Tahar Ben Jelloun, Weggaan, uitg. De Bezige Bij, Amsterdam 2006
Tahar Ben Jelloun, Weggaan, uitg. De Bezige Bij, Amsterdam 2006
'Weggaan' is een teder boek over de trieste kanten van het leven aan de beide kusten van de straat van Gibraltar waar men bij helder weer elkaars lichtjes kan zien. Met veel humor en mildheid analyseert Tahar Ben Jelloun de kreupele kronkels in het populaire denken van jonge, goed opgeleide Maghrebijnen. Jarenlang werden intelligente jongeren aangemoedigd om zware inspanningen te leveren, ook financieel door de eigen familie, om een goede universitaire opleiding af te ronden. Maar met dat diploma blijken ze vooral niets te zijn. Zonder forse financiële achtergrond en/of familiebanden in de cenakels van de politieke en economische macht komt er niet veel waardering voor hun diploma's en verdampen de beloofde toekomstmogelijkheden in het thuisland. Een knellende situatie die alleen maar druk kan aflaten in illegale emigraties naar Europa.
Ben Jelloun weet in 'Weggaan' de sterkte van de vrouwen te duiden, ook waar ze het leven moeilijk lijken te maken voor hun zonen en jongens. Sterke vrouwen in nood drukken vaak op hun zonen die zo in de knoop kunnen komen met hun eigen positie als man.
'?Als je groot bent, zul jij dokter worden of ingenieur, dan neem je me mee op reis, eerst naar Mekka, dan naar Caà?ro, ik zal zo graag het land van Farid Al Atrach en Oum Kalsoum bezoeken, jij zult zijden stoffen voor me kopen, ik zal dan een heel nieuw leven leiden, het leven van een koningin, een koninginnetje zonder kroon, zonder koning, jij bent mijn prins, jij zult altijd mijn prins zijn, doe dus goed je best op school, breng mooie cijfers mee naar huis, wees een goede zoon, je zult voor altijd een eeuwig mijn zegen krijgen.'?(p.260)
Met zo weinig ruimte voor falen, kunnen zonen neigen tot twijfel over hun eigen identiteit. Is het dan verwonderlijk dat zovele van die jonge mannen exclusiviteitrespect verwachten van hun eigen vrouw onder de vorm van fysieke afwezigheid of onherkenbaarheid in de publieke ruimte, afgeschermd voor de ontmoeting met anderen?
43. De tragiek van Marokko is de ontvolking van het platteland; de mensen van buiten die naar de stad trekken, blijven leven als boeren, en gooien hun afval voor de deur. Kortom, ze veranderen niets aan hun gewoontes. Dat is allemaal de schuld van de hemel, van de droogte, want daardoor worden duizenden families gedwongen hun land te verlaten te gaan bedelen in de stad.
82. Ik heb een hekel aan dat soort hypocrisie. De schijn ophouden en ondertussen rottigheid uithalen, dat is het Marokko waar ik me kapot aan erger.
92. De Marokkanen die ik gisteren heb ontmoet herinneren me teveel aan wat er van mij had kunnen worden. Ze houden zich met windhandel bezig, ze zoemen rond als bijen in een glas waarin geen honing meer zit. Ze hebben niet veel fantasie. Ze ondergaan alles lijdelijk en proberen er met hun louche handeltjes uit te komen, niet veel soeps, nauwelijks genoeg om een arme drommel in leven te houden. En daarvoor moeten ze de joutya, de soek van hun stad, hier weer opbouwen, onder elkaar zijn, ook al kunnen ze elkaar niet verdragen, en tenminste het idee hebben dat ze in hun dorp zijn, zich veilig voelen.
97. De alem sprak op heel directe wijze: “Vergeet nooit dat de listen van de vrouw verschrikkelijk zijn, God heeft ons dat geleerd en ons gewaarschuwd; weet dat het Kwade zijn oorsprong vindt in het lichaam en in het hart van de vrouw maar dat het Goede zich er ook kan incarneren, denk maar aan onze moeders… Let vooral op de toekomst van uw dochters, hier, op christelijke bodem. Heeft de politie van dit land niet slechts enkele dagen geleden een van mijn vrienden, een deugdzame man, opgeroepen om te verklaren waarom hij zijn oudste dochter, die hem ongehoorzaamheid was geweest, had geslagen? Zij wilde ’s avonds, opgemaakt en bereid tot welk avontuur dan ook, de straat opgaan! God moge ons bewaren! Beseft u dat hier in dit land een huisvader wordt gestraft omdat hij waakt over de eerbaarheid van zijn dochter? Het Westen is ziek en wij willen niet dat het onze kinderen besmet. Hebt u gehoord over de wetten die mannen het recht geven met elkaar te trouwen en zelfs kinderen te adopteren? Deze maatschappij is zijn verstand kwijt! En daarom moet u de waakzaamheid over uw kinderen, vooral de meisjes, verdubbelen, opdat ze niet in de modder van de zedeloosheid terechtkomen.
107. Als iemand hem vroeg zijn land te omschrijven, dan verloor hij zich in algemene beschouwingen, verlevendigd met een paar kleine waarheden: in Marokko moet je doen als iedereen, eigenhandig het schaap voor het Offerfeest slachten, trouwen met een maagd, urenlang roddelen in het café, of in het beste geval de prijzen van de nieuwste Duitse auto’s vergelijken, over de televisie praten, drie dagen voor de ramadan en drie dagen erna geen alcohol drinken, op de grond spugen, proberen voor te dringen, je overal mee bemoeien, ja zeggen als je nee bedoelt, en niet vergeten je zinnen kracht bij te zetten door een ‘geen probleem’, mkayene mouchkil, en verder ’s avonds thuiskomen nadat je met je kameraden een paar biertjes hebt gedronken, aan tafel gaan en jezelf te barsten eten als een varken. Als passend besluit van de dag zal dat varken naar bed gaan en wachten tot zijn vrouw klaar is met het opruimen om haar te neuken, maar draalt ze een beetje, dan zal hij ten slotte snurkend in slaap vallen.
147. Haar observeren terwijl ze bezig was, zei hij: jij bent het Marokko van morgen, het zijn de vrouwen die dat land gaan veranderen, ze zijn geweldig, ik moet zelfs beken dat ik zelfs een zwak heb voor de vrouwen van jouw generatie, ze spreken me aan en ik heb vertrouwen in hem.
152. Ik ga naar Afrika, het land van onze voorouders, Afrika is enorm uitgestrekt, de mensen hebben er de tijd om het leven te beschouwen, zelfs als het leven niet goed voor ze is, maar ze nemen de tijd om zomaar dingen te doen, Afrika, vervloekt door de hemel, Afrika, geplunderd door Zwarten met een das om, door Blanken met een das om, door apen in smoking, soms doo mensen die helemaal onzichtbaar zijn, maar de Afrikanen weten het heel goed, ze wachten niet tot hun wordt uitgelegd wat er gebeurt, ik heb het over Afrika omdat mensen vandaar dagen en nachten gelopen hebben om hier in Tanger te komen, er is hun verteld dat Tanger al Europa is, jullie ruiken daar Europa al, jullie zien Europa en zijn lichtjes, jullie kunnen Europa daar met je vingers aanraken, het ruikt lekker, het wacht op jullie, je hoeft alleen maar 14 kilometertjes over te steken en dan ben je er, beter nog, ga naar Ceuta en dan ben je al in Europa, ja Ceuta en Melilla zijn Europese steden, je hoeft alleen maar een versperring van prikkeldraad over te klimmen…
209. Wacht even, wacht, niet zo snel. Je vergeet nooit waar je vandaan komt; onze afkomst achtervolgt ons overal waar we gaan, zo gemakkelijk kun je je niet van je wortels ontdoen; je denkt vaak dat je van mentaliteit bent veranderd, maar dat gebeurt niet zo gauw, en ik weet waar ik het over heb, de Arabische vrouw wordt hier gesommeerd van houding te veranderen. Als ze dat niet doet, wordt ze kapotgemaakt, gedomineerd, geminacht. Je ziet, het is een veelomvattende kwestie.
231. Wij gaan wel weg, maar altijd om weer terug te komen. Wij leiden ons leven afhankelijk van de familie, waarvoor ieder zich verantwoordelijk voelt.
233. Weet u, je kunt beter uitgaan van het principe dat de mens goed is, als hij dan slecht blijkt te zijn, is hij diegene die zich pijn doet. Een kwestie van wijsheid.
246. Je begrijpt, broeder, wij zijn hier in het land van onze voorouders, de mensen die Isabella de Katholieke verdreven heeft nadat ze brandstapels had laten oprichten waarop gelovigen, moslims, van wie wij afstammen, verbrand zijn. Ze heeft bevolen om de gebedshuizen te vernielen, ze heeft degenen die niet konden vluchten verplicht zich tot het katholicisme te bekeren, ze heeft het Arabische Schrift en het dragen van de traditionele kleding verboden. Het is lang geleden, 500 jaar, maar de wond doet nog steeds pijn, in onze harten, in het hart van iedere moslim, van elke Arabier. De islam is uit dit land verjaagd. Het is onze taak hem hier weer terug te brengen, hem te laten eerbiedigen. We hebben genoeg van alle vernederingen, van de onwaardige behandeling die het christelijke Westen ons laat ondergaan. Kijk maar hoe onze Palestijnse broeders behandeld worden, hoe Amerika de politiek van Israël ondersteunt, kijk maar hoe de burgers in onze landen worden behandeld. We moeten iets doen, reageren, ons verspreiden, luisteren naar de stem van de islam en van de moslims.
260. Ik vocht als een waanzinnige, ik wilde mijn brood verdienen en vooral mijn moeder in de watten leggen, die zoveel moeite had gedaan om ons waardig op te voeren, hoe vaak ging ze niet koken bij rijke mensen die een verjaardags- of een huwelijksfeest vierden, ’s morgens vroeg vertrok ze en ’s avonds laat kwam ze weer thuis, dat leverde haar wat geld op en voedsel, de resten van het feestmaal, ze deed stukken vlees met een beetje saus in plastic zakken; ze warmde dat alles op en zei: eet, jullie moeder heeft het gekookt, doe je maar tegoed, profiteer ervan in afwachting van betere tijden: voor mij voegde ze eraan toe: als je groot bent, zul jij dokter worden of ingenieur, dan neem je me mee op reis, eerst naar Mekka, dan naar Caà?ro, ik zal zo graag het land van Farid Al Atrach en Oum Kalsoum bezoeken, jij zult zijden stoffen vopr me kopen, ik zal dan een heel nieuw leven leiden, het leven van een koningin, een koninginnetje zonder kroon, zonder koning, jij bent mijn prins, jij zult altijd mijn prins zijn, doe dus goed je best op school, breng mooie cijfers mee naar huis, wees een goede zoon, je zult voor altijd een eeuwig mijn zegen krijgen.
Piet Piryns interviewt Tahar Ben Jelloun in Knack 1/11/2006
Positieve discriminatie zou een methode kunnen zijn om daar iets aan te doen. Maar daar bent u geen voorstander van.
BEN JELLOUN: Nee. Na de rellen van vorig jaar heeft de Franse minister van Binnenlandse Zaken Nicolas Sarkozy mij gevraagd een inleidende toespraak te houden op een symposium over positieve discriminatie. Ik heb me daar toen fel tegen gekant. Ik ben tegen ìédere vorm van discriminatie. Ook positieve discriminatie is in mijn ogen een toegeving aan het racisme. We hebben geen quota nodig, maar een mentaliteitsverandering. Anonieme sollicitaties helpen daar niet bij. Het is juist van belang dat een personeelsdirecteur weet dat de man die hij in dienst neemt een Fransman is die Mohammed heet en over de vereiste diploma’s en vaardigheden beschikt.
('?)
De Nederlandse schrijver van Marokkaanse origine Hafid Bouazza suggereert in zijn roman Paravion dat de Marokkaanse cultuur in Europa veel meer is vastgeroest dan in Marokko zelf. Heeft hij gelijk?
BEN JELLOUN: Gedeeltelijk. Wat Bouazza zegt, gold zeker voor de eerste generatie immigranten: dat waren voornamelijk boeren, analfabeten die in een vijandig universum terechtkwamen en zich terugplooiden op hun eigen cultuur. De tweede en de derde generatie herkennen zich niet meer in de cultuur van hun land van herkomst, maar ook niet in die van het land van aankomst. Ze vallen tussen twee stoelen en dus zoeken ze een nieuwe identiteit. Die vinden ze in de politieke islam, die eigenlijk van recente datum is en inderdaad veel makkelijker wortel heeft geschoten in Nederland bijvoorbeeld dan in Marokko. Ik wijt dat ook aan de naà?viteit van de Nederlanders. Twee jaar geleden was ik in Amsterdam op bezoek in een islamitische school die door de Nederlandse staat werd gefinancierd. Een openbare school dus, waar in principe iedereen welkom zou moeten zijn. En wat zag ik? Gesluierde meisjes, jongens en meisjes die tijdens de speeltijd geen contact met elkaar mochten hebben, leraressen met een hoofddoek. Dat heeft me toen echt geschokt. Op die manier komt er van integratie natuurlijk nooit iets terecht.
Het enige personage dat het in uw roman een beetje redt en uiteindelijk naar Marokko terugkeert, is een vrouw. Niet toevallig een vrouw.
BEN JELLOUN: Het laatste hoofdstuk van Weggaan is een allegorie, die haaks staat op het rauwe realisme van de vorige hoofdstukken. Ik laat het vrouwelijke hoofdpersonage, Kenza, aan boord gaan van een denkbeeldig schip, in het gezelschap van onder meer Don Quichot en Sancho Panza. Don Quichot, de dolende ridder die in zijn eigen verbeelding leeft, de dromer bij uitstek, de eeuwige verschoppeling , staat symbool voor de anonieme immigrant. En het is inderdaad geen toeval dat het juist een vrouw is die terugkeert. In heel mijn oeuvre is het een terugkerend thema: mannen maken een hoop drukte, maar uiteindelijk zijn het de vrouwen die de dingen echt veranderen. Helaas moet ik constateren dat de emancipatie van de vrouw in Marokko doorkruist wordt door de opkomst van het fundamentalisme. Een van de meest orthodoxe islamitische bewegingen in Marokko wordt zelfs geleid door een vrouw.
('?)
Klopt het dat er in de Arabische wereld steeds minder gelezen wordt?
BEN JELLOUN: Helaas wel. In Egypte bijvoorbeeld, een land met bijna honderd miljoen inwoners, heb je al een bestseller als je drieduizend exemplaren verkoopt. Maar laat ik me tot Marokko beperken: een prachtige stad als Tanger heeft twee boekhandeltjes, waar natuurlijk geen kat komt, want er is nauwelijks een boek te vinden. Geen schouwburg, geen concertzaal, geen bioscoop. Het is echt heel treurig gesteld.
Hebben schrijvers in de Arabische wereld nog last van censuur?
BEN JELLOUN: Officieel niet, zolang ze het staatshoofd of de legerleiding niet beledigen. Maar er is de censuur van de publieke opinie. Die is ongrijpbaar en alomtegenwoordig. Wie het waagt ook maar één kritische opmerking te maken over de manier waarop de islam tegenwoordig voor politieke en criminele doeleinden wordt gebruikt, wordt beschouwd als ‘een objectieve bondgenoot van de vijanden van de Arabische natie’. In Egypte kan iedere moslim die zich door een roman, een theaterstuk of een film beledigd voelt, de auteur voor de rechter slepen op beschuldiging van landverraad. Er is een klimaat van geestelijke terreur waar een schrijver zich moeilijk tegen kan verweren. De Egyptische Nobelprijswinnaar Naguib Mahfouz durfde na een mislukte aanslag op zijn leven geen roman meer uitgeven zonder de toestemming van de imams in de Al-Azharmoskee.
Mà?éten schrijvers politiek geëngageerd zijn?
BEN JELLOUN: Schrijvers moeten niets. Een schrijver is geen volkstribuun, geen vakbondsman, geen zielenknijper, geen verkozen politicus. Politiek engagement levert zelden grote literatuur op. Ik ben geneigd Stendhal bij te vallen die in La chartreuse de Parme schrijft: ‘Politiek in een literair werk heeft hetzelfde effect als een pistoolschot middenin een concert. Het is misplaatst, maar je kunt onmogelijk doen alsof je het niet gehoord hebt.’ Een schrijver moet natuurlijk altijd in de realiteit de grondstof proberen te vinden voor zijn verhalen, maar dat betekent niet dat hij een politieke missie heeft. Op de eeuwige vraag waar de literatuur toe dient, kan het antwoord alleen maar luiden: tot niets.
U pleit voor aansluiting van Marokko bij de Europese Unie. Dat gebeurt toch in geen honderd jaar?
BEN JELLOUN: Het zal niet voor overmorgen zijn, maar ik denk dat de Europese Unie een historische vergissing maakt door alleen in oostelijke richting te willen uitbreiden. Europa is hier hemelsbreed niet meer dan veertien kilometer vandaan, er wordt hier Frans en Spaans gesproken, Marokkaanse steden als Ceuta en Melilla, die al vijf eeuwen door Spanje worden bezet, zijn nu al Europees. Onze cultuur is mediterraan. Uitbreiding van de Europese Unie tot de Maghreblanden zou een heleboel problemen in één klap kunnen oplossen. Het is het enige middel om een dam op te werpen tegen het islamisme, en niet alleen in Marokko, maar ook in Algerije en Tunesië een democratie te installeren. Dan kunnen er fatsoenlijke onderhandelingen komen om een einde te maken aan de clandestiene immigratie. Het is ook de enige manier om te voorkomen dat er kadavers blijven aanspoelen op de Spaanse kusten en op Lampedusa. Dan houdt het eindelijk eens op.