Er is nog zo veel dat ongezegd is. (Rutger Kopland)

Dupslog

Archief

Open Doek Turnhout 2008: Cartouches Gauloises – Calle Santa Fe – Disengagement – Lost in Beijing.

20 april 2008

Open Doek Turnhout 2008
'Cartouches Gauloises' Mehdi Charef.

In 1971 heb ik voor het eerst 'La Bataille d'Alger' gezien van de Italiaanse communistische cineast Gillo Pontecorvo (+2006) en de Algerijnse 'terroristenchef' Yacef Saadi uit 1966. Het was een heldenprent over de onafhankelijkheidsstrijd van het FLN dat in 1957 de Casbah van Algiers in handen kreeg met de terreurmiddelen van de arme onderdrukte rechtgelovigen: het leven van zoveel jonge mensen. In Frankrijk was de film jarenlang verboden, maar in 2003 werd hij nog gebruikt als pedagogisch materiaal voor de Amerikaanse officieren die in Bagdad te maken kregen met een stadsguerilla bij hun uitzichtloze zoektocht naar de illusoire wapens voor massavernietiging..
Hij was immers gemaakt met de hulp en technisch advies van de helden zelf die de onafhankelijkheidsoorlog en de daaropvolgende onderlinge afrekeningen hadden overleefd. De Algerijnse onafhankelijkheidsoorlog kostte het leven aan ruim 1,5 miljoen mensen '? meer dan 10% van de bevolking – waaronder 150.000 Algerijnse harkis die met de Franse overheid meewerkten als soldaat of ambtenaar. In Frankrijk zaaiden de OAS van de Franse colons terreur en mislukte in 1961 een staatsgreep van de legertop om Algerije Frans te houden .
De zwartwit film '? naar inhoud en beeld '? was voor ons indrukwekkend in dat oude kloostergebouw aan de Lierse Vredebergstraat, wegens in 1971 de wereld nog simpel en de liefde nog jong, en dus ook rechtlijnig.
Enkel de Russische tanks die in de film het Franse leger dienden, leken aberrant met wat wij van de wereld, de revolutie, de partij en het volk meenden te weten. Ze bleken door het Algerijnse leger uitgeleend aan de filmploeg.
Intussen weten we zo ondraaglijk veel meer dat bij het aanschouwen van de kleurige beelden van 'Cartouches Gauloises' een vergelijkbare aberratie in het oog springt: de Franse troepen gebruiken een type MAN vrachtwagens die pas vanaf 1975 in het Belgische opdoken. Een vergelijkbaar armoedig anachronisme waardoor de troepen in de ogen van de jeugdige hoofdrolspelers nog groter en imposanter leken.
'Cartouches Gauloises' is een clichématige film waar geen enkel karakter wordt uitgetekend, zelfs dat van Ali komt niet verder dat een vragende blik naar de vrouwen dun en dik. De film geeft wel een idee van hoe verwarrend en moeilijk het leven moet geweest zijn voor normale mensen die zich hopeloos buiten het strijdgewoel probeerden te houden.
Er is wat afgeslacht door het Franse 10 de para met Massu om de Franse belangen te verdedigen, én door de FLN bevrijders om het eigen volk te zuiveren van collabo's en verraders.
Deze zuiverheidstraditie zou zelfs na de verbanning en terugkeer met huisarrest van de eerste president Ben Bella blijven voortduren en een nieuw hoogtepunt bereiken met de opmars van het FIS en de GIA in 1991, parallel aan de bevolkingstoename. (1961 11 miljoen '? 1991 27 miljoen '? 2003 33 miljoen).
Wijze woorden worden gesproken door de Franse stationschef tegen de kleine Ali die dagelijks zijn krant komt afleveren: 'Je mag ons niet vergeten, kleintje, anders rest er niets meer'.

Calle Santa Fe '? Carmen Castillo

Wanneer na 11 september 1973 in Chili een bloedige militaire staatsgreep werd gepleegd door de ware Broeders onder leiding van generaal Augusto Pinochet werd de Volksfrontregering van een andere Broeder en arts, Salvador Allende, afgezet door een legerkliek die gestuurd en gefinancierd werd door de CIA. Het verzet tegen de bloedige staatsgreep werd in de kiem gesmoord door brutaal geweld en het systematisch oppakken en liquideren van alle mogelijke leiders van het Volksfront en de partijen die ervan deel uit maakten.
Een van de linkse partijen die Allendes regering kritisch steunde was de M.I.R – Beweging van Revolutionair Links, een samenraapsel van alle mogelijke linkse overtuigingen. Zij boden van 1973 tot 1977 gewapend verzet. MIR-leden die gepakt werden, ondergingen langdurige folteringen, gevangenschap en dood of verbanning.
Al bleek het Unidad Popular bewind van Allende democratisch linkse ideeën te omhelzen, er was een hoop aan de hand in Chili waar de middenklassen zich verzetten tegen een al te dirigistische staatseconomie. De MIR trad toe tot het Volksfront en steunde de campagnes van illegale landbezetting en de stakingen in de kopermijnen, tegen de gematigde politiek van de regering van Allende. Merkwaardig was dan ook de verkalring van enkele oude kopstukken van de MIR dat zij de gewapende lijfwachten leverden voor de veiligheidsdienst van president Allende. Ze gingen er prat op dat de leider van het Volksfront de eigen staatsveiligheid niet vertrouwde en liever beroep zou gedaan hebben op de extrreem linkse kameraden. Diezelfde kameraden van de MIR vonden Allende een veel te gematigde reformist en opteerden volmondig voor het aanzwengelen van allerlei revolutionaire opstootjes waardoor zijn Volksfrotn regering steeds meer in moeilijkheden kwam.
Wanneer ik kort na de staatsgreep in Leuven een vol Michotte – auditorium van mijn faculteit psychologie opriep tot solidariteit met de Chileense slachtoffers van de staatsgreep '? zo ging dat nog in die tijd '? stond er een non op van de eerste rij. Gewijde studenten muntten toen nog uit door het stelselmatig in vol ornaat innemen van de eerste rijen aan de Alma Mater '? onder het aanschijn van de prof was leven en leren wellicht draaglijker. Niet dat die eerste rijen in een auditorium anders benomen zouden worden. Niemand van de overige studenten was geneigd zich daar te installeren.
De zuster in kwestie beweerde met overslaande stem dat Allende een dictator was die zijn volk uithongerde.
Kortom, een makkie om te pareren en dan de prof naar huis en het hele jaar naar buiten voor een luidruchtige betoging over de Tiensestraat.
Edoch, mijn repliek over de arbeidersklasse die samen met de boeren het land verdeelden en dus de maakbaarheid van het land menselijk maakte voor iedereen, werd weg gejouwd. De non liet niet af en bleek jaren gewerkt te hebben in een poblacià?n van Santiago de Chile waar volgens haar enkel eten werd bedeeld aan de armen als ze hun kaart van de partij of de vakbond konden tonen. Wie de Roomse kerk een warm hart toedroeg, leed volgens haar honger.
Priester Camillo Torres was al dood, Felipe Gonzales pas afgestudeerd en nog lang geen eerste minister van Spanje, Leuven liep nog vol met Latijnsamerikaanse studenten die droomden van de revolutie in hun land, Zappatisten, aanhangers van de guerrilla in Brazilië, Ecuador, Colombia, Bolivia, Argentina, Uruguay, Nicaragua, El Salvador, Mexico, om van de Afrikaanse revolutionairen nog te zwijgen. Het kon niet op.
Met hen was het boeiend discussiëren over de revolutie en de klassenstrijd en de oorlog in Vietnam en het marxisme-leninisme. We hoorden hun verhalen over de volksoorlog met rode oortjes.
En dan bleken na een jaar revolutionaire activiteiten elders mijn eigen jaargenoten meer geloof te hechten aan tante nonneke dan aan de drager van de ware solidariteit die al een heel jaar niet meer was op komen dagen wegens klassenstrijd in het hele land belangrijker dan de les.
Chili hakte er behoorlijk in bij Links in Vlaanderen.
Ludo Martens had de dag na de staatsgreep een pamflet doorgebeld naar het Rode Boek dat door mij was genotuleerd aan de telefoon en nadien uitgetikt op stencil, om 's anderendaags bij de duizenden bedeeld te worden aan alle Leuvens studentenrestaurants. Gezagsgetrouw als ik toen nog was had ik zijn revolutionaire titels in de door hem gedicteerde volgorde boven het pamflet gezet. Hij begon uiteraard met een aanval in regel op de reformist Allende die zijn volk de wapens had geweigerd om zich te verdedigen tegen het leger en de Amerikaanse geheime diensten. Alleszins een originele opener voor een pamflet vlak na de staatsgreep van Pinochet.
Dat werd ons door niemand in dank afgenomen. En nadien was het volgens de Grote Leider niet in die volgorde bedoeld en zou de kritiek op het reformisme enkel als een tussentitel moeten gediend hebben. De Grote LM kon zich altijd vrijpleiten. Hij was immers onfeilbaar als leider en de rest blaakte van foute ideeën, verworven, zoniet aangeboren.

De M.I.R. was in de ogen van onze Grote Leider dan wel een bende trotskisten maar ze werden door het toenmalige Amada toch gesteund en besnuffeld wanneer in 1974 vlak voor de '1. May' in Frankfurt een internationaal congres van de Derde Wereldbewegingen plaatshad. De latere Groene Buitenlandminister Joschka Fischer sprak daar de aanwezigen nog als marxist wollig toe. De kameraden van de M.I.R hadden allemaal een ferme snor terwijl wij het toen nog met een vlassen baardje moesten stellen. Maar ze accepteerden onze revolutionaire solidariteit.

De leider van die M.I.R. – eveneens arts – Miguel Enriquez , zat in die tijd ondergedoken met zijn zwangere vrouw en twee dochters in het huis aan de Calle Santa Fe 727.
Ze zouden daar omsingeld worden door het leger en in een vuurgevecht werd de secretaris-generaal van de MIR gedood. Zijn vrouw was zwaargewond en werd door een ambulance afgevoerd. Na een internationale solidariteitsactie kon ze naar Frankrijk waar ze na een wereldtourne voor solidariteit haar leven probeerde op de sporen te krijgen.
Haar dochters groeiden op in Cuba als kinderen van de revolutie.
Carmen Castillo kwam 30 jaar na de staatsgreep terug naar Chili en maakte een film over haar verleden en dat van haar kameraden bij de MIR, vroeger en nu.
Zij voelde bij haar terugkeer nog steeds de walging van ballingen bij zoveel onverschilligheid, bij de anderen, bij hen die zo goed en zo kwaad mogelijk hun leven verder hadden geleefd ‘met zo weinig mogelijk herinneringen, want zo zien ze alleen nog de leegte’.
De film laat zeer traag en omzichtig het proces van het bezoek aan de straat, de buurt en finaal het huis zien waar het zich allemaal afspeelde in 1974. Ze kon zich troosten bij de gesprekken met haar buren, die haar geholpen hadden, die haar naar het ziekenhuis hadden gevoerd en die nooit geweten hadden wie zij waren. Dokters en verpleegsters die haar in het ziekenhuis hadden beschermd tegen de agenten van de DINA.
Pijnlijk was de confrontatie van haar met haar dochters en de huidige bewoner van het huis. Hij wou er vanaf wegens veel te veel pelgrimstochten van de linkse jongeren.
Zij wou het kopen en inrichten als een cultureel centrum voor de linkse jeugd van vandaag. Maar die linkse jeugd zag dat niet zitten en haar hedendaagse leiders vonden het zo al erg genoeg om iedere jaar een grote herdenking te moeten opzetten voor alle vermoorde kameraden. Er waren er ook zoveel!
De Chileense autoriteiten leden in 2003 nog steeds aan geheugenverlies.
Het werd dan finaal een stel betonnen tegels met tekst voor de deur van Calle Santa Fe 727 waar volgens de buurman Miguel gemakkelijk had kunnen vluchten. Hij keerde echgter terug naar zijn gewonde vrouw waardoor hij in de tuin van de buren werd afgemaakt.
De kogelgaten in de muur en het trottoir herinneren er nog aan.
De film is een soms uitputtend verhaal over een moeizame toenadering van Carmen Castillo tot wie de beweging overleefd had, waarvan ze ooit zelf deel uitmaakte. Haar man, vader van haar kinderen en zelf arts, had zijn leven gelaten voor haar. In de finale momenten had hij ervoor gekozen naar zijn gewonde zwangere vrouw terug te keren ipv te ontsnappen in het belang van de partij, het volk en de revolutie. Haar dochters weigerden elke commentaar. Zij hadden hun jeugd doorgebracht in Cuba, ver van hun moeder.
Andere MIR kinderen in ballingschap werden bij elkaar gebracht in een internaat in Frankrijk wanneer de partijleiding besliste met zoveel mogelijk militanten terug naar Chili te gaan om de gewapende strijd te hervatten.
De confrontatie met de toenmalige militaire leider van de MIR was ontluisterend.
Op haar vraag of het allemaal die doden wel waard was geweest, antwoordde hij alleen dat de MIR fouten had gemaakt wegens nog erg jong (in 1965 opgericht) en hij draaide zijn riedeltje van marxistische prietpraat over de loop van de geschiedenis.
Voor en na waren de confrontaties met de ouders die hun drie zonen als MIR militanten hadden verloren, en met haar eigen ouders die ook een zoon aan de revolutionaire activiteiten van de MIR verloren, schrijnend.
De waardigheid waarmee deze mensen de keuze van hun kinderen droegen, was verpletterend voor het imago van de overlevenden onder de partijleiders.
Maar ze filmt ook haar eigen moeder wanneer deze aan haar een brief schrijft waarin ze vraagt na al die jaren, al die doden te laten rusten. Dat het niet menselijk meer is om al dat leed opnieuw fris op te rakelen, om al de pijn opnieuw te beleven, ook voor haar als weduwe van Miguel Enriquez.
Het thema van de film en sommige stukken eruit zijn zeer de moeite waard, ook nu nog.
Niet alleen in Chili. Carmen Castillo probeert een waardige afstand te bewaren van haar eigen emoties, haar eigen verleden en de dwaasheden uit haar leven, waarbij ze ook anderen betrokken heeft.
De MIR top en de stichters waren allemaal studenten uit begoede middens. Miguel Enriquez en verschillende van de partijleiders waren arts geworden. Vanuit hun sociaal engagement om een einde te maken aan zoveel ziekte, honger, pijn en sociale achteruitstelling en hun jeugdige hang naar 'wetenschappelijke' theorieën om maatschappelijke problemen op te lossen hadden ze een eigen redenering opgezet: het pseudo – wetenschappelijke karakter van marxistisch -leninistische gesloten denksystemen die een antwoord kunnen bieden op alle vragen en dus ook maakbaarheidsoplossingen bieden voor alle schrijnende sociale problemen.
De gevolgen waren verschrikkelijk. Alleen de sociale acties in sloppenwijken voor voedsel, scholen en gezondheidszorg leken een positief effect te blijven sorteren.
Voor de partijleden die er nooit in geslaagd waren om een leven op te bouwen buiten de partij, voor wie de MIR hun enige familie was en de revolutionaire theorie de enige zin van hun bestaan, stortte de wereld in als de MIR ontbonden werd. Een militante overleefde het door de steun van een psychiater '? voormalig partijlid.
Een landloze boer die lid geworden was van de MIR had een mooie verklaring voor de voorbije periode:'Wij hadden geen land, geen inkomen. Wij trokken naar de steden en werden marxistisch geschoold of raakten aan de drank.'
Revolutie of verslaving!
Was het allemaal zoveel doden waard?

Disengagement '? Amos Gitai 2007 met Juliette Binoche

Zelden zo'n lamentabele film gezien, zo'n eindeloos aaneenrijgen van slecht geacteerde scènes met ridicule mikmak van politiebevelen en rabbijnenbezweringen onder het blazen van de ramshoorn naar het einde toe.
Een oude joodse prof overlijdt in zijn stadspaleis in Avignon, zijn dochter '? Juliette Binoche '? regelt de uitvaart ( met nota bene de zwarte operadiva Barbara Hendrickx voor de kaddisj van de rouwenden ) .
Haar halfbroer komt uit Israel terug want hij is daar intussen politieman van de special forces.
De oude heeft testamentair bepaald dat Juliette Binoche naar haar dochter moet in de Gazah strook waar ze zelf als jong meisje vrijwilligers werk deed en zich liet bezwangeren. Haar kind werd ter plekke voor adoptie achtergelaten. De oude prof bleek al die jaren achter haar rug contact te hebben gehouden met zijn kleindochter. Ze was onderwijzeres in een nederzetting die door de troepen van haar halfoom ontruimd worden om de Gazah helemaal over te laten aan de Palestijnen.
Treurnis alom, naar inhoud, naar vorm en naar acteerprestaties.

Lost in Beijing van Li Yu 2007.

Je zou zowaar sympathie krijgen voor de Chinese censor die deze prent in China verbood. Naar verluidt omwille van enkele – wat heet – expliciete sexscènes. Wellicht probeerde de brave man de Chinese bioscoopbezoeker te behoeden voor een Chinese versie van 'Slisse en Cesar', de Vlaamse evergreen van Jos Gevers.
De humor en de plot van de film is van het niveau van voornoemde successerie. En dus is het hele verhaal nauwelijks meer dan opgeklopte lucht en flauwe kul als smaakmaker.
Een ruitenwasser ziet tijdens zijn waswerk hoe zijn vrouw genaaid wordt door haar baas, hij denkt hieruit een slaatje te kunnen slaan met afpersing voor verkrachting, vrouw blijkt zwanger, baas heeft geen kind, betaalt voor uitdragen van zwangerschap, vervalsen van de bloedgroepdocumenten, ruitenwasser toch liever weg met eigen zoontje, vrouw van massagesalonbaas ook weg met nieuwe auto, enzovoort enzoverder.
En dat alles in de stedelijke hoogbouwjungle van Beijing waar de ruitenwassersmaffia een eigen cultuur vormt van roven en stelen langs ieder openstaand raam of niet gesloten terrasdeur. Maar daarover geen woord. Sex in de massagesalons.
De wereld draait uitsluitend om de drie 'G's : geld, gat en god, zeker in Beijing.
En dat was het dan.
Zonder de attente zorg van de Chinese censuur was ons wellicht 'Lost in Beijing' bespaard gebleven wegens ten prooi aan de zoete onbenullige vergetelheid.

Archief

Piet de Moor, Hotel Silesia – Een romance. Uitg. Van Gennep Amsterdam

19 april 2008

Piet de Moor, Hotel Silesia – Een romance. Uitg. Van Gennep Amsterdam

In een van de prachtige ruime hoekkamers van Hotel Silesia te Gà?rlitz '? op de verkeerde Neisse grens tussen Polen en het herenigde Duitsland '? speelt zich een romance af van de onmacht, van de zelfgekozen onmogelijkheid tot het ontmoeten van de ander, hoe dierbaar die ook voor het 'ik '- personage van Piet de Moors roman zou kunnen zijn.
Piet de Moor heeft een reeks ongelooflijk boeiende parels van historisch onderzoek naar het leven en lijden in het Oosten van Europa opgeleverd.
Met 'Grimmig heden. Een polyfonie' en ‘Schemerland' onderzoekt hij hoe mensen zich gedragen op grenzen.
In de ‘Gelaarsde God' wroet hij in de onderbuik van de macht aan de hand van een gewillige protagonist: Josef Stalin, ooit bekend als de vader der volkeren.
In 'Hotel Silesia' slaat Piet de Moor de hand aan zichzelf, en hoe!
Hij onderzoekt in zijn romance de eigen onderbuik en de krassen in zijn hoofd, de barsten in zijn ziel, waar hij vagelijk de contouren van zijn vader blijft herkennen.

' Ik ben een laatbloeier. Waarom? Omdat ik pas laat inzag dat ik niet de schrijver was die ik me lang geleden had ingebeeld te zijn, een beeld waarvan ik geen afstand wilde doen. Maar ik paste niet in dat schrijversimago dat ik voor en van mezelf ontworpen had. Ik stond voor een deur waarvan ik dacht dat ze vergrendeld was, en het duurde lang voor ik ontdekte dat ze moeiteloos openging. Mijn vooroordelen en mijn gebrek aan kennis keerden zich in al hun monsterachtigheid tegen mezelf.' ( Grimmig heden, 186)

Hij construeert zijn reis met de onmogelijke Andere door regen en mist naar Gà?rlitz, de gedeelde -en intussen Europese – eenheidsstad in het Oosten. Geen Duitse stad heeft de Tweede Wereldoorlog zo goed doorstaan als Gà?rlitz, een soort Disneyworld uit de Gründerzeit overgeleverd: een hedendaagse kopie uit het einde van de 19 de eeuw wanneer het Keizerrijk zijn woedekapitaal opbouwde. De rest van Europa en een groot deel van de wereld zou er in twee gruwelijke rentegolven mee geconfronteerd worden. De Marxistische wetten van de overproductie in het kapitalisme gelden immers voor kapitaal én mens.
In Gà?rlitz moeten de Sileziërs daarom ook veel schuldgevoel verdringen, over waarom zij wel en de anderen niet. Bij voorbeeld die van over de Neisse! Gesteld dat er over schuld kan worden gereflecteerd door Hitlers gewillige beulen of door de Heiligen die zich wentelen in ressentiment wegens 'Nog is Polen niet verloren'.
In Gà?rlitz moet veel gezwegen en verzwegen worden wat pijn kan doen wanneer je kinderen en kleinkinderen een glimp kunnen opvangen van de gruwelen die achter het familiale en nationale behang verstopt zitten.
Misschien daarom dat zovelen deze streek verlaten hebben op zoek naar een beter leven in het Westen, in steden waar de littekens van schuld en boete als keloà?dale tatoeages worden gedragen.
Het leven met het weten van het verleden is een tobberige bedoening, die vaak leidt tot een verstikkende behoedzaamheid die niet langer meer bevrijdt. Misschien ‘burlen’ daarom Oostduitse hertenstieren zo aandoenlijk wanneer ze tekeer gaan tegen ‘anderen’ in hun samenlevingen van de verbeten stilte omdat ze geen ‘andere’ meer willen horen, zien noch ruiken.
Menselijke ontmoetingen zijn asymptotische vergelijkingen. Zij kunnen enkel naderen op oneindig. Tenzij we burlend elkaars illusie respecteren bij de overgave in elkaar zonder angst voor de pijn van de kwetsuren door het vele weten van alle leugens van het leven.
Zeker op weg naar Gà?rlitz.
Wanneer we veinzen elkaars illusie te respecteren kunnen we als mensen met elkaar leven.

'Hotel Silesia' is voor Piet de Moor een eerste vorm van schrijversgeluk.
Om het constiperende effect van het vele weten te vergeten moeten we de verschrikkelijke verbrokkeling van de werkelijkheid liquideren in een andere werkelijkheid. Zo ook met de premissen waarin we onszelf blijven spiegelen.

191. Elke grote roman is een zwart gat dat de werkelijkheid verslindt. Thomas Mann beweerde dat hij in zijn romans de realiteit liquideerde, iets wat ook Imre Kertész zo consequent doet dat hij een van zijn romans de titel 'Liquidatie' gaf. ('?)
Maar het schrijven zelf is voor de echte schrijvers de enige (niet altijd even aangename) leefbare werkelijkheid. In 'Dagboek van een galeislaaf' bevestigt Kertész de uitspraak van E.M. Cioran dat elk boek dat hij schrijft een uitgestelde zelfmoord is. ( Grimmig heden )

Op de muren van een vergaderhok van het vroegere SVB hoofdkwartier in de Leuvense Eikstraat stond 40 jaar geleden gekalkt: 'Afbouwen is makkelijker dan opbreken'.
Piet de Moor heeft dit enigma ter harte genomen.
Met Hotel Silesia is hij eraan begonnen.
Hij zal zijn zelfmoord nog lang moeten uitstellen.
Ook voor zijn lezers.

288. Een van die zinnen als ingegroeide nagels was een evergreen van mijn vader: 'Afbreken is gemakkelijk, opbouwen is moeilijk'. Maar het is juist andersom. Opbouwen is gemakkelijk, maar afbreken is moeilijk. Om af te breken wat je hebt opgebouwd is een welhaast bovenmenselijke moed nodig. ( Grimmig heden)

21. In mij vermoedde je een tegenstander van wie je meende dat je hem kon verraden zonder hem te verliezen, wat een illusie was.

40. En een ogenblik later, toen mijn penis in je vagina schoot, burlde ik als een dodelijk getroffen hert.

93. En toen je me vroeg waarom ik dat meesterwerk dan nog niet geschreven had en of het , gezien mijn leeftijd,niet hoog tijd werd om eraan te beginnen, antwoordde ik dat een werk van de verbeelding heel andere eisen stelt dan een essay, en dat ik, wat het schrijven van fictie betreft, absoluut geen Proust was, wiens schrijversgeluk al contouren kreeg toen hij met zichtbaar genoegen begon te schrijven over zijn verzuim om eindelijk te gaan schrijven, toen hij zich opmaakte om te schrijven over de afleidingen die het echte schrijven in de weg stonden en die zichzelf onderwierp aan een energieke vertraging die maakte dat hij al schrijvend bleef aankloppen aan de schrijfpoorten die voor hem nog moesten opengaan, maar dat ikzelf geconfronteerd werd met hetzelfde probleem als de arme Italiaanse literaire criticus Giacomo Debenedetti '? de auteur van het meesterlijke document 16 oktober 1943. Een joodse kroniek '? een schrijver wiens hele leven beheerst werd door het gevoel dat hem nooit iets overkomen was dat ánders was dan gewoon, die altijd de indruk had dat hij de wereld van achter een glazen wand had bekeken, als een 'feest van de anderen' waarvoor hij niet uitgenodigd was, en dat die Giacomo Debenedetti daardoor een geconstipeerde schrijver was geweest 'omdat hij niet uit het niets kon scheppen'.

Archief

VSB poëzieprijs 2008 voor ‘ Bres’ van Leonard Nolens

13 april 2008

Leonard Nolens (1947) heeft met zijn meesterwerk ' Bres' de vsb poëzieprijs gewonnen.
In Bres heeft de dichter tien jaar lang gewerkt aan het afscheid van de twintigste eeuw, waarvan we de tweede helft voor onze rekening moeten nemen tegenover wie na ons komt. Het is niet fraai geweest en moeilijk aan hen te verklaren.
De Bres die Nolens heeft geslagen in ons geheugen helpt deze naoorlogse generatie de schaamte te dragen want niets is gebleken wat het leek, niets is geworden wat het zou en van de leugen die wij opgelepeld kregen van wie voor ons kwam hebben we geen beter, maar wellicht wel een mooier verhaal kunnen maken.
Althans Leonard Nolens heeft dat met ' Bres' voor ons gedaan.
In De Groene Amsterdammer van 05032008 zei hij het als volgt: '? 'Wij' heeft te maken met de meerderheid. Socrates zei: de opvattingen van de meerderheid zijn griezelverhalen, geschikt om kinderen bang te maken. Dát Wij, die meerderheid, daar wilde ik juist aan ontsnappen. Daarvoor moet de Wij in Bres steeds worden geherdefinieerd. Het persoonlijk voornaamwoord wordt in zoveel mogelijk contexten gebruikt. Want terwijl je het woord Wij gebruikt is er onmiddellijk een restrictie, er komt: ja, maar.'

Wij zijn die eeuw, die twintigste
Zonder getal, ik zei het al
Met de precisie van en losgeslagen tong.

Maak van ons geen foto.
Heb compassie met een vrouw
Die haar maten niet kent,
En draai geen film over verlamde mannen.

Maak van ons geen mens en geen verhaal.
Wij zijn de naakten die zich hullen
In brandende vlaggen,
In de namen van geschonden grenzen.

Onze kleermaker zit zonder stof.
Wij trekken ons uniform van vlees
Over andermans boten om onszelf te zien.
Wij nemen elkaar de maat
Met de mateloze centimeter van Gods afwezigheid.

Onze doorgeleerde mond is een vergissing
Of een gissing, en ons axioma luidt:
Wij weten niets. Wij weten niets.
Dat leren wij de kinderen op school.

Ut Bres, I. Vlees in uniform is volautomatisch, 16

Archief

Bart de Koning: Alles onder controle. De overheid houdt u in de gaten. Uitg. Balans

6 april 2008

Bart de Koning: Alles onder controle. De overheid houdt u in de gaten. Uitg. Balans

George Orwell was te vroeg, vijfentwintig jaar te vroeg met zijn inschattingen voor '1984'.
Hij was ook fout met de virtuele locatie in een land waar de burgers als uniforme slachtoffers gedresseerd worden. Hij vergiste zich in het mechanisme van bewuste, georchestreerde inspanningen van Big Brother om het volk, de natie, de partij in de juiste banen van het eeuwigdurende maakbaarheidsgeluk te leiden.
Bart de Koning, redacteur bij het Nederlandse tijdschrift HP/DETIJD, heeft deze vergissingen helder en vatbaar weerlegd in zijn boekje 'Alles onder controle. De overheid houdt u in de gaten.'
Het gaat voornamelijk over Nederlandse toestanden waar 'the war on terror' als betonrot en huiszwam woekert in wetgeving en samenleving. Het wantrouwen van haar burgers door de overheid is er structureel geworden: anonieme kliklijnen, gestroomlijnd strafrecht met onderzoeksmagistraten als crime fighters', militarisering van de politionele bevoegdheden van fouilleren, tappen, data-mining in de enorme voorraden digitaal verkeergegevens, digitale dossiers voor ieder geboren kind,'?
In België is de toestand ook hopeloos maar niet zo ernstig, omdat de citizensheep van dit land een fundamenteel – en gezond – wantrouwen en ongeloof koesteren tegenover de overheid en de macht.
Fascinerend is ook de rol van de sociaal-democratie en de zogenaamde linkervleugel van het politieke spectrum. Historisch zijn zij er het best in geslaagd de privacy van de burger aan banden te leggen. Onder het mom van preventie en gelijke kansen voor de zwakken, zieken en misselijken hebben zij steeds het voortouw genomen in de ruil van privacy en het recht op veinzen voor een veiligheidsillusie van kopschuwe burgers.
Het lijkt erop dat precies de linkervleugel van het politieke spectrum opgaat in regelneverij en beknotting van creativiteit en vrijheid van haar kiesvee.
Dit heeft wellicht te maken met het verlies van haar wortels in de samenleving. Oorspronkelijk dreef socialisme op jaloezie en rancune van de verongelijkten, van wie als gelijke naar Gods beeld geschapene ook de gelijkheidsillusie wou koesteren in het maatschappelijk leven.
Die zwakste sociale klassen werden aan hun lot overgelaten zo gauw de politieke beweging die op hun vleugels groot werd, deel kon nemen aan de macht.
Het voorgespiegelde arbeidersparadijs werd een nachtmerrie, ook voor de arbeiders en hun naastbestaanden. De angst voor de eigen kameraden werd dermate paranoà?de dat een heel staatsveligheidapparaat diende ontplooid te worden. Geen politieke regime heeft ooit meer burgers als agenten van de staatsveiligheid gerecruteerd dan de socialistische arbeiders- en boerenrepublieken.
Ook in de kapitalistische vrije markteconomie, al dan niet gestuurd en geleid, bleken de ‘linkse’ regeringen zeer ver te gaan in hun voorbereidend of uitvoerend werk om de burgerlijke vrijheden te ondermijnen.
Wellicht speelt ook hier het geloof in de maakbaarheid van een samenleving: het doel van gelijke kansen heiligt de middelen, en bij opgeklopte angstpsychoses geldt dit voor alle middelen.
Op die manier wordt het fundamentele en meest wezenlijke van menselijke relaties, van menselijk gedrag, vernietigd: het recht op veinzen, op doen alsof, op het creëren van illusies, op liegen, op verschillende interpretaties van eigen waarheden.
Mensen kunnen niet samenleven wanneer ze mekaar uitsluitend naakt moeten benaderen, direct en zonder ritualen omdat iedereen alles van iedereen kan weten, en minstens de heersende herders en hun honden alles van ons kunnen weten, zelfs onze geheimste gedachten.
Roberto Calasso onthult in De bruiloft van Cadmus en Harmonia. de moderne inhoud van Homerus’ Odysseia:

'Odysseus zag af van de eerlijkheid van de krijger toen hij op Ithaca waanzin voorwendde om zich niet te hoeven inschepen voor Troje. Hij zag af van zijn recht op vrije meningsuiting toen hij de rol op zich nam van de rondtrekkende bedelaar die door iedere willekeurige slaaf kon worden verjaagd, tot zwijgen gebracht. Odysseus gaf voor het eerst voorrang aan het indirecte boven het directe, aan sluwheid boven aanwezigheid, aan behoedzaamheid boven een rechtlijnige aanpak. Và?à?r allerlei eigenschappen in de loop der eeuwen werden toegeschreven aan kooplieden, vreemdelingen, joden en komedianten, had Odysseus zichzelf ermee bestempeld. De held gaf een voorproefje van de leefwijze waarin noch aristocratische openheid, noch democratische vrijheid van meningsuiting zouden volstaan. Eeuwen later lijkt die leefwijze heel normaal maar ten tijde van Odysseus gaf het blijk van een vooruitziende blik die was voorbehouden aan degenen die hemel en aarde had doorkruist. Dus, terwijl Achilles en Agamemnon zich in ons geheugen griffen als overblijfselen van een voorbije wereld, opgeslokt door een catastrofe, blijft Odysseus ons vertrouwd als een onzichtbare metgezel. Zijn afstand doen van openlijke aanwezigheid wordt gecompenseerd door zijn voortbestaan in de herinnering en in de geschiedenis. Achilles moet worden opgeroepen; Odysseus staat al naast ons, altijd en overal.' (p.301)

Odysseus was het prototype van de moderne mens. De naam die hij kreeg van zijn grootvader betekent: ‘Hij die de haat kent!’
Vandaag wordt het steeds moeilijker om voorrang te geven aan het indirecte boven het directe, aan sluwheid boven aanwezigheid, aan behoedzaamheid boven een rechtlijnige aanpak.
De inzameling, de bewaring en de ‘mining’ van data over alle burgers lijkt onomkeerbaar wegens wereldwijd. Alle bestaande privacywetgeving werd afgeserveerd onder het mom van de terrorismedreiging.
Misschien rest ons enkel nog de mogelijkheid om te zwijgen en afstand te nemen van een doorgedreven Big Brother maatschappij: alles wat wij doen, wat we lezen, denken, eten, drinken, roken, waar we rijden, met wie we de liefde bedrijven wordt zorgvuldig opgeslagen om ten gepaste of ten ongepaste tijde gelicht te worden om ons te corrigeren, te behoeden, te genezen, te leren hoe ons te gedragen.
Terugkeren naar de heldentijd en het promoten van openlijk, publiek en direct reager via de media kan alleen tot enorme verliezen aan mensenlevens leiden. Het woedekapitaal dat in zo’n wereld opgebouwd wordt zal onmiskenbaar bloedig moeten renderen.
Wellicht helpt het instellen van taboes zoals het ritueel zwijgen over zaken die we kunnen weten van de ander en ons menselijk relatiespel verfijnen, op een hoog niveau als een etiquette respecteren. Zo kunnen we de vrijheid spelen onder de ogen van de herders en hun horige honden.
We moeten het wantrouwen koesteren tegen de overheid, de staat en alle organisaties en machtsorganen die het goed beweren voor te hebben met de kudde van haar onderdanen.
De Griekse redenaar Demosthenes (384-322 AC) verklaarde reeds: ‘Wantrouwen beschermt het volk tegen tirannie’.

Met ‘Das Leben der Anderen’ is Henckel von Donnersmarck schitterend geslaagd in het argumenteren tegen de privacy controle door de staat in het belang van de burgers: 'In einem System der Macht ist nichts privat'- gaat niet alleen over het leven van de anderen in het socialistische vaderland, de DDR in 1984. De anderen zijn wijzelf, het leven van de anderen is ons leven, ook vandaag en morgen. Zo blijkt uit de indringende studie die door het Tilburgse Rathenau Instituut eind januari 2007 werd opgeleverd voor een publiek debat in de Eerste Kamer van de Staten Generaal: 'Van privacyparadijs tot controlestaat? Misdaad- en terreurbestrijding in Nederland aan het begin van de 21e eeuw'

14. Het gaat om een veel subtieler en sluipender proces. Onze maatschappij is de afgelopen decennia, bijna ongemerkt, veranderd in een risicosamenleving, dat wil zeggen een samenleving die geen enkel risico meer verdraagt. Als er ergens iets misgaat moet de overheid ingrijpen..

17. De telecombedrijven geven honderden miljoenen per jaar uit om hun gegevens te bewaren en het dataverkeer aftapbaar te maken. Het aantal 'bevragingen' door politie en inlichtingdiensten neemt ieder jaar met tientallen procenten toe. Dat kun je van de ophelderingspercentages niet zeggen: die blijven laag.

32. Bijna dagelijks komt er een nieuwe techniek bij, een nieuwe database, een nieuwe bevoegdheid voor opsporingsambtenaren. Dat wil zeker niet zeggen dat het allemaal onderdeel is van één grote enge samenzwering tegen de vrije burger. Zoals gezegd:
Big Brother bestaat niet. Het omgekeerde is eerder het geval: het is juist een opeenstapeling van talloze technische, commerciële, maatschappelijke en politieke ontwikkelingen
die alles bij elkaar de privacy van de burger langzaam uitholt. Vaak gebeurt het met de beste bedoelingen, of is het een onbedoeld bijverschijnsel.

44-45. Onderdeel van die Nieuwe Gestrengheid is dat het strafrecht gestroomlijnd is. De officier van justitie heeft meer bevoegdheden gekregen en mag zonder toestemming van de rechter allerlei onderzoeken in gang zetten. De officier was vroeger een magistraat die het onderzoek van de politie onafhankelijk beoordeelde. De waarheidsvinding stond voorop.
Nu is de officier een crime fighter geworden, die vooral boeven wil vangen met de politie. De rechter biedt daaraan niet altijd genoeg tegenwicht, met als gevolg dat het werk van de politie minder gecontroleerd wordt.(...)
De belangrijkste ontwikkeling is misschien nog wel dat het strafrecht steeds meer op preventie is gericht, het voorkomen van misdaad. Traditioneel komt de politie pas in actie
als er een misdrijf gepleegd is. De politie doet onderzoek, verzamelt bewijsmateriaal, het OM besluit al dan niet tot vervolging over te gaan, de rechter beoordeelt de feiten en veroordeelt de verdachte of spreekt hem vrij. Pas na die veroordeling is iemand schuldig. De afgelopen jaren zijn ook steeds meer voorbereidingshandelingen strafbaar gesteld.
Dat maakt het makkelijker voor de politie: ze hoeven niet te bewijzen dat iemand een computer gehackt heeft, het in bezit hebben van de benodigde software is al voldoende voor
een veroordeling. Zoals het hier geformuleerd staat klinkt dat als een verstandige ontwikkeling, maar er zit een principieel probleem in: de rechter kan iemand dus veroordelen
voor iets wat hij nog niet heeft gedaan.
Dat past in een bredere trend. In de klassieke rechtsstaat is iedereen onschuldig totdat het tegendeel bewezen is. In onze moderne rechtsstaat is het begrip onschuld verwaterd.
Niemand is meer echt onschuldig, je hebt hoogstens een laag risicoprofiel. Je bent 'nog niet-verdacht', in de woorden van informatica-expert Bart Jacobs. Dat klinkt vrij dramatisch en dat is het ook.

46-47. De onschuldige burger bestaat niet meer. Dat is geen paranoia, politiefunctionarissen komen er rond voor uit dat ze onschuldige mensen in de gaten willen houden.

Lees verder »