Met zijn ?Opium van het volk? heeft Dick Pels een boeiend pleidooi opgeleverd tegen de Franse ?la?cit?? en voor de Amerikaans-Nederlandse visie op geloof en politiek. 54-55 ?In het antiklerikale Franse model is er sprake van eenrichtingsverkeer, waarbij de staat de speelruimte voor de religie bepaalt, die in principe naar de priv?sfeer moet worden teruggedrongen. In het Amerikaanse of Nederlandse model bestaat eerder een tweerichtingsverkeer, omdat alle levensbeschouwingen en identiteiten het recht hebben om zich publiekelijk en ook in politieke termen te manifesteren. In plaats van alle religies uit te sluiten van het publieke domein worden juist alle levensbeschouwingen op voet van gelijkheid tot die arena toegelaten. In deze situatie valt de institutionele scheiding tussen kerk en staat dus niet zonder meer samen met de ideologische scheiding tussen geloof en politiek. Mits de eerste wordt gerespecteerd, bestaat er geen principi?le belemmering voor een publieke en dus politieke functie voor zoiets als de moslimdemocratie. (?)
Geen van de levensbeschouwingen kan zichzelf op de troon verheffen, alle moeten alle andere in hun uitingsvormen actief (dus kritisch) tolereren. Het is dan ook contraproductief om, zoals de liberale rationalisten doen, de scheiding tussen kerk en staat op scherp te stellen door deze te vereenzelvigen met die tussen geloof en politiek.?
Dit is een standpunt dat ook in bepaalde Vlaamse vrijdenkerskringen als ?Ander Geloof? werd en wellicht nog steeds wordt gehuldigd. Het steunt zelf op het geloof in de sociale binding, gemeenschapsvormende effecten van geloofsvormen als religies, verbindend. Amitai Etzioni loert om de hoek.
Mijn probleem met deze visie ligt precies in het uitgangspunt: iedere godsdienstige vereniging of geloof wordt in deze benadering op dezelfde leest geschoeid waarbij men er van uit wenst te gaan dat zij per definitie bereid zullen zijn om de anderen als gelijkwaardig te erkennen. In deze vergissing wordt een geloofsvereniging gelijkgesteld aan een politieke partij. Daar is uiteraard wat voor te zeggen: ze willen allebei macht verwerven voor het heil van hun leiders en leden. Maar een geloofsvereniging gaat per definitie uit van het eigen universele gelijk, behoudens religies die zich racistisch beperken: tot het ene door hun God zelf uitverkoren volk.
De rest van de mensheid wordt daar als niet bekeerbaar of onwenselijk uitgesloten, wegens geen universele aspiraties.
In feite gaat deze ?Ander Geloof? benadering in de VS en Nederland uit van een geloof in de rationaliteit van de andere geloofsvormen. Er wordt geen rekening gehouden met de exclusiviteitdromen van ieder (monothe?stisch) geloof, alsof deze bij de integratie in een moderne samenleving vrijelijk ter zijde worden gelegd en gehouden.
Vandaag in Nigeria, India, Iran, Irak, recentelijk in de voormalige Joegoslavische deelstaten wordt duidelijk dat religie een essentieel en noodzakelijk onderdeel is van iedere machtstrijd voor een gemeenschap die door demografische ontwikkelingen ?lebensraum? en dito machtsaspiraties ideologische en religieus ondersteund wil weten.
De Franse republikeinse benadering van de ?laicit?? biedt tenminste een politieke duidelijkheid door de religieuze belevenis te begrenzen en buiten de publieke ruimte te houden. Geen enkele overheidsfunctie, staats- of openbaar ambt kan in die uitoefening van het gedelegeerde staatsgezag een twijfel aan neutraliteit en religieuze ongebondenheid verdragen. Dan is het voor iedere soort gelovige en ongelovige van meet af aan helder tot waar hun aspiraties kunnen gaan en door welke universele rechten en plichten ze beperkt worden. Alvast de publieke ruimte ?n het staatsapparaat zal dan garant kunnen en moeten staan voor de naleving van die gelijke behandeling van alle burgers, ongeacht hun geloof. De voor elke samenleving noodzakelijke ?social binding&bridging?-mogelijkheden worden zo voor iedereen op een hoger niveau gegarandeerd. Binnen religieus gevormde en gebonden gemeenschappen wordt immers een vrije social bridging verhinderd. De mogelijkheid van sociale promotie en vrije contacten met anderen wordt gegarandeerd in de publieke ruimte, van onderwijs, over openbaar ambt, justitie.
Uiteraard vereist dit een democratisch, sociaal en dynamisch evenwicht binnen een staatsbestel om te vermijden dat wie zich onheus bejegend, onderdrukt en tekort gedaan voelt de kans krijgt om zijn of haar politieke aspiraties en rancunes democratisch te ventileren. Indien dit al te rigide wordt verhinderd zullen religieuze aspiraties en nationalistische rancunes de kop opsteken als een mobiliserend en verbindend uitsluitingverhaal. De recente ontwikkelingen binnen de lekenrepubliek Turkije zijn daarvan een pijnlijk voorbeeld.
In een democratisch staatsbestel wordt door de verschillende politieke partijen gestreden om de troon van de macht die echter nooit bezet kan blijven. Dit impliceert enig gevoel van relativiteit bij de bedienaren van erediensten. Indien de herders de publieke ruimte opeisen, ondermijnt dit de exclusiviteit van het eigen godsgeloof bij hun kudde. Daarom is het ook voor hen beter de religieuze beleving buiten het publieke domein te houden. Exclusiviteit verdraagt moeilijk openbaarheid.
110. De kern van de traditionele godsdienst is het streven naar zekerheid, zin, hoop en houvast in een onzekere en ?onzinnige? wereld. De kern van de relativistische religiekritiek is dat we die onzekerheid juist moeten leren uithouden en waarderen. In plaats van de simpele en harde onderscheidingen tussen goed en kwaad en tussen waar en onwaar ( die samenvallen in de eeuwige strijd tussen God en de Duivel) moeten we leren leven met het feit dat goed en kwaad, waarheid en onwaarheid in dezelfde kamer zitten, misschien zelfs op dezelfde stoel, zonder dat wij daarmee ons oordeelsvermogen verliezen. We moeten houvast leren ontberen, de zin van de wereld juist zoeken in haar dubbelzinnigheden, en onze morele dilemma?s ten volle beleven. We moeten leren geloven in onzekerheid.
114. Het democratisch debat vergt juist de opschorting van allerlei waarheden, zekerheden en garanties die het van tevoren kunnen belasten. De principi?le feilbaarheid van het relativisme is de grondhouding en grondwet van de democratie. Het is precies dit relativisme dat we in politieke zin, dus ook grondwettelijk moeten verdedigen: een gedacht die lijnrecht ingaat tegen degenen die de dominantie van een gedroomde Nederlandse ?joods-christelijke? cultuur in de grondwet willen verankeren.
Na een schitterend pleidooi als dit blijft de voorkeur van Dick Pels voor de Amerikaans-Nederlandse benadering merkwaardig. De kinderen van mindere goden mogen dus ten volle deelnemen aan hun gemeenschapsvormende taak, zij het stiefmoederlijk en paternalistisch behandeld. In casu zegt de wereldse heerser tegen de bedienaar van het geloof: ?hou jij ze dom, ik zal ze arm houden? zoals de eigenste Majesteit die het bestond om als staatshoofd van het enige land in Europa klaar te krijgen dat het Nederlandse 2 Euromuntstuk het randschrift ?God zij met ons? draagt. De vraag rijst dan natuurlijk: welke god? Het antwoord is natuurlijk: de Ene en de Ware, die van de Majesteit.
En erger nog : wat met de onderdanen die niet geloven in deze noch een andere god?
Die worden op zijn minst uitgesloten van de Nederlandse , c.q. Amerikaanse gemeenschap, want ook daar draagt het dollarbiljet de – zeker bij financi?le crises – problematische belijdenis? In God we trust?.
15. Een militante athe?st als Christopher Hitchens gelooft dat religie zal blijven bestaan zolang we niet onze angst overwinnen voor de dood, voor het donker, voor het onbekende en voor elkaar. ?Overwinning van de sociale angst? was volgens de cultuursocialist Hendrik de Man de formule die de beste samenvatting van het socialisme gaf. Nadat de politieke angst was weggenomen door de sociale beteugeling van het kapitalisme. De hoop van de cultuursocialisten was dat als gevolg daarvan ook de culturele en psychische angst zou verminderen: de angst voor het onbekende en afwijkende, voor andersdenkenden, voor vrijzinnigheid en ?veelgoderij?. (Massa en leiders, 1932)
32. Het is geen zelfmisleiding om goden te aanbidden die we zelf hebben gemaakt. Als er maar v??l zijn. Het wordt pas problematisch zodra we ons eigen maakwerk vergeten en geloven dat het omgekeerd is: dat God ons heeft gemaakt naar Zijn beeld en gelijkenis. Dan gaat ook de sterrencultuur fungeren als de opium van het volk: denk aan hysterische fans die zichzelf kwijt zijn en volledig willen samenvallen met hun idool. Maar de democratische belofte van de sterrencultuur is dat we niet vergeten dat wij het zelf zijn die onze idolen maken en breken, en dat we zowel hen als onszelf in dat maakwerk blijven relativeren. De glossy heeft het recept: ?How to be a celebrity goddess in 10 easy steps?. Als we maar weten dat dit nooit lukt (zeker niet in tien simpele stappen) en dat we dit ook niet moeten willen.
41. Zo definieert de socioloog Gabriel van den Brink in zijn pamflet ?Tekst, traditie of terreur??(2004) het goddelijke als een kracht van verzoening, eenwording en betrokkenheid, ? een kracht die de verdeeldheid van het menselijke bestaan opheft?. Omdat die eenheid zo nadrukkelijk wordt gethematiseerd in de islam, dient deze religie ruimte te worden gegund en moet zij met respect worden tegemoet getreden. Maar vanuit en kritisch-relativistisch oogpunt is en blijft deze cultus van eenheid en onderworpenheid de meest onbehaaglijke eigenschap van alle openbaringsgodsdiensten. Als godsdienst gelijk staat met het ?heel maken wat gebroken is?, is godsdienst dan niet per definitie strijdig met de moderne, democratische ervaring van de gebrokenheid van het bestaan, met de onvermijdelijkheid, maar ook de wenselijkheid van veelheid en verschil?
Dick Pels pleit hier tegen iedere vorm van monothe?sme en weet de democratische cultuur gebed in een veelgodendom. Dat wil hij echter mechanistisch toepassen op een vorm van ?wetenschappelijke waarheidgeloof? van filosofische athe?sten. Bij mijn weten bestaan dit soort monothe?stisch athe?sten vandaag niet meer. Het lijkt me eerder een restant uit de cultus van het positivisme en de rede uit de XVIII-XIXde eeuw, waar geen ernstig denkend mens vandaag nog erkenning in vindt, laat staan een gemeenschapsvormend aspect in kan herkennen voor ongelovige bedienaars van de Rede.
48. Religieus fundamentalisme is niet hetzelfde als wetenschappelijk fundamentalisme. Het cruciale verschil tussen rede en geloof is dat de rede niet afgaat op het gezagsargument van de openbaring, maar de eigen inzichten voortdurend ter discussie stelt. Maar toch bestaat er veel meer continu?teit tussen het religieuze en het wetenschappelijke waarheidsgeloof dan filosofische athe?sten willen weten. De idealen van feilbaarheid en kritiseerbaarheid worden immers niet reflexief toegepast op de rede, de logica en de wetenschap zelf.
Dick Pels pleit op briljante wijze voor een eeuwige evenwichtsoefening bij religie en politiek in een seculier Nederland, moeizaam op de slappe koord. Het democratische spel en de menselijkheid eisen dat geen sociale regelgeving noch maatschappelijke beweging, geen politieke partij noch religieus beleven ooit symmetrisch, volmaakt repetitief, noch absoluut mag zijn. Onvolmaakt schipperen in de chaos is het wezenskenmerk van iedere democratie, garantie voor optimale creativiteit en betrokkenheid. Bijgevolg is het een democratisch tekort in Pels? Opium van het volk dat hij de Franse variant van de ?la?cit?? meteen terzijde schuift. In deze staats- en democratieopvatting wordt eenieder het recht gelaten zijn of haar geloof te belijden Geen enkel geloof krijgt een vaste plaats in de publieke ruimte. Niemand hoeft elkaar te lijf te gaan op religieuze basis in de strijd om de troon van de macht. Het democratische gevecht om de macht kan bijgevolg een politieke strijd blijven: een strijd van woorden, argumenten in respect voor de tegenstrever waardoor alle creativiteit ten volle aan de oppervlakte kan komen en iedereen, ongeacht het eigen geloof of ongeloof dezelfde mogelijkheden bieden kan.
Pels? kritiek op de PVV van Wilders en de vergelijking van ?s mans ?Fitna? filmpje met ?Der Euwige Jude? van de nazi?s (97) ? film die overigens zeer populair is in veel moslimlanden ? en de poging om Wilders? ideologie gelijk te stellen met die van ?Mein Kampf? is een staaltje van selectief clich?-denken, waarmee hij de rest van ?Opium van het volk? – tekort doet.