Er is nog zo veel dat ongezegd is. (Rutger Kopland)

Dupslog

Archief

Luc Bonneux – Pinnekesdraad: Verstandige onwetendheid

30 juni 2009

Verstandige onwetendheid (rational ignorance) is een begrip uit de economie. De gedachte is dat kennis niet alleen voordelen, maar ook nadelen brengt. Kennis verwerven kost moeite en geld. Die nieuwe kennis moet dan leiden tot beslissingen die meer opbrengen dan blijvende onwetendheid, anders verlies je op het eindbilan. Dan is het verstandiger om onwetend te blijven.

De economie rekent daarbij op rationeel gedrag. Irrationeel gedrag maakt het echter vaak nog veel verstandiger om onwetend te blijven, vooral in de geneeskunde. Toenemende kennis kan door irrationeel gedrag grote schade toebrengen. Dat is bij uitstek waar, waar het gezondheid betreft. Natuurlijke evolutie heeft in ieder mens immers een allesoverweldigende emotie gemonteerd: doodsangst.

Het voorbeeld bij uitstek dat exploitatie van doodsangst tegenover verstandige onwetendheid stelt, is kankerscreening. Kanker is een wrede ziekte, maar ook de onvermijdelijke prijs die we betalen voor onze complexe, multicellulaire aard. Als u in de spiegel kijkt, ziet u een samenwerking van triljoenen cellen. U overleeft door groei en onderdrukte groei. Cellen moeten in het gareel lopen, terwijl diep in hun zelfzuchtige genen toch ook de boodschap staat dat ze zich moeten vermenigvuldigen. Kanker ontstaat als een gevolg van toevallige, ontregelende schade aan afweersystemen en scherpe selectie voor agressie. De kanker die is uitgezaaid, heeft bewezen uit te kunnen zaaien. De kanker die klinisch wordt, heeft krachtige verdedigingsmuren gesloopt. De kanker ontdekt bij screening, heeft nog niets bewezen.

Ik heb dan ook slecht nieuws voor u: de persoon die u in de spiegel ziet heeft kanker, honderd procent gegarandeerd. Hopelijk heeft deze kanker nog niets bewezen, heeft uw prachtige lijf er een verdediging omheen gebouwd of is het de kankercellen weer aan het slopen. Het kruis van kankerscreening is daarom overbehandeling. En dat kruis varieert in omvang van zeer groot (borstkanker) tot gigantisch (prostaatkanker).

Tegenover verstandige onwetendheid staat onverstandige alwetendheid. En die heeft de vorm van hypothetische rekenmodellen. In Nederland modelleert Miscan, het microsimulatie-borstkankermodel, borstkanker als ‘continue groei’. Miscan weet dat iedere vroeg ontdekte kanker zal groeien en doden. Effectiviteit en doelmatigheid is op die manier ingebouwd in de hypothese. Alle kankers die worden ontdekt, worden altijd klinisch, aldus Miscan. Vroegere diagnose redt altijd levens. Overdiagnose bestaat niet in dit systeem en de aanvankelijke toename van borstamputaties wordt altijd vergoed door een latere hypothetische afname. Uit de rijke boomgaard van de screeningstrials pluk je de dikste kers en daarmee bereken je wat ieder wil horen. Je laat niet zien wat niemand wil zien. Zo is mij geen publicatie bekend die de waargenomen borstkankerincidentie vergelijkt met de voorspelde, of de waargenomen aantallen borstamputaties met de voorspelde.

Tot slot is er de georganiseerde onwetendheid. De drie grote meta-analyses over borstkankerscreening zijn het eens: screening doet de borstkankersterfte relatief met 16 procent dalen en absoluut met 6 per 100.000 persoonjaren. Je moet 1200 vrouwen veertien jaar opvolgen om één sterfgeval van borstkanker te voorkomen. In de deelnemende landen steeg de kankerincidentie door screening met 40 tot 50 procent, waar bekend stegen de aantallen borstamputaties met 10 procent.

Deelnemende vrouwen hebben geen flauw benul. Onderzoek toonde dat ze de voordelen van borstkankerscreening met een factor tien overschatten. Zeven op de tien dachten dat borstkankerscreening borstkanker kan voorkomen, minder dan één op tien wist dat screening leidt tot overdiagnose. Wie meedeed aan bevolkingsonderzoek, zat er het verste naast. Dat is de bedoeling: vrouwen worden niet in staat geacht eigen keuzen te maken. Waar farmaceutische publiciteit gebonden is aan regels, mag gezondheidspromotie systematisch liegen en verzwijgen om de deelname aan deze veterinaire keuring te bevorderen.

Luc Bonneux is epidemioloog
Medisch Contact – weekblad van de KNMG
Nr. 26 – 24 juni 2009

Archief

Voor Karel Van Miert door Hugo Camps in De Morgen

24 juni 2009

De état d’ âme van een wereldse autoriteit 

 

(…)Karel kende de pijn van het leven. Hij kon er ook mee leven. Maar niet als zijn integriteit in vraag werd gesteld. Dat gebeurde in de Agusta-affaire, toen het gerecht op een ochtend binnenviel om alle bankverrichtingen van hem en zijn geliefde Carla Galle in beslag te nemen. De televisie was ook uitgenodigd, door het gerecht. Carla was namelijk ooit partijsecretaris en dus verantwoordelijk voor alle in- en uitgaven. Die wonde van verdachtmaking is bij Van Miert nooit meer geheeld.

Ik hoor nu aandoenlijke en laffe in memoriams uitgesproken door Willy Claes, Louis Tobback, Freddy Willockx en andere zelfverklaarde maagden van de toenmalige SP. Zij allen wisten natuurlijk van de dubieuze partijfinanciering. Maar alleen Carla Galle moest hangen. Na die stalinistische poging tot liquidatie wou Van Miert nooit nog met Louis Tobback samen in een auto zitten. Willy Claes werd gemeden als netelkoorts. Willockx kreeg nog antwoord aan de telefoon, maar niet van harte. Voor Karel kwam het grootste verraad nog van zijn opvolger, Frank Vandenbroucke. U weet wel, de man die 4 miljoen uit de kluis heeft verbrand. Vandenbroucke wordt nu gezien als bidprentje van de Vlaamse regering. Socialist met de charme van een asceet. Vroeg Van Miert naar Vandenbroucke en een nooit geziene kots kwam u tegemoet.

Socialisten onder elkaar: een hel.

Karel Van Miert was de laatste jaren van zijn leven politiek dakloos geworden. Achterdochtig voor vrienden, benauwd voor publieke engagementen. Eigenlijk was hij alleen nog herenboer in zijn boomgaard. En gevierd spreker in Europa. (…)

Hoe neem je afscheid van een vriend? Kun je iets zeggen, kun je iets doen? Meer dan buigen is er niet. En in rouw verlangen naar vroeger, toen hij er nog was.

We stonden in zijn boomgaard. Ineens zei hij dat zijn zoon, piloot bij Sabena, en zijn schoondochter, hostess bij Sabena, werkloos waren geworden. Ze hadden net een huisje gekocht dat nog verbouwd moest worden. Hij liet me zijn geschramde handen zien: “Van de verbouwing.” Ik opperde nog dat hij Schröder moest bellen voor Lufthansa, of Wim Kok voor KLM. Hij kon het niet, zei hij. Hij kon geen gunsten vragen.

Ik kan het wel: mogen Claes, Tobback, Willockx en anderen wegblijven op de begrafenis van Karel Van Miert! Frank Vandenbroucke moet zelfs een straatverbod worden opgelegd.

En als er dan in de buurt van het kerkhof ook nog een kastanjeboom staat, zijn we toch weer thuis.


Hugo Camps (columnist van De Morgen)

 

****************************************************************************************

 

 

Karel Van Miert, een stem tegen de leegheid van de anti-intellectualistische populisten.

 

 

Karel Van Miert was zondag op de zomerzonnewende bij Radio Een bij Fried’l. 

http://www.radio1.be/programmas/friedl/2009-06-21-karel-van-miert

 

Hij gaf weer eens blijk van een wijsheid die wie na hem komen vaak ontberen, en ook nooit zullen leren. 

Daarom is het leven voor hen veel te genadig en voor hem in zijn jonge jaren te onbarmhartig geweest. 

Hij heeft het later kunnen omarmen, met kracht.

 

Een val van een ladder in de tuin: van een landelijke schoonheid en voorvaderlijke pijn. (JVD)



Archief

Reunie van Quinten Metsijs tot Peter Paul Rubens

21 juni 2009

Van 5 juni tot en met 15 november 2009 loopt in de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal Antwerpen de tentoonstelling REUNIE. Van Quinten Metsijs tot Peter Paul Rubens. Meesterwerken uit het Koninklijk Museum terug in de Kathedraal

1559 was het oprichtingsjaar van het bisdom Antwerpen. Sinds de beeldenstorm 1566, de Spaanse Furie van 1576, de val van de stad in 1585 zag Antwerpen tot en met de Franse revolutie veel van haar kunstwerken vernietigen en afvoeren.

In de Kathedraal loopt nog tot 15 november een schitterende tentoonstelling van altaarstukken die na vele jaren weer samengebracht werden in de ruimte die ze ooit deelden.

Voor REUNIE werden de altaarstukken geraffineerd opgehangen tegen rode doeken waar vroeger altaren stonden. Er hangen prachtige stukken op de hoogte waarvoor ze destijds bedoeld waren. Dat maakt het moeilijker om te zien maar des te indrukwekkender om te kijken.

Fascinerend zijn ‘ Het gevecht der opstandige engelen’ van Frans Floris, Maerten de Vos met de ‘Bruiloft te Cana‘, Rubens’’ Kruisoprichting’ en de ‘Bewening van Christus’ van Quinten Metsijs.

Dit triptiek is 100 jaar ouder dan de fenomenale ‘Kruisafneming’ van Rubens, een wereld van verschil tussen de Middeleeuwse en de Barokke benadering van de bewening van het geofferde lichaam van de verlosser.

Bovenal maakt deze Reunie duidelijk dat de Kruisafneming van Peter Paul Rubens terecht de mooiste schilderij is in de Kathedraal en ver daarbuiten, niet alleen voor Japanners op zoek naar de fictieve roots van Nello en Patrasche in ‘Een hond van Vlaanderen’ .

Archief

Rolf Dahrendorf, Op weg naar een verantwoord kapitalisme.

21 juni 2009

(…)

Opdat uit een nieuwe zin voor verantwoordelijkheid van de leidinggevenden een nieuw klimaat van vertrouwen zou kunnen ontstaan, is het nodig dat tewerkgestelden hun rechten opeisen, aandeelhouders hun taak ernstig nemen en publieke personen het voorbeeld geven. Dat veronderstelt een nieuwe grondinstelling, de weg inslaan van een verantwoord kapitalisme.

De actuele crisis heeft de meerderheid van de betrokken wetenschappers verrast. ‘Zij was niet te voorzien’ verzekeren sommige economisten. Ik citeer niet graag Hegel als bevestiging maar men denkt toch ongewild aan zijn uitspraak over de uil van Minerva die zijn vlucht pas begint bij het invallen van de schemering. De wetenschap begint haar werk pas bij valavond, wanneer de dingen van de dag volbracht zijn. Het schemert nu voldoende en daarom past het dat slimme geesten – sociaalwetenschappers – het thema van de crisis aanpakken. Misschien komen zij tot de slotsom dat de vraag over leidinggevenden en hun verantwoordelijkheid een nieuw antwoord behoeft. Wat moet er gebeuren? Vooreerst staan specifieke maatregelen voorop, niet enkel met praktische maar ook met symbolische betekenis. Vervolgens is een brede publieke discussie noodzakelijk die gericht is op een mentaliteitsverandering. Die discussie kan en moet aangezwengeld worden door wetenschappers die de noodzakelijke ommekeer van de tijdsgeest met argumenten en resultaten van hun onderzoek ondersteunen. Hierbij is de term ‘wetenschapper’ aan een herdefinitie toe. Zij moeten immers optreden als bemiddelaars tussen wetenschap en praktijk. Dus ageren als publieke intellectuelen. Daarbij zijn algemene media nuttiger dan vaktijdschriften. Maar bovenal moeten publieke intellectuelen de contactvrees die hun optreden in het openbaar belemmert van zich afzetten.


De auteur hield deze toespraak op 18 februari 2009 naar aanleiding van de 40ste verjaardag van het ‘Wissenschaftscentrum Berlin’.

Vertaling Erik Willaert 

 

http://www.liberales.be/essays/dahrendorf

Archief

Wreed geluk. Claus, Vlaanderen en de liefde.

16 juni 2009

‘Wreed geluk. Claus, Vlaanderen en de liefde’  werd door John Albert Jansen gedraaid voor de 40ste editie van Poetry International Rotterdam, de eerste van een reeks dichtersportretten.
Donderdag 18062009 op het Felix Poetry Festival te Antwerpen  en nu reeds op DVD.
Hugo Claus vertrouwde op de begrafenis van Gerard Reve aan Jef Geeraerts toe ‘Zie toch hoe lelijk dat huis hier is. We zullen het kopen, samen.’ ‘

Geen mooier beeld van twee oude schrijvers die een derde ten graven dragen en zich bekommeren om de lelijkheid van het land waar ze beiden uit het zinkende laken zijn opgestaan. Klaar om weer heen te gaan.

John Albert Jansen is niet te beroerd om met de beelden het ‘Wreed geluk’ te tonen van wie in dat land en onder die mensen tussen de lakens zweetten.

De metafoor van de fietser rijdt door het beeld :eeuwig wentelende wielen met blikkerende spaken. Op het ritme van de pedalen horen we de woorden voor de dood, die altijd aanwezig is.

Jef Geeraerts nog beduusd tussen de gevlochten dozen en manden van zijn leven na de dood van zijn geliefde vrouw.  Roger Raveel in verwondering dat de man die zijn moeder in 1946 mee afgelegd had, zichzelf had laten afleggen. Pjeero Roobjee die Hugo’s euthanasie zeer lang niet plaatsen kon. Allemaal verhalen van mensen in verwondering, verbijstering, verweesd in het oog van de schimmen die hen ook reeds omringen.
Alleen Guido Lauwaert hield het hoofd recht voor de lens. Hij had de klop van magere Hein – met harten van anderen -  reeds zo vaak gehoord dat hij er helemaal mee klaar was, au-delà du désespoir.
Zelfs oog in oog met Onze Lieve Vrouw van Oostakker.

‘Wreed geluk’ wordt gedragen door prachtige beelden – zelfs vanop de Ijzertoren – en door enkele canons waar de meester met zijn broer Odo, Pjeero Roobjee, Jan Decleir, Jef Geeraerts en Guido Lauwaert  over de dood heen kettingspreken.
De mooiste is die van ‘Nu nog’ , die me altijd doet denken aan de middeleeuwse  ‘Klute van Nu Noch’ , de meester ongetwijfeld goed bekend.
Het heeft iets van de jazz muziek die Odo Claus guitig en monkelend voor Hugo draait in zijn krocht nadat hij vergeefs en totaal overbodig een laurierstruik probeerde te knippen als kroon voor zijn broer.
’Wreed geluk’ heeft iets van wurgseks, een passioneel maar gevaarlijk spel voor lichtvoetige meesters die met hun bevrijdende doodsverachting velen met verstomming slaan.
I
Nu nog, aan de galg vandaag, met een vod in de mond,
zij die wakker wordt met gezwollen lippen, ogen toe,
zij was iets dat ik wist en toen verloren heb, en hoe,
maar hoe ben ik haar kwijt, hoe blaft een dronken hond?

XXVIII
Nu nog terwijl ik in haar verstrengeld en geknoopt zit
is de Verwoester bezig en verschroeit Hij de mensen.
Mensen van enige standing zijn hun weg verloren
als na een gevecht zonder wapens en zonder winnaars.

XXIX
Nu nog in haar boeien geklonken en met de bloedneus
van minnaars zeg ik, van haar bloeiende lente vervuld:
‘Dood, folter niet langer de aarde, wacht niet, lieve dood,
tot ik klaargekomen ben, maar doe zoals zij en sla toe!’

Archief

Zhao Ziyang, Staatsgevangene N º 1, de geheime dagboeken. Uitg. Balans

14 juni 2009

 

Zhao Ziyang, Staatsgevangene N º 1, de geheime dagboeken. Uitg. Balans

 

 

In twee delen geven deze dagboeken een boeiende kijk achter de schermen van de macht in de Volksrepubliek China.

Na de culturele revolutie en het afserveren van de Bende van Vier die als zelfverklaarde Mao-getrouwen de macht onder elkaar verder wensten te verdelen, bleken Deng Xiaoping en zijn volgelingen hun overwicht binnen de Chinese Communistische Partij te kunnen stabiliseren.

Deng bleek begrepen te hebben dat een strikte staatsgeleide economie in het kader van de maakbaarheidsideologie niet alleen veel te grootschalig was maar ook veel te grootschalige problemen opleverde in geval er wat misliep.

Hu Yaobang kon het als zijn eerste opvolger niet echt waar maken en verloor de steun van de oude partijelite. Deng opteerde dan voor Zhao Ziyang die als econoom in de zuidelijke provincies veel ervaring had opgedaan met de overgang van plan- naar markteconomie. Hij had echter geen of onvoldoende kennis van het netwerk van de centrale macht. Het gekonkel tegen hem werd alsmaar groter terwijl hij de aanstokers niet kon identificeren. Omdat hij geen – zelfs niet voor de schijn – volkslegitimatie kon voorleggen, restte hem niets anders dan de duimen te leggen en zijn politieke liquidatie te accepteren. Misschien ook om erger te voorkomen. 

Zhao slaagde er niet in om de oude partijelite op zijn hand te krijgen en kon niet verhinderen dat zij Deng Xiaoping als orakel naar hun pijpen lieten dansen.

In wezen blijkt de leiding van de CCP en de Chinese Volksrepubliek ook in die periode in handen van een zeer beperkte groep, met vaak onderlinge familiebanden. 

Naar buiten wordt het discours van de eerlijke, oprechte en direct communicerende partijleiding hoog gehouden. 

Achter de coulissen en binnen Zhongnanhai, de Verboden Stad van de Chinese staats- en partijtop, speelt zich een klassieke indirecte machtsstrijd af, waarop alle Machiavellistische precepten perfect toepasbaar waren, zijn en blijven.

Hun machtsspel is echter een schaduwspel, want ze missen de Spiegel van de democratische legitimatie. In essentie blijkt het binnen Zhongnanhai vooral te gaan om het niet in verlegenheid brengen van Deng. Verkiezingen blijven georchestreerde formaliteiten, ook binnen het partijcongres, centraal comité en politbureau. De democratisering die intussen ook door het belangrijkste deel van de huidige partijtop als noodzakelijk voor een verdere ontwikkeling van China wordt herkend, blijkt vaak te stuiten op personele tegenstellingen en belangen. 

Het tweede deel van zijn dagboeken is zo mogelijk nog interessanter.

Hier analyseert Zhao Ziyang de manier waarop de overgang van staatgeplande naar markteconomie is verlopen, waar de corruptie ontstond en hoe dit door de democratische trias kan bestreden worden. Hij heft duidelijk veel nagedacht over de noodzaak van democratisering voor de Chinese Communistische Partij, maar ook voor de Chinese Volksrepubliek. 

Het centralistische maakbaarheidsideaal van Mao en Deng worden nu erkend als noodzakelijk om van een achterlijk, agrarisch en uitgebuit land een nieuwe staat te maken die alles aan kan en waar de partijleden ijzer kunnen breken met hun handen, rotsen kunnen splijten met hun vuisten en boven alles de natuur naar de hand van de mens kunnen dwingen. Het is waarlijk onvoorstelbaar wat voor een geknoei de zogenaamde centrale planeconomie meebracht. Centraal werd opgelegd wat er moest geplant worden, wat er diende gemaakt te worden, zonder rekening te houden met wat de bodem en het klimaat aankan, wat de bevolking nodig heeft. Het is nauwelijks te begrijpen hoe een partij die de macht heeft bereikt met een techniek van guerilla en revolutionaire acties die een uiterste flexibiliteit vereisen, eens aan de macht verandert in aanhangers van een monolytische maakbaarheidsideologie die het hele immense land dezelfde criteria probeert op te leggen en dus de creatieve kracht van een heel volk nekt.

Deze hubris heeft vooral ontzaglijk veel ellende veroorzaakt, maar mag vandaag nog steeds niet als een gevaarlijk gebrek aan flexibiliteit worden omschreven. Binnen China en het Chinese denken blijft de spanning bestaan tussen het streven naar maximale stabiliteit van Confucius en de altijd durende beweging van de Tao.

De voorzichtige maar goed onderbouwde redeneringen van Zao over de noodzaak van democratie om de creativiteit van het Chinese volk ten volle tot ontplooiing te laten komen, lijken goed aan te sluiten bij de hedendaagse visie van partijleider en president Hu Jintao en eerste minister Wen Jiabao. De Chinese leiders weten dat zij tegen 2030 de machtigste natie ter wereld zullen zijn, al wordt voor de vorm nog over 2050 gepraat. Hun hoofdprobleem is lang niet meer hoe ze die status zullen bereiken, maar wel hoe ze die status kunnen behouden.

Bij het begin van de XIX de eeuw was China ook de machtigste natie van de hele wereld.  Veertig jaar later lag het hele Rijk van het Midden aan diggelen, vertrapt door buitenlandse koloniale mogendheden die hun wil, wetten en handelsbelangen oplegden.

Dit bezorgt de partijtop hoofdbrekens. Een democratisch proces kan de economie verder ontwikkelen. Wanneer China de westerse industriële grootmachten zal geëvenaard hebben, kan de eigen creatieve dynamiek dan het voortouw nemen? Wanneer de geleidelijke overgang van een centrale planeconomie naar een markteconomie op een niet al te gruwelijke manier is verlopen, moet de overgang van een eenpartijdictatuur naar een democratie ook mogelijk, haalbaar en wenselijk zijn.

Een fascinerende discussie, waartoe de uitgevers van de dagboeknota’s van wijlen Zao Ziyang een ferme voorzet hebben gegeven. Het gedeelte met economische en politieke bespiegelingen is de moeite voor wie al die jaren geïnteresseerd was in het wel en wee van China. Maar het komt mij voor dat Zhao in al die jaren van huisarrest veel kon studeren dan wel – mogelijk postuum – erg geholpen werd met de ordening van de politieke ideeën die hierin gepresenteerd worden.

118. Vroeg of laat moet de nagedachtenis aan de vierde juni worden opgelost. Hoe lang we het ook voor ons uitschuiven, vergeten zullen de mensen het niet. We kunnen het daarom maar beter zo snel mogelijk oplossen, liever proactief dan passief, en liever in stabiele dan in onrustige tijden. 

 

Lees verder »

Archief

Dementie denken

10 juni 2009

Kan dementie een warme jas zijn tegen de bijtende kou 
van de herinnering aan geleden en anderen aangedane leed?

Vergeten helpt tegen de pijn van geweten. 

Wie de kunst van veinzen ontwent, 
herkent in kinderlijke vrijheid zichzelf 
als centrum van de wereld.

Archief

Beijing, Tien An Men, 4 juni 1989 – 2009

3 juni 2009

Beijing, Tien An Men, 4 juni 1989 – 2009

Trqnen troosten rood tot roze.

I love Beijing Tien An Men Square - Oil Paintings by Bai Lin

Tranen troosten rood tot roze.

I love Beijing Tien An Men Square - Oil Paintings by Bai Lin

Bleke beenderen breken broos.

Vrijheid gaat in rood gekleed

I love Beijing Tien An Men Square - Oil Paintings by Bai Lin

Vrijheid gaat in rood gekleed

wanneer we weten hoe de wereld draait

en voor offers keert zodat we lankmoedig

en met warme waardigheid ons hullen

in de mantel die ons behoedt voor de hitte

van de passie en het vuur van de strijd

omdat alles van waarde zich moet verweren.