Er is nog zo veel dat ongezegd is. (Rutger Kopland)

Dupslog

Archief

Alessandro Baricco, Zonder bloed. uitg De Geus 2003

26 juli 2010

Alessandro Baricco, Zonder bloed. De Geus 2003

Bloedrode novelle in twee delen, schitterend geschreven, geraffineerd opgebouwd met de smaak van een Italiaanse Coetzee: kernvragen over wraak en vergelding, over woede en verlangen, over weten en zwijgen. Baricco behandelt menselijk handelen naar dit soort emoties in een miniatuur waardoor zijn benadering nog grootser blijft nazinderen bij de lezer.

83. Hoezeer je je ook inspant om maar ??n leven te leiden, de anderen zullen er altijd nog minstens duizend andere levens in zien, en dat is de reden dat mensen maar niet kunnen voorkomen dat ze elkaar kwaad doen.

87.Er waren een hele boel dingen die we moesten vernietigen voordat we konden bouwen wat we wilden, er was geen andere manier, we moesten in staat zijn om te lijden en lijden toe te brengen, wie de meeste pijn aankon zou winnen, je kunt niet van een betere wereld dromen en denken dat je die zomaar zult krijgen omdat je er netjes om vraagt, ze zouden nooit zijn gezwicht, we moesten ervoor vechten en als je dat eenmaal doorhad maakte het niet meer uit of het oude mensen of kinderen waren, je vrienden of je vijanden, je was de aarde aan het openrijten, dat moest nu eenmaal gebeuren, en dat kon je niet doen zonder dat het pijn deed. En wanneer het allemaal te gruwelijk dreigde te worden hadden we nog onze droom die ons beschermde, dan wisten we dat, hoe hoog de prijs ook was, de beloning veel groter zou zijn, want wij vochten immers niet voor een handvol geld, of voor een akker om te bewerken, of voor een vlag, wij deden het allemaal voor een betere wereld, snapt u wat dat betekent? Wij zorgden ervoor dat miljoenen mensen weer een fatsoenlijk leven kregen, en de kans om gelukkig te worden, om waardig te leven en te sterven, zonder te worden vertrapt of bespot, wijzelf stelden niets voor, zij waren alles, miljoenen mensen, wij waren er voor h?n, wat is nou ??n kind dat tegen een muur aan sterft, of tien kinderen of honderd, de aarde moest worden opengereten en wij deden dat, miljoenen andere kinderen verwachten van ons dat we dat deden, en dus deden we dat (...)
89.(...) u moordde uit wraak, jullie moordden allemaal uit wraak, daar hoeft u zich niet voor te schamen, dat is de enige remedie die er bestaat tegen de pijn, het enige wat u hebt kunnen bedenken om niet gek te worden, dat is de drug waardoor we in staat zijn om te vechten , maar jullie zijn er nooit meer vanaf gekomen, het heeft jullie hele leven kapot gemaakt, daardoor zien jullie nu overal spoken, om die vier jaar oorlog te overleven hebben jullie je hele leven kapotgemaakt, en nu weten jullie niet eens meer (...) wat het leven is .106. Toen bedacht ze dat hoe onbegrijpelijk het leven ook is, je het waarschijnlijk doorbrengt met niets anders dan het verlangen om terug te keren naar de hel die je heeft voortgebracht, en om daar te leven aan de zijde van degene die je ooit uit die hel heeft gered. (...) Alleen maar vanuit het idee dat iemand die je eens heeft gered, je voortaan altijd kan redden. In een langdurige hel, precies zoals de hel waaruit we voortkomen. Maar onverwacht barmhartig. En zonder bloed.

Archief

Dezso Kosztol?nyi – Nero, de bloedige?dichter. Uitgeverij Van Gennep – 2010

26 juli 2010

Dezso Kosztol?nyi, Nero, de bloedige? dichter. Uitgeverij Van Gennep – 2010

?Zonder kunst is de werkelijkheid onvolledig?.

Pieter Paul Rubens was zeer geinteresseerd in de figuur van de Romeinse filosoof en schrijver Seneca, vooral in diens levenseinde dat door Kosztol?nyi meesterlijk beschreven wordt. Wellicht omdat ook Rubens zich herkende in de rol van mooiprater, souffleur, pedagoog en hofnar van de macht, ondanks het geniale van zijn eigen schilderkunst.
Seneca was de pedagoog van Nero die in een machtsgreep door zijn moeder op de troon gezet werd maar haar ten gepasten tijde liet liquideren. De getormenteerde jongeling had het in zijn hoofd gehaald dat zijn literaire, theatrale en wagenmennerstalenten opmerkelijk waren en hij beet zich dus uitzichtloos vast in kunsten die hij hooguit als dilettant kon benaderen, zij het dat hijzelf wel als keizer van het Roomse Rijk diende benaderd te worden.
Nero – die aanvankelijk best geapprecieerd werd wegens nog niet bedreven noch gedreven in het spel van de macht – ontpopte zich tot een ordinaire populist die zich graag ophield in de zwoele en stinkende onderbuik van Rome waar hij grootschalig succes kocht met gedurfde oneliners, geld en geweld. Zijn entourage was steeds minder bereid of in staat zijn imperiale ambities bij te sturen en zijn artistieke wanen te temperen.
De Hongaarse schrijver Dezso Kosztol?ny (1885 – 1936) die door de uitgever gepresenteerd wordt als inspirator van S?ndor M?rai staat tot deze auteur eerder als Nero tot echte dichters ondanks de lovende brief van Thomas Mann die als toemaatje in het boek mooie woorden overheeft voor dit verhaal van bloedig-pijnlijke dilettantisme, gruwelijk en komisch tegelijk.

197. Onder Caligula was zijn dienst begonnen als trouw dienaar van de keizer; hij had aan vele veldslagen deelgenomen en zou voor een kleinigheid zijn leven opgeofferd hebben. Nooit had hij zijn bloed gespaard, hij hing niet aan het leven. Maar in vredestijd kon een soldaat zelf over zoiets kleins als een aardkluit struikelen, zijn heldhaftigheid diende geen enkel doel en hij raakte de weg kwijt te midden van de vele listen en werd door uiteenlopende belangen alle kanten op geslingerd, als een blind werktuig. Hij wist geen raad meer in deze wanorde.

218. We mogen niet te zuinig zijn op ons leven, anders zullen we het verliezen. En dat geldt duizendmaal sterker voor een machthebber. Leg je geweten af. De ware heerser heeft dat nooit gekend. Wees niet bang om bang te zijn. Want alleen dat is wat je hindert.

Archief

Bedenkingen bij misbruik in een hi?rarchische structuur als de Roomse Kerk met Luceberts ‘Ketters I-V’

9 juli 2010

Lucebert schilderde zijn ?De ketters I-V? in 1981 kort na de mislukte staatsgreep van Guardia Civil kolonel Antonio Tejero Molina. Met enkele honderden Franco aanhangers probeerde hij het democratiseringsproces in Spanje te keren door in het parlement schietend het spreekgestoelte in te nemen.
De heren hadden niet begrepen dat hun tijd voorbij was, ook in Spanje.
Lucebert inspireerde zich op ?Los desastres de la guerra’ , de beruchte reeks etsen van Francisco de Goya (1746-1828) waarin deze in tegenstelling tot het offici?le verhaal van heldendaden en generaalssuccessen de gruwelen van de oorlogen tekent.
In enkele van die etsen ( nr. 36 en 39) is er ruimte voor een contemplatieve relatie tussen de beul en zijn slachtoffers.

Lucebert verwijst in zijn Ketters I duidelijk naar de Kardinaal Grootinquisiteur ( zoals bij Dostojewski) die alleen maar kan bestaan door de mishandelde slachtoffers in zijn gevecht voor het behoud van zijn ware leer in het ene godsgeloof.
In de volgende ‘Ketters II-V’ evolueert de relatie tussen de prelaten en hun slachtoffers.
Hier onderzoekt hij de beschamende stilte, de g?ne en intimiteit van de relatie misbruiker-slachtoffer, die beiden gemijterd toegetakeld voor zich uit staren.
De Roomse Kerk heeft in Spanje een grote traditie van gruwelen om de macht te bekleden en te verdedigen.
Al van tijdens de Inquisitie tot en met de XXste eeuw.

De verantwoordelijkheid van de Spaanse katholieke clerus, Iberische prelaten en kardinalen was al die eeuwen verschrikkelijk. Ook tijdens het fascistische Franco regime.

Lucebert treft hier een situatie die eigen is aan alle gesloten culturen, religies, kloosters, sekten, scholen en omstandigheden waar hi?rarchisch en in jaren meerderen zich het recht toe-eigenen om jongeren die hen toevertrouwd worden te gebruiken om hun eigen verlangens naar genot en pijn te bevredigen.
Het heeft iets van automutilatie op zoek naar gevoelswaarnemingen die ze niet meer op een menselijke manier kunnen beleven.

Zij ervaren zich hiertoe geroepen en gerechtigd als compensatie voor de eigen offers in het belang van de triomf van de gezamenlijke geloofsacte.
De slachtoffers worden in de vertrouwensrelatie van meerdere en jongere verleid door aandacht, geld, privileges en de beloftes dat ook zij later hun positie in de hi?rarchie kunnen opnemen.
Slachtoffers en beulen, misbruikten en misbruikers verstijven in een verstommende houdgreep van mimetische pijnbeleving. Ze worden allemaal gemijterd.

Archief

Hans Achterhuis, De utopie van de vrije markt. Uitg. Lemniscaat 2010

5 juli 2010

Hans Achterhuis, De utopie van de vrije markt. Uitg. Lemniscaat 2010

Ik heb het voor Hans Achterhuis omdat hij het lef en de moed heeft heilige huisjes te ontmantelen, gebaande paden te bevragen naar hun mythische herkomst, betonnen waarheden te verkruimelen. Hij is er ook zo goed in beslagen omdat hij zijn eigen denken durft onderzoeken en kritiek levert op wat hij zelf ooit heeft verteld. Zijn ? De markt van welzijn en geluk? (1979) zou me bijblijven. Net zoals het werk van Ivan Illich die hetzelfde deed voor de markt van onderwijs en geneeskunde.
Achterhuis had het lef om welzijnswerk te duiden dat zichzelf propageerde als de handige hulp voor een leefbare samenleving door het pamperen en steunen van mensen in achterstandswijken. Zo cre?erde welzijnswerk een markt van behoeftigen voor de eigen belangenbevrediging van de sector.
Hans Achterhuis is al die jaren ook steeds verder doorgedrongen in de analyse van het utopisch denken.
Hij heeft de moed om achterwaarts vooruit te schrijden, terugdeinzend voor de aanblik van wat de ideologie?n en utopie?n die hij ooit steunde hadden aangericht. Hij sloot zijn ogen niet, hij wou weten waarom. En dat is een zeldzame en zeer waardevolle inspanning voor aanhangers en oud-volgelingen van utopisch gedachtengoed, zowel van links als van rechts.

Met zijn nieuw boek zoekt hij naar de wortels van de neo-liberalistische utopie van de vrije markt en weet de partij-ideologe bij uitstek te vinden in de persoon van Ayn Rand met haar ?Atlas shrugged? uit 1957. Na de bijbel het meest verkochte boek in de VSA.

In het Nederlands vertaald als? Atlas in staking?, wat door de VOKA boys Leyman en De Bruyckere die als Vlaamse ondernemers N-VA minister Muyters mochten opvolgen in VOKA bij hun bezoek aan informateur Bart De Wever werd overhandigd om hun economische en politieke idee?n te illustreren.
Bart De Wever heeft ongetwijfeld Hans Achterhuis gelezen en weet wat het intellectuele en politieke gewicht is van dit soort deur-aan-deur belijders van de vrije markt utopie.

Het Voka-topduo Luc De Bruyckere en Peter Leyman wilde niet met lege handen voor De Wever verschijnen. Ze zouden daarom de vuistdikke klassieker van Ayn Rand, Atlas in Staking, meenemen.?Meer dan duizend pagina?s, maar we hebben het in twee minuten voor hem samengevat?, zegt Leyman.

Soms vraag ik me af hoe ziek je kan zijn, hoe zielig je zelfbeeld, hoe geil je onmacht, hoe verknoopt je verlangens om als oud Volvo-Gent-baas en omlaag gevallen populistische politieke patser van de cd&v jezelf in 2010 nog te durven prostitueren bij de NVA informateur met een boekje als ‘Atlas shrugged’ van Ayn Rand.
Misschien heeft VOKA veel talent in huis, misschien zelfs nog potentieel politiek talent waarop NVA baas De Wever als stafrijmen hoopt te kunnen steunen met de stemme. Beide Voka-toplui kunnen evenwel niet tot die categorie gerekend worden.
Wie in 2010 – wanneer de gevolgen van de gruwelijke bankcrisis nog lang niet voorbij zijn – als volwassen mens en ervaren bedrijfsleider nog durft staan zwaaien met ‘Atlas in staking’ en de idee?n van Ayn Rand en Alan Greenspan is ofwel niet goed bij zijn hoofd, een gedreven kardinaal van het ‘objectivisme’ en de ultra liberale maakbaarheidsideologie of verblind door het Licht waarin dit soort figuren de wereld en zichzelf meent waar te nemen.

Terecht houdt De Wever tijdens de informatieopdracht de hand aan Fik Meijers analyse ‘Keizers sterven niet in bed’ van Uitgeverij Athenaeum.
Het blijft immers altijd lastig om een zelfbenoemde Praetoriaanse garde van de oude keizers van het lijf te houden…
Elke utopie spiegelt de mensen een werkelijkheid voor van welvaart, harmonie en geluk; dat geloof in de vrije markt is niks anders dan een utopie.

In de loop van zijn boek gaat Achterhuis in op het Atlantis van Ayn Rand en de gevolgen ervan in het neoliberalisme en neoconservatisme tot de kredietcrisis van vandaag.
Hij overloopt de rol en de geschiedenis van de vrije markt, de betekenis van het ?gemeen?, de wederkerigheid en herverdeling tot de marktmaatschappij.
In deel 3 behandelt hij de filosfische benadering van Aristoteles tot Keynes.
Nadien gaat hij in op wat de gerealiseerde vrije markt utopie?n met zich hebben meegebracht en wat de resultaten waren voor mensen, in Chili, na de Tsunami op Sri Lanka, de wateroorlogen, de vermarkting van de gezondheidszorg in Nederland en de hebzucht en bonussenziektes bij Nederlandse managers en bedrijfsleiders.

In de epiloog ?Noch markt, noch staat? doet hij een reeks handzame voorstellen om ?het herstel van het evenwicht tussen markt, staat en burgermaatschappij? zoals Nobelprijswinnaar Economie Joseph Stigliz het formuleerde.

De nodige praktische wijsheid om de elastische banden tussen markt en burgermaatschappij korter houden om terugschieten te voorkomen.
De nodige moed om die rek in de banden van de markt te weerstaan.
Zelfbeheersing en maatgevoel om ons niet te laten meeslepen door de utopische beloftes van de markt.
Alleen vanuit de civil society waar mensen zelf hun verantwoordelijkheid nemen en marktpartijen en overheidsdienaren op persoonlijke tittel aanspreken om zo nodig tot de orde op te roepen.
Voor een goed beheer van de oikos hebben we volgens Aristoteles ook rechtvaardigheid nodig, en dat is geen systeemeigenschap maar een menselijke.

Lees verder »