Hanne-Vibeke Holst, Koningsmoord, uitg. Archipel
Hanne-Vibeke Holst, Koningsmoord, uitg. Archipel
Zelden een roman gelezen die je met zoveel kundigheid en kennis door de achterkamertjes van de macht weet te leiden. Beslagen in het ware politieke leven van Denemarken ten tijde van de machtswissel tussen gescleroseerd links en pseudo vitalistisch rechts, lokt, drijft en sleept de auteur haar lezers doorheen een fascinerende caleidoscoop van vrouwenonderdrukking, alcohol verslaving, nieuwe Denen, oude Heren en ' blijf van mijn lijf huizen' naar een orgastisch hoogtepunt: het gevecht om de politieke macht binnen de sociaal-democratie dat minutieus en hyperrealistisch wordt opgebouwd, explodeert in de handen van de hoofdrolspelers.
Om zo'n boek te kunnen schrijven moet Holst als verstandig journalist en begenadigd romancier jarenlang achter de coulissen van de macht hebben gegluurd, met een intelligent en empathisch oog voor de ware beweegredenen van de verschillende politieke acteurs op de scêne van Denemarkens Schouwtoneel. Ze kent haar filosofische en gedragstherapeutische klassiekers over machten en mensen, over het verband tussen het individuele en het algemene, het private en het publieke.
Shakespeare wist het reeds lang: ‘Something’s rotten in the State of Denmark’. En ook vandaag geldt het adagium: 'To be or not to be, that is the question' in politics of power!
To be, or not to be: that is the question:
Whether ‘t is nobler in the mind to suffer
The slings and arrows of outrageous fortune,
Or to take arms against a sea of troubles,
And by opposing end them? (Hamlet III,1)
Ook bij de Vlaamse, de Nederlandse en de Waalse socialisten. En evenzeer bij de liberalen, de christen democraten en de rechtse Blokkers, al hoeven die geen populistische retoriek van gelijkheid, vrijheid of broederlijkheid te voeren.
Kortom een heerlijke brok leesgenot of een pijnlijke spiegeling voor gewezen, zetelende, aankomende en gemankeerde politici en al wie weten wil welk spel er werkelijk wordt gespeeld omheen de troon van de macht. Een doordenker voor meisjes en jongens in de hofhouding, een handleiding voor therapeuten en slachtoffers van het sadomasochistische spel in de politieke arena en achter menige voordeur, ook in België en Nederland.
84. Als je niet kunt vechten, heb je in principe niets in de politiek te zoeken. Het is een rauwe en wrede wereld. Net als destijds in het dorp. Daar konden de zwakken immers ook niet overleven, wel? Die gingen eraan.
107. Hoewel hij erkent dat ze in de crisis na de elfde september heel competent is opgetreden en hoewel hij ook respect heeft voor haar inzet in de verkiezingscampagne, is en blijft ze de veel te rode megafoonhoudster die waarschijnlijk nooit ook maar een snars van het wezen van de Deense politiek zal begrijpen: altijd een middenkoers aanhouden en de verdeel-en-heerstactiek tot in de perfectie uitspelen. Plus het extra raffinement om de dingen uiteraard zo gedaan te krijgen als je ze wil, zonder dat de tegenpartij ontdekt dat je op wezenlijke punten geen haarbreed hebt toegegeven.
109. Wil ze toppolitica worden dan moet ze leren inzien dat persoonlijke relaties in de politiek noodzakerlijkerwijs variabel zijn. Onderweg wissel je van danspartner, je neemt afscheid van elkaar en zoekt je elkaar weer op als nieuwe constellaties dat vereisen. Soepelheid is een noodzaak, zowel in vijandschappen als in vriendschappen. Vijanden kunnen vrienden worden en vrienden vijanden. 'Keep your friends close, but your enemies closer'. Je moet flexibel zijn, anders eb je geen oog voor nieuwe openingen waarvan je gebruik kunt maken.
130. Zo snel als je aan de macht went, zo langzaam gaat het afwennen.
131. Hij kent Goethes Faust en Andersens sprookje De Schaduw. Hij weet dat als jij de macht hebt, de macht ook jou heeft. Hij kent het gevaar van de afhankelijkheid, hij heeft veel machtsjunkies in de goot zien belanden en hij heeft allang besloten dat hij niet als een van hen zal eindigen. Net als elke weekendgebruiker denkt ook hij dat hij kan stoppen als hij wil. Hij is niet verslaafd, hij hoeft geen lijntjes te snuiven om te voelen dat hij bestaat.
207. Angstaanjagend voor een jongeman die zijn politieke opvoeding heeft genoten in de vrijblijvende zandbak van de jonge Sociaal-Democraten, en die tot een paar maanden terug nog een onnozele idealist, was om niet te zeggen vreselijk naà?ef, wat betreft zijn ongeloof in de eerlijkheid van politici. Hij dacht dat die werden gedragen door overtuiging, betrokkenheid en de wens een betere wereld te scheppen. Hij dacht dat macht slechts een middel was. Niet een doel op zich. Hij was altijd bereid om op feestjes en zo de discussie aan te gaan over de duistere, berekenende motieven van politici, en ongeacht of het hem lukte zijn tegenstander te overtuigen of niet, hij zou koppig volhouden dat het beeld van de cynische machtswellust van politici niets anders was dan een banaal cliché, dat werd gevoed en uitgewerkt door sensatiebeluste, populistische media. Hij zou naar voor hebben gebracht dat samenzweringen, politieke intriges en valse trucjes eerder thuishoorden in de wereld van de fictie dan in die van de werkelijkheid. En wat zijn eigen Sociaal-Democratische Partij betrof, hij zou in zijn wildste fantasieën niet hebben geloofd dat iemand zijn eigen belang voor het partijbelang zou laten gaan.
Hij zou nooit hebben gedacht dat iemand zijn beperkte krachten zou gebruiken om een zittende partijleider te ondermijnen en af te zetten, tot groot genoegen van de regeringspartijen, die rustig achterover zouden kunnen leunen in de vaste overtuiging dat de sociaal-democraten zo in beslag werden genomen met het afbijten van hun eigen staart, dat ze voorlopig geen bedreiging zouden kunnen vormen. En hij zou vooral nooit hebben gedacht dat een vriend een vijand kon worden.
209. Over dat soort dingen windt hij zich normaal gesproken vreselijk op, en was dit in de gloriedagen van weleer gebeurd, dan had hij misschien wel geëist naar huis te worden gebracht in een rupsvoertuig van het leger of met een marinehelikopter. Zo worden ze na verloop van tijd allemaal, vertrouwde een ambtenaar me ooit toe. De macht stijgt ze naar het hoofd; ze gaan zich inbeelden dat zij de macht zijn. Hun eisen worden steeds onredelijker: toespraken moeten worden herschreven, tafelindelingen omgegooid, hotels omgeboekt. Medewerkers worden uitgefoeterd voor zaken waaraan ze niets kunnen doen '? dat het verkeer in Parijs helemaal vastzit, dat het regent in Londen, dat de stroom in New York is uitgevallen. En niemand durft ze eraan te herinneren dat ze slechts de - tijdelijke '? vertegenwoordigers van de macht zijn, want niemand weet hoelang die macht duurt. Dus krijgen ze allerlei kapsones, vooral de mannen, maar bepaalde vrouwen doen op dat punt zo langzamerhand niet meer voor ze onder.
223. Dat ik weliswaar als kind van mijn tijd de oude rolpatronen doorbrak en hardnekkige pogingen deed om de maatschappelijke ladder te beklimmen, maar tegelijk steeds die kracht naar het tegenovergestelde ben blijven voelen. (...)
Het is trouwens vreemd dat deze toppoliticus geen hond heeft. Want iedereen weet toch dat als je in de politiek een kameraad wil hebben, je een hond moet aanschaffen. (...)
Ik beklaag de politicus die zijn vriendschap op het altaar van de macht opoffert. Iets dat veel erger is dan zelf geofferd te worden. Want dat is veel pijnlijker voor degene die slaat dan voor degene die geslagen wordt. (...)
De ideeën van de mensen over macht staan ver af van de werkelijkheid. Hier in Denemarken kun je immers niet de volledige macht krijgen, toch?
Daarom kun je ook geen goede machthebber worden, als je met je tegenpartij te vloer aanveegt. In het parlement zijn het steeds dezelfde drie à? vier personen die gedurende een bepaalde periode de dingen onderling moeten regelen. Dat is iets wat de nieuwe minister-president niet heeft begrepen, die wil zijn tegenstanders alleen maar koeioneren.
232. Want hoewel de dagbladen vandaag niet meer te maken hebben met stakende typografen, omdat die hele beroepsgroep verdwenen is, staan ze nu tegenover een subtielere en onvoorspelbare tegenstander: de tijdgeest. De mensen lezen geen kranten meer. In elk geval willen ze er niet meer voor betalen. Zoals de enthousiaste en sterk ideologische hoofdredacteur het heeft uitgedrukt in een van zijn ontelbare maar weinig effectieve peptalk aan het adres van de zo langzamerhand geheel immune redactie, vechten ze niet tegen de andere algemene dagbladen, maar tegen de 'ontlezing'. En ondanks het hardnekkige optimisme van de hoofdredacteur, dat onder andere wordt gevoed door het aantreden van een nieuwe regering zowel in Denemarken als de Verenigde Staten, worden ze bedreigd door een personeelsvlucht.
Want hoe leuk is het aan boord van een zinkend schip? Een paar talenten hebben al met succes gesolliciteerd in het bedrijfsleven, als zeer goed betaalde pr-managers, en anderen hebben een baan gevonden als spindoctors voor de nieuwe ministers.
243. In tegenstelling tot zijn vrouw Linda, die hem vasthoudt in de houdgreep waarin hij al zijn hele leven spartelt. Als zoon van zijn vader. Met haar kruiperige onderdanigheid dwingt ze hem het patroon van zijn jeugd te herhalen, want zo was het al in het dorp in Afrika. Hij had de leiding omdat iedereen bang was voor hem. Niet alleen de zwarten, maar ook de blanken. Omdat ij bereid was zo nodig tot de laatste druppel door te vechten. Hij gaf zich nooit over.
245. Een leven zonder vaste steunpunten komt op haar net zo angstaanjagend over als de gedachte om gezichtloos in het universum rond te draaien.
283. In de Deense politiek gaat het erom dat je je machtswellust zo min mogelijk laat zien. We doen alsof we de macht delen. Je moet beslist niet laten merken waar je op uit bent. Hoewel iedereen weet dat nummer twee per definitie wacht op het juiste moment om nummer één te wippen, om daarna zelf koning te worden. Net zoals iedereen weet dat nummer één van zijn kant uit alle macht alles zal proberen om de kansen van nummer twee te ondermijnen. Het is niet zo bloedig als in de tijd van Shakespeare, maar wee je gebeente als je betrapt wordt met bloed aan je handen.
284. Nee, dat zal hem niet lukken. De partijleider is verzwakt, en dus vallen ze hem aan, als haaien die bloed ruiken. Hij heeft teveel vijanden gemaakt, hij heeft teveel mensen op hun tenen getrapt, en die spannen nu samen. Ofwel zullen ze passief weerstand bieden door hem niet te hulp te komen, ofwel bieden ze actief verzet door hem te belasteren en vertrouwelijke informatie naar de pers te lekken. Al die smerige trucs die je nu al om je heen kunt zien.
285. Ze wijst naar de hoge hijskranen op het Dokeiland, waar binnenkort het Operagebouw zal verrijzen, een cadeau van reder A.P. Moller aan de stad.
'Wat vind jij nou van zo'n geschenk? Is dat niet ook een manifestatie van macht?'
'Absoluut, knikt hij, terwijl hij zijn bril rechtzet. Het gaat om je nagedachtenis. Het belangrijkste van alles. Op het moment dat je ontdekt dat je toch niet onsterfelijk bent.'
286. Als ideoloog en theoreticus is hij geà?nteresseerd in de grote lijnen; hij ziet de samenleving het liefst vanuit een vogelperspectief, van waaruit je zicht hebt op het hele bouwplan en je je niet hoeft te laten afleiden door de storende menselijke elementen die het ontwerp maar zouden bederven. Zijn kennis van de welvaart en de groei van de maatschappij ontleent hij liever aan officiële statistische gegevens over de werkloosheid, de gemiddelde levensverwachting of opleidingsniveau, dan dat hij luistert naar een toevallige arbeidsongeschikte die hem op het Hojbroplein aanhoudt om zijn nood te klagen. (...) Als puntje bij paaltje komt, kun je dat soort subjectieve uitlatingen nergens voor gebruiken als je de welvaartsmaatschappij wilt plannen.
301. '?Wie waagt, verliest korte tijd vaste grond onder zijn voeten. Wie niet waagt, verliest zichzelf'?, Soren Kierkegaard.
342. Hij heeft geleerd mee te huilen met de wolven in het bos, toen hij als verslaggever in een oorlogsgebied aankwam, waar niemand hem de weg naar het front kon wijzen en waar vriend en vijand vaak dezelfde bleken te zijn. Daar was het van belang je te camoufleren, in het landschap op te gaan en je zintuigen aan te scherpen, waardoor je in staat bent de afwijkingen van het normale te ontdekken.
425. De therapeuten zijn professioneel. Ze zijn opgeleid om de complexiteit van geweldsrelaties te begrijpen. Ze hebben gestudeerd, zijn naar cursussen en conferenties geweest die hun inzicht hebben verschaft in de redenen waarom sommige mannen zo machteloos zijn dat ze alleen door het gebruik van geweld rust en ontspanning kunnen vinden. Ze weten dat deze mannen alleen op het moment van geweld de ultieme macht en controle voelen waar ze zo naar snakken. Deze behandelaars hebben geleerd dat kinderen van geweldplegers zelf het gevaar lopen gewelddadig te worden. Ze weten dat geweld een symptoom is van onevenwichtigheid of scheve verhoudingen in het leven van de geweldpleger. Ze kunnen heldere lezingen houden over 'de geweldpleger als slachtoffer' en ze beseffen dat verheerlijking van alle geweld in de masculiene heldencultuur tot geweld aanmoedigt door een soort 'license to violence' uit te vaardigen.
473. Haar Turkse familie heeft haar verraden. Haar vader heeft haar opgeofferd. Hij heeft zijn eigen eer boven de hare gesteld. De opvoeding die ze heeft gehad, rust op door en door verrotte pijlers. Haar vrijheid was op voorhand aan banden gelegd en liep niet verder dan tot de onzichtbare grens die allang was getrokken. Net als alle andere dingen waar ze in geloofde, bleek haar vrijheid denkbeeldig. (...) Net als ieder ander moest ze achter het schrikdraad blijven. En net als iedere andere ontsnapte staat ze nu voor een gruwelijk dilemma: of ze keert berouwvol terug en onderwerpt zich, waarbij ze als beschaamde zondares moet accepteren dat ze een misstap heeft begaan en daarom verdere beperkingen van haar persoonlijke ontwikkeling moet dulden, of ze verbrandt alle schepen achter zich en betreedt daarmee het gevaarlijke, smalle pad door het niemandsland dat misschien leidt tot Alles, maar dat ook tot Niets kan leiden. In beide scenario's zal ze afschuwelijk alleen zijn. In beide scenario's zal ze zich door schuld en twijfel bezwaard voelen.
Of ze nu het één dan wel het onderdoet, ze zal iets onvervangbaar kwijt raken '? of haar familie, haar verleden en haar jeugd, of haar toekomst, haar trots, zichzelf. Het is het dilemma van de Kleine Zeemeermin. Een gruwelijk dilemma, waarvan ze nooit had gedacht dat ze ermee te maken zou krijgen.
486. Geweld gaat altijd over macht en machteloosheid. Geweld is altijd '? bijna altijd '? hiërarchisch, geweld is een intelligente handeling en geweld is effectief. In een partnerrelatie wordt het geweld uitgeoefend door degene die het sterkst is en de meeste macht heeft, op degene die het zwakst is en de minste macht heeft. Als het om vrouwenmishandeling of kindermishandeling gaat, is de geweldpleger over het algemeen niet gewelddadig in andere relaties. Integendeel, hij vertoont buitenshuis vaak een heel beheerst gedrag.
487. Jullie moeten niet vergeten dat geweld over het algemeen een zeer bewuste en rationele handeling is. Hij weet heel goed wat hij doet wanneer hij jullie een dreun geeft. Want geweld dient er zoals gezegd toe om macht te verwerven of te handhaven. Paradoxaal genoeg kan het dan gebeuren dat de onderwerping door de vrouw de man meer macht geeft dan hij eigenlijk wilde. Omdat zijn partner wordt gereduceerd tot een passieve marionet, die niet langer in staat is om hem het gewenste tegenspel te bieden; Dat kan aanleiding zijn voor nog meer geweld. (...)
Je moet je partner confronteren met het feit dat hij niet alleen bezig is een ander in de vernieling te helpen, maar ook zichzelf te verwoesten. Ik heb nog nooit een geweldpleger ontmoet die niet op de een of andere manier door zijn eigen handelingen getraumatiseerd was geraakt. Dus bewijs je hem geen dienst door hem in beschermeling te nemen. Hij moet worden doordrongen van zijn eigen gedrag. Want daar moet hij absoluut mee stoppen. Het is onacceptabel.
14 december 2007 at 16:01
[...] aanleiding van 'Koningsmoord' biedt het Deens Kultureel Instituut een boeiend interview [...]