Ellen N. La Motte, Het kielzog van de oorlog. Uitg. De Bezige Bij 2009 – vert. Erwin Mortier.
Ellen N. La Motte, Het kielzog van de oorlog. Uitg. De Bezige Bij 2009 – vert. Erwin Mortier.
?Met deze vertaling van haar roman in het Nederlands, meer dan tachtig jaar na verschijning, hoop ik bovenal haar grote kleien meesterwerk althans in ons taalgebied een verdiende plaats te geven in de literaire herinnering aan de gruwelijke catastrofe die de Europese naties in augustus 1914 ontketend hebben. Het is mijn diepste overtuiging dat onze tijd tegenover de onbevattelijke ramp die deze naties over zichzelf, hun samenleving en niet het minst hun burgers hebben afgeroepen een ?herinneringsarbeid? moet levendig houden die even meerduidig en uiteenlopend is als de verhalen waarmee en waarin de generaties die de Eerste Wereldoorlog hebben meegemaakt hun ontreddering, lijden en onherstelbaar verlies hebben willen uitdrukken, ongetwijfeld om ze daarin ook tot rust te kunnen brengen. ? (17)
aldus Erwin Mortier in zijn inleiding.
Het gaat om knap geschreven kortverhalen die opvallen door hun afstandelijkheid en scherpe observatie van krijgssystemen, oorlogsmechanismen en hoge omes – van generaals tot experimenterende artsen die de soldatenpopulatie als een troep beschouwen en behandelen, een troep vee weliswaar. De twee bijkomende teksten geven ?Het kielzog van de oorlog? nog meer diepgang. Ellen La Motte had in had in 1915-1916 reeds begrepen dat alleen een afstandelijk en strak verhaal recht zou blijven doen aan de ellende van de oorlogsgruwelen waar zovele jonge mannen naartoe werden gedreven.
58. ?Die Belgen toch,? zei een Franse soldaat. ?Rijk dat ze zullen zijn na de oorlog. Geld dat ze zullen verdienen aan de Amerikanen, en aan de anderen die de ru?nes zullen bezichtigingen!? En als bijgedachte, op gedempte toon, voegde hij eraan toe:? Ces sales Belges!?
76. Er waren eens twee Belgische meisjes, ze woonden samen in een kamer, in een klein dorpje achter onze linies. Ze waren daar geboren en hadden er altijd gewoond, dus werden ze natuurlijk niet weggestuurd, en wanneer het dorp van tijd tot tijd met granaten bestookt werd schenen ze dat niet erg te vinden, al bij al verdienden ze goed geld. Ze ontvingen alleen officieren.De gewone soldaten waren straatvuil voor hen, ze weigerden hen te ontvangen. Bepaalde vrouwen krijgen ergens een naam, je hebt er die soldaten ontvangen en andere, die officieren ontvangen. De meisjes waren ook ngo eens intelligent, ze stelden altijd een hoop intelligente, ge?nteresseerde vragen, en je weet, is een man opgewonden dan beantwoordt hij elke terloopse vraag die hem gesteld wordt. De Duitsers putten daar hun voordeel uit. Het is gemakkelijk, spion zijn. Je hoeft slechts te weten wat je vragen moet, en het is verbazingwekkend hoeveel informatie je loskrijgt. Het punt is te weten welke informatie gewild is. Deze meisjes wisten dat, naar het schijnt, en dus stelden ze een hoop intelligente vragen, en omdat ze enkel officieren ontvingen, kregen ze flink wat waardevolle informatie los, want ik zei het al, wanneer een man opgewonden is zal hij op heel veel vragen antwoord geven. Bovendien, wie on zomaar vermoed hebben dat die twee meisjes spionnes waren? Maar zo was het, zoals tenslotte gebleken is, na verschillende maanden. Op een dag werd hun kamer doorzocht, en er werd een berg bezwarende documenten ontdekt. Het schijnt dat de Duitsers de meisjes gescheiden en hadden van hun familie – hun familie gegijzeld hielden – en hen naar de Engelse linies gezonden hadden, onder de bedreiging dat ze zich op hun familie zouden wreken indien ze geen waardevolle informatie aanbrachten. Was het niet beestachtig? Prostituees en spionnen maken van die meisjes, op straffe van wraak op hun familie? Z waren erg aantrekkelijk, de Duitsers wisten dat ze enkel officieren zouden ontvangen. Dt ze veel klanten zouden ontvangen, met een hoge rang en veel informatie, die vlo voor hun listen zouden bezwijken. Ze zijn zelf zo smerig die Duitsers. Het eigenaardige is hoe goed ze begrijpen met welk lokaas ze hun vijanden in de val kunnen lokken. Ook al hebben ze niets met ons gemeen, ze begrijpen maar al te goed van wie vecht in naam van Gerechtigheid, van Vrijheid en Beschaving.
126. Toen, voor het eerst, werd het ons duidelijk in welke positie we ons bevonden. Voor en achter ons ontploften granaten: we lagen vlak in de vuurlijk, al waren we niet het doelwit. De Sales Boches, vervolgde mevrouw A., kenden de afstand precies. En toch hadden we, terwijl we in het halfduister van de kleine eetkamer verder onze koffie dronken, geen angstgevoel. Alles was slechts een intens boeiende, een intens opwindende ervaring, maar niettemin iets wat erg verschilde, erg ver van onze ?tot dan toe beschutte levens lag.
131. In dat angstwekkende moment kon ik op geen enkele van mijn intellectuele eigenschappen terugvallen. Niets in mijn ervaringen van vroeger, in mijn wilskracht, mijn oordeelsvermogen of mijn intu?tie, kon me helpen. Ik bevond me voorbije en buiten en los van de verzamelde ervaringen van een heel leven. In dit ogenblik van diepe nood was mijn verstand van geen enkele nut. Elke beslissing kon de verkeerde zijn, elke beweging kon er een in de verkeerde richting zijn, en blijven staan was al even verkeerd. Naar links, rechts, voorwaarts of achterwaarts, geen enkele intellectuele kracht kon mijn stappen leiden.