Archief
Rik Torfs, Het hellend vlak.
Rik Torfs, Het hellend vlak. Uitg. Van Halewyck 2008.
In zijn gebundelde selectie van ' Het hellend vlak' uit De Standaard beoefent Rik Torfs virtueel zijn virtuoze sport van vragen stellen en behoedzaam antwoorden verzwijgen. De aandachtige lezer vindt dan vaak parels voor de zwijnen.
In zijn columns zie je soms de contouren van de schrijver, misvormd aan de periferie van het camera obscurabeeld. Wie in het openbaar op zo'n hellend vlak durft bewegen, weet zijn angst te hanteren in het passiespel van de macht.
' Politiek is eerder de kunst om verstandig om te gaan met het onoplosbare. Voor jonge politici die Machiavelli al uit het hoofd kennen, is de tijd gekomen om over te schakelen op JM Coetzee. De passie voor de impasse, niemand ontwikkelt ze mooier dan hij. ' ( 165)
In tijden van groter gelijk, uitzichtloos verlangen en kommervolle strijd wanneer de paleisverveling stilaan overstemd raakt door de achtergrondruis van de barbaren, kunnen jonge mensen met Riks Hellend Vlak oefenen in brevieren om het spel van de geest in de vingers en de voeten te krijgen.
26. Hypocrisie: ziehier het grote woord. Het grote verwijt , ook aan de kerk. Pas op, ik ben niet helemaal tegen hypocrisie. Wanneer zij met mate wordt gehanteerd, maakt ze het levn draaglijk. Waarom moet een man aan zijn vrouw na 30 jaar huwelijksleven meedelen dat ze vroeger knapper was? Waarom zwijgt hij niet gewoon, zoals de vorige 30 jaar? Soms is een vleugje hypocrisie beter dan al die ellendige eerlijkheid. Maar tegelijk mag er tussen woord en daad geen oneindige kloof gapen. Het is een kwestie van dosering.
58. Oorlog en waarheid hebben minsten één ding gemeen: collateral damage, de prijs van het grote gelijk. Oorlog doet mensen sterven, waarheid sluit ze uit nog voor ze gestorven zijn.
82. Radicale oplossingen leiden tot een troosteloze helderheid.
117. Dat is zo schitterend aan Rome. Hier wint de rede niet, en evenmin het geloof. Alleen de schoonheid is overal. Zinnelijk rekt ze zich uit, schaamteloos en loom, zodat het geloof een spel wordt en de rede een misverstand.
120. Politici zijn als foorkramers, begrafenisondernemers en spekslagers. Ze zoeken hun opvolgers in eigen kring, schoonkinderen inbegrepen. Mensen kiezen niet voor zulk beroep. Ze groeien erin op. Het kruipt onder hun huid. ('?) Je moet van jongs af aan met deze beroepen vertrouwd zijn om hun vreemde glans waarlijk lief te hebben. Met de politiek gaat het niet anders. Ze is een mengeling van geronnen idealisme en geraffineerde afrekeningen, van hunkering naar macht en bereidheid om door de medemens te orden vernederd. Je kunt er ook geld mee verdienen, maar tenzij je steelt, bestaan er beroepen die een rianter uitzicht op rijkdom bieden. ('?)
De zonen en dochters van politici die hun vader opvolgen, dat typisch kenmerk van de Belgische politiek, vervult mij geregeld met een zekere ontroering. Je ziet zoon- of dochterlief tijdens een televisiedebat uitleggen welke richting het met de wereld uitmoet. Dat weten die kinderen al.
121. Trouw aan de publieke zaak betekent immers: er zijn als het moet, en gaan vooraleer j tijd gekomen is.
132. Zolang het niet strikt verboden is, waag ik het mijn liefde te verklaren aan de democratie. Ze neemt de mens ernstig zonder hem hoog te achten. Ze garandeert de vergissing en koestert de ondankbaarheid. Ze biedt de leider die zichzelf onmisbaar begint te vinden de kans om heel lang uit te rusten.
Eigenlijk is de democratie op argeloze wijze heel erg slim. Ze erkent dat de oplossing niet bestaat, en tegelijk voorkomt ze de ontsporing.
141. Waarheen de man ook vlucht, de macht gaat met hem mee.
156. De enige bok die je nooit mag schieten, is de zondebok. Wan als hij dood is, word je verantwoordelijk voor je eigen mislukkingen.
173. De vrees voor een radicale verandering verhinderde heel af en toe de nuchtere analyse waarin Raymond Aron een onovertroffen meester was. De vrees is dus niet alleen de vijand van de daad, maar ook van het denken. Dat laatste valt pas echt op bij iemand die waarlijk verstandig is: slechts dan zie je dat het uit angst is dat de gedachte stokt, en niet uit onvermogen. De angst die de werkelijkheid een statuut toebedeelt dat ze niet verdient. De angst die de macht dient door haar te vrezen.
183. Dat de ene cultuur niet superieur is tegenover de andere, erken ik volgaarne. Mar dat binnen elke cultuur twijfel te verkiezen valt boven de afwezigheid ervan, daaraan twijfel ik geen ogenblik. Tijdens de haastige reis van geloof naar ongeloof, heeft Europa zich te snel en te onbarmhartig van elke aarzeling bevrijd. Wij zijn niet langer wie wij waren, terwijl wie anders is ons woordeloos vraagt wie wij zijn.
189. Wij kunnen á la limite wel de kerk, maar zeker niet de hypocrisie missen.
190. Wat ik aan godgeleerdheid altijd bijzonder aardig heb gevonden, is dat de praktijk er vaak aan de theoretische fundering voorafgaat. Toen het verplichte priestercelibaat in de twaalfde eeuw definitief werd ingevoerd, lagen daar heel praktische motieven aan ten grondslag. Rondtrekkende clerici waren op seksueel vlak al te uitbundig. En grote familiefortuinen konden best een beetje celibaat gebruiken. De theologische grondslag van datzelfde celibaat, met ondermeer de totale beschikbaarheid van de priesters voor God en de gelovigen, werd pas later in zijn volle glorie uitgewerkt. Eerst komt de praktijk, en dan de fundering. Eerst is er de boom, daarna komen de wortels.