Arno Geiger, De oude koning in zijn rijk.
Arno Geiger, De oude koning in zijn rijk. De Bezige Bij 2012. Vert. W. Hansen
Niet alle dementering leidt tot ellende, soms helpt het de neven- en nabestaanden met hun leven.
Arno Geiger heeft de dementering van zijn vader tot een respectvolle toenadering kunnen beschrijven. Hij laat vooral de mens die hij graag was zoveel mogelijk heel.
134.Voor mijn vader is zijn alzheimer bepaald geen verrijking, maar zijn kinderen en kleinkinderen kunnen er nog heel wat van leren. Het is immers ook de taak van ouders hun kinderen iets bij te brengen.De ouderdom als laatste fase van het leven is een cultuurvorm die voortdurend aan veranderingen onderhevig is en steeds opnieuw moet worden geleerd. En als het eenmaal zo is dat een vader zijn kinderen verder nietes meer kan bijbrengen, dan tenminste nog wat het betekent oud en ziek te zijn. Ook dat kan vader- en kind-zijn betekenen, onder goede omstandigheden.
Want wraak op de dood nemen kun je alleen als je leeft.
12. Er wordt vaak gezegd dat demente mensen net kleine kinderen zijn – er is bijna geen tekst over het onderwerp te vinden waarin die metafoor niet wordt gebruikt; en dat is ergerlijk. Want een volwassen mens kan zich onmogelijk achterwaarts ontwikkelen tot kind, omdat het tot het wezen van het kind behoort dat het zich voorwaarts ontwikkelt. Kinderen verwerven vaardigheden, demente mensen verliezen ze. De omgang met kinderen scherpt de blik voor vooruitgang, de omgang met demente mensen die voor verlies. De waarheid is dat de ouderdom niets teruggeeft, het is een glijbaan, en een van de grootste zorgen die de ouderdom je kan geven is dat hij te lang duurt.
134.Voor mijn vader is zijn alzheimer bepaald geen verrijking, maar zijn kinderen en kleinkinderen kunnen er nog heel wat van leren. Het is immers ook de taak van ouders hun kinderen iets bij te brengen.
De ouderdom als laatste fase van het leven is een cultuurvorm die voortdurend aan veranderingen onderhevig is en steeds opnieuw moet worden geleerd. En als het eenmaal zo is dat een vader zijn kinderen verder nietes meer kan bijbrengen, dan tenminste nog wat het betekent oud en ziek te zijn. ook dat kan vader- en kind-zijn betekenen, onder goede omstandigheden.
Want wraak op de dood nemen kun je alleen als je leeft.
179. Het is een vreemde constellatie. Wat ik hem geef, kan hij niet vasthouden. Wat hij mij geeft, houd ik uit alle macht vast. (...)
Er is iets tussen ons wat me ertoe heeft gebracht me meer voor de wereld opent e stellen. Dat is als het ware het tegendeel van wat meestal; over alzheimer wordt gezegd – dat de ziekte verbindingen afkapt. Soms worden er verbindingen aangeknoopt.
Toen verijdeld werd waarop we hoopten, begonnen we pas te leven.
Het geluk, dat in de nabijheid van de dood een bijzondere compactheid krijgt. Daar waar we het niet zouden hebben verwacht.
Doen als generaal de Gaulle, die op de vraag hoe hij wilde sterven, antwoordde:? Levend!?
181. ?Noodlot was duizenden jaren lang een elementair begrip. Tegenwoordig is het zowat verboden van noodlot te spreken, alles moet verklaard worden. Maar er komt soms iets op ons af dat we niet kunnen verklaren en ook niet kunnen tegenhouden. Het treft de een toevallig, de ander toevallig niet. Waarom? Dat blijft een raadsel.
Het verlangen naar het doorleefde en naar de mensen die ons hebben achtergelaten.
(...)
Plaatsen die wij ten nutte maken, worden door anderen ten nutte gemaakt. De straten waarin wij rijden, zullen door anderen gebruikt worden. De plek waar mijn vader een huis heeft gebouwd, zal door andere mensen bewoond worden. Iemand zal de verhalen die ik vertel, verder vertellen.
Hoe absurd en treurig die schikking ook is, ze komt me juist voor.
(...)
Als de mensen onsterfelijk zouden zijn, zouden ze minder nadenken. En als de mensen minder zouden nadenken, zou het leven minder mooi zijn.
Zonder de absurditeit van het leven en het bestaan van de dood zou noch Die Zauberfl?te noch Romeo en Julia zijn geschreven. Waarom zou iemand het hebben moeten schrijven?
De dood is een van de redenen waarom het leven me zo aantrekkelijk lijkt. hij maakt dat ik de wereld helderder zie.
Daarom is hij nog niet welkom, ik ervaar hem als schokkend, het is vreselijk jammer van het vele mooie dat verloren gaat. Maar omdat sterven de onvermijdelijke praktijk is, ervaar ik de verontwaardiging erover als blaffen in de nacht – ten overstaan van het zich opdringende leven.
De tijd zal blijven verstrijken, ondanks alle protesten.
(...)
Hoezeer de mensen ook aan het leven hangen: als ze vinden dat een leven niet voldoende kwaliteit meer heeft, kan het sterven plotseling niet snel genoeg gaan. Dan wordt het onderwerp stervensbegeleiding ter tafel gebracht door familieleden die beter zouden nadeken over hun eigen onvermogen met de veranderde situatie om te gaan. De vraag is: wil je de zieke van zijn ziekte bevrijden of jezelf van je hulpeloosheid?
NRC_20120411 Ziekte van Alzheimer bestaat niet