Archief
Tom Holland, De gang naar Canossa. De westerse revolutie rond het jaar 1000.
Tom Holland, De gang naar Canossa. De westerse revolutie rond het jaar 1000. Athenaeum ? Polak & Van Gennep Amsterdam 2009.
In zijn derde magistrale benadering van de Europese geschiedenis behandelt Tom Holland de periode voor en na de eerste Millenniumwende.
Hij weet geloofwaardig te maken hoe de kracht van een idee de geschiedenis kan bepalen.
Volgens de apocalyptische voorspelling van Johannes zou 1000 jaar na de Verlosser de wereld ten onder gaan en het Laatste Oordeel zich aandienen.
Toen in het jaar 1000 niets noemenswaardig gebeurd, was het wachten op het jaar 1033 wegens dan de Verlosser 1000 jaar geleden gestorven aan het kruis en ten hemel opgenomen.
Deze apocalyptische kalender zou een reeks intellectuele en culturele ontwikkelingen op gang brengen die uiteindelijk de basis vormen voor de scheiding tussen kerk en staat in het westerse denken.
Cijferfetisjisme is van alle tijden en steeds een houvast voor mensen op den dool.
Zoals heden ten dage Maya kalenders worden ge?nterpreteerd tot ondergangfilms om lekker bij te griezelen ? alleen Mekka wordt gespaard – al dan niet ten gevolge van ?global warming?.
In 1033 was het weer niks.
Maar intussen heeft Tom Holland haarfijn de loop der geschiedenis uit de doeken gedaan aan de hand van kasteleins, graven, hertogen, koningen en keizers, monniken, abten, bisschoppen, kardinalen en pausen. In een briljante verteltrant met oog voor detail en de grote lijnen aan de horizon. Van de Vikingen, over de Franken tot de Moren, van de Angelen, over de Saksen. Polen en Hongaren tot de Turken, van Rome over Istanboel tot Jeruzalem.
71. Bijna vijf eeuwen waren er inmiddels sinds de ineenstorting van Romes rijk in het westen verstreken. Toch bleef de geest ervan rondwaren door de dromen van eenieder die Gods plannen voor de toekomst van de mensheid poogde te doorgronden. Net als in de tijd van Karel de Grote zocht men in de oneindig veel woeliger tijden van Adso de oplossing van alle problemen die het christendom teisterden in een terugkeer naar het lang vervlogen verleden. Ook de climax van de geschiedenis van de mens kon alleen daar liggen. De schipbreuk aller dingen werd wel gevreesd, maar tegelijkertijd als een haven gezien, als de ontsnapping aan eindeloos woedende stormen en golven. Uiteindelijk zouden er een nieuwe hemel en een nieuwe aarde komen, en zou de Zoon des Mensen terugkeren, maar eerst, ‘al zien we het, waar we ook kijken, in vrijwel volledig verval’, zou er de terugkeer naar een Romeins rijk moeten zijn.
Tom Holland ziet in zijn visie op de geschiedenis de economische, demografische, geografische en klimatologische veranderingen hoogstens als schaduwen in de verte figureren. De kern van menselijk handelen ligt bij hem eerder op de illusies die een bevolking en haar leiders weet te veralgemenen en waarnaar ze dan proberen te handelen.
308. De mythen die een volk over zichzelf vertelde, en het gevoel een natie te zijn met een eigen identiteit, waren over het algemeen dieper verankerde kenmerken dan het koningshuis waardoor het geregeerd werd.
164. Het was dan ook geen toeval dat in de decennia waarin plotseling in heel Frankrijk kastelen verrezen tegelijkertijd het recht op vrije beweging van de boerenstand systematisch werd ingeperkt. Bossen en rivieren, die oermiddelen van bestaan, kregen een ring van tolheffingen om zich heen of werden domweg tot verboden gebied verklaard. En het was onvermijdelijk: hoe gemakkelijker een landheer beperkingen kon opleggen, en land kon privatiseren dat voorheen gemeenschappelijk was, des te sneller dat ook plaatsvond. De arme man die met pijl en boog het bos in trok om wild voor zijn kookpot te schieten, zoals ze dat in zijn familie al sinds mensenheugenis deden, werd opeens als een stroper, een misdadiger afgeschilderd.
Boeren mochten niet meer jagen, schieten of vissen. Wie eten wilde, moest er nu het hele jaar rond voor op het land werken.
Alle verandering was ten kwade, dat was duidelijk, en dat gold vooral voor zulke heftige, ontwrichtende vormen van verandering. Toch zag ook de meest radeloze boer dat er weinig tegen de nieuwe wetten viel te ondernemen, hoe hardvochtig ze ook waren – in ieder geval niet als de verantwoordelijke landheer een machtige vorst, hertog of graaf was die over de ban beschikte. (?)
Bij de boerenbevolking was de angst voor anarchie niet minder groot dan bij de landheren. De onrechtvaardige eisen van een wrede wet waren weliswaar meedogenloos hard, maar wat de boeren nog meer vreesden was een wereld waarin helemaal geen wet bestond.
De kern van zijn boek draait rond de stelling dat de investituurstrijd tussen de Duitse Keizer en Paus Gregorius VII (Hildebrand) over bisschopsbenoemingen tot kerkelijke leiders met wereldse macht aan de basis ligt van de scheiding tussen kerk en staat in West-Europa. De Duitse heerser Hendrik IV trok in januari 1077 de Alpen over om in ijs en sneeuw aan de voeten van de paus in Canossa vergiffenis te vragen voor zijn poging om zelf zijn bisschoppen aan te duiden. De paus had hem eventjes in de ban gedaan en al zijn leenheren ontlast van hun eed van trouw. Velen zagen hun kans schoon om Hendrik de rug toe te keren.
Drie dagen diende Hendrik zich te vernederen opdat de paus hem weer als dienaar van de Roomse Kerk zou erkennen. Hij zou hem op zijn beurt na het keren der kansen uit Rome verdrijven en een tegenpaus aanstellen die hem dan tot keizer van het heilige Roomse Rijk zou kronen.
Het begin van de fundamentele breuk tussen de Roomse Kerk en haar aardse dienaren. De heersers zouden nadien korte metten maken met het pausdom als wereldse macht. De pausen en hun hofhouding van kardinalen en bisschoppen zouden voor altijd gedwongen zijn een modus vivendi te vinden met de wereldse heersers en machthebbers, en vice versa.
De scheiding tussen kerk en staat was geboren en zou in het westen tot op heden niet meer teniet gedaan worden. Niet in de islam, noch in de reformatie zou nog ooit zo?n grondige scheiding der geesten doorgevoerd worden.
De spanning tussen wereldse en geestelijke leiders cre?erde in Europa een permanente staat van alertheid.
Beide kampen hielden elkaar in een dynamische houdgreep en zo nodig de hand boven het hoofd.
228. Eigenlijk was een nieuwe kerk, bijna net als een kasteel dat dreigend op zijn heuvel stond, een duidelijk teken van de nieuwe hebzucht die heerste. Een rijke kastelein die de bouw van een kerk financierde en daarmee privatiseerde wat voorheen publiek was, bestempelde daarmee immers in feite het volk dat de kerk gebruikte als zijn eigendom.
Maar ook het boerenvolk zelf, dat van zijn vrijheden beroofd was en gedwongen werd in dorpen te wonen, had belang bij de bouw van een kerk in zijn midden. De aanhangers van de godsvrede pleitten er vurig voor dat de ambitieuze landheren en hun snoevende, intimiderende ridders de onschendbaarheid van gewijde grond erkenden. Het was een man die wapens droeg ten strengste verboden het cimiterium op te gaan, het terrein rond de kerk waar de doden werden begraven en de levenden in vrede bijeenkwamen, of dat nu was om markt te houden, een rechtszaak bij te wonen of een bruiloft te vieren. Een kerkhof mocht dan geen tastbare borstwering hebben, iedere ridder die de vredesgelofte aflegde moest aanvaarden dat die er even ondoordringbaar stond als die van een donjon. Zo beschouwd was de dorpskerk geen aanvulling op het kasteel, maar meer een spiegelbeeld ervan: twee bolwerken, een dat de machtigen beschutting bood, en een dat de zwakken beschermde – het een het nest van krijgsheren en het ander een vesting van God.
Gregorius opvolger ? Urbanus II ( als monnik Odo uit Cluny naar Rome gestuurd door abt Hugo) zou de kruistochten starten om de invloed van de islam terug te drijven. Wie zich daarin schuldig maakte aan zonden tegen het menselijke leven kreeg vergiffenis en de belofte op het paradijs zoals in een echte jihad.
Tom Holland besteedt in Canossa veel aandacht aan de betekenis van de Bourgondische Abdij van Cluny voor de ontwikkeling van het westerse denken en de invloed ervan op volkeren en landen in Europa.
181. Het toonde iets heel wezenlijks aan: dat de maatregelen die werden genomen om de mensheid te wapenen tegen de dreigende aanval van de antichrist en haar voor te bereiden op het einde in de vorm van de wereldbrand, de wereld tegelijkertijd een nieuw begin en een nieuw samenlevingsmodel boden. Odilo ( in Cluny) was niet de enige leider van de vredesbeweging die met deze paradox koketteerde. In Verdun had bisschop Hugo bijvoorbeeld de daar verzamelde ruiters enerzijds de rol toebedacht van ‘ridders van Christus’, die op de heiligenrelieken hadden gezworen als een keurkorps voor de hemel dienst te doen, en anderzijds wilde hij ze inzetten voor zijn ambitieuze plannen om de rechtsorde te herstellen. Wat kon het voor kwaad je zo in te dekken? Misschien zou de wereld vergaan – misschien ook niet. In beide gevallen diende de kerk zich te blijven inzetten voor vrede.Lees verder »