Er is nog zo veel dat ongezegd is. (Rutger Kopland)

Dupslog
Dupslog

Piet de Moor, Schemerland – Stemmen uit Midden-Europa

14 mei 2006

Piet de Moor, Schemerland, Stemmen uit Midden-Europa – uitg. Van Gennep

Een schitterende handleiding voor het leven en lijden, het heden en verleden van het Schemerland waar zoveel voor het Westen bewaard werd. Aan de hand van talloze gesprekken en boeiende citaten tekent  Piet de Moor een spiegel voor onze toekomst. Hij zet aan tot lezen, van de Midden Europese schrijvers, die veel dichter bij ons staan dan we vaak vermoeden. Zij hebben het leven tussen hamer en aambeeld, onder totalitaire systeem langer dan wie ook ervaren en meticuleus geanalyseerd. Zij hebben geleerd de maskers te lichten aan de hand van de lichaamstaal, de fouten in het verhaaltje, de plooi in het behang, de scheur in het decor dat ook vandaag aan West – Europa wordt opgedrongen. Een literair schrijn als eerbetoon voor schrijvers die als straathonden onophoudelijk hun brutale neus in de ranzige mechanismen van de macht hebben geboord.

34. Volgens Trotsky is elke opstand gedoemd te mislukken als hij niet ook gemanipuleerd wordt door experts die weten hoe ze de technologische machinerie van kwetsbare staat lam kunnen leggen.

42. Joachim Fest: "Hitler er was een ijskoude acteur met een sterke destructieve wil. Hij wou alleen maar vernietigen. Zelfs waar er sprake is van opbouw, moest er eerst worden afgebroken, maar het opbouwen zelf bleef een uitgestelde droom.

43. De nazi’s hadden wel succes omdat hun rassen ideologie een voorwendsel was om grote emotionele schouwspelen op te voeren. Het theater was hun eigenlijke ideologie. Het schouwspel was het geheim van hun succes recept, en niet de kwestie van het veredelde ras.

61. Degene die de oorlog van de symbolen wint, treedt als eindoverwinnaar uit strijdperk.

74. Ommuurd hadden de West-Berlijners zich bij hele tijd veilig in het Westen ingebed gevoeld, maar na de val van de muur in 1989 ontwaakten ze plompverloren in het oosten.


78. Hürlimann: "Ik hou van katten. Zij weigeren zich aan systemen over te leveren of zich aan te passen. Je kunt ze niet domesticeren. Misschien is dat de redenen waarom de kat niet voorkomt in het oude of nieuwe testament, waarin zoveel andere dieren wel een rol spelen. De kat is uit de bijbel verbannen, ook al was hij geen onbekende in het cultuurgebied waar de testamenten werden opgeschreven. Een kat kan zich tegen je aan vlijen, maar voor je er erg in hebt is ze weer een roofdier geworden. Een kat is een anarchistisch dier. Je hebt mensen die op katten lijken. Je voelt je door hen aangetrokken en ze zijn ook lief, maar juist wanneer je gelooft dat je ze in je macht hebt, slaan ze hun klauwen uit. (...)
Machtmensen die ik in het theater en in de politiek leerde kennen, hadden zelfs het talent om de slaap in hun machtssysteem in te bouwen. Caligula, Napoleon en Hitler waren slapeloze mensen. De dicator is bang om in zijn slaap overvallen te worden. Hij doet alsof hij slaapt om anderen te kunnen bespieden. Katten doen dat ook. Ze houden een schijnslaap, hun ogen zijn dicht, ze bewegen niet maar zodra ook maar een schaduw van een vogel op hen valt, worden ze vanuit de eeuwenoude diepten van hun instinct gealarmeerd.

103. Een intellectueel is in de ogen van Magris de onvermoeibare zwerfhond die Elias Canetti beschreven heeft in een essay waarin de 50e verjaardag van de Duitse auteur Herman Broch werd gevierd. Zo’n bemoeizuchtige zwerfhond ligt weliswaar aan de ketting van zijn tijdperk vastgebonden, maar voor de rest neemt hij zich de vrijheid om overal zijn vochtige en onbeschaamde snuit in te steken. Die hond is verwant met Magris’ dolende alter ego dat in Donau vervreemdt van de hem vertrouwde wereld, een ervaring waarmee de verteller ironisch probeert om te gaan. Voor Magris is die ironie een wapen tegen de verleidingen van het totalitarisme dat in Europa steeds meer de vorm aanneemt van een ‘media-gelei’ waarin steeds meer geesten als vliegen vastkleven.
Magris: "Tijdens een campagne voor de parlementsverkiezingen waren hier ooit grote borden te zien waarop Silvio Berlusconi als de presidente-operaio, de voorzitter arbeider, werd voorgesteld. Ik had verwacht dat iedereen de voorstelling van Berlusconi als arbeider een kolossale grap zou vinden, maar tot mijn ontsteltenis was dat helemaal niet het geval. Het gebeuren gaf zelfs geen aanleiding tot spot. Wie op dat moment geen ironie inbouwt, is al aan de verliezende hand."

104. Magris: "De roman is de nabootsing van de werkelijkheid. Hij lijkt op een sensatiekrant waarmee het dagelijkse vuil van de wereld wordt opgescheept. Dickens en Dostojevski zijn de chroniqueurs van het alledaagse, straathonden die snuffelen in het afval van de geschiedenis, hellevaarders die de schijnwerpers van de eeuwigheid richten op de goorheid waarover ze vertellen."

142.  Waaraan moet volgens Canetti een mens dan beantwoorden om op de titel van het schrijverschap aanspraak te mogen maken? Het antwoord klinkt op het eerste gezicht nogal duister: hij dient de hoeder van de gedaanteveranderingen te zijn.
We moeten dat letterlijk verstaan. Zonder een zweem van ironie kan Canetti zegen een ander mens te zijn geworden. "Sinds ik een Mongool ben geworden, overdag en ook ’s nachts niet anders denk, voel ik zelden de aanleiding om iets voor mijzelf op te tekenen, " noteert hij in 1956 in zijn Aantekeningen. In de ogen van Elias Canetti is het de taak van de schrijver om de toegang tussen de mensen open te houden. Het talent tot gedaanteveranderingen leidt immers tot inleving, en vandaar tot mededogen en verantwoordelijkheid. "Zij (de schrijvers) zouden in staat moeten zijn om tot eenieder te worden, ook tot de kleinste, de naïefste, de meest machteloze. Hun verlangen naar de ervaring van de anderen vanbinnenuit zou nooit bepaald mogen zijn door oogmerken waaruit ons normale, zogezegd officiële levende bestaat; dit verlangen zou volkomen verstoken moeten zijn van succesbejag of geldingsdrang. Het zou een op zichzelf staande hartstocht moeten zijn, en wel de hartstocht van de gedaanteveranderingen."

145. Het is fascinerend om Canetti uit Kafka’s brieven een mens te zien oproepen die met niets zozeer bezig is geweest als met pogingen zichzelf te verkleinen, zowel in de literatuur als in het leven van elke dag. Dat is slechts schijnbaar een vlucht uit de verantwoordelijkheid. Het is veeleer de onwil om zich in de vacature van de machtsuitoefening te begeven wat Canetti in het werk van Kafka zal waarderen. Canetti wijst erop dat Kafka gedurende zijn hele leven gepoogd heeft om zichzelf fysiek te reduceren, want daardoor onttrok hij macht aan zichzelf en had er derhalve minder deel aan.

148. Beklagenswaardig is de balling, altijd is hij verdreven, zoniet uit het paradijs, dan toch uit zijn element.
De Poolse schrijver Isaac Bashevis Singer beschrijft in ‘Reddeloos verloren in Amerika’ de wanhoop en de suïcidale desolaatheid die hem na zijn overtocht naar Amerika in 1935 overvielen. Singer, die geen Engels kent, vertelt hoe de breuk met Warschau hem ontkracht, splijt, ontreddert en reduceert: "Mijn overkomst naar Amerika had me teruggeworpen, me de beproeving bezorgd opnieuw een beginneling te zijn in de schrijverij, in de liefde, en in mijn moeizame streven naar onafhankelijkheid. Ik ervoer wat het voor iemand zou betekenen als hij oud geboren werd en in de loop der jaren jonger werd in plaats van ouder, als hij alles voortdurend minder zag geworden: zijn positie, zijn ervaring, zijn moed, zijn levenswijze."

Omringd door de vijandigheid van een onverschillig lot is het alsof de balling zichzelf heeft overleefd. "Het rare is dat het je als dode aan niets hoeft te ontbreken," noteert de Roemeense schrijver Norman Manea in zijn New Yorkse ballingschap.

178. Victor Klemperer heeft herhaaldelijk geopperd dat er een verband bestaat tussen de opkomst van de romantiek ("het hele leugenachtige gedonder van Rousseau", 23 juni 1941), de onrust van het Duits expressionisme in de jaren 20 ("de volledig gepolitiseerde en door de oorlog tot waanzin uitgegroeide neoromantiek") en de oer-Duitse romantiek van het nationaal-socialisme. Want voor Klemperer waren de nazi’s werkelijk ontspoorde romantici. Aan de hand van die stelling probeerde hij een definitie te geven van de harde kern van hun beweging: "Het nationaal socialisme is een bijzonder gevaarlijk gevolg, of juister: en te ver doorgevoerde consequentie van de Duitse romantiek; ze is er even schuldig of onschuldig aan als het christendom aan de inquisitie; ze maakt er een specifiek Duitse aangelegenheid van en scheidt het van fascisme en bolsjewisme. Ze komt het duidelijkst tot uitdrukking in het rassenprobleem, en dat komt op zijn beurt weer het sterkst naar voren in het jodenvraagstuk. Voor het nationaal socialisme is het jodenvraagstuk het middelpunt van zijn ‘wezenskern’, de kwintessens. En juist in die kern blijkt de absolute ontgeestelijking en leugenachtigheid, de absolute val van de romantiek in de hel van de derde rijk."

206. Kertész beschrijft in Kaddisj voor een niet geboren kind hoe de verteller zich opwindt als hij iemand hoort zeggen dat Auschwitz en het daar begane kwaad, niet voor verklaring vatbaar zijn. In een uitbarsting van woede roept de joodse verteller uit dat weliswaar het goede onverklaarbaar is, maar dat er voor het kwaad altijd een rationele uitleg bestaat, want ‘misschien is de satan zelf, evenals Jago, irrationeel, maar zijn schepselen zijn uiterst rationele wezens, al hun daden zijn als een wiskundige formule afleidbaar, afleidbaar uit een of ander belang, uit winzucht, uit lauwheid, uit machtsbelustheid en wellust, uit lafheid, uit de behoefte om de een of andere drift te bevredigen, en zoniet hieruit, dan uit de een of andere waan, uit paranoia, uit een manisch-depressieve psychose, uit pyromanie, uit sadisme, uit de behoefte tot lustmoord, uit masochisme, uit een demiurgische of andersoortige megalomanie, uit necrofilie, kortom uit een der ontelbare perversiteiten en misschien wel uit al deze afwijkingen tegelijk.
Kertész probeert aan te tonen dat – aangezien de voedingsbronnen niet zijn opgedroogd – Auschwitz niet voorbij is, maar zich achter steeds weer andere maskers opnieuw manifesteert. Daarom irriteert het Kertész mateloos dat de vertegenwoordigers van de heersende cultuur zich niet bekommeren om de doelstellingen van die cultuur, dat ze de samenhang tussen de heersende cultuur en de holocaust uit sentiment, commerciële overwegingen en gemakzucht niet willen zien of begrijpen.
Voor de volwassen verteller van Kaddisj was het internaat met al zijn autoritaire vormen van koeioneren, eufemistisch ‘pedagogie’ genoemd, een voorafspiegeling van Auschwitz, zoals de stalinistische samenleving er achteraf ook een variant van was: "Auschwitz, zei ik tegen mijn vrouw, is voor mij niet meer dan de wanstaltige uitwas van de deugden die men mij vanaf mijn eerste kinderjaren heeft trachten bij te brengen. Ja, en reeds in die tijd, in mijn kinderjaren, toen mijn opvoeding "ter hand werd genomen", begonnen de mensen mij op wrede wijze te vernietigen en begon mijn wanhopige strijd om te overleven."

208. Voor Kertész heeft de roman alleen maar bestaansrecht als hij ook een totnogtoe onbekend deel van het bestaan ontdekt en onthult.
De maatschappelijke gevolgen van een ‘familiaal schrikbewind’ zijn niet te overzien. De beulen in de kampen zijn immers niet, zoals Dostojevski ’s booswichten of Nietzsches Übermenschen, bewust aan de andere kant van de heersende moraal gaan staan, ze doen juist hun uiterste best om slaafs te handelen in overeenstemming met de verwachtingen van de heersende moraal als ze beginnen te doden en te moorden. Zij zijn de ultieme conformisten. Slaven en heersers degraderen de samenleving tot een totalitaire hel.

232. Door de Franse Verlichters werd het woord fa’natiek’ (van fanum, tempel) altijd in negatieve zin gebruikt omdat ze vonden dat fanatisme een eigenschap is van de tegenstanders van de Rede. Dat veranderde bij Rousseau, die het fanatisme tot een deugd omsmeedde omdat ‘in al zijn bloeddorstigheid en wreedheid het fanatisme een grote, sterke passie is die het hart van de mens beweegt, die hem de dood doet verachten, die hem grote bezieling geeft en die men alleen maar goed hoeft te beheersen om er de meest verheven deugden aan te ontlenen". (...)
Aangezien die hang naar ‘ontgrenzing’ sedert de opkomst van de Duitse romantiek alleen maar manifester is geworden, legt Victor Klemperer een mogelijk verband tussen ‘de bestialiteiten van het Hitlerregime en de Faustische buitensporigheden van de klassieke Duitse literatuur en de idealistische Duitse filosofie.

237-238. Cervantes’ Don Quijote is niet in de eerste plaats een avonturenroman, maar ‘een roman over het avontuur dat schrijven is’.

246-247. ‘De zelfgenoegzaamheid van de intellectuelen die een deel van de bureaucratische macht en staatsmacht krijgen, was karakteristiek voor die tijd na de Tweede Wereldoorlog. In Centraal Europa was het niet anders. In het stalinistische tijdperk werden intellectuelen en technocraten bondgenoten van de politieke machthebbers. Het was de tijd van de grote projecten: de beddingen van rivieren werden verlegd, enorme kerncentrales werden opgericht en de landbouw raakte helemaal in de greep van de chemie. Wij kwamen tot de conclusie dat het communisme zich niet alleen met behulp van wapens handhaafde, maar dat het ook steunde op duidelijk herkenbare belangen. Wij kwamen tot de slotsom dat de intellectuelen daar een grote rol in speelden omdat ze in de jaren ‘60 vrij veel invloed hadden gekregen op de staatsmacht en er zo in geslaagd waren om hun grote plannen te realiseren’.(G.Konrad)

292. In De Man zonder Eigenschappen heeft Robert Musil over de spanning tussen werkelijkheid en verbeelding ironisch getheoretiseerd door de wereld in te delen in werkelijkheidsmensen en mogelijkheidsmensen. (...)
Hoedanook, de ervaring is de grondstof van de schrijver. Al het overige is supplement.

301. Schrijvend bedekt de schrijver zich met het schild dat hem onkwetsbaar maakt. De inkt is zijn drakenbloed. Letters en woorden zijn staal waaruit het schild in koudvuur wordt gesmeed.

302. Het gebeurt dat een schrijver zo verslaafd is aan zijn schild dat hij weigert het af te werpen. Hij wil zich niet blootstellen aan het alledaagse, het saaie enerlei. Hij sleept het schild mee dat het hem onder zijn gewicht vermorzelt. Musil wordt onder het schild van De Man zonder Eigenschappen tot moes gedrukt. Het web waaraan hij weeft, laat op den duur geen licht en geen lucht meer door.

305. "Het totalitarisme is niet alleen de hel, maar ook de droom van het paradijs – de eeuwenoude droom van een wereld waar iedereen met elkaar in harmonie leeft, verbonden door één wil en geloof, zonder geheimen door elkaar." Milan Kundera in Philip Roth, Over het Vak.

320. François Furet: "Het kan volgens mij een voordeel zijn als je zelf acteur bent geweest in de geschiedenis die je schrijft, op voorwaarde althans dat je niet de dupe bent de van emoties van die tijd, dat je je gevoelens weet te controleren en dat je je niet laat meeslepen door schuldgevoelens of eigenliefde.

321. Wat de 20e eeuw zo uitzonderlijk maakt, is dat in de eerste helft ervan een enorme investering in politieke ideologieën heeft plaatsgevonden. Dat was een geheel nieuw feit in geschiedenis van de mensheid. In de 18e en 19e eeuw was er geen sprake van massa-ideologieën waarin miljoenen hun hoop gekristalliseerd zagen en die de massa’s konden mobiliseren’.

322. Furet: ‘Je kunt de oorlog van 1914-1918 beschouwen als een pathologisch middel om de Europeanen in het burgerlijke en politieke leven te integreren. De optimisten die voorspeld hadden dat de introductie van de massa’s in de politiek het resultaat zou zijn van opvoeding of scholing kregen ongelijk.
Het is geen toeval dat het totalitaire ideologieën zich ontwikkelden in een tijdperk dat voor het eerst in geschiedenis niet religieus was en waarin de kerk haar greep op de geest van de mensen had verloren. Evenmin was het een toeval dat communisme en fascisme anti-christelijke ideologieën waren die er aanspraak op maakten in de plaats van het geloof te treden. Daar ligt volgens mij de oorzaak van de kracht van de ideologieën in de 20e eeuw: ze waren totaal, want ze moesten zin geven aan het hele leven. In die eeuw was het een passie om de geschiedenis te verafgoden, om er het terrein van te maken maar goed en kwaad met elkaar in het strijdperk traden.
325. Je zou kunnen zeker dat de ecologie in haar radicale vorm een plaatsvervangende utopie is. Maar dat is een anti kapitalistische utopie die geen enkele kans maakt, omdat ze botst met de passie van de moderne mens om zich te verrijken.
Wat zeker niet meer terugkeert is een ideologie die de dictatuur van het proletariaat aanprijst of een eenheidspartij die zegt dat ze de wetten van de geschiedenis kent. Ik geloof dat de communistische utopie morsdood is. Maar dat betekent niet dat er geen andere meer zal komen."

Eén reactie

  1. Dupslog » Blog Archive » Piet de Moor, Hotel Silesia - Een romance. Uitg. Van Gennep Amtserdam Zegt:

    [...] naar het leven en lijden in het Oosten van Europa opgeleverd. 'Grimmig heden. Een polyfonie' en ‘Schemerland' onderzoekt hij hoe mensen zich gedragen op grenzen. In de ‘Gelaarsde God' wroet hij in de [...]

Leave a Comment

Please note: Uw reactie wordt bekeken voor publicatie, dit kan even duren.