Er is nog zo veel dat ongezegd is. (Rutger Kopland)

Dupslog

Archief

deBuren Brussel: Salomon Kroonenberg in gesprek met Joël De Ceulaer

14 mei 2008

Koelt het klimaat weer af? LATEN WE ONS AANPASSEN AAN HET VERANDERENDE KLIMAAT!

Salomon Kroonenberg is geoloog aan de Technische Universiteit Delft en auteur van ‘De menselijke maat. De aarde over 10.000 jaar’, waarvan vorige week de Duitse vertaling verscheen bij Primus Verlag.

Hij gaat bij deBuren in gesprek met Joël De Ceulaer in de wetenschapsreeks ‘Homo Universalis’, over klimaat, milieu en energie. Donderdag, 15 mei om 20 uur, deBuren, Leopoldstraat 6, 1000 Brussel. Toegang gratis, maar reserveren aanbevolen: info@deBuren.eu of 02-212.19.30

www.deburen.eu

Opiniestuk in De Standaard 13 mei 2008

Salomon Kroonenberg is een klimaatscepticus.

‘Het is menselijke hoogmoed te denken dat wij met het reguleren van de emissies van koolzuurgas ook het klimaat kunnen reguleren.’

Een econoom is iemand die pas morgen weet, waarom zijn voorspellingen van gisteren vandaag niet zijn uitgekomen, luidt een oud gezegde. Het lijkt erop dat dat ook voor klimaatwetenschappers geldt. De jongste tien jaar is de gemiddelde temperatuur op aarde niet meer gestegen, hoewel de concentratie van het broeikasgas kooldioxide in de atmosfeer wél is toegenomen. Na het topjaar 1998 is de temperatuur op een iets lager niveau gestabiliseerd en de afgelopen koude winter in vele delen van de wereld trekt de curve verder omlaag. Dat klopt niet met de voorspellingen van het Intergovernmental Panel for Climate Change (IPCC), het klimaatpanel van de Verenigde Naties, dat ons immers in haar rapporten van 2001 en 2007 een stijging van de temperatuur op aarde tot het eind van deze eeuw heeft beloofd. Het IPCC heeft deze afkoeling niet zien aankomen, net zo min als de economen de huidige kredietcrisis hebben voorspeld.

Pas achteraf werd het piekjaar 1998 verklaard als het gevolg van een ongewoon sterk El Nià?o-effect. El Nià?o is een om de paar jaren optredende sterke opwarming van het oceaanwater in de Stille Oceaan, die het weer in grote delen van de aarde in de war stuurt. Achteraf wordt de afkoeling die nu optreedt verklaard door het tegenovergestelde effect: La Nià?a, een sterke afkoeling van het oceaanwater. Als je al die effecten ervan aftrekt blijft de stijgende trend over, zeggen de klimatologen. Maar voor het klimaatbeleid heb je niets aan al die achterafverklaringen, je wilt van te voren weten wat er staat te gebeuren.

Ik bespeur daarover een zekere nervositeit bij de klimaatwetenschappers. Ze hebben immers beweerd: the science is settled. De wetenschap is er uit, we weten hoe het zit, we begrijpen hoe het werkt? Hoe kan het dan dat de temperatuur zich niet gedraagt zoals voorspeld? Sommigen reageren met het verdoezelen van de feiten. Zo stelt het Nederlandse KNMI, de equivalent van het KMI in Ukkel, dat het jaar 2007 een van de tien warmste jaren van de laatste 150 jaar is. Ze hadden ook kunnen zeggen: het jaar 2007 is het op drie na koudste jaar van het laatste decennium. Het is maar hoe je het brengt. Anderen zeggen, het is even een adempauze, wees maar gerust, de temperatuur gaat wel weer stijgen. Zo schreef de gerenommeerde Nederlandse wetenschapsjournalist Karel Knip een artikel over de afkoeling in NRC Handelsblad onder de kop: ‘Tijdelijke afkoeling weerlegt broeikastheorie niet’. Een lezer reageerde daarop met de vraag: maar meneer Knip, hoe weet u nu dat die afkoeling tijdelijk is? En daar zit hem precies de kneep. Dat weten wij niet.

De bekende Nederlandse astronoom Kees de Jager verwacht dat we de komende jaren op een kouder klimaat afstevenen door vermindering van de zonneactiviteit. Duitse onderzoekers beweerden vorige week in Nature dat de grote ‘lopende band’ in de Atlantische Oceaan, waar de Golfstroom deel van uitmaakt, langzamer gaat lopen en dat we daarom in de komende tien jaar eerder afkoeling dan opwarming kunnen verwachten. En ongetwijfeld staat volgende maand weer een nieuwe theorie in Nature. Natuurlijk is the science not settled. Als de wetenschap het heeft opgelost, schrijft niemand er meer artikelen over in Nature.’

Het is niet voor het eerst dat het klimaat niet parallel loopt met de uitstoot van broeikasgassen. In de jaren 1945-1975 steeg het koolzuurgasgehalte in de atmosfeer gestaag, maar de gemiddelde temperatuur op aarde dáálde in die tijd, en zelfs zo dat velen toen bang waren voor de komst van een nieuwe ijstijd. Over de oorzaken van deze dertigjarige afkoeling is men het nog altijd niet eens. Sommigen zeggen dat er in die tijd veel vulkanische erupties waren, anderen zeggen dat we toen nog veel zwavelrijke kolen stookten waardoor veel stofdeeltjes in de atmosfeer terechtkwamen. De temperatuurcurve uit die tijd vertoont een fantastische correlatie met die van de zonneactiviteit, en misschien is dat wel de meest plausibele verklaring. Maar volgens het IPCC is het effect van variaties in de zon niet groot genoeg om die temperatuurschommelingen te verklaren. We weten het nog niet.

Ook als we verder terugkijken, zien we zulke discrepanties. Al Gore en vele anderen waarschuwen ons dat als we doorgaan met het uitstoten van koolzuurgas de ijskap van Groenland helemaal af kan smelten. Dan stijgt de zeespiegel wereldwijd zes meter en komen vele laaggelegen kustgebieden zoals delen van Vlaanderen onder water te staan. Maar in de vorige warme periode, tussen de twee laatste ijstijden in, stond de zeespiegel à?à?k zes meter hoger dan nu. Maar menselijke invloed was er toen niet, en het koolzuurgasgehalte in de atmosfeer was niet hoger dan in de periode voor de industriële revolutie. Dat betekent dat zelfs als wij nu onze emissies tot het uiterste weten te beperken, wij geen enkele garantie hebben dat die zeespiegel in de toekomst niet tà?ch zes meter zal stijgen. Klimaat, zeespiegel en broeikasgassen variëren nu eenmaal niet één op één.

Vanaf tienduizend jaar geleden tot nu is de zeespiegel wel vijftig meter gestegen door het afsmelten van de ijskappen uit de ijstijd. Dat ging aanvankelijk met een snelheid van soms wel vier meter per eeuw. Dat is meer dan twintig keer zo snel als in de twintigste eeuw, maar het koolzuurgasgehalte in die tijd is vrijwel constant gebleven. Tegelijkertijd schoven de woongebieden van planten en dieren de laatste tienduizend jaar met een snelheid van 150 kilometer per eeuw naar het noorden op. Door de huidige opwarming gaat het met een snelheid van maar zestig kilometer per eeuw. En dan horen we dat het te snel gaat, dat de natuur het niet bij kan benen! De natuur heeft veel snellere veranderingen meegemaakt dan wij ons voor kunnen stellen. En wij mensen trouwens ook, want onze voorvaderen hebben dit allemaal meegemaakt. Zij woonden op de bodem van de Noordzee en hebben na de ijstijd hun dorpen zien verdrinken. Zij hebben hun leefmilieu zien veranderen van een toendra met mammoeten tot een eikenbos met eekhoorntjes. Maar hun atmosfeer bleef onveranderd.

Er zijn zà?veel andere processen die het klimaat bepalen en we weten daar nog zà? weinig van dat het in mijn ogen onverantwoord is om alle schuld aan de broeikasgassen te geven. Het is menselijke hoogmoed te denken dat wij met het reguleren van de emissies van koolzuurgas ook het klimaat kunnen reguleren. Wij kunnen de thermostaat van de aarde niet naar believen een graadje hoger of een graadje lager zetten. Zelfs al lijkt er een zekere menselijke invloed te onderscheiden in het klimaat van de laatste decennia, dan nog is het absoluut geen reden om te denken dat die andere factoren in de toekomst geen rol meer zullen spelen.

Wat moeten we dan doen? Veel mensen verwijten mij dat mijn geologische blik een vrijbrief is voor de mensen om maar raak te consumeren. Maar daar ben ik het helemaal niet mee eens. Ik vind dat we zoveel mogelijk energie moeten sparen en zoeken naar andere, duurzamere vormen van energie. Niet vanwege het klimaat, maar omdat we niet iets op mogen maken wat latere generaties nog nodig kunnen hebben. Mocht energiebesparing een gunstig effect op het klimaat hebben – wat dat ook mag zijn – dan is dat meegenomen. Maar helpt het niet, dan heb je toch iets nuttigs gedaan: je hebt grondstoffen bespaard.

Anders wordt het, als je de reductie van de uitstoot als uitgangspunt gaat nemen, zoals de internationale gemeenschap nu doet. In Nederland heeft dat geleid tot een sterke drang om koolzuurgas onder de grond op te slaan. Maar ondergrondse opslag bespaart geen energie, het kost juist energie, en ook heel veel geld. Als het klimaat zich niets aantrekt van die armzalige pogingen van de mens om het klimaat naar zijn hand te zetten? Als de zeespiegel tà?ch zes meter stijgt net als in de vorige warme tijd? Dan is ondergrondse opslag weggegooid geld. Ik vind dat je dat geld beter kan besteden om de gevolgen van milieurampen te verzachten, dan weet je zeker dat je iets doet wat helpt. En van het verhandelen van emissierechten worden alleen de verkeerde mensen rijk.

Laten we ons liever aanpassen aan de natuur, aan het klimaat dat voortdurend verandert, aan een zeespiegel die voortdurend stijgt en daalt, wat ook de oorzaken daarvan zijn. Niemand heeft recht op een constante zeespiegel. Laten we niet de starre tuinman zijn, die tevergeefs probeert de natuur in een keurslijf te dwingen, maar de natuurliefhebber die meebeweegt met veranderingen. De zes miljard heldere breinen van de huidige wereldbevolking zijn inventief genoeg om daar nieuwe manieren voor te bedenken.

Salomon Kroonenberg is geoloog aan de Technische Universiteit Delft en auteur van ‘De menselijke maat. De aarde over 10.000 jaar’, waarvan vorige week de Duitse vertaling verscheen bij Primus Verlag.

Hij gaat bij deBuren in gesprek met Joël De Ceulaer in de wetenschapsreeks ‘Homo Universalis’, over klimaat, milieu en energie. Donderdag, 15 mei om 20 uur, deBuren, Leopoldstraat 6, 1000 Brussel. Toegang gratis, maar reserveren aanbevolen: info@deBuren.eu of 02-212.19.30

www.deburen.eu

Archief

Gunnar Heinsohn, Zonen grijpen de wereldmacht, terrorisme demografisch verklaard. Uitg. Nieuw Amsterdam 2008

12 mei 2008

Gunnar Heinsohn, Zonen grijpen de wereldmacht, terrorisme demografisch verklaard. uitg. Nieuw Amsterdam 2008

Er was eens in Europa de pest en na deze decimering de gebruikelijke aanwas van de bevolking: Eros en Thanatos gaan immers hand in hand
En dat werd de basis voor de latere ‘youth bulge’, het kloppende gezwel van het forse jonge mannenoverschot in Europa.
De overgrote meerderheid van deze jongens zouden nooit de kansen krijgen van het eerste geboorterecht dat voorbehouden bleef aan de oudste zoon, tenzij die zich liet lijmen met een bord linzensoep.
De rest kon aan de slag aan soldaat, priester of gelukzoeker, of alles tegelijk.
Want volgens de Bremense onderzoeker naar volkerenmoord, Gunnar Heinsohn (Polen, 1943) was Europa het eerste continent waar bezit overging in uitleenbare en beleenbare eigendom. Dat werd de drive – wortel en stok – waarmee het jongerenoverschot de wijde wereld in gestuurd kon worden om het wrokkige ressentiment van de ‘segundos’ – de overbodige tweede en volgende zonen – desnoods met harde en bloedige hand te ruilen voor prestige, rijkdom en sexuele bevrediging. Niet als esoterische martelaren in het paradijs maar als reële overwinnaars in de Nieuwe Werelden.
Niet armoede en honger drijft immers mensen de wereld rond, maar wel het gebrek aan passend geachte toekomstmogelijkheden in de eigen sociale omgeving

27. Armoede en voedselgebrek brengen geen terroristen voort. Om brood wordt gebedeld Gedood wordt er voor status en macht. Juist omdat het gros van de jongeren niet om het naakte bestaan hoeft te vechten, maar de energie, tijd en vrijheid heeft om verder te komen, worden de toekomstige youth bulges door de strategen als een internationaal gevaar gezien.

Gunnar Heinsohn – daarin gesteund door Peter Sloterdijk in ’ Woede en Tijd ‘ – neemt afstand van de marxistische meerwaardetheorie. Er is immers meer nodig voor grote maatschappelijke verschuivingen dan een economische ‘bulge’. Zonder een fors overschot aan jonge mensen ( Stalin had het als volleerd machtstrateeg zelfs over ‘L’homme, le capital le plus précieux’) komt er immers niets terecht van expansionistische, imperialistische, politieke en/of religieuze wereldreddende bewegingen.
Heinsohn ziet een synchrone beweging in de demografische pulsaties en alle mogelijke geweld van volkerenmoorden, godsdienstoorlogen, revolutionaire en veroveringsbewegingen.
Na de pest startte de inquisitie in Europa de liquidatie van de vroede vrouwen die traditioneel zorg droegen voor de kennis van vruchtbaarheid en geboorteregeling, maar ook voor die van zwangerschap, baren en zogen. Met het verbranden van tot heks verklaarde wijze vrouwen verdween de kennis om vruchtbaarheid te beheersen.
Vrouwen werden als akkers geploegd om rijkelijk vrucht te dagen.

98. En wie met overtollige zonen oorlog wil voeren, moet niet alleen eerst de eigen vrouwen monddood maken, maar er ook voor zorgen dat de hele seksualiteit in dienst kom te staan van de voortplanting. Geen vrouw verlangt uit zichzelf naar twintig zwangerschappen en tien kinderen. Hoe pakkend het moderne begrip ' war of the wombs' misschien ook klinkt, het verhult dat het bij deze oorlog vrijwel zonder uitzondering gaat om vrouwen wie het heft uit handen is genomen.

De drive van wortel en stok – kapitaal en schuld, rijkdom en rente – is voor Heinsohn hét fundamentele gegeven in de economische ontwikkeling. Het Aziatische economische mirakel en de opstanding van China stelt hem hier in het gelijk. Je moet natuurlijk wel een maatschappijstructuur weten te realiseren die voldoende stabiel blijft om eigendomstitels en renteverplichtingen door de overgrote meerderheid blijvend te laten erkennen. De balans tusen wortel en stok mag natuurlijk niet aan te felle of te langdurige onevenwichten lijden. Schommelingen houden er de spanning in maar een waag die te fel en te lang eenzijdig overhelt verkruimelt door beurscrisissen en opstanden van wie zich tekort gedaan voelt. Het evenwicht blijft een gewaagd spel, en de spelers riskeren veel in de hoop op beter.

103. Als gebruikers van geld, dat altijd staat voor een schuld – namelijk die van de debiteur, genoemd in het geldscheppende krdietcontract – ontwikkelen burgers van een eigendomssamenleving een heel andere kijk op de wereld dan zij die leven in een bezitssamenleving, dus in een stam of een feodale maatschappij – of daarin nu een adellijke kaste de dienst uitmaakt, of de voorhoede van de arbeidersklasse. Mensen met schuld zoeken altijd naar wegen om gedurende de vastliggende jaarlijkse of maandelijkse termijnen tenminste zoveel winst te maken als voor het betalen van de rente nodig is. Dat is ook de reden dat zij een markt creëren. Daarop proberen ze manieren te vinden om geld in handen te krijgen, zodat ze hun rente en schuld kunnen aflossen. Het geld gaat dus vooraf aan de markt, waar economen menen dat er eerst markten waren en het geld werd uitgevonden om de ruil te vereenvoudigen.

112. Het zijn immers de renteverplichtingen die tot warenproductie, dus tot het scheppen van rijkdom, dwingen. Met het goud en zilver werden nu in andere landen spullen gekocht en de rest van Europa werd mede welvarende omdat het in ruil voor de Amerikaanse metalen echte prestaties en innovaties moest leveren. De Spanjaarden deden hetzelfde als de huidige olielanden, die ook uit de hele wereld importeren, maar in eigen land geen eigendomsstructuur noch rentelast kennen, en zo ook geen noemenswaardige economie opbouwen.

Heinsohn ziet in de Amerikaanse buitenlandse politiek een mooi voorbeeld van verdediging van de democratische waarden over de hele wereld, en vooral in het Midden en Verre Oosten (p. 135). Rusland lijdt onder een krimpende bevolking, China draagt nog lang de last van het éénkind beleid en Europa denkt migranten te moeten aantrekken om de veroudering van haar bevolking tegen te gaan. Al blijken die migrantenvrouwen zich na enkele generaties zodanig geà?ntegreerd te hebben dat zij evenveel vrucht dragen als hun autochtone zusters. De vele importbruiden niet te na gesproken.

Hier lijkt Heinsohn mis te lopen wanneer hij uitsluitend de demografische youth bulge kan herkennen als bepalende pulsaties voor binnen- en buitenlandse machtstrijd en volkerenmoord in naam van de Ene en de Ware, de Belangen van het Eigen Volk of de Arbeidersklasse.
In die optie kan een éénkindbeleid zoals in China nooit tot expansionisme leiden, laat staan tot binnenlandse onrust, omdat de noodzakelijke overbodigen – segundos – nooit geboren werden.
Hij houdt hier evenwel geen rekening met de ‘intern overbodigen’.
Een land kan een economische evolutie doormaken waarbij door verbeterde landbouwtechnieken of goedkopere import van elders hele bevolkingsgroepen ‘overbodig’ worden. Die kunnen opgesoupeerd worden in een ontluikende industrie – zoals tijdens de Eerste Industriële Revolutie in Engeland – of in oorlogen elders – zoals de Zwitserse huurlingenlegers – of als migranten en kolonisten zoals de Zuiditaliaanse Cosa Nostra na de tweede wereldoorlog zijn zonen de wereld rondstuurde. Chinese éénkindgezinnen uit het binnenland moeten hun oogappels wegsturen naar de fabrieken aan de oostkust, naar het Russische Siberië dat leeggelopen is, en zelfs naar de vroegere Oosteuropese landen waar ze de handel en winkelnering op het platteland steeds verder hebben overgenomen. En van een demografische youth bulge kan je daar niet echt spreken na de Maoà?stische bevolkingspolitiek.
Heinsohn maakt ook een wat simpele inschatting van de culturele lasten of krachten die samenlevingen torsen en die niet zomaar om redenen van wortel en stok zullen opgegeven worden.
Gedrag – ook groepsgedrag – wordt ook beà?nvloed door illusies die generaties lang worden overgeleverd als identiteitsbepalende en herkenbare mutaties. Zonder dergelijk ideeel houvast dreigen mensen al te vaak grip te verliezen op zichzelf en hun omgeving. Nakomelingen van Javaanse en Indische Hindoestanen die door Nederland in Suriname werden geà?mporteerd voor het zware werk in een zengend klimaat zweren generaties later ook in Nederland bij vakanties in Dubai en India wegens veel meer faciliteiten voor ‘ons soort mensen’.

Het bijzonder interessante ‘youth bulge’ concept – de pulserende toornmachine van voornamelijk testosterongedreven ressentiment – wordt door Gunnar Heinsohn naar mijn aanvoelen té marxistisch benaderd.
Het schouwtoneel van de machtsverhoudingen in de wereld is geen mechanisch schaakspel, als van een computer.
Politiek, het gevecht om de macht, is eerder een schaakwedstrijd tussen menselijke grootmeesters, die verrassende, verschrikkelijk mooie en gruwelijke beslissingen kunnen nemen die het spel fundamenteel beà?nvloeden. De twee oorlogen in Irak verklaren als een gerechtvaardigde poging van de VS om de Arabische Youth Bulge om zeep te helpen, lijkt mij veel te ver gezocht. De noodzaak voor de Bush-dynastie om de regio te destabiliseren om zo de energiebehoeftedruk op te voeren voor de Aziatische tijgers en China leidde slechts tot een beperkte groeivertraging bij de Chinese hoofdaandeelhouders van de Amerikaanse economie.
Het nut van de Irak-oorlogen wordt door Heinsohn nu gezegend met de missionaire verplichtingen inzake het afkoelen van de Arabische Youth Bulge in het Midden Oosten, rechtstreeks (vluchtelingen en doden) en onrechtstreeks als dreigende vingerwijzing voor Iran. Dank zij de mensenverslindende – en door de VS en Europese landen fors aangemoedigde – oorlogen tussen Iran en Irak is de regionale youth bulge reeds langer aan het verzepen gegaan.
Iran lijkt demografisch niet meer zo sterk te pompen, dus zal de oven wel koelen met gecontroleerd blazen, aldus Heinsohn.
Pakistan dreigt een ander paar mouwen te worden voor de Amerikaanse strategen.
Maar ook voor de Indische en Chinese belangstellende buren.

128. Toch geldt nog steeds het Oudromeinse gezegde ‘si vis pacem, para bellum’ (wie vrede wil, bereidt zich voor op oorlog).
In 2008 draaien de meest urgente scenario’s niet om Iran, maar om de dromen over een heroprichting van een kalifaat waarvan Pakistan en Afghanistan het centrum vormen. Volgens de officiële mededeling is het door de VS geplande rakettenschild in Polen en Tsjechië een voorzorgsmaatregel tegen mogelijke nucleaire wapens van Iran. In werkelijkheid echter wordt gevreesd voor de kernwapens die Pakistan al sinds 1998 heeft. Maar zolang er in Islamabad een partner van het Westen zetelt, wordt die ongerustheid niet aan de grote klok gehangen.

Er is ook nog hoop.
En wellicht wordt die wel door de Chinese kolonisatoren in Afrika geà?mporteerd met de ‘economische steun tot wederzijds voordeel’.
Natuurlijk waren de Belgen destijds in Congo al sterk in het introduceren van eigendomstitels en rentesystemen. Al bleek tenslotte een uitermate corrupte cultuur de dienst te blijven uitmaken.
Wellicht is dit fenomeen wel een vast gegeven wanneer ‘rente en rijkdom’ van buiten- en bovenaf worden opgelegd in een samenleving waar de cultuur van het bezit niet individueel maar gemeenschappelijk (clan- of stamsgewijs) wordt beheerd.
Alleszins heeft de Westerse ontwikkelingshulp de laatste vijftig jaar nauwelijks iets duurzaams opgeleverd, behoudens een verdere ontwrichting van de lokale gemeenschappen, een youth bulge door verbeterde gezondheidszorg, een ondermijning van de lokale machtsverhoudingen en een nauwelijks te temmen hang naar ‘het goede doen om het goede’ bij westerse jongeren die in eigen land niet direct aan de bak konden komen als arts, verpleger, leraar, ingenieur, antropoloog.
Menig jonge man en aanvallig meisje in de zogenaamde ontwikkelingslanden kreeg ook de illusie opgelepeld dat in de rijke landen het leven aangenaam en gezellig overvloedig is. Wat tot een pijnlijke ontnuchtering leidt als ze de oversteek wagen op de drijvende dwang van de eigen familie die haar overtollige zonen en dochters maar al te gretig uitzendt naar Europa om via Western Union en andere transactiesystemen de schamele uitkeringsgelden en de vruchten van legale en minder legale bezigheden terugbesteld te krijgen.

157. De overdracht van economische kennis is de beste ontwikkelingshulp.
Als je de onderontwikkelde landen wil helpen, moet je geen geld geven. De inwoners denken anders echt dat er in de rijke landen als door een wonder grote zakken met geld uit de hemel zijn komen vallen en het dus terecht is dat ze anderen erin laten delen. Het geld is evenwel niet uit de lucht komen vallen, maar gecreëerd op basis van met schuld belaste eigendom. De introductie van eigendom is technisch heel eenvoudig. Aan zoveel mogelijk bezitsgoederen moeten eigendomsrechten worden gehecht, en deze titels moeten in het kadaster geregistreerd worden. Daarvoor hoef je alleen maar te kunnen schrijven en officiële stempels te kunnen maken. Tevens is er zowel een politiedienst als een rechterlijke macht nodig die de wetten inzake eigendomsrechten zonder aanzien des persoons uitvoert. Ook de armste landen kunnen zonder veel hoofdbrekens aan deze eisen voldoen. Geen hulp kan meer welvaart brengen dan informatie over de manier waarop geld wordt geschapen.

158. De ‘grote satan’ is niets anders dan bezit dat niet in eigendom is omgezet. Het verwijt dat rijke landen hun privileges eindelijk met de arme volkeren moeten delen, zal meteen verstommen als algemeen bekend werd dat de executoriale eigendomstitel het verschil uitmaakt. De volkeren die nog geen eigendomsstelsel hebben, zouden dan niet meer roepen dat ze een deel van de koek willen, maar dat het stelsel ook bij hen moet worden ingevoerd. Pas als het zou lukken de enorme blokkade voor economische groei te slechten door bezit tot eigendom te verheffen, zou in veel landen de reële mogelijkheid ontstaan om apathie en terrorisme te overwinnen. En dan zou ook het waandenkbeeld dat de markt de essentie van de economie is, uit de wereld zijn.

Voor de VS en haar moeizame volgelingen in de EU worden het nog spannende jaren van blufpoker, grootmeesterlijk schaken of snooker om de testosteron gestuurde pulsaties van de youth bulge in de hele wereld gecontroleerd met wortel en stok te laten doodbloeden. Niet iedere politieke schaker of snookeraar heeft voldoende koelbloedigheid om dit gevaarlijke spel te beheersen.
Hillary Clinton liet zich eind april 2008 tijdens de Pennsylvania primaries nog verleiden tot de uitspraak ’ If they (Iran) might foolishly consider launching an attack on Israel, we would be able to totally obliterate them’.
Over de noodzaak en de betekenis voor de VS en Europa én voor de Arabische regimes van het Midden-Oostenconflict tussen Israel en de Palestijnen heeft Gunnar Heinsohn ook nog een interessante visie (p. 147)

Duidelijk is alleszins dat ook Europa haar sinds de tweede wereldoorlog gespeelde onschuld zal moeten afleggen, willens nillens.
De illusie waarmee Europese jongeren werden gevoederd over democratische idealen – gelijkheid, vrijheid en broederschap – tussen alle mensen in Europa en dus ook daarbuiten zal veel van haar glans verliezen ondanks de Europese hymne: ‘Alle Menschen werden Brüder!’
Massale immigratie, zelfs gecontroleerde, is alleszins niet zaligmakend en zal de fouten van de jaren zestig en zeventig nauwgezet kopiëren.
Paul Scheffer heeft in ‘Het land van aankomst’ baanbrekend onderzoek verricht.
Indien de overheden en de werkgevers in de EU landen niet bereid zijn om op langere termijn te plannen en enkel met import van goedkope – zelfs hoog opgeleide – arbeidskrachten tanende economische sectoren nog enkele decennia hopen rendabel te houden met lage lonen, zal de immigratiedruk verder toenemen.
De gevolgen voor het maatschappelijk weefsel zullen groot en pijnlijk blijven schrijnen.

Lees verder »

Archief

Parijs, Louvre: Jan Fabre – L’ange de la métamorphose '? André Zucca ‘Paris sous l’Occupation’

5 mei 2008

Parijs, Louvre: Jan Fabre – L’ange de la métamorphose '? Bibliothèque historique de la Ville de Paris André Zucca – Paris sous l’Occupation

Jan Fabre – L’ange de la métamorphose

Het is tegenwoordig een bezoeking om de grote musea van Parijs te doorploegen.
Waar vroeger tijdens een schoolvakantie bemoedigende groepjes jongeren door betrokken docenten langsheen fascinerende kunstwerken werden gevoerd, waar het vaak ook voor de toeschouwer de moeite was om die leraars en leraressen hun verhaal te horen doen, liggen of lummelen nu horden jonge mensen met invulpapieren in de hand in de zalen van Musée d'Orsay of het Louvre.
Waar vroeger gedisciplineerde Japanners een aanvaring vermeden met raar geklede Amerikanen rukken nu Chinezen op die nauwelijks de aanstormende Russen in groot formaat kunnen ontwijken.
Museumbezoek dreigt vandaag moeilijk, uitputtend en versuffend te worden, althans in de zeer grote instellingen met lange wachtrijen waar ze eerder opteren voor de grote geldstroom, liever dan het fatsoen van een reservatie met uurschema.
Er is nog werk aan de winkel. Zeker in het Louvre waar de audiogids nauwelijks in ontwikkeling is (200 items tegen 2000 vroeger). Ze worden evenwel aan de volle prijs aan de achteloze bezoeker gesleten.
Een bezoek aan Jan Fabres 'L'ange de la métamorphose' was daarentegen een opluchtende belevenis. De dialoog van Fabre met de oude meesters is schitterend en verruimend na de beknelling elders.
‘De metamorfose of voortdurende beweging is het basisprincipe van mijn werk. Een kunstenaar mag nooit stagneren. Uit wat sterft, puurt hij nieuw leven, zoals de vlinder groeit uit de cocon', aldus Jan Fabre die in de zalen van de noordelijke kunst ( Vlaanderen, Nederland, Duitsland, Noord Frankrijk) herhaaldelijk op indringende wijze tussenkomt.
Hij haalt elementen uit de werken van de oude meesters en beantwoordt hun vragen met zijn eigentijds antwoord. Dit leidt tot verfrissende dialogen en tot ferme kritiek.
In de grote Rubenszaal waar Pieter Paul zich als een slaafse broodschilder te buiten is gegaan aan een mythologische verheerlijking van Maria de Medici en haar voorgangers heeft hij een immens kerkhof neergepoot. Zijn eigenste alterego kruipt hier als een zuchtende worm – 'Zonder wormen zou de aarde onvruchtbaar zijn. Zonder kunst is zij dat ook' - doorheen het brokkelige marmer waaronder een lange Nederlandstalige lijst van gestorven insecten als metaforen voor de schone kunstenaars , zerken van vergankelijkheid .
Zijn uilenkoppen , harnassen van botschijfjes , doods- en dekbedden , sferen en zwaarden van glinsterende kevers zorgen voor een verrassende confrontatie met de oude meesters en hun metaforen . Een trapzaal die bicblauw werd ondergescheten door ditto glazen duiven en een harnas voor Erasmus stemt tot anders denken, zeker na het filmpje van 2001 'The Problem' waar hij met Dietmar Kamper en Peter Sloterdijk Sisyphus' uitzichtloze opdracht al spelend analyseert. ( Dit zou onderhand ook eens op You Tube mogen verschijnen).
Nog tot 7 juli 2008 in de bovenverdieping van de Richelieu-vleugel van het Louvre.
De catalogus zou vanaf half mei ter beschikking komen van het publiek.

André Zucca – Paris sous l’Occupation

André Zucca 1897-1973 werkte tijdens de oorlog ondermeer voor Signal, het Duitse propagandablaadje, waardoor hij meer dan gemiddelde fotografische faciliteiten kreeg, zoals de beschikking over de toen nog zeer zeldzame kleurenfilmpjes.
Van de 1058 kleuropnames worden er 270 getoond in de Bibliothèque historique de la Ville de Paris, 22 rue Malher, 4e arrondissement. Ze zijn schitterend gerestaureerd en de kleuren werden magnifiek opgeschoond.
De tentoonstelling roept heel wat controverse op, ook bij de schuifelende toeschouwers die hun commentaren niet beperken tot het gastenboek.
Het stadsbestuur waarschuwt in een begeleidend schrijven dat het altijd zonnig en helder leek tijdens de nazi bezetting van Parijs omdat Zucca veel licht nodig had voor zijn kleurenfoto's!
Naar het gruwelijke leed onder de bezetting is het immers moeilijk zoeken. Indirect vallen de veerhakken van de damesschoenen op, de sjofele kleren, de rommelmarkten van Saint Ouen, de gammele auto's met koolvergassers. Het was zo te zien niet voor iedereen even erg onder de nazibezetting, zeker niet in het toeristische gedeelte van de Lichtstad.
Ook de enorme populariteit van de fiets is onmiskenbaar om evidente redenen.
Vandaag lijkt die fiets aan een nieuwe opmars.
Vélolib is zelfs populair bij dames op stiletto's en heren strak in het pak.
Met vrije busbanen en vertrekkersvoorrang aan de kruispunten, is de gemiddelde fietser sneller dan het autoverkeer. Met de fiets kom je overigens op plaatsen waar een normale toerist te voet of met het openbaar vervoer nooit verschijnt.
Langsheen het Canal St Martin vanaf Saint Denis over la Vilette Parijs binnenrijden tot op de Place de la Bastille is iedere keer weer een plezier.