Er is nog zo veel dat ongezegd is. (Rutger Kopland)

Dupslog

Archief

Tom Holland, De gang naar Canossa. De westerse revolutie rond het jaar 1000.

21 november 2009

Tom Holland, De gang naar Canossa. De westerse revolutie rond het jaar 1000. Athenaeum ? Polak & Van Gennep Amsterdam 2009.

In zijn derde magistrale benadering van de Europese geschiedenis behandelt Tom Holland de periode voor en na de eerste Millenniumwende.
Hij weet geloofwaardig te maken hoe de kracht van een idee de geschiedenis kan bepalen.
Volgens de apocalyptische voorspelling van Johannes zou 1000 jaar na de Verlosser de wereld ten onder gaan en het Laatste Oordeel zich aandienen.
Toen in het jaar 1000 niets noemenswaardig gebeurd, was het wachten op het jaar 1033 wegens dan de Verlosser 1000 jaar geleden gestorven aan het kruis en ten hemel opgenomen.
Deze apocalyptische kalender zou een reeks intellectuele en culturele ontwikkelingen op gang brengen die uiteindelijk de basis vormen voor de scheiding tussen kerk en staat in het westerse denken.
Cijferfetisjisme is van alle tijden en steeds een houvast voor mensen op den dool.
Zoals heden ten dage Maya kalenders worden ge?nterpreteerd tot ondergangfilms om lekker bij te griezelen ? alleen Mekka wordt gespaard – al dan niet ten gevolge van ?global warming?.
In 1033 was het weer niks.
Maar intussen heeft Tom Holland haarfijn de loop der geschiedenis uit de doeken gedaan aan de hand van kasteleins, graven, hertogen, koningen en keizers, monniken, abten, bisschoppen, kardinalen en pausen. In een briljante verteltrant met oog voor detail en de grote lijnen aan de horizon. Van de Vikingen, over de Franken tot de Moren, van de Angelen, over de Saksen. Polen en Hongaren tot de Turken, van Rome over Istanboel tot Jeruzalem.

71. Bijna vijf eeuwen waren er inmiddels sinds de ineenstorting van Romes rijk in het westen verstreken. Toch bleef de geest ervan rondwaren door de dromen van eenieder die Gods plannen voor de toekomst van de mensheid poogde te doorgronden. Net als in de tijd van Karel de Grote zocht men in de oneindig veel woeliger tijden van Adso de oplossing van alle problemen die het christendom teisterden in een terugkeer naar het lang vervlogen verleden. Ook de climax van de geschiedenis van de mens kon alleen daar liggen. De schipbreuk aller dingen werd wel gevreesd, maar tegelijkertijd als een haven gezien, als de ontsnapping aan eindeloos woedende stormen en golven. Uiteindelijk zouden er een nieuwe hemel en een nieuwe aarde komen, en zou de Zoon des Mensen terugkeren, maar eerst, ‘al zien we het, waar we ook kijken, in vrijwel volledig verval’, zou er de terugkeer naar een Romeins rijk moeten zijn.

Tom Holland ziet in zijn visie op de geschiedenis de economische, demografische, geografische en klimatologische veranderingen hoogstens als schaduwen in de verte figureren. De kern van menselijk handelen ligt bij hem eerder op de illusies die een bevolking en haar leiders weet te veralgemenen en waarnaar ze dan proberen te handelen.

308. De mythen die een volk over zichzelf vertelde, en het gevoel een natie te zijn met een eigen identiteit, waren over het algemeen dieper verankerde kenmerken dan het koningshuis waardoor het geregeerd werd.
164. Het was dan ook geen toeval dat in de decennia waarin plotseling in heel Frankrijk kastelen verrezen tegelijkertijd het recht op vrije beweging van de boerenstand systematisch werd ingeperkt. Bossen en rivieren, die oermiddelen van bestaan, kregen een ring van tolheffingen om zich heen of werden domweg tot verboden gebied verklaard. En het was onvermijdelijk: hoe gemakkelijker een landheer beperkingen kon opleggen, en land kon privatiseren dat voorheen gemeenschappelijk was, des te sneller dat ook plaatsvond. De arme man die met pijl en boog het bos in trok om wild voor zijn kookpot te schieten, zoals ze dat in zijn familie al sinds mensenheugenis deden, werd opeens als een stroper, een misdadiger afgeschilderd.
Boeren mochten niet meer jagen, schieten of vissen. Wie eten wilde, moest er nu het hele jaar rond voor op het land werken.
Alle verandering was ten kwade, dat was duidelijk, en dat gold vooral voor zulke heftige, ontwrichtende vormen van verandering. Toch zag ook de meest radeloze boer dat er weinig tegen de nieuwe wetten viel te ondernemen, hoe hardvochtig ze ook waren – in ieder geval niet als de verantwoordelijke landheer een machtige vorst, hertog of graaf was die over de ban beschikte. (?)
Bij de boerenbevolking was de angst voor anarchie niet minder groot dan bij de landheren. De onrechtvaardige eisen van een wrede wet waren weliswaar meedogenloos hard, maar wat de boeren nog meer vreesden was een wereld waarin helemaal geen wet bestond.

De kern van zijn boek draait rond de stelling dat de investituurstrijd tussen de Duitse Keizer en Paus Gregorius VII (Hildebrand) over bisschopsbenoemingen tot kerkelijke leiders met wereldse macht aan de basis ligt van de scheiding tussen kerk en staat in West-Europa. De Duitse heerser Hendrik IV trok in januari 1077 de Alpen over om in ijs en sneeuw aan de voeten van de paus in Canossa vergiffenis te vragen voor zijn poging om zelf zijn bisschoppen aan te duiden. De paus had hem eventjes in de ban gedaan en al zijn leenheren ontlast van hun eed van trouw. Velen zagen hun kans schoon om Hendrik de rug toe te keren.
Drie dagen diende Hendrik zich te vernederen opdat de paus hem weer als dienaar van de Roomse Kerk zou erkennen. Hij zou hem op zijn beurt na het keren der kansen uit Rome verdrijven en een tegenpaus aanstellen die hem dan tot keizer van het heilige Roomse Rijk zou kronen.
Het begin van de fundamentele breuk tussen de Roomse Kerk en haar aardse dienaren. De heersers zouden nadien korte metten maken met het pausdom als wereldse macht. De pausen en hun hofhouding van kardinalen en bisschoppen zouden voor altijd gedwongen zijn een modus vivendi te vinden met de wereldse heersers en machthebbers, en vice versa.
De scheiding tussen kerk en staat was geboren en zou in het westen tot op heden niet meer teniet gedaan worden. Niet in de islam, noch in de reformatie zou nog ooit zo?n grondige scheiding der geesten doorgevoerd worden.
De spanning tussen wereldse en geestelijke leiders cre?erde in Europa een permanente staat van alertheid.
Beide kampen hielden elkaar in een dynamische houdgreep en zo nodig de hand boven het hoofd.

228. Eigenlijk was een nieuwe kerk, bijna net als een kasteel dat dreigend op zijn heuvel stond, een duidelijk teken van de nieuwe hebzucht die heerste. Een rijke kastelein die de bouw van een kerk financierde en daarmee privatiseerde wat voorheen publiek was, bestempelde daarmee immers in feite het volk dat de kerk gebruikte als zijn eigendom.
Maar ook het boerenvolk zelf, dat van zijn vrijheden beroofd was en gedwongen werd in dorpen te wonen, had belang bij de bouw van een kerk in zijn midden. De aanhangers van de godsvrede pleitten er vurig voor dat de ambitieuze landheren en hun snoevende, intimiderende ridders de onschendbaarheid van gewijde grond erkenden. Het was een man die wapens droeg ten strengste verboden het cimiterium op te gaan, het terrein rond de kerk waar de doden werden begraven en de levenden in vrede bijeenkwamen, of dat nu was om markt te houden, een rechtszaak bij te wonen of een bruiloft te vieren. Een kerkhof mocht dan geen tastbare borstwering hebben, iedere ridder die de vredesgelofte aflegde moest aanvaarden dat die er even ondoordringbaar stond als die van een donjon. Zo beschouwd was de dorpskerk geen aanvulling op het kasteel, maar meer een spiegelbeeld ervan: twee bolwerken, een dat de machtigen beschutting bood, en een dat de zwakken beschermde – het een het nest van krijgsheren en het ander een vesting van God.

Gregorius opvolger ? Urbanus II ( als monnik Odo uit Cluny naar Rome gestuurd door abt Hugo) zou de kruistochten starten om de invloed van de islam terug te drijven. Wie zich daarin schuldig maakte aan zonden tegen het menselijke leven kreeg vergiffenis en de belofte op het paradijs zoals in een echte jihad.
Tom Holland besteedt in Canossa veel aandacht aan de betekenis van de Bourgondische Abdij van Cluny voor de ontwikkeling van het westerse denken en de invloed ervan op volkeren en landen in Europa.

181. Het toonde iets heel wezenlijks aan: dat de maatregelen die werden genomen om de mensheid te wapenen tegen de dreigende aanval van de antichrist en haar voor te bereiden op het einde in de vorm van de wereldbrand, de wereld tegelijkertijd een nieuw begin en een nieuw samenlevingsmodel boden. Odilo ( in Cluny) was niet de enige leider van de vredesbeweging die met deze paradox koketteerde. In Verdun had bisschop Hugo bijvoorbeeld de daar verzamelde ruiters enerzijds de rol toebedacht van ‘ridders van Christus’, die op de heiligenrelieken hadden gezworen als een keurkorps voor de hemel dienst te doen, en anderzijds wilde hij ze inzetten voor zijn ambitieuze plannen om de rechtsorde te herstellen. Wat kon het voor kwaad je zo in te dekken? Misschien zou de wereld vergaan – misschien ook niet. In beide gevallen diende de kerk zich te blijven inzetten voor vrede.

Lees verder »

Archief

Il Divo – Giulio Andreotti en het spel van de macht.

14 november 2009

’ Il Divo ’ – Giulio Andreotti en het spel van de macht.

De acteur Toni Servillo geeft op een grootmeesterlijke manier gestalte aan de Italiaanse eerste minister Giulio Andreotti in de film van Paolo Sorrentino ?Il Divo ? De sterspeler?.
Andreotti wordt voorgesteld als de vleesgeworden verkrampte nek- en schouderpartij die – tot in zijn stuitbeentje verstijfd – probeert een machtsapparaat recht te houden dat als een hol vat van ijdelheid de troon van de macht bezet houdt en dus alle democratische aspiraties, inhoudelijke en vormelijke, sprezzatura en elegantie, grootsheid en menselijkheid tot Berlusconiaanse cimbalen zal voeren.
De film handelt over een moeizaam en moeilijk verhaal: de betrokkenheid van de Italiaanse eerste minister en intussen senator voor het leven, Giulio Andreotti (?1919).
Hij zit sinds 1945 in het parlement voor de DC, Democrazia Cristiana.
Door de stichter van deze politieke beweging tijdens de tweede wereldoorlog, De Gaspari, werd hij getaxeerd als: ?Die jongen kan zoveel dat hij tot alles in staat kan worden.? Waarop Andreotti tijdens een van de talloze processen over zijn parlementaire onschendbaarheid antwoordde: ?Laat De Gaspari hierbuiten!? .

Andreotti nam aan 33 van de 59 regeringen sinds 1945 deel. Hij was zeven maal minister-president en recordhouder van de kortste ambtsperiode: 8 dagen. Hij beheerste in de jaren ?80 de politiek in Itali? en keerde als kopstuk terug tussen ?89 en ?91. Hij was 8 keer minister van defensie, 5 keer minister van buitenlandse en zaken, 2 maal minister van financi?n, 2 maal minister van begroting, 2 maal minister van industri?le zaken, eenmaal minister van de schatkist, eenmaal minister van binnenlandse zaken.
In 1991 werd hij door president Francesco Cossiga tot ?senatore a vita? (senator voor het leven) benoemd. Hoewel uit Rome afkomstig, bleek Andreotti zijn electorale basis in Sicili? te hebben. Door maffiabazen werd hij als ? lo Zio?, oompje, omschreven. En toch bleef hij halsstarrig iedere band met de maffia ontkennen.

De film concentreert zich op de periode waarin de enorme vertakkingen van het Italiaanse corruptiesysteem, Tangentopoli, door de ‘Mane Pulite’-magistraten aan het licht gebracht werden. Na zijn laatste vroegtijdig afgevoerde regeringen startten de processen tegen Andreotti wegens banden met de maffia. In zijn verdediging suggereert hij dat het precies de maffia was die hem via een georchestreerde campagne van pentiti in diskrediet wil brengen omwille van de intussen goedgekeurde anti-maffiawetgeving: ?Ik heb slechte mensen gebruikt om iets goeds te doen?.
Andreotti werd uiteindelijk toch veroordeeld voor zijn banden met de maffia maar wegens verjaring kreeg hij ontslag van rechtsvervolging.

Een goed begrip van het verhaal in de film vereist een grote kennis van de politiek in Itali? van die periode. Maar voor liefhebbers van machtstheater is dit niet noodzakelijk. De regisseur heeft hier een meesterwerk afgeleverd waarbij het beeld, de stijl, het decor, de muziek als een universele tragedie van het spel van de macht op een sublieme manier wordt gestileerd in ? Il Divo ? de sterspeler ? .
Zo is deze film de tegenhanger van Roberto Saviano?s ?Gomorra? geworden.
?Gomorra? toont het rauwe veldwerk, ‘Il Divo? behandelt de hoofdpijn aan de top.

Met Andreotti hebben de christen-democraten herhaaldelijk een pact gesloten met de duivel en wat er van hun ziel restte, verkocht voor het behoud van macht. Andreotti weet dit, beseft en bespeelt dit en verstijft onder de pijn van het zijn in migraine. De enige lichaamstaal die leesbaar blijkt achter het Machiavellistische masker van de immanente en imminente macht zijn handen en vingers. Het draaien met de duimen werkt geruststellend. Draaien met de ring impliceert verveling. Bij de vingertoppen tegen elkaar dringt de afronding naar het einde.
De film laat zijn verantwoordelijkheid en/of betrokkenheid bij de ontvoering van en de moord ( maart ? mei 1978) op de medechristendemocraat Aldo Moro door de Rode Brigades doorwegen op zijn eigen politieke falen. De beschuldigingen van Aldo Moro in zijn brieven om hulp bij zijn vrijlating lijken blijvend te vreten aan de immanentie van Adreotti?s macht. Aldo Moro was binnen de christendemocratie een voorstander van het ‘historisch compromis? waarmee de leider van Italiaanse Communistische Partij Enrico Berlinguer hoopte een regering van nationale eenheid en solidariteit op de been te brengen na de verkiezingen van 1976. De rechtse vleugel van de DC met Andreotti en de Amerikaanse politieke hoofdrolspelers zagen hierin een mogelijk nieuwe doorbraak voor de invloed van Moskou in West-Europa.
Wanneer een eminent journalist Andreotti confronteert met het ongerijmde in zijn talrijke verklaringen betreffende corruptie en maffiabanden en vraagt of hij dan nog kan geloven in het toeval, antwoordt Giulio Andreotti: ?Ik geloof niet in het toeval, ik geloof in God!?.
Eminente kardinalen en curiekopstukken eren hem in het Vaticaan door te verklaren dat hij het was die aan Johannes XXIII vertelde: ?Uwe Heiligheid kent het Vaticaan niet. Ik zal u helpen het te leren kennen.?
Zijn verdediging voor de parlementaire onderzoekscommissie is boeiend: ?Vele jaren was ik de internationale vertegenwoordiger van Itali?. We kunnen niet toestaan dat dit land zou geleid zijn door een referent van de maffia want dit is niet geloofwaardig in het buitenland. Dit proces brengt niet alleen mij in diskrediet?.
Wanneer hij geconfronteerd wordt met zijn contacten met Licio Gelli van de Vrijmetselaarsloge Propagande Due ? P2 ? , het Vaticaan en de moord op Roberto Calvi, de bankier van God, antwoordt Andreotti: ?Hoe zou ik ooit genoegen nemen met ??n loge!?
Wanneer hij finaal een gooi naar het veilige presidentschap hoopt te kunnen doen, en de senaat eindeloze stemmingen hield om tot een meerderheid te komen, faalt Andreotti.
De vlucht vooruit wordt gefnuikt en het moeizame, slopende en stinkende handwerk om zijn vijanden, aartsvijanden en politieke vrienden eronder te houden wordt zijn verdere lot: ?Macht is een ziekte waarvan je niet genezen wil worden?. ?Macht verslijt wie haar niet bezit?

Andreotti speelt het spel van de macht met een meesterlijke ironie, vaak met gruwelijk sarcasme. Wanneer tijdens een diner de steun voor zijn kandidatuur voor het presidentschap besproken wordt door de kopstukken van de Democrazia Cristiana, kijkt hij om zich heen en zegt:
?Ik ken mijn beperkingen en ik weet dat ik klein van stuk ben, maar ik bevind mij hier nu ook niet bepaald in een wereld van giganten.?
Wanneer zijn echtgenote hem vraagt naar het lot van de vele gewezen adjudanten en leden van zijn hofhouding, antwoordt hij haar:
?Bid voor hen, want zij zijn kapotgemaakt door het leven en de omkooppraktijken.?
Op meer dan 26 klachten tegen hem wist hij zonder verpinken te antwoorden ?Ik herinner me dit niet meer?, terwijl zijn fameuze archief kelders volgepropt zitten met belastend materiaal over mede- en tegenstanders uit heel Itali?.
?Behalve voor de Punische oorlogen, omdat ik er te jong voor was, werd ik reeds van alles beschuldigd?.
Alle aanklachten werden geseponeerd.
De film staat bol van schitterende citaten die in een soms stokkende woordenvloed de kijker overweldigen:
?Zonder behoefte leef je langer?.
Over zijn enthousiaste nieuwe minister van openbaar vervoer: ?Een gek die niet zegt dat hij Napoleon is, zegt dat hij de balansen van de staatsspoorwegen zal saneren?.
?Ik laat me ontmoedigen door de kleine dingen, niet door de grote aanklachten.?

?IJdelheid staat hierbuiten. Ik kom uit de provincie, de armoede. Culturele legitimatie was belangrijker voor mij dan politieke. Ik was altijd liever een geleerd man dan een staatsman?.

?Il Divo? toont hoe macht die zich decennialang vast gesoldeerd op de troon probeert te handhaven, verwordt tot een ijdel vat van corrupte houdgrepen.
Andreotti kon het wankelen niet langer vermijden. Silvio Berlusconi zou later zijn strijd tegen het gerechtsapparaat verfijnen en dank zij de invloed van de eigen media de Italiaanse kiezers bij herhaling weten te lijmen.

In alle Italiaanse rechtbanken staat in koeien van letters te lezen:
?La legge ? uguale per tutti?
Velen vullen dit aan met : ?ma non tutti sono uguali?
of ?ma non cos? la sua?applicazione?.

Archief

John Lukacs , Hitler en de geschiedenis – Hitlers plaats in de 20ste eeuw uitg. Icarus | Anthos

5 november 2009

John Lukacs , Hitler en de geschiedenis – Hitlers plaats in de 20ste eeuw uitg. Icarus | Anthos

De Hongaars-Amerikaanse historicus John Lukacs (Boedapest, 1924) was vorig jaar te gast op het Andere Boek waar hij met een zelden geziene vitaliteit en helderheid op aangeven van Rik Van Cauwelaert (Knack) even de maat nam van de twintigste eeuwse geschiedenis in Europa en de wereld.
John Lukacs is de zoon van katholieke vader en een Joodse moeder en dus voor de nazi?s een jood. In 1946 emigreerde hij naar de Verenigde Staten, uit onvrede over de heerschappij van de communistische bevrijders van zijn land. Hij verweet de regering van de Verenigde Staten dat er na de dood van Stalin in 1953 geen dooi optrad in de betrekkingen met de Sovjet-Unie.
Lukacs omschrijft zichzelf als een conservatief, maar hij nam krachtig afstand van het beleid van George W. Bush.

Op 6 december 1941 ontketenden de Russen voor Moskou een enorm tegenoffensief. De hoop op een overwinning voor de Duitsers voor het jaareinde was daarmee verkeken. ?Twee weken later zou Hitler tegen Halder gezegd hebben dat dit betekende dat een militaire zege er niet meer in zat. De enige kans die Duitsland restte was de strijd zo lang mogelijk vol te houden, in de hoop dat het bondgenootschap van de geallieerden uit elkaar zou vallen.? Aldus Lukacs in een interview in NRC 05122008.

Het besef dat de kans op victorie achter de horizon verdwenen was, had volgens hem twee belangrijke gevolgen: de beslissing het Europese Jodendom uit te roeien en het gereedmaken van Duitsland voor de totale oorlog. Dat laatste gebeurde met veel succes, hoewel de uiteindelijke nederlaag niet kon uitblijven. Lukacs: ?Maar het is ongelooflijk dat de Sovjets er na Stalingrad nog ruim twee jaar over gedaan hebben om Berlijn te bereiken.?

In het uithoudingsvermogen van het Duitse volk en zijn leger openbaarden zich de krachten waarvan de nazi?s tijdens hun bewind goed gebruik hebben gemaakt, meent Lukacs. ?Het patriottisme van veel Duitsers was ook zonder de invloed van de nazi?s veranderd in een fel nationalisme. Na de ineenstorting van het Derde Rijk pleegden tienduizenden mensen zelfmoord ? en dat waren lang niet allemaal nationaal-socialisten. Hoeveel mensen pleegden er zelfmoord na de teloorgang van de Sovjet-Unie en de andere communistische staten van Oost-Europa enkele decennia later? Niemand! Ziedaar het verschil tussen de mate waarin het nationaal- socialisme en het communisme deel uitmaakten van de nationale identiteit.?

John Lukacs weet in deze analyse van Hitlers plaats in de 20ste eeuw een boeiend, erudiet en helder verhaal te presenteren, dat tot denken aanspoort en helpt aloude clich?s te verlaten. De lezer kan zo wellicht vermijden door het mantra van de uitgeslepen paden te verzanden in simpele verklaringen die er bijgevolg voor zullen zorgen dat de geschiedenis zich herhaalt als een gruwelijke farce.

105.
In Duitsland was al in 1914 op niet mis te verstane wijze duidelijk geworden dat het internationale socialisme tot mislukken gedoemd was.
Toen de Kaiser op 2 augustus van dat jaar in de Rijksdag verscheen en opriep tot nationale eenheid, sloot het grootste deel van de Duitse socialisten zich bij de andere afgevaardigden aan en stemde voor de oorlogskredieten.
In de warme stoofpot van nationalistische emoties smolt het wezen van het internationale socialisme weg als sneeuw voor de zon. (En dat gebeurde elders in Europa ook, ten minste gedeeltelijk door de democratisering van de verschillende samenlevingen; want democratie vernationaliseert zelfs meer dan het verinternationaliseert, en tegen 1914 had de Duitse fabrikant al meer gemeen met zijn arbeiders dan met een Franse fabrikant.)

Hitler begreep dit zeer goed. Hij doorzag de zwaktes van de marxistische opvattingen over menselijke natuur en samenleving, zoals hij ook wist hoe (en waarom) hij over de gevaren van het marxisme moest preken. We dienen respect te hebben voor de Duitse sociaal-democraten die zich in 1933 tegen Hitler verzetten (ze waren de enige partij die tijdens de memorabele zitting van de Rijksdag op 21 maart 1933 stemden tegen het besluit om Hitler met de volle macht te bekleden). Maar in 1933 wist Hitler dat de socialistische en communistische arbeiders hun partijen in drommen verlieten, en dat velen van hen al in een vroeg stadium en even zo makkelijk bij hem aansluiting zochten; en dat de enige bedreiging voor hem van rechts zou komen, en niet van links.

John Lukacs , Hitler en de geschiedenis – Hitlers plaats in de 20ste eeuw

Archief

Europalia-tentoonstelling: ?The state of things?, immature blaaskakerij – ?De Zijderoute, een reis door leven en dood?, origineel met mooie stukken ? ?De drie dromen van de mandarijn?, een intellectueel droombezoek van hoog niveau.

1 november 2009

Europalia-tentoonstelling: ?The state of things?, immature blaaskakerij – ?De Zijderoute, een reis door leven en dood?, origineel met mooie stukken ? ?De drie dromen van de mandarijn?, een intellectueel droombezoek van hoog niveau.

?The state of things?

focust op de hedendaagse kunst in Belgi? en China.Curatoren Luc Tuymans en Ai Weiwei maakten een zeer persoonlijke selectie. De expo is “een subjectieve diagnose vanuit het standpunt van 2 kunstenaars die zelf deel uitmaken van de kunstmarkt en de internationale kunstsc?ne”.

In het kader van Europalia China in Bozar, Brussel nog tot en met 10 januari 2010.

Zelden een verzameling flauwe kul van dit niveau mogen meemaken.

Er hangen een paar boeiende foto?s, een enkele interessante plastiek en verder een verzameling mikmak van hier en ginder die vooral verbijstert door de absolute onbenulligheid die fraai verpakt gesleten wordt door zelfgeadelde grote namen die zich graag bewonderen in spiegelende ramen.
Dat wordt beter begrepen als je de Canvas uitzending ?Hoge Bomen? op 21/10/2009 mocht genieten waar de heer directeur-generaal Paul Dujardin een waarlijk beschamend ‘eentweetje’ speelde met Luc Tuymans. Van een verhelderende onbenulligheid.
Het sfeertje van oplichters onder elkaar: verbale ?ouwe jongens krentemik? – pingpong om de kluit te belazeren.
Premier Van Rompuy was alvast zo eerlijk bij het verslag van zijn geleid bezoek op te merken dat het vooral Tuymans? verhaal was dat wat kon boeien en dat de tentoonstelling ?Zoon van de Hemel? veel beter was.
Op het inleidend debat op maandag 19 oktober werden de beide heren curatoren op een bepaald moment omschreven als ?dissidenten?. Gelukkig kon Luc Tuymans de moderator, Hans De Wolf, nog even corrigeren dat hij zich niet echt meer als dissident beschouwde en wist Frank Uytterhaegen op te merken dat Ai Weiwei in de offici?le partijpers China Daily opgenomen werd in de lijst van de 60 figuren die in de voorbije 60 jaar een grote invloed hebben gehad op de ontwikkeling van China. De rest van het debat was van hetzelfde niveau als de tentoonstelling en de Chinese kunstmarkt: ?immatuur?
Immatuur omdat ?The state of things? niets te maken heeft met de gelijknamige film van Wim Wenders maar enkel slaat op een slecht georganiseerde tentoonstelling die amateuristisch bij elkaar gesprokkeld werd. Flirtend met een onbestaande censuur vanwege de Chinese overheid om de re?el bestaande onbenulligheid te verontschuldigen of te maskeren, is een lachwekkend en goedkoop truukje waar alleen groupies nog nat van worden.
Immatuur omdat het gezeur over Chinese kunst tijdens het zogenaamde debat al even onbenullig lachwekkend was, niet alleen omwille van het lamentabele Engels dat gevoerd werd. ?Tegen de achtergrond van een China in volle expansie, met al zijn tegenstrijdigheden? zouden de relaties tussen kunstenaar en kunstmarkt, en tussen creatie en marketing in China uitgelicht worden.??
De deelnemers aan het debat: Luc Tuymans (samen met Ai Wei Wei curator van de tentoonstelling ‘The State of Things’), Colin Chinnery (directeur ShContemporary Art Fair, Shanghai), Karen Smith (curator en criticus in China), (Modern Chinese Art Foundation & Chinalink) en Sus Van Elzen (auteur en journalist). Moderator: Hans de Wolf (VUB/The Platform).
Sus Van Elzen probeerde een verklaring op te bouwen vanuit de urbanistische evolutie van Chinese steden, vooral Beijing, om een verklaring te geven voor de manier waarop in oude industri?le complexen kunstenaars bij elkaar kruipen om hun ding te doen in de hoop er poen uit te puren. Hij werd daarbij afgekapt wegens de anderen ook nog wat te vertellen. Colin Chinnery ? vroeger UCCA in Beijings 798 Art District – repte met geen woord over de problemen daar, laat staan over de ellende die mecenassen en kunstliefhebbers als Guy & Myriam Ullens van UCCA meegemaakt hebben bij hun decennialange inspanningen voor Chinese moderne kunst. Frank Uytterhaegen was de enige die opmerkte dat de Chinese markt van moderne kunst ‘immatuur’ was. Maar hij was niet echt duidelijk over het waarom. Geen enkele aanwezige repte daar overigens een woord over.
In feite was het debat een verstijfde confrontatie van besmuikte dames en heren die vooral het achterste van hun tong niet wensten te laten zien wegens elkaar om commerci?le redenen pappend en nathoudend.
Kortom het klassieke ?ons kent ons? – onderonsje waar het grote publiek beaat voor in katzwijm moet vallen wegens piekeren over diepzinnige opmerkingen.
Maar zelfs die waren er niet. Even lichtte het op wanneer men een vergelijking probeerde te maken tussen de positie van Chinese kunstenaars – intellectuelen en westerse tegenhangers in de loop van de geschiedenis. In China was de hoogste betrachting van een kunstenaar traditioneel een intellectuele positie in het hoogste politieke en ambtenarenapparaat. De beroemde ? ooit dissidente – cineast Zhang Yimou is daarvan een schitterend voorbeeld nu hij als offici?le propagandachef de Olympische ceremonie?n mocht ontwerpen. Chinese avant garde artiesten dromen vandaag van tentoonstellingen van hun werk in officieel gewaardeerde musea en locaties, waarna een benoeming aan een of andere academie of kunstenschool.
In het westen was het werk van de meeste kunstenaars traditioneel eerder een kritisch onderzoek van maatschappelijke machtsituaties. Uiteraard waren er ook erg veel die zich graag lieten ridderen, dan wel consacreren door ?s lands machtscenakels, hofhouding en magnaten.
Maar vandaag is de situatie in China ook immatuur omdat Chinese kunstenaars en kunsthandelaars de uniciteit van een werk niet wensen te erkennen. De kunstenaar zelf is vaak bereid – mits passende pecunia ? het eigen werk te copieren en aan originele prijzen te verpatsen via galerijen. Namaak en oplichterij is de regel, integriteit de uitzondering. Overigens niet alleen op de markt van moderne kunst, ook in wat onder de naam antiek of klassiek wordt aangeboden.

Volgens Paul Dujardin bij Hoge Bomen op Canvas was het allemaal ?niet erg Luc, niet Luc, niet erg Luc? .
Volgens Claire Kirschen, de commissaris-generaal van Europalia-China, is het ook ‘erg’ in haar reactie op deze aflevering.
Volgens mij was het erg, Luc, heel erg.
Dodelijk erg.

“>?De Zijderoute, een reis door leven en dood ?

in de Koninklijk Musea voor Kunst en Geschiedenis, Jubelpark te Brussel. Nog tot 7 februari 2010.

De tentoonstelling is een zoveelste reis tussen de randen van het westen naar Xi?an in China, met enkele prachtige stukken uit grafvondsten langs de route op het grondgebied van het huidige China.
Merkwaardig en opvallend is de grote aandacht voor alle andere niet Han-volkeren die langsheen en van deze route leefden. Het geeft een idee van de onderlinge invloeden via die zijderoutes waar allerlei religieuze, artistieke, culturele taalkundige elkaar millennia lang be?nvloed hebben.
De prestatie hier lijkt mij de bereidheid van de Chinese uitleners om mee te werken aan een project dat nu eens niet de alles zaligmakende en wereldoverheersende Han-cultuur centraal stelt in de visie op de Zijderoute. Verfrissend en boeiend is het wanneer zelfs de culturele leiders van het volk van het Rijk van het Midden bereid zijn te laten zien welke andere volkeren, religies en culturen die Han beschaving vaak ten gronde be?nvloed hebben, langs handelsroutes, door de commercie, welteverstaan.

“>De drie dromen van de mandarijn
in het ING Cultuurcentrum Koningsplein 6 ?B-1000 Brussel, nog tot 14.02.2010

Tot op heden is dit de enige tentoonstelling die mij heeft kunnen fascineren. Niet alleen door de schitterende presentatie en de prachtige stukken, maar ook door de boeiende filmische toelichtingen en de magnifieke catalogus. ? De zoon van de hemel? wacht nog even.

Rond het begin van onze tijdrekening ontwikkelde zich in China een typische literatencultuur, niet enkel onder de mandarijnen met een offici?le functie, maar ook onder een groot aantal intellectuelen en kunstenaars. Deze tentoonstelling wil een beeld schetsen van de wereld van deze literaten. Hun cultuur zit diep geworteld in eeuwenoude tradities. De tentoonstelling focust in het bijzonder op de periode aan het einde van de Ming en het begin van de Qing, tussen de 16de en de 18de eeuw. ??De tentoonstelling bestaat uit twee delen: in het eerste deel staat de erudiete mandarijn centraal. Daarbij komen aspecten aan bod als zijn vorming, zijn verzuchtingen, de band met zijn voorouders en meesters en zijn gehechtheid aan emblematische voorwerpen: antiquiteiten, “schatten uit het literatenkabinet”, boeken en schilderijen. Het tweede deel van de tentoonstelling schetst een portret van de literaat als niet-offici?le ambtenaar. Dit wordt weergegeven in drie luiken, die “dromen” worden genoemd. ??”De droom van het bamboebosje” verwijst naar zijn levensvisie, met als belangrijke waarden de onafhankelijkheid tegenover de macht, vriendschap onder gelijkgestemden en een intense kunstbeoefening. “De droom onder de prunusboom” illustreert het gevoelsleven van de literaten, zowel mannen als vrouwen. “De droom van de vlinder” voert de bezoeker naar de tuin, waar de literaat in alle intimiteit kan wegdromen en ??n worden met de “grote natuur”. ??ING werkt voor deze tentoonstelling samen met een bevoorrechte partner, het Capital Museum van Beijing. Daarnaast kreeg ING ook de medewerking van diverse musea, zoals de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis van Brussel, het Mus?e Guimet en de Biblioth?que Nationale de France in Parijs, het Brooklyn Museum in New York, de Sackler Gallery in Washington en het Ostasiatiska museum in Stockholm. ?

De film met de toelichting bij het fenomenale meesterwerk ?Jintingbergen in de herfst? van Shitao uit het Guimetmuseum te Parijs is een revelatie.
Ook de schildertechnieken en kalligrafische kunsten worden onthuld op een manier die de meesterlijke stukken beter leert lezen, begrijpen en appreci?ren aan de ge?nteresseerde toeschouwer.
Er wordt veel aandacht besteed aan de houding van de intellectuelen, literaten en mandarijnen tijdens de ondergang van de Ming en de machtsgreep van de Qing in 1644 die uit Mantsjoerije met de noordelijke paardenvolkeren de oude Mingdynastie onder voet liepen.
De reflecties van de literaten over de wereld, het leven, het zelf en de ander in een po?tische taal en een magnifieke schilderkunst zijn van een fundamenteel ander niveau dan ?The state of things?.