Er is nog zo veel dat ongezegd is. (Rutger Kopland)

Dupslog

Peter Sloterdijk, Je moet je leven veranderen. uitg. Boom 2011 – vert. Hans Driessen

21 augustus 2011

Peter Sloterdijk, Je moet je leven veranderen. uitg. Boom 2011 – vert. Hans Driessen

Alweer een boek – van Peter Sloterdijk – dat er toe doet, ook morgen en voor onze kinderen.
Peter Sloterdijk weet het prachtig te formuleren, bevattelijk zelfs.
Ook voor niet filosofisch geschoolde lezers die hij telkens weer boeiende doorkijkjes en heldere inzichten biedt.
Een boek om te spellen, jaar in jaar uit.
Een boek voor alle tijden.
En zeker voor deze spiltijd.

http://www.vn.nl/Standaard-media-pagina/PeterSloterdijkIkZegUDeCrisisZalEenNieuweEliteBrengen.htm

http://www.filosofiemagazine.nl/00/fm/nl/121/artikel/print/27733/Je_moet_je_leven_veranderen.html

http://www.athenaeum.nl/recensies/peter-sloterdijk-je-moet-je-leven-veranderen

12. Er is een moment geweest dat het ethische programma van de huidige tijd in een helder licht kwam te staan, namelijk toen Marx en de links-hegelianen de stelling verkondigden dat de mens zelf de mens produceert. Wat deze stelling betekende werd binnen de kortste keren door een ander soort gezwets vertroebeld, namelijk dat over de arbeid als de enige fundamentele handeling van de mens.
Maar als de mens inderdaad de mens voortbrengt, doet hij dat juist niet door middel van de arbeid en de concrete resultaten daarvan, ook niet door de tegenwoordig zo veelvuldig geprezen ‘arbeid aan zichzelf’, en al helemaal niet door de als alternatief gepresenteerde ‘interactie’ of ‘communicatie’: hij doet het door te leven in oefeningen.
Onder ‘oefening’ versta ik elke handeling waardoor de geschiktheid voor de volgende uitvoering van dezelfde handeling op peil gehouden of verbeterd wordt, om het even of die handeling expliciet als’ oefening’ wordt bestempeld.

Over het geloof en de Heilige Geest:

217. Wie gelooft, moet de kleinburger verbluffen. (....)
De door Christus bezworen Heilige Geest was de wijsheidskunst die ervoor zorgde dat de exaltatie van de martelaren getemperd werd door de herinnering aan horizontale levensmotieven. In deze zin is de Heilige Geest de eerste psychiater van Europa – en de vroege christenen waren zijn eerste pati?nten. Een van zijn taken bestaat in het van de scherpe kanten ontdoen van de religieuze immuunparadoxen die zich voordoen op het moment dat de ontketende geloofsgetuigen hun fysieke immuniteit verzwakken, omdat ze al te zeker zijn van hun transcendente immuniteit.

Het is tijd:

328. De weg naar het tijdperk van de productie, die culmineert in de productie van de producent, werd al ver voor de twintigste eeuw ingeslagen. Steeds wanneer een stap op dit traject werd gezet, werd aan de tijdgenoten met veel bombarie verkondigd hoe de mens ‘toegankelijk’ voor zichzelf wordt. Het heeft er alle schijn van dat het effectieve centrum van moderne actualiteiten bestaat in voortdurende berichten over hoe de radius van de beschikking van de mens over zichzelf en zijnsgelijken groeit. Zulk nieuws riep – onder de oppervlakte van de algemene afwijzing op grond van zijn griezeligheid – van oudsher zowel
positieve als negatieve hartstochten op, ja men sloeg zelfs apocalyptische tonen aan als er echt iets nieuws van dit front te melden was, voor het laatst rond 2000, toen de ontraadseling van het menselijke genoom voor de deur stond. ‘Tempus est, schrijft Comenius in het jaar des Heren 1639 met vurige letters op de muur: ‘Het is tijd’ – volgens deze formule worden tot op de dag van vandaag de agenda’s voor de gefuturiseerde wereld opgesteld.

Geneeskunde:

390. Als ik naar mijn huisarts ga, accepteer ik in principe ook de onprettige onderzoeken waaraan ik me vanwege zijn inhoudelijke competentie overgeef; ik onderwerp me aan invasieve behandelingen alsof ik ze me uiteindelijk zelf aandoe. Zet ik mijn favoriete zender aan, dan accepteer ik nolens volens dat ik overspoeld word door het lopende programma.
De woordspeling van McLuhan, die message gelijkstelt aan massage, krijgt filosofische betekenis zodra men daarin een competente stellingname in de ‘kwestie van het subject’ in het tijdperk van de media herkent. Zich-laten-masseren symboliseert de situatie van al diegenen die op zichzelf inwerken doordat ze anderen toestaan op hen in te werken.

392. In de regel laat de auto-operatieve terugkoppeling naar zichzelf, op grond waarvan het subject technische modificaties van zijn lichaam duldt, een minder sterke kromming zien. Ze komt bijvoorbeeld sinds de achttiende eeuw tot uitdrukking in het extensieve gebruik dat verlichte Europeanen maken van stimulantia, Dit gebruik neemt sinds de twintigste eeuw zozeer toe dat dopingmiddelen op grote schaal worden ingezet in alle mogelijke disciplines

394. We moeten van hervonden mogelijkheden spreken, omdat de Europese geneeskunde tussen 1490 en 1846 de anesthetische technieken van de Oudheid en de Middeleeuwen, in het bijzonder de destijds welbekende en vaak toegepaste ‘slaapsponzen’ op basis van uiterst werkzame plantenextracten van papaver, bilzekruid, alruinwortel en scheerling, zo goed als totaal vergeten was. Deze tot op
heden nog nauwelijks verklaarbare amnesie was medebepalend voor de hardheid van het realiteitsklimaat gedurende de hele nieuwe tijd tot in het midden van de negentiende eeuw – in deze periode kwamen chirurgische operaties vrijwel altijd neer op martelingen en waren voor de pati?nten synoniem met agonie.

395. Er bestaat sinds oktober 1846 als het ware een mensenrecht op bewusteloosheid – een recht op er-niet-bij-hoeven-te-zijn in bepaalde extreme situaties van de eigen psychofysische existentie. De aanspraak op dit recht werd door een modegril van de late achttiende en vroege negentiende eeuw voorbereid: het spreekwoordelijke in zwijm vallen bij al te grote opwinding, dat bijzonder gevoelige personen, vooral van het vrouwelijke geslacht, als teken van gecultiveerde zwakte werd toegestaan en dat in hysterische symptoombeelden van de late negentiende eeuw een bloeiend naleven leidde. Bovendien hadden de na 1785 in heel Europa gerecipieerde praktijken van het animale magnetisme en: het kunstmatige somnambulisme, allebei eerdere vormen van de sinds 1840 zo genoemde hypnose, het nodige gedaan om moderne subjecten vertrouwd te maken met de voordelen van de ‘opgeschorte animatie’. Deze technieken, die sinds de late achttiende eeuw onder de naam ‘mesmerisme’ in zwang waren ? overigens ook als gezelschaps- en vari?t?amusement -, werden door de artsen na 1800 soms ook toegepast als voorlopers van de chemische narcose. Door de romantici en de Duitse idealisten werd het mesmerisme intensief gerecipieerd
omdat het als koninklijke weg naar de sfeer voorbij het dagelijks bewustzijn kon worden ge?nterpreteerd, als het ware als een soort experimentele theologie.

Eigendom en geld als wereldverbeteringsmiddel.

399. De gedachte dat de eigendom het middel tot alle middelen vormt, is onder de nieuwe radicalen taboe. Het diep ingewortelde ressentiment jegens de priv?eigendom, ja, jegens alles wat priv? is, blokkeert de conclusie die zich bij elk onvooringenomen onderzoek van de rijkdomscheppende en vrijheidbevorderende mechanismen opdringt, namelijk dat de effectieve wereldverbetering de zo universeel mogelijke privatisering vereist. In plaats daarvan ontsteken de politieke metano?tici in geestdrift voor de algemene onteigening, en hierin komen ze overeen met de christelijke ordestichters, die alles gemeenschappelijk en niets voor zichzelf wilden bezitten. Zij hadden geen toegang tot het belangrijkste inzicht in de dynamiek van de economische modernisering, namelijk dat het geld dat door belening van eigendom wordt gecre?erd het universele wereldverbeteringsmiddel is. En ze kwamen al helemaal niet op het idee dat alleen de moderne belastingstaat, de anonieme hypermiljardair, tot nader orde als algemene wereldverbeteraar kan fungeren, let wel: in bondgenootschap met de lokale melioristen en dat niet zozeer op grond van zijn traditionele scholingsmacht als wel dankzij zijn in de loop van de twintigste eeuw tot in het ongelofelijke toegenomen herverdelingsmacht. De actuele belastingstaat van zijn kant kan alleen in stand blijven zolang hij steunt op een eigendomseconomie waarvan de spelers het lijdelijk accepteren dat hun door de zeer zichtbare hand van de fiscus jaar in jaar uit de helft van het totaalproduct wordt afgenomen ten gunste van gemeenschapstaken. Wat de ongelatenen het minst begrijpen, is het simpele feit dat bij een collectieve lastendruk van rond de vijftig procent de belofte van het re?el existerende, liberaal-fiscale semisocialisme vervuld is, om het even onder welke benaming deze toestand aan de man wordt gebracht, of hij nu New Deal heet, ‘sociale markteconomie’ dan wel ‘neoliberalisme’. Wat aan de perfectionering van dit systeem nog ontbreekt, is het cre?ren van een wereldwijd gehomogeniseerde belastingsfeer en de al te lang uitgestelde privatisering van de arme wereld.
Tegen de achtergrond van de hierboven geschetste beginperiode van een geschiedenis van het ethische onderscheid ziet men meteen hoe daar door de agressieve articulatie van de communistische en anarchistische radicaliteit een nieuw hoofdstuk werd geopend. Het gaat over de doorbraak van de metano?tische imperatief in de politieke dimensie. Zijn meest krasse formuleringen vallen samen met de sterkste tendens tot uiterlijke toepassing. Daarom was de twintigste eeuw het tijdperk van de ‘commissarissen’ die geloven in de verandering van de wereld met uiterlijke en uiterste middelen – ik wijs op Arthur Koestlers opstel ‘The Yogi and the Commissar’ dat in 1942, in het hart van de duisternis in Europa verscheen en dat in 1945 zijn titel leende aan een wereldwijd gelezen bundel opstellen over de morele situatie van de tijd.

De revolutie:

403. De revolutie wilde zelfs dan nog gelijk hebben, als ze de trouwsten der trouwen arresteerde, folterde en doodschoot. De gelovigen die dat met zichzelf moesten laten gebeuren, waren geen getuigen wier nagedachtenis in een Moskous martyrologium gekoesterd werd; ze leken op mystici die zich onderwierpen aan de meest veeleisende geestelijke oefening, de resignatio ad infernum – de poging niets anders te willen dan God of Stalin wil, ook al zou hij ook mijn verdoemenis willen.

Euthanasie:

436. De symbolisch gekoesterde dood in het christendom breidt de memoriafunctie uit tot de geredden, die in het geheugen van God onvergeten en in zoverre onsterfelijk blijven. We zouden het werk van de asceten aan het doodlevencontinu?m kunnen beschrijven als een oorspronkelijke accumulatie van beschavingsenergie, die het mogelijk maakt zelfs de uiterste dwang in te bedden in het innerlijk van de symbolische orde. Een modern spoor van deze beschaving openbaart zich in de groeiende euthanasiebeweging in het Westen. Die heeft de metafysische overdaad van de ascetische stervenskunst pragmatisch afgeslankt, maar gaat wel uit van de ondertussen grotendeels gestaafde evidentie dat het de mens altijd gegund is zijn einde in cultureel ingebakerde vormen te beleven. De goede argumenten van de huidige bewegingen voor een waardig sterven streven ernaar een einde te maken aan het bondgenootschap tussen een reactionaire religie en een progressieve technocratengeneeskunde, die samen nauwelijks meer dan een hoger creperen toelaten. In plaats daarvan moet de verworvenheid van de ascetische culturen, de inbedding van de dood in een gedeelde deskundigheid, ook toegankelijk worden voor de niet-asceten.

Over kunst, sport, immunisatie…

Excerpten

Reacties graag naar mailadres.