Er is nog zo veel dat ongezegd is. (Rutger Kopland)

Dupslog

Umberto Eco, De begraafplaats van Praag. Uitgeverij Prometheus 2011

31 maart 2011

Umberto Eco, De begraafplaats van Praag. Uitgeverij Prometheus 2011

Het is voorwaar een hele krachttoer geweest van Umberto Eco om op een leeftijd dat anderen achter de geraniums in slaap hopen te vallen voor het tv scherm ‘De begraafplaats van Praag’ te schrijven.

Begin jaren tachtig nam ik zijn eerste succes ter hand, ‘De naam van de roos’, op een naturisten kasteelcamping in Bretagne: Koad ar Roc’h.
Was het de nabijheid van het woud van Brocéliande of die van de Ra?lianen die me toen verleidden Eco?s eerste succesverhaal in een ruk uit te lezen: met een stijve arm en de slappe lach wanneer Claude Vorilhon gehuld in witte lakens in de verte achter de boomdouches doorheen zijn kudde naakte volgelingen schreed.

Eco?s recentste turf heb ik tot mij genomen op Lanzarote waar Raël en de zijnen dik vijfentwintig jaar later nog steeds intensief werk maakten van hun toekomstbeeld dat vlijtig opgepikt werd door Michel Houellebecq in zijn ‘Mogelijkheid van een eiland’. Intussen is de Franse auteur ook nog ‘Guide Honoraire’ van de Raëlianen.

‘In de naam van de roos’ las ik aan de vooravond van mijn artsenstage in het prille Zimbabwe van de nog jonge Comrade Robert Mugabe terwijl ik koortsaanvallen doorstond van de toen nog gruwelijke tyfusvaccinaties. Geholpen door de lachkramp met Raël en de zelfgebrouwen perenchampagne en dito elixirs van de lokale grootgebruiker excuus-boer was Eco’s meesterwerk een belevenis.

‘De begraafplaats van Praag’ was dat op Lanzarote evenzeer. Het eens zo bewonderde politieke genie Mugabe teert na al die jaren nog steeds op bloed en tranen van zijn onderdanen. Raël zit intussen een stuk beter in de slappe was en beschikt nu over een degelijke – ook onroerende – infrastructuur met een voorkeur voor witte damasten futuristische kostuums, namaak vliegende schotels en alvast één gekloonde volgeling.

Eco’s ongelooflijk ingewikkelde roman maakt het de lezer niet gemakkelijk met zeer doordachte en maniëristische positiewissels en een eerste derde vol culinaire, geografische, historische en minder aangename fait divers die moeten gedegusteerd worden om te kunnen doordringen tot een toch wel fenomenale plat de résistance.
Zijn ‘Begraafplaats van Praag‘ is een minutieus gereconstrueerde geschiedenis van de tweede helft van de 19de eeuw waarin geen letter, feit, verband, naam, verhaal noch verzinsel verzonnen is door de auteur. Enkel de naam van zijn hoofdpersoon en die is bovendien ook nog eens gespleten.

Umberto Eco lezen blijft een belevenis, ook op hoge leeftijd.

83. Maar afgezien van de geneugten van koffie en chocolade: wat me de meeste bevrediging verschafte was het feit dat ik een ander leek. Dat de mensen niet wisten wie ik werkelijk was, gaf me een gevoel van superioriteit. Ik had een geheim.

91. De mensen geloven alleen hetgeen ze al weten, dat was de schoonheid van de Oervorm van de Samenzwering.

99. – Ik vertrouw mijn klanten altijd, want ik werk alleen voor eerbare mensen. – Maar als de klant u nu heeft voorgelogen?
-Dan is hij degene die zondigt, niet ik. Als ik er ook nog bij moet stilstaan dat mijn klanten wel eens zouden kunnen liegen, dan kan ik mijn beroep niet meer uitoefenen, want dat is nu eenmaal op vertrouwen gebaseerd.

114. Het document zou moeten ogen als de bijna letterlijke transcriptie van een verhaal dat afkomstig was van een betrouwbare informant, en die informant moest niet overkomen als een verklikker maar veeleer als een oude vriend van mijn grootvader die hem, grootvader, die dingen had toevertrouwd als bewijs van de grootsheid en de onoverwinnelijkheid van zijn orde.
Ik had ook graag de Joden willen opvoeren, ter nagedachtenis aan mijn grootvader, maar Sue rept er niet van en ik zag geen mogelijkheid ze aan de jezuïeten te koppelen – en daar kwam bij dat de Joden niemand in Piemonte ook maar iets konden schelen in die jaren. En overheidsagenten moet je niet overvoeren met informatie, die willen alleen heldere, eenduidige meningen, zwart of wit, goed of slecht, en die slechte, dat moet er maar ??n zijn.
Maar toch wilde ik de Joden er op een of andere manier in betrekken, en dus heb ik ze gebruikt bij de keuze van de plek waar alles zich afspeelt.

119. Zoals u begrepen zult hebben, waarde vriend, wordt de politiek vaak eerder bepaald door ons, nederige dienaars van de staat, dan door degenen die in de ogen van het volk de scepter zwaaien …

279. Medio april was een voorhoede van het regeringsleger vanuit Versailles
opgerukt naar het noordwesten, richting Neuilly, en had alle communards die het op zijn weg vond gefusilleerd. Vanaf fort Mont-Val?rien werd de Arc de Triomphe met geschut bestookt. Een paar dagen later was ik getuige van de meest ongelooflijke gebeurtenis van het beleg: het defilé van de vrijmetselaars, Ik zag de vrijmetselaars eigenlijk niet als communards, maar daar liepen ze, keurig in het gelid, met hun spandoeken en hun schootsvellen, om de regering van Versailles te vragen toe te stemmen in een staakt-het-vuren om de gewonden uit de gebombardeerde dorpen te kunnen evacueren. Ze liepen helemaal tot aan de Arc de Triomphe, waar de beschietingen voor de gelegenheid waren opgeschort, aangezien het merendeel
van hun makkers zich natuurlijk buiten de stad bij de legitimisten bevond.
Hoe het ook zij, ze hielden elkaar weliswaar de hand boven het hoofd en de vrijmetselaars van Versailles hadden weliswaar hun best gedaan om voor ??n dag een staakt-het-vuren af te dwingen, maar daar was het bij gebleven, en de vrijmetselaars van Parijs kozen meer en meer de kant van de Commune.

281. Het gerucht ging dat er om zeven uur ’s avonds al minstens twintigduizend Versaillisten in de stad waren, maar dat de leiders van de Commune zich niet lieten zien. Ergo, als je een revolutie wilt ontketenen, moet je een goede militaire opleiding
hebben genoten, maar als je die dan hebt genoten, ga je natuurlijk geen revolutie ontketenen, maar kies je de kant van de macht, en ik snap dan ook werkelijk niet dat er nog steeds mensen zijn die een revolutie ontketenen.

282. Al een eeuw lang doet de Parijzenaar niets liever dan barricades opwerpen,
en dat die vervolgens bij het eerste het beste kanonschot bezwijken, lijkt hem niet erg te deren: barricades werp je op om je een held te voelen, maar ik zou wel eens willen weten hoeveel van die helden ook werkelijk op de barricades staan als het eropaan komt. Ze doen waarschijnlijk net als ik; slechts de meest onnozelen blijven staan en worden vervolgens ter plekke neergeknald.

293. Verduiveld, die jezu?eten waren beter dan H?buterne, Lagrange en Saint Front bij elkaar; ze wisten altijd alles over iedereen, hadden geen geheime dienst nodig omdat ze er zelf een waren, ze hadden confraters over de hele wereld en volgden alles wat er werd gezegd in elke taal die hij de verwoesting van de toren van Babel was ontstaan.

295. De begraafplaats van Praag komt later, had pater Bergamaschi gezegd.
Als je explosieve informatie in één keer toedient, slaat die weliswaar in als een bom, maar zijn de mensen alles binnen de kortste keren weer vergeten, Je moet de berichten daarom mondjesmaat verstrekken, want dan zal elk nieuw bericht het voorgaande weer in herinnering roepen.

381. Het heeft geen zin naar vijanden te zoeken onder, weet ik het, de Mongolen of de Tartaren, zoals alleenheersers in het verleden dat deden. Om herkenbaar en schrikwekkend te zijn moet een vijand zich in ons eigen huis bevinden, of op de drempel ervan staan. Vandaar dat ik de Joden heb gekozen. De Goddelijke
Voorzienigheid heeft ze aan ons gegeven, laten we ze dan goddomme ook gebruiken, en laten we bidden dat er altijd Joden zullen zijn om te vrezen en te haten. Er is een vijand nodig om het volk hoop te geven. Iemand heeft ooit eens gezegd dat patriottisme het laatste toevluchtsoord is voor uitschot: wie geen morele principes heeft, schaart zich in de regel onder een vlag, en bastaarden beroepen zich altijd op de zuiverheid van hun ras. De nationale identiteit is het laatste houvast van de proletariërs. En ons identiteitsgevoel is nu eenmaal gebaseerd op haat, haat jegens degene die niet op ons lijkt.
We moeten ervoor zorgen dat haat dé drijfveer van de burger wordt. De vijand is de vriend van de volkeren. We moeten altijd iemand kunnen haten teneinde onze eigen ellende te rechtvaardigden. Haat is de oerpassie. Liefde, dat is een abnormale toestand. Daarom is Christus ook gedood: wat hij zei was tegennatuurlijk. We kunnen
niet ons hele leven van iemand houden, vanuit die onmogelijke hoop komt overspel voort, en moedermoord, het verraden van vrienden… Maar we kunnen wel iemand ons hele leven haten. Mits die er altijd is om onze haat te voeden. Haat verwarmt het hart.

395. Die jaren in Cayenne hebben een wijs man van me gemaakt, Als je een samenzweerder bent, moet je er rekening mee houden dat een mouchard je pad kan kruisen. Het is net diefje met verlos. En bovendien heeft iemand eens beweerd dat alle revolutionairen mettertijd verdedigers van troon en altaar worden.
Mij interesseren de troon en het altaar niet, maar ik denk dat de tijd van de grote idealen voorbij is. In deze zogeheten derde republiek weet je niet eens meer waar de tiran die een kopje kleiner gemaakt moet worden, zich bevindt. Maar één ding kan ik nog wel: bommen maken. En het feit dat u me komt opzoeken, betekent dat u bommen wilt, Prima, als u maar betaalt. U ziet waar ik woon. Ik neem genoegen met verandering van onderkomen en van restaurant. Wie moet ik de dood injagen? Net als alle voormalige revolutionairen ben ik te koop. Iets wat u hoogstwaarschijnlijk niet vreemd is.

 

Reacties graag naar mailadres.