Er is nog zo veel dat ongezegd is. (Rutger Kopland)

Dupslog

Stefan Zweig, De wereld van gisteren – Herinneringen van een Europeaan. uitg. De Arbeiderspers

9 december 2007

Stefan Zweig, De wereld van gisteren – Herinneringen van een Europeaan. uitg. De Arbeiderspers

Stefan Zweig (1881) maakte op 22 februari 1942 samen met zijn tweede vrouw Charlotte '? Lotte – Altmann in de buurt van Rio de Janeiro een einde aan hun leven. Met 'De wereld van gisteren' had hij na een leven van lezen, schrijven en reizen, van zwerven, vluchten en verliezen zijn autobiografie als Europees intellectueel volbracht. Het leven was in hun denken voorbij en hen restte moed, zin, noch wil om na de nederlaag van Hitlers Duitsland nog eens helemaal opnieuw te beginnen in een wereld die ze nauwelijks zouden herkennen. Hij was het moe en der dagen zat.

In zijn afscheidsbrief zegt hij het als volgt:

»Ehe ich aus freiem Willen und mit klaren Sinnen aus dem Leben scheide, drà?ngt es mich, eine letzte Pflicht zu erfüllen: diesem wundervollen Lande Brasilien innig zu danken, daà? es mir und meiner Arbeit so gut und gastlich Rast gegeben. Mit jedem Tage habe ich dies Land mehr lieben gelernt, und nirgends hà?tte ich mir mein Leben lieber vom Grunde aus neu aufgebaut, nachdem die Heimat meiner Sprache für mich untergegangen ist und meine geistige Heimat Europa sich selber vernichtet. Aber nach dem 60. Jahre bedürfte es besonderer Krà?fte, um noch einmal và?llig neu zu beginnen. Und die meinen sind durch die langen Jahre heimatlosen Wanderns erschà?pft. So halte ich es für besser, rechtzeitig und in aufrechter Haltung ein Leben abzuschlieà?en, dem geistige Arbeit immer die lauterste Freude und persà?nliche Freiheit das hà?chste Gut dieser Erde gewesen. Ich grüà?e alle meine Freunde! Mà?gen sie die Morgenrà?te noch sehen, nach der langen Nacht! Ich, allzu Ungeduldiger, gehe ihnen voraus.«

De naà?viteit waarmee hij in zijn '?Wereld van gisteren '? Herinneringen van een Europeaan'? het socio-culturele leven in Frankrijk en het Oostenrijks-Hongaarse Keizerrijk bejubelt, is merkwaardig maar eerlijk. Hij probeert manmoedig zichzelf te tekenen in het licht van de tijd van toen en gunt de lezer inzage in het wel en wee van de Europese intellectuele elite và?à?r de Eerste Wereldoorlog.
In de loop van zijn boeiend bestaan als telg van een geassimileerde rijke en gecultiveerde joodse familie uit Wenen leerde hij zowat de hele westerse artistieke en filosofische wereld kennen.
Zijn literair werk was succesvol en hij behoorde tot de culturele fine fleur van zijn tijd.
De teneur van zijn herinneringen is soms pedant, op het randje van snobistisch snoeven.
Zijn analyse van Hitlers opkomst en succes is indringend, die van zijn eigen falen in het verzet evenzeer.
In zijn studie over Erasmus herkent hij het falen van de intelligentsia en zichzelf tegenover de gemanipuleerde dwaasheid van zijn tijd :

368. Hoewel Erasmus de zotheid van de tijd beter doorzag dan de professionele wereldverbeteraars, was hij op tragische wijze toch niet in staat haar een halt toe te roepen, ondanks al zijn intelligentie.

Zweig weet boeiend het gekronkel en gekonkel van sommige artistieke vrienden van weleer te verhelderen. Zo wijdt hij ondermeer boeiende stukken aan de relatie van Richard Strauss met de nazi-kopstukken

Aangrijpend zijn de bladzijden waarin hij de boekverbrandingen door de Duitse studenten beschrijft, het pijnlijke lot dat ook zijn eigen geesteskinderen deelden:

'? Volgens hetzelfde systeem waarmee men de 'volkswoede' organiseerde om de al lang voorbereide boycot van de joden te realiseren, kregen de studenten een geheim signaal om hun 'verontwaardiging' over andere boeken in het openbaar te uiten. En de Duitse studenten, blij met elke gelegenheid om blijk te geven van hun reactionaire gezindheid, vormden gehoorzaam groepen aan elke universiteit, haalden exemplaren van onze boeken uit de boekwinkels en marcheerden onder wapperende vlagen met deze buit naar een of ander plein. Daar werden de boeken à?f naar oud Duits gebruik – het was ineens middeleeuwen troef – aan de kaak gesteld, aan de publieke schandpaal gespijkerd('?), à?f ze werden omdat het helaas niet toegestaan mensen te verbranden, op grote brandstapels onder het opdreunen van vaderlandslievende spreuken tot as verbrand.( 353)'?

Hij vluchtte in februari 1934 tijdens de machtsgreep van Dolfuss tegen de socialistische bolwerken in Oostenrijk naar Londen en verder naar de V.S.A. en Brazilië, maar steeds droeg hij de schaduw bij zich van de wereld van gisteren:

419. De zon scheen krachtig en helder. Toen ik naar huis terugliep, zag ik ineens mijn eigen schaduw voor mij, zoals ik de schaduw van de andere oorlog achter de huidige zag. Hij is sinds die tijd niet meer van mij geweken, deze schaduw, hij hing bij dag en nacht over al mijn gedachten; misschien ligt zijn donkere vorm ook wel op veel bladzijden van dit boek. Maar elke schaduw is in diepste wezen toch ook een kind van het licht, en alleen wie licht en donker, oorlog en vrede, hoogtepunten en dieptepunten heeft meegemaakt, alleen die heeft waarachtig geleefd

Wie Stefan Zweigs herinneringen heeft gelezen, herkent in de bloedige evolutie van Europa in de voorbije 150 jaar de beklemmende opmerking van Jacq Vogelaar in zijn meesterwerk 'Over Kampliteratuur':

'?25. Er is een banale uitdrukking: de geschiedenis herhaalt zich: de eerste keer als tragedie, de tweede keer als klucht. Nee. Er is nog een derde weerspiegeling van dezelfde gebeurtenissen, van hetzelfde onderwerp, een weerspiegeling in de 'lachspiegel' van de onderwereld. Het onderwerp is onvoorstelbaar en tegelijk werkelijk, het bestaat echt en leeft naast ons.'?

Stefan Zweigs wereld van gisteren steunde na de tragedie van de XIX de eeuw op een intellectueel concept en werd dus voortdurend te licht bevonden voor de door Marx ontsluierde sociaal-economische machtstrijd.
Vandaag lijkt de derde spiegeling voorlopig de mooiste en de duurzaamste’, die van ‘le Chevalier aux Mirroirs’...

75. Maar wij jongeren, totaal ingesponnen in onze literaire ambities, merkten weinig van deze gevaarlijke veranderingen in ons vaderland ( in ht begin van de XX ste eeuw) : wij hadden alleen oog voor boeken en kunst.
We hadden niet de minste belangstelling voor politieke en sociale problemen: wat betekenden deze schreeuwerige ruzies in ons leven? De stad raakte in opwinding over de verkiezingen en wij gingen naar de bibliotheek. De massa kwam in opstand en wij schreven en bediscussieerde gedichten. We zagen de vurige tekens aan de wand niet, we deden ons onbezorgd als wijlen koning Belsazar tegoed aan alle exquise gerechten van de kunst, zonder angstig vooruit te kijken. En pas toen tientallen jaren later het dak en de muren op ons neerstortten, zagen wij in dat de fundamenten al lang ondergraven waren geweest en dat tegelijk met de nieuwe eeuw de ondergang van de individuele vrijheid in Europa was begonnen.

195. Als je je het nu in alle rust afgevraagd waarom Europa zich in 1914 in een oorlog stortte, vind je geen enkele zinnige reden en zelfs geen aanleiding. Het ging niet om ideeën, het ging niet werkelijk om de kleine grensgebieden; ik kan geen andere verklaring vinden dan dit overschot aan energie, een tragisch gevolg van de interne dynamiek die zich in 40 jaar had opgehoopt en tot een gewelddadige ontlading moest komen. Elke staat had ineens het gevoel sterk te zijn, en vergat dat de andere hetzelfde idee had, allemaal wilden ze nog meer en allemaal wilden ze dat van de ander. Het ergste was, dat we juist bedrogen werden door het gevoel dat ons het meest dierbaar was: ons gemeenschappelijk optimisme. Want ze geloofden allemaal, dat de ander op het laatste ogenblik toch nog zou terugschrikken; zo begonnen de diplomaten hun wederzijds spelletje bluf.

209. Romain Rolland: 'Hoe naà?ever een volk is, des te gemakkelijker is het te beà?nvloeden. ('?)
Hoeveel mensen hun standpunt trouw zullen blijven als de mobilisatie-oproepen eenmaal aangeplakt zijn, wie weet dat? We zijn in een tijd van massa-emoties, van massahysterie beland, waarvan we helemaal nog niet kunnen overzien hoeveel agressie er in een oorlog van kan uitgaan.

246. Ik had de tegenstander herkend tegen wie ik moest vechten – het valse heldendom dat liever anderen naar voren stuurt naar lijden en dood, het goedkope optimisme van de gewetenloze profeten, de politieke en de militaire, die door zonder scrupules de overwinning te beloven de slachtpartij verlengen, en achter hen het koor dat ze gehuurd hadden, al die 'woordenkramers van de oorlog'.('?)
Altijd was het dezelfde, eeuwige bende in alle tijden die de voorzichtigen laf noemden, de menselijken zwak, om dan zelf tot radeloosheid te vervallen in het uur van de catastrofe die ze lichtzinnig hadden opgeroepen. Altijd was het diezelfde bende die Kassandra hoonde in Troje, Jeremias in Jeruzalem, en nooit had ik de tragiek en de grootheid van die figuren zo goed begrepen als in deze maar al te vergelijkbare periode.

346. Incipit Hitler.
Het blijft een onomstotelijke wet van de geschiedenis dat zij juist tijdgenoten verbiedt de grote bewegingen die hun tijd bepalen al in hun vroegste stadium te herkennen. Zo kan ik mij niet herinneren, wanneer ik voor het eerst de naam Adolf Hitler heb gehoord, die naam die wij nu al jaren gedwongen zijn elke dag, ja bijna elke seconde in een of ander verband mee te denken of uit te spreken, de naam van de man die meer onheil over de wereld heeft gebracht dan enig ander in alle tijden.

352. Een mens kan moeilijk 30 à? 40 jaar van innerlijk geloof in de wereld in een paar weken opgeven. We geloofden in het bestaan van een Duits, een Europees wereldgeweten dat verankerd was in onze rechtsopvattingen, en waren ervan overtuigd dat er een vorm van onmenselijkheid was die zichzelf in het oog van de mensheid zou vernietigen.

353. Het meest geniale dat Hitler heeft gepresteerd is deze tactiek van behoedzaam aftasten en dan steeds genadelozer toeslaan tegen een moreel en algauw militair steeds zwakker wordend Europa. Ook de intern al lang geplande actie ter vernietiging van ieder vrij woord en ieder onafhankelijk boek in Duitsland voltrok zich volgens deze methode van aftasten. Er werd bijvoorbeeld niet meteen een wet afgekondigd – dat kwam pas twee jaar later – die onze boeken verbood; in plaats daarvan werd eerst een behoedzaam experiment opgezet om te kijken hoe ver men kon gaan: de eerste aanval op onze boeken werd toegeschreven aan een officieel niet verantwoordelijke groep, de nationaal-socialistische studenten. Volgens hetzelfde systeem waarmee men de 'volkswoede' organiseerde om de al lang voorbereide boycot van de joden te realiseren, kregen de studenten een geheim signaal om hun 'verontwaardiging' over andere boeken in het openbaar te uiten. En de Duitse studenten, blij met elke gelegenheid om blijk te geven van hun reactionaire gezindheid, vormden gehoorzaam groepen aan elke universiteit, haalden exemplaren van onze boeken uit de boekwinkels en marcheerden onder wapperende vlagen met deze buit naar een of ander plein. Daar werden de boeken à?f naar oud Duits gebruik – het was ineens middeleeuwen troef – aan de kaak gesteld, aan de publieke schandpaal gespijkerd('?), à?f ze werden omdat het helaas niet toegestaan mensen te verbranden, op grote brandstapels onder het opdreunen van vaderlandslievende spreuken tot as verbrand.

368. Hoewel Erasmus de zotheid van de tijd beter doorzag dan de professionele wereldverbeteraars, was hij op tragische wijze toch niet in staat haar een halt toe te roepen, ondanks al zijn intelligentie.

371. Wie zich heeft voorgenomen een zo eerlijk en helder mogelijk beeld van zijn tijd te geven, moet ook de moed hebben romantische voorstellingen af te breken. En niets lijkt mij kenmerkender voor de techniek en de specifieke aard van moderne revoluties, dan dat ze zich in de enorme ruimten van de moderne grote stad eigenlijk maar op een zeer beperkt aantal plaatsen afspelen en daarom volledig onzichtbaar voor de meeste inwoners. Hoe vreemd het ook mag lijken: ik was op die historische februaridagen in Wenen en ik heb niets gezien van al die beslissende gebeurtenissen die zich afspeelden, en er zelfs absoluut niets van geweten terwijl ze zich afspeelden. Er werd met kanonnen geschoten, er werden huizen bezet, en werden honderden lijken weggedragen – ik heb er niet één van gezien.

385. Maar reizen en zelfs ver weg reizen tot onder andere sterrenbeelden en in andere werelden betekende niet dat ik Europa en de zorg om Europa kon ontlopen. Het lijkt bijna een kwaadaardige wraak van de natuur op de mens, dat alle verworvenheden van de techniek waarmee hij zelfs de sterkste natuurkrachten kan beheersen, tegelijkertijd zijn ziel aantasten. De ergste vloek die de techniek over ons heeft gebracht, is dat hij het ons onmogelijk maakt de actualiteit ook maar een seconde te vergeten. Vroegere geslachten konden in tijden van catastrofes vluchten in eenzaamheid en afzondering; ons was het voorrecht voorbehouden in dezelfde seconde alles te moeten weten en voelen dat ergens op de aarde aan verschrikkelijks gebeurt. Hoe ver ik me ook van Europa verwijderde, zijn lot vergezelde mij.

419. De zon scheen krachtig en helder. Toen ik naar huis terugliep, zag ik ineens mijn eigen schaduw voor mij, zoals ik de schaduw van de andere oorlog achter de huidige zag. Hij is sinds die tijd niet meer van mij geweken, deze schaduw, hij hing bij dag en nacht over al mijn gedachten; misschien ligt zijn donkere vorm ook wel op veel bladzijden van dit boek. Maar elke schaduw is in diepste wezen toch ook een kind van het licht, en alleen wie licht en donker, oorlog en vrede, hoogtepunten en dieptepunten heeft meegemaakt, alleen die heeft waarachtig geleefd.

Reacties graag naar mailadres.