Er is nog zo veel dat ongezegd is. (Rutger Kopland)

Dupslog

Archief

Petra Quaedvlieg, In Shanghai – Persoonlijke verhalen uit een metropool

11 april 2009

Petra Quaedvlieg, In Shanghai – Persoonlijke verhalen uit een metropool. uitg. Athenaeum – Polak&Van Gennep 2009

 

De Nederlandse journaliste ontvluchtte met man en jonge dochter Johannesburg wegens de onveiligheid aldaar. Ze komt in een grauw en rommelig Shanghai terecht waar ze mede door de zoektocht naar degelijke scholen voor haar dochter ruime contacten uitbouwt met voornamelijk Chinese moeders. Deze vrouwen dragen vaak een zeer zware geschiedenis met zich mee en zijn zelf in het westen opgegroeid. Ze kiezen bij de terugkeer in een topfunctie voor Westerse bedrijven in China voor een internationale onderwijsvorm voor hun kinderen.

Langs deze poorten wet Petra Quaedvlieg de stad en de wereld te ontsluieren.
Wat ze ziet, hoort en meemaakt is niet altijd even fraai.

Haar verhalen hebben iets van een Odyssea doorheen de zwoele onderbuik van het Rijk van het Midden, het leven zoals het is.

Zeer de moeite.

 

Een interview met haar is te lezen bij de Wereldomroep:

http://www.wereldomroep.nl/actua/nl/090327-shanghai-boek

 

122. De mensen in China zijn bereid hard te werken, da is de motor achter de snelle vooruitgang. plus ze hebben geen religie, ze zijn neutraal. Dat betekent dat er geen remmen zijn voor verdere ontwikkeling. Er is geen religieus of moreel systeem dat hen iets verbiedt, dat vrouwen bepaalde dingen verbiedt, zoals je dat wel ziet in islamitische landen. Chinezen zijn heel realistisch, heel praktisch. Wat hen bezighoudt is vooruitkomen, en vooral dat hun kinderen vooruitkomen. – Aldus  een van de vele Chinese expat vrouwen me een zwaar verleden in Shanghai.

141-142. Discipline en fatsoen lijken twee totaal verschillende zaken in China. Discipline is doen wat je gezegd wordt. Als je opdracht krijgt beleefd te zijn, doe je dat. Kijk naar de Olympische Spelen – bezoekers zijn met alle egards ontvangen. Maar in de supermarkt dreigt iemand dwars door je heen te lopen om bij dat pak rijst te komen waar jij toevallig voor staat.

De kunst van de discipine is iets waar Chinezen trots op zijn. Filmregisseur Zhang Yimou, die de openings- en slotceremonie van de Olympische Spelen regisseerde, verwoordde het in een interview met een Chinese krant zo: ‘ Onze uitvoeringen zin nummer twee in de wereld. Nummer een is Noord-Korea. Hun uitvoeringen zijn zo uniform! Dit soort uniformiteit brengt schoonheid. Wij ~Chinezen kunnen dat ook, na harde training en strikte discipline. De dansers luisteren naar de bevelen en kunnen die opvolgen als computers. Buitenlanders bewonderen dit, Dat is de Chinese esprit. ‘ 

 

150. ‘Het land heeft groot potentieel, maar het niveau van de mensen moet omhoog. Ik heb het niet over de technische en economische vooruitgang, maar over de morele ontwikkeling. Dat mensen begrijpen dat de Chinese samenleving als geheel voorit moet, niet alleen zijzelf. Als de morele ontwikkeling achterblijft, voorzie ik grote sociale problemen. Ik zie die zelfzuchtige neiging niet alleen bi zakenlui, mar ook bij hoogopgeleide mensen. De kloof tussen arm en rijk wordt gevaarlijk groot. Er moet echt een omslag in eht denken komen. Maar dat duurt nog generaties, ben ik bang.’ 

Archief

Paul Cliteur, Moreel Esperanto, naar een autonome ethiek. Uitg. Arbeiderspers 2007

10 april 2009

 

Paul Cliteur, Moreel Esperanto, naar een autonome ethiek. Uitg. Arbeiderspers 2007.

 

Bijna twee jaar heb ik tegen het ‘Moreel Esperanto’ aangekeken, een hele turf over de relatie tussen religie en geweld, de goddelijke bevelstheorie van vooral de abrahamistische religies.

 

Ik heb me vergist. Dit boek is helder, duidelijk, begrijpelijk en boeiend geschreven, een analyse met verrassende historische feiten van de invloed van godsdiensten op het gedrag van de gelovigen, van geloof op groepsgedrag.

Paul Cliteur houdt een afgewogen pleidooi voor het beleven van eenieders geloof in de privésfeer én voor een religieus neutrale staat.

Het heeft iets van de manier waarop in de Chinese maatschappij reeds eeuwenlang omgegaan wordt met religie als sociologisch fenomeen.

De Leidse moraalfilosoof heeft na de moord op Theo Van Gogh – door een islamitische fundamentalist die verklaarde te handelen in opdracht van zijn geloof - gewerkt aan een grammatica voor een samenlevingstaal waarbij mensen elkaar kunnen verstaan en ontmoeten in de publieke ruimte, los van hun culturele of religieuze wortels.

Dat ontwerp voor een moreel Esperanto is zeer het spellen waard, niet alleen voor westerse vrijzinnigen.

 

220. Religieuze moraal houdt mensen per definitie verdeeld. Of preciezer: ze smeedt de etnsiche en religieuze groep bijeen en scheurt de samenleving uit elkaar.’ Alleen autonome moraal maakt op de lange duur het vreedzame verkeer tussen mensen van verschillende religieuze achtergrond in een multiculturele samenleving mogelijk.

 

227.  Epicurus wees erop dat wie deelneemt aan het publieke leven gemakkelijk het voorwerp wordt van spot en haat en de kans loopt dat zijn opvattingen vertekend worden weergegeven. ‘Voortdurend in de publieke belangstelling staan brengt je in een potentieel stressvolle situatie,’ zo vat de classicus J. V Luce het standpunt van Epicurus samen. Vandaar zijn aanbeveling: ‘Leef onopvallend.’ Je moet bijvoorbeeld niet de politiek ingaan, tenzij je zo’n rusteloze aard hebt dat je geen vrede kunt vinden in het teruggetrokken leven van de filosoof. Seneca heeft het standpunt van Epicurus wel eens gecontrasteerd met dat van Zeno: ‘Volgens Zeno zal de wijze deelnemen aan het publieke leven tenzij iets hem daarvan afhoudt. Volgens Epicurus zal een wijze zich niet begeven in het publieke leven, tenzij er iets is wat hem daarnaartoe trekt.’

Epicurus is voor de ethiek onder andere van belang vanwege de grote waarde die hij hechtte aan filosofisch onderricht. Filosofie, zo zei hij, is een medicijn voor de ziel. Laat men in zijn jeugd niet talmen met de filosofie en in zijn ouderdom het niet opgeven om te filosoferen, raadt hij ons aan. Niemand is nog te jong of al te oud voor het geestelijk gezond zijn.

326.Mijn belangrijkste stelling is: religies zijn niet alleen bronnen van liefde, zoals Mark Juergensmeyer terecht aangeeft, maar ook van geweld? Dat is voornamelijk (zij het niet exclusief) het geval bij de theïstische tradities, waarin de goddelijke-bevelstheorie als ethisch richtsnoer wordt geproclameerd.

Ik beweer niet dat er geen andere factoren zijn aan te wijzen die het terrorisme en geweld stimuleren en bepalen. Die zijn er zeker. Maar de goddelijke-bevelstheorie (als onderdeel van de drie theïstische tradities) is wel een van die factoren. Het is erg moeilijk om je religieus terrorisme voor te stellen zónder de goddelijke-bevelstheorie.

 

333. Nogmaals: het staat iedereen vrij te geloven in één of meer goden. Het staat ook ieder vrij te geloven in heksen, kabouters, elfen, feeën, zeemeerminnen, in de liefde, in de laatste zijnsgrond, het ‘Ganz Andere’ en in ‘aliens’. Maar wanneer wereldleiders oorlogen beginnen op basis van berichten die zij menen te hebben ontvangen uit een andere wereld, heb je wel een serieus probleem.

Ik wil afsluiten met enkele woorden van Charles Darwin die in de huidige tijd een ongekende actualiteit hebben gekregen: ‘Wanneer je, zoals ik doe, gelooft dat de mens in de verre toekomst een beter mens zal zijn dan hij tegenwoordig is, dan is het een ondraaglijke gedachte dat de mens en alle andere wezens die gevoel hebben, na een lange evolutie gedoemd zijn compleet te worden vernietigd. Voor degenen die uitgaan van de onsterfelijkheid van de ziel, is de vernietiging van de wereld niet zo’n bedrukkend vooruitzicht

 

  Lees verder »

Archief

Ziekenbuis – tv recensies Jean Pierre Geelen in De Volkskrant

8 april 2009

Ziekenbuis

tv recensies Jean Pierre Geelen
De Volkskrant 08042009
 
Een blik in de televisiegids: geen land waar de omroep zo is geobsedeerd door gezondheid. Je struikelt over de series en praatprogramma’s waarin patiënten en fysiek onheil de hoofdmoot vormen.
(…)
Wat je leerde: leven is een kwestie van niet doodgaan.
En: wie wil debuteren op tv, belt 112.

Archief

Jef Blancke, ‘ Mensen’ in GC De Oude Pastorie Nieuwenrode Kapelle op den Bos

4 april 2009

Nog tot zondag 26 april 2009 is een selectie van het werk van Jef Blancke te zien in GC De Oude Pastorie Kerkstraat 24 te Nieuwenrode, Kapelle op den Bos.

Vrijdag 3 april had de vernissage plaats.

 

Geachte Heer Burgemeester,

Dames en Heren,

 

Het is voor niemand makkelijk om de lange weg te gaan naar Waterloo, laat staan naar de gelijknamige straat op het betere Zurenborg, al was het maar om de herinneringen die langs de gevels spoken.

De groteske architectuur uit de omgeving van de Cogels Osylei is de spiegel van de verlangens van velen die voor ons kwamen, die daar hun angsten hoopten te bezweren.

De grijsgroene dubbele deur van nummer 9 verbergt een lange gang waar het licht steeds schaarser wordt voor wie de vele trappen op mag klimmen, steeds hoger tussen boekenrekken en stapels schilderwerk.

In een geur van verf lost je adem op in het voetspoor van de weifelende meester die piekerend zijn atelier voor de bezoeker opent. 

Stof en verfborstels, krijt en tubes in alle graden van vervorming getuigen van het leed dat hier geleden wordt. 

Winterse kou voel je niet door de intensiteit waarmee de schilder bij nacht en ontij iedere borstelstreek uit zijn bonzende brein heeft geperst. Zomerse hitte onder het dak proef je niet door het prikkelende zweet en de adembenemende figuren die op de doeken een gevecht leveren om aandacht.

De grotesken op zijn vele krijttekeningen verstijven onder een nevel van vernis. Hun grauwe vegen likken een fel rode wond, diepgeel, azuur, een vleugje groen. Er moet dan ook veel pijn weg gelikt worden in de vele krijttekeningen. Het lijkt een chronologische processie van demonen en maskers die naar goed Vlaamse traditie veel te verbergen hebben. Want een ding is zeker: de vele maskers zwijgen. De stilte is oorverdovend. Leed is immers alleen dragelijk wanneer we erover kunnen zwijgen. Teveel woorden voedt een generatie op in ressentiment, rancune en wraak. 

Wie zijn of haar kinderen met zoiets opzadelt, is een misdadiger die een gemeenschap van mensen kan vernietigen omwille van het grote gelijk van de maakbaarheid.

De kunstenaar gebruikt zijn papier of canvas om de demonen zijner jeugd te verrekenen. Daardoor weet hij de herinneringen draaglijk te maken tussen een moeder en een vaderfiguur die hem allebei gemaakt hebben tot wie hij kon worden, tussen godsdienstigheid en goddeloosheid, tussen angst en verlichting, tussen smekend bidden en behoedzame berusting naar aanleiding van de nooit opgehelderde kogel door het hoofd van zijn jongste zus.

Zijn grotesken wekken emoties bij de toeschouwer, die voldoende afstand kan bewaren.Hij heeft hiermee zijn plaats bepaald en zich publiek bekend tot een traditie die teruggaat op Bosch en Breughel, Ensor en Kamagurka.

Dames en heren,

Jef Blancke heeft tijdig zijn krijt geruild voor verf, verdraagzaam papier voor weerbarstig doek. De grotesken ruimden plaats voor de menselijke figuur. De maskers werden spiegels niet alleen voor de meester uit wiens angsten ze zijn ontstaan. De menselijke figuren van Jef Blancke stralen een grote sereniteit uit, een driehoeksverhouding tussen wie hen heeft geschapen en wie hen bekijkt.

Zijn ‘Mensen’ hebben hun ballingschap in deze wereld verinnerlijkt, net zoals hun schepper. Sinds hij op doek acrylfiguren toedekt met krijtpastel hebben zijn bannelingen zich gefatsoeneerd. Hun leed lijkt lijdzamer geborgen. De luttele gebaren van monsterlijke tederheid zijn verstild.
Jefs werk is voor mij cerebraler geworden en daardoor menselijker, gesluierd.
Hij nadert behoedzaam en in zwijgen gehuld het portret, de uitdrukking van het menselijke zijn
waarin we ons herkennen in de blik van de ander.

Voor het eerst toont hij ook privé werk, van een grote tederheid onder de zolder van deze oude pastorij. Daar wordt facteur 808a geborgen in een confrontatie met de postman van vandaag die als een voorloper van de gewezen eerste burger van dit land in profiel werd geschilderd, met de trekken van Constantijn de Grote, Romes eerste Christelijke keizer.

De opening van Jef Blancke naar portretschilderen smaakt naar meer. Het heeft lang geduurd, maar hij heeft de uitdaging aanvaard. Ook dat schilderen van levende mensen uit zijn omgeving heeft aan zijn sereniteit warmte gegeven. 

Geniet van die warmte, proef de wijsheid en herken jezelf.