knee compression sleeve

Er is nog zo veel dat ongezegd is. (Rutger Kopland)

Dupslog
Dupslog

Multatuli (1820-1887) – Ik weet niet waar ik sterven zal… (Saïdjahs zang)

14 maart 2016

DAGGEDICHT - Multatuli (1820-1887) – Ik weet niet waar ik sterven zal… (Saïdjahs zang)

HETMOOISTE GEDICHT·MAANDAG 14 MAART 2016
Uit het verhaal van Saïdjah en Adinda in Multatuli’s ‘Max Havelaar’ (1860).

Ik weet niet waar ik sterven zal.
Ik heb de grote zee gezien aan de Zuidkust, toen ik daar was
met mijn vader, om zout te maken.
Als ik sterf op de zee, en men werpt mijn lichaam in het diepe
water, zullen er haaien komen.
Ze zullen rondzwemmen om mijn lijk, en vragen: ‘wie van
ons zal het lichaam verslinden, dat daar daalt in het water?’

Ik zal ‘t niet horen.

Ik weet niet waar ik sterven zal.
Ik heb het huis zien branden van Pa-Ansoe, dat hijzelf had
aangestoken omdat hij mata-glap was.
Als ik sterf in een brandend huis, zullen er gloeiende stukken
hout neervallen op mijn lijk.
En buiten het huis zal een groot geroep zijn van mensen, die
water werpen om het vuur te doden.

Ik zal ‘t niet horen.

Ik weet niet waar ik sterven zal.
Ik heb de kleine Si-Oenah zien vallen uit de klapaboom,
toen hij een klapa plukte voor zijn moeder.
Als ik val uit een klapaboom, zal ik dood neerliggen
aan de voet, in de struiken, als Si-Oenah.
Dan zal mijn moeder niet schreien, want zij is dood. Maar
anderen zullen roepen: ‘zie, daar ligt Saïdjah!’
met harde stem.

Ik zal ‘t niet horen.

Ik weet niet waar ik sterven zal.
Ik heb het lijk gezien van Pa-Lisoe, die gestorven was
van hoge ouderdom, want zijn haren waren wit.
Als ik sterf van ouderdom, met witte haren, zullen de
klaagvrouwen om mijn lijk staan.
En zij zullen misbaar maken als de klaagvrouwen bij
Palisoe’s lijk.
En ook de kleinkinderen zullen schreien, zeer luid.

Ik zal ‘t niet horen.

Ik weet niet waar ik sterven zal.
Ik heb velen gezien te Badoer, die gestorven waren. Men
kleedde hen in een wit kleed, en begroef hen
in de grond.
Als ik sterf te Badoer, en men begraaft mij buiten de
desa, oostwaarts tegen de heuvel, waar ‘t gras hoog
is…
Dan zal Adinda daar voorbijgaan, en de rand van haar
sarong zal zachtkens voortschuiven langs het gras…

Ik zal het horen.

Reacties graag naar mailadres.