Er is nog zo veel dat ongezegd is. (Rutger Kopland)

Dupslog
Dupslog

Philipp Blom, Het verdorven genootschap. De Bezige Bij 2010

22 november 2010

Philipp Blom, Het verdorven genootschap. De Bezige Bij 2010


?Na een seminar dat ik in 2007 gaf in Bogot?, de hoofdstad van Colombia, kwam er een jongen van veertien of vijftien op me af die meteen alles wilde weten van Diderot, Holbach, Rousseau en de radicale Verlichting. Ik kon hem toen niet het antwoord geven dat hij zocht. Dit boek is voor een deel een poging om dat antwoord alsnog te geven.
Ik draag dit boek op aan hem, en aan al zijn leeftijdgenoten die nieuwsgierig genoeg zijn om vraagtekens te zetten bij wie we zijn, en moedig genoeg om zich een voorstelling te vormen van wie we zouden kunnen worden?. Philipp Blom

Met zijn ?Duizelingwekkende Jaren? heeft Philipp Blom mij reeds twee jaar in de ban, wegens ieder exemplaar dat hiervan in huis te vinden is, binnen de kortste keren vertrokken blijkt als geschenk voor wie ons lief is. Hij had me dan ook nog eens helemaal ingepakt op wijlen het Andere Boek met zijn kennis van de Verlichting en de manier waarop hij zijn bevindingen charmant toelicht in het Nederlands, als Duits-Oostenrijk-Engels filosoof die ook nog publiceert over Oostenrijkse wijnen.
Deze keer ben ik de gulle gevers voor geweest.

Ik heb zijn vroeger verschenen maar nu pas in het Nederlands vertaalde ?Het Verdorven Genootschap? stiekem gelezen nog voor de anderen.
Het was op iedere pagina een feest voor de geest: helder, erudiet, origineel, grappig, bemoedigend, angstaanjagend, meesterlijk zoals hij van historisch onderzoek een koninklijke kunst maakt die zelf bemeten epitheta en gekoesterde maar ijdele premissen onderuit haalt. De kunst van kennis en inzicht, begrip en twijfel is immers geschraagd op het dispuut, de tegenstelling. Zij drijft op het onderuit halen van argumenten, het weerleggen van aannames en dat alles vrij van angst en belangen die los staan van de zoektocht.
In feite kan die zoektocht alleen maar volbracht worden door mensen die zoals Odysseus ?de haat kennen?.
Wie niet op die manier over alle illusies en waanbeelden heen kan kijken, blijft amechtig hijgen of pralend paraderen in een labyrint waar hij of zij nooit doorheen het middelpunt de keerzijde kan bereiken maar waar het doolhof tegelijk hun denkwereld begrenst. Uit angst voor erger in de keerzijde klampen ze zich vast aan aftandse heldenbeelden en offeren ze zichzelf en wie hen dierbaar is aan mythen van klassieke helden over religieuze hoop tot moderne wetenschappen als nieuwe zingevingstechnologie.

Philipp Blom onderzoekt dit vanuit een verdorven genootschap waar de Verlichting en haar filosofen in tegenlicht werden gewikt en gewogen, vaak door diezelfde intellectuele deelnemers aan de Odysseia van de 18 de eeuw.

Het theater situeert zich in Parijs, in de huidige Rue des Moulins, nabij de kerk van Saint-Roch, die vroeger Rue Royale Saint-Roch heette (M: Pyramides). In het ossuarium van de kerk liggen de beenderen van menig hoofdrolspeler te vergaan. Maar hun idee?n, teksten, tekeningen, boeken en pamfletten hebben voor altijd de wereld van het kritische denken veranderd, sluipend als een wellustig gif. Dat van het vrije denken dat aan iedereen vreet, bij nacht en ontij en als twijfel toeslaat maar dat haast orgastisch bevrijdt van wie benijdt.

De Duitse baron Paul-Henri Thiry d?Holbach (1723 – 1789) hield er salon, niet zomaar een salon met overvloedige heerlijkheden voor alle zintuigen van verlichte heren en een enkele dame van stand, maar een bijna wekelijkse zitting die vooral een bezoeking bleek voor wie geen afstand kon doen van zelfverklaarde mythische waarheden. Religieuze, spirituele, emotionele, politieke, literaire, wetenschappelijke, neurotische ankers en zekerheden werden in een duizelend debat gewogen en te licht bevonden.

Philipp Blom is erin geslaagd de betekenis van dit Verdorven Genootschap -’la coterie holbachique’ volgens Rousseau die er met slaande deuren was vertrokken omdat zijn maakbaarheidsideologie keer op keer onderuit werd gehaald – te onthullen voor wie op zoek is naar een diepgravende maar begrijpelijke analyse voor Kants latere beantwoording van de vraag: ?Was ist Aufkl?rung??

14. De vriendenkring rond Holbach en Diderot, die niet alleen nauw met hem samenwerkte, maar ook een goede vriend was, heeft in de geschiedenis van de filosofie iets van een spookschip gekregen, waaraan geruchten en sterke verhalen zich als zeepokken hebben vastgehecht. De leden behoorden tot een wijdvertakte samenzwering, die onder het mom dat er over economie werd gedebatteerd voorbereidingen trof voor de Franse Revolutie, zeiden sommigen.
Ze bestierden een fabriek voor illegale boeken, die werden geschreven en in duizenden exemplaren verspreid om de monarchie ten val te brengen, meenden anderen. De meeste tijdgenoten
vonden dat Holbach en zijn trawanten perfide athe?sten waren, die op de brandstapel thuishoorden.
Soms is de historische werkelijkheid nog dankbaarder en spannender dan verhalen.
De salon van baron Holbach en de voornaamste participanten kwam wel met revolutionaire idee?n, maar ze dachten aan veel meer dan alleen een politieke revolutie. Ze schreven inderdaad subversieve boeken, maar wat ze omver wilden werpen, omvatte oneindig veel meer dan de monarchie alleen of zelfs de katholieke kerk. Aan de tafel van de baron spraken ze over een visioen waarin mannen en vrouwen niet langer ten prooi zouden zijn aan de angst en de onwetendheid die hun door de kerk werden bijgebracht, maar in plaats daarvan voluit van het leven konden genieten. Niet langer zouden ze hun verlangens opzij hoeven zetten in ruil voor de ijdele hoop op een beloning in een leven na de dood; ze zouden zich ook vrijelijk in de wereld kunnen bewegen,
en hun positie in het universum kunnen verstaan als intelligente machines van vlees en bloed. Ze zouden hun energie kunnen richten op het opbouwen van hun eigen leven en van gemeenschappen,
en dat alles op basis van verlangens, empathie en rede.
Door verlangens, al dan niet erotisch, zou hun wereld mooi en rijk worden, door empathie zou die wereld vriendelijk en leefbaar zijn, en dankzij de rede zou men begrijpen hoe de onwrikbare wetten
van de natuur werkten.

24. Als we in de toekomst kijken, koesteren we instinctief angst voor de Apocalyps en verwachten het paradijs of het hellevuur. Naast een gelukzalig visioen van een perfect functionerende markt, een sciencefiction-toekomst zonder oorlog en energieproblemen, een volmaakte socialistische maatschappij of welke droom we ook koesteren, bestaan er ook angstbeelden: een steeds warmer wordende planeet, het spookbeeld van een Derde Wereldoorlog, nu met kernwapens, van bezwijkende ecosystemen, astero?den die op weg zijn naar een alles verwoestende ontmoeting met de aarde, een destructieve Botsing der Beschavingen. De mogelijkheid dat de mens nog millennia blijft doormodderen (voorlopig nog verreweg het waarschijnlijkste scenario), een paar rampen weet te ontwijken, maar door andere wordt getroffen (soms door onszelf veroorzaakt) zit minder ingebakken in ons theologisch geconditioneerde brein dan de gedachte aan redding of verdoemenis, aan hemel of hel.
Die culturele instincten zijn zo diepgeworteld dat de totalitaire utopie van Rousseau ons natuurlijker en verstandiger voorkomt dan Holbachs utilistische geknutsel. Utopisten zijn in hun hart altijd
gelovig, en het zal geen verbazing wekken dat Rousseau niet alleen voor Robespierre een inspiratiebron was, maar ook voor Lenin en Pol Pot. De laatstgenoemde bestudeerde hem in Parijs, in de jaren vijftig, voor hij de wreedste poging van de twintigste eeuw deed om Cambodja terug te moorden naar de IJzertijd en zo een maatschappij te scheppen van alleen maar boeren, ge?soleerd van de corrumperende invloeden van een hoger beschavingsniveau.
Niet alleen zijn utopie?n theologisch van aard, onze verhouding tot wellust en passie heeft dezelfde religieuze connotatie, zoals uit elke stadsplattegrond blijkt. Dat er in elke stad een rosse buurt is,
getuigt van de zeer christelijke weerzin tegen lichamelijk genot. In eerste instantie lagen ze vaak aan de stadsrand (al zijn later de steden eromheen gegroeid, zodat ze dankzij die eindeloze serie stadsuitbreidingen nu dicht bij het hart van de stad lijken te liggen), en in een minder aantrekkelijke wijk. Ze zijn verlopen en deprimerend, vulgair en goedkoop. Ze leveren een tot schaamte en schuldgevoel stemmende dienst, die wordt geboden in gore achterafhoekjes, of in het schelle licht van neonreclames.
Seks zelf is smerig, en zoals iedereen die weleens spam krijgt weet, zijn vrouwen die best met mannen naar bed willen sletten, hoeren of nog erger. Verdwenen is het genieten van fysieke schoonheid dat in de Oudheid heel gewoon was, en de vreugdevolle erotische versieringen van Indiase tempels en de amuletten die kenmerkend waren voor het dagelijkse bestaan in Rome zijn bij
ons onbekend. We schamen ons nog steeds voor onszelf, en die schaamte is ge?nternaliseerd in onze cultuur, ook die van alledag. In de films waarmee Hollywood ons elk jaar weer overspoelt, geldt
een glimp van een naakt lichaam als aanstootgevend en obsceen, maar de gratuite en pornografisch gedetailleerde uitbeelding van moord, extreem geweld en marteling is dat niet.
Er loopt een directe lijn van deze schijnbaar ultraseculiere wereld van laag-bij-de-grondse verleiding naar puriteinse predikers die het hellevuur afroepen over wellust en naar heremieten vol zelfhaat.
Het is een misvatting om te denken dat de eindeloze beelden van mooie mensen die druk bezig zijn om jong, slank, rijk en onbedaarlijk gelukkig te zijn meer met Epicurus van doen hebben dan
met de kerk. Juist door hun onbereikbare perfectie zijn die beelden in wezen godsdienstig van aard.
Wie gelooft in het westerse evangelie van aards geluk moet minachting koesteren voor zijn lichaam en zijn leven, net als de nonnen en monniken uit het verleden. Vrome christenen kastijdden zich
vroeger door te vasten, door zich alledaagse genoegens te ontzeggen, door een natuurlijke drang de kop in te drukken en hun zelfrespect te verstikken, door hun lichaam en hun verlangens te veronachtzamen en zo het eeuwige leven te be?rven. Hun moderne seculiere opvolgers vasten niet meer om hun onsterfelijke ziel te redden, maar ze volgen wel een dieet en beknotten dus hun verlangens, eeuwig jagend op het jeugdige lichaam dat ze nooit meer zullen hebben, zich eeuwig schuldig voelend over het feit dat ze te oud zijn, te uitgezakt, niet in conditie, niet zoals ze zouden moeten zijn.
De iconen van vandaag zijn fotomodellen, geen heiligen, maar hun functie is nog steeds om ons te laten lijden door ons schuldgevoel in te boezemen, door ons te vernederen en ons aan te sporen om
een onmogelijk ideaal na te streven, in de ijdele hoop op een beter leven, een ver visioen van rijk, gebronsd en cool zijn dat in de plaats is gekomen van de eeuwige zaligheid die de kerk ons ooit voorhield.
Het christelijk geloof is de religie van de lijdende God. Christus is vlees gemaakt en moest daarna sterven, doodgemarteld worden, om God de Schepper in staat te stellen de mensheid haar wandaden
te vergeven. Holbach en Diderot hebben het perverse karakter van deze redenering al uitgebreid aan de kaak gesteld, maar zelfs westerlingen die absoluut niet in God geloven, zijn er toch van overtuigd dat lijden een positieve, transformationele waarde heeft. We dragen allemaal het romantische stereotype in ons mee van het eenzame, gekwelde genie (een type dat Rousseau vrijwel in zijn eentje heeft uitgevonden in zijn Confessions), we zijn dol op verhalen waarin mensen tegenslagen te boven komen, waarin ze bijna ten onder gaan aan verdorvenheid of rampen, maar die uiteindelijk weten te overwinnen, waarna ze herboren worden. Dit soort verhalen komt in veel culturen voor, maar niet in allemaal. De oude Grieken hechtten geen morele waarde aan lijden en associeerden het niet met persoonlijke transformatie.
Nadat Odysseus twintig jaar van huis is geweest en bij zijn tien jaar durende tocht naar huis
vele gevaren heeft overwonnen, is hij ouder, maar niet wijzer.
Voor de vele mensen die niet mee willen doen aan dit religieuze spel van schuldbesef en lijden, van verantwoordelijkheid en streven naar een beter leven na de dood (en misschien hoop), blijft er alleen maar een leegte over, die moet worden gevuld met amusement en mateloosheid, een eindeloze stroom gadgets, accessoires en overmatig consumeren. De radicale denkers binnen de Verlichting stelden dat de maatschappij en ook individuen moesten uitgaan van scholing en solidariteit. Maar mensen in onze samenleving die niet kunnen of willen streven naar de seculiere idealen van onze kerk van de heilig verklaarde merknamen hebben schuldgevoel vervangen door maximale consumptie, extra grote bekers popcorn, en een steeds verder uitdijende broeksband.
Ons hele leven is doordrongen van een religieuze matrix, theologie in een seculier jasje, en theologische vooroordelen zaaien nog steeds verwarring in veel van de debatten die onze toekomst vorm zullen geven. Uit de argumenten die te berde worden gebracht bij het debat over genetisch onderzoek en de mogelijkheden die dat biedt, blijkt hoezeer we ons nog steeds zien als schepselen die van een Schepper een ziel en een lotsbestemming hebben meegekregen.

408. Het hoeft ons niet te verbazen dat de sterk kapitalistische negentiende eeuw het goed kon vinden met Kants lofzang op de rede. Per slot van rede stelde de industri?le revolutie zich ten doel om de samenleving zoveel mogelijk te rationaliseren en tot een optimaal productieproces te komen via een steeds verder gaande arbeidsdeling die uiteindelijk zou leiden tot de lopende band, en een steeds effici?nter plannen en aansturen van alles, van vervoer en ontspanning tot seks, straf en vermaak. In het land dat de grootste stations en fabrieken bouwde, verrezen ook de grootste gevangenissen, alles op grond van hetzelfde principe: een strakke regie over productie en bevoorrading. Toen Max Horkheimer en Theodor Adorno, twee marxistische denkers, in 1947 met hun Dialektik der Aufkl?rung kwamen, waren ze getuige geweest van (en ontsnapt aan) de monsterlijkste travestie van deze logische benadering: de industrieel aangepakte massamoord op mensen in de vernietigingskampen van de nazi?s.
Het is natuurlijk niet zo dat de logica van de rationalistische, de?stische, gematigde Verlichting per se tot Auschwitz voert, maar die logica heeft wel een neiging tot ontmenselijken, tot het ondergeschikt maken van menselijke verlangens en impulsen aan de allesoverheersende
behoeften van een systeem dat zelf door de menselijke rede is geschapen. Zoals Adorno en Horkheimer zeiden, en zoals al eerder door Marx was opgemerkt, leidde dat tot vervreemding
bij de mensen die er deel van uitmaken en tot een wereld die wordt gedomineerd door het onverbiddelijke doortikken van de klok en door de behoeften van machines en fabrieken, aandelenmarkten en multinationals ? de nachtmerriewereld van Charlie Chaplins Modern Times.

En zo gaat dit 450 bladzijden in een schitterende vertaling als een meesterwerk voor alle humaniora en universiteitsstudenten die verder, sterker en hoger willen doordringen in de geschiedenis van het moderne denken, menselijke samenlevingsvormen, ideologie?n en hun gruwelijke gevolgen. Handzaam voor het Studium Generale en iedere universiteitsprof die zijn kennis wil laten meten op intellectueel vruchtbare gronden van eender welke discipline die zich graag academisch heet, in de exacte ?n menswetenschappen.
Maar – ik beken – ook een verlichting op nachtkastjes van ouderen, die rustiger kunnen (in)slapen omdat ze weten dat voor wie na hen komt uiteindelijk op schrift staat wat door de macht als verdorven werd mishandeld en tot mythische leugenpaleizen misvormd. Zelfs in het Nederlands!

Epiloog: een gestolen revolutie
395. ‘Onsterfelijkheid is het soort leven dat we verkrijgen in de herinnering van anderen. We horen in gedachten de lofrede die ze ooit op ons zullen houden, dus we offeren ons op. We offeren ons leven op, we houden werkelijk op te bestaan teneinde in hun herinnering voort te leven. Als de onsterfelijkheid, aldus bezien, ons voorkomt als een chim?re, dan is ze een chim?re van grote zielen’. ? Uit Diderots artikel ?Onsterfelijkheid? in de Encyclop?die

Philipp Blom

Reacties graag naar mailadres.