Er is nog zo veel dat ongezegd is. (Rutger Kopland)

Dupslog

Luuk van Middelaar- De passage naar Europa. De Geschiedenis van een begin – Historische Uitgeverij 2009

2 februari 2011
Luuk van Middelaar- De passage naar Europa. De Geschiedenis van een begin – Historische Uitgeverij 2009

Spijtig genoeg heb ik in mijn leven nog maar zelden de tijd gehad om regelmatig een boek opnieuw te lezen. Laat staan dat ik vaak boeken ben tegen gekomen die ik graag en vaak zou willen spellen. Ik heb het nu over de categorie Machiavelli, Montaigne, Nietzsche, Sloterdijk, Calasso of Blom en verzen van Leonard Nolens.
In die categorie speelt voor mij Luuk van Middelaar (1973), niet alleen om zijn jeugd – al was het initieel verbijsterend te beseffen dat hij nog zo jong was dat ik met enige vlugheid zijn vader had kunnen zijn – maar ook omwille van zijn ongelooflijke wijsheid. Op de leeftijd dat hij zijn schitterend ?Politicide. De moord op de politiek in de Franse filosofie? (1999) publiceerde moest ik nog mijn politiek geloof verliezen in het Marxisme-Leninisme en de Gedachte Mao Zedong bij ons eerste bezoek aan de Volksrepubliek China.

Met ?De passage naar Europa. Geschiedenis van en begin? uit 2009 heeft hij 10 jaar na de ?Politicide? – die ik destijds in de ramsj heb opgekocht om aan iedere collega-politicus die ik de lectuur waardig achtte, cadeau te doen bij een of andere memorabele gelegenheid – een nieuw meesterwerk opgeleverd als doctoraatsthesis.
Ik heb dit boek in de zomer van 2009 gelezen, gespeld, geproefd, gesmaakt, betreurd, midden in de nacht luidop geciteerd nadat ik er gierend van het lachen mee in slaap gevallen was om te dromen van stilistische, politieke en filosofische hoogstandjes in Castello di Gargonza met uitzicht over de Val di Chiana. Ik beken dat ik mijzelf niet toeliet om van meer dan een – hooguit twee – hoofdstukken per dagdeel te snoepen om het intellectuele genot zo lang mogelijk te rekken. Het had iets van een paar glazen Casalferro of Castello di Broglio van Barone Ricasoli proeven. Het betere leeswerk werd even behoedzaam opgezet als de degustatie van een truffelpasta bij La Torre di Gargonza of bij La Scuderia in Palazzuolo.
Het heeft dus ruim anderhalf jaar geduurd eer ik een commentaar en samenvatting op Dupslog heb durven en kunnen zetten. Dat heeft te maken met die lust, de steeds weer uitgesteld lustbeleving om het boek opnieuw en weer en nog eens een keer ter hand te nemen, citaten te zoeken, notities na te lezen, mijmeren over commentaren en citaten die Luuk van Middelaar briljant onthult voor de aandachtige lezer. Ik kan intussen eindeloos argumenteren waarom iedere student – ook voor de eindtermen van het middelbaar onderwijs – iedere intellectueel die naam waardig, iedere journalist en iedere politicus die bereid is afstand te nemen van het dagelijkse hand – en spanwerk dit meesterwerk moet spellen.
Maar dat is zinloos. De lectuur van het boek zelf brengt de lezer in felle disputen, met spitse argumenten, doordenkertjes in analyses, beklijvende vragen en een schitterende stijl.
Naast een indringende vorm en een uitputtende bevrediging met heerlijk geborstelde historische feiten onthult Luuk van Middelaar zijn drie Europese ?grondvertogen?: het Europa van de staten, van de burgers en van de kantoren. Ieder koestert daarbij eigen favoriete Europese instellingen, een eigen politieke stijl en zelfs een universitaire thuisbasis.
Het Europa van Staten pleit voor toenemende samenwerking tussen nationale regeringen. Het Europa van de Burgers wil meer bevoegdheden voor Europese instellingen en dat van de kantoren pleit voor overdracht van concrete overheidsfuncties aan een Europese bureaucratie.
Uit de strijd tussen deze niveaus ontstaan steeds nieuwe machtsverhoudingen die aanleunen bij wisselende federalistische, confederalistische of functionalistische visies.

Luuk van Middelaar weet duidelijk te maken hoe zo?n wordingsgeschiedenis kon groeien in de spanningen tussen de buitensfeer (de soevereine staten die hun eigenbelang najagen), de binnensfeer met een Europees toekomstproject en een tussensfeer die hij opmerkt tussen staten en gemeenschap.
Die tussensfeer ontstaat volgens hem uit het besef van de leidende politici en ambtenaren in de lidstaten dat er een gezamenlijk belang gegroeid is.
Door die tussensfeer ontstaat een bijna alchimistische ruimte – zoals het Middeleeuwse Vagevuur tussen Hemel ( beloftevolle binnensfeer) en Hel (buitensfeer van oorlog en geweld) – waar buiten- en binnensfeer elkaar kunnen ontmoeten ondanks hun tegengestelde streven naar meer of minder soevereiniteit en waar in praktijk de Europese politiek wordt geschapen.
Voor Chinezen, Amerikanen en Russen is dit een redelijk onbegrijpelijk amalgaam van politieke besluitvorming, maar ook voor de meeste EU burgers is dit bepaald een moeizaam te volgen kluwen van personen, belangen en standpunten. Nochtans is dit een schitterende oplossing voor een van de meest complexe politieke passages uit de wereldgeschiedenis naar een Europese Unie van soevereine staten die nog niet door oorlog en geweld van buiten uit tot een eenheid werden gesmeed. Van Middelaar geeft bijzonder interessante voorbeelden van dit soort besluitvormingsprocessen: het Van Gend&Loos- arrest uit 1963, de Lege stoel-crisis van 1965, de opname van het Verenigd Duitsland na de val van de muur, het Verdrag van Maastricht en de uitbreiding naar het Oosten, de kredietcrisis.
Luuk van Middelaar verklaart dit door het flexibele vernuft van de bijzonder complexe verdragsteksten en de souplesse en het politieke meesterschap van heel wat leidende Europese politici.

In het derde deel gaat Van Middelaar op zoek naar een publiek voor Europa., de strijd om applaus. Hij ontwaart daarbij drie strategie?n: gebaseerd op de Duitse romantiek en het ?lotgenoten? nationalisme, die van de Romeinse rechten en plichten van de burgers als ?klanten? en tot slot die van het Griekse ?koor? waarbij de EU burgers moeten beseffen dat dit hele complexe spel een fascinerende zaak van brood, vrede en spelen is van, voor en door hen.
Dit wordt de moeilijkste strategie omdat plat populisme van nationale politici, economen, vakbonden en journalisten de laatste jaren in heel wat landen een anti Brussel sfeertje hebben gecre?erd waarbinnen ze zelf als derderangs bestuurders op nationaal niveau garen hopen te spinnen. Ideologische en politieke breuklijnen tussen links en rechts, arm en rijk, tussen noord en zuid worden in de consensus besluitvorming gedempt door de techniek en in het compromis. Omdat het spel van de Europese eenwording zo technisch en moeizaam verloopt in de coulissen en tussensferen voelen veel burgers en opiniemakers zich te weinig betrokken. Wat het publiek wel kan boeien zijn de nationale politici die in de tussensfeer de dienst uitmaken.
In laatste instantie wordt de Europese politiek dan ook gedragen door het veelvoudige nationale publiek. Pas wanneer behalve de spelers ook de leden van het koor hun individuele dubbelrol beseffen, kan een passage naar Europa worden voltooid.

Luuk van Middelaar was van 2002 tot 2004 persoonlijk medewerker van de Nederlandse liberale Eurocommissaris Frits Bolkestein en in december 2009 trad hij toe tot het kabinet van de Belg Herman Van Rompuy, de eerste voorzitter van de Europese Raad van regeringsleiders.
?

De aloude columnist van NRC Handelsblad J.L.Heldring wees in juni 2009 op d? rode draad in de passage naar Europa:

?Het zijn in laatste aanleg de nationale staten die, ook in het Europa van vandaag, de dienst uitmaken. Wat dat betreft, geeft Van Middelaar De Gaulle postuum gelijk, die in 1962, zo niet al eerder, zei dat er geen ander Europa kon zijn dan dat der staten. Dat is een waarheid die onze politici nog moeilijk over de lippen komt, maar waarnaar zij wel handelen.
Maar de staten waaruit het Europa van vandaag is opgebouwd, zijn w?l staten die voortdurend met elkaar bezig zijn aan ??n project: de eenheid van dit continent. Dat is het verschil met vroeger, maar het betekent tevens dat die staten voortdurend met elkaar in discussie zijn over de bestemming van dit project, dat volgens Van Middelaar nooit af is.
Discussie is dus de ziel van Europa. Of zoals hij zegt: Wezenlijk is de aanwezigheid van politieke strijd. Strijd tussen lidstaten, tussen nationale leiders, tussen Raad, Commissie en Parlement, tussen belangen, plannen en idee?n. Dit heeft dit bijkomend voordeel: Alleen als er wordt gestreden om winst of verlies, wordt het publiek als meelevend koor het spel ingezogen.
Daarom verwelkomt Van Middelaar de oppositie die de SP en Wilders tegen Europa voeren – niet om hun idee?n zelf, maar omdat die oppositie leven in de brouwerij brengt. Daarom ook veroordeelt hij die Europarlementari?rs die wegliepen toen president Klaus van Tsjechi? een paar hun onwelgevallige dingen zei. Tja, op die manier gaan de mensen Europa natuurlijk als een bron van verveling, zo niet ergernis, zien.
Wezenlijk is dus de aanwezigheid van politieke strijd. Hiermee verkondigt Van Middelaar een waarheid die al door de voorsocratische filosoof Heraclitus verkondigd werd: Polemos pater panthoon, wat meestal vertaald wordt met: de oorlog is de vader aller dingen, maar polemos betekent volgens het Griekse woordenboek in de eerste plaats: strijd. En strijd kan ook zonder dodelijke wapens gevoerd worden.
Hoe riskant het ook is, het is verleidelijk er ook een filosoof bij te halen die bij Hitler in het gevlij probeerde te komen: Carl Schmitt. Van zijn boekje Der Begriff des Politischen, dat overigens zes jaar v??r Hitlers machtsovername verscheen, luidt de eerste zin: De wezenlijk politieke onderscheiding is de onderscheiding van vriend en vijand.
Ook hier moeten wij de klassieken te hulp roepen. Zowel het Grieks als Latijn maakt een onderscheid tussen politieke en persoonlijke vijand (resp. polemios vs. echthros en hostis vs. inimicus. De politieke tegenstander hoeven we niet te haten, de persoonlijke wel. De eerste willen wij niet vernietigen, alleen maar verslaan.
Dat is het wezen van de politieke strijd en zou dat ook in Europa moeten zijn, want zoals Van Middelaar zegt: Zoals men niet door voetbal wordt gegrepen door de spelregels te bestuderen, zo interesseren ook wetboeken, procedures en regels niet om zichzelf. Wat boeit is het spel.?

Dit reusachtige boeiende politieke twistspel dat alle mensen in Europese landen verplicht zijn aan wie uit de bloedige oorlogen voor hen kwamen om te vermijden dat onze kinderen die gruwelijke geschiedenis opnieuw moeten beleven, is een raadsel voor de intellectuele en politieke elite van bijvoorbeeld China. Al wordt dit spel ook in de VS wordt vaak verkeerd begrepen waardoor hun diplomaten en spionagediensten steeds vaker foute zetten doen en erger nog onzinnige rapporten produceren.

Het heeft iets van de opmerking in Roberto Calasso, De bruiloft van Cadmus en Harmonia van de Perzische vorst Cyrus de Grote, de eerste ideologische vijand van de Grieken, die toen hij een vijandige Spartaanse gezant ontving, even opstond van zijn troon om te vragen wat voor stad dat onbekende Sparta dan wel was, en hoeveel man bij de strijd kon worden ingezet. Een of andere Griekse adviseur bracht hem op de hoogte dat er nog iets was waar de Grieken, alleen de Grieken, waarde aan hechtten: een lege ruimte, zonnig, stoffig, waar handelswaar en woorden kunnen worden uitgewisseld. Een markt, een plein.?
Toen antwoordde Cyrus met woorden die voorgoed duidelijk maakten waarom de Aziatische macht het ?Griekse erfgoed? niet kon tolereren: ?Ik heb mij nooit angst laten aanjagen door mensen die midden in hun stad een speciale ontmoetingsplaats hebben waar ze zus en zo zweren en met elkaar twisten?.
De rest van de geschiedenis is bekend.
Intussen ook in China.
Luuk van Middelaar De passage naar Europa excerpten

Reacties graag naar mailadres.