Er is nog zo veel dat ongezegd is. (Rutger Kopland)

Dupslog
Dupslog

Christopher Clark, IJzeren Koninkrijk Opkomst en ondergang van Pruisen 1600-1947

13 september 2016

Christopher Clark, IJzeren Koninkrijk Opkomst en ondergang van Pruisen 1600-1947


Vertaald door W. Hansen 2015 De Bezige Bij


‘IJzeren Koninkrijk’ is een machtige geschiedenis van een van de indrukwekkendste staten die Europa ooit kende.


Vlak na de gruwelijke Tweede Wereldoorlog oordeelden de geallieerden dat ze korte metten moesten maken met de staat Pruisen, die ze als de belichaming van het verfoeide militarisme zagen. Pruisen werd zonder pardon opgeheven en verdeeld. Daarmee kwam er een eind aan vierhonderd jaar geschiedenis. Christopher Clark toont in zijn glasheldere en prachtig geschreven geschiedenis dat Pruisen nog wel iets meer is geweest dan waar de geallieerden het voor aanzagen.


Pruisen begon eeuwen geleden als een onoverzichtelijke lappendeken van vorstenrijkjes, hertogdommen en graafschappen, zonder veel natuurlijke hulpbronnen en zelfs zonder een verbindende cultuur. Het voerde vele oorlogen, speelde een belangrijke rol bij de opheffing van het Heilige Roomse Rijk, bloeide op tijdens de glorieuze verlichtingsperiode onder Frederik de Grote en leed tijdens het rampzalige napoleontische tijdperk. Pruisen groeide in de loop der tijd uit tot een staat die de Europese humanistische traditie mede vormgaf, die uitmuntte door een efficiënt overheidsapparaat en een onkreukbare ambtenarij, die bij tijden een ongekende religieuze tolerantie aan de dag legde, en die onder leiding van Otto von Bismarck in 1871 zorgde voor de eenwording van het Duitse rijk. Clark concludeert dat Pruisen een onschatbare bijdrage heeft geleverd aan de westerse beschaving.


    ‘Door Pruisen van de Europese kaart te wissen, velden de geallieerde mogendheden tegelijk hun oordeel over dat land. Pruisen was niet een Duits land als alle andere, dat op één lijn gesteld kon worden met Baden, Württemberg, Beieren of Saksen. Pruisen was de diepste bron van de Duitse malaise die Europa had geteisterd. Het was er de oorzaak van dat Duitsland de weg van de vrede en moderne politiek had verlaten.’



Een indrukwekkend boek met schitterende analyses, waardevolle hoofdstukken over recht, rechtsfilosofie, architectuur, bestuurskunde, oorlogvoering, leger, democratische en religieuze (Piëtistische) bewegingen, de invloed van de Verlichting en de Vrijmetselarij, de staat, onderwijs, leger, parlement, Bismarck, Willem II en WOI en de manier waarop de nationaal-socialisten onder leiding van een Oostenrijkse corporaal de macht konden grijpen in 1932-1933.


57. We kunnen alleen maar speculeren wat de gevolgen van die ramp voor het dagelijkse leven zijn geweest.Veel families die na de oorlog in de meest getroffen gebieden gingen wonen, waren immigranten van buiten Brandenburg: Hollanders, Oost-Friezen en Holsteiners. In sommige plaatsen was de schok zo heftig dat er een breuk ontstond in het collectieve geheugen.Van Duitsland als geheel is wel gezegd dat de ‘grote oorlog’ van 1618-1648 de herinneringen aan eerdere conflicten heeft uitgewist, zodat middeleeuwse, Romeinse of prehistorische muren en wallen hun vroegere namen kwijtraakten en voortaan werden aangeduid als ‘Zweedse bolwerken’. In sommige gebieden lijkt de oorlog de keten van persoonlijke herinneringen zelfs verbroken te hebben die zo essentieel is voor het respect voor en de continuïteit van het gewoonterecht in dorpen – niemand was oud genoeg om zich te herinneren hoe het was ‘voordat de Zweden kwamen’. Misschien is dat een van de redenen voor het gebrek aan volkse tradities in Mark Brandenburg. In de jaren 1840, toen de rage om mythen en andere folklore te verzamelen en te publiceren hoogtij vierde, vonden enthousiastelingen die geïnspireerd werden door de gebroeders Grimm weinig van hun gading in Mark Brandenburg.


De alles vernietigende furie van de Dertigjarige Oorlog was mythisch, maar dan niet in de zin dat het geen relatie had met de realiteit, maar in de zin dat het zich in het collectieve geheugen nestelde en een uitgangspunt werd om over de wereld na te denken. Het was die furie van de religieuze burgeroorlog – niet alleen in zijn eigen geboorteland Engeland, maar ook op het continent – die Thomas Hobbes ertoe aanzette de Leviathan op het schild te heffen, de staat met zijn geweldsmonopolie als de redding van de samenleving. Het was beter, stelde hij voor, het gezag over te dragen aan de monarchale staat in ruil voor de veiligheid van personen en eigendom, dan om orde en gerechtigheid te zien teloorgaan in burgerlijke twisten.


433. (Een interessante vergelijking met de EGKS - EEG – EU)



De Duitse Douane-unie (Deutsche Zollverein), die op 1 januari 1834 van kracht werd, omvatte de meerderheid van de Duitsers buiten Oostenrijk. Baden, Nassau en Frankfurt kwamen er in het daaropvolgende jaar bij, in 1841 gevolgd door Braunschweig en Lüneburg. Bijna 90 procent van de Duitse bevolking woonde nu in lidstaten van de Douane-unie. Iedereen die naar de kaart van de staten van de Zollverein in 1841 kijkt, ziet meteen de grote gelijkenis met de door Pruisen gedomineerde Duitse staat die ontstond na de oorlogen van 1864-1871. Maar die uitkomst lag nog ver achter de horizon van de politici in Berlijn. Hun doel was vooral de uitbreiding van de Pruisische invloed binnen een samenhangend genootschap van Duitse staten. De harmonisatie van de douane werd een nieuw strijdperk voor de oude wedijver tussen Pruisen en Oostenrijk om invloed en prestige in de Duitse gebieden.


570. Bismarck was zich van dat alles volkomen van bewust. Hij sprak denigrerend over theorie en principe als meetlatten van het politieke leven: ‘Politiek is geen wetenschap maar kunst, je kunt het niet leren, je moet er talent voor hebben.’ En: ‘Principes hebben is met een stok overdwars in de mond een boswandeling maken.’ Bismarcks bereidheid om de stok weg te gooien als het te lastig werd, schokte de mensen die meenden zijn ideologische boezemvrienden te zijn. Een van hen was de conservatieve edelman Ludwig von Gerlach (broer van Leopold), die in 1857 ruzie kreeg met Bismarck over de vraag of Napoleon III als een legitieme vorst moest worden behandeld ondanks het feit dat hij aan de macht gekomen was door een revolutie. Bismarck was dus geen man van principes; je kunt beter zeggen dat hij een man was die zich had losgemaakt van principes, die zich van de romantische banden van een oudere generatie had bevrijd om een nieuw soort politiek te voeren, flexibel, pragmatisch, vrij van ideologische verplichtingen. Emoties en meningen van het publiek waren geen autoriteiten waaraan je moest toegeven of die je moest volgen, maar krachten die je moest leiden en sturen.


705. Voor het zover was, had Franz von Papen zijn oude vriend Hindenburg overgehaald om Hitler tot rijkskanselier te benoemen. Na uitgebreide onderhandelingen achter de schermen kwam Papen met een voorstel dat Hindenburg niet kon weigeren. Hitler ging ermee akkoord dat als hij tot bondskanselier zou worden benoemd, hij niet meer dan twee nationaalsocialisten in het kabinet zou opnemen. De andere zeven ministers zouden conservatieven zijn, en Papen zelf zou vicekanselier worden. Hitler zou dan ingekapseld zijn en niet anders kunnen dan rekening houden met de conservatieve hofkliek. ‘Binnen twee maanden,’ snoefde Papen,‘hebben we Hitler zo in een hoek gedreven dat hij piept van ellende.’


En zo kwam het dat Hitler, zoals Alan Bullock het jaren later zou uitdrukken,‘door koehandel achter de schermen in het ambt werd gemanoeuvreerd’. Daarmee was de greep naar de macht van de nazi’s nog niet ten einde. Integendeel, die was nog maar net begonnen. De nazi’s hadden een paar belangrijke troeven in handen. Dankzij Papens putsch van 20 juli 1932 was de gekozen regering van Pruisen vervangen door een rijkscommissariaat voor Pruisen. Dat betekende onder andere dat Hermann Göring in het nationale kabinet minister zonder portefeuille kon worden en tegelijkertijd dienst kon doen als Pruisisch commissarisminister van Binnenlandse Zaken, een post die hem aan het hoofd plaatste van de grootste politiemacht in Duitsland. In de lente van 1933 zou hij meedogenloos en effectief gebruikmaken van die Pruisische politiemacht. Op die manier – en niet alleen op die manier – bereidden de bizarre manoeuvres van de conservatieven rond de president in januari 1933 de weg naar het machtsmonopolie van de nationaalsocialisten.


Het vlechtwerk van intriges dat de nazi’s aan de macht hielp was door- weven met draden van de Pruisische erfenis.We zien ze in de instelling van het leger, dat zich na 1930 afzijdig hield van de republiek, de situatie zoals die zich ontwikkelde op afstand beoordeelde en zijn eigen spel speelde. We zien ze in de ontvankelijkheid van president Hindenburg voor de argumenten van de landadel ten oosten van de Elbe. De kanseliers Brüning en Schleicher verloren beiden het vertrouwen van de president op het moment dat ze landhervormingen steunden die een op- splitsing van failliete landgoederen ten oosten van de Elbe beoogden. De nog levendige herinnering aan de conservatieve hegemonie in de oude staat Pruisen bevleugelde de politieke fantasie van de reactionairen die de republiek demonteerden.


Evident was ook de arrogantie van de Pruisische adel en haar veronderstelling nog steeds recht te hebben op de macht – nergens duidelijker dan in de bluf van Franz von Papen dat hij en zijn baronnenkabinet Hitler hadden ‘aangetrokken’, alsof de nazileider een tuinier voor halve dagen was, of een rondtrekkende minstreel. Ook Hindenburg was zich maar al te zeer bewust van het verschil in rang en waardigheid tussen hemzelf, een veldmaarschalk van het Pruisische leger, en Hitler, de Oostenrijkse korporaal, en daarom was het voor hem zo moeilijk om te zien wie Hitler echt was, om de dreiging te begrijpen die er van hem uitging en om te snappen hoe moeiteloos Hitler de politieke traditie en de politieke orde buiten gebruik kon stellen.

Reacties graag naar mailadres.