Er is nog zo veel dat ongezegd is. (Rutger Kopland)

Dupslog
Dupslog

Waarom Roger Vangheluwe ondanks de harde feiten niet wordt vervolgd: het mirakel van justitie

3 mei 2016

De volledige top van de kerk blijft buiten schot in Operatie Kelk, zélfs Roger Vangheluwe, de voormalige bisschop van Brugge die met zijn bekentenis als pedofiel de zaak aan het rollen bracht. Nauwgezette lectuur van de eindvordering van het federale parket vergroot alleen maar het ongeloof: er is een berg porno bij hem aangetroffen, ‘mogelijk met minderjarigen’, een derde persoon heeft een klacht tegen hem ingediend en uit het dossier zelf blijkt dat hij nog een ander neefje langdurig heeft misbruikt. Het moet een mirakel zijn.

Naar aanleiding van dit Humo artikel van maandag 2 mei 2016 mijn opiniestuk op vrt-deredactie.be van zes jaar geleden:


LITANIE VAN DE HUBRIS, DE GROOTSTE ZONDE
02 / 05 / 2010
‘Hij leed aan de hubris en dat is zijn ondergang geworden’, verklaarde vorige zondag een wijze ouderling voor de Salvatorskathedraal van de titulaire bisschop van Brugge.
‘Toen ik hem als chauffeur ophaalde, en Roger nog eens feliciteerde met zijn benoeming, antwoordde hij: Van nu af aan is het monseigneur, nietwaar’, aldus de woordvoerder van de vorige bisschop, latere hoofdredacteur van het parochieblad, Kerk & Leven.
Hubris is de grootste zonde en de gevaarlijkste.
Het is de zonde van de godgelijkheid, van hoogmoed en overmoed.
Hubris verdrijft de menselijkheid en leidt tot verblindende eenzaamheid.
Het is de zonde van het zieke gemoed.

Metamorfose
In het fenomenale Marmorbad bij de Landgraf Karls Orangerie in het Barokke Park aan de Karlsaue te Kassel, Duitsland, beeldhouwde Pierre Etienne Monnot van 1722 tot 1728 acht taferelen uit de ‘Metamorfosen’ van Ovidius in opaal marmer. De Romeinse dichter Publius Ovidius Naso stelt hier de
flexibililteit van de menselijke geest door passie en intense emotie tegenover de statische onmacht van de goden.
Wat hem op een terminale ballingschap in Tomis – vandaag Constanta aan de Roemeense Zwarte Zeekust – te staan kwam, wegens zijn oude drinkebroer Octavianus niet bepaald gelukkig. Hij had zichzelf immers net tot Goddelijke Augustus uitgeroepen. Zo’n blasfemie kon daarom niet ongestraft blijven.
In schitterende half verheven beeldhouwwerken lichten naargelang de stand van de zon op de ramen van het Marmorbad de aangezichten van de metamorfoserende hoofdfiguren op. Tegenover en naast deze intieme en intense oden aan de wervelende menselijke geest plaatste Monnot een reeks beelden van goden, die met geloken ogen onbewogen neerkijken op het leed van de stervelingen in dit ondermaanse.
Deze goden had hij reeds in Rome gebeiteld en kon hij in één moeite succesvol slijten aan de Hessische Landgraaf.

Goden zonder mededogen
Hubris is de grootste zonde van heersers, hoogwaardigheidsbekleders, leidinggevenden en politici die zich verliezen in hun godgelijke zelfbeeld met geloken ogen zonder mededogen. Uiteindelijk verstijven ze in het harnas tegen de pijn van het zijn. Een glimp van passie herkennen ze enkel nog in noodseks, drank, drugs en hun ‘deuxième bureau’ al dan niet in de residentie of hoofdstad.
Naargelang het tijdsgewricht en de appreciatie van hun woorden en werken eindigen ze opgeknoopt, onthoofd, gefusilleerd, plegen ze zelfmoord, verdwijnen ze in een klooster of eindigen ze reeds bij het leven gemummificeerd.
Dat hangt af van de cultuur van hun respectievelijke onderdanen, kiezers dan wel gelovigen.
Autoritaire boerenculturen met een grote kloof tussen arm en rijk maken vaak op gruwelijke wijze komaf met falende goden. Rusland was daarvan een stichtend voorbeeld onder de tsaren en de sovjets.
In China daarentegen werden gevallen (rode) mandarijnen doorgaans verbannen naar afgelegen oorden waar ze zich aan de rand van vijvers met goudwindes kalligrafisch konden bezinnen over het wentelende wiel van de geschiedenis, de natuur en het kronkelende pad van hun eigen leven. Ze hielden zich ver van de officiële residenties maar konden bij een wissel van het regime weer uit de luwte oprijzen.

Prelaten en priesters
Hubris is de grootste zonde van prelaten en priesters die zich zien als gezalfden. Door het afleggen van de geloften van kuisheid, armoede en gehoorzaamheid bekennen ze zich tot een superieure kaste en kunnen bijgevolg niet verplicht worden om schadevergoedingen te betalen aan mensen die lijden onder hun misbruik (sic).
Al geeft de Roomse bisschop van Rotterdam, de Salesiaan Ad Van Luyn, nu toch pastoors die kinderen misbruikt hebben aan bij het gerecht.
Zijn navolging zij geprezen.
Hubris is de grootste zonde van prelaten en kerkvorsten, van priesters en paters, van broeders en zusters en iedereen die gegeven of verworven macht misbruikt, zeker in een autoritaire hiërarchie als die van de Rooms Katholieke Kerk.
De golf aan getuigenissen over seksueel misbruik is niet exclusief eigen aan een hedendaagse kerk in een veranderende maatschappij waar vrouwen en kinderen mondiger werden en het geestelijke gezag in vraag werd gesteld.
De triomfalistische katholieke kerk van vóór de jaren zestig kende nog meer en schrijnender voorbeelden van (seksueel) machtsmisbruik. Niet alleen in Ierland, maar overal waar een hiërarchie van elders de controle van en door een gemeenschap van leden, gelovigen, bewoners overrulede.
Ook bij protestantse geloofsgemeenschappen, in boeddhistische kloosters, Thora en Talmoed scholen en Islamitische madrassas heerst vaak terreur van machtsmisbruik, ook seksueel. Maar dan onder het toeziende oog van de eigen gemeenschap. Pottenkijkers krijgen geen toegang en zolang het wereldbeeld beperkt kan blijven tot de muren van geloofs- of gemeenschapsgenoten, heerst de omerta.
Hierover heeft Philippe Claudel een beklijvende roman geschreven: ‘Het verslag van Brodeck’.

Compensatie en sublimatie
Hubris is de grootste zonde voor wie vrijwillig belooft af te zien van (seksueel) genot voor het hogere doel.
Wie hunkert naar compensatie en sublimatie dreigt vaak te verzeilen in gretigheid om de andere in zielenood te helpen. Wanneer eigen aardse talenten en verlangens werden geofferd voor neurotische herhaling van lust, verwordt ‘geestelijke’ hulpverlening tot machtsverslaving aan begeleidende pijn.
Hubris is de grootste zonde voor psychotherapeuten en hulpverleners die zich verlustigen in de spiegelende pupil van hun cliënt.
Hubris is de leraar of ouder die respect eist van een kind dat hij tot eerlijkheid dwingt bij ontbreken van gezag gebouwd op vertrouwen.
Hubris is de zonde van maakbaarheidsideologen die wreedheid cultiveren wegens de hen meegedeelde Wil van de Ene en de Ware.
Hubris is de aartsbisschop die de put van de vergeten gruwelen opent voor zijn voorganger en er zelf overheen valt.
Hubris is de prelaat of de imam die menselijke wetten overtreedt om dienstbaar te zijn aan de wil van hun grotere God.
Hubris is de grootste zonde van broeders en zusters die de kinderen van een mindere god publiek met de mond tuchtigen en in beslotenheid bevingeren.
Hubris is de rechter die de wetten interpreteert naar haar eigen schimmige belangen.
Hubris is in publieke belangen het persoonlijke prefereren boven de gemeenschap, maar ook collectieve druk laten primeren boven individueel falen.
Hubris is de zonde voor wie zich vastklampt aan mechanische wijsheden van bouwvakkersmythologieën uit angst voor het dynamische onzekerheidsprincipe van de werkelijkheid.
Hubris is steevast kiezen voor het licht boven de duisternis, voor verblindende zekerheid boven verwarrende twijfel, vooral aan jezelf.
Hubris verblindt de columnist tussen collectieve woede en individueel leed, oordeelt zonder mededogen over wie veroordeelt onder pijn.

‘En wie betaalt het gelag? De priester, die als een spons wordt gedwongen het leed op te zuigen dat door iedereen wordt afgescheiden, het verdriet, de wanhoop, het onbegrip en het gehuil; en hij moet ermee verder leven, iedere avond, nacht na nacht…Af en toe, als ik aan het eind van de middag na een lange dag naar huis ga, voel ik me loodzwaar. De mensen hebben me tot m’n oren volgegoten met leed en verdriet. Zij zijn geledigd, opgeruimd vertrekken ze en ik trek mijn habijt aan – daar ben ik voor!’ Philippe Claudel, Alles waar ik spijt van heb. (131)

Het zwijgen der tragedie
Hubris is de grootste zonde voor wie populisme koestert als een verstikkende mantel voor de eigen ijdele onmacht: ‘In de Wetstraat staan wij enkel voor de wensen van de mensen uit de Dorpstraat!’

Infantiliseren van de kiezer is het ’sarcasme’ vanwege partijleiders – het vlees wordt vernietigend, afstandelijk en arrogant losgescheurd van de beenderen. Cynische burgers ontberen de logica van het geweld en ontwijken de val van de waanzin. Zij laten zich niet opjutten door nationalisme en verfijnde wij-zij-logica. Zij kiezen voor het minste leed, voor menselijkheid bij het samenleven in de stad en de wereld. Niets is immers wat het lijkt, zwart en wit herkennen zij als grijswaarden!
Of zoals Stefan Hertmans in ‘Het zwijgen van de tragedie’ omschreef: ‘Tragedies zijn onmogelijk geworden omdat wij niet sacraal, maar ironisch redeneren: we kunnen relativeren, we beschouwen een tragisch voorval als een ontwikkeling waaraan mensen zelf schuldig zijn, niet als een hogere fataliteit. We redeneren horizontaal en causalistisch, niet verticaal en sacraal. We geloven heilig in de relativering van waarheid. Dat is onze anti-sacrale sacraliteit.’ (277)
Hubris is de grootste zonde van Amnesty International dat een verbod op boerka of nikab in de publiek ruimte een aanslag vindt op godsdienstvrijheid.
Hubris is grenzeloos politiek correct denken als zelfverklaarde herders van andermans geweten en de publieke moraal.
Hubris is de minister of president die zijn geloof hoger acht dan de beloftes van vrede waarop hij verkozen werd.
Hubris is een koningin die zich laat fêteren door wie ze minacht, een kroonprins die zich boven constitutionele regels verheven acht, een koning die zijn kinderen niet erkent, een vader die zijn zonen ment, een moeder die haar dochters vent.
Hubris is een god die geen andere goden laat vereren.

Parels van spijt en pijn
‘Als schelpdieren zich onder water verwonden, dan maken ze prachtige parels om de wond heen, om die te helen en de pijn te verzachten, vlammende parels, ware schatten die een herinnering in zich dragen, de herinnering aan een wond… Als wij mensen ons pijn doen, of iemand anders pijn doen, dan zijn onze parels de dingen waar we spijt van hebben, wij fabriceren schitterende spijt, en in de loop van je leven worden alle dingen waar je spijt van hebt, of je nu prins, schoenmaker of senator bent, opgeschreven in een groot boek, een geweldig mooi boek met heel veel goud en verluchtingen. Het boek der schulden heet het, ze worden erin opgeschreven en opgeteld, en iedere keer als er iets bij wordt geschreven waar je spijt van hebt, dan ga je huilen en voel je zelf medelijden, maar het geeft je ook de kracht om door te gaan tot een volgende keer, en zo verloopt het leven. (….) Je gaat dood omdat je nergens meer spijt van kunt hebben…’ (173) Philippe Claudel, ‘Alles waar ik spijt van heb’.
Hubris is de grootste zonde van het Afrikaanse staatshoofd dat zich gedraagt als een stamhoofd.
Hubris is de grootste zonde van de partijleider die zijn kiezers publiek verleidt en privé misprijst om hun bigotterie.
Hubris is de grootste zonde van de politicus die beweert met schone handen de macht te mennen met gortdroge cijfers en argumenten over goed werk voor de mensen.
Hubris is de zuivere van hart en geest die als godgelijke politiek bedrijft zonder het passionele spel van liegen en bedriegen, van emoties en veinzen terwijl hij de ware macht bedient in de coulissen.
Hubris is de leider die het halfrond definitief verlaat om thuis te zijn voor vrouw en kinderen.
Hubris is de leider die sarcastisch zijn vader gehoorzaamt om nu eindelijk eens een eerbiedwaardig beroep uit te oefenen met werkzekerheid, zoals dat van gouverneur in de provincie.
Hubris is de leidinggevende die gelooft dat zijn machtsdeelname geen spel maar bittere werkelijkheid is en daarom ook thuis en privé zijn publieke rol blijft verder spelen.
Hubris is de illusie van eenheid tussen de publieke figuur en de inhoud van zijn boodschap als leider.
Hubris is de arts die gedijt bij het helen van de angst die hij verspreidt.
Hubris is meedogenloos in plaats van menselijk mededogen.
Hubris is zekerheid in plaats van twijfel.

Reacties graag naar mailadres.