Er is nog zo veel dat ongezegd is. (Rutger Kopland)

Dupslog

Archief

HJ Schoo, Republiek van vrije burgers, het onbehagen in de democratie. Uitg. Bert Bakker 2008,

30 juli 2009

Zelden een zo doortimmerde en verhelderende selectie artikels over Nederland mogen genieten als in dit postuum eerbetoon aan Hendrik Jan Schoo (1945 ? 2007), voormalig hoofdredacteur van Elsevier, uitgever van Vrij Nederland en columnist van de Volkskrant. Hij was een wandelaar, vogelkenner, vegetari?r, republikein, onderwijzer en leermeester, die met beide voeten in de polderklei vanuit een vogelperspectief Nederland becommentarieerde. Bijgevolg was hij een groot man die zijn kritiek op ?s lands leiders van links of rechts niet spaarde ? a man for all seasons. Hij was zijn tijd ver vooruit en dat werd hem door de collega?s in de journalistiek en neerlands regenten niet altijd in dank afgenomen.

Maarten Huygen vatte het in de NRC van 03102008 als volgt samen: ? Schoo schreef niet over de verwende burger, maar over de verwende elite die er een dubbele moraal op na houdt: ?Linkse beginselen zijn veranderd in een door de elite voor derden gepropageerde plichtenleer, waarvan men zelf goeddeels is gedispenseerd.? Een voorbeeld: voor de gewone kinderen was er de middenschool, maar voor de kinderen van de elite een gymnasium. De bezwaren van een vrijere moraal werden volgens Schoo afgewenteld op anderen. Hasj en ecstasy moeten kunnen volgens de nieuwe klasse, zolang de eigen kinderen er maar van afblijven. ?Door een anti-burgerlijk wereldbeeld en een krachtig waarden- en cultuurrelativisme te omarmen, gaf links zijn centrale politieke project prijs: de emancipatie der minderbedeelden?, schreef Schoo.?

Bijgevolg is de ?Republiek van vrije burgers? een serie opstellen ?over het onbehagen in de democratie? die zeker ook voor Vlamingen het spellen meer dan waard zijn.
Schoo weet helder te ontleden waar ?links en progressief? in het algemeen en de sociaaldemocratie in het bijzonder ontspoorde en wat de gevolgen waren.
?Het pathologiseren van dissidenten is een erfenis van de Frankfurter Schule, die combine van Marx en Freud, van vervreemding en het onbewuste, die intellectuele opgang maakte in de jaren zestig. Wetenschappelijk zijn deze inzichten van de Frankfurters al lang en breed ten grave gedragen, maar zij werpen, in gevulgariseerde vorm, een schaduw van onaantastbare deskundigheid en morele autoriteit over het immigratie- en vreemdelingendebat. De kern van de pathologisering is de ontkenning van het politieke karakter van de tegenstand.? (76)

Schoo plande ooit een boek ?De la d?mocratie en Hollande? waarin hij de staat van de Nederlandse democratie tegen het licht hoopte te houden, evenals de populistische reactie op wat gerust ?democratisch falen? mag heten. (?) Passender is het om de meeste uitingen van populisme te zien als een nuttige correctie van democratisch falen. Een onge?nspireerde, bevoogdende en middelpuntzoekende politieke praktijk die de noden, angsten en belangen van tallozen loochent en negeert, roept populisme op. Als ideologische tegenstellingen verdwijnen, kan de tegenstelling volk-elite of volk-establishment de overhand krijgen. (258)

?Het neoconservatisme biedt nu een perspectief, niet aan een enkeling, maar aan iedereen. Het heeft de wereld op zijn kop gezet: rechts is tegenwoordig egalitair, links elitair.? (274)
Althans in woorden?

?Wil links buiten de Nieuwe Klasse (loftsocialisme) aanhang behouden, dan moet het, milder en wijzer, zijn dubbele moraal herzien, de categorische imperatief in ere herstellen en het emancipatieproject weer oppakken. Dat lukt alleen als links zijn achterhaalde antiburgerlijkheid aflegt, dat allesoverheersende thema van de linkse levensstijl. ? (274)

De Engelse socioloog, socialist en edelman Michael Young was de meritocratie helemaal geen aanlokkelijk vergezicht, maar een schrikbeeld.
Voor Young is de meritocratie een wrede manier om de maatschappij te ordenen. De heerschappij van de verdienstelijken vernedert de onvermijdelijke verliezers, mensen met een beperkte intelligentie en geringe schoolse vaardigheden. Voortdurend wrijft de meritocratie hen in dat ze sukkel zijn. Zij hebben gefaald en weten het. Niet door een speling van het lot, geboorte, maar door eigen tekortkomingen. De winnaars daarentegen, de meritocratische elite, geloven zo in hun eigen voortreffelijkheid dat zij zich, alsmaar inhaliger, steeds grotere rijkdommen toe-eigenen. De meritocratie, kortom, is niet te rijmen met het gelijkheidsideaal, zij staat voor ?kansengelijkheid? en schrijnend ongelijke uitkomsten. Daarom liever de geborgenheid van rang en stand, de veilige haven van de arbeidersklasse, dan dit gevecht met al zijn verliezers. (298)

?Communistenleider Marcus Bakker zei het al in de verhitte middenschooldiscussie: nu arbeiderskinderen eindelijk ook naar het gymnasium kunnen, willen ze het afschaffen!? (299)

?Het meritocratisch beginsel integreert niet, maar brengt een gesegregeerde samenlevingen voort?. (299)

?Haar leidend beginsel genereert niet lager sociale dynamiek, maar verfijnde ?uitsortering?, geen sociale mobiliteit, maar een nieuwe standenmaatschappij. Die stoelt weliswaar niet op geboorte, maar op verdienste. Maar dat verschil is betekenisloos als intelligentie de belangrijkste bron van verdienste, inderdaad in hoge mate erfelijk is. Met z?n allen hebben we dan, van de regen in de drup, een erfelijke standenmaatschappij verruild voor een erfelijke meritocratie. ? (300)

Jacques de Kadt zag eind jaren dertig als de taak van de sociaaldemocratie: het organiseren van ongelijkheid. Het moet en het kan. (301)

Peter Sloterdijk zei dat ?het kosmopolitisme het provincialisme van de verwenden is.? (309)

Archief

Dick Pels, Opium van het volk, Over religie en politiek in seculier Nederland. Uitg. DeBezige Bij 2008

29 juli 2009

Met zijn ?Opium van het volk? heeft Dick Pels een boeiend pleidooi opgeleverd tegen de Franse ?la?cit?? en voor de Amerikaans-Nederlandse visie op geloof en politiek. 54-55 ?In het antiklerikale Franse model is er sprake van eenrichtingsverkeer, waarbij de staat de speelruimte voor de religie bepaalt, die in principe naar de priv?sfeer moet worden teruggedrongen. In het Amerikaanse of Nederlandse model bestaat eerder een tweerichtingsverkeer, omdat alle levensbeschouwingen en identiteiten het recht hebben om zich publiekelijk en ook in politieke termen te manifesteren. In plaats van alle religies uit te sluiten van het publieke domein worden juist alle levensbeschouwingen op voet van gelijkheid tot die arena toegelaten. In deze situatie valt de institutionele scheiding tussen kerk en staat dus niet zonder meer samen met de ideologische scheiding tussen geloof en politiek. Mits de eerste wordt gerespecteerd, bestaat er geen principi?le belemmering voor een publieke en dus politieke functie voor zoiets als de moslimdemocratie. (?)
Geen van de levensbeschouwingen kan zichzelf op de troon verheffen, alle moeten alle andere in hun uitingsvormen actief (dus kritisch) tolereren. Het is dan ook contraproductief om, zoals de liberale rationalisten doen, de scheiding tussen kerk en staat op scherp te stellen door deze te vereenzelvigen met die tussen geloof en politiek.?

Dit is een standpunt dat ook in bepaalde Vlaamse vrijdenkerskringen als ?Ander Geloof? werd en wellicht nog steeds wordt gehuldigd. Het steunt zelf op het geloof in de sociale binding, gemeenschapsvormende effecten van geloofsvormen als religies, verbindend. Amitai Etzioni loert om de hoek.
Mijn probleem met deze visie ligt precies in het uitgangspunt: iedere godsdienstige vereniging of geloof wordt in deze benadering op dezelfde leest geschoeid waarbij men er van uit wenst te gaan dat zij per definitie bereid zullen zijn om de anderen als gelijkwaardig te erkennen. In deze vergissing wordt een geloofsvereniging gelijkgesteld aan een politieke partij. Daar is uiteraard wat voor te zeggen: ze willen allebei macht verwerven voor het heil van hun leiders en leden. Maar een geloofsvereniging gaat per definitie uit van het eigen universele gelijk, behoudens religies die zich racistisch beperken: tot het ene door hun God zelf uitverkoren volk.
De rest van de mensheid wordt daar als niet bekeerbaar of onwenselijk uitgesloten, wegens geen universele aspiraties.

In feite gaat deze ?Ander Geloof? benadering in de VS en Nederland uit van een geloof in de rationaliteit van de andere geloofsvormen. Er wordt geen rekening gehouden met de exclusiviteitdromen van ieder (monothe?stisch) geloof, alsof deze bij de integratie in een moderne samenleving vrijelijk ter zijde worden gelegd en gehouden.
Vandaag in Nigeria, India, Iran, Irak, recentelijk in de voormalige Joegoslavische deelstaten wordt duidelijk dat religie een essentieel en noodzakelijk onderdeel is van iedere machtstrijd voor een gemeenschap die door demografische ontwikkelingen ?lebensraum? en dito machtsaspiraties ideologische en religieus ondersteund wil weten.

De Franse republikeinse benadering van de ?laicit?? biedt tenminste een politieke duidelijkheid door de religieuze belevenis te begrenzen en buiten de publieke ruimte te houden. Geen enkele overheidsfunctie, staats- of openbaar ambt kan in die uitoefening van het gedelegeerde staatsgezag een twijfel aan neutraliteit en religieuze ongebondenheid verdragen. Dan is het voor iedere soort gelovige en ongelovige van meet af aan helder tot waar hun aspiraties kunnen gaan en door welke universele rechten en plichten ze beperkt worden. Alvast de publieke ruimte ?n het staatsapparaat zal dan garant kunnen en moeten staan voor de naleving van die gelijke behandeling van alle burgers, ongeacht hun geloof. De voor elke samenleving noodzakelijke ?social binding&bridging?-mogelijkheden worden zo voor iedereen op een hoger niveau gegarandeerd. Binnen religieus gevormde en gebonden gemeenschappen wordt immers een vrije social bridging verhinderd. De mogelijkheid van sociale promotie en vrije contacten met anderen wordt gegarandeerd in de publieke ruimte, van onderwijs, over openbaar ambt, justitie.
Uiteraard vereist dit een democratisch, sociaal en dynamisch evenwicht binnen een staatsbestel om te vermijden dat wie zich onheus bejegend, onderdrukt en tekort gedaan voelt de kans krijgt om zijn of haar politieke aspiraties en rancunes democratisch te ventileren. Indien dit al te rigide wordt verhinderd zullen religieuze aspiraties en nationalistische rancunes de kop opsteken als een mobiliserend en verbindend uitsluitingverhaal. De recente ontwikkelingen binnen de lekenrepubliek Turkije zijn daarvan een pijnlijk voorbeeld.

In een democratisch staatsbestel wordt door de verschillende politieke partijen gestreden om de troon van de macht die echter nooit bezet kan blijven. Dit impliceert enig gevoel van relativiteit bij de bedienaren van erediensten. Indien de herders de publieke ruimte opeisen, ondermijnt dit de exclusiviteit van het eigen godsgeloof bij hun kudde. Daarom is het ook voor hen beter de religieuze beleving buiten het publieke domein te houden. Exclusiviteit verdraagt moeilijk openbaarheid.

110. De kern van de traditionele godsdienst is het streven naar zekerheid, zin, hoop en houvast in een onzekere en ?onzinnige? wereld. De kern van de relativistische religiekritiek is dat we die onzekerheid juist moeten leren uithouden en waarderen. In plaats van de simpele en harde onderscheidingen tussen goed en kwaad en tussen waar en onwaar ( die samenvallen in de eeuwige strijd tussen God en de Duivel) moeten we leren leven met het feit dat goed en kwaad, waarheid en onwaarheid in dezelfde kamer zitten, misschien zelfs op dezelfde stoel, zonder dat wij daarmee ons oordeelsvermogen verliezen. We moeten houvast leren ontberen, de zin van de wereld juist zoeken in haar dubbelzinnigheden, en onze morele dilemma?s ten volle beleven. We moeten leren geloven in onzekerheid.
114. Het democratisch debat vergt juist de opschorting van allerlei waarheden, zekerheden en garanties die het van tevoren kunnen belasten. De principi?le feilbaarheid van het relativisme is de grondhouding en grondwet van de democratie. Het is precies dit relativisme dat we in politieke zin, dus ook grondwettelijk moeten verdedigen: een gedacht die lijnrecht ingaat tegen degenen die de dominantie van een gedroomde Nederlandse ?joods-christelijke? cultuur in de grondwet willen verankeren.

Na een schitterend pleidooi als dit blijft de voorkeur van Dick Pels voor de Amerikaans-Nederlandse benadering merkwaardig. De kinderen van mindere goden mogen dus ten volle deelnemen aan hun gemeenschapsvormende taak, zij het stiefmoederlijk en paternalistisch behandeld. In casu zegt de wereldse heerser tegen de bedienaar van het geloof: ?hou jij ze dom, ik zal ze arm houden? zoals de eigenste Majesteit die het bestond om als staatshoofd van het enige land in Europa klaar te krijgen dat het Nederlandse 2 Euromuntstuk het randschrift ?God zij met ons? draagt. De vraag rijst dan natuurlijk: welke god? Het antwoord is natuurlijk: de Ene en de Ware, die van de Majesteit.
En erger nog : wat met de onderdanen die niet geloven in deze noch een andere god?
Die worden op zijn minst uitgesloten van de Nederlandse , c.q. Amerikaanse gemeenschap, want ook daar draagt het dollarbiljet de – zeker bij financi?le crises – problematische belijdenis? In God we trust?.

15. Een militante athe?st als Christopher Hitchens gelooft dat religie zal blijven bestaan zolang we niet onze angst overwinnen voor de dood, voor het donker, voor het onbekende en voor elkaar. ?Overwinning van de sociale angst? was volgens de cultuursocialist Hendrik de Man de formule die de beste samenvatting van het socialisme gaf. Nadat de politieke angst was weggenomen door de sociale beteugeling van het kapitalisme. De hoop van de cultuursocialisten was dat als gevolg daarvan ook de culturele en psychische angst zou verminderen: de angst voor het onbekende en afwijkende, voor andersdenkenden, voor vrijzinnigheid en ?veelgoderij?. (Massa en leiders, 1932)

32. Het is geen zelfmisleiding om goden te aanbidden die we zelf hebben gemaakt. Als er maar v??l zijn. Het wordt pas problematisch zodra we ons eigen maakwerk vergeten en geloven dat het omgekeerd is: dat God ons heeft gemaakt naar Zijn beeld en gelijkenis. Dan gaat ook de sterrencultuur fungeren als de opium van het volk: denk aan hysterische fans die zichzelf kwijt zijn en volledig willen samenvallen met hun idool. Maar de democratische belofte van de sterrencultuur is dat we niet vergeten dat wij het zelf zijn die onze idolen maken en breken, en dat we zowel hen als onszelf in dat maakwerk blijven relativeren. De glossy heeft het recept: ?How to be a celebrity goddess in 10 easy steps?. Als we maar weten dat dit nooit lukt (zeker niet in tien simpele stappen) en dat we dit ook niet moeten willen.

41. Zo definieert de socioloog Gabriel van den Brink in zijn pamflet ?Tekst, traditie of terreur??(2004) het goddelijke als een kracht van verzoening, eenwording en betrokkenheid, ? een kracht die de verdeeldheid van het menselijke bestaan opheft?. Omdat die eenheid zo nadrukkelijk wordt gethematiseerd in de islam, dient deze religie ruimte te worden gegund en moet zij met respect worden tegemoet getreden. Maar vanuit en kritisch-relativistisch oogpunt is en blijft deze cultus van eenheid en onderworpenheid de meest onbehaaglijke eigenschap van alle openbaringsgodsdiensten. Als godsdienst gelijk staat met het ?heel maken wat gebroken is?, is godsdienst dan niet per definitie strijdig met de moderne, democratische ervaring van de gebrokenheid van het bestaan, met de onvermijdelijkheid, maar ook de wenselijkheid van veelheid en verschil?

Dick Pels pleit hier tegen iedere vorm van monothe?sme en weet de democratische cultuur gebed in een veelgodendom. Dat wil hij echter mechanistisch toepassen op een vorm van ?wetenschappelijke waarheidgeloof? van filosofische athe?sten. Bij mijn weten bestaan dit soort monothe?stisch athe?sten vandaag niet meer. Het lijkt me eerder een restant uit de cultus van het positivisme en de rede uit de XVIII-XIXde eeuw, waar geen ernstig denkend mens vandaag nog erkenning in vindt, laat staan een gemeenschapsvormend aspect in kan herkennen voor ongelovige bedienaars van de Rede.

48. Religieus fundamentalisme is niet hetzelfde als wetenschappelijk fundamentalisme. Het cruciale verschil tussen rede en geloof is dat de rede niet afgaat op het gezagsargument van de openbaring, maar de eigen inzichten voortdurend ter discussie stelt. Maar toch bestaat er veel meer continu?teit tussen het religieuze en het wetenschappelijke waarheidsgeloof dan filosofische athe?sten willen weten. De idealen van feilbaarheid en kritiseerbaarheid worden immers niet reflexief toegepast op de rede, de logica en de wetenschap zelf.

Dick Pels pleit op briljante wijze voor een eeuwige evenwichtsoefening bij religie en politiek in een seculier Nederland, moeizaam op de slappe koord. Het democratische spel en de menselijkheid eisen dat geen sociale regelgeving noch maatschappelijke beweging, geen politieke partij noch religieus beleven ooit symmetrisch, volmaakt repetitief, noch absoluut mag zijn. Onvolmaakt schipperen in de chaos is het wezenskenmerk van iedere democratie, garantie voor optimale creativiteit en betrokkenheid. Bijgevolg is het een democratisch tekort in Pels? Opium van het volk dat hij de Franse variant van de ?la?cit?? meteen terzijde schuift. In deze staats- en democratieopvatting wordt eenieder het recht gelaten zijn of haar geloof te belijden Geen enkel geloof krijgt een vaste plaats in de publieke ruimte. Niemand hoeft elkaar te lijf te gaan op religieuze basis in de strijd om de troon van de macht. Het democratische gevecht om de macht kan bijgevolg een politieke strijd blijven: een strijd van woorden, argumenten in respect voor de tegenstrever waardoor alle creativiteit ten volle aan de oppervlakte kan komen en iedereen, ongeacht het eigen geloof of ongeloof dezelfde mogelijkheden bieden kan.
Pels? kritiek op de PVV van Wilders en de vergelijking van ?s mans ?Fitna? filmpje met ?Der Euwige Jude? van de nazi?s (97) ? film die overigens zeer populair is in veel moslimlanden ? en de poging om Wilders? ideologie gelijk te stellen met die van ?Mein Kampf? is een staaltje van selectief clich?-denken, waarmee hij de rest van ?Opium van het volk? – tekort doet.

Archief

Carlos Ruiz Zaf?n, Het spel van de engel. Uitg. Signatuur 2009

28 juli 2009

Wie Zaf?n leest, loopt het risico van de lezer: het virtuoos verlangen naar de betovering die als een veelgelaagde genoegdoening de pijnlijke oogleden verkoelt.
Zaf?n lezen is jezelf leren overgeven aan de macht van de roman, de geconstrueerde leugen die als geen ander de realiteit achter de waarneembare werkelijkheid weet te onthullen.
Zaf?n heeft iets van de meester in het mysteriekabinet van het leven: hij wijdt de argeloze in en dolt met de ervaren verslinder van verhalen. Hij heeft dan ook een grote verantwoordelijkheid op zich genomen. Carlos Ruiz Zaf?n leert de postmoderne hulpeloze beeldverslaafden weer lezen. Een niet geringe verdienste.
?De roman is dood en begraven. Een vriend die net terug is uit New York vertelde me dat zeer onlangs. De Amerikanen zijn iets aan het uitvinden wat ze televisie noemen en wat als de bioscoop zal zijn, maar thuis. Boeken zullen niet meer nodig zijn, noch kerken, helemaal niks. (De schaduw van de wind, 489)
Zijn miljoenen lezers heeft hij met ?De schaduw van de wind? van het tegendeel kunnen overtuigen. Met ?Het spel van de engel? werkt hij verder aan zijn pedagogische opdracht zoals J.K. Rowling met Harry Potter, maar dan voor oudere lezers en dus met vele dubbele deuren, nog meer onopvallende doordenkers die vele interpretaties toelaten.

?Ik kende het genot van het lezen niet, het aftasten van deuren die zich in je ziel openen, je te verliezen in de verbeelding, de schoonheid en het mysterie van de schijn en de taal. Dat is voor mij allemaal geboren met dat boek.
? (De schaduw van de wind, 35)

Zaf?n schrijft aan de hand van de stad der wonderen, Barcelona na de vorige eeuwwisseling. Intussen ook ? De stad der verdoemden?.
?Zoals alle andere steden, is Barcelona de som van haar ru?nes. De grote glorie waarop gepocht wordt, de vele paleizen, fabrieken en monumenten, allemaal zaken waarmee we ons identificeren, zijn niks anders dan kadavers, relikwie?n van een verloren gegane beschaving.? ( De schaduw van de wind, 225)
Een standbeeld en een Avenida naar het ?Kerkhof der Vergeten Boeken? zullen hem daar dan ook niet misstaan.

Zijn nieuwe spel met de engel in deze ru?nes van verloren gegane beschavingsillusies lijkt noodzakelijk voor de schaduw van de wind. Zonder spel geen beweging, zonder engel geen duivel, zonder licht geen schaduw. Een beklemmende benadering van de aloude relatie tussen de Faust van de pen en de Mephisto als uitgever.
Met ?Het spel van de engel? – prequel tot ?De schaduw van de wind? – verleidt hij op magisch realistische wijze zijn intussen miljoenen verschillende lezers, elk op hun niveau. Hij doet het op de manier van de engel van de geschiedenis die achterwaarts voortschrijdt, terugdeinzend bij de aanblik van wat hij heeft aangericht. Hij doet het in mededogen want een mensenleven vraagt om medeleven. Hij doet het in woorden want hij heeft de macht leren hanteren van de gevaarlijke kunst van het schrijven, de overwinning van de pen op het zwaard, van de herhaling in de tijd en het verlangen naar eeuwigheid, de continu?teit als vliegwiel door de vele jaren van angst en pijn.
Carlos Ruiz Zaf?n is een meester van het woordverhaal: ‘Boeken zijn spiegels: je ziet slechts dat wat je zelf al in je draagt’. (De schaduw van de wind, 233)
In ‘Het spel van de engel’ legt hij ook onrechtstreeks de vinger op de kloppende wonde van menselijk gedrag dat sterk be?nvloed wordt door de verhalen van wie voor ons kwam. Meer nog, foto’s, namen, boeken, huizen en herinneringen vormen een houvast waaraan we maar al te graag ons zelf- en wereldbeeld ophangen. Daarom ook kan dit spel ven de engel een pleidooi zijn voor het zwijgen, het verzwijgen van de gruwelen die ons voorafgingen. Al zal zo’n pleidooi doorgaans ijdel klinken: wat we ons willen, durven en kunnen herinneren zal zich telkens weer blijven opdringen. De dans ontspringen van het engelenspel is een moeilijke beweging vanaf het podium naar de coulissen.
Met ?Het spel van de engel? kiest hij voor de religie van de ?Drager van het Eeuwige Licht?: Lucifer en de Lux Aeterna die maar ten volle tot ontplooiing kunnen komen in de magische stad. Vanaf de vroege oudheid over de machtige middeleeuwen werd ze met een klap tussen twee wereldtentoonstellingen de moderniteit ingeramd. Vandaag proberen haar bewoners te leven tussen de stigmata van de waardigheid van wie hen vooraf is gegaan tussen het strand en de kerkhoven. Het uitzinnige wordt beleefd in stadia en langsheen pleinen en ramblas: ?Voetstappen van de hemel?, het debuut dat zal eindigen in het kerkhof der vergeten boeken.

Om die beweging te kunnen hanteren, om dat spel te leren spelen moet een verbindend verhaal kunnen verblinden:

?Afgezien van po?zie, komt een religie neer op een morele code die zich uitdrukt in legendes, mythen of andere literaire vormen, teneinde een net van waarden en normen te spannen waarmee een cultuur of een gemeenschap bij elkaar wordt gehouden en gereguleerd. (?) Zoals in de literatuur of in elke andere vorm van communicatie is het de vorm die voor het effect zorgt en niet de inhoud. (?) ? U wilt mij dus zeggen dat een doctrine uiteindelijk een verhaal is. ? Alles is een verhaal. Wat we geloven, wat we weten, wat we ons herinneren en zelfs wat we dromen. Alles is een vertelling, een geschiedenis, een opeenvolging van gebeurtenissen en personen, die het hart wil raken. Een daad van geloof is een daad van aanvaarding ? wij aanvaarden een verhaal dat ons wordt verteld. En we aanvaarden slechts als waar wat verteld kan worden?. (155-156)
?Ik ben tot de slotsom gekomen dat de meeste grote religies altijd zijn ontstaan of hun hoogtepunt hebben bereikt op momenten dat het grootste deel van de samenleving jong en verarmd was. (?) De volwassenen bereiken we door te appelleren aan hun frustratie. Met het ouder worden en de toenemende desillusies van de dromen en verlangens van de jeugd voelt een mens zich steeds meer het slachtoffer van de wereld en zijn medemensen. (?) Zich bij een leer aansluiten die deze wrok of dat zelfmedelijden positief ombigt, geeft nieuwe moed en kracht. De volwassene voelt zich zo deel van de groep en sublimeert zijn verloren verlangens en begeerte door middel van de gemeenschap.? (264)
? Gaat het u om het geloof of om het dogma? ? Het is voor ons niet voldoende dat de mensen geloven. Ze moeten geloven wat wij willen dat ze geloven. En ze moeten het niet in twijfel trekken noch de stem horen van wie dan ook die het in twijfel trekt. Het dogma moet onderdeel worden van de identiteit. Wie dat in twijfel trekt, is onze vijand. Is het kwaad. En we hebben het recht en de plicht hem het hoofd te bieden en hem te vernietigen. Dat is de enige weg naar redding. Geloven om te overleven.? (313)

Archief

Dominique Mo?si, De geopolitiek van emotie ? Hoe culturen van angst, vernedering en hoop de wereld veranderen. Nieuw Amsterdam 2009

27 juli 2009

Toen de Joods-Franse toneelschrijver Tristan Bernard op het punt stond te worden opgepakt door de nazi?s in Parijs, zei hij tegen zijn vrouw: ?Tot nu toe hebben we in angst geleefd, nu zal hoop ons leven bepalen?. Met deze bespiegeling analyseert de auteur als eminent Frans expert internationale betrekkingen, o.a. in Harvard, en als zoon van een Auschwitz overlevende de wereld vandaag: ?Kan het overstijgen van angst en vernedering en het doen opflakkeren van hoop, zelfs in de schaduw van tragedie deze wereld veranderen??
Naar Ovidius in zijn Metamorfosen blijven volgens hem passie, ?emoties essentieel om de aard en de evolutie van de wereld te begrijpen, en waarschijnlijk zal dat het geval zijn zolang de mens bestaat?. (13) ? Filosofen, van Plato tot Hobbes en van Kant tot Hegel, hebben altijd gewezen op de rol en invloed van de klassieke notie ?hartstocht? ? het tegenovergestelde van het marxistische begrip ?klassenbelang?, dat stelt dat de relatie tussen mensen wordt ingegeven door hun sociale en economische status.? (24)
Dat belooft, zou je dan denken als ge?nteresseerde lezer, eindelijk eens een politiek denker die bereid is om emoties van volkeren, culturen en leiders mee te wegen in zijn geopolitieke analyse.
Als ?Europeaan van geboorte? herkent hij in de EU vandaag een soort Magna Helvetia of een Groot Veneti?, een museum van cultuur en het goede leven, maar dat in de toekomst op wereldvlak nauwelijks meer voorstellen zal dan een toeristische attractie. De cultuur van de angst die volgens hem zal overheersen leidt tot een economische en politieke stagnatie.
Rusland blijkt het nationalistische hoofd weer te heffen na een periode van vernedering na het verlies van zijn voortuinen. Nu leunt het op een falende militaire macht en een quasi onuitputtelijke uitvoer van grondstoffen, in de eerste plaats fossiele energie. De gevolgen van het uiteenvallen van de Sovjetunie laat hij mooi verwoorden door Aleksandr Jakovlev, een naaste medewerker van Gorbatsjov:? Wij gaan jullie iets vreselijks aandoen, wij zullen verdwijnen als bedreiging. De lijm van jullie bondsgenootschap zal er niet meer zijn om jullie bij elkaar te houden.? (179)
Of nog, Poetin antwoordt hem op de vraag naar de portretten die hij in zijn kabinet heeft hangen: ?Het zijn er drie. Peter de Grote, Poesjkin en De Gaulle?. De eerst als vader van het moderne Russische rijk, de tweede was de belichaming van de Russische cultuur; en de derde was de man van de wederopbouw van Frankrijk na de Tweede Wereldoorlog. (?) Ook De Gaulle had zich vernederd gevoeld door de Amerikaanse aanname, tijdens en onmiddellijk na de Tweede Wereldoorlog, dat de leiding over het Westen automatisch in handen moest komen van de jonge, machtige en rijke VS.? (187)

In Afrika is de hoop na de dekolonisatie omgeslagen in wanhoop, al blijft Mo?si in Zuid Afrika, Rwanda, Botswana hoop bespeuren.
Zuid Amerika zwalpt nog tussen angst en hoop, de VS heeft met Obama gekozen voor hoop tegen de angst en wanhoop van de Republikeinen.
De islamitische landen wentelen zich verder in een cultuur van vernedering terwijl in Azi? de nieuwe mens van de hoop gloort.
In India herkent hij de bevrijdende zuigkracht van steden als Mumbai die armen van het platteland aantrekken die hopen dat het hun kinderen beter zal afgaan, waardoor in die megasteden volgens hem een nieuwe cultuur en dynamiek van de hoop groeit. Een typisch voorbeeld van oppervlakkige flauwe kul waarmee Mo?si volgaarne in het rond strooit.
Hij haalt wel Amayrtya Sen aan die vermeldt dat Chinezen in het eerste millennium van onze tijdrekening steevast naar India verwezen als ?het boeddhistische koninkrijk? met een grote rijkdom van spirituele aard. In de derde eeuw vC zou Keizer Asoka de Grote ?niet alleen het belang van verdraagzaamheid en de rijkdom van afwijkende opvattingen schetsen, maar ook te boek stellen wat misschien wel de oudste regels zijn voor het voeren van debatten en discussies, waarbij opponenten in alle omstandigheden en op alle manieren gepaste eer wordt bewezen. Die traditie van tolerantie stond niet alleen in schril contrast met China, maar destijds ook met Europa. (78)
Op een eerder badinerende toon, luchtig en met Franse zwier en soms boeiende anekdotes snelt hij de wereld rond met zijn lezing over angst, zelfvertrouwen en vernedering.
Even gezwind debiteert hij gemeenplaatsen ? door honger gedreven Afrikaanse vluchtelingen, algemeenheden over de grondstoffenroof aldaar door China en Europa, de gebruikelijke praatjes over de noodzaak van open grenzen en migranten die snel moeten integreren omdat zij de hoop voor de nieuwe toekomst betekenen. Volgens Mo?si is ?zelfs in de intiemste vorm, via het huwelijk integratie een realiteit: zo?n veertig procent van Europese moslims trouwt met iemand van buiten hun oorspronkelijke gemeenschap.? (!?) (157)

In feite is dit boekje een opgeklopt verhaal voor eminente voordrachten bij heerlijke netwerkbanketten: grote herkenbare lijnen, een boeiend detail en verder algemeenheden en ronduit flauwe kul.
Hoe beperkt dit boekwerk is, blijkt uit zijn pleidooi en bewondering voor de Golfstaten die een enorme bloei kenden:

?Het is uitgerekend dat soort vertrouwen dat de Arabische-islamitische wereld het hardste nodig heeft om de cultuur van vernedering te overwinnen. Voor landen als Egypte en Saoedi-Arabi? zal elke poging om de status-quo te handhaven uitdraaien op een ramp. Het opmerkelijke succes van kleine Golfstaten zoals Dubai en Abu Dhabi is natuurlijk gebaseerd op unieke omstandigheden ? enorme energierijkdommen en kleine bevolkingen – maar het bewijst ook dat moderniteit en islam niet onverenigbaar zijn en dat Arabieren succes kunnen boeken in de ongekende competitieve wereld van nu als ze bereid zijn om veranderingen te accepteren, en om zichzelf te concentreren op de toekomst in plaats van obsessief met het verleden bezig te blijven.? (231)

Maar de financi?le crisis heeft intussen wel hun ware antidemocratische regelgeving, economische en racistische opvattingen tegenover vreemdelingen blootgelegd. Ergo, exit de Golfstatenparasitologie.

In het slotgedeelte weet Mo?si dan wel weer te boeien, zoals het een goed causeur betaamt.
Hij schetst twee mogelijke scenario?s voor de verdere ontwikkeling van de geglobaliseerde wereld: teruggeplooid in angst en vernedering, gepaard aan nationalistische oorlogen versus een zelfbewuste ontwikkeling tussen volkeren en staten die door ontwikkeling, uitwisseling en respectvol leren van elkaar het leven fijn maken, ook in de herfst van het oude Europa. Uiteraard wordt het geen van beiden en in feite geeft hij hier blijk van een amateuristisch gebrek aan kennis van besluitvormingsmechanismen en de onderhuidse dynamiek binnen de EU zoals wel op schitterende wijze geanalyseerd door Luuk van Middelaar in ?De passage naar Europa?.

Bizar is ook zijn misvatting ivm de nostalgie en de dreiging voor Europa. Hij herkent terecht een cultuurfenomeen in de hoofdsteden van wereldrijken die in het verleden ten onder gingen. Rome, Lissabon, Madrid, Veneti?, Amsterdam, Wenen, Istanboel, Berlijn, Parijs, Londen,? Deze hoofdsteden vielen ten prooi aan een merkwaardige cultuurschok wegens het verlies van het hinterland waarover ze soms eeuwenlang heersten. Ze bleven achter met een infrastructuur, een cultuur en een arrogantie die onmogelijk nog gedragen kon worden door de beperkte bevolking en bronnen van rijkdommen die hen nog restte.
Met de EU zal dit echter niet gebeuren indien de Unie zich versterkt en mogelijk nog uitbreidt. Europa zal wellicht te weinig hoop koesteren maar alleszins op zich meer dan groot en uitgestrekt genoeg zijn om haar burgers en inwoners het recht te gunnen op het goede leven. De EU torst geen waterhoofdige hoofdstad die verschrompelt indien de periferie verdwijnt.

Zijn vergelijking met prins Salina in ?Il Gattopardo? de schitterende roman van Giuseppe de Lampedusa, is dan weer goed gevonden. De prins kijkt toe hoe nieuwe elites hun opwachting maken tijdens het bal waarmee het boek eindigt (een scene die onsterfelijk is geworden in de verfilming), om dan met een mengeling van cynisme en nostalgie op te merken:? Alles moest veranderen opdat alles hetzelfde kon blijven.? (228)

Mo?si echter besluit hieruit dat de dingen behoorlijk radicaal moeten veranderen als we willen voorkomen dat de internationale orde vervalt tot een gevaarlijke en doorwerkende ?wanbalans?.
In tegenstelling met de tijden van prins Salina en Pieter de Kluizenaar had de wereldbevolking maar een heel beperkte kijk op het leven bij de buren, laat staan in andere landen en volkeren.
Vandaag gaat dit met digitale beelden over het wereldwijde web ietwat sneller waardoor de tegenstelling scherper en de natte dromen feller.

Archief

Josh Bazell, Dansen met de dood. Uitg Cargo 2009

26 juli 2009

?Overrompelend en unputdownable?, is het epitheton van dit boek in NRC Handelsblad, een respectabele krant uit Nederland. ‘Unputdownable?’ ik had er nog nooit van gehoord,
Bazell is arts van professie en creative writer van roeping. Ook hij moet vroeger andere dingen gedaan hebben voor hij de studies geneeskunde heeft aangevat, want hij is niet verblind geraakt door de langdurige en zware inwijdingsritualen van het besloten genootschap, laat staan van de gesloten vennootschap. Hij weet nog niet wat voor hem het beste schuift. Maar met ?Dansen met de dood? zit het er dik in dat hij Louis Ferdinand C?line en vele andere artsen achterna zal gaan, althans op schrijversvlak.
Geen boeiender beroep dan dokter, geen fijnere ?midden de mensen? mogelijk, maar het kan aan je vreten en dan ben je er geweest zoals de hoofdpersoon Peter Brown rondspringt in de wereld van het vele leed en de onzekerheden van het bestaan.
Veiligheidshalve opent hij met een citaat van Albert Camus: ? Als Nietzsches uitspraak juist is dat een man beschamen hetzelfde is als hem doden, is elke oprechte poging tot autobiografie een daad van zelfdestructie.?
Het verhaal snijdt met chirurgische virtuositeit en internistische behoedzaamheid langs een leven vol verlies, leugen, pijn en ellende. Het betrokken cynisme waarop hij probeert te overleven, het egocentrisme van de hem omringende wereld van maffiosi, op straat, thuis en in het ziekenhuis, is adembenemend realistisch en getuigt van een grote reflectieve en afstandelijke betrokkenheid bij het menselijke bestaan. In die zin is dit boek eerder cynisch dan sarcastisch. Het vlees wordt figuurlijk niet losgerukt van de beenderen, letterlijk echter wel. Het is zo hilarisch dat het dragelijk blijft voor de lezer, meer nog dat je erin gezogen wordt en naarmate het tempo nog meer in overdrive gaat je als lezer toch kan volgen, zonder terughoudendheid.
Neerleggen betekent verraad aan het boek en dan wordt het weer even wennen om de vaart terug te vinden. Je moet ermee doorgaan 317 pagina?s lang, vandaar het bizarre epitheton.

19. Aangezien de papieren (pati?nten-)kaart de kaart is die de pati?nt kan opvragen en die een rechter aan het bewijsmateriaal kan laten toevoegen, is de prikkel hem leesbaar te houden niet echt groot.
218. Nu moet ik zeggen dat operatiekamers, net als bouwplaatsen, de laatste vrijplaatsen zijn voor seksisten, racisten en wie dan ook met een tourette-achtige aandoening. De achterliggende gedachte is dat je mensen leert om kalm te blijven onder druk door ze voortdurend te treiteren. De werkelijkheid is dat sociologen die een studie zouden maken van OK?s zouden ontdekken hoe het er in de jaren vijftig op de fabrieksvloer aan toeging.

Archief

Fernando Pessoa, Het boek der rusteloosheid, uitg Privedomein-Arbeiderspers 1990

25 juli 2009

Fernando Pessoa, Het boek der rusteloosheid, uitg Privedomein Arbeiderspers 1990

Schitterende bedenkingen bij het veinzen, de noodzaak van de leugen in de kunst, de liefde en het leven.

324. ?Heb ik gelogen? Nee, ik heb begrepen. Begrepen dat de leugen, behalve de leugen die kinderlijk en spontaan is en voortkomt uit de wil om te dromen, enkel en alleen de notie is van het werkelijke bestaan der anderen en van de noodzaak om aan dat bestaan het onze te conformeren, dat er niet aan geconformeerd kan worden. De leugen is eenvoudig de ide?le taal van de ziel, want net zoals wij ons van woorden, wat op een absurde manier uitgesproken klanken zijn, bedienen om de meest innerlijke en subtiele roerselen van ons gevoel en ons denken om te zetten in werkelijke taal, hoewel woorden die roerselen noodzakelijkerwijs nooit volledig kunnen weergeven, zo bedienen wij ons van de leugen en de fictie om elkaar te begrijpen, hetgeen met de waarheid, eigen en onverdraagbaar, nooit zou kunnen.
De kunst liegt omdat zij sociaal is. En er zijn slechts twee grote vormen van kunst ? een die zich richt tot onze diep ziel, de andere die zich richt tot onze oplettende ziel. De eerste is de po?zie, de tweede de roman. De eerste begint te liegen in haar structuur, de tweede begint te liegen in haar intentie. De ene vorm pretendeert ons de waarheid te geven middels aan verschillende voorschriften beantwoordende versregels die indruisen tegen het normale taalgebruik; de andere pretendeert ons de waarheid te geven via een realiteit waarvan wij allen weten dat ze nooit bestaan heeft.
Veinzen is beminnen. Nooit zie ik een bevallige glimlach of veelbetekenende blik zonder me niet ogenblikkelijk af te vragen, ongeacht van wie die blik of die glimlach is, wie er in het diepst van de ziel schuilgaat achter dat lachende of blikkende gezicht, de politicus die ons wil kopen of de prostituee die wil dat wij haar kopen. Maar de politicus die ons koopt, heeft tenminste plezier gehad in het kopen van ons en de prostituee die wij kopen, vond het tenminste plezierig dat we haar hebben gekocht. Hoezeer we het ook willen, we ontsnappen niet aan de universele broederschap. Wij beminnen elkaar allemaal, en de leugen is de kus die wij wisselen.
Schrijven is vergeten. De literatuur is de prettigste manier om het leven te ignoreren. De muziek wiegt, de zichtbare kunsten stimuleren, de levende kunsten (zoals de dans en het toneel) onderhouden. De eerste echter verwijdert zich van het leven, door er een slaap van te maken, de volgende twee doen dat daarentegen niet ? sommige omdat ze gebruik maken van zichtbare en derhalve vitale formules, andere omdat ze leven van datzelfde menselijke leven.
Dat is niet het geval met de literatuur. Die veinst het leven. Een roman is het verhaal van wat nooit is geweest en een drama is een roman zonder dat het verhaal wordt verteld. Een gedicht is de uitdrukking van idee?n of gevoelens in een taal die niemand bezigt, want niemand praat in verzen.

Archief

Richard Powers, De echomaker. Uitg Contact 2007

21 juli 2009

Richard Powers, De echomaker. Uitg Contact 2007

Met ?Het zingen van de tijd? presenteerde Richard Powers ondermeer een fascinerende interpretatie van vocale muziekstijlen van gospel, klassiek over jazz en blues tot de Vlaamse polyfonie, op de golven van zwarte musici en zangers en de dwingende tijdslijn van raciale ontvoogding in de VS.

Met ?De echomaker? gaat hij veel verder. Als exacte wetenschapper bevraagt hij de werking van het menselijk bewustzijn in een spannend gecomponeerde roman onder een motto van de Russische grondlegger van de neurosychologie Alexander R. Luria:? Om de ziel te vinden moeten we haar eerst verliezen.?

Het verhaal draait rond een slachtoffer van een truckongeval. Zijn hersenletsel leidt tot het Capgrassyndroom: wie hem voorheen het meest nabij was ervaart hij nu als dubbelgangers. Mede door zijn extreme aandacht voor detailverschillen kan of durft hij de eens zo intieme persoon – of hond – emotioneel niet meer herkennen als zeer nabij. Zijn schervenwereld wordt door zijn bewustzijn met ingewikkelde bedenksels tot een voor hem logisch en continu gebeuren gereconstrueerd. De evolutie van zijn aandoening gaat gepaard met het ?pellen van de rokken van de ui? in een Midden-Amerikaans stadje – Kearney Nebraska – waar de jaarlijkse trek van de kraanvogels de enige attractie is. Onderlinge spanningen en verlangens tussen vrienden van vroeger schemeren steeds scherper door naarmate de uit New York in consult gevraagde neuroloog Gerald Weber zijn eigen zelfbewustzijn voelt desintegreren. De beroemde professor en auteur ? teder ge?nspireerd op de figuur van Oliver Sacks (“the man who mistook his patients for a literary career”) hoopt met deze Capgraslijder een boeiende casus te ontwarren voor een van zijn volgende goed verkopende boeken. Helaas blijken zijn populariserende publicaties teveel weerstand op te wekken bij na-ijverige collega?s die naarstig via diezelfde media zijn faam ondermijnen.

367. De vierschaar van de publieke opinie had meer macht over hem, dan hij over zichzelf had. De cortex van de mens had zich ontwikkeld door met een complex stelsel va sociale rangorde te leren leven. De helft van alle cognitie, de voornaamste vorm van selectiedruk die zich nu liet gelden: de kudde in het hoofd.

Powers demonstreert met ?De echomaker? op ingenieuze en invoelbare wijze hoe mensen niet kunnen leven zonder telkens weer nieuwe en andere voor hen aanvaardbare verklaringen te verzinnen. Te midden van de wankelende werkelijkheidservaringen proberen we een voor onszelf – en liefst ook voor onze omgeving – samenhangend verhaal te destilleren uit gegevens waarmee we geconfronteerd denken te worden of die ons opgedrongen lijken. Dit zelfverzonnen continu?m proberen we dan te omarmen als een noodzakelijk houvast: religieus, politiek, wetenschappelijk, filosofisch, erotisch, seksueel.

432. Liegen, ontkennen, verdringing, confabulatie: het waren geen ziekteverschijnselen. Ze waren het kenmerk van een bewustzijn dat intact probeerde te blijven. Wat stelde de waarheid voor als het erom ging te overleven?

Powers is er op meesterlijke wijze in geslaagd het groepsgedrag en de trek van de kraanvogels te vervlechten met dan van de menselijke soort. De oudste delen van ons brein zorgen voor emotionele veiligheid binnen de vlucht, de kudde, de roedel, de clan.

Beweren dat ?de mens waarschijnlijk het enige wezen is dat er herinneringen op na kan houden aan dingen die nooit zijn gebeurd(120)? lijkt me in deze dan ook eerder een grap. Het pleidooi voor de gelaagde ontwikkelingen van de hersenen en het fenomenale inprentingvermogen van de kraanvogels, maar ook de collectieve zinsverbijstering waarmee kuddedieren kampen wanneer hun leiders foute waarnemingen interpreteren, dan wel door inadequate herinneringen het groepsbewegingspatroon fataal verstoren, maakt dit illusoire herinneringsfenomeen als menselijke unicum eerder onwaarschijnlijk.

Discontinu?teit in de evolutie van diersoorten, ook van hun hersenen, is omwille van genetische flexibiliteit en om redenen van replicatie en procreatie evident. Maar op grotere afstand in tijd en ruimte vertoont ook deze onvolmaakte spiegeling een graduele continu?teit. Door herinneringen en de optimalisering ervan omwille van levensnoodzakelijke hang naar continu?teit in het bestaan – van de groep en het individu binnen die groep – zal de grens tussen mens en dier ook zeer variabel tekenen. Alleen al om statistische redenen kan het niet anders of die arbitraire grenzen zullen eerder gradueel blijken, behoudens zelfverzonnen zingeving over discontinue scheppingen. Culturen die dichtbij de natuur leefden, probeerden dit fenomeen te internaliseren door deze dieren een plaats te geven in de continu?teit van hun universum.

207. Alle mensen vereerden Kraanvogel, de grote redenaar. Overal waar kraanvogels bijeenkwamen, droeg hun stemgeluid mijlenver. (...) In Afrika heerste de gekroonde kraanvogel oppermachtig over woorden en gedachten. De Griek Palamedes kwam op de letters van het alfabet toen hij naar rumoerig overvliegende kraanvogels keek.

Misschien bood en biedt een dergelijke interpretatie meer mogelijkheden tot veinzen en indirecte benaderingen van mensen onderling via de symboliek van totemdieren. Het levert meer respect op voor de natuur, voor de andere levende wezens en voor andere mensen. Wanneer ieder mens de opdracht krijgt om vooral zoniet uitsluitend als vrij en gelijk te ageren, verliezen we veel spiegeling in elkaars ogen.

Lees verder »

Archief

John Gittings, The changing face of China ? From Mao to market.

20 juli 2009

?


John Gittings, The changing face of China ? From Mao to market.?


?


?


John Gittings vat in dit boek zijn jarenlange ervaring en bespiegelingen over China samen in een begrijpelijke analyse van de continu?teit in het Eeuwige Rijk van het Midden.



Hij opent met een interessant verband tussen de vertaling van de term ? communisme? door Mao als ?Grote Harmonie?. Deze ?Da Tong? dateert uit de vierde eeuw vC en werd ontwikkeld door de filosoof Mozi. Voor Mao lag de Grote Harmonie al bestorven in de mond van de XIXde eeuwse hervormer Kang Youwei die de Manchu keizer hervormingen probeerde aan te praten. Mao hoopt hiermee vooral het onbetwiste leiderschap van de Chinese Communistische Partij veilig te stellen tegenover de falende Kuo Min Tang.


Vandaag ligt dezelfde terminologie aan de basis van het pleidooi voor Tweevoudige Harmonie van de Chinese partij- en staatsleiders.


Maar de Grote Voorzitter maakte zich reeds vroeg zorgen over kinderen van de partijkaders die zich gedragen met een superieur air en die beter aan het verstand gepeuterd zouden worden dat ze niet op de positie of martelaarschap van hun ouders moeten steunen maar uitsluitend op zichzelf.


?


Gittings analyseert de personencultus rond Mao en wijst op de doordachte strategie die er vanuit ging om de macht over de massa?s te veroveren tegen de rest van de partijtop in. Mao verklaarde eens tegen de Amerikaanse fellow traveller Edgar Snow dat de Russische partijleider Kroetsjev wellicht van de macht was verdreven omdat hij zelf ? in tegenstelling tot Stalin? – geen personencultus rond zich had georganiseerd. (43-44)


?


Mao Zedong was een held voor vele miljoenen? Chinezen, maar meer nog een held in zijn eigen ogen.? En dat werd alleen maar erger naarmate hij ouder werd .?


Waar de helden van de revolutie in zijn vroegste gedichten omschreven werden als ? soldaten van de hemel? die de Chinese arbeiders en boeren tot steun en toeverlaat waren door de corrupte slechteriken te straffen, was er tegen 1960 nog slechts een held: Koning Aap die in de Chinese mythologie wonderen verrichtte voor de armen en de zwakken.?


Hij vergeleek zich ook graag met Stalin als opperbevelhebber. In 1958 liet hij zich op de Chengdu Conferentie nog door de verzamelde partijkaders toeroepen: ? Wij geloven blind in de Voorzitter, wij gehoorzamen hem blind!??


?


Mao Zedongs opvatting over revolutionair leiderschap uitte zich ook in de manier waarop hij de Rode Gardisten aanspoorde tijdens de Culturele Revolutie. Vijftig jaar vroeger had hij een essay geschreven over de noodzaak van lichamelijke oefeningen, waarbij hij het Confucianistische mensbeeld omschreef als gecultiveerd en beleefd, terwijl volgens hem de Chinese natie mensen nodig heeft die ?wild en ruw? tekeer gaan zoals vroegere leiders van boerenopstanden. Revolutionairen zijn dan als Koning Aap met een magische en allesomvattende kracht omdat zij de onoverwinnelijke Gedachte Mao Zedong tot de hunne hebben gemaakt: ?Wij kunnen de wereld op zijn kop zetten, in stukken gooien, verpulveren, chaos cre?ren en hoe groter de troep die we maken, hoe beter ! Lang Leve de Revolutionaire Rebelse Geest van het Proletariaat!? ( Aldus een vroeg manifest van een middelbare school bij de Qinghua Universiteit in Beijing)


?


Als jonge man had Mao in de zomervakantie van 1916 het platteland bereisd, als bedelaar gekleed bedelend om voedsel. Hij trachtte hiermee in de voetsporen te treden van de eerste grote geschiedkundige Sima Qian die in de II de eeuw vC? notities maakte over acteurs en bedelaars, koningen en generaals terwijl hij doorheen het land reisde.


Een halve eeuw later dienden de Roodgardisten hier een voorbeeld aan te nemen: ? Leren van het leed van de arme boeren? in plaats van met het hoofd in de boeken. (60).


?


De Culturele Revolutie stuurde op die manier tussen 1968 en 1976 12 miljoen studenten naar het platteland. Mao had voordien reeds scherpe kritiek geleverd op het onderwijs- en examensysteem dat alleen maar herkauwers opleverde. ? We moeten niet te veel boeken lezen?, deelde Mao zijn verbijsterde collega?s in de partijtop mee. ? We moeten Marxistische boeken lezen, maar ook niet teveel. Een dozijn of zo volstaat wel. Gorky had ook maar twee jaar lager onderwijs gevolgd en Franklin was een gazettenverkoper die toch maar elektriciteit uitvond.?? (82)


?


Gittings analyseert eveneens de ontwikkelingen nadien. Hoe moeilijk het voor de partijtop wel leek te zijn om de echte slachtoffers van de culturele revolutie en de roodgardisten te rehabiliteren, hoe voorzichtig Deng Xiaoping een nieuwe economische koers probeerde uit te zetten en hoe Sjanghai daar moedwillig buiten gehouden werd uit schrik voor het nieuwe elan dat de stad zou kunnen krijgen. Het werd nadien wel wat goedgemaakt waardoor Sjanghai nu alom erkend wordt als het? Manhattan van Azi?.?


’ From Mao to Market’ geeft tal van voorbeelden hoe moeilijk en pijnlijk de overgang van een staatsgeplande naar een vrije markteconomie verliep en hoe vandaag steeds meer het milieu ten prooi valt aan een niets ontziende razend snelle industri?le ontwikkeling.


?

Archief

Luc Bonneux: ‘ Een dodelijk belachelijke griep’ Opiniestuk De Tijd 16092009

16 juli 2009

Een dodelijk belachelijke griep

Het staat nu vast, de Mexicaanse griep is een varkensgriep, zegt Nature. Hoe dan ook, wat op ons afkomt, is een banale, milde griep.

Opiniestuk De Tijd 16 juli 2009 p. 10


Luc Bonneux?Epidemioloog:?


*Stelt dat ernstige complicaties bij deze griep even zeldzaam zijn als bij een wintergriep.

*Vindt de ‘varkensgrieppaniek’ onnodig en vaccinatie twijfelachtig

De ernst van een grieppandemie is goed te zien aan de sterfte bij voorheen gezonde volwassenen. Bij een normale griep is die zeer laag, minder dan ??n per honderdduizend gevallen. De sterfte in Mexico was relatief hoog bij kinderen, maar enkel de ernstigste gevallen werden opgepikt en de Mexicaanse kindersterfte is sowieso 5 procent: kinderen zijn er minder gezond. Er zijn meer jongeren met griep, maar zieken en kwetsbare bejaarden reizen nu eenmaal minder. De in het ziekenhuis opgenomen pati?nten zijn mensen met astma, dikke mensen en zwangere vrouwen. Wat op ons afkomt, is voorts triviaal, een banale griep. Voordien gezonde volwassenen of kinderen zijn ??n of twee dagen mild ziek, zelden langer. De recente geschiedenis toont wat iedereen kon weten. Het preventief toedienen van neuraminidase-inhibitoren (NAI) zoals Tamiflu tegen vaak weinig symptomatische griep brengt enkel de producenten op. Als er een spat bewijs geleverd wordt dat toedienen van NAI de epidemie een dag vertraagd heeft, zal het wel in de virtuele wereld van een duister computermodel zijn. De effectiviteit van NAI in een behandeling blijft dubieus. Een door Roche gefinancierde studie beschreef de vermindering van complicaties door Tamiflu. Bij bevestigde griep in bekende risicogroepen was het aantal mensen dat je moet behandelen om ??n door griep gerelateerde ziekenhuisopname te voorkomen 113, om ??n longontsteking te voorkomen 170. Maar wat baten kaars en bril als de uil geen ‘evidence’ zien wil. Moderne deskundigen beheren peperdure laboratoria, deel van het medisch industri?le complex. Ze hebben een dikke dubbele agenda, die ze maximaal kunnen uitspelen in de flou artistique van een commissie zielsverwanten. Moderne beleidsonderzoekers, zoals het Britse NICE, zijn onderlegd in het opsporen, interpreteren en weergeven van kennis. Mede door het ondervragen van deskundigen, maar ze zijn nooit zelf inhoudsdeskundige. De Mexicaanse griep is een varkensgriep, zegt Nature nu. Moest de naamsverandering naar ‘Mexicaans’ de herinnering aan het vaccinatiedeb?cle in 1976 verhinderen? Door overhaaste vaccinatie tegen varkensgriep in de VS kregen 500 mensen (op 40 miljoen gevaccineerden) het Guillain-Barr?syndroom, waaraan 25 stierven. Bij lage risico’s is iedere actieve vaccinatiestrategie riskant. Vaccinaties moeten met grote zekerheid minder schade of sterfte veroorzaken dan de ziekte waartegen ze beschermen. Bij deze griep lijken ernstige complicaties bij voorheen gezonde volwassenen of kinderen even zeldzaam als bij wintergriep. De industrie moet dus op zeer korte tijd sluitende garanties bieden dat de voorzienbare schade minder dan ??n per miljoen vaccins is, wil men buiten de risicogroepen gaan vaccineren. In de gezondheidseconomie is tijd geld. Verspild geld is verspilde levens: het had elders nuttig kunnen worden ingezet om ziekte en sterfte voorkomen. De varkensgrieppaniek, de ‘crise du jour’ na de vogelgrieppaniek, is dan dodelijk. Niet door het banale griepje, maar door de overdreven reacties van een op hol geslagen ambtenarij.

Luc Bonneux??Epidemioloog.

?


Archief

Yiyun Li, Verschoppelingen Atlas 2009

15 juli 2009

?


Yiyun Li, Verschoppelingen Atlas 2009


?


In de ? Verschoppelingen? slaagt Yiyun Li eri om een moderne Chinese roman te componeren over de culturele revolutie en haar gevolgen in een doorsnee ?Modderrivier? in China. Het verhaal komt tot leven door de vervlechting van de manier waarop verschillende personages de dramatische gebeurtenissen beleven of beleefd hebben, telkens vanuit hun eigen belang en positie.?


Leraar Gu en zijn vrouw konden de passies van hun dochter Shan niet volgen wanneer ze als fanatiek aanhangster van Voorzitter Mao te keer ging in de Culturele Revolutie. Ze leek een heldin of duivelin al naar de bedoelingen van de hogere machten die haar leken te drijven. Hijzelf en zijn vrouw waren altijd schuchtere, gezagsgetrouwe burgers geweest en nu werd hun enig kind ter dood veroordeeld voor contrarevolutionaire daden.


De pijn hierbij dreef hen naar elkaar maar tegelijk ook uit elkaar. Wat baten hun pedagogische inspanningen laat staan de po?zie die hij als hulpmiddel bij de opvoeding had gekoesterd in een onpo?tische tijd als deze?? Hij wist al bijna zijn hele volwassen bestaan dat je alleen verder kon als je je concentreerde op het kleine stukje leven vlak voor je neus. Dat hadden ze hun dochter niet kunnen bijbrengen.


De auteur weet de kleine kantjes van mensen tijdens politieke turbulenties haarfijn te duiden, waardoor ze het leven voor elkaar alleen maar moeilijker maken.?


Leraar Gu?s dochter Shan wordt fysiek en psychisch gebroken, tot zelfs de stembanden doorgesneden opdat ze tijdens de openbare kritiek-zitting in het stedelijke stadion haar mond zou houden. Levend worden haar nieren nog gepreleveerd ten behoeve van een provinciale bons met nierinsuffici?ntie, dood oogst de geschifte doodgraver haar geslachtsorganen voor zijn collectie..


De offici?le speaker van dienst is een jeugdvriendin van haar die haar positie door haar huwelijk binnen de nomenclatura op het spel zet na de gruwelijke ?auto da fe? in het stadion.


‘Ze is een martelares,’ probeerde ze leraar Gu te overtuigen.?


Martelaren worden gebruikt voor een bepaalde zaak zoals marionetten voor een voorstelling gebruikt worden. Als je naar de geschiedenis kijkt, wat niemand in dit land meer doet, zie je dat martelaren altijd op grote schaal zijn ingezet voor bedrog, of het nu voor een godsdienst of voor een ideologie was,’ zei Gu, die zelf versteld stond van zijn welsprekendheid en zijn geduldige toon. (270)


Ze sluit zich aan bij een stel dissidenten die in ?Modderrivier? een kritische beweging op gang proberen te brengen gebruik makend van de kortstondige dooi in Beijing in 1978 tijdens het vluchtige? bestaan van de Muur van de Democratie. De lokale en provinciale politici is het even koud om het hart omdat ook de missives vanuit de hoofdstad uitblijven. Onduidelijkheid maakt satrapen van de macht onzeker. Eens duidelijkheid slaan ze des te enthousiaster toe om de herinnering aan hun eigen angsten te bannen.


Yiyun Li heeft met ?Verschoppelingen? een boeiende roman opgeleverd met hier en daar een hilarische kijk op de gevolgen van het grote machtsspel op de kleine man.


?


317. Ze waren voor elkaar de enige vertrouweling met wie ze zo’n? gevoelige kwestie konden bespreken. Ze koesterden geen van beiden verwachtingen en namen geen standpunt in; op hun?


leeftijd beschouwden ze de rol van toeschouwer als de enige die nog voor hen was weggelegd. Ze namen plaats en keken vanaf een afstandje kalmpjes toe. Voor elke arme ziel die hierdoor in de afgrond werd gestort, zeiden de twee wijze mannen peinzend, zou er een ander omhoog stijgen. Het was een balans van sociale energie, zei de een; de ander knikte en voegde eraan toe dat je in dit land alleen hogerop kon komen door elkaar als opstap te gebruiken. Ze namen geen van beiden de moeite om het eigen verleden op te halen, want ze begrepen allebei dat ze op hun leeftijd alleen maar zo hoog en droog konden zitten door de stapel lijken onder hun voeten, en dat waren lange verhalen die er niet meer toe deden, want inmiddels waren ze door hun hoge leeftijd ontheven van schaamte en schuldgevoel.?


?


371. Ze denken dat ze revolutionair en progressief zijn, dat ze de wereld een grote dienst bewijzen door hun lot in eigen hand te nemen, maar wat is revolutie anders dan een systematische manier voor de ene soort om de andere levend op te vreten? Ik zal je eens wat zeggen: in tegenstelling tot alles wat ze door de luidsprekers beweren, wordt de geschiedenis niet aangedreven door de kracht van de revolutie, maar door het verlangen van de mens om op andermans nek te klimmen en daar te schijten en te pissen zoals het hem uitkomt. De mannen zijn al erg genoeg, maar als de vrouwen ook nog eens beginnen, zou je eigenlijk maar blij moeten zijn dat je geen kinderen op deze wereld zet. Wat zie jij op deze wereld dat de moeite waard is om aan een kind door te geven? Vertel eens, geef me ??n goed voorbeeld.’


?


198. Zo had hij opgevangen dat Dafu, die achter in de veertig was en een jaar daarvoor zijn?vrouw had verloren, altijd kerngezond was geweest voordat hij zich onderwierp aan een bijzondere operatie waarbij zijn galblaas verwijderd werd – hij had galstenen, maar daar had?hij weinig last van en er leek geen medische noodzaak voor de operatie te zijn. Maar het militair hospitaal in de provinciehoofdstad bleek een demonstratiepati?nt nodig te hebben?


voor een nieuwe, niet-medicamenteuze anesthesiemethode.?


Dafu liet zich via zijn contacten op de lijst zetten voor deze politieke opdracht, op voorwaarde dat zijn beide dochters een baan in een fabriek kregen.?


Die dochters, goed opgeleide jonge vrouwen die jarenlang op het platteland hadden moeten werken, waren sinds kort terug in de stad en hadden nog geen baan kunnen vinden.


Hun vader onderging de operatie zonder andere verdoving dan vijf acupunctuurnaalden in zijn hand. Hij moest doodstil blijven liggen terwijl hij gefilmd werd en had zo’n verschrikkelijke pijn dat hij na de operatie zonder duidelijke medische oorzaak aan beide benen verlamd was en niet meer kon plassen. Na een paar dagen observatie besloten de verbijsterde legerartsen dat het een psychisch probleem was en stuurden hem terug naar Modderrivier.?


?

Archief

Yiyun Li, Een heel leven later, verhalen ? Atlas 2009

11 juli 2009

Yiyun Li, Een heel leven later, verhalen ? Atlas 2009


?


De Chinese schrijfster Yiyun Li (1972) groeide op in Beijing en woont sinds 1996 in Californi?. Met deze verhalenbundel zet ze een reeks ijzersterke observaties neer.


In ? Onsterfelijkheid? trekt ze de parallel tussen de Grote Papa?s of eunuchen die dynastie op dynastie door een dorp geleverd werden aan de keizerlijke familie en de stand-in voor de Grote Voorzitter die ook uit het eunuchendorp verkozen wordt.


Het slotverhaal ? Zoon ? is een parel over homoseksualiteit in China.


Zorgvuldig plaatst ze clich?s en revolutionaire wijsheden in de vaak bittere realiteit, waardoor menselijkheid bovendrijft, als een vorm van troost.

47. Het leven verschilt niet veel van beleggen: je koopt bepaalde aandelen en houdt ze vast – zit eraan vast – ook al kan dat weer tot andere foute beslissingen leiden. Lees verder »

Archief

Poul Nyrup Rasmussen: Socialisme zal vernieuwen of sterven

3 juli 2009

De Morgen De Gedachte: Poul Nyrup Rasmussen: Socialisme zal vernieuwen of sterven?

?Poul Nyrup Rasmussen vindt dat socialisten zich moeten onderscheiden op vlak van milieu, wereldeconomie en Europa.
Rasmussen is voorzitter van de Partij van Europese Sociaaldemocraten (PES).
Poul Nyrup Rasmussen blikt als voorzitter van de Europese socialisten terug op de voorbije stembusgang in de EU-lidstaten. “We hebben een verkiezing verloren, maar niet de oorlog van de politieke idee?n.”
De Europese burger heeft zijn keuze gemaakt. Het Europees Parlement en de Europese Commissie zullen geleid worden door een rechtse coalitie. De complexiteit van de besluitvorming in de Unie alsook de traditionele manier van werken zullen ongetwijfeld verwarring cre?ren bij de burger over wie nu eigenlijk verantwoordelijk is voor de richting die Europa uit gaat in de komende vijf jaar. Maar de rechtse regeringen en partijen in Europa en hun afgevaardigden in het Europees Parlement zullen veel mensen ontgoochelen die hen op 7 juni hun vertrouwen hebben geschonken. De leiders van Europees rechts, en vooral van de EVP (de centrumrechtse Europese Volkspartij) hanteren momenteel een sociaaldemocratisch discours om hun kiezers te misleiden. Er werden engagementen aangegaan voor het sociale beleid, voor de strijd tegen de klimaatsverandering, voor de regulering van de financi?le markten en voor tal van andere onderwerpen. Die zullen niet nagekomen worden.
De traditie om wetten te maken door consensus zal ongetwijfeld standhouden in Brussel en Straatsburg. Maar ik ben overtuigd dat het uur is aangebroken om de politieke verschillen tussen links en rechts meer in de verf te zetten. Moet de sociaaldemocratie na de nederlaag bij de Europese verkiezingen doen alsof er niets gebeurd is, en zo het risico lopen dat rechts de politieke tegenstellingen nog wat aanscherpt in de komende jaren? Ik denk niet dat we dat spoor moeten volgen. Om te beginnen moeten we strijden voor onze verkiezingsbeloften: een nieuw Europees relanceplan, en een grondige hervorming van het Europese financi?le regelsysteem. Maar vanaf vandaag moeten we veel verder gaan.
De sociaaldemocratie moet zichzelf vernieuwen. De waarden waarop onze strijd en onze successen al meer dan een eeuw gestoeld zijn, moeten een inspiratiebron blijven. Maar we moeten ons project herori?nteren naar de wereld van vandaag, een wereld die voortdurend in beweging is. We moeten durf tonen, trots zijn op waar we voor staan, en effici?nter worden in de manier waarop we onze idee?n en projecten uitleggen. We moeten leren zo dicht mogelijk bij de mensen te staan, bij zij die zich door de samenleving uitgesloten voelen en niet aan politiek denken. We moeten een antwoord formuleren op hun angsten en hun dromen. Wij, de Europese socialistische en sociaaldemocratische partijen, moeten meer dan ooit samenwerken. We moeten ook open staan voor progressieve mensen en idee?n die zich buiten onze eigen partij ophouden.
Schandalige ongelijkheid
We moeten zelfs nog verder gaan. Het is cruciaal dat we de dynamiek van een evoluerende wereld een plaats geven in onze politieke opvattingen.
Neem nu het milieu. We hebben gestreden voor de bescherming van de natuurlijke rijkdommen, de biodiversiteit, de kwaliteit van de lucht en het water. Maar hoe verbinden we dat met onze natuurlijke strijd voor sociale rechtvaardigheid en gelijkheid? We zijn er niet in geslaagd om een coherente langetermijnvisie te ontwikkelen omtrent de ecologische ontwikkeling van onze economie?n en onze maatschappij. Als we geen manier vinden om onze traditionele strijd tegen de ongelijkheid te combineren met het milieu, dan zullen we gedwongen worden onmogelijke compromissen te sluiten. We moeten meer duidelijkheid en politieke geloofwaardigheid scheppen omtrent die essenti?le kwestie van de duurzame ontwikkeling.
Neem nu de wereldeconomie. We moeten betere antwoorden formuleren op de ergste aspecten van de mondialisering. We hebben gestreefd naar een duurzamer en rechtvaardiger economisch wereldsysteem. Maar de ongelijkheid blijft schandalig. En de creatie van nieuwe, duurzame ecologische rijkdom, die eerlijker herverdeeld moet worden, beantwoordt niet aan de noden van miljarden mensen die momenteel in armoede leven. We moeten nieuwe antwoorden vinden op die mondiale uitdaging, en snel. Hoe kunnen we anders beweren dat we de belangrijkste internationale politieke beweging blijven?
Neem nu Europa. We schrikken ervoor terug een sterker politiek Europa te verdedigen. Ons discours is twijfelend, soms zelfs tegenstrijdig. Nogmaals: als we er niet in slagen een duidelijk en ambitieus project uit te werken voor de politieke toekomst van Europa, dan zullen we ook de burger niet overtuigen om ons te helpen een Europa te bouwen dat hem kan beschermen in tijden van mondialisering.
We hebben een verkiezing verloren, maar niet de oorlog van de politieke idee?n. We staan nog maar aan het begin. In de komende vijf jaar zullen de Europese instellingen gecontroleerd worden door rechts. We moeten die periode gebruiken om een gedurfde verandering op het getouw te zetten. Als we daar in slagen, dan zal de burger zijn vertrouwen in ons hervinden, misschien zelfs voor lange tijd. Als we mislukken, en vooral, als we weigeren te veranderen en voortdoen zoals vroeger, dan sterven we.
De creatie van nieuwe duurzame ecologische rijkdom, die eerlijker herverdeeld moet worden, beantwoordt niet aan de noden van miljarden mensen die in armoede leven. We moeten nieuwe antwoorden vinden op die mondiale uitdaging, en snel

Publicatiedatum : 2009-07-03
Sectie : De Gedachte