Er is nog zo veel dat ongezegd is. (Rutger Kopland)

Dupslog
Dupslog

Irvin D. Yalom, De Schopenhauerkuur.

8 januari 2006

Irvin D. Yalom, De Schopenhauerkuur.
uitg. Balans

 

55. Thomas Mann, Buddenbrooks, hfst.9
69. De ideeën, noch de visie, noch de gereedschappen doen er bij therapie werkelijk toe. Wanneer je jouw patiënten na afloop van de therapie laat terugkijken op het hele proces, wat hebben ze dan onthouden? Nooit de ideeën – maar altijd de verhouding tot de therapeut. Ze herinneren zich bijna nooit belangrijke inzichten die ze van hem hebben gekregen, maar ze koesteren over het algemeen wel dierbare herinneringen aan de persoonlijke relatie die ze hadden.

212. Drie belangrijke revoluties hebben ervoor gezorgd dat de mens zich niet langer als middelpunt kan beschouwen. Eerst liet Copernicus zien dat de aarde niet het middelpunt was waar alle hemellichamen om draaiden. Vervolgens toonde Darwin aan dat de mens niet centraal staat in de levenketen, maar net als alle andere schepselen is geëvolueerd naar andere levensvormen. Tot slot leren wij van Freud dat wij niet heer en meester in eigen huis zijn, dat veel van ons gedrag wordt bepaald door krachten die buiten ons bewustzijn liggen. Het lijdt geen twijfel dat Arthur Schopenhauer Freuds niet-erkende strijd makker was, die lang voor Frueds geboorte reeds had geponeerd dat de mensen die door diepe oerkrachten wordt geregeerd en zichzelf vervolgens om de tuin leidt door te denken dat hij bewust voor zijn daden heeft gekozen.

225. Schopenhauer was van mening dat de kerk de onuitroeibare behoeften van de mens aan het metafysische uitbuit, dat zij het volk infantiliseert en dat ze in een permanente staat van leugen een bedrog verkeert, omdat ze niet wil toegeven dat ze haar waarheden doelbewust in beeldspraak verpakt.

280. Schopenhauer: "Het leven kan vergeleken worden met een borduurwerk, waarvan eenieder in de eerste helft van zijn leven de voorzijde te zien krijgt, en in de tweede helft de achterzijde. Dat laatste is minder mooi, maar wel leerzaam, omdat het je in staat stelt te zien hoe de draden met elkaar verweven zijn".
Hoe dikwijls hadden die deelnemers aan groepsessies voor borstkankerpatiënten niet verteld dat ze een gouden tijden beleefden wanneer ze eenmaal de eerste paniek te boven waren gekomen van het besef dat ze werkelijk gingen sterven. Sommigen zeiden dat het leven met kanker ze wijzer en meer zichzelf had gemaakt, terwijl anderen nieuwe prioriteiten stelden, sterker werden, nee leerden zeggen tegen zaken die ze niet meer belangrijk vonden, en ja tegen datgene wat er echt toe doet, zoals het liefhebber van hun familie en vrienden, het bewonderen van de schoonheid om hen heen en het genieten van het komen en gaan van de seizoenen. Naar wat was het jammer, zo beklaagde zich menigeen, dat ze pas hadden geleerd hoe te leven nadat hun lichaam van de kanker was vergeven.

301-302. De gedachte van de eenheid van alle leven gaf hem troost, de idee dat hij na zijn dood zou terugkeren naar de levenskracht waaruit hij was voortgekomen en zo de verbondenheid met alle leven zou behouden.
Die gedachte geeft mij geen troost: nul komma nul!
Wanneer mijn eigen bewustzijn niet meer bestaat, interesseert het met bitter weinig dat mijn levensenergie, mijn lichaamscellen, of mijn DNA nog ergens in  de ruimte voortbestaan. En als het om verbondenheid gaat, dan ervaar ik die liever van mens tot mens, zolang ik nog van vlees en bloed ben.

303. Ik had mijn buik vol van al dat gepraat over onthechting, bijvoorbeeld van de gedachte dat wij de band met ons eigen ego kunnen verbreken. Aan het einde had ik heel sterk gevoel dat het allemaal een ontkenning van het leven is. Wat is dat voor een leven als je zo gericht bent op je vertrek dat je niet van je omgeving kunt genieten, en ook niet van andere mensen?
De oplossing die jij voor je problemen hebt, is een schijnoplossing: het is helemaal geen oplossing, het is iets heel anders, het is het loslaten van het leven. Jij staat niet in het leven, en luistert niet echt naar anderen, en als ik je hoor praten, heb ik niet het gevoel dat ik naar een levend, adememd wezen luister.

304. Een van Schopenhauer uitspraken gaat erover dat geluk voortkomt uit drie bronnen: wie je bent, wat je hebt en wie je in de ogen van de anderen bent. Schopenhauer betoogt dat wij ons alleen op de eerste bron richten en niet teveel waarde moeten hechten aan de tweede of de derde, aan wat we hebben en onze reputatie, omdat wij daar geen zeggenschap over hebben. Zij kunnen een zij zullen ons worden ontnomen, even onvermijdelijk als het ouder worden jou van je schoonheid berooft. "Hebben" heeft een keerzijde, stelt Schopenhauer: wat wij bezitten, meent niet zelden bezit van ons. 

315. Schopenhauer: "Vanuit de jeugd bezien, is het leven een oneindig lange toekomst; vanuit de ouderdom bezien, komt het meer overeen met een zeer kort verleden. Wanneer wij wegvaren, worden de voorwerpen aan de wal almaar kleiner, en steeds moeilijker te herkennen en onderscheiden. Zo is het ook met onze vervlogen jaar, met alles wat er toen gebeurde en ons bezighield.

 


 

Leave a Comment

Please note: Uw reactie wordt bekeken voor publicatie, dit kan even duren.