Er is nog zo veel dat ongezegd is. (Rutger Kopland)

Dupslog

Archief

Theodore Dalrymple, Door en door verwend. Kritiek op de sentimentele samenleving.

29 augustus 2011

“>Theodore Dalrymple, Door en door verwend. Kritiek op de sentimentele samenleving. Uitg. Nieuw Amsterdam 2011 vert. Jabik Veenbaas

De Engelse gepensioneerde psychiater, gevangenisarts en columnist ? Anthony A. Daniels (1949) gaat als Theodore Dalrymple met ‘Door en door verwend’ eens te meer ferm tekeer met zijn dissectie-mes om de onderliggende oorzaken van belangrijke maatschappijke fenomenen te lichten in een stevig onderbouwde kritiek op de sentimentele samenleving.

http://www.volkskrant.nl/wca_item/boeken_detail/453/180875/Door-en-door-verwend-.html

238. Sentimentaliteit is ongetwijfeld beter dan wreedheid; maar het ene is, zoals we hebben gezien, vaak de voorbode van het andere of daar maar een Gestalt-switch van verwijderd.

Soms gaat hij iets te voortvarend tekeer, maar doorgaans zijn de voorbeelden van de ellende die hij onthult ijzig en cynisch tekenend. Hij doet het steeds met een grote betrokkenheid en zijn boek is eens te meer het lezen en herlezen waard. Het helpt de lezer ontnuchteren van de slachtofferideologie en aanverwante solidaire hulppraatjes van de voorbije halve eeuw.

152. In feite geeft het metaforische gebruik van de Holocaust niet de grootte van haar lijden aan, maar die van haar zelfmedelijden, dat je haast hero?sch zou noemen.

153. Ik zei altijd tegen studenten geneeskunde dat ze de oude dame in het derde bed links niet alleen geen Betty mochten noemen, maar dat ze dat ook niet in gedachten mochten doen. Voor hen was zij mevrouw Smith.

249. De revolutionaire guerrillabewegingen van Latijns-Amerika waren niet het gevolg van de wanhoop van de boerenbevolking, maar van het feit dat het hoger onderwijs zo snel groeide dat de economie de producten daarvan niet meer kon opnemen. De ergste van al die guerrillabewegingen, Sendero Luminoso uit Peru, die ongetwijfeld tot gruweldaden zou zijn gekomen die die van Pol Pot en de Rode Khmer hadden ge?venaard als ze niet net op tijd waren verslagen, werd opgericht op de campus van de universiteit
van Ayacucho, door een hoogleraar filosofie die was gepromoveerd op Kant. Het is geen toeval, zoals de marxisten plachten
te zeggen, dat de bureaucratie in Engeland gelijke tred hield met de groei van het hoger onderwijs, gewoonlijk door middel van
vakken die nergens voor opleidden en dikwijls van geringe intellectuele waarde waren. Er moet iets gebeuren met al die afgestudeerden om ze niet tot beroepsontevredenen te laten verworden. De detectiveschrijfster PD. James vestigt in haar laatste boek de aandacht op de paradox, of de absurditeit, dat de Engelse overheid vijftig procent van de schoolverlaters naar de universiteit wil
sturen, terwijl veertig procent van dezelfde bevolking amper kan lezen. Wanneer je de onderwijs carri?res verlengt, en de mensen
daarvoor laat betalen, is dat natuurlijk een manier om jonge mensen voor hun eigen werkeloosheid te laten betalen.

251. Oxfam Trading dat liefdadigheidswinkels in Engeland heeft, weet slechts zeventien procent winst op de omzet te behalen, niettegenstaande het feit dat de winkels onder gunstige plaatselijke belastingtarieven vallen, de meeste personeelsleden onbetaalde vrijwilligers zijn en alle artikelen die er worden verkocht hun niets kosten. Een handelaar in tweedehands boeken wees me erop hoe schandelijk dat was. Hij maakte evenveel winst op zijn omzet, hoewel hij voor zijn voorraad moest betalen en niet van gunstige belastingtarieven profiteerde. Iemand die met behulp van boeken geld wil geven aan een goed doel, kan beter zijn boeken aan een commerci?le antiquair verkopen en het geld dat hij daarvoor ontvangt – tussen een derde en de helft van de uiteindelijke verkoopprijs – direct weggeven. Oxfam gebruikt geschonken goederen vooral om de beroepskrachten te betalen die de organisatie runnen. Ik wil er hier overigens op wijzen dat de Engelse overheid , die veruit het meeste geld doneert aan de meest belangrijke liefdadigheidsinstellingen, daar aanhangsels van de staat van heeft gemaakt. Liefdadigheid in Engeland is een heimelijke vorm van belastingen geworden.

Door en door verwend

Archief

Eric Storm, De ontdekking van El Greco, aartsvader van de moderne kunst. uitg. Bert Bakker 2006

24 augustus 2011

Eric Storm, De ontdekking van El Greco, aartsvader van de moderne kunst. uitg. Bert Bakker 2006

Een boeiende les kunstgeschiedenis aan de hand van de betekenis van El Greco door de eeuwen heen.
De auteur onderzoekt op fascinerende wijze de politieke, economische, intellectuele evoluties en revoluties en de daaraan gepaarde appreciatie van het werk van El Greco tot zijn huidige positie als grondlegger van de modernisten: aartsvader van de moderne kunst.
Naast Roberto Calasso over Het roze vanTiepolo als het einde van een schilderkunst, gaat dit over het nieuwe begin met El Greco.

https://openaccess.leidenuniv.nl/bitstream/handle/1887/14812/Meier-Graefe.pdf;jsessionid=F8131CE26A46D85EA430EA674874D48A?sequence=1

12-13. Dit proces van nationale bewustwording was voor een belangrijk deel cultureel van aard en kunstenaars, schrijvers, historici en wetenschappers speelden daarin een voortrekkersrol. Vanaf het begin van de negentiende eeuw streefden zij ernaar een waarlijk nationale cultuur te cre?ren ter legitimering van de nieuwe, soevereine natiestaat.
Literatuur, kunst, filosofie en zelfs muziek en wetenschap werden in toenemende mate overgoten met een goedbedoeld nationalistisch sausje. Daarbij werd ook het verleden in nationale zin herschreven. In plaats van de geschiedenis van een geslacht, een stad, een geestelijke orde, een vorstendom of de mensheid op te tekenen, beschreef men bij voorkeur de heldendaden van de eigen natie. Geschiedenis werd vaderlandse geschiedenis, waarbij de oorsprong van de eigen natie veelal tot in de prehistorie werd terug geprojecteerd. Deze nationalistische toe-eigening van het verleden vond ook plaats in de kunstgeschiedenis, die zich in de loop van de negentiende eeuw vestigde als zelfstandige, ‘wetenschappelijke’ discipline. Bovendien had dit proces een grote invloed op de manier waarop oudere kunst werd gezien en gewaardeerd.
Om de gevolgen van zowel de opkomst van het nationalisme als die van de moderne kunst op de transformatie van de artistieke
smaak in samenhang te kunnen bestuderen ligt het voor de hand een concreet geval te nemen. En daarvoor leent de herontdekking van El Greco zich uitstekend.

144. De juste-milieukunstenaars die probeerden de realiteit zo direct mogelijk weer te geven, verweet hij daarentegen net als Velazquez een gebrek aan visie. Zij kopieerden slechts en werden dus vrijwel volstrekt door hem genegeerd. In het oeuvre van El Greco prefereerde hij de latere boven de vroege, meer conventionele werken. Daarin kwam hij overeen met andere neo-idealisten, die echter vooral aandacht besteedden aan de afgebeelde voorstellingen. (?) Voor Meier-Graefe deed het onderwerp er echter niet toe. In de schilderkunst ging het niet om verhalen of wijze lessen, maar om overtuigende voorstellingen. De in verf vormgegeven visioenen van Theotokopoulos vormden voor hem een eerste hoogtepunt in de door hem zo gewaardeerde schilderkunstige traditie die culmineerde in het werk van de impressionisten. Daarmee was El Greco de aartsvader van de moderne kunst. Meier-Graefe zou er tevens in slagen deze visie ingang te doen vinden, eerst in het Duitse taalgebied en later ook elders.

182. In de waarschijnlijk rond 1913 tot stand gekomen essays over El Greco en Don Juan kwam Ortega’s visie duidelijk naar voren. Hij beschouwde Don Juan, net als de door El Greco verbeelde Heilige Mauritius, als een tragische held die zijn leven in eigen hand nam. Don Juan was in deze opmerkelijke visie de held zonder doel, iemand die elke keer door het uitblijven van het ideaal zijn zoektocht voortzette. El Greco’s Mauritius bepaalde door vrijwillig de offerdood te kiezen op een even radicale wijze zijn eigen lot. Hoewel ze duidelijke keuzes maakten en niet schroomden ook de consequenties ervan te dragen, zeidden hun extreme daden uiteindelijk tot niets. Verder meende Jos? Ortgega y Gasset dat ook de lokale context in beschouwing diende te worden genomen.
Don Juan was immers alleen in het sensuele Sevilla te begrijpen.
In Toledo had hij niet kunnen bestaan. Toledo was, zoals El Greco in De begrafenis van de graaf van Orgaz duidelijk had gemaakt, een grote burcht, waar men zich wapende tegen de van buiten komende gevaren en alleen hulp van boven verwachtte. Maar zowel het ongerichte activisme van Don Juan als de wereldverzakende houding van Mauritius en de Toledanen werd door Ortega als vruchteloos verworpen. Idealen waren goed, maar Spanje was niet gebaat bij dit soort extremisme.

187. De dood van Casagemas bleef in Picasso’s hoofd rondspoken, ook al omdat hijzelf voor korte tijd een relatie met hetzelfde model aan zou gaan. Die herfst schilderde hij drie portretten van de dode Casagemas, die hij zelf bewaarde en aan vrijwel niemand liet zien. Verder vervaardigde hij twee grotere schilderijen, waarvan De begrafenis van Casagemas (Evocatie) het belangrijkste was. Het thema en de compositie van het werk waren onmiskenbaar ontleend aan El Greco’s De begrafenis van de graaf van Orgaz. Picasso’s interpretatie was echter zeer eigenaardig. Op de onderste helft lag Casagemas opgebaard met daaromheen een groep mannen en vrouwen. In de lucht erboven werd Casagemas in gekruisigde houding door een schimmel naar de hemel gevoerd, terwijl een naakte vrouw hem kuste. In de bovenste helft bevonden zich nog drie groepen. Twee naakte vrouwen die elkaar troostten of aanraakten, een geklede moeder met enkele kleine kinderen en drie slechts in kousen geklede vrouwen, mogelijk prostituees. Sommige critici zien hierin drie versies van de liefde, die voor de aan impotentie lijdende Casagemas onbereikbaar was geweest.

222. Net als Picasso al eerder had gedaan, toen hij zijn baanbrekende Demoiselles d’Avignon modelleerde op Het vijfde zegel van de Apocalyps, radicaliseerden Marc, Macke en Kandinsky de neo-idealistische kunstopvatting van Meier-Graefe en de daarop gebaseerde waardering voor El Greco. Het ging hun in hun werk niet meer om een persoonlijke interpretatie van de werkelijkheid,
maar om het uiten van niet meer direct aan de zichtbare werkelijkheid gerelateerde innerlijke impulsen. In El Greco waardeerden
zij niet alleen zijn manier van schilderen, maar ook de bewuste deformaties die ertoe dienden de expressieve kracht van het
werk te verhogen. Meer dan Meier-Graefe waardeerden zij dan ook het late werk van El Greco, zoals Johannes de Doper, de Laocoon, Het vijfde zegel van de Apocalyps en het Gezicht op Toledo. In feite voerden zij de emancipatie van de kunst tot haar logische eindpunt door ook de band met de zichtbare werkelijkheid door te snijden. Het succes van de mede door Meier-Graefe ontwikkelde formele kunstopvatting bij zowel moderne kunstenaars als kunsthistorici zorgde uiteindelijk
voor de definitieve erkenning van El Greco als een groot kunstenaar. In feite was El Greco’s doorbraak dus te danken aan de neo-idealistische generatie van het fin de si?cle, of beter gezegd: aan de heftige tegenreactie die uitgelokt werd door haar sterk nationalistisch bepaalde toe-eigening van El Greco’s werk. Hoewel deze groep voor de ontdekking van El Greco in feite het belangrijkste scharnierpunt vormde, overwon uiteindelijk niet de interpretatie van haar belangrijkste vertegenwoordigers, maar die van zowel hun behoudende als hun vernieuwingsgezinde tegenstanders. De oude garde zorgde voor El Greco’s definitieve erkenning als onmisbaar onderdeel van het Spaanse culturele erfgoed, terwijl de artistieke voorhoede verantwoordelijk was voor zijn gelijktijdige intrede in het pantheon van de groten der kunst. Je kunt je echter afvragen of deze grotendeels in vergetelheid geraakte tussengeneratie niet ook een vergelijkbare scharnierfunctie vervulde bij het ontstaan van de autonome, moderne kunst van de twintigste eeuw. De idealistische wending weg van het weergeven van de zichtbare werkelijkheid begon immers bij haar en niet bij de door Meier-Graefe opgehemelde impressionisten. Op dezelfde manier is ook haar doorslaggevende bijdrage aan de ontdekking van El Greco onder het tapijt geveegd. Haar veelal overdreven nationalistisch getinte interpretatie van het werk van de Toledaanse meester werd daarbij vervangen door de al even eenzijdige, contextloze visie van de aanhangers van een autonome moderne kunst.

Archief

vrt deredactie.be Opinie: Over publieke geloofsbelijdenissen en gezond verstand

22 augustus 2011

Over publieke geloofsbelijdenissen en gezond verstand
19 / 08 / 2011

?Wie gelooft, moet de kleinburger verbluffen.?
Peter Sloterdijk, Je moet je leven veranderen, 217.

Mijn eerste ?ontmoeting? met een volledig gesluierde vrouw was op een gammele tram in Rotterdam Noord, een paar jaar geleden. Zij stapte op na haar vier kleine kinderen en haar bebaarde man in djelaba die in het Nederlands de bestuurder aansprak. Ze bewoog wat teveel met haar hoofd en schouders: zien of gezien worden? Haar niqab leek me eerder provocatief, van hem en van haar.

Haar ogen keken oud en haar kindjes afwezig.
Niemand reageerde maar het bleef muisstil in de voordien gezellig kwetterende tram.
Wat kunnen kinderen in een westerse maatschappij lijden die hun moeder buitenshuis alleen maar kennen als een zuil van zwarte stof naast mensen die wel oogcontact hebben en hun aangezicht tonen?

De argeloze blik

Begin jaren negentig stond ik met twee kinderen van ongeveer hun leeftijd in een Parijs metrostation oog in oog met een peloton CRS aan de overkant van het perron. Voor een voetbalmatch van Paris Saint-Germain droegen ze zwart, gewapend met matrak en schild. Het aangezicht verborgen achter een gemaskerde helm. De handjes van mijn kinderen zochten houvast in de mijne. De metro stopte krijsend en we stapten in een wagon met nog veel ruimte op het platform.

Daar zat ??n man op een klapstoeltje, zonder neus noch lippen. Vermoedelijk chemisch verbrand met veel littekenweefsel, ??n rood ge?rriteerd oog. Hij droeg een blauwe pet met grote zonneklep en handschoenen. De aanwezigen wendden hun blik af van de misvormde medereiziger. Alleen mijn kinderen bleven hem op ooghoogte nieuwsgierig en zonder argwaan aankijken. Nadien wisten ze mij te vertellen dat de man naar hen gelachen had. Hij had hun argeloze blik beantwoord.

Het boerkageloof?

Boerka- of niqab-dragende vrouwen kunnen of willen oogcontact niet beantwoorden. Zij weigeren de argeloze blik in de publieke ruimte. Als belijdenis van hun geloof, eer en onderdanige gehoorzaamheid.
Rooms katholieke nonnen getuigden tot voor het laatste Vaticaanse Concilie ook graag als bruid van Christus met exorbitante kappen en pijen. Maar zij hielden wel hun aangezicht open voor menselijk oogcontact met een glim- of grimlach.

Intussen werd in Belgi? en Frankrijk bij wet het dragen van aangezicht bedekkende kledij verboden in de openbare ruimte. ?Wie in een open samenleving de publieke ruimte betreedt heeft rechten en plichten. Je hebt hier het recht om elkaar in de ogen te kijken en elkaars gezicht te zien,? aldus Open Vld-Kamerlid Gwendolyn Rutten, ??n van de initiatiefnemers van de wet die de boerka in Belgi? verbiedt.

?van pubers en een relnicht

Twee ?belijdende? pubers uit Sint Joost ten Node – Imene (16) en Halima (17) – hadden zich geheel vrijwillig bekeerd tot het dragen van de burka op straat als opzichtige getuigenis van hun geloof, ondanks tegenkantingen van hun ouders. Daarvoor kregen ze een gemeentelijke boete van 50 Euro elk, die woensdag door de Frans Algerijnse relnicht Rachid Nekkaz met veel omhaal betaald werd. Deze naar publiciteit hengelende Franse BCBG heeft in april 2011 een boerka fonds opgericht om eventuele boetes van gesluierde vrouwen te betalen. Hem leverde het voor 100 Euro publiciteit in prime time. Kom daar eens om met het oog op de Franse presidentsverkiezingen waarbij de flamboyante weldoener al enkele jaren – alsnog vergeefs – op islamitische kiezers mikt.

De burgemeester van Sint Joost merkte op dat indien de Franse gulle gever toch geld overhad, hij het beter aan de gemeente Sint Joost zou schenken waar er meer noden zijn dan boerka boetes van pubers die graag kleinburgers willen verbluffen.

Toch lieten zijn agenten nadien de puberende meisjes in boerka ongestraft de straat weer oplopen.

Heilige Geest

Peter Sloterdijk merkt in zijn boek ? Je moet je leven veranderen? op: ?De door Christus bezworen Heilige Geest was de wijsheidskunst die ervoor zorgde dat de exaltatie van de martelaren getemperd werd door de herinnering aan horizontale levensmotieven. In deze zin is de Heilige Geest de eerste psychiater van Europa – en de vroege christenen waren zijn eerste pati?nten. Een van zijn taken bestaat in het van de scherpe kanten ontdoen van de religieuze immuunparadoxen die zich voordoen op het moment dat de ontketende geloofsgetuigen hun fysieke immuniteit verzwakken, omdat ze al te zeker zijn van hun transcendente immuniteit.?

De islam mag dan als monothe?stisch geloof al een Heilige Geest ontberen die religieuze immuunparadoxen van de scherpe kanten ontdoet. Er bestaat op zijn minst ook nog een vorm van gezond verstand en menselijkheid om de exaltatie te temperen.

Ramadan

En dat Gezond Verstand is sinds de Arabische Lente steeds meer in vurige tongen neergedaald over de gelovigen, ook over de kleingelovigen.

Het voorbije decennium werd de ramadan vaak als ??n grote multiculturele feestmaand gepresenteerd aan de stad en de wereld. Steeds meer mensen voelden zich gedwongen actief mee te spelen ook al beschouwen ze hun geloof als een priv?-aangelegenheid. Dus niet eten, noch drinken, geen seks noch roken van zonsopgang tot zonsondergang en wie weigert loopt het gevaar bekend te staan als afvallig of ongelovig.

Ongelovige politici en andersgelovige publiciteitsjagers stonden tot vorig jaar vaak te dringen voor de camera?s bij de iftar al dan niet voorzien van een geassorteerde hoofddoek. Niets is daarvan nog te merken sinds de recente nederdaling van het Gezond Verstand.

Slechtgelovigen

Bij het begin van mijn huisartsenpraktijk in Rotterdam kreeg ik wel eens zwaar gesluierde dames met blauwe ogen, sproeten en een Hollandse tongval die mijn uitgestoken hand weigerden onder het mompelen van ?Niet persoonlijk bedoeld, dokter, maar ik mag u geen hand geven?.

?Pardon, wie verbiedt u dat??
?Mijn godsdienst?.
?Welke godsdienst bent u dan toegedaan??
?Ik ben moslim.?
?En de andere moslimvrouwen dan, die mij wel een hand geven??
?Dat zijn slechte moslima?s, allemaal?.

Deze getuigende bekeerlingen zijn kort daarop vertrokken met de noorderzon.
Huisarts kan ik niet zijn zonder tekenen en aanrakingen: wij begroeten elkaar door onze veilige, lege handen te tonen en aan te raken.

Waarna veel mensen uit islamitische culturen met diezelfde hand hun linkerborst raken om de ander in het hart te bewaren, zelfs de enkele dames uit de emiraten die mij een hand geven met hun kanten mouw om de vingers. Eens op de onderzoekstafel overheerst het pragmatisme en worden alle betrokken lichaamsdelen spontaan en ruim ontbloot, tot en met de behaarde hoofdhuid.

Alleen in het Rotterdamse Oogziekenhuis voeren ze een andere beleid.
Daar verklaart de directie dat om hygi?nische redenen niemand een hand gegeven wordt!

Arabische Lente

Kort na de val van het Tunesische regime vertelden steeds meer mensen uit de Maghreb over de rampzalige toestand in hun land van herkomst, over het verschrikkelijke gebrek aan democratie, over de willekeur van de politie en de geheime diensten, over de allesoverheersende corruptie en de verschrikkelijke handophouders mentaliteit.

Een diepgelovige en hardwerkende Marokkaanse Nederlander vertrouwde me toe dat hij geen ?zakat? meer gaf aan de klaplopers in zijn thuisstad. Hij had met de tien procent inkomsten die hij tijdens zijn vakantie aan aalmoezen besteedde, een laspost gekocht en gaf les aan pienterste kereltjes die bereid waren te werken en te leren lassen. Dat was meer in de geest van zijn geloof dan aalmoezen voor bedelaars.

Kinderen van families uit de Maghreb gaan vaker niet meer mee op vakantie naar het moederland: ?Wat heb ik met dat land? Ik ben Nederlandse en wil hier een toekomst voor mijn kinderen. Dat hebben ze ginder niet, dat weet ik wel heel zeker.?

Hardwerkende nieuwkomers geven fors af op de klaplopers en raddraaiers – uit hun eigen cultuur – die het hier voor iedereen komen verpesten

Gezond Verstand

Een Armeense vluchteling uit Teheran omschreef de vreugdevolle opluchting bij het Egyptische Plein van de Vrijheid als het prille begin van een lange lijdensweg: ?In Iran zijn ze bijna door die tunnel heen. Van de jeugd gelooft niemand daar nog in het ideaal van een islamitische republiek, zeker de meisjes niet. Overal elders staan ze nog maar aan het begin. Met het voorbeeld van Iran en internet doorzien ze de beloftes van hun religieuze leiders sneller. En dat merk je vooral bij jonge vrouwen?.

Met de Arabische Lente lijkt in Rotterdam alvast het Gezond Verstand tijdens de ramadan de herinnering te versterken aan de ?horizontale levensmotieven?: vredelievend welzijn en aards geluk voor mensen van goede wil.

Archief

Peter Sloterdijk, Je moet je leven veranderen. uitg. Boom 2011 – vert. Hans Driessen

21 augustus 2011

Peter Sloterdijk, Je moet je leven veranderen. uitg. Boom 2011 – vert. Hans Driessen

Alweer een boek – van Peter Sloterdijk – dat er toe doet, ook morgen en voor onze kinderen.
Peter Sloterdijk weet het prachtig te formuleren, bevattelijk zelfs.
Ook voor niet filosofisch geschoolde lezers die hij telkens weer boeiende doorkijkjes en heldere inzichten biedt.
Een boek om te spellen, jaar in jaar uit.
Een boek voor alle tijden.
En zeker voor deze spiltijd.

http://www.vn.nl/Standaard-media-pagina/PeterSloterdijkIkZegUDeCrisisZalEenNieuweEliteBrengen.htm

http://www.filosofiemagazine.nl/00/fm/nl/121/artikel/print/27733/Je_moet_je_leven_veranderen.html

http://www.athenaeum.nl/recensies/peter-sloterdijk-je-moet-je-leven-veranderen

12. Er is een moment geweest dat het ethische programma van de huidige tijd in een helder licht kwam te staan, namelijk toen Marx en de links-hegelianen de stelling verkondigden dat de mens zelf de mens produceert. Wat deze stelling betekende werd binnen de kortste keren door een ander soort gezwets vertroebeld, namelijk dat over de arbeid als de enige fundamentele handeling van de mens.
Maar als de mens inderdaad de mens voortbrengt, doet hij dat juist niet door middel van de arbeid en de concrete resultaten daarvan, ook niet door de tegenwoordig zo veelvuldig geprezen ‘arbeid aan zichzelf’, en al helemaal niet door de als alternatief gepresenteerde ‘interactie’ of ‘communicatie’: hij doet het door te leven in oefeningen.
Onder ‘oefening’ versta ik elke handeling waardoor de geschiktheid voor de volgende uitvoering van dezelfde handeling op peil gehouden of verbeterd wordt, om het even of die handeling expliciet als’ oefening’ wordt bestempeld.

Over het geloof en de Heilige Geest:

217. Wie gelooft, moet de kleinburger verbluffen. (....)
De door Christus bezworen Heilige Geest was de wijsheidskunst die ervoor zorgde dat de exaltatie van de martelaren getemperd werd door de herinnering aan horizontale levensmotieven. In deze zin is de Heilige Geest de eerste psychiater van Europa – en de vroege christenen waren zijn eerste pati?nten. Een van zijn taken bestaat in het van de scherpe kanten ontdoen van de religieuze immuunparadoxen die zich voordoen op het moment dat de ontketende geloofsgetuigen hun fysieke immuniteit verzwakken, omdat ze al te zeker zijn van hun transcendente immuniteit.

Het is tijd:

328. De weg naar het tijdperk van de productie, die culmineert in de productie van de producent, werd al ver voor de twintigste eeuw ingeslagen. Steeds wanneer een stap op dit traject werd gezet, werd aan de tijdgenoten met veel bombarie verkondigd hoe de mens ‘toegankelijk’ voor zichzelf wordt. Het heeft er alle schijn van dat het effectieve centrum van moderne actualiteiten bestaat in voortdurende berichten over hoe de radius van de beschikking van de mens over zichzelf en zijnsgelijken groeit. Zulk nieuws riep – onder de oppervlakte van de algemene afwijzing op grond van zijn griezeligheid – van oudsher zowel
positieve als negatieve hartstochten op, ja men sloeg zelfs apocalyptische tonen aan als er echt iets nieuws van dit front te melden was, voor het laatst rond 2000, toen de ontraadseling van het menselijke genoom voor de deur stond. ‘Tempus est, schrijft Comenius in het jaar des Heren 1639 met vurige letters op de muur: ‘Het is tijd’ – volgens deze formule worden tot op de dag van vandaag de agenda’s voor de gefuturiseerde wereld opgesteld.

Geneeskunde:

390. Als ik naar mijn huisarts ga, accepteer ik in principe ook de onprettige onderzoeken waaraan ik me vanwege zijn inhoudelijke competentie overgeef; ik onderwerp me aan invasieve behandelingen alsof ik ze me uiteindelijk zelf aandoe. Zet ik mijn favoriete zender aan, dan accepteer ik nolens volens dat ik overspoeld word door het lopende programma.
De woordspeling van McLuhan, die message gelijkstelt aan massage, krijgt filosofische betekenis zodra men daarin een competente stellingname in de ‘kwestie van het subject’ in het tijdperk van de media herkent. Zich-laten-masseren symboliseert de situatie van al diegenen die op zichzelf inwerken doordat ze anderen toestaan op hen in te werken.

392. In de regel laat de auto-operatieve terugkoppeling naar zichzelf, op grond waarvan het subject technische modificaties van zijn lichaam duldt, een minder sterke kromming zien. Ze komt bijvoorbeeld sinds de achttiende eeuw tot uitdrukking in het extensieve gebruik dat verlichte Europeanen maken van stimulantia, Dit gebruik neemt sinds de twintigste eeuw zozeer toe dat dopingmiddelen op grote schaal worden ingezet in alle mogelijke disciplines

394. We moeten van hervonden mogelijkheden spreken, omdat de Europese geneeskunde tussen 1490 en 1846 de anesthetische technieken van de Oudheid en de Middeleeuwen, in het bijzonder de destijds welbekende en vaak toegepaste ‘slaapsponzen’ op basis van uiterst werkzame plantenextracten van papaver, bilzekruid, alruinwortel en scheerling, zo goed als totaal vergeten was. Deze tot op
heden nog nauwelijks verklaarbare amnesie was medebepalend voor de hardheid van het realiteitsklimaat gedurende de hele nieuwe tijd tot in het midden van de negentiende eeuw – in deze periode kwamen chirurgische operaties vrijwel altijd neer op martelingen en waren voor de pati?nten synoniem met agonie.

395. Er bestaat sinds oktober 1846 als het ware een mensenrecht op bewusteloosheid – een recht op er-niet-bij-hoeven-te-zijn in bepaalde extreme situaties van de eigen psychofysische existentie. De aanspraak op dit recht werd door een modegril van de late achttiende en vroege negentiende eeuw voorbereid: het spreekwoordelijke in zwijm vallen bij al te grote opwinding, dat bijzonder gevoelige personen, vooral van het vrouwelijke geslacht, als teken van gecultiveerde zwakte werd toegestaan en dat in hysterische symptoombeelden van de late negentiende eeuw een bloeiend naleven leidde. Bovendien hadden de na 1785 in heel Europa gerecipieerde praktijken van het animale magnetisme en: het kunstmatige somnambulisme, allebei eerdere vormen van de sinds 1840 zo genoemde hypnose, het nodige gedaan om moderne subjecten vertrouwd te maken met de voordelen van de ‘opgeschorte animatie’. Deze technieken, die sinds de late achttiende eeuw onder de naam ‘mesmerisme’ in zwang waren ? overigens ook als gezelschaps- en vari?t?amusement -, werden door de artsen na 1800 soms ook toegepast als voorlopers van de chemische narcose. Door de romantici en de Duitse idealisten werd het mesmerisme intensief gerecipieerd
omdat het als koninklijke weg naar de sfeer voorbij het dagelijks bewustzijn kon worden ge?nterpreteerd, als het ware als een soort experimentele theologie.

Eigendom en geld als wereldverbeteringsmiddel.

399. De gedachte dat de eigendom het middel tot alle middelen vormt, is onder de nieuwe radicalen taboe. Het diep ingewortelde ressentiment jegens de priv?eigendom, ja, jegens alles wat priv? is, blokkeert de conclusie die zich bij elk onvooringenomen onderzoek van de rijkdomscheppende en vrijheidbevorderende mechanismen opdringt, namelijk dat de effectieve wereldverbetering de zo universeel mogelijke privatisering vereist. In plaats daarvan ontsteken de politieke metano?tici in geestdrift voor de algemene onteigening, en hierin komen ze overeen met de christelijke ordestichters, die alles gemeenschappelijk en niets voor zichzelf wilden bezitten. Zij hadden geen toegang tot het belangrijkste inzicht in de dynamiek van de economische modernisering, namelijk dat het geld dat door belening van eigendom wordt gecre?erd het universele wereldverbeteringsmiddel is. En ze kwamen al helemaal niet op het idee dat alleen de moderne belastingstaat, de anonieme hypermiljardair, tot nader orde als algemene wereldverbeteraar kan fungeren, let wel: in bondgenootschap met de lokale melioristen en dat niet zozeer op grond van zijn traditionele scholingsmacht als wel dankzij zijn in de loop van de twintigste eeuw tot in het ongelofelijke toegenomen herverdelingsmacht. De actuele belastingstaat van zijn kant kan alleen in stand blijven zolang hij steunt op een eigendomseconomie waarvan de spelers het lijdelijk accepteren dat hun door de zeer zichtbare hand van de fiscus jaar in jaar uit de helft van het totaalproduct wordt afgenomen ten gunste van gemeenschapstaken. Wat de ongelatenen het minst begrijpen, is het simpele feit dat bij een collectieve lastendruk van rond de vijftig procent de belofte van het re?el existerende, liberaal-fiscale semisocialisme vervuld is, om het even onder welke benaming deze toestand aan de man wordt gebracht, of hij nu New Deal heet, ‘sociale markteconomie’ dan wel ‘neoliberalisme’. Wat aan de perfectionering van dit systeem nog ontbreekt, is het cre?ren van een wereldwijd gehomogeniseerde belastingsfeer en de al te lang uitgestelde privatisering van de arme wereld.
Tegen de achtergrond van de hierboven geschetste beginperiode van een geschiedenis van het ethische onderscheid ziet men meteen hoe daar door de agressieve articulatie van de communistische en anarchistische radicaliteit een nieuw hoofdstuk werd geopend. Het gaat over de doorbraak van de metano?tische imperatief in de politieke dimensie. Zijn meest krasse formuleringen vallen samen met de sterkste tendens tot uiterlijke toepassing. Daarom was de twintigste eeuw het tijdperk van de ‘commissarissen’ die geloven in de verandering van de wereld met uiterlijke en uiterste middelen – ik wijs op Arthur Koestlers opstel ‘The Yogi and the Commissar’ dat in 1942, in het hart van de duisternis in Europa verscheen en dat in 1945 zijn titel leende aan een wereldwijd gelezen bundel opstellen over de morele situatie van de tijd.

De revolutie:

403. De revolutie wilde zelfs dan nog gelijk hebben, als ze de trouwsten der trouwen arresteerde, folterde en doodschoot. De gelovigen die dat met zichzelf moesten laten gebeuren, waren geen getuigen wier nagedachtenis in een Moskous martyrologium gekoesterd werd; ze leken op mystici die zich onderwierpen aan de meest veeleisende geestelijke oefening, de resignatio ad infernum – de poging niets anders te willen dan God of Stalin wil, ook al zou hij ook mijn verdoemenis willen.

Euthanasie:

436. De symbolisch gekoesterde dood in het christendom breidt de memoriafunctie uit tot de geredden, die in het geheugen van God onvergeten en in zoverre onsterfelijk blijven. We zouden het werk van de asceten aan het doodlevencontinu?m kunnen beschrijven als een oorspronkelijke accumulatie van beschavingsenergie, die het mogelijk maakt zelfs de uiterste dwang in te bedden in het innerlijk van de symbolische orde. Een modern spoor van deze beschaving openbaart zich in de groeiende euthanasiebeweging in het Westen. Die heeft de metafysische overdaad van de ascetische stervenskunst pragmatisch afgeslankt, maar gaat wel uit van de ondertussen grotendeels gestaafde evidentie dat het de mens altijd gegund is zijn einde in cultureel ingebakerde vormen te beleven. De goede argumenten van de huidige bewegingen voor een waardig sterven streven ernaar een einde te maken aan het bondgenootschap tussen een reactionaire religie en een progressieve technocratengeneeskunde, die samen nauwelijks meer dan een hoger creperen toelaten. In plaats daarvan moet de verworvenheid van de ascetische culturen, de inbedding van de dood in een gedeelde deskundigheid, ook toegankelijk worden voor de niet-asceten.

Over kunst, sport, immunisatie…

Excerpten

Archief

Pontremoli, IL GLICINE E LA LANTERNA

15 augustus 2011

Pontremoli, IL GLICINE E LA LANTERNA

Van 9 november 1211 tot 6 juli 1212 reisde abt Emo van het Friese Nijeklooster naar Rome en terug om bij de paus zijn gelijk te halen tegen de bisschop van Munster die zijn klooster het kerkje in Wierum betwistte. Na twee maanden wachten in de pauselijke antichambres kreeg hij gelijk.
Abt Emo passeerde bij die forse reis tweemaal het stadje Pontremoli in de Lunigiana, de noordwestelijke oksel van wat later Toscane zou worden. Hij volgde immers de Via Francigena voor wie uit het noorden en Canterbury naar Rome toog en op terugkeer hoopte.

Dick de Boer: Emo?s reis. Een historische culturele ontdekkingstocht door Europa in 1212. Ten Have, 496 blz. ? 29,95

Die route langsheen de Magra werd lang voordien reeds gebruikt door mensen die 5000 jaar geleden doorheen Europa zwierven en langs de route hun “>?statue stelle? plaatsten: gestileerde figuren van mannen en vrouwen al dan niet voorzien van hun attributen. Wat meer naar de kust in Filattiera hebben de gekerstende gelovigen zelfs hun oeroude beelden en attributen verwerkt in een zeer oud Romaans kerkje.

Al blijft mobiliteit voor ons wereldbeeld vaak zeer beperkt in tijd en ruimte tot moderne vervoersmiddelen, mensen hebben van bij hun ontstaan heel veel heen en weer gelopen.
Dus ook in Europa waar de trafiek ook zorgde voor een enorme verspreiding van kunst- en cultuuruitingen van in de prilste prehistorie. En doorgaans langs de geografisch handigste trajecten.

Pontremoli – waar de bruggen beefden bij aardbevingen of uit eigen houterige beweging – was ook een van de eerste Europese steden met een scheidingsmuur die belangen en onderdanen van verschillende politieke stromingen met hun machthebbers van elkaar gescheiden hielden.
In het begin van de veertiende eeuw leidde dit tot een heuse muur met forse Campanone-toren tussen het noordelijke deel van de stad waar de Welfen de pauselijk-Frankische belangen dienden en het zuidelijke gedeelte waar de Ghibellijnen zich bekenden tot de Duitse keizer en een meer profane leiding.
Tot op vandaag scheiden de toren en de belendende gebouwen het stadsplein in een kerkelijk gedeelte met kathedraal en bisschoppelijk paleis,
van het burgerlijke gedeelte met stadhuis, gerechtshof en boekhandels.

IL GLICINE E LA LANTERNA is een ideale locatie voor rust en overpeinzing in een aangename omgeving met vriendelijke mensen en ferme locale keukenkunsten van Graziella en Barbara.

Een dagtrip naar Genua – met eindeloos veel fraais – is haalbaar en naar Parma nog meer.
Naast Duomo en Battistero is ook de Galleria Nazionale adembenemend.
Museo Amedeo Bocchi heeft verrassend veel in petto voor vrouwenminnende bezoekers

Archief

Romanzo criminale (Crime Novel) 2005

14 augustus 2011

Romanzo criminale (Crime Novel) 2005

De DVD serie van Michele Placido ( La Piovra) is gebaseerd op de roman uit 2002 van Giancarlo De Cataldo (1956), die destijds zelf als onderzoeksrechter te maken had met de bende van Magliana.
Als een democratisch samenwerkingsverband van kleine criminelen uit een Romeinse achterstandswijk slaagden ze door hun structuur, hun flexibiliteit, de intelligentie en ambitie van hun leiders Lebanese, Freddo en Dandi erin tijdens de ‘anni di piombo’ vanaf eind jaren zeventig tot begin negentig zowat de hele Romeinse onderwereld te beheersen.
Hun beginkapitaal was het losgeld van de ontvoering van een rijke baron, wat ze besloten te investeren in de drughandel.
Balancerend tussen Camora, de Italiaanse geheime deinst en neofascisten als handpoppen van grote kapitaalbelangen slaagde de Bende van Lebanese uit Magliana erin de liquidatie van hun leider te overleven.
Een deel van de bende kon doordringen tot de betere Romeinse kringen.
De bende van Lebanese uit Magliana was er in opdracht van de geheime dienst in geslaagd om de in 1978 door de Rode Brigades ontvoerde voorzitter van de Italiaanse christen-democratie, Aldo Moro, terug te vinden die een regeerakkoord wou sluiten met de communistische partij. Hogere politieke belangen bleken zijn vrijlating ongewenst te beoordelen. Ook de bomaanslag op het treinstation van Bologna in 1980 passeert op de achtergrond in de bendegeschiedenis, net als de belangen van de P2loge en de Vaticaanse Banco Ambrosiano.
Aan visuele en auditieve toppers ontbreekt het niet in de film. De mooiste leek mij de bewening van het lijk van bendeleider Lebanese aan de voeten van zijn afwijzende moeder: een aangrijpende interpretatie van de Cristo Morto van Mategna.
De politiecommissaris die van de jacht op de bende zijn levenswerk maakte wordt in de film door de chef van de geheime dienst finaal als opvolger aangeduid omdat de tijden veranderd zijn. Hij had het land gediend in de tijd van de koude oorlog. Met de val van de Berlijnse muur was die periode voorbij. Ook in Itali? zou alles veranderen, en dat eiste andere leiders, ook van politie en geheime dienst.

De openings- en slotsc?ne van de reeks maakt duidelijk wat de drijfveer van veel van de jonge criminelen was: respect, zij eisten ook respect en anders zouden ze het door geweld weten af te dwingen.
Een verlangen naar respect tot in de ogen van hun doden en de blik van hun moeders. De laatste overlevende van de bende, Bufalo – de minst geschoolde maar sluwe crimineel was niet flexibel genoeg om in de buurt van het loeiende vuur van de macht te blijven – laat euthanasie plegen door de politie, vele jaren na de dood van zijn kompanen.

Een van de Italiaanse literaire ?jonge kannibalen?, schrijver Niccol? Ammaniti loofde de roman als volgt:

?Romanzo Criminale (Criminele roman) heeft twee doelen en raakt in beide de roos: het eerste is het verhaal van Rome en haar malavita te vertellen zoals het nooit eerder is gedaan, en het tweede is: het hart van de lezer raken.?

La Repubblica schreef :
?Iemand moest zijn handen steken in de gorigheid en de hoeveelheid bloed die de criminele geschiedenis van Itali? kenmerken, iemand moest het verhaal deconstrueren, reconstrueren en opnieuw vertellen, zodat hij het een nieuwe vorm en betekenis kon geven: die iemand is Giancarlo De Cataldo.’

De finale bendeleider Dandi – die trouwt met Patrizia, luxe-hoer van dienst en tevens door de politiecommissaris begeerd – is geinspireerd op Enrico De Pedis, de ?ultimo capo della Banda della Magliana (1954 – 1990).
Net zoals de zeven mythische koningen van Rome zou geen van de bendeleiders een natuurlijke dood sterven.
Voor Dandi-Enrico was de ultieme wens niet te eindigen zoals zijn kompanen en voorgangers in een onnozel grafluik tussen burgers, boeren en buitenlui. Met de hulp van zijn Patrizia – Anna Mouglais is doorheen de hele reeks overigens de schitterende link tussen boven- en onderwereld, tussen kop en kloten is Dandi – Enrico in de re?le wereld – er effectief in geslaagd om zich als leek met toestemming van bisschoppen en kardinalen te laten begraven in de kerk nabij de Piazza Navone, de Basilica Sant’Apollinare.
De basiliek werd voor een groot deel met zijn misdaadgeld gerestaureerd en is nog steeds een belangrijk heiligdom van Opus Dei.

Dit soort details, het beeld van de re?le onderwereld, de Italiaanse politieke geschiedenis en het betere acteerwerk van enkele sleutelfiguren maakt van ‘Romanzo criminale’ een adembenemend feuilleton, een schitterende illustratie van Niccol? Machiavellis ?Il Principe??.
Vele vraagstukken over het verwerven en behoud van macht komen aan bod. Door de bendeleiders worden in de loop der jaren en in verschillende omstandigheden alle mogelijke praktische oplossingen ge?valueerd en uitgeprobeerd.
Een meesterlijk hoogtepunt is bijvoorbeeld de oplossing die Dandi vindt om zich uit de greep van de Camora heroine-leveranciers los te wringen om in eenzelfde beweging het vertrouwen van zijn bendeleden te herwinnen en zich te ontdoen van een gevaarlijke fascistische huurling.

Niets menselijk is het leven in de onder- en de bovenwereld vreemd: parallelle werelden die elkaar raken waar het geld stroomt.

Archief

Herman Koch, Zomerhuis met zwembad, uitg. Anthos 2011

11 augustus 2011

Herman Koch, Zomerhuis met zwembad, uitg. Anthos 2011

Wat moet je in een zomerhuis met zwembad en een kist nagelaten filosofische, wetenschappelijke en politieke boeken?
Een dagje vrij nemen en je laten kietelen door Herman Koch met zijn versie van Hollands Glorie boven de Moerdijk op vakantie in het zuiden.

Schitterend gebrieft door deskundige huisartsen, doch met enkele kleine doch storende detailfouten ( rubberen handschoenen waar die voor het toucheren van de pati?nten reeds lang verduurd zijn) over het wel en wee van een ooit pientere maar intussen chagrijnige huisdokter met zijn gezinnetje die er ook eens graag bij wou horen, bij die Hollandse culturele BCBG en te laat doorheeft hoe hij genaaid wordt op hun vakantieadres.

Leuke sfeerbeelden, lekkere grollen, heuse typetjes naar het leven van de Hollandse cultuurhoeders dan wel hoereerders en een goed opgebouwde plot vol heen en weer, valse hints met een spannend einde.
Het had iets van de VARA serie ?Vuurzee? uit 2005-2006, en dus meer dan de moeite waard.
Maar nog niet echt vergelijkbaar met ?De kaart en het gebied? van Michel Houellebecq.

http://knack.rnews.be/nl/actualiteit/nieuws/boeken/recensies-volwassenen/romans/herman-koch-zomerhuis-met-zwembad/article-1194947111673.htm