Er is nog zo veel dat ongezegd is. (Rutger Kopland)

Dupslog
Dupslog

Brecht Arnaert, De kwantumsprong, de wet breken om recht te halen ? 2011

26 januari 2012

Brecht Arnaert, De kwantumsprong, de wet breken om recht te halen ? 2011

‘Vertel mij: wat is er dan zo prachtig aan Belgi?? Ik wil het wel eens weten. Het feit dat voor een Vlaamse Kamerzetel 44 000 stemmen moeten gehaald worden en voor een Waalse maar 37 000? Het feit dat politici hier hun eigen ongrondwettelijke verkiezingen mogen goedkeuren? Het feit dat Vlaanderen 81,4 % van de Belgische export voor zijn rekening neemt maar nog steeds een Francofiele diplomatie moet dulden die ons verhindert internationaal een eigen merk uit te bouwen? Vlaanderen moet zijn eigen weg gaan. N-VA is daarvoor de beste garantie.’

Het mag duidelijk zijn dat de auteur van ‘De Kwantumsprong’, Brecht Arnaert zich zeer actief als N-VA-er opstelt. Zo ook is zijn pamflet een omstandig overwogen poging om een juridisch-filosofische argumentatie op te bouwen als handvest voor een onafhankelijke Vlaamse republiek.

Daartoe grijpt hij terug naar het Plakkaat van Verlatinghe waar de Staten-Generaal der Nederlanden op 26 juli 1581 koning Filips II vervallen verklaarden van zijn rechten op de troon wegens het niet respecteren van hun vrijheden en rechten.

Dit was een van de eerste onafhankelijksheidsverklaringen in de moderne geschiedenis gebaseerd op de stelling dat de vorst niet voldeed aan zijn plichten en bijgevolg ook geen rechten kon laten gelden. Later zouden de Founding Fathers zich hierop inspireren om de Engelse koning vervallen te verklaren van zijn functies ten opzichte van de Amerikaanse koloni?n.

Aangezien de Bijzondere Wetten en de grendelgrondwet van de regering Eyskens in 1970 ondemocratische machtsverhoudingen betonneerden, pleit Arnaerts ervoor om dit als ?ongegrond, irrationeel, immoreel en ondemocratisch? te verklaren en dus pleit hij naar analogie met 1581 voor een ?Plakkaat van Verstotinghe?.

Jean Pierre Rondas pleegde hierover op 11 juli 2011 nog een boeiend stuk ‘Grendel is een monster in Beowulf’

70.

Het volstaat dat een gewone meerderheid van de Kamerleden van de Nederlandse Taalgroep een Plakkaet van Verstotinghe aanneemt waarbij alle blokkeringsmechanismen ongegrond worden verklaard. Ongegrond wil zeggen: niet gegrond in de werkelijkheid. Gebaseerd op een leugen. Irrationeel. Ondemocratisch. Immoreel. Geen belangenconflict, noch alarmbelprocedure, noch dubbele meerderheid kan aan een dergelijk politiek feit iets verhelpen. Daarmee doel ik in eerste instantie niet op het feit dat een resolutie juridisch-technisch niet kan worden gevat door de traditionele blokkeringen. Zelfs wanneer men dezelfde tekst in een wet zou gieten, dan zou ook dat een voldoende politiek feit zijn om de grondwettelijke regeling van 1970 met al zijn politieke mechanismen van dien, verbeurd te verklaren.

 


De kern van het verschil tussen Vlaanderen en Wallonie wordt in ‘De kwantumsprong’ gesitueerd in de tegenstelling tussen ‘verantwoordelijkheid’ en ‘solidariteit’ als leidend principe.

In feite gaat Brecht Arnaert hiermee terug naar de kern van iedere socialistische en zelfs communistische samenlevingstheorie: ‘van ieder naar zijn vermogen, voor ieder naar zijn? behoefte’. Boeiend is ook de manier waarop hij aan de hand van de Amerikaanse filosofe Ayn Rand een analysekader schetst wat bijzonder goed lijkt op gesloten cirkelredeneringen van het marxisme.

Politiek is de strijd om de macht en heeft op werkelijkheidsniveau niet veel met principes vandoen, maar eerder met pragmatisme. Dat is een schokkende vaststelling, niet alleen voor Vlaamsnationalisten. Maar het politieke handwerk is een vuile, versluierde en weinig fraai ogende handenarbeid van het moeizaamste type, waarbij vooral indirecte effecten doorbraken forceren die de tegenpartij niet tijdig zag opduiken of waar ze zich achter de sluier kan verschuilen.

Brecht Arnaert geeft een beknopte samenvatting van een aantal elementen die aan de basis liggen van het communautaire conflict in Belgie.

43.

Observeren we nu het huidig communautair conflict, dan zien we dat vooral in het Franstalige discours heel wat contradicties te ontwaren vallen. Terwijl zij de Vlamingen verwijten niet solidair te willen zijn, blijven de Vlamingen jaar na jaar vele miljarden afstaan aan het armlastige zuiden van het land. Wanneer de Vlamingen de Waalse politici echter oproepen tot een responsabilisering van de overheidsuitgaven, wordt furieus gereageerd. Nochtans is het net diezelfde responsabilisering die Vlaanderen zichzelf moet opleggen om ?berhaupt solidair te kunnen zijn. Het is maar omdat Vlaanderen van zichzelf eist wat het van anderen eist, dat het Wallonie kan helpen. Mocht Vlaanderen op dezelfde manier uitgaan van Waalse solidariteit, dan zouden beide Gemeenschappen collectief verarmen. Er moet dus iets mis zijn met rangschikking van de axioma’s van de Waalse politieke filosofie. En dat is ook zo. De taalgrens is niet enkel een zorggrens, een economische grens of een cultuurgrens, maar bovenal een politiek-filosofische grens: op welke grondslag willen we de polis organiseren? Bezuiden de taalgrens beroept men zich op het principe van de solidariteit, te boven de taalgrens begint men eerst over verantwoordelijkheid.

44.

Het betonen van solidariteit is dan ook het opnemen van verantwoordelijkheid over iemand anders. Zelfs solidariteit draagt dus een kern van verantwoordelijkheid in zich: men kan niet op een onverantwoordelijke manier solidair zijn. Men bekijkt de noden van de hulpbehoevende en ondersteunt die, maar niet onvoorwaardelijk. Degene die solidariteit geniet, wordt verondersteld van de tijdelijke steun gebruik te maken om zijn zelfredzaamheid terug op peil te brengen. Verantwoordelijkheid komt dus voor solidariteit. Niet andersom.


 

Om de staatsstructuur van Belgie te wijzigen is er een 2/3 enthousiasme nodig en een meerderheid in beide taalgroepen, wat wijzigingen quasi onmogelijk maakt gezien een vijfde van de zetels een blokkeringsminderheid oplevert.

57.

Wie in Belgie de grondwet wil veranderen heeft een tweederdemeerderheid nodig. Dat op zich zou niet zon probleem mogen zijn. Achtentachtig van de honderdvijftig zetels in de federale Kamer worden ingenomen door Vlamingen. Alleen, de meeste institutionele veranderingen sinds 1970 staan niet eens in de grondwet, maar in Bijzondere Wetten. Wat daar zo bijzonder aan is, is dat ze quasi totalitair zijn: om ze te veranderen heb je namelijk een viervijfde meerderheid nodig. Dit is geen fictie. Wie bijvoorbeeld de Bijzondere Wet op de Hervorming van de Instellingen (1980) wil aanpassen heeft niet enkel een tweederde meerderheid nodig in de hele Kamer (100 van de 150 zetels), maar ook nog eens een gewone meerderheid in elke taalgroep. Dat maakt dat de Franstaligen, ook in het hervormen van de staat, een veto hebben. Met een vijfde van de zetels kan in Belgie elke staatkundige hervorming geblokkeerd worden. Dat zit zo. De Franse taalgroep bestaat uit 62 zetels. 32 zetels vormen dus een meerderheid, 31 een blokkeringsminderheid. Als je nu weet dat de PS zelf al 26 zetels bezet, dan zie je pas waar de macht echt ligt. Het volstaat namelijk dat de PS nog 5 andere Franstaligen kan overtuigen om een blokkeringsminderheid te vormen, en alles blijft zoals het is. Zelfs al zou men proberen, dan nog zou een meerderheid van 32 zetels in de Franse taalgroep nooit kunnen worden gevormd. En men wil het niet eens proberen

 


Gezien deze juridisch en wettelijk verankerde situatie rest er volgens Brecht Arnaert nog slechts ??n truc: het verschil tussen law en legislation, tussen ‘het’ recht en ‘de’ wet: ’
60

Terwijl het recht wordt ontdekt, wordt de wet gemaakt. Wetten zijn een product van menselijk handelen die al of niet kunnen samenvallen met de realiteit. Het is niet omdat een wet wordt goedgekeurd, dat ze daarom waar is. Een wet kan ook onjuist zijn. Onjuist noemen we?onrechtvaardig. Of ?injuste?, zo u wil.’


 
67.

‘Wat van primordiaal belang is bij deze twee voorbeelden is dat noch het Plakkaet Van Verlaetinghe, noch de Declaration of Independence juridische documenten waren. Het waren morele documenten. Meer nog: ze verkregen pas juridische waarde nadat Filips II in de feiten moest erkennen dat ie vervallen was verklaard van de troon. De nieuwe wettelijke situatie volgde dus de morele sprong die men gemaakt had, niet omgekeerd. In dat verwerpen van die ongeoorloofde machtsaanspraak, in dat ogenblik van onmerkbare overgang, in dat ene morele moment, sterft het oude juridische verband, en wordt een nieuw juridisch verband geschapen. Op dat ogenblik wordt letterlijk iets nieuws geboren, dat tegelijkertijd eeuwenoud is: het idee dat het individu moreel en politiek soeverein is, en dat geen wet ter wereld die waarheid kan veranderen. Het is een moment waarop alle axiomas van het samenleven terug in hun natuurlijke volgorde vallen, en de rede terug in ere wordt hersteld. Het is een ogenblik van waarheid waar men door wordt geraakt, een esthetische ervaring die men vast wil leggen in een grondwet. Het is het gevoel deel uit te maken van iets universeels, het is een zijnsmoment, krachtig in zijn eenvoud en puur in zijn beleving. Dat moment komt er echter niet vanzelf. Vrijheid is niet iets wat wordt gegeven, het is iets wat men moet verdienen. Secessie plegen, individueel of collectief, vergt moed, zelfbewustzijn, morele integriteit en vastberadenheid.’

 


Hier toont Arnaert zich als romanticus aanhanger van een ?marxistische? hoop op een kwalitatieve omslag. En dat is een mooie houding die getuigt van de nodige thymos maar die nergens toe leidt wanneer in de coulissen niet de economische, sociologische en financiele basis gevormd werd waarop een ‘kwantumsprong’ zou kunnen steunen.

Maar geen nood, daar wordt drastisch aan gewerkt. In de eerste plaats door de Franstalige politici, vooral binnen de PS? waar de partijtop en haar wandelgangen steeds meer wegheeft van een rozig friemelende krabbenmand.

Dat de Schotten binnen een paar jaar hun onafhankelijkheid van het Verenigd Koninkrijk zullen aankondigen, heeft ook niets vandoen met toerisme en schapenkweek. Dat binnen Belgi? de verhouding ?verantwoordelijkheid – ? solidariteit? anders gemunt zal worden, voel je maar al te goed aan die krabbenmand van Di Rupo I waar plan W en B en een stevig anti EU discours nauwelijks nog kan verhullen hoe erg het land eraan toe is.

Of de PS bereid is om met de hete adem van de FGTB en co in de nek? ‘verantwoordelijkheid’ op te nemen voor ‘solidariteit’, ook in Walloni? en Brussel dan wel of het IMF en de EU tuchtigingscommissie het vuile werk moeten verrichten, zal de komende maanden duidelijk worden. In het eerste hypothetische geval kabbelt dit land nog een tijdje voort al voelen de Brusselse partijbonzen steeds meer de nattigheid in een Wallobrux – constructie. In het tweede geval kan het allemaal wel eens heel snel gaan.

Maar de economische en financiele ontwikkelingen zullen de drive zijn van het ?verlaten? of ?verstoten?, al dan niet met fraaie verklaringen.

Of zoals Rik Van Cauwelaert het nog omschreef in Knack van 25012012:?De regering Di Rupo mag geen Costa Concordia worden

Alsook de week voordien:?De premier is naakt

 

Reacties graag naar mailadres.