Er is nog zo veel dat ongezegd is. (Rutger Kopland)

Dupslog

Archief

vrt. deredactie.be – OPINIE : Het gat in de markt van de eenzaamheid

31 januari 2012





26 / 01 / 2012

?Ik had al heel wat gedachten gewijd aan de vreemde structuur van mijn familie, een hecht compact blok dat in een lege ruimte hing met niets erachter en niets ernaast, geen grootouders, geen ooms en tantes, geen neven en nichten, geen enkel soort familieleden. (?) Ik had niet ??n oud verhaal om naar te luisteren, enkel wat op zichzelf staande berichten, sporadische commentaren, fragmenten die niet altijd overeenkwamen met de feiten die mijn broers en zussen kenden?. Almudena Grandes, Het ijzige hart.

Zoals dat gaat bij dood en verlies hanteren nabestaanden hun herinneringen als houvast voor wie verder moet. We vullen er onze lege ruimtes mee en geven onszelf en wie na ons komen een gevoel van zekerheid. Wie die kansen nog kan koesteren, vult de leegte met de regelmaat van het bezoek aan de resterende ouder. De dood van een partner onthult herinneringen die niemand nog kan tegenspreken. We kunnen luisteren naar de manier waarop onze eenzame ouder de eigen lege ruimtes heeft gevuld met verhalen. Ook al klonken ze in onze herinneringen anders en zijn ze aan een ander perspectief onderhevig, soms leiden ze tot andere posities, zelfs tot andere inzichten.

Ook over onszelf.

Al is de precieze golflengte waarop we communiceren meestal verschillend.


Ketenzorg

Zoals zovelen van mijn generatie bezoek ik bijna wekelijks mijn moeder die intussen ook weet dat naast soep en koek stoffige dozen de ?hectaren van ons geheugen? kunnen vullen. Met verkleurde foto?s of minuscule lichtdrukmalen van nog v??r de grote oorlogen. Liever dan een lekkende wasmachine, koude radiatoren en een dode autobatterij.

Terwijl zij vertelt wie er op de foto staat en waar het tafereel zich afspeelde, brengt ze mij een verhaal over het voor en na als een schakel van de ketenzorg van haar leven dat in het mijne verder getakeld wordt.
Soms zijn die geschenken van het geheugen hilarisch, soms irriterend, vervelend of ontroerend. Maar na iedere sessie heeft de bezoeker weer beter begrepen wie hij is, en waar hij vandaan komt, wat hij wie ooit heeft aangedaan, wie moet verwittigd worden voor de begrafenis en wie een kaartje krijgt voor de uitvaart.

En wie niet

Liefde op maat

Aan de hand van het parochieblad en de krant wordt weinig subtiel duidelijk gemaakt dat de aartsbisschop schuldig verzuimde om paal en park te stellen aan het misbruik in de kerk, wat vroeger allemaal nog erger was want toen durfde niemand wat te zeggen. En de vorige en die daarvoor en daarvoor verzuimden minstens zoveel of nog meer.
En of een pastoor nog wel in aanmerking komt voor de dienst en welke begrafenisondernemer in de gratie is.

Dan overlopen we de uitdijende lijst van gepersonaliseerde noodkreten om geldelijke hulp die sinds ze ?Blindenzorg Licht en Liefde? in haar gulle solidariteit had omarmd, blijven toestromen. Dezelfde aanhef met de ongebruikelijke eerste voornaam getuigt van het onderling verkopen van adresbestanden met potenti?le donoren door de zogenaamde ?hulporganisaties?. De nieuwe bedelindustrie op haar best.

Nadien komen de vele brieven en folders van op maat gesneden telefoonabonnementen, internetaansluitingen, spotgoedkope energiecontracten, uitvaartverzekeringen, onbegrijpelijke pensioenaanpassingen en dito bankuittreksels.

Duistere package deals

In de telecommunicatie zijn wisselende tarieven vooral ondoorzichtig. Wat heb je als bejaarde aan al die verschillende aanbiedingen van telefoonbedrijven met tarieflijsten waar ze zelf niet eens meer aan uit kunnen. Wie nog televisie wil zonder allerlei internet- en telefoon-package-deals is eraan voor de moeite. Echt voordelig wisselen van gas- en elektriciteitsleverancier is een quasi onmogelijke opgave.

En niet alleen bejaarden neigen hier tot abstinentie.
Voor de ratrace van de vrije markt wordt door steeds meer mensen bedankt.

In Nederland verkiezen steeds meer vaklui een ZZP statuut – zelfstandige zonder personeel – boven een looncontract waar hun werk- en leefritme door opgejaagde bazen bepaald wordt. Iedereen heet intussen productmanager. Van samenwerken wil niemand nog weten. De eenheidsvakbond – FNV Bondgenoten – werd tot brokkenpap herleid, net nu fors gemorreld wordt aan de pensioenakkoorden en gekort op de uitbetalingen.

Oude vormen en gedachten lijken stervende.

Maar binnen een grillige huizenmarkt blijkt ?co-housing? niet langer een overjaars commune-ideaal. Wanneer zelfs een organisatie als Touring Wegenhulp een syndicaat van automobilisten wil oprichten ?tegen een regering die het geld altijd bij de chauffeurs ophaalt?, is dit omdat er een onderstroom zwelt tegen het liberalistische consumentenideaal van ieder voor zich.

Homestroom

In Nederland bleek een ?gat in de markt? een permanent zoeken naar voordelige energietarieven bij groepsaankopen.

In Vlaanderen loopt dit her en der en tijdelijk op provinciaal of gemeentelijk niveau.

Bij onze noorderburen wordt met ?homestroom? een omslag gemaakt. Je betaalt een jaarlijkse inleg van goed 50 ? en in ruil daarvoor krijg je de scherpste tarieven voor gas- en elektriciteit. Eens je keuze gemaakt handelt ?homestroom? alles verder af. Voorlopig houden zij het bij ?energie? omdat hier de kwaliteit van het geleverde product gelijk is voor alle leveranciers.

Voor andere diensten en goederen ligt dit moeilijker.

Als kritische consument ben je niet langer een vervelende klant, maar speelt weer de macht van het verenigde getal. Je hoeft niet langer te stressen in een permanente staat van argwaan, overgeleverd aan initieel prachtige maar nadien dalende spaarrentes.
Wie minder alert is, kan op die manier beroep doen op die macht van het getal.
Het lijkt wel of we ons in de 21ste eeuw moeten voorbereiden op nieuwe co?peratieve idealen.

Verenigde consumenten

Wat let Testaankoop, vakbonden, ziekenfondsen om een vergelijkbaar systeem op te zetten, dat zich niet laat vangen in een web van dubieuze spaar- en financieringscontracten. Er is grote vraag bij hun leden – niet alleen de bejaarde – naar een betrouwbaar antwoord op de eenzame leegte van consumenten in een vrije markt. In een lege ruimte zijn we als individu overgeleverd aan demonen die onzekerheid en angst bespelen. Met een familie, een verleden en een toekomst staan we niet alleen.

Of zoals ooit iemand zei: ?Consumenten aller landen, verenigt u!?

?Er zouden heel wat jaren voorbijgaan en veel dingen gebeuren voor zij de betekenis zouden begrijpen van die ingewikkelde conversatie, die helder, begrijpelijk en juist was, zoals alle noodzakelijke waarheden waarvan men uit liefde tijdig afstand doet?. Almudena Grandes, Het ijzige hart






 

Archief

Almudena Grandes, Het ijzig hart – uitg Signatuur 2010

28 januari 2012

Almudena Grandes, Het ijzig hart – uitg Signatuur 2010

vertaald door Mia Buursma en Ans van Kersbergen

‘Hoed je voor vragen, voor antwoorden en voor hun motieven, anders zal ??n van de twee Spanjes je hart bevriezen.’

Lang, zeer lang geleden dat ik nog zo’n auteur tegen het boek liep, die zo grondig onder mijn huid kon kruipen, die nog zoveel vingerbijten, zit- en nekpijn, rugklachten, prikkelende ogen en verschrikkelijk veel pijn van het zijn wist te triggeren. Dit is als Johan de Booses ‘Bloedgetuigen’, maar dan die van Spanje.

Een turf van dik 800 pagina’s met twee stambomen die ik geen honderd maar minstens tweehonderd keer heb geraadpleegd tijdens het lezen.

Bij Antonio Munoz Molina De nacht der tijden?zat nog een kaart van Madrid ? bij Grandes werd het goochelen op internet ? en het was waarlijk frustrerend hoe zij met alle mogelijke en onmogelijke passen, wendingen, pirouettes, klanken en ritmes van een gigantisch flamencoschouwspel haar lezer weet te verslaven aan een magistraal verhaal van sluiering en versluiering, van onthulling en verraad, verleiding en verstoting, passie en pijn, woede en wanhoop, bravoure en behoedzaamheid, en wraak, veel honger naar wraak als gerechtigheid en uitgestelde emoties.

Frustrerend ?n bevredigend, geschreven door een vrouw ? de allereerste keer dat ik in een boek over de Spaanse burgeroorlog een vermelding tegenkom dat een hoofdrolspeelster nog even ‘een was moet draaien’ om nadien tijd te maken voor het grote werk.

Ik blijf erbij dat een uitgebreider personenregister en relationele stamboom handiger was geweest, maar anderzijds dwingt het de lezer om al haar min of meer gelijknamige protagonisten uit twee verwante en vijandige families in het geheugen te verankeren om hen niet te verliezen ? en met hen hun verschrikkelijke verhaal te eren.

Dat dit meesterwerk door een vrouw is geschreven spat in iedere sc?ne op: alle, maar dan ook alle van de vele sekssc?nes – ook die van mannelijke personages – smaken vrouwelijk, minder vernietigend, meer verleidend, vaak ook meer bevredigend. Niet alleen genitaal.

Deze literaire flamenco stoelt voor mij niet op talloze citaten die ik per se ook op schrift wil bewaren, maar meer op de structuur van haar verhalendans die het probleem van angst, twijfel, onzekerheid, woede die tot wrok leidt en verraad, hubris, thymos, onnozelheid en vooral angst, generaties vol angst en schaamte toch min of meer dragelijk weet te presenteren voor de lezer. De verwarrende compositie is wellicht een wezenlijk onderdeel van de twijfel die dit boek in de harten van de lezers tot rust kan laten komen. Het was allemaal veel te gruwelijk voor woorden, voor verhalen en voor de herinnering.

Omdat niets en niemand is wat lijkt, krijgt een nieuwe generatie vrede en vleugels omdat alleen zij de angst kunnen ontlopen. Niets is immers wat het lijkt, en zeker niet voor, tijdens en na de Spaanse burgeroorlog. Goed en slecht is en blijft vreselijk ingewikkeld. Al heb ik er de voorbije 40 jaar nog zoveel over gelezen, bezocht en bezongen gehoord.

Almudena Grandes is wis en waarachtig een literaire Grandes de Espa?a, niet door geboorte of koopacte, niet door erfrecht of slaafse onderwerping aan het hof, maar door haar literaire werk!

De nieuwe generatie zal ondanks de economische oplichterij een dynamiek zonder angst kunnen ontwikkelen en een toekomst kunnen opbouwen die vrijer is dan de eeuw van ellende die hen voorafgegaan is.

Sinds 2007 is er de Ley de la Memoria Histrica (de Wet ter historische nagedachtenis), een wet die slachtoffers van de Spaanse Burgeroorlog en de Franco-dictatuur rehabiliteert en schadeloosstelling garandeert.

-Waarom komt juist nu alles aan de oppervlakte? De eenvoudige waarheid?

Omdat wij, de derde generatie, bijna vijftig zijn. De regering Zapatero reageerde met deze wet op een eis van de bevolking, hoofdzakelijk geformuleerd door mijn leeftijdsgroep. Wij krijgen geen antwoord op onze vragen, want onze ouders en grootouders hebben geleerd om te zwijgen. Dat zit er diep in. Wij zijn de eerste generatie die zonder angst is opgegroeid.

-Maar de Spaanse democratie is al tweendertig jaar oud. Waarom nu pas?

In de eerste jaren na het einde van de dictatuur waren wij met andere dingen bezig. We waren rond de twintig, wilden reizen, flirten, dronken worden. De democratie was net zo jong als wij. De diepere betekenis van de veranderingen om ons heen drong niet tot ons door. Onze politici voerden die veranderingen dan ook als het ware undercover door. Kent u die scne in Mary Poppins waarin Mary met de kinderen in de tekening van een straattekenaar springt? Zo zie ik de Spaanse transicin (overgang). Onze politici gaven elkaar een hand en riepen: `Kom op, laten we in het land van de kleuren springen!? Dat was alles. Er werd niets geanalyseerd, er werden geen kritische vragen gesteld. Dat konden de mensen destijds ook helemaal niet. Ze waren niet in staat om een maatschappelijk debat aan te wakkeren. En wij waren te jong! Men kreeg simpelweg te horen: vanaf nu is alles anders. Vroeger waren we ouderwets, nu zijn we modern. Vroeger waren we ongelukkig, nu zijn we gelukkig … Tegenwoordig nemen we daar geen genoegen meer mee. We hebben dertig jaar lang ge?mproviseerd en nu moet er eindelijk eens grondig geanalyseerd worden.

-Hoe ziet u uw bijdrage aan die maatschappelijke discussie?

Ik denk dat Het ijzig hart een heel nieuwe kijk op de Spaanse Burgeroorlog biedt. Tot nu toe waren er voornamelijk twee perspectieven: er was de offici?le literatuur onder Franco en er was de exilliteratuur, waarin Spanje vaak ge?dealiseerd werd. Mijn roman probeert het verleden te koppelen aan het heden zonder daarbij het ene of het andere kamp aan te vallen. De roman gaat drie generaties terug, tot de grootouders van Alvaro en Raquel, de twee hoofdpersonen. Ze zijn rond de veertig en zitten midden in een identiteitscrisis. Ze komen uit een familie met linkse en rechtse rakkers, gematigden en radicalen, slachtoffers en daders? precies zoals het in de meeste Spaanse families is, in de mijne overigens ook. -Herinnert u zich wanneer u de drang voelde om dit boek te schrijven?

Eigenlijk schrijf ik altijd over hetzelfde. De Spaanse geschiedenis van de vorige eeuw fascineert me. Er zijn hoofdstukken in mijn eerdere romans die zouden kunnen voorkomen in Het ijzig hart. Dat ik het nu allemaal exemplarisch heb verteld heeft ook met mijn leeftijd te maken. Ik schrijf altijd over en voor mijn eigen generatie.

 


Almuenda Grandes interview NZZ

46. Het was bijna een maand na de dood van mijn vader, en ik was moeiteloos tot de conclusie gekomen dat ze diezelfde taak waarschijnlijk eerder al aan mijn twee broers had toevertrouwd, strikt op volgorde van onze leeftijd en zonder hetzelfde aan haar dochters te vragen, zoals haar gewoonte was. Ik wist niet wat zij hadden gevoeld bij de terugkeer naar een huis dat onvermijdelijk nog de sporen van papa zou dragen, de rangschikking van de voorwerpen op het bureau in zijn werkkamer, de plaats van zijn favoriete leunstoel voor de televisie, want we zaten nog in die autistische, ruimhartige fase van het rouwen, waarin iedereen probeert om de anderen niet extra te belasten met zijn eigen verdriet. ‘We gingen bijna elke middag een tijdje bij mama op bezoek en daarom zagen we elkaar veel vaker dan lange tijd het geval was geweest, maar overeenkomstig een stilzwijgende en toch strikte afspraak vermeden we de recente herinneringen aan onze jeugd die voor iedereen aangenamer en eenvoudiger te verdragen waren. In vreedzame tijden, als onze traditionele gesprekken over voetbal, het weer en de kinderen tijdens de wekelijkse maaltijd, een gewoonte die weinig van ons eiste en ons ook wel goed uitkwam, niet werden verstoord door een extern conflict, kon ik met al mijn broers en zussen goed opschieten. Maar de laatste jaren waren niet vreedzaam geweest en een aantal familie-etentjes en verjaardagsfeestjes van de kinderen, en zelfs de oudejaarsavond van het jaar 2003, waren uitgelopen op gigantische ruzies waardoor de remmende invloed van mijn vaders weerzin tegen politieke discussies voorgoed teniet was gedaan, zodat de spanningen die het hele land op zijn grondvesten deden schudden ook op kleine schaal tot uiting waren gekomen. De onderlinge krachtsverhouding aan de eettafel was een afspiegeling van de samenstelling van het parlement. Rechts had de absolute meerderheid, maar links, mijn vrouw, mijn zwager Adolfo en ik, met de passieve steun van mijn zus Ang?lica, was gepassioneerd en strijdlustig. Als reactie op de tegenstander waren beide partijen langzamerhand steeds radicaler geworden, en het kwam zelfs zover dat ik, die lang daarvoor alleen maar lid was geworden van een vakbond om mijn vriend Fernando te steunen en me meer intu?tief dan uit noodzaak politieke standpunten eigen had gemaakt, al voor de algemene staking van 2002 mijn studenten op een dag stond aan te moedigen tot verzet tegen de regering. Door de omstandigheden werden we gedwongen de messen te slijpen, en de mijne blonken nog steeds vlijmscherp op die eerste dag in maart 2005, toen we door het gedeelde verdriet over de dood van onze vader ineens weer een hecht geheel vormden, maar inmiddels begon ons verbond barstjes te vertonen.

95. Er zouden heel wat jaren voorbijgaan en veel dingen gebeuren voor zij de betekenis zou begrijpen van die ingewikkelde conversatie, die helder, begrijpelijk en juist was, zoals alle noodzakelijke waarheden waarvan men uit liefde tijdig afstand doet.

122. ‘Door congressen word ik compleet anders, weet je: vertelde ze me laIer in de bar waar we met een paar mensen nog iets gingen drinken. ‘Het is iets heel raars, als ik van huis ga voel ik me goed, rustig, maar als ik aankom, ik kan er gewoon niets aan doen … Dan bekijk ik jullie allemaal eens een beetje en dan denk ik … met wie zal ik vanavond eens gaan neuken? Dat heb je met natuurkunde, er zijn zo ontzettend veel mannen en zo weinig vrouwen. Ik heb geen idee wat vrouwelijke kunsthistorici doen: voegde ze er nog aan toe, ‘die gaan elkaar uiteindelijk vast met een alles te lijf .. .’

132. Het was voor het eerst van mijn leven dat ik me verantwoordelijk voelde voor mijn vader, volwassener dan hij, beter in staat om beslissingen te nemen en hem te helpen en te beschermen zoals hij met mij had gedaan toen ik een kind was. Je hebt moeten sterven, papa, dacht ik, om me nodig te hebben, en die harde conclusie deed me huiveren.

191. Voordat Julio deze kwestie hardop aan de orde stelde, had ik al heel wat gedachten gewijd aan de vreemde structuur van mijn familie, een hecht, compact blok dat in een lege ruimte hing met niets erachter en niets ernaast, geen grootouders, geen ooms en tantes, geen neven en nichten, geen enkel soort familieleden. Waarom nog meer, hadden ze altijd gezegd, en ook dat opa Rafael heel jong was gestorven, nog voor de oorlog, En dat oma Mariana, zijn vrouw, was gestorven toen mijn broer Julio nog niet kon lopen. Ik had een stuk of wat foto’s van haar gezien, niet zoveel, met mijn twee oudere broers en mijn oudere zus in haar armen, een sombere, in het zwart geklede vrouw die ver weg woonde, in een dorpje in Galici?. Zij was niet mooi en boezemde een beetje angst in, net als opa Ignacio, papa’s vader, op wie eerst zijn zoon en daarna ik als twee druppels? water leken. Oma Teresa, die zo slecht pianospeelde, was zijn vrouw, maar op de enige foto die er van haar bestond, die van hun bruiloft, waarop zij met een brede lach recht in de camera keek, terwijl het profiel van haar man veel serieuzer en norser was, leek ze wel zijn dochter. Zij was ook jong gestorven, in de zomer van 1937, midden in de oorlog, zonder dat ze nog meer kinderen had gekregen. Benigno was haar aan het eind van jaren vijftig gevolgd toen hij al over de zeventig was, maar hij had min broer Rafa niet gekend, het kind van wie zijn schoondochter in verwachting was toen hij stierf. Ik had noot grootouders gehad, en ook geen ooms en tantes en neefjes en nichtjes, geen enkel familielid, niet ??n oud verhaal om naar te luisteren, enkel wat op zichzelf staande berichten en sporadische commentaren, fragmenten die niet altijd overeenkwamen met? de feiten die mijn broers en zussen kenden. Daarom had Julio ook nooit geweten dat oma Teresa pianospeelde. Daarom was het misschien ook zo moeilijk om maar op ??n manier aan mijn vader te denken, omdat er geen enkele andere versie bestond waarmee onze herinneringen konden worden vergeleken, geen enkele andere bron buiten de grillige herinnering aan een man die ons het liefst altijd hetzelfde vertelde over zijn kindertijd in het dorp, zijn jonge jaren in de ijzige kou van Rusland en Polen.

644. Ik dacht aan dat alles zonder dat ik het wilde, ik hield Raquel in mijn armen en ik merkte dat ze bang was, banger dan ik, omdat zij het wist, omdat ze alles wist, omdat ze van het begin af aan alles had geweten behalve misschien dat ze verliefd op me zou worden. Toen begreep ik mijn ongeluk pas echt, de meedogenloze wreedheid van een nederlaag waaronder ik nog niet leed, omdat de liefde, mijn liefde, niet voldoende was om de draak te doden, omdat al die liefde nooit goed genoeg zou zijn om met alledaagse, doodgewone, kalmerende woorden de stilte op te vullen waarin ze was ontstaan. Ik was schuldig, omdat ik niets had willen weten, niets had durven vragen en mijn liefde had willen beleven zonder de paar vragen te stellen waarop maar ??n antwoord mogelijk was. Het zou zo gemakkelijk zijn geweest, wanneer heb je mijn vader leren kennen, Raquel, waar, hoe heb je hem versierd, hoe lang heeft het geduurd? Het zou zo gemakkelijk zijn geweest, maar ik had voor een ander gemak gekozen. Daarom dacht ik even dat ik ook ni?ts kon doen. Ik werkte de onderdelen van mijn betoog uit, er is niets aan de hand, het doet er niet toe, ik wil niets weten, ik hou alleen maar van jou, Raquel, dus we staan nu op, we kleden ons aan, we gaan in je echte huis op Plaza de los Guardias de Corps slapen, en we praten er nooit meer over … Het is niet gemakkelijk de doden te begraven, het onverschillige gebaar te zien van de doodgravers met die uitdrukking van kunstmatig, voorspelbaar en 0 zo menselijk medeleven wanneer hun blik die van de nabestaanden kruist, en het geluid te horen van de spades, het ruwe schuren van de kist langs de wanden van het graf en het zachte loskomen van de touwen. Het is niet gemakkelijk de doden te begraven, maar wel om ze helemaal en voorgoed In een diep graf te laten verdwijnen, dieper dan die op kerkhoven. Je grootmoeder was onderwijzeres, een goed mens, ze hield veel van haar man, ze speelde slecht piano, maar ze vond het leuk, de arme ziel.

646. Toen ik klein was, vertelden ze me heel vaak zulke verhalen. Misschien begrijp je het niet, maar dat was het enige wat ze nog hadden, de cultuur. Educatie, educatie en nog eens educatie, zeiden ze steeds, het was een soort lijfspreuk, een steeds herhaalde slogan, de toverformule voor een betere wereld, voor veranderingen die de mensen gelukkiger zouden maken. Ze hadden alles verloren, ze hadden het hoofd boven water gehouden door werk te doen dat ver onder hun niveau lag, op scholen, in bakkerijen, in telefooncentrales, maar d?t hadden ze nog. Dat hebben ze altijd gehad.

655. ‘Vergis je niet, ?lvaro; zei ze, ‘het was geen wraak. Er was te veel tijd voorbijgegaan, ik was te ver van Parijs, te ver van 1946, 1947 … Ik zeg het niet om me te verdedigen, dat is het niet, integendeel. Wraak is nobel, omdat het een passie is. Een dwaze, zwakke, altijd nutteloze passie, want wat je erin hebt ge?nvesteerd, krijg je nooit terug, maar toch een passie, en ik … Ik heb het allemaal zonder passie gedaan, ?lvaro, puur uit berekening. Ik ben econoom, dat weet je.? En ze ging door alle banden te verbreken, me van alle troost te beroven, ze wees me een voor een op elke kuil, elke braamstruik, elk moeras, alle obstakels op de uitweg uit de doolhof.

676. Kleine Spanjaard, moge God je behoeden als je ter wereld komt. Want om hier te wonen, is het beter dat je bepaalde dingen niet weet, zelfs niet begrijpt. Maar ik hou van je, ik heb vertrouwen in je, ik weet dat je een waardige, goede, moedige man zult worden, moedig genoeg om je moeder te vergeven, die altijd van je zal houden en het zichzelf daarom nooit helemaal zal kunnen vergeven. Kleine Spaanse, moge God je behoeden als je ter wereld komt. Geen God, geen meester. Zelfs niet het recht te weten wie je bent, want om hier te wonen, is het beter dat je niets weet, zelfs niets begrijpt, alles te laten zoals het is, de takken van de appelboom eeuwig leeg, de vruchten zorgvuldig gerangschikt op de grond, de ego?stische, kleinzielige gewiekstheid die de decorontwerper die gewend is om zonder getuigen te werken, plezier doet, want degenen die nog geen kadaver zijn, zijn al dood van angst. Zelfs niet het recht te weten wie ik ben, want in die tijd was het moeilijk een kind van zo iemand te zijn, en van iemand als je grootmoeder was het zelfs ronduit gevaarlijk. Uit liefde of uit berekening is het beter niets te weten, en zo zijn al die jaren samen te vatten, twee, drie hele generaties, haast een eeuw verdriet en hoogmoed. Op dat punt komen de strategie?n van de angst en het prestige samen, de herinneringen van de overwinnaars en de overwonnenen, verschillende belangen, maar een en hetzelfde resultaat voor de kinderen en kleinkinderen van hen allen.

KIeine Spanjaard, vertrouw er nooit op dat God je behoedt, als je ter wereld komt. Hoed je voor vragen, voor antwoorden en voor hun motieven, anders zal een van de twee Spanjes je hart bevriezen.

 

 

Archief

Brecht Arnaert, De kwantumsprong, de wet breken om recht te halen ? 2011

26 januari 2012

Brecht Arnaert, De kwantumsprong, de wet breken om recht te halen ? 2011

‘Vertel mij: wat is er dan zo prachtig aan Belgi?? Ik wil het wel eens weten. Het feit dat voor een Vlaamse Kamerzetel 44 000 stemmen moeten gehaald worden en voor een Waalse maar 37 000? Het feit dat politici hier hun eigen ongrondwettelijke verkiezingen mogen goedkeuren? Het feit dat Vlaanderen 81,4 % van de Belgische export voor zijn rekening neemt maar nog steeds een Francofiele diplomatie moet dulden die ons verhindert internationaal een eigen merk uit te bouwen? Vlaanderen moet zijn eigen weg gaan. N-VA is daarvoor de beste garantie.’

Het mag duidelijk zijn dat de auteur van ‘De Kwantumsprong’, Brecht Arnaert zich zeer actief als N-VA-er opstelt. Zo ook is zijn pamflet een omstandig overwogen poging om een juridisch-filosofische argumentatie op te bouwen als handvest voor een onafhankelijke Vlaamse republiek.

Daartoe grijpt hij terug naar het Plakkaat van Verlatinghe waar de Staten-Generaal der Nederlanden op 26 juli 1581 koning Filips II vervallen verklaarden van zijn rechten op de troon wegens het niet respecteren van hun vrijheden en rechten.

Dit was een van de eerste onafhankelijksheidsverklaringen in de moderne geschiedenis gebaseerd op de stelling dat de vorst niet voldeed aan zijn plichten en bijgevolg ook geen rechten kon laten gelden. Later zouden de Founding Fathers zich hierop inspireren om de Engelse koning vervallen te verklaren van zijn functies ten opzichte van de Amerikaanse koloni?n.

Aangezien de Bijzondere Wetten en de grendelgrondwet van de regering Eyskens in 1970 ondemocratische machtsverhoudingen betonneerden, pleit Arnaerts ervoor om dit als ?ongegrond, irrationeel, immoreel en ondemocratisch? te verklaren en dus pleit hij naar analogie met 1581 voor een ?Plakkaat van Verstotinghe?.

Jean Pierre Rondas pleegde hierover op 11 juli 2011 nog een boeiend stuk ‘Grendel is een monster in Beowulf’

70.

Het volstaat dat een gewone meerderheid van de Kamerleden van de Nederlandse Taalgroep een Plakkaet van Verstotinghe aanneemt waarbij alle blokkeringsmechanismen ongegrond worden verklaard. Ongegrond wil zeggen: niet gegrond in de werkelijkheid. Gebaseerd op een leugen. Irrationeel. Ondemocratisch. Immoreel. Geen belangenconflict, noch alarmbelprocedure, noch dubbele meerderheid kan aan een dergelijk politiek feit iets verhelpen. Daarmee doel ik in eerste instantie niet op het feit dat een resolutie juridisch-technisch niet kan worden gevat door de traditionele blokkeringen. Zelfs wanneer men dezelfde tekst in een wet zou gieten, dan zou ook dat een voldoende politiek feit zijn om de grondwettelijke regeling van 1970 met al zijn politieke mechanismen van dien, verbeurd te verklaren.

 


De kern van het verschil tussen Vlaanderen en Wallonie wordt in ‘De kwantumsprong’ gesitueerd in de tegenstelling tussen ‘verantwoordelijkheid’ en ‘solidariteit’ als leidend principe.

In feite gaat Brecht Arnaert hiermee terug naar de kern van iedere socialistische en zelfs communistische samenlevingstheorie: ‘van ieder naar zijn vermogen, voor ieder naar zijn? behoefte’. Boeiend is ook de manier waarop hij aan de hand van de Amerikaanse filosofe Ayn Rand een analysekader schetst wat bijzonder goed lijkt op gesloten cirkelredeneringen van het marxisme.

Politiek is de strijd om de macht en heeft op werkelijkheidsniveau niet veel met principes vandoen, maar eerder met pragmatisme. Dat is een schokkende vaststelling, niet alleen voor Vlaamsnationalisten. Maar het politieke handwerk is een vuile, versluierde en weinig fraai ogende handenarbeid van het moeizaamste type, waarbij vooral indirecte effecten doorbraken forceren die de tegenpartij niet tijdig zag opduiken of waar ze zich achter de sluier kan verschuilen.

Brecht Arnaert geeft een beknopte samenvatting van een aantal elementen die aan de basis liggen van het communautaire conflict in Belgie.

43.

Observeren we nu het huidig communautair conflict, dan zien we dat vooral in het Franstalige discours heel wat contradicties te ontwaren vallen. Terwijl zij de Vlamingen verwijten niet solidair te willen zijn, blijven de Vlamingen jaar na jaar vele miljarden afstaan aan het armlastige zuiden van het land. Wanneer de Vlamingen de Waalse politici echter oproepen tot een responsabilisering van de overheidsuitgaven, wordt furieus gereageerd. Nochtans is het net diezelfde responsabilisering die Vlaanderen zichzelf moet opleggen om ?berhaupt solidair te kunnen zijn. Het is maar omdat Vlaanderen van zichzelf eist wat het van anderen eist, dat het Wallonie kan helpen. Mocht Vlaanderen op dezelfde manier uitgaan van Waalse solidariteit, dan zouden beide Gemeenschappen collectief verarmen. Er moet dus iets mis zijn met rangschikking van de axioma’s van de Waalse politieke filosofie. En dat is ook zo. De taalgrens is niet enkel een zorggrens, een economische grens of een cultuurgrens, maar bovenal een politiek-filosofische grens: op welke grondslag willen we de polis organiseren? Bezuiden de taalgrens beroept men zich op het principe van de solidariteit, te boven de taalgrens begint men eerst over verantwoordelijkheid.

44.

Het betonen van solidariteit is dan ook het opnemen van verantwoordelijkheid over iemand anders. Zelfs solidariteit draagt dus een kern van verantwoordelijkheid in zich: men kan niet op een onverantwoordelijke manier solidair zijn. Men bekijkt de noden van de hulpbehoevende en ondersteunt die, maar niet onvoorwaardelijk. Degene die solidariteit geniet, wordt verondersteld van de tijdelijke steun gebruik te maken om zijn zelfredzaamheid terug op peil te brengen. Verantwoordelijkheid komt dus voor solidariteit. Niet andersom.


 

Om de staatsstructuur van Belgie te wijzigen is er een 2/3 enthousiasme nodig en een meerderheid in beide taalgroepen, wat wijzigingen quasi onmogelijk maakt gezien een vijfde van de zetels een blokkeringsminderheid oplevert.

57.

Wie in Belgie de grondwet wil veranderen heeft een tweederdemeerderheid nodig. Dat op zich zou niet zon probleem mogen zijn. Achtentachtig van de honderdvijftig zetels in de federale Kamer worden ingenomen door Vlamingen. Alleen, de meeste institutionele veranderingen sinds 1970 staan niet eens in de grondwet, maar in Bijzondere Wetten. Wat daar zo bijzonder aan is, is dat ze quasi totalitair zijn: om ze te veranderen heb je namelijk een viervijfde meerderheid nodig. Dit is geen fictie. Wie bijvoorbeeld de Bijzondere Wet op de Hervorming van de Instellingen (1980) wil aanpassen heeft niet enkel een tweederde meerderheid nodig in de hele Kamer (100 van de 150 zetels), maar ook nog eens een gewone meerderheid in elke taalgroep. Dat maakt dat de Franstaligen, ook in het hervormen van de staat, een veto hebben. Met een vijfde van de zetels kan in Belgie elke staatkundige hervorming geblokkeerd worden. Dat zit zo. De Franse taalgroep bestaat uit 62 zetels. 32 zetels vormen dus een meerderheid, 31 een blokkeringsminderheid. Als je nu weet dat de PS zelf al 26 zetels bezet, dan zie je pas waar de macht echt ligt. Het volstaat namelijk dat de PS nog 5 andere Franstaligen kan overtuigen om een blokkeringsminderheid te vormen, en alles blijft zoals het is. Zelfs al zou men proberen, dan nog zou een meerderheid van 32 zetels in de Franse taalgroep nooit kunnen worden gevormd. En men wil het niet eens proberen

 


Gezien deze juridisch en wettelijk verankerde situatie rest er volgens Brecht Arnaert nog slechts ??n truc: het verschil tussen law en legislation, tussen ‘het’ recht en ‘de’ wet: ’
60

Terwijl het recht wordt ontdekt, wordt de wet gemaakt. Wetten zijn een product van menselijk handelen die al of niet kunnen samenvallen met de realiteit. Het is niet omdat een wet wordt goedgekeurd, dat ze daarom waar is. Een wet kan ook onjuist zijn. Onjuist noemen we?onrechtvaardig. Of ?injuste?, zo u wil.’


 
67.

‘Wat van primordiaal belang is bij deze twee voorbeelden is dat noch het Plakkaet Van Verlaetinghe, noch de Declaration of Independence juridische documenten waren. Het waren morele documenten. Meer nog: ze verkregen pas juridische waarde nadat Filips II in de feiten moest erkennen dat ie vervallen was verklaard van de troon. De nieuwe wettelijke situatie volgde dus de morele sprong die men gemaakt had, niet omgekeerd. In dat verwerpen van die ongeoorloofde machtsaanspraak, in dat ogenblik van onmerkbare overgang, in dat ene morele moment, sterft het oude juridische verband, en wordt een nieuw juridisch verband geschapen. Op dat ogenblik wordt letterlijk iets nieuws geboren, dat tegelijkertijd eeuwenoud is: het idee dat het individu moreel en politiek soeverein is, en dat geen wet ter wereld die waarheid kan veranderen. Het is een moment waarop alle axiomas van het samenleven terug in hun natuurlijke volgorde vallen, en de rede terug in ere wordt hersteld. Het is een ogenblik van waarheid waar men door wordt geraakt, een esthetische ervaring die men vast wil leggen in een grondwet. Het is het gevoel deel uit te maken van iets universeels, het is een zijnsmoment, krachtig in zijn eenvoud en puur in zijn beleving. Dat moment komt er echter niet vanzelf. Vrijheid is niet iets wat wordt gegeven, het is iets wat men moet verdienen. Secessie plegen, individueel of collectief, vergt moed, zelfbewustzijn, morele integriteit en vastberadenheid.’

 


Hier toont Arnaert zich als romanticus aanhanger van een ?marxistische? hoop op een kwalitatieve omslag. En dat is een mooie houding die getuigt van de nodige thymos maar die nergens toe leidt wanneer in de coulissen niet de economische, sociologische en financiele basis gevormd werd waarop een ‘kwantumsprong’ zou kunnen steunen.

Maar geen nood, daar wordt drastisch aan gewerkt. In de eerste plaats door de Franstalige politici, vooral binnen de PS? waar de partijtop en haar wandelgangen steeds meer wegheeft van een rozig friemelende krabbenmand.

Dat de Schotten binnen een paar jaar hun onafhankelijkheid van het Verenigd Koninkrijk zullen aankondigen, heeft ook niets vandoen met toerisme en schapenkweek. Dat binnen Belgi? de verhouding ?verantwoordelijkheid – ? solidariteit? anders gemunt zal worden, voel je maar al te goed aan die krabbenmand van Di Rupo I waar plan W en B en een stevig anti EU discours nauwelijks nog kan verhullen hoe erg het land eraan toe is.

Of de PS bereid is om met de hete adem van de FGTB en co in de nek? ‘verantwoordelijkheid’ op te nemen voor ‘solidariteit’, ook in Walloni? en Brussel dan wel of het IMF en de EU tuchtigingscommissie het vuile werk moeten verrichten, zal de komende maanden duidelijk worden. In het eerste hypothetische geval kabbelt dit land nog een tijdje voort al voelen de Brusselse partijbonzen steeds meer de nattigheid in een Wallobrux – constructie. In het tweede geval kan het allemaal wel eens heel snel gaan.

Maar de economische en financiele ontwikkelingen zullen de drive zijn van het ?verlaten? of ?verstoten?, al dan niet met fraaie verklaringen.

Of zoals Rik Van Cauwelaert het nog omschreef in Knack van 25012012 :? De regering Di Rupo mag geen Costa Concordia worden

Alsook de week voordien:?De premier is naakt

 

Archief

Monaldi & Sorti, Versluiering

19 januari 2012

Monaldi & Sorti, Versluiering – vert. Jan van der Haar

 

Een uitzonderlijk boekenweekgeschenk van het volhardende auteursduo dat onverdroten de geschiedenis te lijf gaat, mythen en canons onderuithaalt, vanuit verrassende invalshoeken een heel andere visie onthult op de eeuwige strijd om de macht.

Met de Versluiering bieden ze een handig vervolg op hun laatste turf ’ Mysterium’. Intussen zijn de protagonisten van het gekapseisde en door Barbarijse zeerovers gekaapte schip die elkaar op het eiland Gorgona voor Livorno aan de tand voelden en naar het leven stonden in het Parijs van 1647 beland, aan het hof van de Italiaanse eerste minister Mazarin. Met de uitbouw van een slepende opera slaagt Mazarin erin tijd te winnen en posities te versterken op het schaakspel voor het absolutisme van de Franse monarchen, met name Lodewijk XIV die op de troon moet bevestigd worden. Hij liet zich daarbij succesvol inspireren door de machtsgreep van Lorenzo di Medici in Florence.

Om te smullen voor wie het politieke machtsspel probeert te doorgronden. Moeilijk en zwaar voor wie een luchtig en vrolijk ?boekenweekgeschenk verwacht had.

7. De ware essentie, volgens Plato, zit hem in dingen die geen lichaam hebben. Versluiering is enkel een sluier bestaande uit eerlijk duister waardoor zich niet het onware vormt, maar rust geboden wordt aan het ware; en zoals de natuur heeft gewild dat erin de wereldorde dag en nacht ligt, zo dient er binnen de werken van de mens licht en schaduw openlijke en verholen voortgang te zijn.De rneest voortreffelijke versluieraar is degene die zich het meest van den domme zal kunnen houden. We zullen laten zien te geloven in degene die ons wil bedriegen, net als deze gelooft in onze manier van doen. We zullen laten zien niet te zien, terwijl we rneer zien dan wie ook. We zullen spelen met ogen die gesloten lijken, terwijl ze wagenweid openstaan. De vijand zal door de bliksem getroffen worden voordat hij de donder hoort, de terechtstelling gaat aan het vonnis vooraf alles, voltrekt zich op zijn joods.

15. Ja, precies: een Fransman. Petrus van Alvernia, bedoel ik, leerde terecht dat het, wil je de tirannie in stand houden, beter is om hen die uitblinken in rnacht of rijkdom te doden, Want dergelijke lieden hebben de middelen om in opstand te komen tegen de tiran. In de tweede plaats is het beter om de wijzen te doden, want dankzij hun wijsheid kunnen ze de wegen vinden om de tirannie te verdrijven. Bovendien moet je geen goede scholen toestaan, want daarin wordt op de ware wijsheid gewacht en wijzen zijn grootmoedig, hebben een hang naar grootse zaken,en dergelijke ruimhartige Iieden komen gemakkelijk in opstand. De tiran moet de onderdanen elkaar laten beschuldigen en zelfverwarring stichten, zodat een vriend het oneens is met een vriend, het Volk tegen de rijken is, de rijken onderling in conflict, en iedereen tegen de buitenlanders. Aldus verdeeld zullen ze niet de kracht hebben of het idee krijgen om tegen de tiran op te staan, te druk als ze zijn rnet elkaar te haten. Ie moet onderdanen veel zware belastingen opleggen om ze snel aan de bedelstaf te krijgen en te verzwakken. De tiran moet zich niet gehaat maken, maar voorwenden dat hij voortreffelijke deugden bezit die hem boven zijn onderdanen stellen, zodat de onderdanen hem superieur wanen. De meest onsympathieke maatregelen,zoals belastingen, moeten nooit van hem afkomstig lijken, maar van anderen die hem dwingen, zoals een buitenlandse vijand. Je moet zonder aarzelen regeren, als je het volk onder het juk wil houden zonder je te Iaten verslinden.

55. Met de geheime grepen kan men drie dingen doen. Ten eerste, re-geringen instellen, zoals Mohammed deed, die voordeel putte uit ziin tegenspoed. Hij liet zijn epileptische aanvallen doorgaan voor extases waarin de geest Gods in hem afdaalde. Hij stopte ma?skorrels in zijn oren en trainde een witte duif om die te gaan oppikken, waarna hij tegen zijn volgelingen zei dat dat de engel Gabriel was die hem de instructies van God bracht. Hij doodde zijn secretaris Ben Salon, die zijn bedrog wilde onthullen. Het tweede en derde dat men kan doen met geheime grepen is onzekere regeringen verstevigen en privileges, rechten, vrijstellingen en ontheffingen verzwakken of afnemen door zelfs op te stijgen tot de absolute macht. Karel V, die het kiesrecht wilde afschaffen om zijn keizerlijke familie veilig te stellen, bediende zich van Luthers preken om verdeeldheid te zaaien onder de Duitse keurvorsten en hen daarna gewapenderhand te kunnen aanvallen en vernietigen. Als de ijver voor Gods eer en de wens om de heilige katholieke godsdienst te steunen bij hem hadden overheerst, zou hij niet van 1526,het jaar waarin Luther zijn ketterij in Duitsland begon, tot 1549 hebben gedraald om een oorlog te beginnen, zoals hij gemakkelijk had kunnen doen voordat die ketterij een groot deel van Europa in haargreep zou krijgen. Omdat hij echter de indruk had dat die noviteit hem eerder voordeel dan schade zou brengen, zowel tegenover de paus als tegenover de Duitse vorsten door de verdeeldheid die die ketterij onder hen teweegbracht, en dan met name onder de wereldlijke vorsten en de anderen en zelfs de gewone leken, liet hij die groeien totdat het beoogde effect daar was, zoals de hertog van Nevers in zijn traktaat terecht opmerkte; pas toen zette Karel V pausPaulus III aan tot oorlog tegen de protestanten, onder het mom van de godsdienst, maar met de bedoeling om hen uit te roeien en het keizerrijk erfelijk te maken voor het Oostenrijkse huis. Wat hem maar ten dele lukte, aangezien de Habsburgers wel de erfelijkheid van de keizerskroon verkregen, maar binnen hun oorspronkelijke gebieden ten oosten van het keizerrijk, oftewel Oostenrijk, werden teruggedrongen.

71. Allemaal hebben ze zich voor hun discours bediend van de exempla uit de Geschiedenis. Op dezelfde manier heb ik van de samenzwering van de Pazzis het kloppend hart van mijn hele opera gemaakt. Kennis van de geschiedenisboeken, vooral Tacitus, is alleen nuttig en vruchtbaar voor iemand die tot reflectie in staat is en profijt kan trekken uit wat hij ziet. Geschiedenistraktaten nemen de verwondering weg, die het ware teken van onze zwakheid is, en zetten ons aan de gebeurtenissen met meer inzicht, bedachtzaamheid en vastberadenheid te overwegen. Maar voor hen die niet kunnen relecteren of profijt trekken uit wat ze om zich heen zien gebeuren,en dat is bijna het gros van de bevolking, voor hen zijn de traktaten er alleen maar om hun idee?n overhoop te halen.

72.Het zal niet moeilijk vallen hen te overtuigen. Alles Wat het Volk denkt is enkel ijdelheid, alles wat het onderneemt enkel pure dwaasheid. Het is voldoende dat de Vorsten het leren te manipuleren met mooie woorden, te verleiden en te bedriegen met schone schijn, te lokken en te gebruiken voor hun plannen door middelvan pennen die clandestiene boekjes, manifesten, verweerschriften en verklaringen schrijven volgens de regelen der kunst, om het bij de neus te nemen en het alleen al op het etiket de inhoud van de hele zak te laten goedkeuren of afwijzen.Om die reden acht ik het schrappen van het verhaal over de samenzwering van de Pazzis, die het hoogtepunt van staatspolitiek aller tijden vormt, net zoiets als had men bij Uw project en bij Uwe Eminentie het hart zelf uitgerukt!

 

Lees verder »

Archief

Antonio Mu?oz Molina – De nacht der tijden

17 januari 2012

Antonio Mu?oz Molina – De nacht der tijden – Uitgeverij De Geus 2011

Om ?La noche de los tiempos? – ?De mist der tijden? te doorgronden moet je moed aan de dag leggen, gretig willen weten, verbitterd durven dromen, met pijn kunnen lezen, ontgoocheld en beschaamd mogen twijfelen. Zoveel decennia na de obligate heldenverhalen bij het einde van het Franco tijdperk is het me eindelijk – zij het niet zonder moeite – gelukt om Madrid op een andere manier te zien dan doorheen de republikeinse driekleur, in een mooie vertaling van Tineke Hillegers-Zijlmans en Frieda Kleinjan – van Braam.

De fenomenale Spaanse auteur Antonio Mu?oz Molina drapeert zijn forse roman rond de gevoelens van hunkering, angst en de heimwee der ontheemden van de Spaanse dichter Pedro Salinas (1891-1951) die in 1936 de Spaanse burgeroorlog ontvluchtte naar de VS, naar zijn minnares. Door de ogen van zijn hoofdpersonage Ignacio Abel, een gerenommeerd architect, wordt de chaos van de burgeroorlog in en om Madrid geproefd en gewogen. Zijn vertrek ervaart hij zoals Pedro Salinas tussen onschuldige vluchter en schuldige deserteur.
De roman heeft zeker in het eerste deel een Proustiaanse toonzetting, waardoor de? gevaarlijke chaos en het willekeurig toeval door de grote principes van de Spaanse burgeroorlog nadien nog oorverdovender klinken, waardoor in het slotgedeelte de ballingschap scherper schrijnt.

In ?Sefarad, het boek der ballingen? had Antonio Mu?oz Molina mij reeds een paar rake voorzetten bezorgd:
?Willi M?nzenberg ontdekte als een der kopstukken van de Derde Internationale dat intellectuelen met een zekere maatschappelijke positie zichzelf graag als radicalen beschouwden, en dat revoluties ver van hun bed een onweerstaanbare aantrekkingskracht op hen uitoefenden.? (149)

?Gezonde mensen houden afstand van zieke mensen, schreef Frans Kafka eens aan Milena Jesenska, maar ook zieke mensen houden afstand van gezonde?. (201)

?Wie zou zo lichtzinnig kunnen zijn een leven te verzinnen, als er zoveel levens zijn die het verdienen om naverteld te worden, want elk van die levens is een roman op zich, een netwerk met vertakkingen naar andere romans en andere levens.? (421)

?Wie een verhaal verzint heeft de ijdele overtuiging dat hij zich meester maakt van de plaatsen, voorwerpen en mensen waarover hij schrijft?.(438)

 


42. Zo veel geweld in Spanje, zo veel ruwheid, misdaden uit hartstocht en wrede in bloed gesmoorde anarchistische opstanden, botte afkondigingen vanuit de kazerne; zo veel heiligen, martelaren, fanatici, zoals op die schilderijen in het Prado waarop de gemartelde huid van de asceten lijkt te schuren als de jute waarin ze zijn gekleed, met ogen waarin een visioen van zuiverheid brandt dat onverenigbaar is met de echte wereld: en ook het schorre gejuich en gejoel uit de rauw geschreeuwde kelen, de verruwing die geleidelijk aan bezit heeft genomen van dat Madrid waar hij zo van houdt, maar waarin hij steeds minder de straat op durft, weerhouden door het ongenoegen van een man die niet jong meer is en elke verandering meer en meer als een persoonlijke belediging begint op te vatten. De lompheid van de politiek, de schending van idealen waarin uiteindelijk niemand hem gevraagd heeft te geloven, hoewel ze hem een tijdlang zo dierbaar waren, vol rationele beloftes en mooie verwachtingen even mooi als de vlaggen die boven op de gebouwen wapperden tegen een blauw dat net zo helder en nieuw was als het driekleurige doek. Hoe typerend voor hem dat zijn politieke opvattingen, al heel snel getemperd door scepsis – over de laagheid van de menselijke geest, de beperkte reikwijdte en verregaande bekrompenheid van het Spaanse leven – zo verbonden waren met de esthetische grillen van het moment, met zijn voorkeur voor die driekleur boven de alledaagse rood-gele vlag van die schavuit van een koning die door niemand werd gemist, hoewel hij ook niets zag in de rood zwarte vlag die fascisten en anarchisten om de een of andere onbegrijpelijke reden deelden en de compleet rode met hamer en sikkel die momenteel zo in de smaak viel bij een aantal vrienden van hem, die plotseling enthousiast waren over de Sovjet-Unie, over de fotocollages van arbeiders, soldaten met lange kapotjassen en bajonetten, tractoren en waterkrachtcentrales, over hemelsblauwe hemden, koppelriemen, gebalde vuisten. Misschien begreep hij hen niet of; erger nog, geloofde hij niet in de oprechtheid of overtuiging van hun zienswijzen omdat ze jonger waren dan hij, of omdat ze meer succes hadden, hij zag hen aan het einde van literaire banketten opstaan om strijdliederen te zingen en wat hij voelde was geen ideologisch verschil van mening maar plaatsvervangende schaamte. Hij had nooit kunnen meedoen met zo?n openbaar vertoon zonder van buitenaf naar zichzelf te kijken Hij was natuurlijk een bourgeois, of eigenlijk niet eens dat, een rentenierende ambtenaar: maar sommigen van hen, van zijn oude vrienden, waren dat veel meer, rijkeluiszoontjes die nooit echt hadden gewerkt, maar die het wel heel serieus over de dictatuur van het proletariaat hadden terwijl ze, op het terras van het Palace, hun benen over elkaar sloegen met een whisky in de hand, nadat ze zich bij de kapper van het hotel hadden laten knippen en scheren. Ze voorspelden de naderende ondergang van de Republiek, onder de voet gelopen door de triomfantelijke zegetocht van de sociale revolutie: tegelijkertijd voeren ze er wel bij door voor zichzelf offici?le reisjes naar conferenties in het buitenland te versieren of door salarissen op te strijken voor vage culturele activiteiten.

 

381. Mannen, had Adela gemerkt, hadden geen oog voor hun eigen zwakheden, vooral niet als ze bereid waren ietwat schaamteloos hun principes even opzij te zetten. Haar konden die uitgesproken principes van haar man minder schelen dan hem, zodat ze geen moeite had met zijn tijdelijke sympathie voor twee of drie aartsconservatievelingen uit de hofkliek van de koning die erefuncties bekleedden bij de Raad van Toezicht op de Bouwwerkzaamheden en oude bekenden waren van don Francisco de Asis. Zijn welwillende schoonvader die goed lag bij het regime, waarvan niemand de nabije val vermoedde, schreef brieven, zorgde voor ontmoetingen, prees met veel omhaal van woorden de verdiensten van de echtgenoot van zijn dochter aan. Ze zag het allemaal van nabij: ze merkte op wat hijzelf niet in de gaten had, de begerige glans in zijn ogen, het plotselinge gemak waarmee hij openstond voor een zekere mate van oprechte vleierij; het sterke verlangen dat altijd al in hem had gezeten en dat de oorzaak en niet het gevolg was van altijd onbevredigde verlangens, niet altijd even duidelijk geformuleerd in zijn eigen bewustzijn, laat staan besproken met haar. Wat kon zij hem geven, welke bevrediging of zelfs maar troost, opgevoed als ze was als een intellectueel gemankeerd wezen, als een van die Chinese vrouwen van wie van kinds af aan de voeten afgebonden waren?

 

Archief

Monaldi & Sorti, Mysterium

16 januari 2012

Monaldi & Sorti, Mysterium? Uitg. Cargo De Bezige Bij 2011

Mysterium uitgebreid boekbericht

In hun debuutroman Imprimatur suggereren Monaldi en Sorti na speuren in de Vaticaan-archieven dat de Nederlandse protestante stadhouderWillemIII in 1688 de katholieke Engelse koning kon verdrijven dankzij geldelijke steun van Paus Innocentius XI. Ze kregen bijval van Spaanse historici voor hun bewering in hun tweede boek Secretum dat de handtekening onder het testament van koning Carlos II (1661- 1700) vervalst was om Filips van Anjou, de kleinzoon van de Zonnekoning, aan de Spaanse troon te helpen. Anjous afstammeling Juan Carlos, de huidige koning van Spanje, zou dus onwettig op de troon zitten. Na Veritas volgt nu Mysterium.

?Wie zich in een roman waagt van Rita Monaldi en Francesco Sorti waant zich in een kamer waarin alle schilderijen ondersteboven hangen en het meubilair aan het plafond is vastgelijmd. Al bijna een decennium lang zaait het Italiaanse schrijversechtpaar verwarring met hun boeken vol historisch revisionisme,waarvan tot nu toe wereldwijd twee miljoen exemplaren werden verkocht?, aldus? de Volkskrant van 12 september 2011.

Vaak is het meeslepend en schitterend met levendige dialogen, soms ook bijzonder vermoeiend voor niet ingewijde lezers, maar steeds zet hun verhaal en hun verbijsterende eruditie en onderzoek aan tot reflectie over onder- of onbelichte kanten van belangrijke historische gebeurtenissen en machtswissels.

Eens te meer – en meer nog dan voorheen – krijgen de auteurs de volle laag van ook de Vlaamse academische wereld wiens pretenties zij proberen onderuit te halen. Spijtig genoeg lijken veel van die reacties eerder ingegeven door de wet van behoud van massa dan het kritisch reflecteren over het eigen als wetenschappelijk omschreven corpus.

Met ?Mysterium? gaan ze nog een stukje verder en pakken ze het klassieke corpus aan als grotendeels verzonnen en vervalst door Middeleeuwse monniken voor financi?le, politieke, en religieuze propagandadoeleinden, inclusief de mythologie van de Alexandrijnse bibliotheek die nooit als dusdanig heeft bestaan en dus ook nooit een afgebrande ru?ne kon nalaten.

Hun licht op de rol, functie en organisatie van de Barbarijse zeerovers onthult veel minder fraais dan de voorgekauwde clich?s: in feite ging het vooral om Italiaanse, Franse en Nederlandse kapiteins en vechtmatrozen die hun beurs vaak met veel succes naar de belangen van de Turkse sultan en hun Noord-Afrikaanse beys lieten hangen, tot en met hun schepen, tuig en bewapening die voor goud geld besteld, gestolen of hersteld werden in christelijke havens en steden.

De uitgebreide discussie over Galilei en de Barbarini Paus Urbanus VIII is verhelderend en belangrijker dan de romantische marxistische verhaaltjes die in recentere tijden over de sterrenkundige en zijn vermeende verzet tegen de inquisitie werden bij elkaar gedicht.

Kras vond ik vooral onderstaand citaat waar de auteurs in hun addenda bij Mysterium schetsen hoe het Egyptische Museum in Berlijn? – toen nog in Charlottenburg – een reusachtige campagne lanceerde over een vermeende handtekening van goedkeuring van maar liefst Cleopatra zelf. ?Zelf ben ook ik in deze vervalsing getapt bij ons bezoek aan de tentoonstelling.

747. Onder de vervalste papyrussen of onder de semihallucinaties waarin de papyrologen vervallen, worden echter nog amusantere gevallen gesignaleerd, zoals de ongelofelijke kwestie waarin het Egyptisch Museum van Berlijn-Charlottenburg de hoofdrol speelde. De conservatoren van het museum toonden de Duitse media een papyrus waarin in het Grieks een contract was opgesteld door middel waarvan een Romeinse officier zich laat omkopen (cfr. Der Spiegel 44/2000). Alleen zo zou de geschiedenis al heel grappig zijn, want het laatste wat een omgekochte persoon en zijn omkoper zouden doen, is een bewijs in omloop brengen dat hen beiden klemzet. Het toppunt is echter dat de conservatoren van het Berlijnse museum in een Griekse uitdrukking van instemming (genesthoi = ‘laat het zo zijn’) op het kleine fragment de paraaf voor gezien meenden te herkennen, naast de bekentenis van een vergrijp!, van niemand minder dan de beroemde Cleopatra, de koningin van Egypte. De prestigieuze Spiegel en zijn lezers hebben, evenals andere media en andere miljoenen lezers, die kolossale, potsierlijke flauwekul braaf geslikt.

 


175. Het was geen toeval, beste Atto: die namen en die titels – waarvan Petronius zijn Satyricon maar een van de vele voorbeelden zijn – waren, zijn en zullen voor het gros van de mensheid geheel onbekend blijven, maar ze regeren met ijzeren vuist over haar gedachten, reacties, neigingen, gebruiken, overtuigingen. De mensen denken, reageren, geloven zonder zichzelf geheel en al meester te zijn, ze zijn ongemerkt onderworpen aan de modellen zoals verhaald door Petronius, Cicero, Seneca, Lucretius, Horatius, Vergilius, Ovidius en vooral Plato en Aristoteles, Namen die het volk vooral iets voor een paar geleerden vindt, maar die de tirannen van de wereld zijn, zoals je aan het eind van ons avontuur misschien geleerd hebt.

522. Maar vreemd genoeg is Sextus Empiricus , die ten tijde van keizer Marcus Aurelius geleefd zou hebben, dus vijfhonderd jaar na die filosofen, pas vierhonderd jaar na zijn dood jn geschreven vorm tot ons gekomen. Is dat niet wat laat? Wij ontzeggen de Heilige Schrift het geloof, maar hechten dat graag aan andere teksten. Toch komt de Schrift niet zo lang na de gebeurtenissen die erin worden beschreven als de handschriften die ons de werken van de antieke auteurs overleveren. Neem om te beginnen Plato en Aristoteles: we weten allemaal dat de oudste handschriften van hun werken uit de negende eeuw dateren, dus wel twaalfhonderd jaar na Plato en Aristoteles zelf. En dan de antieke Griekse historici Herodotus en Thucydides: dertienhonderd jaar. Caesar en Tacitus: duizend jaar. Suetonius achthonderd jaar. Plinius 750 jaar. De lijst zou nog wel even kunnen doorgaan. Maar van het evangelie zijn de oudste handschriften niet meer dan 275 jaar van Christus verwijderd. Kijk, zie je? had Bouchard opgemerkt: Dat zijn onbetwistbare gegevens die iedereen kent. Maar toch denkt niemand erover na. Waarom a priori meer afgaan op Plato en Aristoteles, van wie de ons bekende handschriften – aangenomen dat ze authentiek zijn – dateren van twaalf eeuwen na hun leven, en niet op de vier evangelisten, van wie we handschriften hebben die maar twee of drie eeuwen van de verhaalde feiten afliggen? Waarom zou het verhaal van Lucas of Mattheus minder waard moeten zijn dan het verhaal van Herodotus of Thucydides, van wie de geschreven getuigenissen omtrent de feiten die ze ons berichten met dertien eeuwen vertraging in ons bezit gekomen zijn? Dat niet alleen: de handschriften van de evangeli?n zijn zes eeuwen ouder dan die van Plato, Aristoteles en consorten. Waarom zijn er van hen geen even oude handschriften als die van de evangeli?n tot ons gekomen? Vind je dat niet onlogisch, vooral als je nagaat dat Plato, Aristoteles en de anderen eeuwen voor Christus hebben geleefd? Let wel, ik vraag je niet te geloven in de Verlosser: ik vraag je alleen iets wantrouwender tegenover de handschriften van Plato, Aristoteles en Thucydides te staan, omdat ze beoordeeld moeten worden op grond van hun afstand tot de vermeende feiten. En laat de inhoud van de verschillende handschriften, of ze nu heidens of christelijk zijn, maar zitten: het gaat om de methode. Weten we wel zeker dat de leer van Plato, die zo op het christendom lijkt en die volgens ons ouder is dan Christus, zodat we het geloof een vermystieking van de platonische filosofie achten, niet na de Verlosser is ontstaan? Als we zo de evangeli?n uitvlooien, waarom gebruiken we dan nooit dezelfde scepsis tegenover Plato en Aristoteles, maar slikken we die als waren het orakels? Jezus heeft nadrukkelijk om een geloofsdaad verzocht om in hem te geloven; hij heeft nooit gezegd dat het geloof in hem te onderzoeken was door de menselijke rede, hij heeft juist het tegendeel gezegd. Maar Plato en Aristoteles zijn filosofen, en willen dus geloofd worden via het instrument van de rede. Ik kan dus als je het goedvindt, toestaan dat men met de ogen dicht en zonder onderzoek te doen in Jezus gelooft, maar niet dat men dezelfde blindheid hanteert bij Plato en Aristoteles. Toch gebeurt juist het omgekeerde: we onderwerpen Christus aan elke kritiek en controle, alsof hij had gevraagd om in hem te geloven met de rede en niet met het geloof, terwijl we voor de twee Filosofen de rede het zwijgen opleggen zonder onderzoek te doen. Elk van deze doctrines zou, vind je niet?, beoordeeld moeten worden met zijn eigen basiscriterium: de godsdienst met het geloof, de filosofie met de rede. Het is absurd dat we precies het omgekeerde doen: we willen de godsdienst beoordelen naar de rede, en hechten geloof aan de filosofie! Als we twijfelen aan de handschriften van de evangeli?n, die een paar eeuwen van de gebeurtenissen die ze verhalen verwijderd zijn, waarom geloven we dan onvoorwaardelijk aan de handschriften van Plato en Aristoteles, die dateren van twaalfhonderd jaar na de twee filosofen, de vermeende auteurs ervan? Ik had je gewaarschuwd, vriend Naudi, dat niet zozeer de (altijd moeilijk vast te stellen) feiten in het geding zijn, maar, als je goed kijkt, de Tijd.

727. Het idee dat de chronologie sterk is ‘opgeblazen’ is al heel oud. Het zegt genoeg dat ook sterrenkundigen en wiskundigen van internationale allure dit volop hebben geopperd en betoogd, en niet alleen op zichzelf staande, solitaire boekengeleerden als Jean Hardouin. In sommige gevallen ging het zelfs om een gemeenschappelijke onderneming van specialisten uit een of meerdere disciplines. Het debat, dat grotendeels door de media wordt genegeerd, is spannend en zeer complex. We noemen hier slechts een paar essenti?le momenten. (...) In de eeuw daarna beweerde de historicus Edwin Johnson (1842-1901), de Engelse vertaler van de Prolegomena van Hardouin, dat de eeuwen vanaf de achtste eeuw na Christus tot de veertiende eeuw moesten worden geschrapt. De geschiedenis van voor de eerste helft van de veertiende eeuw is zeker lastig te onderzoeken door de zwarte pest, die in 1348 twee derde van de Europese bevolking wegvaagde. We hoeven maar te vermelden dat de weinige overlevenden hier dankbaar gebruik van maakten door valse documenten van de nagelaten bezittingen van de massa overleden families op hun naam zetten. Het schijnt zelfs dat de grote namen van het kapitalisme die begin 1350 al rijkelijk opgedoken zijn, van de Fuggers in Duitsland tot de Odescalchis in Itali, sluwe machtsgrepen hebben gepleegd op een flink aantal eigendomsakten die zonder eigenaar waren gebleven ( en zonder notaris die de originelen van de documenten beheerde…)

In hun boekenweekgeschenk 2011 ?Versluiering? wordt het vervolg op Mysterium onthuld: ?Versluiering?.

De hele geschiedenis past in een ingewikkeld en langdurig manoeuvre van kardinaal Mazarin om Louis XIV tot absoluut heerser op te leiden en op de troon te solderen door de tegenstanders op briljante en versluierde wijze uit elkaar te spelen.

‘Versluiering is enkel een sluier bestaande uit eerlijk duister, waardoor zich niet het onware vormt, maar rust?geboden wordt aan het ware; en zoals de natuur heeft gewild dat er in de wereldorde dag en nacht ligt, zo dient er binnen de werken van de mens licht en schaduw, openlijke en verholen vooruitgang te zijn’.

Monaldi & Sorti, Versluiering 2011

 


298.’Mocht het je op een dag gebeuren, Romeinse castraat, voeg je dan in het gevolg van een gezant, werp een blik op de scheepswerven van Tripoli, Algiers, Tunis, en praat met de gilden. Je zult zien dat de timmerlieden, de scheepmakers, al het werktuigbouwkundig volk bestaat uit Italianen uit Napels, Veneti, Genua en Palermo, betaald om in Barbarije de schepen te bouwen waardoor later hun landgenoten worden ge?nterd. En waarvandaan, denkt u, komen de katrollen, de sluitringen, het want, de kompassen, de krukassen, de zeilstoffen waarmee je die schepen bouwt, en die niemand in die regentschappen kan vervaardigen? Ze worden gekocht van Engelsen en Hollanders, die hun waren op maat gemaakt voor de behoeften van de Barbarijers op de markt van Livorno brengen. Daar verkopen Joodse kooplieden ze voor het vijfvoudige door aan de afgezanten van de regentschappen. Jullie christenen. hebben zo’n grote mond tegen ons Barbarijse kapers, maar met de rechterhand bevechten jullie ons met schepen en kanonnen, terwijl jullie ons met de linker volstoppen met geld en wapens. De schrik vanuit het oosten wordt vanuit het westen gewenst, geduld, georganiseerd. Zonder jullie zouden wij niet bestaan; de drie regentschappen van Barbarije zouden al onbewoond zijn en in armoede verkeren! Jullie zien alleen de fa?ade opbloeien: de weinige afvallige legeraanvoerders, berucht en gehaat, die uit alle christelijke landen komen, Itali?, Griekenland, Frankrijk en Spanje incluis. Maar het vlees en bloed van de piraterij en de kaperij komen uit het diepe noorden van jullie landen, uit het donker en de kou van de noordelijke kusten van Holland, Denemarken, het Hanzeverbond, Zweden, Engeland, van die openbare kluizen, van de handelsraden, de kanselarijen. En zo is het en zo zal het altijd blijven. Laten we het ook maar zeggen: jullie hebben geen flauw benul meer van de armoede in de landstreken van Mohammed. Om de belastingen te innen moeten de regenten hele legers naar het binnenland sturen, tot aan de bedoe?enendorpen toe, die hen vanaf de zandduinen begroeten met schoten van hun haakbussen. Zonder het geld van jullie Nazareners zou er geen redding zijn! Tot een paar uur voor de overwinning van Lepanto hadden jullie nog onderling ruzie. Een paar uur na Lepanto ruzieden jullie, ondanks de zege van Lepanto, alweer. Veneti?, het christelijke Veneti?, is althans in woorden heel blij als de Barbarijse schepen de Spaanse galjoenen tot zinken brengen. Spanje, het katholieke Spanje, of zo laat het zich noemen, geniet ervan als de Turken de Veneti?rs Candia, Moerbeiland of Korfoe afhandig maken.

Monaldi & Sorti, Mysterium

Archief

vrt deredactie.be – opinie: Op zoek naar een verslavende passie…

15 januari 2012

Op zoek naar een verslavende passie?


11 / 01 / 2012



?Als artsen ons aanbevelen om een dieet te volgen en te sporten, dan nemen we hun goede raad ter harte, al lukt het ons maar zelden om die discipline lang vol te houden. We zijn nu eenmaal mateloze wezens die meer willen genieten dan goed voor ons is. In tegenstelling tot andere zoogdieren, die blijkbaar geen hogere genotsvormen kennen, hebben wij de neiging om voortdurend onze natuurlijke grenzen te overschrijden, op zoek naar een zin in ons bestaan
.? Peter Venmans, Het derde deel van de ziel – Over thymos. 

Na de feesten van het einde en het nieuwe begin en hero?sche twistgeschriften over wat nu precies wetenschappelijk is en wat allemaal zonder waarheidspredicaat afgevoerd moet worden, kan het geen verrassing zijn dat een filosoof korte metten maakt met de zoveelste reeks goede voornemens die nog voor het einde van deze maand zullen sneuvelen.
En dan kwam er nog een wetenschappelijk artikel uit The New England Journal of Medicine bovenop waaruit blijkt dat laagcalorische di?ten op termijn een gestage kiloklim triggeren omdat allerlei hormonen aangepord worden die een zoveelste uithongering van ons geteisterde lijf moeten vermijden.

Jojo met Joschka

Een fascinerend voorbeeld van dit jojo-effect was de ?groene? Duitse minister van buitenlandse zaken Joschka Fischer. Deze zoon van een Hongaarse slager hield er in de nationale politiek een Bourgondische levensstijl op na. Als vice bondskanselier deed hij een gooi naar nog grotere populariteit door een alcoholvrij crashdieet te volgen gepaard aan dagelijks joggen. De maandelijkse confrontatie met zijn even zwaarwichtige politieke opponent, Helmut Kohl, in de Bundestag gaf hem vleugels terwijl Kohl nauwelijks nog rechtop kwam, oog in oog met Fischers gewichtsverlies. Hij verloor op een jaar ruim 35 kg en liep de marathon van New York in 2001. Zijn boek ?Veertig kilo later? werd een bestseller.

Inmiddels zit Herr Fischer weer beter dan ooit in het vlees.

Op langere termijn gaat het niet om crash-di?ten of andere wonder-di?ten.
Ook de slachtoffers van?bariatrische heelkunde met verkleinde magen en versleutelde spijsverteringssystemen blijken na tien jaar of vroeger hun vaak spectaculair gewichtsverlies weer te hebben terugverdiend.

Overlevers

Wij stammen immers af van de overlevers van de grote hongersnoden die de evolutie van onze voorouders teisterden. Ons lijf is geprogrammeerd op een optimaal energieverbruik en bij tekorten (al dan niet kunstmatig opgewekt) worden al onze erfelijke overlevingsmechanismen op gang getrokken. Eens gerodeerd blijven die stand-by om iedere hongeraanval te pareren.

?Ongelooflijk dokter, ik eet minder dan bij alle vorige di?ten en toch word ik dik van ademen – Ik weet er alles van mevrouw, strenge di?ten maken het op termijn alleen maar erger?.

Het wordt dus wachten op antihormonen en andere farmaceutische alchemie om die overlevingstechnieken te omzeilen en onze hongermodulatie te misleiden. In afwachting is er een weinig hoop: matigen, vari?ren en bewegen, en vooral een genoeglijke verslaving kweken.
We deden het reeds gretig en volhoudend met tabak, alcohol, vet en suiker. Niet iedereen was er even goed in. Laat staan in het stoppen van die verslavingen. En de moeilijkste van alle blijkt die van het eten.

Ademen kan zonder nicotine, drinken kan zonder alcohol maar afvallen kan niet zonder eten. Zeker niet in snelle en onzekere tijden waar frustraties vaak tot verslaving leiden, waar existenti?le leegte gretig gevuld wordt met lekkers en zoet.

Verslaven en bewegen

Bewegen helpt verbranden en bij verstandige technieken die overbelasting vermijden, kan de eigen endorfineproductie een verslavend genot bezorgen. Andere voedselmijdende verslavingen helpen ook, maar de vraag is of je daar op langere termijn meer baat bij zal hebben. Roken, opwekkende drugs, opiaten en alcohol helpen bij afvallen, maar veroorzaken vaak erg veel andere ellende.
Het wordt dus zoeken naar een heerlijke passie als verslaving. Bewust eten bijvoorbeeld om ons brein te misleiden met fijne vetten en eiwitten maar zonder suiker.

?We moeten dus niet de illusie koesteren dat we met onze rede soevereine meesters zijn over ons lichaam. Een verstandig mens beseft dat de kracht van zijn verstand beperkt is en probeert zichzelf om de tuin te leiden door gezonde en gelukkig makende verslavingen te ontwikkelen in plaats van schadelijke.
Wat alle ware sporters je zullen vertellen, is dat al die tegennatuurlijke inspanningen onmogelijk zijn zonder een stevige dosis fanatisme. Het gaat nooit alleen om gezondheid ? dat is maar een rationalisering – maar om de passie van het sporten zelf die je in haar greep heeft
.? (Peter Venmans, Over thymos).


 

Archief

Chan Koonchung, De vette jaren.

15 januari 2012

Chan Koonchung, De vette jaren. Uitg. Signatuur 2011? vert. Yves Menheere

Een boek dat ondanks de soms wat moeilijk te doorgronden structuur bijblijft omwille van de heldere analyse van de macht en haar berijders, dit keer door de ogen van een wijze bons uit het politbureau van de Chinese Communistische Partij.

Veel geraffineerder dan Orwells 1984, wegens ook bijna 30 jaar later.

Het nawoord door China expert Julia Lovell helpt:

260. Maar het verontrustende van ?De vette jaren? gaat verder dan het ongemakkelijke gebrek aan afstand tot de realiteit. De roman schetst een goed gelijkend beeld van China, en duwt dat vervolgens over de grens van het geloofwaardige. Het China van Chan is zelfgenoegzaam op het griezelige af. ‘iedereen beweert tegenwoordig dat China het beste land ter wereld is: zegt Chans hoofdpersoon al vroeg in het boek, als hij ziet hoe ‘al die verschillende, beroemde intellectuelen hier in harmonie bij elkaar [zijn], allemaal zo oprecht blij en enthousiast. Het tijdperk van vrede op aarde was daadwerkelijk aangebroken.

261. Hoewel het autocratische regime van De vette jaren minder gruwelijk is dan Orwells Ingsoc in 1984, brengt de ingetogen waarschijnlijkheid van Chans dystopia een duidelijke waarschuwing omtrent de nabije toekomst van China met zich mee. Als het martelen door O’Brien bijna ten einde is, vraagt Orwells hoofdpersoon Winston Smith zijn beul waarom de Partij naar macht streeft, en her verwacht een zelfzuchtig sentiment, over hoe de dictatuur ‘het beste voor de bevolking’ zoekt. Zijn kwelgeest koestert echter geen van die illusies: ‘De Partij streeft naar macht, geheel als doel op zich. We zijn er niet in ge?nteresseerd het goede te doen voor anderen; we zijn uitsluitend ge?nteresseerd in luxe, geluk of een lang leven:? alleen in macht, pure macht Het doel van martelen is het martelen. Het doel van macht is de macht: in He Dongsheng, de vertegenwoordiger van het communistische regime in De vette jaren, die uiteindelijk het masterplan van de regering, ‘om het rijk op orde te brengen en de wereld te pacificeren’ onthult, is een veel zachtere dictator wiens beleid – net als dat van de huidige Chinese regering – meer is gestoeld op de actieve goedkeuring van zijn onderdanen.

262.?In het echte leven is Chan wat genuanceerder in zijn kritiek op het vermogen tot collectief geheugenverlies van de Chinezen: ‘In dit land raken herinneringen vreselijk vervormd: mensen die nu vijftig zijn, zeggen dat de regering gelijk had toen ze de protesten in 1989 neersloeg. En veel mensen vergeten dat de periode tussen 1989 en 1992 een ijstijd was, voordat Ch in a de marsroute naar de vrije markt insloeg. ik vind niet dat gewone mensen zich al te veel bezig moeten houden met herinneringen – dat is niet goed voor hen, en het is niet hun taak. Het zijn de intellectuelen die niet mogen vergeten. Maar tegenwoordig kunnen ze niets meer zeggen. Ze kennen de risico’s als ze zich wel uitspreken: dat er een enorm verschil is tussen de goedkeuring van de regering hebben en die niet hebben, als het gaat om de huisvesting die je krijgt toegewezen, om toegang tot internationale beur-en en ga zo maar door: Chan is zelfs in staat de voordelen te zien van He Dongshengs plan ‘om het rijk op orde te brengen en de wereld te pacificeren’. ‘Ik zag de economische crisis in de roman als een geweldige kans voor de regering om de macht in handen te krijgen. Dat was de beste manier om alles op z’n pootjes terecht te laten komen; mijn scenario was het meest optimistische.

 


209.?’Waarom? Waarom moest het volk zo bang worden gemaakt?’ vroeg Fang Caodi kwaad. ‘Het begin van de crisis was cruciaal,’ doceerde He Dongsheng. ‘Als we het aan het begin niet goed hadden aangepakt, zou het uit de hand lopen. De crisis was vreselijk ernstig en had zeker tot landelijke ongeregeldheden kunnen leiden. In eerste instantie was het misschien een economische crisis, maar allerlei sociale tegenstellingen die al heel lang lagen te sluimeren, konden makkelijk tot uitbarsting komen. Als de reactie van de regering te zacht of niet ingrijpend genoeg was geweest, dan zou het volk ontevreden blijven en de woede alleen maar erger worden. Maar als de regering meteen met zwaar geschut was komen aanzetten, zouden er ook groepen geweest zijn die dat niet hadden kunnen verdragen en in opstand waren gekomen. Hoe dan ook, de regering zou altijd de schuld krijgen. De meeste massale incidenten in het China van toen waren het gevolg van conflicten tussen het volk en de regering, behalve misschien als het om incidenten met minderheden ging. Het volk was er langzaam van overtuigd geraakt dat problemen pas opgelost zouden worden als er veel kabaal werd gemaakt. Om die reden konden zelfs de kleinste dingen aanleiding geven tot een massaal protest. Onze inschatting was dat wanneer er in het bete land massale protesten zouden uitbreken, de regering onmogelijk in staat zou zijn om elke brandhaard afzonderlijk aan te pakken. In dat geval zouden de woede en onvrede van het hele volk zich op de regering richten. Hoeveel politie, leger en andere machten we ook zouden hebben, het staatsapparaat zou ineenstorten. Daarom moesten we er in eerste instantie voor zorgen dat de woede zich niet op de regering richtte. We kwamen tot de conclusie dat er maar ??n manier was om dat doel te bereiken: we moesten ervoor zorgen dat het volk zichzelf de stuipen op het lijf joeg. De mensen moesten bang worden dat de regering zich niet meer om hen bekommerde, ze moesten bang worden voor anarchie, wat Hobbes een oorlog van allen tegen allen noemde. Om zijn woorden in Leviathan te gebruiken: in een natuurlijke situatie is het menselijk bestaan eenzaam, armoedig, afstotelijk, beestachtig en kort. Een situatie waarin leven en bezit niet meer zeker zijn is de ultieme angst. Denken jullie er maar over na: die angst dat het in China tot grote ongeregeldheden zal komen, wordt die niet hierdoor ingegeven? Iedereen is bang voor anarchie, voor grote wanorde. En daarom is ook iedereen bereid om neer te knielen voor die heus niet zo schattige leviathan. Alleen dit monster kan ieders leven en bezit veiligstellen. Het volk had geen andere keus dan de staat het monopolie op legaal geweld te geven. Du s als wij onze krachten wilden concentreren om tot grote dingen te komen, dan moesten we ervoor zorgen dat het volk inzag dat de Communistische Partij in deze tijden van grote moeilijkheden de enige hoop was.’

211.?Deze crisis is anders; hij is als de grote depressie van de jaren dertig en zou zomaar tien jaar kunnen aanhouden. Hoe je ook zou volhouden, hij gaat niet zomaar voorbij. Daarom waren we gedwongen om op te treden. Hoewel stabiliteit altijd de hoogste prioriteit had, was dit niet het doel. Stabiliteit was noodzakelijk om tot “grote dingen” te komen. Daarom moet je in buitengewone tijden of crisissituaties altijd eerst hard optreden. Je jaagt iedereen de stuipen op het lijf en daarna gebruik je die periode waarin iedereen die angst nog voelt, om je nieuwe beleid erdoorheen te jagen:

 

 

Chan Koonchung, De vette jaren

 

Archief

vrt deredactie.be-opinie: Na de vette jaren….

4 januari 2012

Na de vette jaren?

28 / 12 / 2011


?Hoewel stabiliteit altijd de hoogste prioriteit had, was dit niet het doel. Stabiliteit was noodzakelijk om tot ?grote dingen? te komen. Daarom moet je in buitengewone tijden of crisissituaties altijd eerst hard optreden. Je jaagt iedereen de stuipen op het lijf en daarna gebruik je die periode waarin iedereen die angst nog voelt, om je nieuwe beleid erdoorheen te jagen.? Chan Koonchung, De vette jaren

Dezer dagen worden gevuld met spijs en drank en bij gebrek aan sneeuw en ijs is de lucht zwanger van wensen van mensen van goede wil. Muziek voor het leven hielp eens te meer ? met nog meer succes dan vorig jaar en een paar miljoen van ?s lands nieuwe bestuurders ? de verschrikkingen van de werkelijkheid te weren. Voor de laatste keer? Of toch niet want volgens ervaren marketingdeskundigen die in de vaderlandse pers gratis hun nieuwjaarsadviezen delen kan deze succesformule na de vette jaren nog goed van pas komen voor deze tijdelijk gulle bestuurders.

Waar is dat feestje?

Zeker na de vette jaren boden offergaven voor het oog van de ander soelaas en hielp synchroon bewegen in groep op de tonen van opwekkende muziek tegen de pijn van het onvermijdelijke.

Zeker, Music for Life was een gigasucces vol positivisme voor wie dorst naar gerechtigheid na anderhalf jaar zonder federale regering maar met beurs-, bank- en euro-crisissen. Een feestje met ?iedereen een beetje beroemd? want volgens Marc Michils, CEO van Saatchi&Saatchi is ?altruisme een vorm van individueel geluk. Onbaatzuchtig handelen betekent een kans het eigen geweten op te poetsen. Door een actie breng je de wereld toch iets meer in evenwicht. Studies hebben aangetoond dat mensen die zich onbaatzuchtiger gedragen, ook gelukkiger zijn. ?

Dat dit niets van doen heeft met de offici?le doelstellingen van de actie tegen ?diarree grootste doodsoorzaak ter wereld bij kinderen?, wordt hier helder en precies geformuleerd. Het gaat niet om de ander, het gaat helemaal niet om kindersterfte door buikloop, het gaat om jezelf als deelnemer in de ogen van wie voor jou betekenis kan hebben. Meer nog, ernstige kritiek op de besteding van de ingezamelde giften (toch dik 7 miljoen Euro) wordt vakkundig verzwegen. Het gaat immers om het goede te doen om dat goede zelf, voor en door jezelf. Het heeft niets meer van doen met het vooropgestelde doel laat staan met het re?le resultaat.

Inmiddels werd ?Music for Life? door reclamegoeroes tot publieksdomein verklaard en handig opgepikt door de organiserende instanties in tegenstelling tot ?Pukkelpop? dat na de wervelstorm jammerlijk de kans had gemist op eenzelfde aureool voor en door zijn bezoekers.

Winter na de lente

Zeker, er was ook leed genoeg in het voorbije jaar om blijvend te herinneren, naar ernst, omvang, dreiging en nabijheid. Door economische klimaatveranderingen volgde op een zelfverklaarde lente een eindeloos bloedige winter. Natuurrampen kregen de allures van wraak door toornige goden, voortekenen voor de implosie van uitgeputte machtsverhoudingen, de val van in zichzelf gekeerde politieke dynastie?n ver weg en heel nabij. Beurzen in casinorood, corrupte rating-bureaus, tuchtigende markten, energieprijzen bepalen wel en wee, werk en pensioen van onzekere burgers.

In ?De vette jaren? formuleert een ervaren lid van het Chinese partijbureau voor vergelijkbare tijden een goed doortimmerd scenario: ?We moesten ervoor zorgen dat het volk zichzelf de stuipen op het lijf joeg. De mensen moesten bang worden dat de regering zich niet meer om hen bekommerde, ze moesten bang worden voor anarchie, wat Hobbes een oorlog van allen tegen allen noemde. Om zijn woorden in Leviathan te gebruiken: in een natuurlijke situatie is het menselijk bestaan eenzaam, armoedig, afstotelijk, beestachtig en kort. Een situatie waarin leven en bezit niet meer zeker zijn is de ultieme angst.?

Geluk

Zeker, ook geluk was nog heel gewoon. De Europese president bezorgde zowat alle lokale en wereldleiders een relatiegeschenk met Vlaamse klasse: ?Geluk. The World Book of Happiness?.

Het voorbije jaar hielp ?Mindfullness? stress te hanteren, depressies en angsten te weren. En anders was er wel de Nederlandse neuroloog Dick Swaab die ons probeerde gerust te stellen met ?We zijn ons brein? en daar valt niets aan te doen, behoudens misschien wat farmacologische correcties.

Vandaag bepleiten reclametoppers ?n regeringsleiders hand in hand het individuele geluk voor hun doelgroepen en kiezers. Alsof ze dezer dagen in de publieke ruimte anders niets meer te slijten hebben dan individueel geluk als antwoord op onzekerheid en angst, op economische en politieke ontwikkelingen.

Geheugen

Volgens de Chinese schrijver Chan Koonchung in ?De vette jaren? moeten gewone mensen zich niet al te veel bezig houden met economische en politieke herinneringen: ?Dat is niet goed voor hen, en het is niet hun taak. Het zijn de intellectuelen die niet mogen vergeten. (?) De meeste mensen zullen zeggen dat een valse hemel hoe dan ook beter is dan een goede hel. Er zullen altijd mensen zijn die toch voor de goede hel kiezen, hoe vreselijk die ook is. Omdat ze in de goede hel tenminste zeker weten dat ze in de hel zitten.?

Volgens een vermaard Chinees spreekwoord is gelukkig wie in oninteressante tijden leeft.

Interessante tijden vereisen vaardigheden met onzekerheidsrelaties.

Laten we in 2012 spelen met versluierde ogen om beter te kunnen zien.


 

Archief

DVD HEIMAT 1-4 Edgar Reitz: Eine deutsche Chronik – Chronik einer Jugend – Chronik einer Zeitenwende – Die Frauen – Schabbach ist ?berall

2 januari 2012

DVD HEIMAT 1-4 Edgar Reitz: Eine deutsche Chronik – Chronik einer Jugend – Chronik einer Zeitenwende – Die Frauen – Schabbach ist ?berall

Vandaag speelt ?Groenten uit Balen? in Vlaanderen eindelijk op het witte doek.

Ooit verklaarde de Vlaamse auteur Walter Van den Broeck uit diezelfde Kempen met deemoed: ?Het is tenslotte overal Turnhout?.

En zo ook eindigt de Duitse cineast Edgar Reitz zijn fenomenale serie met deel 4 in de tweede dvd onder de titel ? Schabbach ist ?berall?.

Het denkbeeldige dorp in de?Hunsr?ck staat voor het leven in zowat heel West Europa gedurende de voorbije eeuw.

Na de succesvolle drie seizoenen die de periode 1919 – 1982, 1960 – 1970 en 1989 – 2000 biedt de vierde reeks een reflectie door de ogen van ?Lulu?? op de rol van de vrouwen als draagsters van het verhaal van menig dorp en stad, familie en gemeenschap, niet alleen in Duitsland.

De tweede reeks staat stijf van de clich?s over pre- en post-68. Over de grote revolutionaire tijden in Schwabing Munchen – vroeger Simplicissimus, later de nazi?s en nog later de vroege 60ter rellen tegen het burgermannengezelschap dat de stad M?nchen beheerste. Die clich?s zijn storend, vooral omwille van hun waarheidsgehalte: de zogenaamde linkse beweging in die tijd stond effectief stijf van zelfverzonnen clich?s en onnozel kopieergedrag in een zoektocht naar beter. Niet alleen in Berlijn en Belgi?.

Deel 2 en 3 hebben prachtige muzikale bewerkingen van geliefde gedichten en composities. De eenmakingsproblematiek, de massale inwijking van Russische Duitsers na de val van de muur, het vertrek van de Amerikaanse rakettenbatterijen en de vredesbeweging tegen de kruisraketten worden zonder veel schroom belicht. Pijnlijke historische geheimen duiken vaak onverwacht op in het verhaal, zoals de geschiedenis van een land en een streek graag zijn geheimen koestert om erger te voorkomen.

De tijdsgeest is alom present, tot en met in de nabeschouwingen waar blijkt dat ook de commercie de Hunsr?ck in haar greep heeft gekregen met een complete Heimat-rondrit, inclusief bezoeken aan alle filmlocaties en kennismaking met de acteurs – vaak personages uit de dorpen zelf.

Edgar Reitz mogen ze daar tussen Rijn en Eifel een standbeeld geven, in M?nchen een school en in Berlijn minstens een plein.

Zeer de moeite en ver uitstijgend over de denigrerende betekenis die graag aan ?heimat? wordt gegeven.