Er is nog zo veel dat ongezegd is. (Rutger Kopland)

Dupslog

Archief

Umberto Eco, De begraafplaats van Praag. Uitgeverij Prometheus 2011

31 maart 2011

Umberto Eco, De begraafplaats van Praag. Uitgeverij Prometheus 2011

Het is voorwaar een hele krachttoer geweest van Umberto Eco om op een leeftijd dat anderen achter de geraniums in slaap hopen te vallen voor het tv scherm ‘De begraafplaats van Praag’ te schrijven.

Begin jaren tachtig nam ik zijn eerste succes ter hand, ‘De naam van de roos’, op een naturisten kasteelcamping in Bretagne: Koad ar Roc’h.
Was het de nabijheid van het woud van Brocéliande of die van de Ra?lianen die me toen verleidden Eco?s eerste succesverhaal in een ruk uit te lezen: met een stijve arm en de slappe lach wanneer Claude Vorilhon gehuld in witte lakens in de verte achter de boomdouches doorheen zijn kudde naakte volgelingen schreed.

Eco?s recentste turf heb ik tot mij genomen op Lanzarote waar Raël en de zijnen dik vijfentwintig jaar later nog steeds intensief werk maakten van hun toekomstbeeld dat vlijtig opgepikt werd door Michel Houellebecq in zijn ‘Mogelijkheid van een eiland’. Intussen is de Franse auteur ook nog ‘Guide Honoraire’ van de Raëlianen.

‘In de naam van de roos’ las ik aan de vooravond van mijn artsenstage in het prille Zimbabwe van de nog jonge Comrade Robert Mugabe terwijl ik koortsaanvallen doorstond van de toen nog gruwelijke tyfusvaccinaties. Geholpen door de lachkramp met Raël en de zelfgebrouwen perenchampagne en dito elixirs van de lokale grootgebruiker excuus-boer was Eco’s meesterwerk een belevenis.

‘De begraafplaats van Praag’ was dat op Lanzarote evenzeer. Het eens zo bewonderde politieke genie Mugabe teert na al die jaren nog steeds op bloed en tranen van zijn onderdanen. Raël zit intussen een stuk beter in de slappe was en beschikt nu over een degelijke – ook onroerende – infrastructuur met een voorkeur voor witte damasten futuristische kostuums, namaak vliegende schotels en alvast één gekloonde volgeling.

Eco’s ongelooflijk ingewikkelde roman maakt het de lezer niet gemakkelijk met zeer doordachte en maniëristische positiewissels en een eerste derde vol culinaire, geografische, historische en minder aangename fait divers die moeten gedegusteerd worden om te kunnen doordringen tot een toch wel fenomenale plat de résistance.
Zijn ‘Begraafplaats van Praag‘ is een minutieus gereconstrueerde geschiedenis van de tweede helft van de 19de eeuw waarin geen letter, feit, verband, naam, verhaal noch verzinsel verzonnen is door de auteur. Enkel de naam van zijn hoofdpersoon en die is bovendien ook nog eens gespleten.

Umberto Eco lezen blijft een belevenis, ook op hoge leeftijd.

83. Maar afgezien van de geneugten van koffie en chocolade: wat me de meeste bevrediging verschafte was het feit dat ik een ander leek. Dat de mensen niet wisten wie ik werkelijk was, gaf me een gevoel van superioriteit. Ik had een geheim.

91. De mensen geloven alleen hetgeen ze al weten, dat was de schoonheid van de Oervorm van de Samenzwering.

99. – Ik vertrouw mijn klanten altijd, want ik werk alleen voor eerbare mensen. – Maar als de klant u nu heeft voorgelogen?
-Dan is hij degene die zondigt, niet ik. Als ik er ook nog bij moet stilstaan dat mijn klanten wel eens zouden kunnen liegen, dan kan ik mijn beroep niet meer uitoefenen, want dat is nu eenmaal op vertrouwen gebaseerd.

114. Het document zou moeten ogen als de bijna letterlijke transcriptie van een verhaal dat afkomstig was van een betrouwbare informant, en die informant moest niet overkomen als een verklikker maar veeleer als een oude vriend van mijn grootvader die hem, grootvader, die dingen had toevertrouwd als bewijs van de grootsheid en de onoverwinnelijkheid van zijn orde.
Ik had ook graag de Joden willen opvoeren, ter nagedachtenis aan mijn grootvader, maar Sue rept er niet van en ik zag geen mogelijkheid ze aan de jezuïeten te koppelen – en daar kwam bij dat de Joden niemand in Piemonte ook maar iets konden schelen in die jaren. En overheidsagenten moet je niet overvoeren met informatie, die willen alleen heldere, eenduidige meningen, zwart of wit, goed of slecht, en die slechte, dat moet er maar ??n zijn.
Maar toch wilde ik de Joden er op een of andere manier in betrekken, en dus heb ik ze gebruikt bij de keuze van de plek waar alles zich afspeelt.

119. Zoals u begrepen zult hebben, waarde vriend, wordt de politiek vaak eerder bepaald door ons, nederige dienaars van de staat, dan door degenen die in de ogen van het volk de scepter zwaaien …

279. Medio april was een voorhoede van het regeringsleger vanuit Versailles
opgerukt naar het noordwesten, richting Neuilly, en had alle communards die het op zijn weg vond gefusilleerd. Vanaf fort Mont-Val?rien werd de Arc de Triomphe met geschut bestookt. Een paar dagen later was ik getuige van de meest ongelooflijke gebeurtenis van het beleg: het defilé van de vrijmetselaars, Ik zag de vrijmetselaars eigenlijk niet als communards, maar daar liepen ze, keurig in het gelid, met hun spandoeken en hun schootsvellen, om de regering van Versailles te vragen toe te stemmen in een staakt-het-vuren om de gewonden uit de gebombardeerde dorpen te kunnen evacueren. Ze liepen helemaal tot aan de Arc de Triomphe, waar de beschietingen voor de gelegenheid waren opgeschort, aangezien het merendeel
van hun makkers zich natuurlijk buiten de stad bij de legitimisten bevond.
Hoe het ook zij, ze hielden elkaar weliswaar de hand boven het hoofd en de vrijmetselaars van Versailles hadden weliswaar hun best gedaan om voor ??n dag een staakt-het-vuren af te dwingen, maar daar was het bij gebleven, en de vrijmetselaars van Parijs kozen meer en meer de kant van de Commune.

281. Het gerucht ging dat er om zeven uur ’s avonds al minstens twintigduizend Versaillisten in de stad waren, maar dat de leiders van de Commune zich niet lieten zien. Ergo, als je een revolutie wilt ontketenen, moet je een goede militaire opleiding
hebben genoten, maar als je die dan hebt genoten, ga je natuurlijk geen revolutie ontketenen, maar kies je de kant van de macht, en ik snap dan ook werkelijk niet dat er nog steeds mensen zijn die een revolutie ontketenen.

282. Al een eeuw lang doet de Parijzenaar niets liever dan barricades opwerpen,
en dat die vervolgens bij het eerste het beste kanonschot bezwijken, lijkt hem niet erg te deren: barricades werp je op om je een held te voelen, maar ik zou wel eens willen weten hoeveel van die helden ook werkelijk op de barricades staan als het eropaan komt. Ze doen waarschijnlijk net als ik; slechts de meest onnozelen blijven staan en worden vervolgens ter plekke neergeknald.

293. Verduiveld, die jezu?eten waren beter dan H?buterne, Lagrange en Saint Front bij elkaar; ze wisten altijd alles over iedereen, hadden geen geheime dienst nodig omdat ze er zelf een waren, ze hadden confraters over de hele wereld en volgden alles wat er werd gezegd in elke taal die hij de verwoesting van de toren van Babel was ontstaan.

295. De begraafplaats van Praag komt later, had pater Bergamaschi gezegd.
Als je explosieve informatie in één keer toedient, slaat die weliswaar in als een bom, maar zijn de mensen alles binnen de kortste keren weer vergeten, Je moet de berichten daarom mondjesmaat verstrekken, want dan zal elk nieuw bericht het voorgaande weer in herinnering roepen.

381. Het heeft geen zin naar vijanden te zoeken onder, weet ik het, de Mongolen of de Tartaren, zoals alleenheersers in het verleden dat deden. Om herkenbaar en schrikwekkend te zijn moet een vijand zich in ons eigen huis bevinden, of op de drempel ervan staan. Vandaar dat ik de Joden heb gekozen. De Goddelijke
Voorzienigheid heeft ze aan ons gegeven, laten we ze dan goddomme ook gebruiken, en laten we bidden dat er altijd Joden zullen zijn om te vrezen en te haten. Er is een vijand nodig om het volk hoop te geven. Iemand heeft ooit eens gezegd dat patriottisme het laatste toevluchtsoord is voor uitschot: wie geen morele principes heeft, schaart zich in de regel onder een vlag, en bastaarden beroepen zich altijd op de zuiverheid van hun ras. De nationale identiteit is het laatste houvast van de proletariërs. En ons identiteitsgevoel is nu eenmaal gebaseerd op haat, haat jegens degene die niet op ons lijkt.
We moeten ervoor zorgen dat haat dé drijfveer van de burger wordt. De vijand is de vriend van de volkeren. We moeten altijd iemand kunnen haten teneinde onze eigen ellende te rechtvaardigden. Haat is de oerpassie. Liefde, dat is een abnormale toestand. Daarom is Christus ook gedood: wat hij zei was tegennatuurlijk. We kunnen
niet ons hele leven van iemand houden, vanuit die onmogelijke hoop komt overspel voort, en moedermoord, het verraden van vrienden… Maar we kunnen wel iemand ons hele leven haten. Mits die er altijd is om onze haat te voeden. Haat verwarmt het hart.

395. Die jaren in Cayenne hebben een wijs man van me gemaakt, Als je een samenzweerder bent, moet je er rekening mee houden dat een mouchard je pad kan kruisen. Het is net diefje met verlos. En bovendien heeft iemand eens beweerd dat alle revolutionairen mettertijd verdedigers van troon en altaar worden.
Mij interesseren de troon en het altaar niet, maar ik denk dat de tijd van de grote idealen voorbij is. In deze zogeheten derde republiek weet je niet eens meer waar de tiran die een kopje kleiner gemaakt moet worden, zich bevindt. Maar één ding kan ik nog wel: bommen maken. En het feit dat u me komt opzoeken, betekent dat u bommen wilt, Prima, als u maar betaalt. U ziet waar ik woon. Ik neem genoegen met verandering van onderkomen en van restaurant. Wie moet ik de dood injagen? Net als alle voormalige revolutionairen ben ik te koop. Iets wat u hoogstwaarschijnlijk niet vreemd is.

 

Archief

Leonard Nolens, Zeg aan de kinderen dat wij niet deugen. Gedichten uitg. Querido 2011

31 maart 2011

Leonard Nolens, Zeg aan de kinderen dat wij niet deugen. Gedichten uitg. Querido 2011

11

Zeg aan de kinderen dat wij niet deugen.
Ons hart ondervraagt hun begin. En het klopt.
Ons verstand is een traan van Emile Cioran.
Uit die vechtende twee overkomt ons vermorzeld
Het mormel, het huilend gezicht van de toekomst.

Het moet en het zal leren lachen van ons.

Het moet ons toch danken voor kleren en melk.
En wij leren het spreken en tellen en zingen
Om ons te verstaan En wij liegen muziek
Om het ritme te slaan van het lied, van de dans
Die wijzelf niet ontspringen. Wij hinken voorop.

Blind date

Oogopslag

Toen jij me vroeg waarom ik van je hou
Heb ik het antwoord veertig jaar verzwegen.
Veertig jaar ben ik bij jou gebleven
Om geen antwoord op je vraag te geven.

Het staat in kringen om ons heen geweven

Neergeschreven. Vrienden en vreemden weten
Wat ik veertig jaar niet heb begrepen,
Wat ik veertig jaar probeer te lezen
In een oogopslag en zijn vragende blauw.

http://www.radio1.be/programmas/joos/leonard-nolens

Archief

vrt deredactie.be opinie: Geen land voor oude mensen?

26 maart 2011

Geen land voor oude mensen?
24 / 03 / 2011

?Dat onduidelijke Japan is, met de waarden waar het voor staat, helemaal vast komen te zitten, in een impasse. (?)
En Japan geloofde dat het eindeloos uitstellen van keuzes door de andere landen geaccepteerd werd. Op die manier legde het land geen rekenschap af voor zijn eigen geschiedenis en nam het ook zijn verantwoordelijkheid niet in de wereld van nu. Doordat ze meenden dat dat gebrek aan duidelijkheid op politiek niveau geoorloofd was, hebben de Japanners op economisch vlak dezelfde houding aangenomen en een economisch model omarmd waarvan ze niet goed wisten waar het toe zou leiden. Een van de gevolgen was de financi?le zeepbel van de jaren negentig. Nu moet Japan wel een duidelijk positie innemen. Door China wordt het gedwongen zijn verantwoordelijkheid te nemen tegenover de rest van Azi?. (?)
De ogen van de slachtoffers zijn op ons gevestigd. Fouten herhalen is het ergst denkbare verraad aan hun nagedachtenis.?

Kenzaburo O?, Nobelprijs literatuur 1994 (Le Monde – NRC)

Schaamte en schone schijn
De beelden blijven adembenemend, de verhalen bloedstollend, de gevolgen verwarrend. En de grootste slachtoffers waren toch zeker weer de bejaarden, de zieken, de zwaksten en de misselijken. Een enkele eenzame hond en het milieu niet te na gesproken. Alsof dat niet altijd zo was, is en zal blijven. Alsof natuurrampen en de gevolgen van kortetermijnwinsten niet steevast Sodom en Gomorra begeleiden.
Neen, het Land van de Rijzende Zon was volgens experts verstard tot een bejaardenkolonie met ei zo na een gerontocratie. De middenstand regeerde het land, beter dan ooit tevoren: een glimlachende schone schijn over schaamte en gezichtsverlies om een halve eeuw schimmige vervlechting te maskeren tussen staatsapparaat en megaconcerns van ?zaibatsu? – families en ?keiretsu? – connecties.
Met meer dan een kwart 65-plussers wordt het noorden van Japan al jaren geconfronteerd met een vlucht van jongeren naar grote steden aan de kust. En precies die werden het ergst getroffen door de aardbeving en tsunami, waar bovenop nog eens falend stralende kerncentrales en ijzige sneeuw.

Solidaire commercie zonder grenzen
Tot overmaat van ramp deden ?Artsen Zonder Grenzen? aan de westerse media dan ook nog paniekerig kond dat ze ?in het gebied al veel gevallen zagen van uitdroging en ademhalingsproblemen. Doordat het water medicijnen wegspoelde, weten veel ouderen bovendien niet meer wat ze precies aan het innemen waren.?
Waarlijk een godgeklaagd voorbeeld van rampenpaniek: bejaarden die een gruwelijke oorlog, tal van aardbevingen en natuurrampen overleefden, hun leven besteed hebben aan de wederopbouw van Japan en nu – oh wee – hun pilletjes kwijt zijn dan wel ze misschien verkeerd zouden kunnen innemen.
?Artsen zonder Grenzen? en aanverwante verslaggeving gedijt blijkbaar enkel nog bij collectieve opstoten van parano?de paniek: lekker huiveren bij horror- en rampenfilms. Deze keer in real time en ver van hier! De commercie van het solidaire leed mits bedelbrieven en straatventers kan er alleen maar wel bij varen.

Waardig oud worden
Wie nauwkeuriger de overvloed aan gruwelbeelden en -verhalen volgt, merkt eerder een grote waardigheid bij de slachtoffers in Japan. Jong en oud hielpen elkaar na de aardbeving rustig en gedisciplineerd vooruit. Bejaarde mensen houden zich kranig en stralen ook in enorme slaapzalen een grote waardigheid uit. Enkele dagen na de ramp blijken op de meeste foto?s straten en verbindingswegen van alle puin geruimd. In tegenstelling tot Haiti meer dan een jaar na de grote aardbeving en ondanks massale internationale hulp aldaar.
In 1755 was de vernietigende ?Terremoto do Lisboa? op de katholieke feestdag van Allerheiligen de aanzet tot zware intellectuele en politieke naschokken doorheen Portugal en Europa. De eerste minister en latere markies de Pombal brak de macht van de oude adellijke families met zijn doortastend optreden tijdens de reddingswerken en de wederopbouw van stad en land. In heel Europa werden eeuwenoude waarheden, geloofszekerheden en machtsverhoudingen door de aardbeving en tsunami?s vloeibaar als pap. Voer voor het Verlichtingsdenken en vele machtsomwentelingen nadien.

Geen land voor jonge mensen?
Omheen de falende Fukushima kerncentrales van de ?Tokio Electric Power Company? (Tepco) wordt nu een verhaal geschreven van heldhaftige samoerai die zich als dienaars van het volk offeren om de dreiging van een meltdown af te wenden.
Binnen de grootste elektriciteitsmaatschappij van Japan vallen steeds meer lijken uit de kast: besluiteloosheid in het oog van de ramp, financi?le malversaties, verzwijgen van lekken en gevaarlijke incidenten, misbruik van dakloze, ongeschoolde en minderjarige ?wegwerpwerkers? in gevaarlijke stralingszones van hun kerncentrales.
De naschokken van deze natuurramp en van het corrupte beleid van kortetermijnwinst in Japan kunnen de aanzet worden tot nieuw verlicht denken over mensen en hun omgeving, ook elders in de wereld.
Sinds het begin van het Shoguntijdperk kende het land een wetgeving die bosbouw stimuleerde waardoor bomen beschouwd werden als langzaam groeiende landbouwgewassen. In een eeuwenlange stabiele politieke periode kregen die wouden bevattelijke afmetingen voor boeren die de rijkdom van hun bossen voor hun kinderen, klein- en achterkleinkinderen onderhielden.
Dit soort ecologisch beheer kan niet gedijen op kortetermijnwinsten. Japan heeft vandaag op tachtig procent van zijn landoppervlakte goed onderhouden bossen en natuurgebieden. De Japanse archipel telt met 127,5 miljoen inwoners bijna 400 mensen per vierkante kilometer. De re?le bevolkingsdichtheid op bebouwbaar landoppervlak bedraagt zelfs 2000 per vierkante kilometer.
Het bijeendrijven van het jongste bevolkingsdeel in een betonwoestijn van megasteden langs een kwetsbare kustlijn verstoort ieder ecologisch evenwicht en ontvolkt vooral het platteland.

Rampenfilm liever in 3D
Een gelijkaardige demografische verschuiving doet zich bij een bevolkingskrimp overal ter wereld voor. Omdat de wereldbevolking moet stagneren, dreigen megasteden sarcofagen te worden waar hysterische paniek en parano?de reflexen de bewoners teisteren.
Een geglobaliseerde economie en het wereldwijde web biedt nieuwe mogelijkheden voor steden op mensenmaat met adem- en bewegingsruimte. Geen land voor oude mensen is ook geen land voor jonge mensen. Zonder geheugen, zonder verleden, zonder de spiegel van wie voor ons kwam, wordt de toekomst waarlijk een rampenfilm, ook buiten de bioscoop.

Jan Van Duppen
(De auteur is huisarts in Rotterdam en voormalig parlementslid voor SP.A.) www.janvanduppen.be

Archief

HBO – In Treatment – Gabriel Byrne e.a.

20 maart 2011

Na twee seizoenen behoorlijk gegrepen door het indrukwekkende acteertalent van Gabriel Byrne, de deskundige casu?stiek, de vaak pijnlijke herkenbaarheid en vooral de finale relationele betrokkenheid tussen mensen in nood: de therapeutische blik, het diagnostische oor, de tekenen en de aanrakingen.
Mens onder de mensen, een schrijnende, schrikbarende, inschikkelijke maar schitterende stiel.

http://www.hbo.com/in-treatment/index.html#/in-treatment/about/index.html

Archief

Ian McEwan, Zwarte Honden. Uitg. De Harmonie 1992 – 2010

18 maart 2011

Ian McEwan, Zwarte Honden. Uitg. De Harmonie 1992 – 2010

‘Zwarte honden’ is het levensverhaal van het Engelse echtpaar June en Bernard Tremaine. In 1946 reist het pasgetrouwde stel verliefd en vol communistische idealen door Europa. Een dramatische gebeurtenis tijdens een tocht in de Franse Cevennen verandert hun leven ingrijpend en blijvend. Zo?n vijfenveertig jaar later probeert hun schoonzoon Jeremy, die zelf op jonge leeftijd zijn ouders heeft verloren, de gebeurtenissen te reconstrueren.

Er is iets met die Ian Mc Ewan dat verder gaat dan wat een heel goeie schrijver kenmerkt. Er is naar mijn aanvoelen een hoek af, een schrijnende ongeneeslijke wonde die hij telkens weer op een genadeloze manier weet open te krabben voor een schoonheidservaring van pijn, waarin hij de lezer meelokt.
In ?Zwarte Honden? onderzoekt hij opnieuw de relationele onmacht tussen twee mensen die verliefd werden aan het einde van de tweede wereldoorlog. Zij deelden gretig hun geloof in een vredevolle toekomst dank zij het alleenzaligmakende wetenschappelijk socialistische en communistische gedachtengoed.
Maar ook nu werd het weer niks tussen twee belofte- en geloftevolle jonge mensen.
Erger nog ze zouden allebei op een heel andere wijze met het ?kwade? in de wereld en hun leven leren omgaan, waardoor het water tussen hen beide alleen maar dieper werd.
De reconstructie door hun schoonzoon van hun onmogelijke relatie is knap en verleidelijk opgebouwd.

Op de Humo website staat een boeiend citaat van de ex van de gevierde auteur dat een en ander kan verduidelijken:
Amper een jaar na zijn Booker-overwinning staat McEwan opnieuw in het oog van een mediastorm: zijn ex-vrouw Penny Allen nagelt de gevierde schrijver publiekelijk aan de schandpaal omdat hun twee zoons na de scheiding aan hun vader zijn toegewezen. In een interview in de Sunday Times hangt ze de vuile was van haar schrijvende ex buiten:

‘Van in het begin hing er een schaduw over onze relatie en waren er bizarre situaties, die ik veelal negeerde. Soms waren het afspiegelingen van situaties in zijn boeken die, hoewel zeer subtiel geschreven, toch een sinister, pervers kantje hadden.’

McEwan weigert alle commentaar, maar in 1998 had hij al laten vallen dat – om het met een romantitel van Douglas Coupland te zeggen – alle families wel degelijk psychotisch zijn.
MCEWAN (in The Observer):

? Niemand heeft een normale relatie met zijn familie. Er zijn overal wel scheefgetrokken verhoudingen, derde vrouwen, tweede echtgenoten, kinderen uit voorbije huwelijken, inwonende geliefden – totale chaos, als je ‘t goed bekijkt. Alleen al de complexiteit van een familiebijeenkomst! Je hebt verdorie een telefoonboek nodig om alle familierelaties uit te leggen.?

Dat klopt in het geval van McEwan als een zwerende vinger: eind 2006 ontdekt de schrijver dat hij een zes jaar oudere halfbroer heeft, die tijdens de oorlog werd afgestaan voor adoptie.

In ?Zwarte Honden? behandelt hij met vaardigheid de situatie van de hoogbejaarde schoonmoeder die met plezier een verpleegtehuis weet te overleven:

31. De receptionist verscheen en schoof me het boek toe waarin bezoekers hun naam moesten zetten. We waren vijf jaar verder en June leefde nog steeds. Ze had in haar flat aan Tottenham Court Road kunnen blijven wonen.
Ze had in Frankrijk moeten blijven. Ze deed er, had Bernard op een bepaald moment opgemerkt, even lang over om dood te gaan als wij allemaal tezamen. Maar haar flat was verkocht, de regelingen waren getroffen en de ruimte die ze in haar leven om zich heen geschapen had bestond niet meer, die.hadden wij met al onze goedbedoelde inspanningen bepaald. Ze verkoos opgenomen te worden in een verpleegtehuis waar de staf zich net als de ten dode opgeschreven bewoners troostte met tijdschriften en met vragenspelletjes en soapseries op de televisie die dreunend weerkaatsten tegen de wanden van de ontspanningsruimte waar geen schilderij hing, geen boekenkast stond. Ons dolzinnig geregel was niets anders geweest dan vluchtgedrag. Niemand had het ontstellende feit onder ogen willen zien. Niemand, behalve June. Toen ze terugkwam uit Frankrijk en er nog geen verpleegtehuis gevonden was nam ze haar intrek bij Bernard, waar ze werkte aan het boek dat ze nog af hoopte te krijgen.
37. Na zo’n onafhankelijk leven zou ik in paniek raken of voortdurend mijn ontsnapping beramen. Maar nee, haar bijna serene berusting maakte de omgang met haar gemakkelijk. Je hoefde geen schuldgevoel te hebben als je wegging, zelfs niet als je een bezoek uitstelde. Ze had haar onafhankelijkheid teruggebracht tot binnen de grenzen van haar bed, waar ze las, schreef, mediteerde en slaapjes deed. Het enige dat ze vroeg was serieus genomen te worden.
In Chestnut Reach was dat minder eenvoudig dan het klinkt, en het kostte haar maanden de verpleegsters en de hulpverleners zover te krijgen. Het was een gevecht waarvan ik dacht dat ze het uiteindelijk zeker zou verliezen: neerbuigendheid wordt de professionele zorgdrager met de paplepel ingegoten. June won haar gevecht door nooit haar kalmte kwijt te raken en door niet het kind te worden dat ze wilden dat ze werd. Ze was de rust zelve. Als een verpleegster zonder kloppen haar kamer binnenliep (wat ik ??n keer meegemaakt heb) en haar liedje in de eerste persoon meervoud opdreunde keek June de jonge vrouw strak aan, stralend van vergevingsgezindheid. De eerste tijd stond ze te boek als een lastige pati?nt. Er was zelfs sprake van dat Chestnut Reach haar niet langer kon handhaven.
Jenny en haar broers kwamen erover praten met de directeur. June weigerde deel te hebben aan het gesprek. Ze was niet van plan te verhuizen. Haar zekerheid was gezaghebbend en bedaard, en kwam voort uit al die jaren dat ze dingen zelf had doordacht. Haar dokter was de eerste die ze bekeerde. Op het moment dat hij zich realiseerde dat June niet de zoveelste stupide oude zeurpiet was begon hij over andere dan medische zaken met haar te praten – over wilde bloemen, waar ze allebei dol op waren en waar zij alles vanaf wist. Het duurde niet lang of hij legde zijn huwelijksproblemen aan haar voor.

Over fotografie:

40.Het is de fotografie zelf die de illusie van onschuld schept. De tegenstrijdigheden binnen een in beeld bevroren verhaal maken dat de hoofdrolspelers op de foto zich onbewust lijken van het feit dat ze zullen veranderen, zullen doodgaan. Argeloos zien ze de toekomst tegemoet. Vijftig jaar later bezien we ze als waren we God want we weten hoe het ze uiteindelijk vergaan is, met wie ze getrouwd zijn, wanneer ze zijn doodgegaan – zonder erbij stil te staan wie ooit de foto’s in zijn handen zal houden waar wij op staan.

Over maakbaarheidsideologen:

86. ‘Zoals alle goede ruzies ging ook deze binnen de kortste keren niet meer over wat er eigenlijk aan de hand was maar over algemeenheden. Mijn houding ten opzichte van dat arme insect was typerend voor mijn houding jegens haast alles, inclusief haar. Ik was een koude, arrogante theoreticus. Ik toonde nooit enige emotie, en ik belette haar de hare te tonen. Ze voelde zich gadegeslagen, geanalyseerd, ze had het idee dat ze deel uitmaakte van mijn insectenverzameling. Ik was alleen in abstractheden ge?nteresseerd. Ik beweerde de “schepping” zoals zij het noemde, lief te hebben, maar in feite wilde ik niets liever dan over die schepping heersen, alle leven eruit persen en in tabellen onderbrengen, in kolommen rangschikken.
En met mijn politieke opvattingen was het precies zo. Niet om het onrecht in de wereld maakte ik me druk, nee, ik maakte me zorgen omdat we er zo’n zootje van gemaakt hadden. Wat ik wilde was een samenleving die zo ordelijk was als een kazerne en zijn bestaan ontleende aan wetenschappelijke theorie?n. Daar stonden we in dat meedogenloze zonlicht en ze schreeuwde tegen me: “Je geeft helemaal niets om mensen uit de werkende klasse! Je praat nooit met ze. Je hebt geen idee wat voor mensen het zijn.
Je verafschuwt ze. Je wilt ze alleen maar in nette rijtjes rangschikken, net als die verdomde insecten van je!’”
‘Wat zei jij toen?’
‘Eerst niet zo heel veel. Je weet wat een hekel ik aan sc?nes heb. Ik bleef maar denken: ik ben met dit lieve meisje getrouwd en ze haat me. Wat een vreselijke vergissing! En vervolgens, omdat ik toch iets moest zeggen, begon ik mijn hobby te verdedigen. De meeste mensen, zei ik tegen haar, hebben instinctief een a&eer van de insectenwereld, en entomologen zijn juist degenen die zich erin verdiepen, het gedrag en de levenscyclus van insecten bestuderen en zich er doorgaans om bekommeren. Het geven van namen en het classificeren van insecten in ordes en subordes is daar een belangrijk onderdeel van. Als je je wereld leert benoemen leer je ervan te houden, het doodmaken van een paar insecten is in het licht daarvan onbelangrijk.
Insecten komen in enorme populaties voor, zelfs bij zeldzame soorten. Genetisch bezien zijn ze klonen van elkaar dus je kunt niet van individuen spreken en nog minder van hun rechten. “Daar ga je weer,” zei ze. “Je praat niet met me, je staat een lezing te houden.”

Over hoe het geloof afvallen:

100. ‘Hoe luidt die tekst van Isaiah Berlin ook weer die iedereen vooral dezer dagen aanhaalt en die erover gaat hoe fataal wensdromen zijn? Als ik zeker weet, zegt hij, hoe de mensheid tot vrede gebracht kan worden, tot rechtvaardigheid, geluk en tomeloze creativiteit, welke prijs kan dan te hoog zijn? Wil ik hakken, dan kan het aantal spaanders wel eens onbeperkt zijn. Doordat ik weet wat ik weet zou ik mijn plicht verzaken als ik niet zou kunnen aanvaarden dat wellicht duizenden moeten sterven opdat miljoenen voor altijd gelukkig zijn. Niet dat we dat in die tijd op ons zelf betrokken, maar zo dachten we er wel over.
Wat had het, vergeleken met de stortvloed van leugens van wat wij de kapitalistische propagandamachine noemden te betekenen als je wat ongemakkelijke feiten over het
hoofd zag of er een andere kleur aan gaf in het belang van de eenheid in de Partij? Dus blijf je idealistisch bezig, en telkens stijgt het tij. June en ik waren laatkomers, dus wij stonden van het begin af al tot onze enkels in het water.
Het nieuws dat we niet wilden horen was al aan het doorsijpelen: de showprocessen en de zuiveringen in de jaren dertig, de gedwongen collectivisering, de deportaties, de werkkampen, de censuur, de leugens, de vervolging, de volkerenmoord … Ten slotte worden de tegenstrijdigheden je te veel en geef je het op, maar altijd later dan had gemoeten. Ik ben eruit gestapt in ‘56, in ‘53 bijna, en ik had eruit moeten gaan in ‘48. Maar je houdt vol. Je denkt: de denkbeelden zijn goed maar de leiding is in handen van de verkeerde mensen en dat verandert nog wel. En hoe kun je alles wat w?l goed was verloren laten gaan? Je houdt jezelf voor dat het altijd moeilijk zal zijn, dat de praktijk nog niet helemaal klopt met de theorie en dat het allemaal tijd kost. Je houdt jezelfvoor dat het merendeel van wat je hoort Koude Oorlog-verdachtmakerij is. En hoe kun je er zo naast zitten, hoe kunnen zoveel intelligente, moedige,
goedwillende mensen er naast zitten?
Ik denk dat als ik geen wetenschappelijke scholing had gehad, ik misschien nog wel langer was gebleven. Laboratoriumwerk leert je beter dan wat ook hoe gemakkelijk het is een uitkomst zodanig bij te stellen dat de theorie blijft kloppen. Dat is niet eens een kwestie van oneerlijkheid.
Het zit in onze aard – wat we graag willen be?nvloedt onze waarneming. Een goed opgezet experiment biedt daarvoor waarborgen, maar dit experiment was allang onbeheersbaar geworden. Ik werd heen en weer geslingerd tussen fantasie en werkelijkheid. De inval in Hongarije was de laatste druppel. Er brak iets in me.’
Hij zweeg even en zei toen bedachtzaam: ‘En dat is het verschil tussen June en mij. Ze is jaren eerder dan ik uit de Partij gestapt, maar in haar is nooit iets gebroken, zij heeft fantasie en werkelijkheid nooit uit elkaar gehouden.

Over veranderingen in de menselijke natuur:

198. June schreef dat ze niet geloofde in de abstracte principes volgens welke ‘ge?ngageerde intellectuelen denken sociale veranderingen te bewerkstelligen’. Het enige waar zij in geloofde, verklaarde ze tegen Jenny, waren ‘praktische doeleinden die op korte termijn te verwezenlijken zijn. Iedereen moet de verantwoordelijkheid voor zijn eigen leven nemen en proberen dat op een hoger peil te brengen, in de eerste plaats op het geestelijke vlak, en als dat nodig mocht zijn materieel. Ik geef geen snars om iemands politieke opvattingen. (...)
199. Ik zie dat je denkt dat ik niet goed bij mijn hoofd ben. Dat geeft niet. Dit is wat ik weet. De menselijke natuur, het menselijk hart, de geest, de ziel, het bewustzijn, zelf, noem het hoe je wilt, is uiteindelijk het enige waar we het mee moeten doen. Dat moet zich ontwikkelen en groeien, anders wordt al die ellende van ons nooit minder. Mijn eigen, bescheiden ontdekking is geweest dat die verandering mogelijk is, dat hij binnen onze macht ligt. Zonder een omwenteling in ons innerlijk leven, hoe langzaam die ook verloopt, zijn al onze grote bedoelingen waardeloos.
We zullen met onszelf aan de slag moeten als we ooit met elkaar in vrede willen leven. Ik zeg niet dat dat zal gebeuren. Er is een goede kans dat het niet lukt. Ik zeg alleen dat het onze enige kans is. Maar als het lukt, en daar kunnen generaties overheen gaan, zal het goede dat daaruit voortvloeit, onze samenleving op een onorthodoxe, onvoorziene manier omvormen, zonder dat ??n groep mensen of
??n ideologie daar toezicht op uitoefent…’

Archief

David Mitchell – De niet verhoorde gebeden van Jacob de Zoet – uitg. Ailantus 2010

17 maart 2011

David Mitchell – De niet verhoorde gebeden van Jacob de Zoet – uitg. Ailantus 2010

Niet vaak heb ik een roman gelezen met zo?n wervelende diepgang die meteen een cruciale periode uit de geschiedenis van Japan, de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden en het Europese kolonialisme vanuit verschillende perspectieven bevattelijk maakt. Door de evolutie van de belangrijkste personages peilt David Mitchell op meesterlijke wijze de empathie van de lezer die hij weet te begeleiden doorheen na?ef geloof, vunzige hoop, verdovende wanhoop, koesterende eenzaamheid, behoedzame moed, durf en berustende aanvaarding.

?De meest oprechte gelovigen zijn de grootste monsters.? (597)

Eind 1799 vertrekt Jacob de Zoet naar het eilandje Deshima. Het is de verste handelspost van de VOC in Japan, dat verder afgesloten is van de wereld. Als jonge griffier moet hij de corruptie aantonen van het vorige opperhoofd. Dat valt niet goed bij zijn landgenoten die ook hun graantje meepikten, maar het brengt hem de vriendschap van een Japanse tolk. De Zoet komt in de ban van Orito, een Japanse vroedvrouw die, als dank voor het redden van een baby, mag studeren bij de Nederlandse arts Marinus op Decima. Meegesleept door liefde en werk doorziet De Zoet niet het verraad van de man die hij het meest vertrouwt en de naderende gevolgen.

Bedrog en vertrouwen, liefde en lust, schuld en geloof, koelbloedige moord en wonderlijke onsterfelijkheid spelen een rol in deze fantastische roman, die uiterst levendig het bestaan schildert van gewone ? en buitengewone ? mensen die gevangen zitten in de aardverschuiving tussen Oost en West.

http://www.ailantus.nl/nl/auteurs/david_mitchell

Archief

vrt deredactie.be – opinie: Mannen die vrouwen haten.

10 maart 2011

Mannen die vrouwen haten.

Aan de tafel van baron Holbach spraken ze over een visioen waarin mannen en vrouwen niet langer ten prooi zouden zijn aan de angst en de onwetendheid die hun door de kerk werden bijgebracht, maar in plaats daarvan voluit van het leven konden genieten. Niet langer zouden ze hun verlangens opzij hoeven zetten in ruil voor de ijdele hoop op een beloning in een leven na de dood; ze zouden zich ook vrijelijk in de wereld kunnen bewegen, en hun positie in het universum kunnen verstaan als intelligente machines van vlees en bloed. Ze zouden hun energie kunnen richten op het opbouwen van hun eigen leven en van gemeenschappen, en dat alles op basis van verlangens, empathie en rede. Door verlangens, al dan niet erotisch, zou hun wereld mooi en rijk worden, door empathie zou die wereld vriendelijk en leefbaar zijn, en dankzij de rede zou men begrijpen hoe de onwrikbare wetten van de natuur werkten. (Philipp Blom, Het verdorven genootschap – De vergeten radicalen van de Verlichting)

Het was begin jaren tachtig toen een geneesheer-internist, echtgenoot van een vooraanstaande feministe, in de aula van de Antwerpse Universiteit tijdens een les maatschappijleer doctoraatstudenten geneeskunde de stuipen op het lijf joeg met de laconieke mededeling dat voor hen het vet van de soep was: ?De graadmeter voor status en inkomen van een beroep is het percentage vrouwen. In de Sovjetunie en de oostbloklanden vormen vrouwen de overgrote meerderheid van de artsen. Zij verdienen het minst en staan laag op de maatschappelijke ladder. Dit vijfde jaar geneeskunde telt bijna een derde jonge vrouwen. Tel zelf jullie lange termijnvooruitzichten.?

?Woman Is the Nigger of the World?

Vrouwen staan om en nabij 8 maart obligaat te blinken als excuus-Truzen in kranten- en weekbladen niet in het minst omwille van hun hoog ?negergehalte? zoals Yoko Ono en John Lennon veertig jaar geleden ietwat zeurend zongen. Ruim honderd jaar ?brood en rozen? ter herdenking van dit onderdanige statuut hoort de zelfverklaarde heersers der schepping tot loutering te leiden. Deze keer was het mooi opgebouwd rond antidiscriminatie quota, ook in de priv?-sector.
Maar net als na de afschaffing van de apartheid in de VS verplichte quota voor de emancipatie van Amerikaanse zwarten weinig soelaas boden, dreigt een minimaal derde dames in de top van het bedrijfsleven hen niet naar waarde te eren.
Een quota systeem verandert op bedrijfsniveau nergens de basis van het old boys network en bestempelt vrouwen die het glazen plafond op eigen kracht doorbroken hebben als plafonneerder dan wel glazenier. Er is heel wat anders nodig om een denigrerend quotastatuut te overstijgen.

Emancipatie.

In achterstandswijken fascineren bijvoorbeeld Antilliaanse jonge meisjes die hun deprimerende thuissituatie willen verlaten. Voor wat brood en rozen zijn ze bereid een passerende prins een kind te baren. Als onbewust ongehuwde moeder blijken ze nadien in de bijstand te verdwalen. In een patriarchale maatschappij waar macho-prinsen falen in hun rol van echtgenoot en vader herbeleven jonge moeders hun gebroken hart vaak met nieuwe kinderen voor andere vaders. Iedere keer had het misschien anders gekund, maar doorgaans lukt het hen niet dat patroon te doorbreken.

Tot ze zelf een eigen inkomen verwerven en ?zaadvragende? ogen zelfrespect uitstralen.
Alleen door dat zelfstandige inkomen kunnen ze zich onttrekken aan de dwingende druk van passerende prinsen, familie, gemeenschap en priesters.
Waar jonge vrouwen studeren, dalen de geboortecijfers spectaculair, niet alleen in westerse landen.

In Nederland houden Turkse en Marokkaanse vrouwen met een hogere opleiding het gemiddeld op 1,8 kinderen. Minder dan autochtone Nederlanders. Deze dames maken meer diploma?s waar dan hun mannelijke leeftijdsgenoten en ze houden in het hoger onderwijs gelijke tred met autochtone jongens. Met de strengere wetgeving op migratiehuwelijken sinds 2004 trouwen steeds minder Marokkaanse en Turkse jongeren met een partner uit het land van herkomst: nog 15 en 20 procent.
Met dit nieuwe gegeven ontstaat ook een andere demografische druk.
Het heeft iets van het abrupt in elkaar stuiken van de katholieke vruchtbaarheidscijfers in Noord Brabant en Limburg vanaf de jaren zestig van de vorige eeuw. Met de contraceptiepil werden pastoor en paus niet langer op hun woord geloofd, laat staan bediend. Gereformeerd Nederland voelde zich minder bedreigd door de demografische wraak van de contra-reformatie uit het zuiden.

Handelingsbekwaam.

De Frans-Marokkaanse schrijver Tahar Ben Jelloun vermeldt in zijn roman ?Weggaan? hoe een moeder uit Noord-Afrika haar zoon telkens in het oor fluistert: ?Als je groot bent, zul jij dokter worden of ingenieur, dan neem je me mee op reis, eerst naar Mekka, dan naar Ca?ro, ik zal zo graag het land van Farid Al Atrach en Oum Kalsoum bezoeken, jij zult zijden stoffen voor me kopen, ik zal dan een heel nieuw leven leiden, het leven van een koningin, een koninginnetje zonder kroon, zonder koning, jij bent mijn prins, jij zult altijd mijn prins zijn, doe dus goed je best op school, breng mooie cijfers mee naar huis, wees een goede zoon, je zult voor altijd en eeuwig mijn zegen krijgen.’

Indirect is zo?n wens ook een waarschuwing voor haar dochters: zonen baren of handelingsbekwaam problemen klaren. Boeiende TV zenders, internet en een betere opleiding maken jasmijnrevoluties mogelijk, ook in het denken van die jonge vrouwen. Het leven van hun moeders hoeft niet langer tot alleenzaligmakend voorbeeld te dienen.

De Turkse Nobelprijswinnaar Orhan Pamuk noteert in ?Het Museum van de Onschuld?: ?Mijn moeder merkte dat ik niet onder de indruk was geraakt van haar woorden en werd boos. ?In een land waar mannen en vrouwen niet bij elkaar kunnen komen, elkaar kunnen ontmoeten en met elkaar spreken, daar kan geen liefde bestaan?, zei ze op stellige toon. ?En weet je waarom? Omdat mannen, zodra ze maar een geschikte vrouw bespeuren, meteen boven op haar springen als een beest dat wekenlang honger heeft geleden, of ze nu mooi of lelijk, goed of slecht is. Zo zijn ze dat allemaal gewend. En dan denken ze dat het liefde is. Hoe kan er in zo?n oord nu liefde ontstaan? Houd jezelf alsjeblieft niet voor de gek.?

Door aard en aantal zijn mannen slordig met hun gameten en vrouwen zuinig op de vrucht van hun lichaam. Bij meerkeuzemogelijkheden opteren meisjes vaker voor individuele vrijheid en een eigen liefdesleven, dan als bruid de familierijkdom te verstevigen in gesloten gemeenschappen van clans in verre dorpen.

?Woman is the slave of the slaves?

Maar er is nog een ander perspectief.
Broeder Leider, de auteur van het beroemde ?Groen Boek? vermeldt in deel III over de ?Sociale Basis van de Derde Universele Theorie? dat de Zwarte mensen over de wereld zullen zegevieren: ?De slavernij van Zwarten door Blanken vormt de psychologische motivatie tot wraak en overwinning door de onvermijdelijke cyclus van de sociale geschiedenis. De overheersing van de Gele mensen, gevolgd door de Blanken leidt nu tot een heropstanding van de Zwarte mensen want hun lage levensstandaard heeft hen behoed voor geboortebeperking en familieplanning. Hun oude sociale tradities leggen geen beperkingen op aan huwelijken waardoor versnelde groei. De bevolking van andere rassen is gekrompen door geboortebeperking, restrictieve huwelijkswetgeving en arbeidsethos in tegenstelling tot de Zwarten die minder obsessief met werk bezig zijn in een klimaat dat altijd heet is.? Aldus de analyse van Moammar Mohammed al-Qadhafi.

Voor de honderdste Internationale Vrouwendag hebben de Verenigde Naties vrouwen tot betere landbouwers verklaard dan mannen. Ze produceren meer voedsel dan hun mannelijke vakgenoten. Dat heet dan goed nieuws voor vrouwen: nog harder sloven om nog meer kinderen tot overbodige jongeren op te voeden die elkaar in woede te lijf gaan.

Verstandige boerinnen willen hun eigenste akker genoeglijk geploegd om juist zo weinig mogelijk vrucht te dragen. Met een exponenti?le bevolkingsgroei is geboortebeperking en familieplanning het enige alternatief voor massa slachtingen van jongeren die zich wanhopig laten verleiden tot rancuneuze testosteron uitbarstingen voor god en vaderland, revoluties en een gretig eergevoel.
Ge?mancipeerde vrouwen weigeren lijfeigenschap, horigheid en mannen die vrouwen haten. Vooruitziende vrouwen zijn zuinig op de aarde en hun kinderen. Vooruitziende mannen koesteren deze vrouwen en hun kind.