Er is nog zo veel dat ongezegd is. (Rutger Kopland)

Dupslog

J.M. Coetzee, Zomertijd – uitg. Cossee 2009

18 mei 2010

J.M. Coetzee, Zomertijd – uitg. Cossee 2009

In ?Zomertijd? schrijft J.M. Coetzee een biografie over zichzelf door gefingeerde interviews met derden, met familie, vrienden en minnaressen.
Geen van de ge?nterviewden geeft hoog op over Coetzee midden jaren zeventig in en om Kaapstad: ‘Eenzelvig. Sociaal onbeholpen. Geremd. Iets verwaarloosds, iets mislukts’.

In die periode woonde hij na een onduidelijk verblijf in Engeland en de VS samen met zijn oude vader in een krot aan de rand van de bewoonde wereld waar hij met eigen handen verbeteringswerken uit probeert te voeren, omdat hij niet wou dat blanken zich te goed zouden voelen voor handenarbeid.
Een van de minnaressen, Julia, werd later psychotherapeute en vertelde de interviewer: ?Nee, natuurlijk hield John niet van zijn vader, hij hield van niemand, hij was niet voor de liefde gemaakt. Maar hij voelde zich schuldig en daarom deed hij zijn plicht. In bed was hij niet goed, niet teder, ‘autististisch’ eigenlijk. (...) Hij had besloten wrede en gewelddadige impulsen uit elke arena van zijn leven – inclusief zijn liefdesleven, zou ik zeggen – te weren en ze in zijn schrijven te kanaliseren, dat als gevolg daarvan een soort oneindige oefening in catharsis zou worden.’

Coetzee put voor Zomertijd uit een geraffineerde trukendoos.
Hij is bij publieke aangelegenheden steeds zwijgzaam. Zo heeft hij op de hele viering van zijn zeventigste verjaardag in de Amsterdamse Balie waar hij ook Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw werd, geen woord gesproken.
Ook in zijn relaties onthult hij zichzelf door de mond van diezelfde Julia als een alles behalve passionele minnaar.
Op een bepaald moment eiste hij van haar de ze met hem zou vrijen op het tempo van Schuberts strijkkwintet: ? Schubert was de componist, en Coetzee de uitvoerder. De man die zijn ma?tresse voor een viool aanzag?.
Coetzees boeken pleiten overtuigend voor een trager leven, waar de hype van het moment of de weetjes van vandaag en morgen hoogstens achtergrondruis vormen voor een symfonie die hijzelf in zijn hoofd componeert en die zijn aandachtige lezers tot navolging nodigt.
Je voelt in zijn werk van om en nabij de recente verhuis van Zuid-Afrika naar Australi? dat er nog heel veel meer uit te leggen valt, maar dat hij daar nog omheen hinkt en hikt als om een hete brei.
Niet zozeer in ?Uitgesproken meningen? als in de vele ?onuitgesproken meningen?.
Dit laat natuurlijk ruimte voor de fantasie van de aandachtige lezer, maar in Australi? moet een auteur van zijn formaat toch met een nieuw dagboek voor de pinnen kunnen komen over ?een schitterend ongeluk? want ?Mensen gaan (immers) wel dood aan onverschilligheid tegenover de toekomst? zoals hij in de ?Langzame man? verklaart.

Met dit boek lijkt hij wel meer op zoek naar de politieke situatie in Zuid-Afrika onder het apartheid-regime. En naar zijn houding in die tijd.
Ik mis de dreiging en de spanning in Zomertijd die hij elders zo knap opbouwt.
En hoewel Coetzee hier wellicht zeer ver gaat in autobiografische overpeinzingen die hij in de mond legt van de ge?nterviewden, mis ik de kracht van zijn literair spel.
Zijn zoektocht is nog lang niet voltooid.

240. Studenten hebben naar mijn mening al snel in de gaten of wat je doceert van belang voor je is. Is dat het geval, dan zijn ze bereid te overwegen er zelf ook belang in te stellen. Maar als ze al dan niet terecht concluderen dat dat niet het geval is, dan valt het doek en kun je net zo goed naar huis gaan.

257.Nee, niet apolitiek, ik zou eerder zeggen antipolitiek. Hij vond dat politiek het slechtste in mensen naar boven bracht. Het bracht het slechtste in mensen naar boven en bracht ook de slechtste types uit de samenleving naar de oppervlakte. Hij had er liever niets mee te maken.

261. Als Afrikanen ?zij? waren, wie waren dan ?wij?? De Afrikaners?
Nee. ?Wij? waren in de eerste plaats de kleurlingen. Het is een term die ik slechts aarzelend gebruik, bij wijze van samenvatting. Hij – Coetzee – vermeed hem zoveel mogelijk. Ik noemde zijn utopisme. Dit vermijden was een ander aspect van zijn utopisme. Hij verlangde naar de dag dat iedereen in Zuid-Afrika zichzelf niets zou noemen. Afrikaans noch Europees noch blank noch zwart wat dan ook, dat familiegeschiedenissen zo met elkaar verstrengeld en vermengd zouden raken dat mensen etnisch niet meer van elkaar te onderscheiden zouden zijn, dat wil zeggen – ik gebruik het besmette woord opnieuw – kleurlingen. Dat noemde hij de Braziliaanse toekomst. Hij was natuurlijk nooit in Brazili? geweest.

267. Dus we hebben het geval van een man die de taal alleen maar gebrekkig sprak, die buiten de staatsreligie stond, wiens visie kosmopolitisch was, die politiek gezien – hoe zullen we het noemen? – een dissident was, maar die desondanks bereid was de identiteit van Afrikaner te aanvaarden. Waarom denkt u dat dat zo was?
Mijn mening is dat hij met de blik van de geschiedenis op zich gericht het gevoel had dat hij zich niet van de Afrikaners kon losmaken en tegelijkertijd zijn zelfrespect bewaren, ook al hield dat een associatie in met alles waarvoor de Afrikaners verantwoordelijk waren, politiek gezien.

272.Om terug te komen op zij geschriften: wat is objectief gesproken, als criteria, uw mening over zijn boeken?
Ik heb ze niet allemaal gelezen. Na In Ongenade verloor ik mijn belangstelling. Over het algemeen zou ik zeggen dat zijn werk ambitie mist. De controle over de elementen is te strak. Nergens krijg je het gevoel van een schrijver die zijn medium vervormt om te zeggen wat nooit eerder is gezegd, wat voor mij het kenmerk is van grote literatuur. Te koel, te keurig, zou ik zeggen. Te gemakkelijk. Een te groot gebrek aan passie. Dat is alles.

276. Clubrugby loopt op zijn laatste benen. Dat voel je vandaag niet alleen op de tribunes maar ook op het veld zelf. Gedeprimeerd door de galmende ruimte van eht lege station lijken de spelers alleen nog maar de schijn op te houden. Een ritueel sterft voor hun ogen uit, een authentiek ritueel van de Zuid-Afrikaanse kleinburgerij. De laatste getrouwen zijn hier vandaag bijeen: treurige oude mannen zoals zijn vader; slome, plichtsgetrouwe zoons zoals hijzelf.

Reacties graag naar mailadres.