Er is nog zo veel dat ongezegd is. (Rutger Kopland)

Dupslog

Archief

Creative Factory – Turnhout, indrukken van binnen en buiten.

29 november 2008

Bezoekers en inwoners van Turnhout

Vaak sterft ‘s nachts de stilte
Van deze stad in haar straten
Waar onwetenden onbeholpen
Hun gram proberen te halen
Voor tergende paleisverveling
Ondanks alle feestelijke dagen.

Overdag richt de stilte zich weer op
Als schaduwen langs muren en poorten,
Achter gesloten deuren en ramen
Voor wie de last van het vele weten
En het knagen van de herinnering
Behoedzaam en waardig verdragen.

Wie het zwijgen koestert van de tragedie
Ruimt voorzichtig straten en pleinen
Voor de bravade van onnozele kracht
Uit liefde voor het hijgende hert
En verlaten vrouwen in het woud.
Tenslotte is het overal Turnhout.

In wijsheid keren ze vaak terug
naar de toren van het kopstation
waar hun wereld ooit begon
om met milde ironie onder de acacia’s
de stilte terug te vinden op Nazareth
of waar het eertijds kwakkelend begon.

Archief

Erasmus in beeld – Boijmans-van Beuningen Rotterdam – Monaldi & Sorti, Het ei van Salaì.

28 november 2008

&Erasmus in beeld – Boijmans-van Beuningen Rotterdam – Monaldi & Sorti, Het ei van Salaì. Uitg. Cargo 2008

Voor de 500 ste verjaardag van 'De Lof der Zotheid' in 2009 wijdt Boijmans van Beuningen in Rotterdam, de geboortestad van Gerrit Gerritszoon – de zich graag Desiderius (de Verlangde) Erasmus (de Geliefde) Roterodamus liet noemen – een tentoonstelling aan de grote humanist die uit de provincialistische klei en het slijk der Nederlanden de weg vond naar de wereld. Hij reisde tussen de Nederlanden, Engeland, de Elzas, Duitsland, Parijs en Rome en speelde – aanvankelijk als Augustijner monnik zoals Luther- een belangrijke rol in de internationale intellectuele ontwikkelingen die aan de basis liggen van de Renaissance. Erasmus was een veelschrijver, zijn invloed op het humanisme was enorm. Zijn internationaal netwerk fenomenaal en zijn invloed op de Elzasser humanisten uit Straatsburg, Sélestat – zoals ze door Monaldi & Sorti worden geduid – zeer groot.

Desiderius Erasmus (1466-1536) heeft wellicht zijn hele leven geworsteld met zijn afkomst als zoon van een priester en zijn huishoudster. In zijn Latijns- Griekse naam droeg hij het verlangen en de liefde van zijn ouders de wereld rond.
Eens van zijn Augustijner geloften verlost startte hij ook een uitgekiende campagne van visuele propaganda voor de kracht van zijn woord. Hij liet zijn beeltenis konterfeiten door de beroemdste en beste schilders en tekenaars van zijn tijd. Deze iconografie zou een belangrijk referentiepunt blijven voor nog vele eeuwen van intellectuele beeldcultuur en dito terreur.

De tentoonstelling in Boijmans Van Beuningen wekt dus grote verwachtingen, maar voldoet lang niet.
De opstelling is evenwel schitterend met een decor van kamers voor kamergeleerden die de wereld meenden te herscheppen naar hun beeld en gelijkenis.
Tussen de tentoongestelde werken hangen een paar parels van Dürer, Holbein en Quinten Matsys die in Rotterdam plots Massys heet.

De verwijzingen naar de invloed van Erasmus' geschriften op de tafeletiquette, de opvoeding – te beginnen van Keizer Karel V – het geloof, oorlog en vrede en de lof der zotheid zijn al te schools en simpel geformuleerd als plaatjes bij verhaaltjes.
De audiogids is voor de Erasmustentoonstelling uitermate zwak, maar ook bruikbaar bij Charley Toorop in de zalen ernaast.
Vaak lijken de werken van heinde en verre en ook voor en na met de haren bij het Erasmus verhaal gesleurd om enig volume aan de tentoonstelling te geven.
Voor wie een beetje vertrouwd is met de iconografie vallen alleen de scabreuze prenten op en de fenomenale hoofddeksels die als karikaturen de hoofden van de geldwisselaars, belastingontvangers en bankiers met onwelvoeglijke ontslagpremies kronen.

De betekenis van Erasmus voor de splitsing van de Roomse Kerk – tegen het geloof in unam, sanctam, catholicam et apostolicam Ecclesiam – is niet gering en historisch veel belangrijker dan de talloze maatschappelijke liflafjes die in Rotterdam worden tentoongesteld. De historische betekenis van de figuur en het denken van Erasmus verdient meer en beter. Hij was ondermeer zeer invloedrijk binnen het Elzasser netwerk dat binnen de Roomse kerk eerst van binnenuit de macht probeerde te grijpen, waarnaar Monaldi & Sorti onderzoek doen en dit laten doorschemeren in o.m. 'Het ei van Salaì' en 'De twijfel van Salai'

'De beeldhouwkunst en de schilderkunst werden vroeger binnen de vrije kunsten beschouwd als een zwijgende poëzie, die soms meer voor het menselijk gevoel kan uitdrukken dan een mens, hoe welsprekend ook, onder woorden kan brengen.'

Categorie: Actualiteit | Reacties uit

Archief

Jens Christian Grøndahl: 'Ik ben niemand' – 10 jaar Het Beschrijf

25 november 2008

Jens Christian Grøndahl – Ik ben niemand
uitgesproken op de viering van 10 jaar Het Beschrijf in de KVS te Brussel

Vanavond begint mijn etappe in het hol van de Cycloop waar Odysseus, brutaal en wijs tegelijk, de intimiderende vraag van het monster wie hij is, beantwoordt met de beroemde repliek: ‘Ik ben niemand’. Dat is meer dan een overlevingsstrategie. Je zou het bijna een manifest kunnen noemen, maar dat zou je in dit geval, waar het erom gaat aan iedere identiteit te ontsnappen, niet waar kunnen maken.

Ver van Ithaka en van zijn rol van koning is de held van Homerus werkelijk niemand, en misschien is er een verborgen reden voor al die omwegen op zijn thuisreis, naast de evidente dat er zonder de omwegen geen verhaal zou zijn gekomen. Misschien had hij ingezien dat het interessanter is om onderweg te zijn dan aan te komen. Het kan zelfs zijn dat hij onderweg, tijdens de bochtige onvoorspelbaarheid van de reis, ervaren heeft dat een mens nooit te reduceren is tot de vraag waar ‘ of wat ‘ je bent.
Lees verder »

Archief

Erwin Mortier, Godenslaap.

24 november 2008

Erwin Mortier, Godenslaap. uitg. De Bezige Bij 2008

' Godenslaap' noodt tot luidop lezen, tot voorlezen voor een spiegel om de klank van de woorden te wegen en het mededogen te proeven dat Erwin Mortier blootlegt voor dit land en zijn verloren mensen met hun overbodige geschiedenis die ons de troost bieden van de erotiek om ieder nieuw leven een beetje draaglijker te maken.
Erwin Mortier kiest voor ' Godenslaap' het begin van de XXste eeuw die in gruwelijke barensweeën de moderniteit in Europa het leven schenkt. Zijn verslag is dat van een levenslustige vrouw die door de vele jaren voldoende afstand heeft kunnen opbouwen om de obligate historische leugens van iedere pathetiek te verlossen. Zij is de bewaarder geworden van de ware verhalen van hen die al lang niet meer zoeken naar een stem maar die generatie na generatie weer worden opgevoerd als legitimatie voor het decor van een geschiedenis waar ze ' als muizen in een looprad trappelen en het tempo al dan niet aankunnen.'

De verzen van ' Godenslaap' vormen een hologram, als waarmerk van hun echtheid waar de lezer in ieder deel het geheel kan zien op voorwaarde dat deze bereid is om de paar paragrafen de ogen te sluiten. In ieder hoofdstuk herken je dan de slaap der goden op het bloeddoorlopen netvlies, wanneer je ze bedachtzaam afschermt voor zoveel verterend licht in de ruim een eeuw oude duisternis.
De beeldentaal die zijn woorden ontsluit heeft iets van een film in sepia kleuren op een scherm van Vlaamse kant. Als filigrein vervlochten verbanden die op kunnen lichten bij een andere leeshouding.
Dat schept een heilzame afstand om menselijke relaties, die Erwin Mortier zo treffend in één enkel vers weet te vatten, te herkennen als een holistisch geheel: als schrijver noch lezer zijn we ooit alleen. Zovele van zijn indringende verzen zullen hanteerbaar blijven, ook voor de levenden die na ons komen.
Erwin Mortier heeft met ' Godenslaap' een adembenemend meesterwerk opgeleverd.

12. De meeste beelden die me tijdens de halfslaap bezoeken zijn oud,maar helder als een luchtspiegeling. Ze werden nooit helemaal getemperd door de taal, die wanneer we
jong zijn in onze geest de beddingen van het denken nog maar zeer ondiep uitgespoeld heeft.

18. Ik denk nog steeds dat boeken net als goden en kinderen in het voorgeborchte van het bestaan verblijven, een dimensie waarin gevolgen tot oorzaken kunnen leiden en de dag van gisteren uit die van morgen tevoorschijn kruipt. (…) Als kind vond ik boeken zelfs een soort van doden, en eigenlijk vind ik dat nog steeds. Wie schrijft organiseert zijn eigen spiritisme.

77. Het milieu waarin ik opgroeide nam in zekere zin het plichtsbesef van de hoogste klassen over, het eergevoel van de adel, maar zonder de hypocrisie die het leefbaar
maakte. En van het werkvolk 'beneden ons', uit wier midden we niettemin ooit opgeklommen waren, hadden we het noodgedwongen gewroet en harde labeur omgesmeed tot een ideaal van vlijt en nijverheid, maar dan zonder de ontladingen die tijdelijk alle moraal of plicht vernietigden.
Vrouwen vormden van dat alles het blazoen, het bladstille boegbeeld, en ik vervloekte het. (…)Mijn manier om aan het vacuüm te ontsnappen bestond uit lezen en schrijven.

222.'Vrede,' zuchtte mijn oom gelaten. 'Als het geld op is, of het volk opstandig wordt. Of omgekeerd: het volk opraakt en het geld onrustig wordt. Een oorlog op krediet heeft vroeg of laat nood aan vrede'¦'

276.Ik vraag me af: rouwen mannen anders? Knaagt de rat van het gemis in hen ook zo'n ziedende holte in hun ingewanden uit? Waarom klappen vrouwen dubbel als zij rouwen, en lijken mannen uit elkaar te vallen?.

327.Zonder de doden zou ik niet kunnen leven. Ik zou me leeg voelen als ik hun kelken
niet kon vullen met mijn funeraire giften: woorden die ik ze in de mond leg, die ik als plengoffers over hun altaren uitgiet.

382-383. Oud genoeg mogen worden, zodat je de dood kunt opwachten met dezelfde terloopsheid waarmee je op de straathoek op de lijnbus wacht, zonder veel opwinding of hoop, het zou mijn idee van zaligheid kunnen zijn indien ik nog om zulke dingen maalde.

384-385. Toen ik nog jong was bezag ik woorden als compacte, stabiele eenheden, intrigerende gesteenten die ik verzamelde om niet met lege handen tegenover de wereld te staan. Ik wierp er golfbrekers mee op tegen het springtij van licht en kleur, van geur en geluid, dat soms overweldigend op me af kon komen '“ de wereld in zijn brute heerlijkheid, zijn adembenemende zichzelf-zijn, die me zou overweldigen en inlijven in het tumult van zijn onophoudelijke wording. Ik was met andere woorden bang dat ik zou sterven van genot.

388-389. Geschiedenis. In mijn moeders ogen een idioot maar verder onschuldig tijdverdrijf, een vorm van bloemschikken voor decadente luitjes zoals ik. Lang heb ik het niet volgehouden (…) ik merkte dat de kennis mijn geschriften besmette, mijn gedachten verarmde tot op muziek gezette sociologie.
Geschiedenis, die uit flarden papier, potscherven en botfragmenten met eruditie aan elkaar geflanste prothese waarop we door de jaarrekeningen pikkelen alsof de tijd vol wegwijzers staat.

Archief

sp.a roadshow: De ondraaglijke lichtheid van politieke moed zonder overtuiging.

20 november 2008

Voor de sp.a roadshow waarbij de nazaten van de zelfverklaarde erflaters de leegloop moeten keren – elders heet dit ‘hoe de oude ratten het zinkende schip nog tijdig verlaten’ – is een deugdelijke vrijmoedige reflectie over macht en sociaal-democratie nodig.
Eerder dan het vergeefse snoeren van de mond van dissidente stemmen met verkooppraatjes en communicatietruuks met de laatste centen.
Dat soort ‘yes, we can’ levert ook alleen maar veel geblaat en weinig wol.

De Nederlandse politicoloog Jos de Beus heeft ook voor Belgische politici en bezorgde burgers in Vrij Nederland een schitterend beknopte en verhelderende hypothese geformuleerd: ' Politieke partijen worden campagnepartijen.'

Vrij Nederland, De Hypothese, 08112008, p.21

Door Maurits Martijn.

' De tijd van de traditionele volkspartij is voorbij. De massale
achterban van trouwe leden, bezoekers van afdelingsvergaderingen en
gelovige lezers van propagandamateriaal bestaat niet meer. In de
politicologie zijn twee scholen te onderscheiden die over de opvolger
van de volkspartij speculeren: de ene voorspelt een Oost-Europees
model van vertegenwoordiging, de andere voorziet Amerikanisering.

Volgens de eerste visie verandert de volkspartij uit de twintigste
eeuw in een kartelpartij: een club politici die deel uitmaakt van het
overheidsapparaat, banen en subsidies verdeelt met andere
kartelpartijen en nieuwe partijen uitsluit. Partijleiders beperken de
onderlinge rivaliteit door geheime afspraken te maken. Het cordon
sanitaire in Frankrijk en België tegen regeermacht van radicaal
rechtse partijen wordt als het beste bewijs van de kartelpartij-
hypothese beschouwd.

De andere visie '“ veramerikanisering '“ voorspelt de bloei van
campagnepartijen. Dat zijn geprofessionaliseerde organisaties
bestaande uit politieke vertegenwoordigers, sponsoren, vrijwilligers
en deskundigen, zoals media-adviseurs. De worteling in het
verenigingsleven is vervangen door een journalistiek netwerk en het
web. Transparante communicatie, zoals partijpolitieke
overheidsvoorlichting, is het devies. De oude wereldbeschouwing maakt
plaats voor een ideologie die verbonden is met het levensverhaal van
de leider. Socialisme wordt Blairisme. De verweving van het
verkiezingsprogramma met de autobiografie van de authentieke leider
zie je bij Berlusconi, Fortuyn, Obama, Schwarzenegger.

Ik verwerp de kartelpartij-hypothese en probeer die van de
campagnepartij te bewijzen. Een coalitie van kartelpartijen is
instabiel: Paars 2 presteerde veel minder dan Paars 1.

Bovendien wekt regentenpolitiek succesrijke antipolitiek van
populisten op. De campagnepartij sluit veel beter aan bij trends als
individualisering, de openbaarheid van internet, commercialisering en
schaalvergroting. De politieke partij van de toekomst kan de
legitimiteit van haar beleid niet meer ontlenen aan een mandaat bij
vorige verkiezingen of verantwoording bij volgende verkiezingen.
Daarom is het beleid maken achter de schermen helemaal vervlochten met
het streven naar populariteit. En hebben partijen die een tweede
regeertermijn afdwingen, niks aan het amateurisme van de partijleden.
Wat ze nodig hebben, is een imago van echtheid van de leider, kapitaal
voor televisiespotjes en het inhuren van experts in communicatie en
verkiezingsonderzoek en toegang tot het nieuws, en dat alles onder
strakke regie van de leider en diens vertrouwelingen. Berlusconi bezit
de omroep en Sarkozy is bevriend met alle mediamagnaten. De verdienste
van Obama's campagne is dat hij de heerschappij van de Republikeinse
campagnemachine heeft doorbroken en met haar eigen trucs heft
teruggedrongen.

Als politicoloog zeg ik: de volkspartij is dood, leve de
campagnepartij. Als burger met een sociaaldemocratische overtuiging
bevorder ik dat het beste van de volkspartij '“ een ontmoetingsplaats
van alle rangen en standen – overeind blijft en gekoppeld wordt aan
het beste van de campagnepartij: een voortdurende belangstelling voor
de leefwereld van een publiek van gewone kiezers. '

Archief

Joäo Ubaldo Ribeiro, Braziliaanse monologen.

18 november 2008

Joäo Ubaldo Ribeiro, Braziliaanse monologen.
uitg. De Bezige Bij 2007

Drie ingenieuze verhalen van Joao Ubaldo Ribeiro (1941) werden gebundeld tot de 'Braziliaane monologen'.

Sergeant Getúlio is een man van de daad bij het woord die koste wat kost zijn opdracht uit zal voeren: het afleveren van een politieke gevangene aan zijn baas. Een makkelijke klus, ware het niet dat de politieke constellatie tijdens zijn reis in de jaren dertig van de vorige eeuw veranderd is en hem gevraagd wordt de gevangene vrij te laten. Opdracht is opdracht, bevel is bevel. En dus begrijpt de sergeant de zin van zijn bestaan in het uitvoeren van wat hem te doen staat. Hij verklaart zijn krachtige trouw aan een aanvaarde opdracht vanuit zijn verleden, zijn jeugd, het land waar hij geboren is. Kortom er zijn nog vaste waarden en hij is er één van, tot het bittere einde. Een schitterend geconstrueerde monoloog in een prachtige vertaling van Harrie Lemmens.

104. Misschien is het beter om je lot maar gewoon te ondergaan, want dat ligt toch ergens vast. Of het is beter overal tegen te vechten en overal korte metten mee te maken. Doodgaan is zoiets als slapen en als je slaapt ben je al je zorgen kwijt, daarom wil iedereen altijd slapen. Alleen kun je dromen krijgen als je slaapt en dan ben je weer even ver. Daarom is het beter om te sterven, want dromen heb je niet meer als je je ziel laat gaan en alles ophoudt. Want het leven is te lang en zit vol ellende. Wat zou je dat allemaal verdragen, de ouderdom die langzaam dichterbij komt, gesjiekeneer en valse bevelen, de pijn dat je vrouw je besodejuwt, alles duurt een eeuwigheid, de dingen die je niet snapt en de stank voor dank die je krijgt, wat zou je dat verdragen als je ook jezelf op kunt ruimen, desnoods met een mes? Hoe kun je die last verdragen in een leven dat alleen maar zweet en gelazer geeft? De lui die dat verdragen zijn diegenen die bang zijn voor de dood, want van die reis is nog nooit iemand teruggekomen en dat verzwakt de wil om te sterven. En daarom verdraag je al die klote dingen, alleen maar om niet nog ergere mee te maken die je nog niet kent. En het is door na te denken dat je slap wordt, en de wil om te vechten verbleekt als je daarover piekert, en wat je besloten had te doen, daarvan wijk je af als je aan die dingen denkt en op het laatst doe je helemaal niks. Meneer pastoor, eerwaarde, gedenk mijn zonden in uw gebeden.

Het huis van de gelukkige boeddha’s.

Een oude dame vertrouwde haar mijmeringen over wat eens is geweest toe aan een bandje wat door de auteur wordt uitgewerkt tot een minutieus gedetailleerd verhaal over seks en erotiek in alle graden en hoedanigheden als ultieme drive in het leven van vrouwen én mannen.
Een Caribische vrouw met Braziliaanse roots en ervaring vroeg me wat ik van dit verhaal vond en pareerde mijn epitheton 'pornografisch' met 'Nee hoor, dat is het ware leven in heel Latijns-Amerika. Zo gaat het er daar aan toe, iedere dag weer.'
De vertelster zijn de drie ‘G’-s duidelijk bekend. De grote ‘G’, de universele ‘G’, de ‘G’ van Gat, Geld en God die een mensenleven beheersen en waarvan zij de de illusie en de kracht van iedere betekenis heeft doorgrond, beleefd en genoten. Precies omdat ze de regels van het spel en de betekenis van woorden met al haar lichaamsopeningen heeft geproefd, en goed bevonden. Precies omdat ze zich niet liet leiden door de gretig opgezogen angsten, noch door het zwelgen in illusies.
Haar huis van de gelukkige boeddha’s heeft iets van een Braziliaanse Stoa.

Bericht uit de vuurtoren.

In dit beklemmende verhaal onderzoekt Ribeiro op meesterlijke wijze de diepste drijfveren van mensen in moeilijkheden. Wie afstand weet te bewaren, indirect kan handelen en niet reflexmatig reageert op problemen en uitdagingen kan zich meester wanen van een wereld die draait om wraak voor de krenkingen die hij ooit beleefde. De revolutionaire priester heeft het allemaal in zich en wordt dan ook op briljante wijze gemanipuleerd door zijn kerkelijke en wereldlijke oversten. Hij biedt zich aan als priester voor het volk in de rand van de 'christenen voor het socialisme' tijdens de periode na de militaire staatsgreep van 1964 in Brazilië.
Zijn trauma's, gedrag en persoonlijkheidstoornis worden laag na laag afgepeld om de lezer te betrekken bij de moderne Braziliaanse geschiedenis. In een moeite door onthult Ribeiro de kern van het lijden in katholieke kunstvormen.

473. Het is niet voor een veel culturen en tijdperken toneelspelers verplicht waren en nog steeds verplicht zijn een masker te dragen, dat is minder onfatsoenlijk, minder afschrikwekkend voor de mensen. Het is geen toeval dat het woord ‘hypocrisie’ gebruikt werd om toneelspelers aan te duiden.

524. In iets meer dan twee maanden was ik al een belangrijk lid van de groep en ik nam zelfs een aantal van hen de biecht af, want ze waren katholiek en geloofden niet alleen in de domheden van het katholicisme, maar ook in de domheden van revolutie, waarvan ze zeker wisten dat die ooit zou komen.

531. Zonder een woord te zeggen stapte Cavaco naar de gevangene, die ineen gezakt op een stoel voor hem zat, hij legde zijn linkerhand achter op zijn heup, als een duellist uit de oude draaidoos, en tilde de geëxecuteerde met één arm op aan zijn hals, zodat de ogen van de man bijna uit hun kassen rolden. Ik blijf de schoonheid van een moment als dat belijden, geen conventionele schoonheid, geen schoonheid volgens de normale, afgezaagde esthetische patronen, maar een schoonheid waarvoor er, ik zal daarop blijven hameren, sprake zou moeten zijn van een bijzondere gevoeligheid. Niet voor niets drommen mensen in grote getale samen op straat wanneer een mogelijke zelfmoordenaar van de tiende verdieping af dreigt te springen. Niet voor niets dromden hele menigten samen rond de guillotine om de onthoofding van edelen in de Franse revolutie bij te wonen. Er bestaat, jazeker, een aangeboren kunstzin en gevoeligheid in de mensen voor het begaan van een moord, wat voor moord dat ook moge zijn.

Archief

Monalid & Sorti ‘De ring van Moebius’ 4de Belle van Zuylenlezing Utrecht

17 november 2008

Vrede van Utrecht organiseert in samenwerking met SLAU op 12 december een lezing van Monaldi & Sorti ‘De ring van Moebius ofwel van de geschiedenis en de roman
(om maar te zwijgen van de filosofie) ‘
De lezing is in het Italiaans met Nederlandse ondertitels en vindt plaats in de Janskerk in Utrecht.

http://vredevanutrecht.com/blog/2008/12/12/terugblik-op-4e-belle-van-zuylen-lezing/#more-132

De 4e Belle van Zuylen lezing door het Italiaanse schrijversduo Monaldi & Sorti op 12 december in de Janskerk was een groot succes. De titel van de lezing was De ring van Moebius. Fransesco Sorti nam daadwerkelijk de schaar ter hand om de ring van Moebius in twee smallere ringen te knippen. Hiermee verbeeldde hij hun keuze voor het schrijven van historische romans in plaats van essays.

Hier vindt u de vertaling door Jan van der Haar

4e Belle van Zuylenlezing
Donderdag 11 december 2008 – 20.00 uur Janskerk te Utrecht

Toegang 10,= / 5,=
Reserveren via: info@slau.nl
Lezing in Italiaans, Nederlands boventitels
Moderator: Rosita Steenbeek

In zes jaar tijd herschreven Monaldi & Sorti de Europese geschiedenis. In hun debuutroman Imprimatur (2002) onthulden zij dat de familie van paus Innocentius XI de veldtochten van onze eigen protestante stadhouder Willem III had gefinancierd. Het Vaticaan annuleerde de procedure voor heiligverklaring van de paus en om mysterieuze redenen werd het boek nooit herdrukt. De vervolgdelen Secetrum en Veritas verschenen niet meer in Italië, maar werden wel wereldwijd een succes, in 25 talen en in 58 landen.Dankzij hun vriendschap met vertaler Jan van der Haar verschijnen al hun boeken eerst in het Nederlands, bij de imprint Cargo van de Bezige Bij. In november 2008 verschijnt Het ei van Salaì, het tweede deel van een serie over de brutale pleegzoon van meester-schilder Leonardo da Vinci. Rita Monaldi (1966) is classica en werkte voor het Italiaanse parlement. Francesco Sorti (1964) maakte als musicoloog programma’s voor de RAI en het Vaticaan. Ze wonen en werken afwisselend in Rome en Wenen. Hun romans zijn gebaseerd op jarenlang bronnenonderzoek en zijn het verslag van hun zoektocht naar de waarheid ‘“ of wat daar het dichtst bij in de buurt komt. In hun lezing, die wordt ondersteund door beeld en muziek, gaan ze nader in de relatie tussen de roman en de wetenschappelijk verantwoorde geschiedschrijving.

Belle van Zuylen Lezing

In de lezingenreeks wordt de eenheid van Europa vanuit een literair perspectief benaderd, door eminente buitenlandse auteurs uit te nodigen hun bijdrage te leveren via een lezing met een internationaal georiënteerd onderwerp.

Belle van Zuylen lezing wordt georganiseerd door SLAU i.s.m. Vrede van Utrecht.

Archief

Museum Boijmans van Beuningen Rotterdam '“ Charley Toorop, Vooral geen principes!

11 november 2008

Museum Boijmans van Beuningen Rotterdam '“ Charley Toorop, Vooral geen principes!

Nog tot 18 januari loopt de overzichtstentoonstelling van het werk van de belangrijkste vrouw in de Nederlandse schilderkunst Charley Toorop (1891-1955).
Als dochter van Jan Toorop, zelf een bekend schilder, met een conflictueus huwelijk koos ze gedurende haar turbulente leven voor wat ze als haar eigen roeping beschouwde. Voor dat hogere houvast moest alles wijken, kinderen, relaties en 'Vooral geen principes '“ werken '“ en onze eigen opvattingen verzuiveren'.
Bij Boijmans worden 120 werken getoond waarvan zoals steeds bij Toorop de zelfportretten beklijven, met de grote ogen en de neusgaten waarmee ze de wereld in zich opnam, het hoofd enigszins in de nek, tijdloos zoals het Egyptische doodsportret van een vrouw uit de Fayoum oase (4de eeuw) in het Louvre.
Toorops ogen hebben iets indringend, schijnbaar ongenaakbaar met ingehouden twijfel over zichzelf en wie haar aankijken en oordelen zal over de dood heen.
Haar schilderwerk lijkt een dwingend anker temidden van de chaos op het persoonlijke, familiale, financiële vlak waar de Europese geschiedenis van de eerste helft van de twintigste eeuw nog eens overheen ging.
Haar eenzaamheid probeerde ze dragelijk te houden door haar totale devotie voor haar schilderwerk. Zoals ze aan de dichter Marsman schreef met wie ze in de zomer van 1924 een relatie had: 'Het is à ltijd weer dat: strijd tusschen vrijen en werken. Samen gaat haast niet '“ bij mij tenminste; strijd tusschen vrouw zijn en scheppend werken.'
De catalogus 'Vooral geen principes!' is zeer de moeite.

Archief

Giovanni Battista Piranesi- de prentencollectie van de Universiteit Gent in het MSK te Gent

2 november 2008

In een prachtig vernieuwd museum wordt de prentencollectie van de Universitaire Bibliotheek gepresenteerd.
Al lijkt de kerkercollectie ‘ Carceri’ mager in vergelijking met die van Boymans-Van Beuningen in Rotterdam, in Gent wordt wel duidelijk waar M.C.Escher een deel van zijn bijtende mosterd haalde.
Piranesi wordt boeiend ontleed in de bijschriften en de prima catalogus.

Vandaag helpt Piransi mijmeren over hoe sommige delen van de huidige wereld eruit zullen zien na de ondergang.
Sommige van zijn ruà¯nes van Rome hebben wat van ' De weg' van Cormack McCarthy waar het kind zijn vader vraagt ‘Zijn wij nog steeds de goeden?’
De vader bedenkt: ‘Alle dingen van zo’n gratie en schoonheid dat je ze aan het hart moet drukken, hebben een gemeenschappelijke oorsprong in pijn.’
De etser heeft die pijn kunnen ontleden in zijn fenomenaal werk.
Piranesi mag dan als architect, ingenieur en kunstenaar een gewiekse commercant geworden zijn die in niet geringe mate heeft bijgedragen tot de toeristische successen van de Grand Tour, hij houdt ons een beklemmende spiegel voor.

Archief

Bureaucratica '“ De meisjes van de fabriek '“ Alberto Giacometti in de Kunsthal Rotterdam

2 november 2008

Bureaucratica

Wat zeggen werkplekken van ambtenaren over hun persoonlijkheid en de staat waarvoor ze werken? Met die vraag reisden fotograaf Jan Banning en publicist Will Tinnemans tussen 2003 en 2007 naar Bolivia, China, Frankrijk, India, Jemen, Liberia, Rusland en de Verenigde Staten om ambtenaren achter hun bureau te portretteren
Jan Banning maakte een schitterende fotocollectie
over het wezen en het zijn van ambtenarij over de wereld heen.
Hij fotografeert al zijn ambtenaren op dezelfde manier, als wordt het een staatsiefoto waaraan ze zich kunnen voeren met de kruimels van de macht die hen gegund of verplicht worden.
De foto's zijn merkwaardig en de bijschriften verhelderend. Bij uitgeverij Nieuw Amsterdam verscheen ' Alledaagse macht. Ontdekkingsreis langs ambtelijke werelden' van Will Tinnemans.

De meisjes van de fabriek.

Een fascinerende reeks foto's over het leven in de fabrieken van het Koninkrijk der Nederlanden.

Uit de ruim 4.000 foto’s van de Arbeidsinspectie die in het bezit zijn van het Nationaal Archief presenteert de Kunsthal Rotterdam een selectie van de meest bijzondere opnamen. De zwart-wit foto’s zijn door de Arbeidsinspectie gemaakt in de periode 1900-1950 om slechte werkomstandig-heden, kinderarbeid, onveilige situaties en beroepsziektes aan het licht te brengen. Het materiaal dat arbeiders aan machines, jonge meisjes in fabriekshallen en thuiswerkers laat zien, komt voor het eerst sinds bijna negentig jaar weer uit de archiefkasten. Speciale aandacht is er voor de close-ups van inspecteur Filarski die een prachtige uitzondering vormen op de zakelijke registraties van zijn collega’s. Samen geven de foto’s een realistisch tijdsbeeld van arbeidsomstandigheden en industrie-takken uit het nabije verleden.

Aan het einde van de negentiende eeuw komt kinderarbeid, ondanks het beroemde Kinderwetje van Van Houten (1874) in Nederland nog steeds veel voor. Om de slechte naleving van de kinderwet, te lange werkdagen en onveilige situaties met machines een halt toe te roepen, wordt in 1890 de Arbeidsinspectie opgericht. Het is de eerste onafhankelijke dienst die fabriekshallen en thuis- en buitenwerkers bezoekt om de leeftijd van arbeiders te controleren en te kijken naar arbeidsomstandigheden, veiligheid en hygiëne. Vanaf 1900 wordt het gebruikelijk de schriftelijke rapporten die de inspecteurs opstellen van foto’s te voorzien. Eenmaal gefotografeerd zijn misstanden en de gevolgen van ongevallen op de werkvloer immers lastig te ontkennen. De zuiver zakelijke registraties die de inspecteurs maken, dienen als voorbeeld, bewijs of waarschuwing en tonen recht toe recht aan maar op een indringende manier het arbeidsleven in Nederland in de eerste helft van de twintigste eeuw.

Jan Daniël Filarski (1884-1969) treedt in 1916 in dienst van de Arbeidsinspectie. Hij is technisch ambtenaar van de dienst en zet zich in voor het vergroten van de veiligheid rondom werk met machines. In de tentoonstelling is er speciale aandacht voor de stemmige foto’s van inspecteur Filarski die, gemaakt met gevoel en met oog voor detail, een aangename uitzondering vormen op de objectieve registraties van fabriekshallen met jonge meisjes aan de lopende band die zijn collega’s maken.
 
 

Alberto Giacometti

Voor het eerst in Nederland is er nu een overzichtstentoonstelling
van het beeldhouw- en tekenwerk van Alberto Giacometti (1901-1966).
De evolutie van en de invloeden op Giacometti worden duidelijk opgeleverd.
Je kan er als toeschouwer niet naast kijken hoe hij is vastgelopen in zijn specifieke weergave van een mensenlijf. Hem restte enkel nog de herhaling van zichzelf, ook al probeerde hij zich te onttrekken aan de praatjes van filosofen en literatoren die zijn werk kroonden als vormgeving van hun eigenste existentialistische leer.