Tom Holland, Het vierde beest. God, de strijd om de wereldmacht en het einde van de oudheid
Tom Holland, Het vierde beest. God, de strijd om de wereldmacht en het einde van de oudheid
Vertaald door Boukje Verheij – Athenaeum_Polak & Van Gennep
Amsterdam2012
Als de wereld van de idee?n eenmaal is getransformeerd, houdt de werkelijkheid niet lang stand. Georg Wilhelm Friedrich Hegel – 273In zijn ?Vierde Beest? onthult Tom Holland tot slot van zijn historisch onderzoek naar oorsprong en geschiedenis van de Islam een heldere hypothese.
?Toen de Mongolen in 1258 Bagdad met de grond gelijk maakten, en de erfgenaam van Harun al-Rashid opgerold in een tapijt werd doodgetrapt door paarden, was de overwinning van de ulama allang een feit. In geen eeuwen was er een kalief geweest die meer dan een ornamentele rol vervulde. De dood van de laatste Abbasied die in Bagdad regeerde veranderde voor de ulama helemaal niets. Net zoals het christendom de val van de Romeinse macht had overleefd, leek de islam uitstekend te gedijen zonder kalifaat. Toen de volken van de late oudheid geloofden dat ze de eindtijd meemaakten die de profeet Daniel had voorspeld, vergisten ze zich dus. Het rijk van de ismaelieten bleek net zomin als dat van de heidense Romeinen of dat van hun christelijke opvolgers het Vierde Beest te zijn geweest. Toch zaten degenen die in de omwentelingen van de tijd een uniek veranderingsproces zagen dat ervoor zou zorgen dat er op aarde een koninkrijk anders dan alle koninkrijken werd gesticht, er al met al niet eens zo ver naast. Er zijn geen caesars, sjahs en kaliefen meer, maar de woorden van de rabbijnen die in Sura hun leer verkondigden, van de bisschoppen die in Nicea vergaderden en van de ulama die in Koefa hun studies verrichtten, hebben vandaag de dag nog altijd een levende invloed op de wereld. Het meest doorslaggevende bewijs voor de verregaande gevolgen van de revolutie die in de late oudheid heeft plaatsgevonden is het feit dat er in de eenentwintigste eeuw miljarden mensen zijn die een geloof in ??n God aanhangen en hun leven leiden in overeenstemming met dat geloof. Het lijkt erop dat de pen inderdaad machtiger is dan het zwaard.? (394)
Om daartoe te komen bouwt hij omzichtig en behoedzaam een spiegelpaleis van de opkomst en ondergang van de grote rijken van het Westen en het Midden Oosten, van de Romeinen tot de Perzen en het Gotische heen en weer.
Elke religie die opgeld maakt en een nieuwe toekomst belooft aan wie zich aan haar onderwerpt, wordt uitgebeend en telkens weer blijkt de continu?teit met voorgaande en andere godsdiensten essentieel. De dienst van goden en zeker die van de Ene en de Ware Godheid? ontstaat dus niet uit het niets, maar uit de anderen. De allesoverheersende waarheid wordt steevast nadien verklaard en op schrift gesteld, waarna het nieuwe corpus van een monothe?stische religie een eigen leven zal leiden zonder de verdere noodzaak van een wereldse machtsarm.
Het schrijversgild in zoroastrische tempelscholen, synagogen- en kloosterscholen en madrassas muntte overal uit in een ?post hoc, ergo propter hoc?? benadering van de ontstaansgeschiedenis van hun religie die rechtlijnig diende teruggevoerd op de stichtersmythologie.
Religie onderwezen door een profeet of door een waarheidsprediker is het enige fundament waarop een groot en machtig rijk kan worden gebouwd. Ibn Khaldun, Verhandeling over de universele geschiedenis – 63
Monaldi & Sorti hebben dit meesterlijk aangetoond voor het christendom: ?Versluiering is enkel een sluier bestaande uit eerlijk duister, waardoor zich niet het onware vormt, maar rust?geboden wordt aan het ware; en zoals de natuur heeft gewild dat er in de wereldorde dag en nacht ligt, zo dient er binnen de werken van de mens licht en schaduw, openlijke en verholen vooruitgang te zijn?. Monaldi & Sorti, Versluiering 2011
Het Vierde Beest was voor mij een stuk moeilijker dan zijn voorgaand werk. Wellicht omwille van mijn relatieve onbekendheid met de geschiedenis van het Midden Oosten, de Perzen en de Sassanieden.
Helder is wel zijn analyse over de oorsprong en het succes van de islam.
16. De identiteit van mensen werd niet langer bepaald door de koninkrijken van deze wereld, maar door verschillende opvattingen van de Ene God: door monothe?smen. Deze ontwikkeling betekende een transformatie van de menselijke samenleving met onafzienbare consequenties voor de toekomst. Je zou misschien zelfs kunnen zeggen dat er van alle verschillende stempels die op de moderne wereld zijn gedrukt en die kunnen worden teruggevoerd op de oudheid (alfabetten, democratie, gladiatorenfilms) niet meer invloed heeft gehad op het wereldbestel dan de instelling van diverse soorten monothe?smen als staatsreligies. Aan het begin van het derde millennium sinds de geboorte van Christus identificeren zo?n 3,5 miljard mensen (meer dan de helft van de wereldbevolking) zich met een van de verschillende religies die in de tweehonderdvijftig jaar voor en na de dood van Yoesoef een vorm aannamen die de huidige benadert. Dus de periode van de late oudheid mag dan onbekend zijn in vergelijking met andere tijdvakken in de geschiedenis, ze is daarom niet minder relevant. Integendeel. Elke keer dat een man of een vrouw door het geloof in ??n god wordt ge?nspireerd om op een bepaalde manier te denken of te handelen, toont dat haar onverminderde invloed aan. Het schokeffect van de revolutie die toen heeft plaatsgevonden werkt tot op de dag van vandaag door.
35. De Koran mocht dan onsterfelijk en ongeschapen zijn geweest, hij lag ook muurvast verankerd in de bodem van het menselijke verleden. God had tot Mohammed gesproken, en Mohammed had deel uitgemaakt van de wereld. De islam moest worden beschouwd als tegelijk eeuwig en voortgekomen uit een specifiek moment, een specifieke plek en een specifieke profeet. De gelovigen werd een dienst bewezen, vertelde de Koran zijn lezers, toen God hun een boodschapper zond, iemand uit hun midden, die voor hen Zijn verzen reciteerde, hen zuiverde en hun het Boek en de Wijsheid bijbracht, terwijl ze voorheen ernstig dwalende waren geweest. Deze ronkende bewering bevatte de essentie van de visie van het islamitische volk op de oorsprong van hun geloof. Een oorsprong die niet alleen ge?nterpreteerd zou worden als een historische gebeurtenis, maar ook als het onbetwistbare en onomstotelijke bewijs van de vormende hand van niemand minder dan God.
48. Maar terwijl in het negentiende-eeuwse Europa gedesillusioneerde seminaristen en de telgen van lutherse dominees het initiatief namen om de oorsprong van hun voorouderlijke geloof te onderwerpen aan de meedogenloze blik van historisch onderzoek, kunnen we niet zeggen dat de moderne islamitische wereld veel aandrang heeft getoond hun voorbeeld te volgen. Er is geen tegenhanger van Ernest Renan opgestaan om de islamitische gelovigen te choqueren en prikkelen. Het auteurschap van de Koran is nooit in twijfel getrokken door gedesillusioneerde nakomelingen van imams. De paar moslims die geprobeerd hebben het pad te volgen dat negentiende-eeuwse Europese wetenschappers destijds hebben ingeslagen, hebben er over het algemeen voor gekozen onder pseudoniem te schrijven? en wie dat niet deed heeft ervoor moeten boeten. In de Arabische wereld is het tenminste tot nu toe zo dat wie twijfelt aan het traditionele verhaal van de oorsprong van de islam het risico loopt op doodsbedreigingen, vervolging wegens afvalligheid of zelfs om van tweehoog het raam uit te worden gegooid. Helaas blijft als gevolg daarvan het onderzoek naar wat de traditionele overlevering zegt over de oorsprong van de islam onvermijdelijk grotendeels het domein van westerse wetenschappers
55. De hele wereld had geploeterd in de schaduwen van jahl, van onwetendheid. Maar God was groot. Het oude staatsbestel was glorierijk omvergeworpen en in plaats daarvan was er een kalifaat gevestigd. Alles was anders geworden. Dankzij de witte gloed van de islam, die straalde over de grenzen van Arabi? tot aan de uiteinden van de wereld, was er voor alle mensen op aarde een volkomen nieuwe tijd van licht aangebroken. Maar daarmee werd de geschiedenis op een schokkend radicale manier herschreven. Nooit eerder was het verleden met zulke volslagen en hooghartige minachting afgedankt. Zelfs voor de christenen had de kringloop van de tijd waarvan de geboorte van Christus hen had verlost gediend als voorbereiding op de komst van de Messias. Voor moslims daarentegen was alles wat was voorafgegaan aan de openbaringen van hun Profeet en aan al zijn veelvuldige wapenfeiten en roemrijke daden slechts een schijnvertoning geweest, een woestenij waarin shirk hoogtij had gevierd en waaraan de islam in geen enkel opzicht schatplichtig was. De gevolgen van die opvatting zouden onafzienbaar blijken. Tot op de dag van vandaag bepaalt ze, zelfs in het Westen, de manier waarop de hele geschiedenis van het Midden-Oosten wordt ge?nterpreteerd en begrepen. Zowel in boeken als in musea en op universiteiten gaat men er zonder uitzondering van uit dat de antieke wereld abrupt eindigde met de komst van Mohammed. Het is alsof alles wat de oudheid had gemaakt tot wat ze was rond 600 n.Chr. met piepende remmen tot stilstand kwam. De inherente onwaarschijnlijkheid daarvan wordt zelden onderkend. In plaats daarvan wordt de islam nog steeds voorgesteld als iets uitzonderlijks: als een donderslag bij heldere hemel, en dat in een tijd waarin de meeste historici een diep wantrouwen koesteren jegens elke gedachte dat grote beschavingen uit het niets kunnen verrijzen zonder iets te danken te hebben aan wat eraan voorafging, of dat ze het gedrag van mensen in een oogwenk kunnen veranderen. Als de Koran daadwerkelijk uit de hemel afkomstig was, dan valt het natuurlijk gemakkelijk te verklaren waarom de verhalen die er bijvoorbeeld in staan over Maria zulke tastbare sporen bevatten van christelijke folklore en klassieke mythologie. Voor God is immers alles mogelijk. Maar zelfs als we aannemen dat wat de islam ons leert klopt en dat de verloskundige van het geloof een engel was, gaat het nog steeds te ver om te denken dat het toneel van zijn overwinningen plotsklaps, in de loop van n generatie, kan zijn omgetoverd tot een decor uit de verhalen van Duizend-en-n-nacht. Het feit dat geschiedenissen die twee eeuwen later door vrome moslims zijn geschreven die indruk weten te wekken, wil nog niet zeggen dat ze het bij het rechte eind hebben. Het Nabije Oosten zoals het was in de tijd waarin het kalifaat op de top van zijn macht en roem stond, verschilt behoorlijk van het Nabije Oosten zoals het was in de tijd waarin het kalifaat werd gevestigd, twee eeuwen daarvoor. Om inzicht te krijgen in de oorsprong van deze godsdienst en de wijze waarop die zich heeft ontwikkeld tot wat hij nu is, moeten we veel verder terugkijken dan de tijd van Ibn Hisham, en wel naar de wereld waarin hij is ontstaan. Als we dat niet doen, houden we het beeld in stand van de Arabische veroveringen als een guillotine die plotseling neervalt op de nek van alles wat eraan vooraf is gegaan. En erger nog: dan lopen we het gevaar dat we op leugens gebaseerde tradities tot historisch feit verheffen. We moeten ons verdiepen in de rijken en religies van de late oudheid..
111. Anders dan andere, minder bevoorrechte volken hadden zij (de Joden) van God inzicht gekregen in de diepste essentie van wat het betekende mens te zijn:? dat die niet bestond in het streven naar macht, rijkdom of roem, maar simpelweg in het onderworpen zijn aan een wet.
295. Hoe gedenkwaardig het verhaal van de hidjra ook mag zijn, tussen de regels door speelt zich iets veel schokkenders af. Emigratie wordt in de Koran voorgesteld als een plicht die voor alle gelovigen geldt, ongeacht hun omstandigheden en ongeacht hun locatie. De term lijkt helemaal niet te refereren aan een eenmalige ballingstocht, of die nu naar Yathrib voerde of naar een andere stad, maar aan een oproep tot de strijd die alomvattend, universeel en niet aan tijd of plaats gebonden is. Iedereen die omwille van God emigreert zal een toevluchtsoord vinden en grote overvloed hier op aarde. Niets had de toehoorders van de Profeet radicaler of angstaanjagender in de oren kunnen klinken, natuurlijk. De eigen familie en stam achterlaten: voor een Arabier was er geen huiveringwekkender vooruitzicht denkbaar. En toch was dat, als we de Koran mogen geloven, precies het blijk van toewijding dat de Profeet niet alleen van zijn eigen volk verlangde, maar ook van alle andere afstammelingen van Ismael, waar ze ook woonden in het uitgestrekte Arabische gebied.Hij had succesvol zijn vaandel in Yathrib geplant, maar gezien het feit dat de wereld op het punt van instorten leek te staan was dat nog maar het begin. Iedereen die dapper of eenvoudigweg radeloos genoeg was om de uitdaging van de Profeet aan te gaan en een nieuw begin te maken, nodigde hij uit op een reis waarvan alleen God wist waar die naartoe zou leiden. En of het nu het vooruitzicht was op een hemel of op geldelijk gewin, er was duidelijk geen gebrek aan Arabieren die bereid waren gevolg te geven aan de oproep. Jullie zijn de beste gemeenschap die ooit onder de mensen heeft bestaan. Jullie dragen op tot de deugd en verbieden wangedrag, en jullie geloven in God. Zo had de Profeet de muhajirun geprezen: als een groep strijders die het in zich hadden om niet alleen een volledig nieuwe maatschappelijke orde te vestigen,maar ook als beloning daarvoor de aarde zelf te erven. Een zienswijze die al snel op spectaculaire wijze zou worden bevestigd.
360. Wie bewijzen van de islamitische veroveringen zocht, hoefde in Damascus overigens niet ver te zoeken. Zodra je de binnenhof van Walids moskee achter je liet,met zijn glanzende marmer en fraai versierde fonteinen, trof je op de marktpleinen, opgesloten te midden van hun eigen uitwerpselen en ellende, het mensenvee aan dat uit alle hoeken van de wereld was meegenomen. De verhalen die over Spanje werden verteld mochten dan ontspruiten aan het rijk der fantasie, dat gold zeker niet voor de kettinggang van dertigduizend gevangenen die de overwinnaars van de Visigoten naar Syri? hadden meegevoerd. Niets had de overwonnen volken meedogenlozer geconfronteerd met het wrede feit van de Arabische overmacht dan de wandaden van hun slavendrijvers. Elk jaar trokken hun roversbendes naar verre gebieden en naar de eilanden, en namen ze gevangenen mee van alle volken onder de zon, berichtte een monnik. Niet dat deze uiting van supermachtstatus iets nieuws was, natuurlijk. De Romeinen hadden in elk geval geen moment geaarzeld om onverbeterlijke rebellen zoals de Samaritanen te verkopen. En de principes die ten grondslag hadden gelegen aan de Perzische behandeling van krijgsgevangenen bleken wel uit het feit dat anshrig, hun woord voor slaaf, oorspronkelijk buitenlander had betekend. Maar nu kregen ze een koekje van eigen deeg. De pechvogels die uit de voormalige provincies van het christelijke rijk waren meegenomen, beulden zich af op de landgoederen of in de mijnen van Arabische landeigenaren, en hoewel het niet ongebruikelijk was dat er zo nu en dan een gebed werd verhoord en er een slavendrijver werd geveld dankzij een wonderbaarlijke ingreep van de Maagd Maria, konden de meesten alleen maar jammeren dat de Allerhoogste hen had verlaten. Waarom laat God dit gebeuren?
(...)
Zo had de bevolking van Zaranj, een groot fort dat de uitlopers van het Hindoekoesjgebergte beheerste, ingestemd met een capitulatievoorwaarde die bedong dat ze jaarlijks duizend van hun mooiste jongens moesten leveren, elk met een gouden beker in zijn handen: een verrukkelijk voorproefje voor vrome moslims van de heerlijkheden van het paradijs. Als de scharen van een reusachtige ploeg rukten de Arabische legers families uit elkaar, verstrooiden ze gemeenschappen en woelden en husselden ze volken dooreen die elkaar anders nooit zouden zijn tegengekomen. Sinds de komst van de Romeinse legioenen in het Nabije Oosten, achthonderd jaar eerder, toen bij de verovering van het gebied volgens de berichten tienduizend slaven per dag op ??n doorvoerplaats werden verkocht, hadden er geen verhuizingen van menselijk vee op zo?n grote schaal meer plaatsgevonden. Voor de Arabieren zelf leverde deze handel behalve geld natuurlijk ook gevaar op. Net zoals Itali? in de lang vervlogen tijden van de Romeinse Republiek herhaaldelijk was getroffen door slavenopstanden, was er in tijden van fitna hetzelfde gebeurd in de centrale gebieden van het kalifaat. In de chaos die volgde op de dood van Muawiya was er bijvoorbeeld een heel leger krijgsgevangenen ontsnapt, die van Nisibis hun bolwerk hadden gemaakt, zodat er angst over alle Arabieren kwam. En niet alleen angst: ook diepe verontwaardiging. ?Onze slaven verzetten zich tegen ons!? hadden de krijgsheren van Koefa woedend geroepen. ?Maar zij zijn onze buit, door God aan ons gegeven!?