Johan de Boose, Bloedgetuigen. uitg. De Bezige Bij 2011
Johan de Boose, Bloedgetuigen. uitg. De Bezige Bij 2011
Geen boek in het Nederlands is mij bekend dat een dergelijke literaire en intellectuele uitdaging vormt voor een lezer, dat het complete pandemonium van de XXste eeuw en wat eraan voorafging zo indringend weet te slijpen.
Dit boek is een ?Verdriet van? Vlaanderen en van Europa, verder en dichterbij op de huid dan Belgi?.
?Bloedgetuigen? draagt sporen van zowat de halve Russische literaire canon, en neigt naar meesterwerken zoals Vasili Grossman ?Leven en Lot? , Littell ?De welwillenden? en ja in sommige hoofdstukken doet het zelfs denken aan ?De man zonder eigenschappen? van Robert Musil.
?Bloedgetuigen? is de kroniek van leven, leugen en leed, geloof, bedrog en hoop en een beetje liefde met veel berouw als het allemaal te laat bleek en alleen de vlucht vooruit nog overbleef: ?Het begin van het eind van alles is gebrek aan maat.?(275)
De auteur weet als slavist met een verbijsterende eruditie en teder inlevingsvermogen pijn en vreugde te onthullen in een Russische Joodse familie op weg naar het beloofde land en bij een dichteres uit een oude intellectuele familie in Petersburg tijdens het 900 dagen durende beleg van Leningrad.
Hij doet het als schrijver met mededogen, vlijmscherp en kritisch, voor jongeren en wie hen naar het Oostfront dreef en lokte: ?Ik dacht lang na over al deze zaken, maar vooral over deze ene : hoe je uit eenzelfde vernedering tot tegengestelde conclusies kon komen.? (398)
De drie hoofdpersonages zijn allen het slachtoffer van begoochelingen en verraad – zelfs door wie hen het meest nabij leek of zou moeten zijn.
Alleen Kamila, de danseres-dichteres en doktersdochter die herinneringen aan een vroeger leven in zich blijft dragen, overleeft alles tot de dood haar eindelijk vindt, ruim 80 jaar later, in caf?-cabaret ‘De Zwerfhond’ waar voor haar als meisje alles begon met de introductie tot de culturele wereld van Petersburg en progressief Rusland.
Ieder van hen en velen om hen heen komen in de loop van dit magnum opus tot dit besef als essentie van het leven in de XXste eeuw. Vrouwen verdragen het doorgaans een stuk beter dan mannen
Niet iedereen kan hiermee nog verder.
?Boedgetuigen? is geen gemakkelijk boek.
De Antwerpse hoogleraar moderne Nederlandse literatuur Kris Humbeeck zei hierover bij de presentatie van de roman: ? Daarom was de twintigste eeuw zo?n slachthuis: omdat de massa?s ertoe verleid werden de bestaande wereld te herscheppen in een aard paradijs. (...)
Het verhaal van de slettenbak is ook wat stroever verteld dan de andere verhalen en de vleesgeworden twintigste eeuw produceert naar mijn smaak ook net iets te frequent het tussenwerpsel ?haha?, occasioneel afgewisseld met ?woeha?. Vooral dat ?woeha? maakt van haar bijna een stripfiguur, een zus van Marc Sleens piraat Oscar Abraham Tuizentfloot, terwijl haar over de top getilde cynisme doet denken aan Victor J. Brunclairs agressieve zwartgalligheid in het titelgedicht van de bundel De dwaze rondschouw (1925) ? virulent cynisme is best aardig voor even, maar het verveelt op den duur en het discours van de slettenbak drijft al te duidelijk op een diep gevoel van ontgoocheling over idealen die het leven ooit zinvol maakten. Maar dat is zoals gezegd een kwestie van smaak en haar in cynismen grossierende kroniekstijl zal de slettenbak voor veel andere lezers misschien juist onweerstaanbaar maken, als een grof gebekte incarnatie van Vrouwe Geschiedenis die gevallen is van het geloof in haar eigen doelmatigheid en zin. De slettenbak is de nachtmerrie van Hegel en de moderne mens, een sadeaanse creatuur en ook wel een beetje een karikatuur.?
Deze fameuze XXste eeuw presenteert zich als sarcastisch, afstandelijk, gewetenloos geheugen in soms hilarische, soms zwaar wegende commentaren als van een Grieks koor in de tragedi?n van diezelfde eeuw.
Vaak heb ik me afgevraagd of deze intermezzo?s niet te lang duren omdat ze ongeveer alles wat ook maar enigszins relevant lijkt, onthullend bepotelen. Tot op het irriterende af. Zeker gepaard aan die ?haha? uitroep die steevast moet relativeren.
Maar achteraf kan ik me vinden in deze keuze van de schrijver, die alleen op zo?n manier een overvloed aan gruwelen, mythes, bedrog en offici?le geschiedschrijving onderuit kan halen. De mededelingen van het Griekse koor waren tenslotte ook vaak een opeenstapeling van gruwelen die alleen afstandelijk te behappen zijn.
Niettemin levert dit enkele bijzonder boeiende doorkijkjes op o.a. de vaderlandse geschiedenis – ?Dit was het land van de mythes en de verwrongen waarheden? - en de rol van bijvoorbeeld eminente christen-democratische coryfee?n zoals Gaston Eyskens, latere eerste minister en vader van een uiterst zelfingenomen zoon die ondanks decennia van eigen falen het echospel als hoogbejaard zelfgenoegzaam orakel op de politieke sc?ne niet laten kan. Het pleidooi van vader Gaston voor de nationaal-socialistische arbeidsdienst uit 1939 is het slikken meer dan waard. De analyse van de politieke machtssprongen van vetkat Churchill, van de Kakkerlakkentop van de Sovjetunie weet hij deskundig te larderen met de voor- en nadelen van de verschillende manier van sterven door executies. De erotiserende ervaringen van de langzame asfyxie weet hij te prefereren boven ophanging door val en nekslag.
?Hoe minder je weet, hoe gemakkelijker het leven is. Hoe meer je weet, hoe sneller je ouder wordt.? (691)
Johan de Boose weet met prachtige verhalen de lezer te confronteren met het ongerijmde van religieuze, politieke, artistieke en sociale idealen. Belgi? als sprookjesland, Vlaanderen als zelfverklaarde assepoes, Nederland als gedoogland.
Vaders en zonen en priesters.
Hun ideologische verlangens, hun ressentiment en rancune gieten ze in het gretige oor van hun luisteraars.
Tijdens lange fietstochten langsheen de Schelde. Fietsen langs water blijft in wezen een meditatieve overdracht.
Het verzamelen van handtekeningen, knipsels, foto?s construeerde voor elke hoofdpersoon vanuit zijn of haar jeugd een jaagpad voor het leven. Door verrassend verraad leidt dit naar dood maar nooit naar het zo gewenste vergeten, in Vlaanderen noch Rusland.
Het sociale leven met drank en angst in de banja waar boeren in de Oekra?ne zich op de been proberen te houden samen met joodse immigranten, homoseksuele geneugten en priesterlijke kunsten.
Bij de ontmoeting van de Vlaamse Oostfronter Jean – zeg liever Johan – Martin bij Leningrad met de Joodse Rode Legersoldaat Ljev – Leeuwtje – smeekt hij deze om het genadeschot. Het Leeuwtje kan het niet over zijn hart krijgen en laat dit over aan zijn homoseksuele vriend Igor de Krijger die Jean dit als een Heilig Oliesel toedient en zo in het lijfboek van de Oostfronter – Felix Timmermans – de boodschap van vader Efraim aan Ljev ontdekt.
Johan de Boose laat in zijn verhaal de drie hoofdpersonages Jean ( en niet Louis zoals sommige slecht lezende recensenten al te gretig de parallel trokken met Hugo Claus? ?Het verdriet van Belgi??. Bij ?Bloedgetuigen? staat Louis voor het mongooltje van de familie), Ljev ( het Leeuwjte) en Kamila Darnika elkaar asymptotische te benaderen.
Enkel op oneindig, in de dood, kunnen ze elkaar herkennen.
Schitterende filosofische lessen, rake metaforen en gierende anekdotes houden ?Bloedgetuigen? leesbaar.
Het boek blijft als een vuurrode baksteen huizen in de maag van iedere lezer, niet alleen in Vlaanderen en Belgi?.
163. Het was alsof de wereld in de kommoenalka was samengeperst. Men kon er niet vrij ademhalen. De beschikbare lucht werd gulzig opgebruikt.Wat overbleef, was een vacu?m. Door de onophoudelijke nabijheid van mensen die elkaar niet kenden, niet wilden kennen of zelfs haatten om hun idiote hebbelijkheden, voelde je je alsof je zelf de ruimte werd die de anderen moesten innemen of sterker nog, alsof de anderen jou innamen.
Kamila vroeg zich af, terwijl ze kotsend over de pot hing, hoe het mogelijk was dat mensen die zo dicht opeengepakt leefden, er toch in slaagden om niets van elkaar te weten.166. Tot voor kort was uiterlijk vertoon volstrekt onbelangrijk geweest. De Revolutie had de parfums verbannen en de klasse van de stinkerds aan de macht gebracht. Stinken was een bewijs van vaderlandszin. Daarbij hoorde puritanisme, zoals gepredikt door Lenins vrouw, Kroepskaja, die een hekel had aan nagellak en rouge.
Maar geleidelijk was, na de first lady, de belangrijkste vrouw Molotovs echtgenote, dat is te zeggen Perl Karpovskaja, die haar naam had gewijzigd in Polina Zjemtsjoezjina ofwel Pauline het Pareltje, h?t model van de Sovjetvrouwelijkheid geworden. Zij was een econome die de leiding had van de parfumfabriek Nieuwe Dageraad, Trust voor Etherische Oli?n, in de volksmond ?Het geheim der vrouwen?.
Het viel zelfs Stalin op. Hij sprak de gevleugelde woorden : ?Het leven is vrolijker geworden, kameraden !?681. Sommige hooggeplaatste lieden zeiden : ?Ooit zal iedereen rijk zijn.? Kamila trok er zich niets van aan. Een revolutie, twee oorlogen en een abortus waren genoeg voor een mens. Ooit was iedereen rijk aan illusies geweest, dacht ze, en die waren geleidelijk aan afgebrokkeld of radicaal de kop ingedrukt. Weg billen, weg broek.
Het communisme als de pornografie van het niets.