Er is nog zo veel dat ongezegd is. (Rutger Kopland)

Dupslog
Dupslog

Peter Sloterdijk, Het kristalpaleis. Een filosofie van de globalisering. uitg. SUN

19 augustus 2007

Peter Sloterdijk, Het kristalpaleis. Een filosofie van de globalisering. uitg. SUN

Het tempo waarop Peter Sloterdijk schrijft en publiceert is adembenemend.
De nieuwe '? vaak verrassende – ideeën die hij in zijn werk ontwikkelt, zijn zeer de moeite en verleiden de lezer tot diep in zijn sferologie.
Ook met ‘Im Weltinnenraum des Kapitals’ (2004) in het Nederlands verschenen als 'Het kristalpaleis. Een filosofie van de globalisering' (2006 bij SUN) is het weer goed prijs.
Bijna iedere bladzijde noopt tot reflectie, bijna iedere hoofdstuk noopt tot achteroverleunen, lezen en herlezen.

Dit vervolg op zijn Sferentrilogie waarvan naar verluidt dit najaar het derde deel in vertaling zal verschijnen, is een kritische analyse van de trek naar het westen uit de Renaissance van Europese culturen: de visie op de aarde als een globe met meer zee dan land, Columbus die zichzelf als Christusdragende kolonisator bleef aanbidden, het Jezuà?etentheater en de contra-reformatie, Dostojewski's Crystal Palace en Melville's Moby Dick, het toenemende morbide overgewicht in de VSA, de rol van humor en grootmoedigheid.
Hij houdt onze sociale immuunsystemen tegen het licht, wijst op het belang van onze precieze plaats op de aardglobe voor ons denken, herkent de moderne 'consultancy-mode' en het hedendaagse verzekeringswezen als een opvolger van de filosofen- en ideologencultuur.

De filosoof uit Karlsruhe belicht vanuit zijn filosofische analyse het fenomeen van toenemende segregatie in zogenaamde multiculturele steden, waar de overheden publiek en met nadruk voor integratie pleiten.
Hij komt tot eenzelfde conclusie als Harvardprofessor Robert D. Putnam (Bowling Alone) in zijn nieuwste studie ‘E Pluribus Unum: Diversity and Community in The Twenty-First Century’. Volgens Putnam blijken mensen die in – naar huidskleur, cultuur en herkomst – gemengde gemeenschappen wonen hun buren meer te wantrouwen. Wat ook hun huidskleur is. Ze keren zich zelfs af van hun beste vrienden, stemmen minder, geven minder aan goede doelen en doen vrijwilligerswerk. Ze verwachten minder van de overheid dan bewoners van homogene wijken en wantrouwen hun leiders. ( De Morgen 18/8/2007)
‘Hunkering down’, noemt Putnam dat fenomeen. 'Verzuren' heet dat in Vlaanderen.
Gabriel van den Brink merkte in zijn onderzoek 'Culturele contrasten '? Het verhaal van de migranten in Rotterdam' (Bert Bakker – 2006) een toenemende segregatie in deze stad, ondanks de inspanningen van de stedelijke en landelijke overheid om een multiculturele integratie te bevorderen.

'Men moet er niet raar van opkijken als blijkt dat hoe meer de wereld in een netwerk gevangen raakt, hoe meer de symptomen van misantropie in aantal zullen groeien. Als mensenvrees een natuurlijk antwoord is op onwelkome nabuurschap, dan kan men op grond van de gedwongen nabuurschap-op-afstand van de meerderheid met de meerderheid een ongekende epidemie van misantropie voorspellen. Dat zal alleen diegenen verbazen die vergeten zijn dat de uitdrukking 'buur' en 'vijand' van oudsher nagenoeg synoniem waren. Tegen deze achtergrond krijgen begrippen als 'beschaving' en 'wereldburgerschap' een andere betekenis: zij verwijzen voortaan naar de horizon van misantropie onderdrukkende maatregelen. ('?)
Om antropologisch te spreken: de homo sapiens heeft van alle levende wezens de breedste rug – hij heeft hem nodig om hem zijn medemensen toe te keren.' (153)

In het kristalpaleis waarin een ruim derde van de huidige aardbevolking pleegt te vertoeven in min of meer luxueuze omstandigheden van overbodigheid en nutteloosheid '? behoudens de plicht tot consumeren, heerst de typische paleisverveling. Dat maakt die luxe-bewoners voortdurend alert op nieuws van elders dat ze ruim uitvergroot of als visuele horror degusteren in beeld en klank.

'Aanval is een prima verkoopbaar product, en hoe meedogenlozer hij wordt uitgevoerd, des te hoger de mediale beloning uitvalt. De aanvallers weten hoe dat komt: de zenuwstelsels van de bewoners van het kristalpaleis zijn een makkelijke prooi voor elk soort invasie, omdat ze, murw gemaakt door de paleisverveling, altijd op nieuws van buiten zitten te wachten. Omdat ze permanente om werk verlegen zitten, doen de paranoà?de programma’s van de welvaartsburgers niets liever dan elk signaal dat wijst op het bestaan van een externe vijand, ook al is het nog zo zwak, op te vangen en te versterken. Die versterkte geluiden worden in de hysterische infosfeer als weergave van de situatie aan de terreurconsumenten doorgegeven, die op hun beurt indirecte zich-bedreigd-voelen als stimulerend middel in hun stofwisseling opnemen.'(197)

Concrete voorstellen van Sloterdijk laten nog wat op zich wachten. 'Regels voor het mensenpark' en met Alain Finkielkraut 'De hartslag van de wereld' lijken moeizame voorproefjes.
Sloterdijk is een nieuwe Diogenes op zoek naar mensen in een cultuur waar vrijmoedig en onbevangen gesproken wordt, waar een aantrekkelijk, kritisch, creatief en grootmoedig opvoedingsideaal mensen nader tot elkaar brengt.

' Het uitgebreid- zijn op de eigen plaats is de goede gewoonte om te zijn.
Zolang links van plan is een aards links te blijven of te worden, zal het ondanks alle liefde voor de symmetrie met deze bepalingen rekening moeten houden, tenzij het de voorkeur geeft aan een affaire met het oneindige '? waar men volledig begrip voor kan hebben, aangezien aardse sociaal-democratie in filosofisch opzicht verveelt en in esthetisch opzicht niet bevredigt.'(285)

'In de tijd van de polis verkondigde Aristoteles de mening dat alleen diegenen burgers konden zijn voor wie grootmoedigheid tot een tweede natuur is geworden. Het valt niet goed in te zien waarom dat voor de mensen van het tijdperk van de natiestaten en de globalisering niet meer van toepassing zou zijn, enkel omdat die het tegenwoordig over creativiteit hebben in plaats van over edelmoedigheid. De creatieve mensen, zo heet het, zijn degenen die het geheel ervan weerhouden tot een schadelijke sleur te vervallen. Misschien is het moment aangebroken om die frase aan haar woord te houden.' (286)

De klassieke grote verhalen '? die van het boek (Oude en Nieuwe Testament en Koran), het liberaal progressieve, het hegeliaanse, het marxistische en het fascistische '? hebben compleet gefaald in het verklaren en begrijpen van de globaliserende wereld, laat staan dat ze ertoe geleid zouden hebben die wereld zinvol en menselijk te veranderen.
Vandaag betekent filosoferen met elkaar twijfelen, elkaar onderzoeken en bevragen en creatieve gedachten wikken en wegen, aarzelend en grootmoedig: 'Dubito ergo sum!
Wie zo denkt, spreekt en handelt kan jonge mensen voorbereiden op de behoedzame deelname aan deze vrijmoedigheid, dit vrij kunnen, durven en willen spreken, deze 'parreisia' die niet verzandt in loze kreten en hol gefluister omdat hen iedere vorm van grondige kennis werd onthouden onder het motto dat onderwijs vooral 'tools' moet aanreiken om kennis te zoeken en te vinden.
De Grote Proletarische Culturele Revolutie heeft vanaf het midden van de jaren zestig van vorige eeuw een ravage aangericht in de mogelijkheid van vrij en met enige kennis van zaken te spreken voor de Chinese jeugd.
'We don’t need no education' was alles wat overbleef van Pink Floyds 'Another Brick In The Wall'. De gevolgen voor het opleidingsniveau en het onderwijs in Zuid-Afrika zijn vandaag nog steeds dramatisch.

Frank Furedi onderzocht in zijn boekje 'Waar zijn de intellectuelen?' reeds grondig dit fenomeen van infantilisering:
'?Het type bevestigend gedrag dat volgens opvoedkundigen voor kleine kinderen het beste is, is door de universiteit overgenomen. En hoe meer energie docenten aan de emotionele behoeften van hun studenten moeten besteden, des te minder zullen ze hen als potentiële intellectuelen serieus kunnen nemen – dat valt niet te vermijden.
Uit dit infantiliseringsproces komt een pessimistisch en antidemocratische mensbeeld naar voren. De doelgroep van het sociale integratiebeleid bestaat uit individuen die geen gelijkenis met het ideaalbeeld van het democratisch subject vertonen. In ideale voorstellingen van democratische participatie wordt uitgegaan van burgers die intelligent en verantwoordelijk genoeg zijn om zelfstandig te handelen en hun rechten te laten gelden. Ze kunnen kritiek uitoefenen en verdragen. Zijn volwassen, bezitten verantwoordelijkheidsgevoel en zijn bereid belang te stellen in zaken die niet alleen hen maar ook andere segmenten van een gemeenschap beà?nvloeden. De huidige culturele instanties en onderwijsinstellingen geven signalen af als zou van mensen niet mogen worden verwacht dat ze zich overeenkomstig democratische idealen gedragen. Zij verwachten daarentegen van hun publiek dat het emotioneel is, dat het alleen in zichzelf belang stelt, en dat het niet nieuwsgierig en niet volwassen is.'?(172)

Het wordt tijd dat in tempels, openluchttheaters, halfronden, salons, cafés, restaurants en passages, scholen, jeugdhonken, publieke ruimtes, audiovisuele en internetsites dit gesprek met een toenemende intensiteit aangegaan wordt. De behoedzame, onderbouwde, blijmoedige vrijmoedigheid van dit gesprek zal bepalend worden voor wie wij zijn en wat er na ons komt.
In deel II, ‘Globen’ van zijn magnum opus ‘Sferen’, behandelt hij een oerscène van dit soort gesprekken aan de hand van het Filosofenmozaà?ek van Torre Annunziata:
‘Zeven oudere mannen in een geà?dealiseerd landschap, niet ver van en Griekse stad, misschien Acrocorinthe, misschien Athene, beslist niet Sparta. De zonder uitzondering bebaarde heren zitten onder een boom met elkaar te praten, dicht bij een heilig woud, waarvan de ingang met zuilen gemarkeerd is; op de dwarsbalk staan offergaven in buikige vaten.
Alles in dit tafereel wijst op de uitzonderingstoestand: de plek is niet zomaar een plek; wat daar besproken wodt is niet zomaar iets. Kennelijk hebben de aanwezigen het over een brandende kwestie. Degene die links staat heeft zojuist zijn pleidooi beëindigd, zijn buurman geeft een summier antwoord door met de staf naar de bol te wijzen, en een soort verbazing verbreidt zich over de aanwezigen. Het lijkt alsof een idee de ronde doet en hen overrompelt als een attaque. Een zekere opgewondenheid hangt in de lucht, ja, men kan zich nauwelijks aan de indruk onttrekken dat de fascinatie van de discussie op dit moment heeft plaatsgemaakt voor een gemeenschappelijke ontsteltenis. Waarschijnlijk is er een vermetele, schrikwekkende gedachte opgeworpen, die zich met de kracht van het ‘voor de eerste keer’ aan de aanwezigen opdringt. (...) De woordenwisseling is overgegaan in het denken; wereldschokkende ideeën stijgen op uit het vruchteloze geklets en beginnen hun vlucht. Een ongekende evidentie biologeert het denkvermogen van de aanwezigen. (401)

Sloterdijks 'Het kristalpaleis. Een filosofie van de globalisering' kan bij dit soort gesprekken hulp bieden.
Over het filosofenmozaà?ek van Torre Annunziata – eerste eeuw v.C.- Museo Nationale Napels.

Peter Sloterdijk, Sferen II, Globes – Macrosferologie, Proloog: Intensieve Idylle.

404: De eerste aanhangers van het bios theoretikos weten dat de vrijheid om te denken alleen door een breuk met de stad en de later zogeheten volksgemeenschap verwezenlijkt kan worden.
Door de uitvinding van het denkspel filosofie wordende navolgende samenlevingsvormen, of ze nu als steden, monarchieën of keizerrijken worden ingericht, endogeen gespleten. Er is een denken in de wereld binnengedrongen, dat zich opwerpt als het laatste woord over wat geldt en is, en waarvan toch de meesten, ook de politiek, economisch, journalistiek machtigen slechts van de buitenkant kennis kunnen nemen. Met deze krenking moet elke reële samenleving, die het denken niet in zijn geheel wil hinderen, leren leven – ofwel door uit te wijken naar de bewondering, zoals de antieke wereld verkoos te doen, ofwel door te vluchten in de scepsis tegenover de hogere kennis en haar instituties, een scepsis die de vitalistische modernen helpt een leven te leiden in argeloosheid, zonder zich minderwaardig te voelen.('?)
Geen enkele intellectueel zou deze situatie ooit mogen vergeten: zeven geleerden tegenover een gestreepte bol, baardige heren in een opgewektheid die geen buitenstaander kan verklaren, ontsnapt aan de stad, overgeleverd aan een subtiele andersdenkendendheid, op grond van gemeenschappelijke logische intuà?ties gecommitteerd aan een oneindige vraag – dat is de oerscène van het academische pacifisme. ('?)

406: Het unieke van het filosofen tafereel zit hem eerder hierin dat enkele grootheden van het vroege denken zich op het moment van een gemeenschappelijke betrokkenheid bij een eenmalig thema laten observeren, met als doel de beschouwer getuige te laten worden van een debat dat constitutief is voor de filosofie als geheel. Men zou kunnen zeggen dat wat hier in beeld verschijnt de uitstorting is van de oervraag zelf. Voor de duur van het moment is datgene wat denken heet in zekere zin voor de voeten van het gezelschap gevallen. Er ligt een bol klaar die de toeschouwer met twee absolute imperatieven naar zich toetrekt:’ Kom, denk mij!’ en:’ Ga in mij op!’

427: De aanvangsdatum van de oorspronkelijke globalisering laat zich dus, tenminste als tijdvak, met enige duidelijkheid bepalen: het is de kosmologische verlichting bij de Griekse denkers, die door hun samenvoeging van ontologie en meetkunde de grote bol aan het rollen brachten. Misschien had Heidegger gelijk toen hij de moderniteit identificeerde met de bruiloft van het beeld-worden van de wereld en het zijnde, maar het begin van dit proces dateert nogal uit de bloeitijd van het Griekse denken. De weergave van het Al met een bol is de beslissende daad van de vroeg-Europese verlichting. Men zou de oorspronkelijke filosofie kunnen definiëren als de doorbraak naar het monosferische denken – d.w.z. de eis om het zijnde in zijn geheel te duiden aan de hand van de bolvorm. ('?)

Deel I. Over het ontstaan van het wereldsysteem.

12. Het monogeà?sme, de overtuiging van de uniekheid van onze planeet, doet zich aan ons voor als een dagelijks hernieuwde gegevenheid, terwijl het monotheà?sme nooit méér kan zijn dan een afgeleefd geloofsartikel, dat zich zelfs niet met de hulp van kwezelachtige bommen uit Oriënt laat actualiseren. De godsbewijzen moeten de smet van hun mislukking dragen, terwijl de aardbolbewijzen door een onophoudelijke stroom van evidenties steeds opnieuw bevestigd worden.

20. In de wereldgeschiedenis werd de aarde voorgesteld als draagster van culturen en extases; haar politieke karakter was de zegevierende eenzijdigheid van het expansionistische Europese naties; haar logische stijl is de indifferente rangschikking van alle dingen onder het embleem van de homogene ruimte, de homogene blijkt en de homogene waarde; haar werkwijze is de verdichting; haar economische resultaat is de totstandbrenging van het wereldsysteem; haar basis werd en wordt nog steeds gevormd door de in overvloed voorradig fossiele brandstoffen; haar esthetische uitdrukkingsvormen zijn de hysterische gevoelsuitstorting en de cultus van de explosie; haar psychosociale gevolg is de dwang medeweter te zijn van de ellende in verre oorden; haar vitale kans is de mogelijkheid de bronnen van het geluk en de strategieën van het risicomanagement intercultureel te vergelijken; haar morele pointe is de overgang van het ethos van de verandering naar het ethos van het zich laten temmen door het veroverde; haar beschavende tendens komt tot uiting in een complex van ontlasting, verzekering en comfortgarantie; haar antropologische uitdaging is de massale verwekking van ' laatste mensen'; haar filosofische consequentie is de mogelijkheid de ene aarde in talloze breinen te zien opkomen.

36. Wat wij ervoor de enige orde bij dingen hielden, is alleen maar een lokale betekenissamenhang waardoor we gedragen worden – laat die achter je en je zult zien dat er ook heel anders geconstrueerde ordeningsvlotten op de chaos drijven. Beide afgronden, zowel de kosmologische als de etnologische, confronteren de beschouwers met de toevalligheid van hun bestaan. Samen maken ze duidelijk dat het niet het 'verlies van het midden' is dat de ideologische catastrofe van de moderniteit heeft veroorzaakt, maar het verlies van de periferie. De uiterste grenzen zijn niet meer wat ze eens leken te zijn; het houvast dat ze boden was een illusie die we zelf hebben gecreëerd: de bekendmaking van dit verlies (technisch gesproken: de de-ontologisering van de vaste randen) is het is het dysangelie van de moderne tijd, dat zich tegelijk met het evangelie van de ontdekking van nieuwe kansen in nieuwe ruimten verspreid. Een van de kenmerken van dit tijdperk is dat het goede nieuws door het slechte gedragen wordt.

40. Met zijn keuze voor een westelijke koers had Columbus ervoor gezorgd dat het 'avondland' zich losmaakte van zijn onheuglijke zonnemythologische oriëntatie op het Oosten, sterker nog, met de ontdekking van een westelijke continent was hij er in geslaagd de mythisch-metafysische voorrang van de Oriënt te loochenen. Sedertdien gaan we niet meer terug naar de 'oorsprong' of naar het punt waar de zon opkomt, maar lopen vooruitstrevend en zonder heimwee met de zon mee.

52. De globe is in de handen van diegene die hem weten te gebruiken de ware icoon van de bevaarbaar geworden aardbol; sterker nog, hij is het beeld van de geldstromen die vanuit de toekomst naar het heden vloeien. Je zou hem zelfs kunnen zien als een occult uurwerk dat in het teken van verre eilanden en vreemde continenten de uren van de winst aangeeft. De moderne globe beproefde zijn geluk als kansuurwerk voor een gemeenschap van langeafstandsondernemers en risicodragers, die op de kusten van andere werelden vandaag al hun rijkdom van morgen zagen liggen. Op deze klok die de uren aangaf van wat er nog nooit was geweest, konden de conquistadores, de specerijenhandelaren, de goudzoekers en de latere realpolitici zien hoe laat het was voor hun ondernemingen en hun landen.

54. Deze debiteur-producenten geven de idee van de gemaakte schulden haar revolutionaire, moderne betekenis: een morele smet veranderen in een economische zinvolle impuls. Zonder het positivisme van de schulden geen kapitalisme. Het zijn de debiteur-producenten die het rad van de permanente geldcirculatie tijdens de ' tijd van de bourgeois' beginnen te draaien.
Het belangrijkste gegeven van de nieuwe tijd is niet dat de aarde om de zon draait, maar het geld om de aarde.

55. In deze economische en psychopolitieke constellatie verscheen de Romeinse geluksgodin opnieuw aan de horizon van de Europese belangen, omdat zij als geen andere figuur van de antieke godenhemel gemene zaak kon maken met de opkomende commerciële en maritieme ondernemersreligiositeit. De terugkeer van Fortuna beantwoordde aan het wereldgevoel van de kansontologische, dat in het opportunisme van Machiavelli, in het essayisme van Montaigne en in het experimentalisme van Bacon belichaamd werd. Ook het neofatalisme van de late Shakespeare behoort tot de karakteristieke zelfgetuigenissen van een tijd die de mens in zijn duistere uren opvat als een door concurrentie geà?nfecteerde, door afgunst verblinde, door falen getekende risicodragers; hier verschijnen de spelers als ballen op het wereldtoneel, waarmee illusiemachten, kwade genieën, geldgeesten en nijddemonen hun spelletjes spelen.

56. Wat is liberalisme, filosofische gesproken, anders dan de emancipatie van het accidentele? – en wat is het nieuwe ondernemen anders dan de ononderbroken poging het geluk te corrigeren?

67. Tijdens deze inhaalmanoeuvre werd men zich bewust van de unieke ontremmingswaarde van de godsdienst: wie zijn geloofsovertuiging in daden kenbaar maakt, heeft het moment van het doordringingsvermogen aan zijn kant. Uit deze constatering vloeit ten tijde van de godsdienstoorlogen een psychosemantische wapenwedloop voort, in het verloop waarvan het geloof niet alleen als beweegreden maar ook als wapen wordt ingezet. Terwijl de protestanten intussen als primaire fundamentalisten optraden, lag aan de jezuà?tische positie de parodie op het fundamentalisme van de tegenstander ten grondslag. Het jezuà?etentheater met zijn grote repertoire is in feite te herleiden tot de jezuà?tische positie als zodanig – ze schrijft de acteurs een rol voor waarin de rechtzinnigheid tot performance wordt.

73. De consultants daarentegen, voor wie de conjunctuur gunstig werd toen die van de ideologen ten einde liep, ontremmen hun clientèle en zichzelf binnen een minder martiaal kader, omdat hun wereldbeeld wel concurrenten maar geen vijanden kent. Ze doen dit in naam van de vrije markt en het recht van de mens op succes – maar men hoeft zich niets wijs te maken: ook dat is geen picknick. Hun metier berust op het besluit het economische succes met zijn elementen leiderschap, intuà?tie, charisma etcetera, als iets te presenteren wat men zich met behulp van min of meer geijkte methoden eigen kan maken. Ze moeten de fictie creëren dat project en geluk op controleerbare wijze met elkaar gecombineerd kunnen worden.
De aflossing van de ideologen door de consultants vond in hoofdzaak na 1968 plaats, nadat het neo-marxisme nog één keer hoog van de toren had geblazen: het had zich met behulp van Freud schijnbaar verjongd en liet zich weinig gelegen liggen aan de verdenking dat het met datgene wat Thomas Mann in een bekende wending uit de jaren 40 het 'intellectuele fascisme' had genoemd, toch meer dan alleen de radicale manier van doen gemeen had.

74. Soeverein is diegene die zelf beslist door wie of wat hij zich laat beetnemen.

102. Op de markt voor moderne immuniteitstechnieken heeft het verzekeringswezen met zijn begrippen en methoden de filosofische zekerheidstechnieken definitief verdrongen. De logica van het gecontroleerde risico is veel lucratieve en praktischer gebleken dan het metafysische postulaat van de laatste grond. Met het oog op dit alternatief hebben de grote meerderheden van de moderne samenlevingen een tamelijk eenduidig besluit weten te nemen. Verzekering wint het van evidentie – in deze woorden ligt het lot van alle filosofie in de technische wereld besloten.
Als enige moderne land zijn de Verenigde Staten van Amerika niet de weg naar de verzorgings- en verzekeringsstaat ingeslagen, met als gevolg dat bij hen de religie, in algemene zin gesproken, een 'fundamentalistische dispositie', een vorige moderne tijd atypische betekenis, behield – ze hebben zich zowel tegen de godsdienstkritische Verlichting als tegen alle pogingen de burgers hun vuurwapens af te nemen verzet; voor hen blijven immuniteit en zekerheid in eerste instantie constructies die in de hoofden van de individuele voltrokken moeten worden. (Om soortgelijke redenen houdt Hollywood het beeld van de held, ondanks de onbetwistbare premoderniteit ervan, hardnekkig in stand; waar de overheid de voortdurende morele wildernis niet de baas wordt, kan de held nog steeds niet gemist worden.) Maar overal elders, waar het denken de overhand heeft gekregen, voltrekt zich de mentaliteitsverandering, die kenmerkend is voor de postmoderne 'samenlevingen' van de verveling: daar worden onzekere situaties schaars – daarom kan de storing als uitzondering worden genoten, de 'gebeurtenis' krijgt een positieve waarde, de vraag naar verschilbelevenissen overstroomt de markten. Alleen de door en door verzekerde 'samenlevingen' hebben een begin kunnen maken met deze esthetisering van de onzekerheden en valkuilen, die het criterium vormt van de postmoderne levensvormen en hun filosofieën.

135. Hedendaagse mensen zijn nog het meest ontvankelijk voor de psychodynamische aspecten van de scheepsruimbelevenis, omdat zij aanknopingspunten vinden in de omgang met het interieur van de caravan en de auto. ('?)
De belangrijkste functie van de scheepsromp is echter zijn verdringing, zowel in fysisch als in symbolisch opzicht: omdat het zich in het natte element voortbeweegt, dat dankzij zijn verdringbaarheid aan de ruimte-eis van het schip tegemoetkomt, weet het drijvende lichaam de weerstand van zijn drager te overwinnen. Op sociaal gebied beantwoordt hieraan de regel dat menselijke ensembles die zich naar buiten wagen alleen coherent blijven als het hun lukt hun lekken te dichten en de voorganger van het innerlijk in het onleefbare element in stand te houden. Zoals vroeger de kerkschepen deze verdringingsprestatie op het vasteland overdroegen om vaartuigen voor christenzielen op de aardse levenszee te zijn, zo zullen de expeditieschepen in de uitwendige ruimte met des te meer reden op hun verdringingsruimte als hun meegebrachte bergingsvorm moeten vertrouwen.

140. Wat men de uitbuiting van de koloniën heeft genoemd, is niets anders dan de meest massieve vorm van vaderlandbinding van de kolonisators – wat heel in het bijzonder voor de Spanjaarden geldt, een uitgebreide bureaucratie op poten zetten. Overblijfselen daarvan kunnen ook vandaag nog in het Archivo de las Indias van Sevilla bezichtigd worden. De kunst van het roven is net zo oud als de aardse globalisering: in het begin van de 16e eeuw werden in Antwerpen de gouden schatten van de Azteken tentoongesteld, zonder dat er ook maar iemand vragen stelde over hun rechtmatige bezitters; Albrecht Dürer heeft deze werken van een kunst van heel andere oorden met eigen ogen aanschouwd.

Deel II. Het grote interieur.

151. De aardse globalisering is dus zover voortgeschreden, dat het absurd zou zijn om nog een keer en rechtvaardiging van haar te verlangen. Zoals de feitelijke bezetting van een land tot in de 19e eeuw het doorslaggevende argument was waarmee de Europese natiestaten hun koloniale aanspraken realiseerden, zo is de praktische uitvoering van de aardse globalisering tot zelfrechtvaardigend argument van het proces als zodanig geworden. Na een aanloopfase van verschillende eeuwen wordt het wereldstelsel steeds stabieler in zichzelf: het is een complex van roterende en oscillerende beweging en die zich op eigen kracht instandhouden. In het rijk van de circulerende kapitalen heeft het momentum de argumenten ingehaald. De daadwerkelijke uitvoering vervangt de legitimiteit, de feiten zijn tot hogere machten geworden. Als je het over globalisering hebt, kun je net zo goed 'noodlot' zeggen.

153. Aangezien de aardse globalisering een puur feit is, dat laat en onder specifieke omstandigheden is ingetreden, laat ze zich niet interpreteren als manifestatie van een eeuwige waarheid of een onvermijdelijke noodzakelijkheid. Het zou misplaatst zijn in haar de uitdrukking van de biologische leerstelling te willen zien dat alle mensen op de aarde een enkele soort vormen. Zij pleit al evenmin voor de metafysische idee dat de menselijke soort één en dezelfde schat van onveranderlijke waarheden deelt – ook al zijn er mensen die dat geloven of die zeggen dat te geloven. En ze weerspiegelt al helemaal geen morele wet volgens welke alle mensen zo voorkomen en betrokken mogelijk aan alle overige soortgenoten zouden moeten denken. De naà?eve aanname van een potentiële openheid van allen voor allen wordt door de globalisering ad absurdum gevoerd. Integendeel, hoe meer de wereld in een netwerk verandert, hoe duidelijker de onvermijdelijke eindigheid van de belangstelling van mensen voor mensen wordt – er treedt alleen een morele accentverschuiving op, en wellicht in de richting van een steeds toenemende belastbaarheid ondanks verhevigende stress. Men moet er niet raar van opkijken als blijkt dat hoe meer de wereld in een netwerk gevangen raakt, hoe meer de symptomen van misantropie in aantal zullen groeien. Als mensenvrees een natuurlijk antwoord is op onwelkome nabuurschap, dan kan men op grond van de gedwongen nabuurschap-op-afstand van de meerderheid met de meerderheid een ongekende epidemie van misantropie voorspellen. Dat zal alleen diegenen verbazen die vergeten zijn dat de uitdrukking 'buur' en 'vijand' van oudsher nagenoeg synoniem waren. Tegen deze achtergrond krijgen begrippen als 'beschaving' en 'wereldburgerschap' een andere betekenis: zij verwijzen voortaan naar de horizon van misantropie onderdrukkende maatregelen. ('?)
Om antropologisch te spreken: de homo sapiens heeft van alle levende wezens de breedste rug – hij heeft hem nodig om hem zijn medemensen toe te keren.

154. De geglobaliseerde wereld is de gesynchroniseerde wereld; haar vorm is de geproduceerde gelijktijdigheid: haar convergentie bestaat uit actualiteiten.

160. Terwijl de exemplarisch mens van de Eerste Oecumene( de tijden van het Roma Aeterna) de wijze was, die zijn gebroken relatie met het absolute overpeinsde, en de heilige, die zich op grond van genade dichter bij god mocht voelen dan de zondaar, is de exemplarisch in mensen de (actuele) Tweede Oecumene het wereldidool, dat nooit zal begrijpen waarom het meer successie heeft dan anderen, en de anonieme denker, die zich openstelt voor de twee belangrijkste ervaringen van de tijd: ten eerste voor de telkens weer uitbarstende 'revoluties' in de zin van 'de verschijningen van het oneindige in het hier en nu', en ten tweede voor de schande waarvan elk wakker leven tegenwoordig meer last heeft dan van de erfzonde: zich niet voldoende tegen de alomtegenwoordige devaluatie van het levende te verzetten.
Op de laatste bol, de vestigingsplaats van de Tweede Oecumene, zal er geen sfeer van alle sferen zijn – noch een digitaal gecreëerde, noch een wereldpolitieke, en al helemaal geen religieuze (want wie met Habermas en Ratzinger onverdroten rekent op de solidariserende macht van de religie, moet beter bestand zijn tegen teleurstellingen dan de mensen van tegenwoordig). Ook het Internet, hoe groot zijn mogelijkheden ook zijn, creëert als superinclusiesysteem onvermijdelijk een complementaire superexclusiviteit. De bol, die slechts uit oppervlakten bestaat, is geen huis voor allen, maar een verzamelbegrip van markten waarop niemand 'bij zichzelf kan zijn'; niemand kan zich thuis voelen waar geld, goederen en ficties van eigenaar verwisselen. Wereldmarkt is het woord voor de constatering (en de eis) dat alle aanbieders en klanten elkaar in een algemene buiten tegenkomen. Zolang er wereldmarkten bestaan (of een wereldmarkt bestaat), zullen alle speculaties over het herstel van een huiselijk of hoofdstedelijk georganiseerde zorg in een integrale mensheidbinnenruimte de mist ingaan.

180. Voor de rest is 'geschiedenis' precies datgene wat in de volksmond oude koek wordt genoemd. Hoe snel die taai wordt, daarvan geven de dekolonisatie na 1945 en de militaire patstelling van de Koude Oorlog een beeld. In 1947 traden India en Pakistan uit het Britse imperium; na 1953 trekken de Fransen zich terug uit Indochina; het merendeel van de Afrikaanse staten wordt dan gedurende de jaren 50 en 60 onafhankelijk; in 1974 verdampen de resten van het Portugese wereldrijk; in 1990 verlaat met de instorting van de Sovjet-Unie de laatste Oud-Europese missiemachten het toneel, haar val verwijst de laatste tribuutstaten van de aarde naar het kapitalisme of de chaos. Over het nationale communisme van de Chinezen kunnen we zeggen dat het geen wereldrijk in zich draagt – maar het blijft belangrijk omdat het bewijst dat kapitalisme en democratie in grote stijl los van elkaar kunnen bestaan – iets wat law-and-order politici over de hele wereld aan het dromen zet. Daarom zou het wel eens tot een paradigma kunnen worden voor een zich nu al aftekenende fundamentele ontwikkeling in de 21e eeuw: de overgang naar een wereldsysteem van het autoritaire kapitalisme.

189. De ideologie van het detail steunde op de veronderstelling dat de ruilwaarde, de zogenaamde onzichtbare genius malignus van de moderne wereld, in de ornamenten van de waar gestalte kreeg en zich in de arabesken van de passage-architectuur openbaarde. Vervuld van het bijgeloof in het detail, beet Walter Benjamins onderzoek zich in onderaardse bibliotheekarbeid vast, door onvrije genialiteit in een uitzichtloze richting gedreven. Hoe meer materiaal het opstapelde, des te dieper bedolf het de vruchtbare opzet van de onderneming, namelijk om de interieur – en contextscheppende kracht van de kapitalistische modus vivendi bloot te leggen. Benjamins interpretatie van de passages werd geà?nspireerd door het realistische, maar triviale marxistische inzicht dat achter de glanzende buitenkanten van de warenwereld een eerder onaangenaam te noemen en soms zelfs troosteloze arbeidswereld schuilgaat; ze werd verwrongen door de suggestie dat de kapitalistische wereldsamenhang als zodanig een hel is, bewoond door verdoemden die uit hun verdoemenis helaas geen politieke lessen trekken. In duistere toespelingen werd gesuggereerd dat die mooie wereld onder glas een metamorfose van Dantes inferno was. Een idee over hoe een democratische verbouwing van de passages zou kunnen uitzien en, sterker nog, opheldering over de vraag of een uitbraak van de 'massa’s' uit de matrix of het 'veld' van het kapitalisme denkbaar of zelfs maar wenselijk was, bleef het onderzoek tegen deze achtergrond schuldig. Over het geheel genomen getuigen Benjamins studies van het wraakzuchtige geluk van de melancholicus die een archief van bewijzen voor de verdorvenheid van de wereld aanlegt

196. Aanval is een prima verkoopbaar product, en hoe meedogenlozer hij wordt uitgevoerd, des te hoger de mediale beloning uitvalt. De aanvallers weten hoe dat komt: de zenuwstelsels van de bewoners van het kristalpaleis zijn een makkelijke prooi voor elk soort invasie, omdat ze, murw gemaakt door de paleisverveling, altijd op nieuws van buiten zitten te wachten. Omdat ze permanente om werk verlegen zitten, doen de paranoà?de programma’s van de welvaartsburgers niets liever dan elk signaal dat wijst op het bestaan van een externe vijand, ook al is het nog zo zwak, op te vangen en te versterken. Die versterkte geluiden worden in de hysterische infosfeer als weergave van de situatie aan de terreurconsumenten doorgegeven, die op hun beurt indirecte zich-bedreigd-voelen als stimulerend middel in hun stofwisseling opnemen.

197. Terrorisme heeft zich als strategie van de eenzijdige expansie op het posthistorische continent ' aanacht' bewezen: het doordringt de hersenen van de massa’s zonder op noemenswaardige tegenstand te stuiten, en het heeft een belangrijk segment op de wereldmarkt van de thematische opwinding veroverd. Daarom is het, zoals Boris Groys in zijn voldoende koelbloedige analyses heeft laten zien, nauw verwant met moderne verschijnselen in de kunst, zoals performances en video-art, ja misschien trekt het slecht uiterste consequentie uit de tradities van de romantische transgressieve kunst.

208. Regeringen zijn tegenwoordig groepen personen die zich erin gespecialiseerd hebben de schijn op te houden dat men de toestand in een land binnen de remmingscontext energiek kan verbeteren. Analoog hieraan houden kunstenaars in de regel alleen maar de schijn op dat ze zich met innovatie bezighouden. Ongeoorloofde originaliteit leidt tot een aantekening in de personeelsakte. Onder misdadigers verstaat men de facto meestal personen die men bij het verrichten van hun laatste eigenmachtige daad heeft betrapt. Moeten we nog met zoveel woorden zeggen dat deze toestand, ook al zal hij ons in eerste
instantie verbazen, bijna zonder reserve moet worden toegejuicht?

247. Omdat de moderniteit als geheel op het linnen van de overvloed geschilderd is, worden haar burgers door het gevoel van een voortdurend wegvallen van grenzen geprikkeld. Ze mogen en moeten weten dat hun leven zich in een tijd zonder normaliteit afspeelt. Het geworpen-zijn in de wereld van het teveel wordt betaald met het gevoel dat de horizon verglijdt.

268. De bedrieglijke balans waarop het hele systeem (van de bedrieglijke Amerikaanse werkelijkheid) rust, wil và?à?r alles het enorme aantal verliezers, die in de gokhal van de pursuit of happyness moesten achterblijven, aan het zicht onttrekken. Niettemin zijn de gegevens zo overduidelijk dat ze ook door de bewonderaars van het Amerikaanse model niet makkelijk kunnen worden genegeerd. Er zijn in de VS meer uitzichtloze armen dan Irak inwoners telt, er zijn meer chronische psychofarmacagebruikers dan in welk ander land op aarde, er zijn meer mensen met de meest ernstige vorm van overgewicht dan in alle overige landen van de wereld, er zijn meer groepen zonder politieke vertegenwoordiging en niet-stemmers dan in welke andere democratische staat, er zijn verhoudingsgewijs meer gedetineerden in de VS dan in Europa en zes tot acht keer meer dan in de meeste andere landen van de wereld. Toch blijven al deze probleemcollectieven met de American Way of Life verbonden, doordat ze met behulp van een uitgekiend systeem van depressieverdoezeling en innerlijke balansvervalsing hun hoofd boven water houden. Ze stellen alles in het werk om maar niet in de afgrond te hoeven kijken die voor de voeten van iedere ongelukkige gelijkszoeker in dit land gaapt. Daaruit klinkt een bekende melodie op waarvan men de tekst pas verstaat als men de oren spitst. Eenmaal begrepen vervult hij de luisteraar met huiver: If I can't make it there, I'll make it nowhere.

274. Het succes van deze grootste Europese bevrijdingsbeweging blijkt uit feit dat er al tijdens de Oudheid intellectuele restauraties plaatsvonden, die zich verzetten tegen de zogenaamde valse vrijheid van het zweven in een voorstellingsruimte die van alle reële bindingen ontdaan is. De polemiek van Jezus tegen de Farizeeën is zo'n reactie van het leven tegen het lezen, evenals de lachbui van het Thracische dienstmeisje als ze ziet hoe de verstrooide filosoof Thales in een put loopt. Sinds het stoà?cisme wordt de antieke levensfilosofie bij uitstek geà?nspireerd door de wens om weer op te gaan in het leven, ook al propageert men met typisch filosofische overmoed de eenheid van leefwereld en universum. Diogenes is de komische held van de bloedserieuze terugkeer naar het lichamelijke.
Men zou deze trends als de eerste opleving van het in situ – principe kunnen betitelen '? ze vertolken het protest van de participatiegeest tegen de (verklaard of werkelijk) te ver doorgedreven breuk van het lezend-waarnemend intellect met de gedeelde situaties. Diogenes, Jezus en het Thracische dienstmeisje zijn dus reactionairen in de strikte zin van het woord, althans vanuit het perspectief van diegenen die het lezen boven het leven verkiezen. Alledrie zouden ze, net als de stoà?cijnen en de epicuristen, met deze kwalificatie hebben ingestemd '? ze zouden hun positie hooguit met de opmerking hebben toegelicht dat het leven, zonder te kort te doen aan zijn primaire spontaniteit, ook af en toe reactie moet zijn: een ondubbelzinnig nee tegen deformerende dictaten en ondubbelzinnig verzet tegen misplaatste samenpersingen. In de taal van de dienstmeisjes: je laat je toch niet alles gevallen; in kreupelrijm: wie zich niet weert, die leeft verkeerd.
Zulke 'reactionaire 'impulsen wandelen sindsdien in velerlei verschijningsvormen door de tijden: ze keren terug bij de vroege socialisten, de situationisten, de communitaristen en de groepstherapeuten.

285. Zolang links van plan is een aards links te blijven of te worden, zal het ondanks alle liefde voor de symmetrie met deze bepalingen rekening moeten houden, tenzij het de voorkeur geeft aan een affaire met het oneindige '? waar men volledig begrip voor kan hebben, aangezien aardse sociaal-democratie in filosofisch opzicht verveelt en in esthetisch opzicht niet bevredigt.

286. Maar dat de zielen met de wereldvormen meegroeien, in de steppen, in de steden en in de rijken, is een feit dat de filosofie als uitgangspunt nam; het zou haar ook bij de metamorfose, die gezien de huidige mondiale situatie geboden is, de richting kunnen wijzen. In de tijd van de polis verkondigde Aristoteles de mening dat alleen diegenen burgers konden zijn voor wie grootmoedigheid tot een tweede natuur is geworden. Het valt niet goed in te zien waarom dat voor de mensen van het tijdperk van de natiestaten en de globalisering niet meer van toepassing zou zijn, enkel omdat die het tegenwoordig over creativiteit hebben in plaats van over edelmoedigheid. De creatieve mensen, zo heet het, zijn degenen die het geheel ervan weerhouden tot een schadelijke sleur te vervallen. Misschien is het moment aangebroken om die frase aan haar woord te houden.

Reacties graag naar mailadres.