Er is nog zo veel dat ongezegd is. (Rutger Kopland)

Dupslog

Archief

Nicholas A. Christakis & James H. Fowler, Connected! uitg. Balans 2009

30 augustus 2010

Nicholas A. Christakis & James H. Fowler, Connected! uitg. Balans 2009

41.
Hoewel de observatie dat er zes stappen van verwijdering bestaan
tussen elke twee willekeurige mensen dus geldt voor de vraag hoe
verbonden we zijn, gaat de observatie dat er drie stappen van invloed
zijn op voor de vraag hoe besmettelijk we zijn. Deze eigenschappen,
verbinding en besmetting, vormen de structuur en de functie van
sociale netwerken. Ze zijn de anatomie en de fysiologie van het menselijk
superorganisme.

Mensen gedragen zich als een onderdeel van een superorganisme, ook al beschouwen ze zichzelf als een individu. Christakis & Fowler hebben met hun werk een wetenschappelijk onderzoek begrijpelijk gemaakt vanuit medische sociologie naar gedragswetenschappelijke aspecten.
De ondertitel ?Waarom geluk besmettelijk is en je vrienden je dik kunnen maken: hoe sociale netwerken bijna elk aspect van ons leven vormgeven? lijkt eerder als smaakmaker bedoeld voor het grotere publiek.
En op zich is dat niet eens zo negatief bedoeld.
Er was een tijd dat mensen alles uit de kast haalden om fenomenen te verklaren en te beheersen – toch minstens mentaal – die hen overkwamen zoals natuurverschijnselen, honger, dorst, verlangen en lust.
Naarmate een mensengemeenschap groter werd in aantal en ruimtelijke contacten met anderen, was er meer nodig om onduidelijke, herkenbare, vaak beangstigende gedragsfenomenen en invloeden die als vreemd werden beschouwd te vatten.
Daartoe werd een arsenaal van goden, engelen, geesten, duivels en demonen ontworpen evenals tal van ritualen om ermee om te gaan. Dieren- en mensenoffers, pijn en leed, spel en talismannen, litanie?n en gebeden, bezweringsformules en doktoren, vasten en plengen, pillen en spuiten werden tot een grote vorm van verfijning verheven om de rituele bezwering meer kracht en effect te geven.
Dat dit arsenaal blijvend een indringende betekenis behouden zou, blijkt uit de eeuwig durende menselijke kunstuitingen: van de oudste rekenbeentjes uit Midden Afrika, over rotsschilderingen, landscaping, beeldhouw- en schilderkunst, muziek, dans, lichaamsversiering tot de vele verhalen van hen die ooit zochten naar een stem om de angstschreeuw van de natuur te fatsoeneren in hun eigen oren.
Sinds de Verlichting is die techniek wat in onbruik geraakt, behoudens tijdens de wat minder verlichte periodes van ons leven vol intense emoties, dan wel bij mensen voor wie wetenschappelijk ontwikkelde technologie even angstaanjagend blijft als bliksem en donder. Maar ook bij het bezweren en manipuleren van groepsemoties – publiek en privaat – is dat oeroude arsenaal effectiever dan een beroep op rationeel en redelijk gedrag.

De gevolgen van de soms lachwekkende, soms beklijvende analyses van netwerkfenomenen zijn angstaanjagend voor wie zich graag spiegelt als een decent gedrag vertonend individu.
Zelfmoordgolven, stoppen met roken, alkoholge- en misbruik, bier- of wijnvoorkeuren, bubbels of sterk, koffie- of thee, Nespresso of Senseo, de verspreiding van syfilis binnen diepchristelijke Amerikaanse scholengemeenschappen, de obesitasepidemie, de grieppaniek, scheren van schaamhaar, toenemende tatoeages op het gezonde lijf, modegevoelige outfit, beschavingsziektes, het komen en gaan van ziektes en psychische aandoeningen zijn allemaal onderhevig aan groepsfenomenen.
De incidentie, prevalentie en verspreiding ervan is niet te vatten wanneer alleen het individuele gedrag en de voorkeuren van de directe omgeving onderzocht worden.

Voor de auteurs van ?Connected!? zijn de nieuwste razendsnelle ontwikkelingen van virtuele netwerken daarom niets minder dan de toepassing van een volgens hen genetisch vastgelegd be?nvloedingsgedrag van mensen als een soort superorganisme.
Menselijk netwerkgedrag gaat volgens hen terug op de vroegste evolutionaire mechanismen. Wie opteerde voor eerder individueel gedrag kon niet of nauwelijks overleven of was alleszins veel minder succesvol in het doorgeven van het eigen genetisch materiaal. Dus selecteerde de evolutie door groepstuchtiging op kenmerken zoals netwerkvaardigheden.

Maar het eeuwig wentelende wiel van de geschiedenis weet door een dynamische spanning snelle flexibele aanpassingen aan wijzigende omgevingsfactoren te realiseren: einzelg?ngers vs. samenwerkers.
Beide mensentypes zijn onontbeerlijk gebleken, en precies dat fenomeen houdt de mensheid ondanks de gruwelijkste evolutionaire flessenhalzen in het verleden vrolijk en wraakzuchtig op de been.

327.
Met toepassing van enige schitterende wiskunde lieten Hauert en
zijn collega’s zien dat zich in een wereld vol einzelg?ngers toch gemakkelijk
samenwerking kan ontwikkelen omdat er geen mensen zijn die misbruik maken van de samenwerkers die er verschijnen. De einzelg?ngers redden zichzelf en de samenwerkers vormen netwerken met andere samenwerkers. Al gauw nemen de samenwerkers de populatie over omdat ze het samen altijd beter doen dan de eenzelvige einzelg?ngers. Maar zodra de wereld vol samenwerkers is, steken de profiteurs weer heel makkelijk de kop op en genieten de voordelen van samenwerking zonder eraan bij te dragen (als parasieten).
Worden de profiteurs het dominante type in de populatie, dan is er niemand meer over van wie ze misbruik kunnen maken; vervolgens nemen de einzelg?ngers het weer over – omdat ze zogezegd niets met die schoften te maken willen hebben. Kortom, samenwerking kan ontstaan omdat we meer samen kunnen doen dan we afzonderlijk zouden kunnen. Maar als gevolg van het profiteursprobleem is er geen garantie voor succes

De auteurs nuanceren ook eventjes de ?sociaal kapitaaltheorie? van Robert Putnam (Bowling alone). Netwerken – social binding & bridging – kunnen dermate gesloten zijn dat een in zichzelf circulerend cluster uitsterft bij gebrek aan externe uitwisseling. Een beetje zoals bij extreme vormen van inteelt.

207.
Deze bevindingen zijn in strijd met een aantal belangrijke aanbevelingen
van de politieke wetenschapper Robert Putnam en zijn collega’s, die het effect van ‘sociaal kapitaal’ op de gezondheid van onze democratie bestuderen. Putnam betoogt dat hooggeclusterde netwerkbanden de informatiestroom verbeteren en de wederkerigheid op samenlevingsniveau verhogen omdat iedereen iedereen in het oog houdt. Met andere woorden, hechtere verbindingen zijn beter voor de samenleving. Ons werk laat echter zien dat netwerken op een bepaald moment zo transitief kunnen worden dat normen en informatie nog slechts binnen groepen circuleren in plaats van tussen groepen. Net als Brian Uzzi’s groepen wetenschappers en musicalproducers die we in hoofdstuk 5 hebben besproken, functioneren
democratische burgers het best in ‘kleine werelden’ waarin sommigen
van onze vrienden elkaar kennen en andere niet.

Boeiend is ook de wederkerigheidsstudie van Robert Axelrod die weet te argumenteren waarom ?samenwerken tot wederzijds voordeel? zoals de Chinese Volksrepubliek beweert te beoefenen in haar internationale betrekkingen, veel beter werkt dan de veelgeprezen westers-christelijke solidariteitsideologie of de eigen belang eerst strategie.

238.
In een ingenieuze en beroemde studie, opgezet naar wederkerigheid, liet de politieke wetenschapper Robert Axelrod zien dat een samenwerkingsstrategie van ‘met gelijke munt betalen’ het vaak beter doet dan een strategie om altijd samen te werken of altijd ego?stisch te zijn.’ Bij ‘gelijke munt’ werk je de eerste keer dat je iemand ontmoet samen, en daarna kopieer je gewoon wat die persoon de laatste keer deed dat je iets met hem te maken had. Deze gedragslijn is in wezen het omgekeerde van de gouden regel: wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet. Als je opponent samenwerkt, behandel hem dan de volgende keer hetzelfde. Werkt je opponent niet samen, dan straf je hem de volgende keer door niet samen te werken. Simpel maar effectief.

Het mag intussen duidelijk zijn dat de nieuwste bevindingen in dit door netwerken be?nvloed menselijk gedrag oneindig veel mogelijkheden biedt, voor be?nvloeding in alle mogelijke richtingen. Dat is angstaanjagend want meestal niet onder controle te krijgen door het individu die gedrags- of opiniewijzigingen merkt bij zichzelf onder invloed van vrienden van de eigen vrienden. Het mag duidelijk zijn dat mensen, firma?s, bedrijven, overheden, politieke partijen, opiniemakers – kortom eenieder die macht hoopt uit te kunnen oefenen op een mensengemeenschap – met dit soort bevindingen plots heel nieuwe perspectieven ziet oplichten. Temeer daar de virtuele netwerken steeds grotere omvang en steeds meer verbindingen vertonen over de hele wereld.

Met de hele mensheid staan we helemaal naakt te dansen want al onze gedragingen, fysieke en financi?le bewegingen, geheimste verlangens, tactische en strategische plannen, angsten zijn door ?data mining? nauwkeurig te traceren en bloot te leggen. ?Privacy? is intussen een virtueel verlangen of een gekoesterde illusie.
We bewegen met z?n allen naakt op het schouwtoneel.
Sommigen hopen te ontkomen aan de glurende blikken door ons in het donker van de coulissen te nestelen ver van de schijnwerpers, waar we onbeweeglijk wachten en observeren tot een ander passeert die ook eerder de luwte zoekt. Een door eigen temperament en omgevingsfactoren ingegeven keuze die betekenisvol en verstandig kan zijn.
Big Brother blijft echter waakzaam nabij.
Anderen betreden al dan niet enthousiast de dansvloer en laten zich verleiden tot een dans die ze leuk of zinvol vinden: traag of snel, wervelend of slepend verdriet waarop je kan dansen.
Stilstaan in de hoop te kunnen ontkomen heeft wellicht weinig zin of biedt in de huidige context minder bescherming en mogelijkheden.

Het heeft eens te meer iets van over drijvende bomen lopen.
Zoals houtvesters hun enorme stammen over rivieren naar de zagerijen aan de kust moesten loodsen, kunnen we geen moment blijven stilstaan. We glijden onontkoombaar tussen de machtig rollende stammen in het kolkende water.
Het zal dansend springen en altijd bewegen worden op de wankele dansvloer boven de kolkende rivier.
Tenminste voor wie de illusie wil koesteren deel uit te maken van het gigantische netwerk om niet aan wanhoop ten onder te gaan.
Angst lijkt daarbij een slechte leidsman, angst kan verlammen.
We worden allemaal gedreven tot een keuze tussen de alleroudste reflexen en dierlijk gedrag: Fight & flight of duck & cover. Onze reactievoorkeur wordt bepaald door onnoemelijk veel factoren, ook vanuit ons verre netwerk en ons hele verleden.
Wanneer we blijven kiezen voor de mooiste kunnen we proberen er zelf wat van te maken, gehuld in onze illusie van menselijke individuele soevereiniteit.
Als we de consequenties van onze keuze enthousiast weten te dragen – zoals Sisyphus zijn rotsblok – tarten we de goden en bereiken we ?dansend op toevalsvoeten? (Nietzsche) de enige uitweg die ons levend rest.
Desondanks let niets ons te blijven eisen dat de praktische, juridische, economische gevolgen van ons naakt dansen op het schouwtoneel van de wereld niet nagedragen worden.
Al zullen we veel wijsheid dienen te koesteren om hiermee weg te komen in een verloren anonimiteit, verdwenen onschuld en universele betrokkenheid.
We kunnen gokken op het onafzienbare van de datamassa die ?gemined? kan worden door intelligente camera?s en patroondetecterende computerprogramma?s, waarbij individuen door de mazen kunnen glippen. Maar waar evenzeer analysevergissingen een leven lang het slachtoffer achterna gedragen worden, financieel, politioneel, professioneel, medisch, enz.
Kafka?s Proces was immers profetisch: ?Jemand mu?te Josef K. verleumdet haben, denn ohne da? er etwas B?ses getan h?tte, wurde er eines Morgens verhaftet.?

296.
Internet maakt nieuwe sociale vormen mogelijk die op vier manieren
radicaal afwijken van bestaande vormen van interacties in sociale
netwerken:
1 In immense grootte: een enorme toename in de schaal van onze
netwerken en de aantallen mensen die bereikt kunnen worden om
zich erbij aan te sluiten;
2 In gemeenschappelijkheid: een verbreding van de schaal waarop we
informatie kunnen delen en bijdragen aan collectieve inspanningen;
3 In specificiteit: een indrukwekkende toename in de specifieke aard
van de banden die we kunnen vormen;
4 In virtualiteit: het vermogen om virtuele identiteiten aan te nemen.

De gulden regels van het sociaal netwerk:
?1) Soort zoekt soort. Een sociaal netwerk wordt je niet opgedrongen van buitenaf, maar dat vorm je zelf, en wel op basis van de mensen met wie je over belangrijke onderwerpen praat. En dat zijn er niet veel, gemiddeld zelfs maar vier, waarbij 12% zegt zijn geheimen met niemand te delen en 5% over acht intieme vrienden beschikt.
?2) Wij worden gevormd door ons sociaal netwerk, waarbij het belangrijk is of je in dat netwerk centraal staat of perifeer. Een kind van gescheiden ouders zal bijvoorbeeld anders functioneren binnen zijn netwerk, veel zelfstandiger en in de rol van de boodschapper tussen de twee ouders, dan een waarvan moeder en vader nog samen zijn. En het zal daardoor ook een centralere plaats innemen
?3) De leden van ons sociaal netwerk hebben en duidelijke invloed op ons. Zij zijn immers degenen waarmee we het vaakst in contact komen en die we vertrouwen. Dat dit ook onbewust werkt bewijst het feit dat wie met een grote eter aan tafel zit, automatisch zelf ook meer eet. ?
4) Ook de vrienden van onze vrienden hebben een invloed op ons. Stel dat Amber aan boulimia lijdt en dag na dag dikker wordt. Haar vriendin Beatrijs zal daarom nog niet metten ook een dikkertje worden, maar haar mentaliteit zal er wel lichtjes door veranderen, waardoor ze minder kritisch zal staan tegenover de steeds meer etende Carine. Amber heeft dus onrechtstreeks invloed op de eetgewoonten van Carine en het resultaat is een Amerikaanse vetzuchtepidemie. ?
5) Een sociaal netwerk leidt een eigen leven. Wie focust op een lid van het netwerk snapt diens acties niet. Het is pas in een grotere context dat ze betekenis krijgen. Het is als kijken naar een man die zit te stomen achter het stuur van zijn auto. Om werkelijk te beseffen wat er met hem loos is moet je uitzoomen op de kolossale file waarin hij al een paar uur vast zit.

Connected 2

Archief

Peter Greenaway, Nigthwatching & J?Accuse (2007 – 2008) over Rembrandt en de Nachtwacht.

27 augustus 2010

Peter Greenaway, Nigthwatching & J?Accuse (2007 – 2008)

De Britse filmmaker Peter Greenaway woont tegenwoordig in Nederland en dat is te merken aan zijn biografie van Rembrandts ?Nachtwacht?.
HIj heeft een van de bekendste schilderstukken uit de wereldgeschiedenis ( Rijksmuseum Amsterdam) op een verbluffende wijze ontrafeld en weer in elkaar gepuzzeld als de paukenslag die de ondergang aankondigde van Rembrandt Harmenszoon van Rijn.
Rembrandt is een van de weinige kunstenaars die heel de wereld bij zijn voornaam kent. Van herkomst een molenaarszoon uit de buurt van Leiden hoopte hij door zijn kunst en kunde, door zijn kennis, passie en emotie, ooit deel uit te maken van de Amsterdamse betere klasse.
Hij had reeds heel wat prachtige portretten afgeleverd waarbij zijn virtuoos penseel en zijn priemende intelligentie en mensenkennis zorgden voor een heel nieuwe benadering van de beeldcultuur. Doorgaans lichtte hier of daar ook een mild ironische of soms sarcastische kritiek op voor toeschouwers van toen die veel afwisten van het zwijgen op het doek.
Dat werd hem door zijn opdrachtgevers niet altijd in dank afgenomen, maar de virtuoze uniciteit van zijn werk hielp het overleven door de eeuwen voor ons. Na enkele decennia was door het vergeten en het fysieke verscheiden van de betrokkenen de bijtende kritiek niet of nauwelijks meer af te lezen. Zo maakte hij een magnifiek portret uit 1639 van Andries de Graeff burgemeester van Amsterdam, met zijn rechter handschoen op de grond. Diezelfde handschoen komt later terug in de ?Nachtwacht? of De compagnie van kapitein Frans Banning Cocq en luitenant Willem van Ruytenburgh waar de centrale figuur Kapitein Banning Cocq deze bij de wijsvinger vasthoudt in zijn eigen geschoeide rechter hand, terwijl zijn ontblote linker hand naar de toeschouwers wijst en de schaduw het geslacht beroert van zijn aanvallige luitenant.
De Graeff staat majestueus patrici?r te wezen voor een benagelde deur naast een pseudo Romeins stijl, wat destijds door velen herkend werd als van een etablissement waar naast dorst ook andere primaire behoeften werden bevredigd.

Greenaway gaat in ‘Nightwatching’ op zoek naar het wie, wat, waarom en hoe op de ?Nachtwacht? die geschilderd werd tussen 1639 en 1642.
Hij doet dit in een filmische reconstructie van het voor die tijd baanbrekend en verrassend schuttersstuk. Hij weet in de film ?Nightwatching? niet alleen Rembrandt in zijn hemd te zetten, maar laat ons ook de verwaande nachtridders ontbloten: hoe ze aan hun fortuinen kwamen, hoe ze hun titels kochten als nieuwe geldadel en hoe ze te keer gingen met wie hen onderdanig hoorde te zijn.

Soms wat traag, soms wat onduidelijk maar al bij al een fascinerende visie op het ontstaan van de ?Nachtwacht? als Schuttersstuk van de Kloveniersmilitie die een grote rol speelde in het Amsterdam en de Republiek van die tijd.

Misschien is het handiger om bij het bekijken van de film eerst de dvd ?J?Accuse? onder ogen te nemen, waarin Greenaway als speurder en aanklager de verschillende personages van de Nachtwacht en de omgeving van Rembrandt aan de tand voelt over wat er precies vooraf ging aan de schilderij.
Op die manier weet hij een hele reeks fascinerende details van de Nachtwacht te ontrafelen.
Hij onthult de ?Nachtwacht? als een aanklacht in de vorm van een groot theaterstuk van Rembrandt over gekonkel, moord en doodslag bij de Amsterdamse oligarchenfamilies die net met veel moeite hun huik van de Franse naar de Engelse wind probeerden te verhangen tot meerdere eer en glorie van de Republiek en vooral zichzelf.

Ik heb de ?Nachtwacht? voor het eerst gezien in april 1971 na een memorabele fietstocht naar Amsterdam en ik herinner me nog steeds hoe ik door het Rijksmuseum dwaalde en steeds meer mensen tegenkwam in de verder vrijwel lege gangen en zalen. Tot plots de menigte verzameld leek voor een enorm werk dat prachtig belicht mij dwong te kijken. Een uitnodigend gebaar, een spel van licht en donker, vol verstilde beweging, verstomd lawaai dat zich in mijn geheugen brandde: verbluffend intiem, adembenemend indringend.
En vooral zeer raadselachtig, weinig licht en veel donker.
Die raadselen werden door Peter Greenaway op een heldere manier opgelost.
Pijnlijk en ontluisterend voor de Hollandse geldadel van Amsterdam. Pijnlijk voor de figuur van Rembrandt die dacht te zullen overleven door zijn kunst, maar niet wou noch kon beseffen dat wraak koud wordt geserveerd. Ook jaren later wanneer hij geen opdrachten meer kreeg van de nieuwe rijken, wanneer zijn werk nog genialer werd maar te fel als aanklacht werd begrepen. Tegen die koude woede hadden zijn virtuoze penselen met hun licht en donker spel geen weerwerk te bieden.
Greenaway doet Rembrandts geniale kunst recht door te wijzen op de werkelijke wereld achter de verbluffende portretten die de opdrachtgevers destijds goed herkenden aan de vele tekenen en de aanrakingen. Zij hoopten dat die met het stof der jaren onleesbaar zouden worden voor al wie na hen komen zou, zodat alleen nog de zwierige glorie van hun beeltenis voor het nageslacht zou oplichten uit de duisternis van de wisselende gevechten om de macht.
Of zoals een van Rembrandts leerlingen ooit zei: ?Zijn oeuvre is zo een sprookjesachtige uitvinding en heeft zo een slimme compositie, is zo vol kracht, dat alle andere schilderijen hierbij vergeleken op speelkaarten lijken.?

Archief

opinie.deredactie.be: Bekentenissen van een regent

24 augustus 2010
Bekentenissen van een regent
18 / 08 / 2010
http://opinie.deredactie.be/2010/08/18/bekentenissen-van-een-regent/

Hoe is men in Nederland gekomen tot het huidige politieke klimaat, waarin een minderheidsregering van VVD en CDA in de maak is, met de gedoogsteun van de uiterstrechtse Partij voor de Vrijheid van Geert Wilders? Dokter Jan Van Duppen, huisarts in een Nederlandse achterstandswijk, schetst in een omstandige bijdrage de contouren waarin dit mogelijk is geworden, en legt de vinger op kortzichtigheid en een gebrek aan durf van ?links?.

De puinhopen van Paars? Dat was volstrekte flauwekul, maar het sloot goed aan bij die decadentie, bij die verwende burger. Maar de belangrijkste reden van de opkomst van Fortuyn was natuurlijk toch zijn stellingname tegen de islam. Iedereen die daarover begint in Nederland en het een beetje handig aanpakt, stijgt tot grote hoogte. Dat zag je bij Fortuyn, dat zag je bij Rita Verdonk en dat zie je nu weer bij Geert Wilders. (?)
Ik weet nog goed die gemeenteraadsverkiezingen van 2002, toen we afgemaakt werden. Er was grote verslagenheid in het kabinetsberaad, iedereen zat te puzzelen hoe dit had kunnen gebeuren. Ik heb toen de analyse gemaakt dat het aan twee dingen lag: de decadentie van de welvaart, waardoor de burger geen enkel probleem meer accepteerde. En ten tweede toch de onmacht om het wel degelijk grote probleem van de immigratie aan te pakken.
Dat is onder Paars volledig blijven liggen, op de Vreemdelingenwet van Job Cohen na. Maar het was onmogelijk iets als gezinshereniging aan te pakken. Het was ook niet mogelijk om als regering uit te stralen dat wij het ook een probleem vonden, en er al het mogelijke aan wilden doen.(?) Ongelooflijk
is toch de grote tragedie van de sociaal-democratie, dat ze deze kwestie volledig hebben laten liggen.?

Een tip van de sluier

Aldus lichtte oud liberaal minister Hans Hoogervorst een tip van de regenteske sluier die Nederlands bestuurders koesteren tegen indiscrete blikken. In de Volkskrant van 14 augustus onthulde deze gewezen VVD-minister van financi?n en volksgezondheid de ontreddering binnen de Nederlandse elite die in het eerste decennium van de 21ste eeuw haar legitimiteit als zand tussen de vingers voelde verglijden.

Zelf is Hoogervorst intussen voorzitter van de AFM, Autoriteit Financi?le Markten, die naast ?De Nederlandsche Bank? toezicht houdt op de financi?le sector. Een typevoorbeeld dus van de regentenziekte die in Nederland woekert.

Regentesk bestuur

Politiek en ambtenarij vormen van hoog tot laag een nauwelijks te ontwarren kluwen van bestuurders die elkaar op alle niveaus pappen en nathouden.
Net zoals in de 18 de eeuw wanneer door Michels ?IJzeren wet van de oligarchie? de macht dermate geconcentreerd raakte in de handen van enkele families dat de Nederlandse elite uit de Gouden Eeuw verkruimelde tot goklustige beursspeculanten.
Of zoals Robert Musil het in ?De man zonder eigenschappen? formuleerde: ?Als de vader arm is, zijn de zoons dol op geld; als pa geld heeft, hebben de zoons weer de hele mensheid lief? .

De economisch hubfunctie van het land en haar handelsvloot versloften zienderogen en de zonen van de regenteske bestuurders monopoliseerden de macht tot een compleet immobilisme.

En Hoogervorst gaat deemoedig verder:

?In die sessie met het kabinet heb ik het verhaal van mijn moeder verteld. Wij zijn in de jaren zestig verhuisd naar Schalkwijk in Haarlem. Een nieuwbouwwijk van de woningbouwvereniging Sint Jozef, allemaal katholieke gezinnen met vier kinderen. Veertig jaar later woonde mijn moeder er nog steeds en was de buurt voor 80 procent allochtoon. In veertig jaar van een uniforme katholieke wijk naar een multiculturele buurt met allemaal hoofddoekjes op straat, waar je je misschien niet geweldig thuis voelt. Dat is in grote delen van Nederland gebeurd en waar het niet is gebeurd, zijn ze bang dat het gaat gebeuren. Daarom is Geert Wilders zo populair in Limburg.?

Geuzenmentaliteit

De bestuurlijke en intellectuele elite van Nederland voelt zich helemaal niet verantwoordelijk voor dit verlies aan legitimiteit.
Na het vakkundig smoren van Fortuyns succes door zijn partij in het regeringsbad te trekken, kwam de afwijzing van de Europese Grondwet in juni 2005. Het eerste referendum in 200 jaar werd een beschamende desavouering van ?s lands politieke en economische regenten. Binnen de grote steden, maar intussen vanuit heel Nederland, lieten balorige ?n brave burgers hun afschuw horen bij de stembusgang.
Regentesk beleid leidt immers tot geuzenmentaliteit.
Verraderlijk gebleken voor het Hollands establishment onder de Haagse kaasstolp verliest deze opstandige onderstroom helemaal niet aan kracht.

De Partij voor de Vrijheid van Geert Wilders haalt in 2010 na forse verkiezingssuccessen voor gemeenteraad en kamer zelfs 20 % in nieuwe landelijke peilingen.

Geen moord op Fortuyn, geen ruzi?nde ondergang van zijn volgelingen in de regering, geen inspanningen van Majesteit en Hof, van kerken, burgemeesters noch ministers, geen opbeurende of dreigende taal, geen hel- en duivelbezweringen van linkse bobo?s op radio en tv, geen wereldwijde bankencrisis, geen slepende economische recessie, geen woeste voetbalfinale lijkt het ressentiment en de rancuneuze onderstroom in Nederland te kunnen keren.

Wrokkig kwelwater kan dijken doen drijven.

Hoop op vaderlandse trots voor een wereldkampioenschap voetbal in Nederland en Belgi? in 2018 bleek ijdel bij het recente bezoek van de FIFA delegatie. Zelfs een kostprijs van 9 Euro per Nederlander en 33 Euro per domme Belg, kon het tij niet keren wegens gemor over de belastingvoordelen en filevrije Blatterbanen.

Geert Wilders als feitelijke MP

En toch probeert ?s lands adel van geest en geld nog steeds die onderstroom belachelijk te maken, te negeren, te marginaliseren, te demoniseren.

Maar er is meer.

Geert Wilders (Venlo, Limburg) werd in 2004 uit de liberale VVD Kamerfractie gezet omwille van zijn rechtse en anti-islam standpunten. Hij trapte echter niet in de val van Fortuyns partij. Zijn PVV blijft een eenmanspartij onder zijn unieke leiding. Hij bleef met een geweldige neus voor publiciteit te keer gaan over de verloedering van de volkswijken door immigratie – vooral uit moslimculturen – die maar niet ge?ntegreerd raakt. Buitenlandse terreur en binnenlandse spanningen met vooral jongeren die zich beroepen op de islam zijn een constante electorale bron omdat hij volhoudend weerwoord biedt.

De rest loopt bijna vanzelf. Links gaat tekeer tegen Wilders en zijn kiezers. Liberalen en christen-democraten bieden hem een comfortabele positie van gedoogsteun aan een VVD-CDA kabinet.

En daarmee wordt Geert Wilders – 24 Kamerzetels en 4 EP leden – de feitelijke minister-president van Nederland.

VVD en CDA

Met 31 tegen 30 zetels liet de nog jonge liberale coryfee Marc Rutte op 9 juni de PvdA van Job Cohen nipt achter zich bij de Kamerverkiezingen. Hij droomt van doortastend rechts leiderschap als offici?le MP. De katholiek Maxime Verhagen ( Limburger uit Maastricht ) hoopt na de teloorgang van Balkenende zijn gehalveerde CDA (21 zetels) toch aan de bestuurlijke ruiven te houden en is dus naar pragmatisch rooms gebruik tot alles bereid.
Met z?n tweetjes streven ze naar een akkoord over 18 miljard Euro dringende bezuinigingen in de overheidsfinanci?n. Terwijl Geert Wilders hen van op de kamerzetels smeekt tot mededogen met de zwakken, zieken en misselijken.

Zo hopen ze met z?n tweetjes ( 31 + 21 = 52 + 24 = 76/150 kamerzetels) op een nieuw elan voor Nederland in de wereld terwijl Geert in New York opzichtig 11 september zal herdenken en criminele migranten het land uit wil.

Oude christen-democratische leiders zoals gewezen minister president Andries van Agt doen wanhopig moreel en ideologisch app?l op het overblijvende establishment van hun partij om Wilders dit niet te gunnen. Zij krijgen in de pers echter fors lik op stuk van de jonge meute die haar kans schoon ziet na het afserveren van de verliezende partijtop.

Wat met ?links??

De coryfee?n van PvdA (30), D66, Groenlinks (10) en SP(15) staan er vandaag verdwaasd bij en kijken er verbijsterd naar, in de stille hoop dat de gedoogregering in een slaande ruzie zal eindigen en nieuwe verkiezingen hun recht zullen doen.

Wilders zal volgens hen ten onder gaan door zijn steun aan een dergelijk asociaal kabinet.

Niets lijkt echter minder waar want ?gekke Geert? heeft goed geleerd van zijn Deense voorbeeld waar de rechtse anti-migratie Volkspartij met 14% van de stemmen al bijna 10 jaar een rechtsliberale regering gedoogt en systematisch haar programmapunten realiseert met een strenge migratie en asielregeling.

Links heeft dit nooit willen weten noch begrijpen en heeft onder het motto ?alle mensen zijn gelijk en dus moeten we iedereen helpen? er mee voor gezorgd dat de minst ge?ntegreerde gastarbeiders, asielzoekers en migranten in wijken gedropt werden bij autochtone Nederlanders, vooral uit de sociaal zwakste groepen. Doorgaans waren en zijn die ?nieuwkomers? niet ge?nteresseerd om zich te integreren. De eigen familie investeerde vaak in hun avontuur in de hoop op een flinke return. Hun culturele, sociale en religieuze referentiekader blijft het oude thuisland dat wel pap lust van de geldstroom, al dan niet uit vervangingsinkomens en uitkeringen.

Na zijn essay ? Het multiculturele drama? uit 2000 in NRC Handelsblad publiceerde Paul Scheffer in 2007 ?Het land van aankomst? met een gedegen analyse van die migratieproblematiek in Nederland.

Het multiculturele drama?

Misschien kan een strikte toepassing van artikel 1 van de Nederlandse Grondwet soelaas bieden, ook voor ?links?; ?Allen die zich in Nederland bevinden , worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.?

Het mantra ?meer faciliteren om te integreren? is na drie generaties behoorlijk ijdel gebleken. Bij gelijke behandeling in gelijke gevallen zullen autochtonen en ge?ntegreerde allochtonen zich niet langer geschoffeerd en gediscrimineerd voelen. Zo kan de onderstroom wellicht nog keren en kunnen nieuwe politieke en economische leiders legitimiteit winnen.

Al zal de nieuwe rechtse regering dan wel een nadrukkelijk einde moeten maken aan de stuitende graaicultuur van bestuurders. En dat lijkt niet echt een prioriteit.

Bij banken – ook na de redding met belastinggeld – maar ook bij pensioenfondsen, in de zorg en het onderwijs blijken vele directeuren en commissarissen nog verknocht aan forse bonussen en exorbitante ontslagvergoedingen.

..en de ontregeling van Nederland

Amin Maalouf merkt in ? De ontregeling van de wereld? op:

?In elke menselijke samenleving zorgt het ontbreken van legitimiteit voor een vorm van gewichtsloosheid die een ontwrichtende uitwerking op ieders doen en laten heeft. Wanneer geen enkel gezag, geen enkele instelling, geen enkele vooraanstaande figuur kan bogen op een werkelijke morele geloofwaardigheid, wanneer de mensen beginnen te geloven dat de wereld een jungle is waar de wet van de sterkste regeert en waar elke uithaal is toegestaan, komen we onvermijdelijk terecht in een spiraal van bloedig geweld, tirannie en chaos.? (152)

Deze week werd bekend dat twaalf Nederlandse pensioenfondsen de uitkeringen van 170.000 gepensioneerden per januari 2011 zullen korten met 1 tot 14% wegens hun slechte financi?le situatie. De erg lage rente en de financi?le crisis brachten de fondsen in problemen. Ruim 500.000 aangesloten premiebetalers zien ook een deel van hun gespaarde pensioengeld verdwijnen.

Jan Van Duppen

(Jan Van Duppen is huisarts in Rotterdam en voormalig parlementslid voor SP.A)

Archief

Amin Maalouf, De ontregeling van de wereld – De Geus 2010

23 augustus 2010

Amin Maalouf, De ontregeling van de wereld – De Geus 2010

Amin Maalouf is een erudiete Libanees-Franse journalist die reeds menig boeiend boek op zijn naam heeft staan. Steeds spelen zij op de grens tussen de Arabische wereld van het Midden Oosten en de Westerse christelijk ge?nspireerde cultuur.
Hij is daarvoor als Libanees in Frankrijk dan ook goed geplaatst. Hij beseft in zijn ?Ontregeling van de wereld? zeer goed welke tegenstellingen
ontregelend werken en weet die ook scherp te analyseren, maar hij doet dit vanuit een erg idealistische hoop wat nooit zoden aan de dijk heeft gezet om historische overstromingen te keren. En dat moet hij weten, omdat hij de eindeloze burgeroorlog ellende van Libanon zelf is ontvlucht.

29.
Mijn achterliggende gedachte is namelijk dat deze twee eerbiedwaardige beschavingen (Amerikanen en Arabieren) hun grenzen hebben bereikt; dat
hun onderhuidse spanningen het enige zijn wat ze de wereld nog te bieden hebben, met alle vernietigende gevolgen van dien; dat ze moreel gezien
failliet zijn, zoals overigens geldt voor alle afzonderlijke beschavingen die de mensen nog in groepen opdelen; en dat het moment is aangebroken om hen
te overstijgen. Ofwel we zullen er in deze eeuw in slagen om een gemeenschappelijke beschaving tot stand te brengen, waarmee iedereen
zich kan identificeren, waarvan dezelfde universele waarden het cement vormen, die wordt voortgedreven door een sterk geloof in de menselijke
onderneming en die wordt verrijkt door onze culturele diversiteit in al haar vormen; ofwel we gaan met z’n allen ten onder in een gezamenlijke
barbaarsheid.
Wat ik de Arabische wereld vandaag de dag verwijt, is haar gebrek aan moreel bewustzijn; wat ik het Westen verwijt, is de neiging om zijn moreel
besef aan te wenden als een middel om te overheersen.

Ik vermoed dat het zinvoller is de aan de gang zijnde ontreddering – ik bedoel niet de klimatologische ellende van extremen maar de economische,
politieke en culturele ontregeling die behoorlijke andere tijden zullen baren – te benaderen als een omwenteling in de machtsverhoudingen ipv idealen van
mensen van goede wil. Het heeft iets van de communistische heilsboodschap – waar hij zich elders tegen verzet – zoals Maalouf probeert harmonie te
regisseren in een ontregelde wereld.

33.
Het staat buiten kijf dat het Westen de mensheid veel heeft gebracht, meer dan welke andere beschaving ook. Sinds het Atheense ‘wonder’
twee?nhalfduizend jaar geleden, en vooral tijdens de afgelopen zes eeuwen is er niet ??n gebied op het vlak van kennis, schepping, productie of
maatschappelijke organisatie dat niet het stempel draagt van Europa en zijn Noord-Amerikaanse extensie. In positief en in negatief opzicht. (...) Zelfs de
mensen die zich tegen de invloed van het Westen verzetten, doen dat in eerste instantie met de materi?le of intellectuele middelen die het Westen zelf
heeft uitgevonden en in de rest van de wereld verspreid.
37.
Het Westen heeft gewonnen, het heeft zijn model opgelegd; maar juist door te winnen heeft het verloren. (...) Niet omdat zijn beschaving
door die van de anderen wordt ingehaald, maar omdat die anderen zijn beschaving hebben overgenomen, waardoor het datgene is kwijtgeraakt
waaraan het tot nu toe zijn eigenheid en zijn superioriteit ontleende.
(...) Ten slotte beleefden de westerse naties, zonder dat te beseffen, hun gouden eeuw toen ze de enige waren met een goed draaiend economisch
stelsel; in het wereldwijde concurrentieklimaat dat door hun eigen toedoen om hen heen is ontstaan, lijken ze gedoemd te zijn om complete delen van
hun economie – bijna de hele productiesector en een steeds groter deel van de dienstensector af te stoten.
50.
Omdat ik het in Libanon en elders heb meegemaakt, kan ik verklaren dat het communautarisme geenszins bevorderlijk is voor de ontwikkeling
van de democratie – en dan druk ik me nog voorzichtig uit.
Het communautarisme is de ontkenning van het principe van burgerschap zelf, en op zo’n basis kan men geen beschaafd politiek stelsel bouwen. Zo
essentieel als het is om rekening te houden met de verschillende componenten van een natie, maar dan op een subtiele, soepele en impliciete
wijze, zodat elke burger zich er vertegenwoordigd voelt, zo fnuikend en zelfs vernietigend is het om een quotasysteem in te stellen, waardoor het land
blijvend in rivaliserende stammen wordt verdeeld.
Dat de grote Amerikaanse democratie het Irakese volk zo’n giftig geschenk als de bevestiging van het communautarisme heeft gegeven, is een
regelrechte schande. Als men dat uit onwetendheid heeft gedaan, is het bedroevend; als men het uit cynische berekening heeft gedaan, is het
misdadig.

Amin Maalouf ziet in ‘De ontregeling van de wereld’ een mogelijkheid voor immigranten in het westen als mogelijke ?go
between? tussen de islamlanden en culturen en westerse democratie?n. Het lijkt me wat simpel en al te hoopvol wanneer het in
die zin zou gedirigeerd worden door de immigratielanden en – culturen.
Hij fileert vakkundig de op- en ondergang van het pan Arabisch nationalisme van Nasser en zijn volgelingen en legt de hedendaagse
wanhoop in het Midden Oosten bloot.
Hij hoopt erop dat de Westerse landen eindelijke eens de universele mensenrechten van gelijkheid, vrijheid en broederschap zullen
opleggen en respecteren elders in de wereld.
Dat kan in zijn ogen een mooi voorbeeld vormen voor landen waar diezelfde universele waarden genegeerd of geterroriseerd worden.
Maalouf hoopt dat op die manier de Arabische volkeren van het Midden Oosten opnieuw naar een wereld van hoop op beterschap en
een toekomst van zelfrespect kunnen evolueren.

137.
Ze hebben het gevoel dat alles wat met hun identiteit samenhangt, wordt verafschuwd en geminacht door de rest van de wereld; en wat nog erger is:
iets in hen zegt hun dat die afschuw en die minachting niet helemaal onterecht zijn. Die dubbele haat – jegens de wereld en jegens zichzelf – verklaart grotendeels de verwoestende en su?cidale acties die het begin van de eenentwintigste eeuw kenmerken.

Amin Maalouf onderzoekt ook een interessante piste van verschil tussen de islamitische religieuze traditie van diversiteit en die van het
katholieke centrale gezag waarbij eens een beslissing genomen, die universeel geldend was voor de hele katholieke wereld. Al schat hij dit
fenomeen veel te optimistisch in. Maalouf ziet in het katholieke universaliteitsmonopolie een machtig pluspunt in vergelijking met het ontbreken van
een effectief centraal moreel en cultureel gezag in de islam. Bij de protestanten was die universaliteit minstens even zoek, wat niet belet heeft dat die landen en culturen enorme ontwikkelingen hebben doorgemaakt, los van het gezag van de Roomse Paus.

Het falen van links.

Links heeft ook in de westerse landen gelogen en bedrogen, en gehoopt op die manier de zogenaamde progressieve institutionele belangen veilig te stellen. Dat heeft geleid tot een gruwelijk verlies van vertrouwen bij de bevolking en het huidige failliet van ‘linkse pleidooien voor een maakbare, solidaire samenleving’. Niet alleen in Rusland, Oost-Europa maar ook in Itali?, Frankrijk, Duitsland, Nederland, Belgi?, en wat nog volgt.
Vertrouwen vertrekt te paard en komt te voet.
Het falen van de rigiede planeconomie en het maakbaarheidsideaal tegenover de chaotische, dynamische en flexibele markteconomie was even schrikbarend
als de ‘Potemkindorpen’ waarmee de goegemeente nationaal en internationaal voor de gek gehouden werd.
Ook op het vlak van vervuiling van mens en milieu was de geplande ellende uitzichtloos. De desintegratie van een gewezen supermacht als de Russische Federatie leidt ertoe dat deze vandaag niet eens haar bossen en taiga kan beheren, haar eens zo machtige militaire bases, munitieopslagplaatsen en nucleaire infrastructuur, laat staan haar dorpen en steden kan beschermen tegen het vuur. (Une ?tincelle peut mettre le feu ? toute la plaine* (Mao – 5 janvier 1930)
De desintegratie van de Verenigde Staten van Amerika leidt ertoe dat de deelstaatregeringen niet eens meer in staat zijn wegen, riolering, watervoorziening, elektriciteitsnet, scholen en andere noodzakelijke openbare voorzieningen op peil te houden. ‘E pluribus unum’ bestaat daar enkel nog als slogan bij de gratie van de Chinese economische machtsfactoren.
Tegen het einde van de naoorlogse wederopbouw in West Europa werden de oude tanende industrie?n kunstmatig overeind gehouden met gemeenschapsgeld en goedkope import van ‘gastarbeiders’.
De zo geprezen marktwerking werd overboord gegooid door goedkope marktvervalsing.
Extreem- en later ook groenlinks ? niet alleen de mao?sten ? hebben met brio het perfide trucje geprobeerd om de ‘meest uitgebuite klasse’ de ‘meest revolutionaire eigenschappen’ toe te dichten. En wie was er meer uitgebuit en onderdrukt, wie was er eenzaam ver van huis en leed onder kou en regen en vreemde, vieze polderculturen in West Europa?
We speelden op mimetisch solidariteitsresentiment waar de betrokken doelgroep ietwat verbijsterd een heel ander referentiekader bleek te hanteren.
Nog later werd het de tweede, derde en vierde generatie die ideologisch gepapt moest worden en nagehouden. In Belgi? tot en met PvdA+ waar het kruisje al snel stond voor de Arabisch Europese Liga = Resist!
Edoch, niets van dat alles werd hun deel.
Links heeft dit nooit willen weten noch begrijpen. Onder het motto ?alle mensen zijn gelijk en dus moeten we iedereen helpen? heeft links er mee voor gezorgd dat de minst ge?ntegreerde gastarbeiders, asielzoekers en migranten in wijken gedropt werden bij autochtone Nederlanders, vooral uit de sociaal zwakste groepen.
Doorgaans waren en zijn die migranten hoegenaamd niet ge?nteresseerd om zich te integreren, integendeel zelfs. Hun culturele, sociale en religieuze referentiekader bleef het oude thuisland dat wel pap lustte van de geldstroom, al dan niet uit vervangingsinkomens en uitkeringen.
De redenen van hun komst waren bijna uitsluitend economisch: de familie investeerde in hun avontuur in de hoop op een flinke return. Paul Scheffer maakte in ?Het land van aankomst? een gedegen analyse van de migratieproblematiek in Nederland. Nadien fileerde Wim Van Rooy ?De malaise van de multiculturaliteit?.

Kan je dat oplossen?
Ja, op ??n voorwaarde, dat de mensen die hier zijn, bereid zijn om actief aan die oplossing mee te werken door zich te integreren. Het mantra ?meer faciliteren om te integreren? mag na drie generaties best wel ophouden. In die zin zijn de strenge Deense immigratie- en integratieregels helemaal niet zo gek. En de autochtonen en ge?ntegreerde allochtonen voelen zich niet langer geschoffeerd en gediscrimineerd.
De EU moet verder naar een sociaal-democratisch Rijnlandmodel waar de overheid zorgt voor de contouren van een sociale economie en voor de grenzen waarbinnen een kapitalistische vrije markteconomie functioneert. Sociale economie betekent in deze context dat alle sectoren die belangrijk zijn voor het functioneren van de maatschappij door de overheid moeten gegarandeerd worden. Dat gaat van onderwijs over transport, over gezondheidszorg, pensioenen
en ook over de spaarbanken. De rest kan je overlaten aan de vrije markt, onder stevige financi?le en kwaliteitscontrole.
Een belangrijk verschil tussen de VS en de EU zit bovendien in de houding tussen religies en de openbare ruimte.
De VS opteert – ook nu met Obama’s steun aan een moskee-mall in Manhattan- voor een naast elkaar bespelen van de openbare ruimte en de staatsinstellingen (Iftar op het Witte Huis). Zij hopen op die manier de religieuze leiders te winnen voor steun aan hun beleid (ook dat is in hun ogen ‘E pluribus Unum’) en dus ook hun respectievelijke kudden.
In Continentaal Europa – behoudens Nederland – neigde men meer naar de Franse traditie om de religieuze belijdenis te bannen uit de openbare ruimte, overheidsorganen en te beperken tot het priv?-leven. Al was men daar eerder coulant in, zolang de betrokken godsdienst de offici?le scheiding tussen kerk en
staat publiekelijk erkende en accepteerde.
Dat is overigens de enige manier om tegemoet te komen aan de minstens even belangrijke rechten van niet gelovigen, ongelovigen, andersgelovigen en alle kinderen van die mindere goden.

Was dit alles laf van links?
Was dit alles een gevolg van de abstinentie van de intellectuelen?
Ik denk eerder dat de huidige ernstige problematiek – maak je overigens geen enkele illusie over een tanen van Wilders – op het conto moet geschreven worden van de maatschappelijke elite – adel van geld en geest – die minstens wist maar nooit heeft willen luisteren naar de drama’s die zich afspeelden wanneer volkswijken tot halve steden werden omgevormd tot culturele en religieuze getto’s.
Laat staan dat ze er iets aan wensten te doen in hun haastige spoed naar privatisering, premies en bonussen.
Teveel leden van de intellectuele elite van het land weigerden zichzelf te bevragen over de stand van het land. Of ze durfden niet voor hun twijfels uitkomen.
Dat was duidelijk een vorm van lafheid, intellectuelen onwaardig.

152.
In elke menselijke samenleving zorgt het ontbreken van legitimiteit voor een vorm van gewichtsloosheid die een ontwrichtende uitwerking op ieders doen
en laten heeft. Wanneer geen enkel gezag, geen enkele instelling, geen enkele vooraanstaande figuur kan bogen op een werkelijke morele geloofwaardigheid, wanneer de mensen beginnen te geloven dat de wereld een jungle is waar de wet van de sterkste regeert en waar elke uithaal is toegestaan, komen we onvermijdelijk terecht in een spiraal van bloedig geweld, tirannie en chaos.

Westerse machten en culturen hebben steevast hun economische belangen gekoppeld aan de culturele en religieuze expansiemogelijkheden: met zwaard en kruis. Ook vandaag heb je het eindeloze gezeur over mensenrechten, gelijkheid, vrijheid en broederlijkheid waaronder allerlei economische belangen verborgen zitten.
Het gevolg hiervan is een razende toename van de overbevolking, afschuw tov westerse democratische waarden en vooralsnog geen antwoord op de Chinese concurrenten.
Als Hillary Clinton op hilarische wijze tekeer gaat over mensenrechten in China, lig je in een deuk want 3/4 van haar eigen land is in handen van datzelfde China!

175.
Een belangrijk les die we van de afgelopen eeuw kunnen leren, is dat ideologie?n van voorbijgaande aard zijn, en dat godsdiensten blijven.
Overigens niet zozeer de daarbij behorende geloofsovertuigingen, als wel de geloofsidentiteit; maar die laatste is het fundament voor de eerste.
Wat godsdiensten praktisch gezien onverwoestbaar maakt, is dat ze hun volgelingen een bestendig ankerpunt voor hun identiteit bieden. In
verschillende fasen van de geschiedenis leek het alsof andere bindende factoren, zoals de klasse of de natie, de overhand hadden. Maar tot nu toe
heeft de religie altijd het laatste woord gehad. We dachten dat we de religie uit de publieke sfeer konden verjagen en binnen de grenzen van de zuivere
godsdienstoefening konden opsluiten. Het blijkt echter moeilijk te zijn om grenzen aan het geloof te stellen, moeilijk om het te bedwingen en
onmogelijk om het uit te roeien. Degenen die de religie naar het museum van de geschiedenis wilden verbannen, zijn daar zelf voortijdig terechtgekomen.
En ondertussen is godsdienst een bloeiend, zegevierend en vaak zelfs allesoverheersend verschijnsel.

Amin Maalouf pleit niet voor de visie van de Franse Republiek om de religie te weren uit de publieke ruimte. Volgens hem is dat geen haalbaar perspectief. Zij het dat dit binnen de Chinese cultuur zonder veel moeite en succesvol wordt gerealiseerd. Zij het dat het vrijwaren van de publieke ruimte van godsdienstige spanningen kan helpen om een ruimte van respect en erkenning van elkaar te cre?ren waarbinnen het door hem zo verfoeide communitarisme – waaraan hij Libanon ten onder wist gaan – geen wortel kan schieten.

210.
Datgene waar een immigrant naar snakt, is op de eerste plaats waardigheid. Ja zelfs, om precies te zijn, culturele waardigheid.
Religie is daar een onderdeel van, en het is billijk dat gelovigen hun geloof ongestoord willen belijden. Maar het meest onvervangbare bestanddeel van
de culturele identiteit is de taal. Vaak komt het doordat zijn taal niet meer wordt gesproken, ook niet meer door hemzelf, en doordat er op zijn cultuur
wordt neergekeken, ook door hemzelf, dat een immigrant de behoefte voelt om de kenmerken van zijn geloof nadrukkelijk uit te dragen. Alles zet hem
daartoe aan – de algehele sfeer, de daden van de radicale activisten en ook de handelwijze van de opvanglanden waar de autoriteiten, die alleen maar
letten op de religieuze identiteit van de immigranten, vergeten rekening te houden met hun behoefte aan culturele erkenning.

Naar mijn ervaring is Maaloufs pleidooi hier voor culturele en religieuze erkenning van migranten als verrijking voor de immigratielanden, als versterking van de uitwisseling met de emigratielanden inclusief als verspreidingsfactor van de universele rechten van de mens een behoorlijk wanhopig verhaal.
Dat deze hoop ijdel is gebleken zal intussen wel duidelijk zijn.
Dat de offici?le standpunten van westerse immigratielanden over kleurrijke multiculturaliteit intussen reeds lang gepasseerde en tot ru?nes vervallen bruggen bleken, is niet meer te weerleggen.
In die zin begrijp ik steeds beter de huidige Chinese houding: handel en wandel tot wederzijds voordeel en geen inmenging in binnenlandse aangelegenheden.
Alle mao?stische partijen die ze ooit financieel of anderszins ondersteunden bleken niet van de grond te komen, tot sektes te verworden dan wel geheel politiek en moreel kierewiet wegens de linkse leiders zot van glorie en van zichzelf. In Nederland bleek de CCP zelfs een quasi eenmanspartij van de geheime dienst te steunen en financieren.
In tegenstelling tot de westerse cultuur heeft de Chinese cultuur een dermate sterk zelfbeeld (Rijk van het Midden) dat zij – ook de voorbije eeuw wegens de stellige zekerheid dat die dip slechts een tijdelijke vergissing van de geschiedenis zal blijken te zijn, wat ze nu ferm bevestigd zien – de rest van de wereld hun genereuze steun en vredelievende aanwezigheid gunnen.
Of die landen nu islamitisch, christelijk, hindoe, sjamanistisch, boedhistisch of welk geloof al niet hanteren maakt hen verder geen zak uit.
Of die machthebbers hun bevolking via al dan niet getrapte of doortrapte verkiezingen, hokus pokus, geheime diensten, terreur of consumptiecinema manipuleren laat hen volkomen koud.
Dat is in hun denken de zaak van die bevolking, en als die daar problemen mee heeft zal die bevolking dat wel zelf oplossen, daar hebben ze geen steun van de Chinese Communistische Partij voor nodig.
Het gevolg is dat zij hun handel en wandel aan een razend tempo de wereld rondsturen, zoals nooit tevoren ergens gebeurd is, behoudens de Hollanders in de Gouden Eeuw toen 85% van alle schepen op de zeven wereldzee?n onder hun vlag voeren.
Chinezen eisen geen conformiteit in staatssystemen, religies, culturele opvattingen en wat dies meer van andere naties, volkeren of gemeenschappen. Zij verspreiden alleen de gastronomische kunsten van de Chinese keukens. Zij beschouwen zichzelf als de grootste, de machtigste, de oudste ( of toch bijna en anders moet je dat maar geloven) de sterkte, de veiligste, de mooiste cultuur ter wereld.
Meer nog, dat weten ze wel zeker en dus kunnen ze geen reden bedenken waarom alle anderen daar niet zouden van willen leren.
Maar dat mogen die anderen dan zelf doen, als ze daar aan toe zijn, zin in hebben en offers voor willen brengen.
Het resultaat is dat de halve wereld de VSA verafschuwt, de EU niet of nauwelijks kan begrijpen en verbijsterd naar de Chinese Volksrepubliek zit te staren, dan wel probeert daar een poot aan de grond te krijgen.
In de grote Westerse traditie van het zwaard en het kruis om de rest van de wereld te ?beschaven? werden allerlei morele hoogstaande waarden gehanteerd zoals: ?wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet? en meer van dat fraais waarmee de kolonisatoren het zelf niet al te nauw namen tegenover de gekoloniseerden.
De Chinese traditie bleek er meer een van ?met gelijke munt betalen?. Dat wordt geformuleerd als ?tot wederzijds voordeel?. Wie niet bereid is om in die samenwerking mee te gaan, hoeft verder niet aan te dringen, noch met morele of ethische verhalen, noch met militaire dreiging.
Het Chinese voorbeeld lijkt in die zin ook een voorbeeld voor de EU en haar internationale economische, politieke en culturele aspiraties.

De ontregeling

Archief

Roberto Saviano, De schoonheid van de hel. uitg Lebowski 2009.

12 augustus 2010

Roberto Saviano, De schoonheid van de hel. uitg Lebowski 2009.

Roberto Saviano schreef met ?Gomorra? een meesterlijke reportage over de Napolitaanse maffia en haar tentakels tot ver buiten Itali?.
Het boek werd verfilmd en als theaterstuk opgevoerd.
In ?De schoonheid en de hel? worden stukjes gebundeld die hij schreef tussen 2004 en 2009.
Hier en daar blijken mooie en indringende bedenkingen bovendrijven, maar het geheel mist samenhang en soms zelfs relevantie.
Erger is het wanneer blijkt dat Saviano er nauwelijks in slaagt om afstand te nemen van zijn onderwerp. Door zijn aanklacht in Gomorra en de permanente anti maffia bescherming die hij om zich heeft, blijkt zijn leef- en denkwereld op een verschrikkelijke wijze vernauwd. Zijn herhaalde pogingen om eruit te ontsnappen worden bemoeilijkt door zijn eigen gebrek aan afstand.
Hij schrijft vaak als een woedende jonge man en lijkt onvoldoende inzicht te krijgen op de noodzaak aan indirecte actie, omtrekkende bewegingen, doortimmerde strategie?n in de strijd tegen de maffia praktijken , ook in het overheidsapparaat en de regering van Berlusconi.
Hij laat zich ook leiden door filmbeelden zoals die van Vittorio De Seta in ?Lettere dal Sahara? uit 2006 waarin deze volgens hem op een indringende manier de eerste levensbehoeften zoals honger kan laten uitkomen.
?De enige angst die je moet hebben is die om bang te zijn? citeert een carabinieri kolonel die voor zijn beveiliging instaat de Amerikaanse president Roosevelt.
Saviano heeft in ?De schoonheid en de hel? een aantal opmerkelijke observaties bijeen gebracht.
Daarnaast blijft hij worstelen met de vraag wat nu?
Hij kan het niet aanzien dat in het noorden van Itali? gedaan wordt alsof de maffia iets van het achterlijke zuiden is, terwijl het hoofdkwartier reeds in Parma en Toscane opereert, Milaan infiltreert en verder in heel Noord Europa en Brussel actief is.
De link met de Chinese maffia organisaties is inmiddels erg vruchtbaar gebleken maar ongetwijfeld een achilleshiel voor de toekomst. Chinese triades zijn erger en gevaarlijker dan de Italiaanse maffiosi en door hun acties op een veel hoger niveau te tillen maken ze slapende honden op EU vlak wakker, waardoor de aandacht van de Commissie, het parlement en de Noord Europese regeringen op de maffiapraktijken gevestigd worden.
Daarin zullen de Italiaanse maffiafamilies wellicht hun hand overspelen en gemalen worden tussen de EU-reactie en hun Chinese vrienden.

149.
Het zou mooi zijn als we aan alle katholieken in Itali? konden vragen niet te geloven in mensen die zonodig debatten moeten winnen zonder dat ze ook maar iets concreets hoeven te laten zien, maar waarvoor ze alleen partij hoeven te trekken. Zoals gewoonlijk waren de Italianen niet in staat zich in andermans verdriet in te leven: het verdriet van een vader. Het verdriet van een familie. Het ‘verdriet’ van een vrouw die al jaren in een permanente vegetatieve toestand verkeerde en die aan haar vader haar wil te kennen had gegeven. En mensen die haar niet eens kenden, die Beppino niet kennen, trekken nu die wil in twijfel. Er was nauwelijks tot geen respect voor haar rechten. Ook wanneer een bepaald recht niet overeenstemt met je eigen morele overtuiging, mag iemand nog steeds zelf beslissen of hij het uitoefent of niet. Daar is het een recht voor. Dat is de essentie van democratie. Ik begrijp wel dat mensen een ander in een bepaalde richting willen duwen of ervan willen overtuigen geen gebruik te maken van hun recht, maar ik begrijp niet dat je het recht zelf ontkent. Itali? heeft zich voor de hele wereld te kijk gezet door de zoveelste tragedie uit te buiten. En op hun beurt hebben een hoop politici het drama Englaro gebruikt om steun te verkrijgen en de publieke opinie af te leiden van de crisis waarin het land verkeert en die het lam heeft gelegd. Een crisis die de gelegenheid biedt dat met illegaal verkregen kapitaal banken worden opgeslokt, die de lonen heeft bevroren en waaruit geen uitweg meer lijkt te zijn,maar dat is een ander verhaal.

Lees verder »

Archief

Ismail Kadare, Het ongeluk – uitg. Van Gennep 2008

10 augustus 2010

Ismail Kadare, Het ongeluk – uitg. Van Gennep 2008

Ismail Kadare was jarenlang de kritische schrijver uit de communistische vuurbaken voor Europa, Albani?, die er toch steeds weer in leek te slagen
om de toorn van partijchef Enver Hoxha en zijn hofhouding te ontwijken.
Ik heb het lang moeilijk gehad met Kadare. Want ook ik heb ooit Shqip?ris? bereisd toen Shoku Enver Hoxha daar de Partij van de Arbeid
met vaste hand steevast leidde naar de uitzichtloze reeksen overwinningen op alles en iedereen.
Niet in het minst op de Albanezen zelf, die later ten prooi vielen aan de fijnste technieken van ?geen gezeik, iedereen rijk? zoals het kapitalisme daar huis hield
in de geesten en de handelingen van de mensen.
Kadare heeft zich lang bewogen op de nauwe jongleer-grens van een hofnar van het regime.

Ook met ?Het ongeluk? laat hij na al die jaren zien dat hij meer in zich had en heeft, dan een literaire hofnar. En dat siert hem.
?Het ongeluk leest? als een epische roman die de mythische wijsheden van de pre Homerische oudheid tot vandaag laat oplichten, niet alleen op de Balkan waar mensen in Joegoslavi? en Albani? door een ware hel gedreven en gelokt werdenl, de Hades waar Orpheus zijn Eurydice trachtte weer te vinden en naar de levende wereld te begeleiden.
Hij deed in zijn eentje wellicht meer voor de Albanese taal en letterkunde dan vele taalgenoten samen, mede door zijn netwerk in Parijs.
Hij is een van de weinigen die in Europa de nieuwe bijklank van epitheta als Kosovaar of Albanees weet te keren.
Voor het eerst schreef hij met ?Het ongeluk? een boek in de moderne westerse traditie van misdaadverhalen.
Zij het dat Kadare de verhaallijn weet op te tillen tot een klassiek mythologisch niveau, dat van het verbod op de achterwaartse blik, Orfeus en Euridice.

Twee mensen kussen elkaar in een taxi die verongelukt en alleen de chauffeur weet het na te vertellen, al is niet duidelijk wat hij precies weet na te vertellen.

?Het ongeluk? speelt zich af tegen de recente Balkangeschiedenis van het laatste decennium en laat de lezer mee zoeken en twijfelen, aarzelen en verzinnen
om finaal de blijvende vragen in het hoofd te houden.
Tenslotte gaat dit schitterend ongeluk al millennia over een essentieel onveranderde problematiek van hoe mensen met elkaar omgaan en van elkaar een beeld koesteren.
En dat blijft altijd boeiende actualiteit, zeker wanneer het nog eens knap geschreven is.

25. Overal op de wereld staat het tumult waarmee een gebeurtenis zich aan de oppervlakte manifesteert in schril contrast met de stilte die in de diepte heerst,
maar nergens is deze tegenstelling zo groot als op de Balkan.
De wind huilde rond de bergtoppen en joeg door het geboomte en struikgewas, zodat het schiereiland volslagen krankzinnig leek te zijn geworden.
Toch kon ook wat zich afspeelde in de diepte, in de wereld van gefluisterde geruchten en geheime onderzoekingen, worden beschouwd als een vorm van pure waanzin,
misschien nog vele malen erger dan wat er aan de oppervlakte waarneembaar was.

33. Toen, aldus de onbekende onderzoeker, begon de erkentelijkheid van de Servi?rs ten opzichte van hun beschermers onverwacht weg te ebben,
maar dat gold ook voor de wrok die zij tegen hun aanvallers koesterden en die volgens de op de Balkan geldende riten nog eeuwenlang had kunnen
voortleven. De nieuwe geopolitieke situatie op het schiereiland, het Stabiliteitspact, het feit dat de stijfkoppige staten, ooit elkaars vriend of vijand,
nu voor de deur van Europa stonden te wachten om gezamenlijk tot de droomfamilie van de EU toe te treden – al die factoren hadden geleid tot iets

wat tot dusver ondenkbaar had geleken: terwijl men kort tevoren nog vervuld was van wanhoop en razernij, en had gezworen zich te zullen wreken,
werd er nu eerder met verwondering dan met wraakgevoelens op de recente gebeurtenissen teruggekeken.
Wat minder snel in de vergetelheid raakte, waren enkele hardnekkige geruchten. Zo werd beweerd dat niemand minder dan Moeder
Theresa er met klem op had aangedrongen dat Joegoslavi? zou worden gebombardeerd, ja, ze zou midden in de nacht zelfs met de Amerikaanse
president hebben getelefoneerd: ‘Mijn zoon, doe iets voor mijn Albanese volk en straf Servi?.’ Over de president die deze straf had moeten
uitvoeren, zou naderhand in de caf?s nog lang worden gezongen:
Breng Servi? snel ten val, 0 beste Bil,
Zoals mevrouw X onlangs adviseerde …
Want Servi? voegt zich eerder naar jouw wil
Dan Monica, met wie je schuinsmarcheerde.

94. Rovena deed geen enkele moeite om te begrijpen wat hij bedoelde.
Misschien lucht het hem op als hij zo praat, dacht ze. Volgens hem bevonden zij zich op dit moment allebei in een overgangsperiode.
Daarna zou het licht van hun liefde uitdoven, net als de laatste zonnestralen aan het einde van de dag. Op dat punt begon de negatieve tijd.
Daar golden andere wetten, maar de mensen waren niet bereid dat te erkennen. Ze gingen met die wetten de strijd aan terwijl ze elkaar
onder geweeklaag en gejammer de verschrikkelijkste dingen aandeden, totdat de dag kwam waarop ze tot hun afgrijzen moesten inzien
dat hun liefde tot stof was vervallen.
Praat maar, dacht ze. Zorg vooral dat je de draad niet kwijtraakt.
Dan was het natuurlijk te laat. En dat wilde hij haar besparen. Zodat zij niet samen die schemerzone binnen hoefden te treden.
Orpheus’ afdaling in de onderwereld om Eurydice op te halen moest misschien op een heel andere manier worden ge?nterpreteerd.
De dode – dat was niet Eurydice, maar de liefde. Blijkbaar had Orpheus in zijn poging om haar terug te halen een vergissing begaan,
misschien was hij te ongeduldig geweest en had hij haar daarom weer verloren.
Maar zei jij niet een keer dat de liefde een probleem heeft met zichzelf, dacht ze. Want zoals hij een tijd geleden aan haar vertelde,
waren er op deze wereld twee dingen die men op grond van hun eigen wezen in twijfel kon trekken: de liefde en God.
Als derde was er de dood, maar zoals iedereen wist kon een mens die alleen waarnemen bij een ander.

Archief

Inca?s, Capac Hucha – Wereldmuseum Rotterdam tot 14112010

9 augustus 2010

Inca?s, Capac Hucha – Wereldmuseum Rotterdam tot 14112010

?Bevroren kinderlichamen, vergezeld van schitterende voorwerpen, vertellen het verhaal over de intrigerende kosmovisie van de Inca’s. Capac Hucha was de koninklijke plicht van de Incakoning om door middel van kinderoffers grip te krijgen op de werking van de schepping en om zijn politiek gezag uit te dragen over een immens rijk. Ver voor de Inca’s dronken de Moche’s het bloed van hun eigen krijgers om overstromingen af te wenden van het aanstormende water uit de bergen. De Nasca’s snelden krijgerhoofden als metafoor voor de oogst. In Chav?n offerden mannen zich zelf met een mes om zo ??n te worden met goden en voorouders. Het onderwerp is een wereldprimeur. Het wordt in beeld gebracht met ruim 300 voorwerpen uit de eigen collectie, Europese musea en priv?collecties. Te zien zijn: mummies, keramiek, koninklijke weefsels, zilver en goud. Wilt u meer lezen over de inhoud van deze tentoonstelling.?

Het Rotterdamse Wereldmuseum is waarlijk uit zijn as verrezen. In een oud en statig pand met fenomenaal uitzicht over de Maas, haar vulvabrug en omliggende fallussen wordt in een heel nieuwe setting een reeks boeiende en soms zelfs adembenemende stukken getoond.
Maar bij de zalentoegang is het alvast eieren lopen met een merkwaardig filmpje over religies en culturen waarbij om kool en geit te sparen ingewikkelde redeneringen en pirouettes worden gedraaid. Er zou voorwaar eens een bezoekend belijder kunnen opdagen die zich geschoffeerd voelt door de commentaar op zijn of haar religie, dan wel door de nadruk op andere vormen van bijgeloof. Van de maatschappelijke, politieke en psychologische betekenis van religies is nauwelijks sprake. En dat is ondanks Marx ‘Religie is de zucht van het onderdrukte schepsel, het hart van een harteloze wereld, en de ziel van zielloze omstandigheden. Het is de opium van het volk.? Introduction to A Contribution to the Critique of Hegel?s Philosophy of Right’ uit 1844.
En dan missen we ook nog het element ‘opium voor het volk’, een techniek van machthebbers om hun macht te kunnen behouden door externe legitimatie.
De openingstentoonstelling ‘Inca?s, Capac Hucha’ is van een betere orde, zij het dat de kans zowat onbestaande is – zelfs in Rotterdam – op een nog levende belijder die zich geroepen voelt om met geweld – al dan niet verbaal – correcties aan te brengen op de interpretaties die er over de Inca -, Nazca- en Moche- cultuur gepresenteerd worden.
Ik had er nochtans een, en geen minne.
Het feest van de bloedgruwelen en mensenoffers die deze religies en culturen kenmerkte, wordt tot in de meest verfijnde vormen van menselijk lijden uit de doeken gedaan in de tentoonstelling.
Heelder verhalen over de levenskracht van het geplengde bloed en de mensenoffers om een te worden met de goden en wat al niet meer, belet blijkbaar dat er ook maar ergens een kritische noot geventileerd wordt.
Deze culturen leefden immers van en op terreur, mensenoffers, zee?n van bloed en bergen lijken. Dit soort culturen van de angst waren ten dode opgeschreven omdat hun machthebbers zich alleen op de exclusieve macht over leven en dood konden beroepen, godgegeven. Wanneer een stelletje Spaanse gelukzoekers met een paard, een haakbus, griep en de pokken aanspoelden konden deze dan ook in enkele decennia hele Indiaanse terreurbeschavingen onderuit halen. De veroveraars beleden een flexibele godsdienst en cultuur waar het lichaam en het bloed van hun mensgeworden god op symbolische wijze geofferd werd. Dat scheelde een hele slok op de borrel en leidde tot een veel dynamischere en flexibelere vorm van samenleving die een flink deel van de aardbol wist te onderwerpen.

Politici en militairen zijn nog altijd bereid zonen en dochters te offeren ter bescherming van het eigen wereldbeeld. Beeldend kunstenares Claudia Sola maakte in opdracht van het Wereldmuseum een meeslepend audiovisueel kunstwerk over wereldconflicten dat een dimensie toevoegt aan het universele fenomeen: het offeren van mensen.

Stanley Bremer (1952) is vanaf 2001 directeur van het Wereldmuseum (Rotterdam) en heeft een forse vernieuwing doorgevoerd.

En effectief na de Inca-bloedstromen of een lezing over Indianengruwelen kunnen receptietijgers zich vermeien met dito tijgerinnen en levert dit Wereldmuseum een heel nieuwe museale benadering op.
Caf?-Wijnbar en het prachtige terras aan de Maas is een topper, om van het heerlijke restaurant – met een meer dan voorkomende bediening – nog maar te zwijgen.
Het niet bloederige Inca menu en de andere gerechten zijn heerlijk, de prijzen deftig en de wijn fijn, en dat is lang niet overal zo in het Monaco aan de Maas.