Er is nog zo veel dat ongezegd is. (Rutger Kopland)

Dupslog
Dupslog

Yuval Noah Harari, Homo Deus, een kleine geschiedenis van de toekomst.

10 april 2017

Yuval Noah Harari, Homo Deus, een kleine geschiedenis van de toekomst.

uitg. Thomas Rap 2017

Het eerste deel is een herhaling van het vorige boek Homo Sapiens. 

Homo sapiens verovert de wereld & Homo sapiens geeft de wereld betekenis.

In het derde deel ‘Homo sapiens verliest de controle’  onderzoekt Harari een interessante theorie over dataïsme.

Harari’s hoop op en pleidooi voor een allesomvattend algoritme in medische diagnose, preventie en behandeling staat echter bol  van het genereren van angst als drive voor commerciële strategieën.

Zo zal het dus zeker niet gaan… hoogstens nog wat aanmodderen voor veel geld, althans bij die mensen die zich gek genoeg laten maken met verhalen over heel lang leven en niet durven sterven.

De theorie over het internet der dingen klinkt leuk en allesomvattend, maar zal vermoedelijk veel langer dan enkele decennia nodig hebben om echt betekenisvol te werken.

Bijaldien zullen veel van zijn eerder algemene en brede voorspellingen anders lopen dan enthousiast voorspeld door de goeroe’s en verkopers van dromen.

En finaal zal de rol van de oude religies, zeker de monotheïstische met op kop de islam, nog lang niet uitgespeeld zijn. Zij zullen een imperialistische strategie blijven volgen om zieltjes en macht te winnen, zij het misschien bij de dikke ‘onderlaag’ van die mensen die niet meekunnen met het ‘dataïsme’.

En zo wordt ‘De mogelijkheid van een eiland’ van Michel Houellebecq alweer een paar stappen reëler.

 

408. Maar als we het echt groot aanpakken en ons op het leven zelf richten, worden alle andere problemen en ontwikkelingen overschaduwd door drie nauw verbonden processen:

1. De wetenschap koerst op een allesomvattend dogma af, dat zegt dat organismen algoritmen zijn en dat het leven dataverwerking is.

2. Intelligentie wordt losgekoppeld van bewustzijn.

3. Niet-bewuste, maar hyperintelligente algoritmen zullen ons spoedig misschien wel beter kennen dan we onszelf kennen.

Deze drie processen roepen drie grote vragen op, waarvan ik hoop dat ze na lezing van dit boek nog lang door je hoofd blijven galmen:

1. Zijn organismen echt alleen maar algoritmen en is het leven echt alleen maar dataverwerking?

2. Wat is waardevoller: intelligentie of bewustzijn?

3. Wat gebeurt er met de maatschappij, de politiek en het dagelijks leven als niet-bewuste, maar hyperintelligente algoritmen ons beter kennen dan we onszelf kennen?


En dus wordt het wachten op deel 3 van Harari met een poging tot antwoord op deze vragen.

360. De grote menselijke projecten van de twintigste eeuw – het overwinnen van honger, ziekte en oorlog – waren bedoeld om voor iedereen een universele norm op het gebied van welvaart, gezondheid en vrede te vestigen, waarbij niemand werd uitgezonderd. Van de nieuwe projecten van de eenentwintigste eeuw – het verwerven van onsterfelijkheid, geluk en goddelijke vermogens – wordt ook gehoopt dat ze de hele mensheid ten goede zullen komen. Maar aangezien deze projecten gericht zijn op het overtreffen van de norm en niet alleen op het waarborgen daarvan, kunnen ze net zo goed leiden tot het ontstaan van een nieuwe kaste van supermensen die hun liberale verleden van zich af zullen schudden en normale mensen niet beter zullen behandelen dan negentiende-eeuwse Europeanen de Afrikanen behandelden.

Als wetenschappelijke ontdekkingen en technologische ontwikkelingen de mensheid verdelen in een massa van nutteloze mensen en een kleine elite van geüpgradede supermensen, of als de autonomie van mensen steeds meer wordt overgenomen door hyperintelligente algoritmen, dan zal het liberalisme imploderen. Wat voor nieuwe religies kunnen het vacuüm dan vullen en welke ideologieën zullen de verdere evolutie van onze godgelijke nakomelingen aanvoeren?

363. Zeventigduizend jaar geleden transformeerde de cognitieve revolutie de geest van sapiens, waardoor een onbeduidende Afrikaanse aap de wereld ging beheersen. De verbeterde sapiensgeest had ineens toegang tot een uitgebreide intersubjectieve wereld, waarmee hij goden en bedrijven kon creëren, steden en wereldrijken kon opbouwen, lettertekens en geld kon uitvinden en uiteindelijk het atoom wist te splijten en de maan wist te bereiken. Voor zover wij kunnen nagaan vloeide die wereldschokkende omwenteling voort uit een paar minieme veranderingen in het sapiens-dna en wat kleine aanpassingen binnen het sapiensbrein. Als dat zo is, aldus de technohumanisten, dan zijn een paar extra veranderingen aan ons genoom en nog wat kleine omschakelingen in ons brein misschien wel genoeg voor een tweede cognitieve revolutie. De mentale verbouwingen van de eerste cognitieve revolutie gaven Homo sapiens toegang tot de intersubjectieve wereld en maakten hem tot heerser van onze planeet; een tweede cognitieve revolutie zou Homo deus mogelijk toegang kunnen verlenen tot onvoorstelbare nieuwe werelden en hem tot heerser van de Melkweg kunnen maken.

Dit idee is een update van de oude dromen van het evolutionair humanisme, dat een eeuw geleden al opriep tot de creatie van supermensen. Hitler en zijn kornuiten wilden die nog verkrijgen door middel van selectieve voortplanting en etnische zuiveringen, maar de eenentwintigste-eeuwse technohumanisten hopen dit doel veel vreedzamer te bereiken met behulp van genetische modificatie, nanotechnologie en interfaces tussen hersenen en computers.

377. Het technohumanisme staat hiermee voor een onmogelijk dilemma. Het beschouwt de menselijke wil als het allerbelangrijkste van het hele universum, dus drijft het de mensheid aan tot het ontwikkelen van technologieën die de wil kunnen beheersen en omvormen. Het is tenslotte heel verleidelijk om de controle te krijgen over het belangrijkste ding ter wereld. Maar als we die controle ooit krijgen, zou het technohumanisme niet weten wat het ermee moest beginnen, want dan zou de heilige mens gereduceerd worden tot het zoveelste designproduct. We kunnen nooit iets met dat soort technologieën beginnen als we blijven geloven dat de menselijke wil en de menselijke beleving de opperste bron van autoriteit en zingeving zijn.

Daarom staat er al een doortastender technoreligie klaar die de humanistische navelstreng helemaal wil doorsnijden. Deze religie voorziet een wereld die niet om de verlangens en ervaringen van mensachtige wezens draait. Maar wat kan verlangens en ervaringswerelden vervangen als bron van alle betekenis en gezag? In 2016 zit er maar één kandidaat in de wachtkamer van de geschiedenis. Deze kandidaat heet informatie. De interessantste opkomende religie is het dataïsme, dat geen goden of mensen verheerlijkt, maar data.

383. Het kapitalisme heeft het communisme niet verslagen omdat het kapitalisme ethischer was, omdat individuele vrijheden heilig zijn of omdat God boos was op de heidense communisten. Het kapitalisme heeft de Koude Oorlog gewonnen omdat gespreide dataverwerking beter werkt dan gecentraliseerde dataverwerking, in elk geval in tijden van snelle technologische verandering. Het centraal comité van de communistische partij kon de rap veranderende wereld van de late twintigste eeuw gewoon niet bijhouden. Als alle gegevens in één geheime bunker worden verzameld en alle belangrijke beslissingen worden genomen door een groepje bejaarde apparatsjiks, kunnen ze wel tonnen kernbommen produceren, maar geen Apple of Wikipedia.

385. Politicologen interpreteren onze politieke structuren ook steeds vaker als dataverwerkende systemen. Net als het kapitalisme en het communisme zijn democratieën en dictaturen in wezen concurrerende mechanismen voor het verzamelen en analyseren van informatie. Dictaturen gebruiken gecentraliseerde verwerkingsmethoden, democratieën geven de voor- keur aan gespreide verwerking. De laatste decennia heeft de democratie het beter gedaan, omdat gespreide verwerking beter werkte onder de unieke omstandigheden van de laattwintigste eeuw. In andere situaties – zoals die van het oude Romeinse Rijk, bijvoorbeeld – had gecentraliseerde verwerking een streepje voor. Dat verklaart ook de ondergang van de Romeinse Republiek, waarna de macht van de senaat en de volksvergaderingen in de handen van één autocratische keizer kwam.

Dit impliceert dat ook de democratie ten onder zou kunnen gaan en zelfs kan verdwijnen als de dataverwerkende omstandigheden in de eenentwintigste eeuw wederom veranderen. Als het volume en de snelheid van onze data groeien, zouden eerbiedwaardige instituten als verkiezingen, politieke partijen en parlementen wel eens in onbruik kunnen raken, niet omdat ze onethisch zijn, maar omdat ze niet efficiënt genoeg zijn in het verwerken van gegevens. Deze instituten zijn ontstaan in een tijdperk waarin politiek sneller ging dan technologie. In de negentiende en de twintigste eeuw verliep de industriële revolutie nog zo langzaam dat politici en kiezers haar altijd een stap voor konden blijven en de loop ervan konden reguleren en manipuleren. Maar het ritme van de politiek is niet veel veranderd sinds de dagen van de stoommachine, terwijl de technologie van de eerste naar de vierde versnelling is gegaan. Technologische revoluties lopen politieke processen er nu met gemak uit, waardoor parlementsleden en kiezers de controle verliezen.

De opkomst van het internet geeft ons alvast een voorproefje van wat komen gaat. Cyberspace is inmiddels onmisbaar voor ons dagelijks leven, onze economie en onze veiligheid. Maar de kritieke keuzes tussen verschillende mogelijke vormen van het web zijn niet gemaakt via een democratisch politiek proces, hoewel ze nauw verbonden waren met traditionele politieke kwesties als soevereiniteit, grenzen, privacy en veiligheid. Heb jij ooit gestemd over de vorm die cyberspace aanneemt? Beslissingen die webdesigners hebben genomen, ver buiten de publieke schijnwerpers, hebben ertoe geleid dat het internet nu een vrije, wetteloze zone is die de soevereiniteit van staten aantast, grenzen negeert, de privacy afschaft en misschien wel het grootste mondiale veiligheidsrisico aller tijden met zich meebrengt.

Tien jaar geleden verscheen het nog nauwelijks op de radar, maar inmiddels reppen hysterische functionarissen al van een dreigende cybercalamiteit.

Regeringen en ngo’s voeren hevige discussies over het herstructureren van het internet, maar het is veel moeilijker om een bestaand systeem te veranderen dan om in te grijpen bij het ontstaan ervan. Bovendien zal het internet alweer tien keer veranderd zijn tegen de tijd dat de logge overheidsbureaucratie met plannen voor cyberregulering komt. De overheidsschildpad kan de technologische haas nooit bijhouden. Hij wordt overweldigd door gegevens.

Reacties graag naar mailadres.