet.
De ervaring van de vrouw zal als triviaal worden beschouwd. Ik denk echter dat de 'mentale' problemen die zijn geassocieerd met statinegebruik, verre van triviaal zijn. Al in 1960 was bekend dat mensen die de toen gangbare cholesterolverlagers gebruikten, vaker een gewelddadige dood stierven: aan ongelukken, zelfmoord, schietpartijen en dergelijke.
Dit werd universeel afgedaan als een toevallige waarneming (hoe vaak hij ook opdook), omdat niemand zich kon voorstellen hoe een laag cholesterolgehalte in hemelsnaam iets te maken zou kunnen hebben met een gewelddadige dood.
Ik las een 'post hoc analyse' van een modern cholesterolverlagend onderzoek waarbij de auteurs zo vastbesloten waren te bewijzen dat een laag cholesterolgehalte niets te maken kon hebben met overlijden aan een auto-ongeluk, dat ze de analytische grenzen in een volledig nieuwe
dimensie duwden. Ze argumenteerden dat verscheidene van de overledenen voetgangers waren, dus géén automobilisten. De statine kon dus nooit verantwoordelijk zijn geweest voor het auto-ongeluk. Ha! Probeer de logica maar eens uit die bewering te verwijderen.
Maar goed, dertig, twintig, zelfs vijf jaar geleden wist geen mens dat cholesterol iets te maken zou kunnen hebben met de hersenfunctie. Dit ondanks het feit dat het brein meer dan 25 procent van de totale lichaamsvoorraad cholesterol bevat en dat cholesterol voor meer dan twee procent van het totale hersengewicht staat. Waarschijnlijk werd gedacht dat al dat cholesterol puur toevallig in de hersenen rondhing. Echter, meer recentelijk is ontdekt dat cholesterol voor een functionerend brein volstrekt noodzakelijk is.
Een groep onderzoekers onder leiding van dr. Frank Pfrieger onderzocht de functie van de glia-cellen in de hersenen. Bekend was dat deze 'ondersteunende' cellen een kritieke rol spelen in het functioneren van de synapsen (de verbindingen tussen neuronen). Ook was bekend dat
glia-cellen een substantie afscheiden die nodig is om de synapsen te laten ontstaan en functioneren. Zonder deze substantie zouden hersenen volstrekt onbruikbaar zijn. En wat was deze fantastische, miraculeuze substantie?
192. Een laag cholesterolgehalte wordt ook in verband gebracht met geweld en agressie. En ook dat is beslist geen theoretische vinding. Een groep onderzoekers onder leiding van Jian Zhang bestudeerde het verband tussen een laag cholesterolgehalte en het risico van school te worden
geschorst. Ze concludeerden dat:
…een laag totaal cholesterolgehalte onder niet Afro-Amerikaanse kinderen gecorreleerd is met schorsing of verwijdering van school en dat een laag totaal cholesterol mogelijk een risicofactor is voor agressie en een risicomarker voor andere biologische variabelen die tot agressief gedrag kunnen voorbestemmen.
…de uitkomsten van het huidige onderzoek zijn in lijn met de meerderheid van de eerdere onderzoeken naar associaties tussen een laag serumcholesterol en diverse vormen van agressie bij volwassenen. Met slechts weinig uitzonderingen werden significante verbanden waargenomen in
cross-sectional studies, cohort monsters, algemene bevolkingsonderzoeken, psychiatrische patiënten en criminelen en in gecontroleerde voedingsexperimenten in non-humane primaten. Een laag cholesterol wordt in het bijzonder geassocieerd met het begin van affectieve gedragsstoornissen gedurende de jeugd onder mannelijke criminelen.
Het Royal College of Psychiatry publiceerde een studie waarin de rol van cholesterol bij depressie en zelfmutilatie werd onderzocht. De titel was 'Laag cholesterol kan zelfmoordrisico indiceren'. Ik toon enkele passages uit het persbericht:
Lagere cholesterolspiegels waren gerelateerd aan hogere niveaus van zelfgerapporteerde impulsiviteit. Het vinden van een lager gemiddeld cholesterolgehalte in de DSH-groep (Depression and Self Harm) bevestigt de uitkomsten van andere gepubliceerde studies.
De auteurs veronderstellen dat de verhoogde sterftecijfers in populaties met een laag cholesterol het gevolg kunnen zijn van meer zelfmoorden en ongelukken en een verhoogde tendens tot impulsiviteit.
Mogelijk beà¯nvloedt een laag cholesterolgehalte de functie van het centraal zenuwstelsel of is het een marker voor factoren die predisponeren voor dood door trauma of zelfmoord.
Aangenomen wordt dat cholesterol invloed heeft op het serotoninegehalte, een neurotransmitter in de hersenen. Lage serotoninespiegels worden niet alleen met depressie en zelfmoord, maar ook met agressie en impulsiviteit in verband gebracht. Deze laatste twee spelen vaak een rol bij ongelukken, gewelddadig gedrag en zelfmoord.
203. We lopen ernstig gevaar de overgrote meerderheid van de gezonde volwassenen 'ziek' te verklaren. De oplossing voor uw 'ziekte'? Gebruik voor de rest van uw leven een statine en haal het niet in uw hoofd om te stoppen.
Kan het werkelijk zo zijn dat negentig procent van de bevolking levenslange medicatie nodig heeft? Dit is waanzin. Dit is Brave New World, een combinatie van alle dystopische nachtmerries van de toekomst, die plotseling werkelijkheid is geworden. Gezondheid is in die wereld niet langer een afwezigheid van ziekte, maar het niet hoeven nemen van de correcte medicijnen.
First, do no harm? Ik dacht het niet. Dit belangrijke medische adagium verliest rap aan betekenis.
(…)statines het risico om aan hart- en vaatziekten te overlijden in bepaalde groepen verlagen. Ze
verlagen de totale sterfte in mannen met vastgestelde hart- en vaatziekten.
Dus als u een man bent met een bestaande hartaandoening, kan het een goed idee zijn een statine te slikken. Voor we nagaan hoe statines dat voordeel teweeg brengen, wil ik nog iets gedetailleerder naar de cijfers kijken.
205. In werkelijkheid kan een statine de dood alleen uitstellen, niet voorkomen.
Hoe lang? Welnu, als na een jaar statines slikken van elke tweehonderd mensen er één extra nog in leven is (ten opzichte van de placebogroep), dan betekent dat de statinegroep na tweehonderdste van een jaar hetzelfde aantal doden heeft als de placebogroep. Dat komt neer
op een verhoging van de levensverwachting met iets minder dan twee dagen.
Als tien miljoen mensen met een erg hoog risico op hart- en vaatziekten een jaar lang een statine slikken, leven ze met z'n allen gemiddeld twee dagen langer. En als die tien miljoen mensen tweehonderd jaar lang een statine zouden slikken, zouden ze gemiddeld een jaar extra leven.
Als we aannemen dat de meeste mensen maximaal dertig jaar een statine slikken, dan leidt dat tot verlenging van de levensduur met gemiddeld twee maanden.
206. In secundaire preventiestudies verlagen statines de cardiovasculaire sterfte wel degelijk, genoeg zelfs om de toename van de sterfte door andere oorzaken te compenseren.
Maar doen ze dit door verlaging van het ldl-gehalte of via een ander mechanisme?
Deze vraag is niet eenvoudig met zekerheid te beantwoorden. Misschien heeft u inmiddels het gevoel dat het allemaal niet zoveel meer uitmaakt, gegeven de minuscule voordelen die statines zelfs de mensen met het hoogste risico bieden. Ik denk echter dat het belangrijk is
hiernaar te kijken en wel om twee redenen:
Als ik kan bewijzen dat statines niet werken door ldl-verlaging, dan valt de hele cholesterolhypothese uit elkaar.
De farmaceutische industrie en de opinieleiders pleiten momenteel agressief voor een steeds grotere ldl-verlaging en ze vertroebelen opzettelijk het verschil tussen primaire en secundaire preventie. Ik vind dat hiertegen verzet moet worden geboden. Het leidt ertoe dat meer en
meer mensen erg hoge doses statines gaan slikken, wat een totale ramp zou zijn.
212. Samenvatting
Ik zal pogen alle waarnemingen met betrekking tot het gebruik van statines bij elkaar te brengen. Eerst de positieve data:
Als je een man bent met vastgestelde hart- en vaatziekten, verlagen statines je risico om aan wat dan ook te overlijden met maximaal 0,66 procent per jaar. (Dit getal is gebaseerd op de gunstigste gegevens van de studie die het gunstigst uitpakte: 4S. 4S werd gedaan door Merck en de
data-analyse werd uitgevoerd door medewerkers van Merck.)
Als je een man bent zonder vastgestelde hart- en vaatziekten, kunnen statines je risico te overlijden aan een cardiovasculaire aandoening iets verlagen. Als je een vrouw bent met een erg hoog risico op hart- en vaatziekten, verlagen statines het risico op overlijden aan een hartinfarct of een beroerte.
Vervolgens de wat minder positieve data:
Als je een vrouw bent, ongeacht je risicofactoren, verlengen statines je levensverwachting geen enkele dag. Minder doden als gevolg van harten vaatziekten, meer doden ten gevolge van andere zaken.
Als je een man bent zonder hart- en vaatziekten, verlengen statines je levensverwachting
met geen enkele dag.
Dan de negatieve data:
'“ Statines, cholesteroltests en doktersconsulten kosten de samenleving jaarlijks miljarden.
'“ Statines veroorzaken spierpijn en spierzwakte bij meer dan twintig procent van de mensen die ze slikken.
'“ Statines veroorzaken rhabdomyolyse, wat fataal kan aflopen.
'“ Simvastatine veroorzaakte gedurende zes jaar 416 doden, alleen al in de Verenigde Staten.
'“ Statines veroorzaken polyneuropathie.
'“ Statines veroorzaken geheugenverlies, depressie, verwarring, geà¯rriteerdheid en duizeligheid.
'“ Statines veroorzaken ernstige geboorteafwijkingen.
En tenslotte een aantal verontrustende maar onbewezen bijwerkingen:
'“ Statines verhogen eventueel het risico op kanker.
'“ Statines veroorzaken mogelijk hartfalen.
Verder is het bij lange na niet bewezen dat statines tegen hart- en vaatziekten beschermen via hun ldl-verlagende effect. De huidige hype rond intenstieve ldl-verlaging wordt volledig gevoed door de farmaceutische industrie. Die claimt dat inmiddels boven elke twijfel is verheven dat hoe verder het ldl-gehalte wordt verlaagd, hoe beter de bescherming tegen hart- en vaatziekten zal zijn. Ze gebruikt dit 'feit' om te lobbyen voor alsmaar strengere richtlijnen voor cholesterolverlaging voor de gehele bevolking.