Anna Seghers, Het zevende kruis.
Anna Seghers, Het zevende kruis. uitg. Van Gennep 2011
Editorial El Libro Libre, Mexico 1942 – Querido Verlag A?dam 1947 – Aufbau Verlag Berlin 1951
Nederlandse vertaling Nico Rost, herzien door Elly Schippers.
Voorwaar een historisch boek, spannend opgezet, vernieuwend geschreven en door een wellicht nog onbevangen zoektocht naar woord en wederwoord, zin en onzin, waarheid en leugen, geloof en hoop ongewenst universeler dan toen verwacht.
Het verhaal is gekend: zeven gevangenen ontvluchten KZ Westhofen nabij Worms in 1937. De kampcommandant Fahrenberg maakt zich sterk ze ale zeven binnen de zeven dagen aan de zeven geknotte platanen voor zijn kampbureau te nagelen waar de dwarshouten reeds worden bevestigd.
Anna Seghers – Netty Radv?nyi, geboren Reiling 1900 Mainz -1983 Berlijn – haalde haar inspiratie uit een verhaal van gevangenen uit KZ Dachau.
Als gewezen DDR coryfee ligt ze naast haar man – de Hongaarse socioloog J-L Schmidt – begraven op het indrukwekkende Dorotheenst?dtischer Friedhof in de Berlijnse Chausseestra?e 126, naast het Brecht Haus .
Die begraafplaats is voor wel meer van de vele stenen namen een mijmermiddag waard. Tussen Hegel en Fichte, Seghers, Eisler en Brecht houdt ook Herbert Marcuse (1898 – 1979) ?weitermachen!? recht.
?Het zevende kruis? werd in de DDR vaste prik als verplichte schoolliteratuur. Zo wordt in de film Good Bye, Lenin! het boek ‘Das siebte Kreuz’ van Anna Seghers op de boekenplank gezet om de moeder van de hoofdpersoon voor te liegen dat na negen maanden coma de Wende nog niet heeft plaatsgehad en de DDR nog steeds manhaftig het socialisme verdedigt.
?Het zevende kruis? past dan ook naadloos in de offici?le verklaring van de arbeiders- en boerenrepubliek voor het nationaal-socialisme en het verzet dat haar leiders en SED leden altijd gevoerd hadden tegen de gruwelen van Hitler en zijn kompanen.
Seghers slaagt erin verschillende reacties en vormen van actief en passief verzet te illustreren in een schijnbaar uitzichtloze situatie van allesomvattende terreur, verraad en onderdrukking.
Met haar boek wou ze duidelijk maken dat gevangenen konden ontsnappen uit een concentratiekamp, dat ook binnen Duitsland verzet bestond tegen de nazi?s en vooral dat de Nazi?s niet almachtig waren.
Ze tekent in de loop van het verhaal nauwkeurig technieken waarmee ondervraging, fysieke en geestelijke foltering kunnen weerstaan worden.
Ze wil hoop cre?ren wanneer de onderdrukking uitzichtloos lijkt:
? We voelden allemaal hoe diep en verschrikkelijk uiterlijke machten de mens tot in zijn binnenste kunnen raken, maar we voelden ook dat er in dat binnenste iets school wat onaantastbaar en onkwetsbaar was.? (390)
Ze wil de zwakte en kwetsbaarheid van de schijnbaar almachtige onderdrukkers onthullen:
? Voor het eerst sinds de vlucht drong het tot Fahrenberg door dat hij niet achter een enkeling aanzat, wiens gezicht hij kende, wiens krachten niet onuitputtelijk waren, maar achter een gezichtsloze, onmetelijke macht. Die gedachte kon hij echter maar een paar minuten verdragen?. (387).
Wellicht heeft ze nooit begrepen dat haar adviezen over mentaal en fysiek overleven en verzet plegen onder dictatoriale regimes een handig houvast waren voor dissidenten in de DDR.
Een mogelijk ongewenst neveneffect van deze verplichte schoolliteratuur was dan ?Die Wende? in november 1989.