Er is nog zo veel dat ongezegd is. (Rutger Kopland)

Dupslog
Dupslog

Mark Vangheluwe, Brief aan de paus.

16 mei 2017

Mark Vangheluwe, Brief aan de paus. 

uitg. De Bezige Bij 2017

Deze brief aan de paus is een indrukwekkende getuigenis van iemand die zich wist te ontworstelen aan misbruik en mentale terreur van nonkel Roger Vangheluwe, rooms-katholiek priester en 25 jaar bisschop van Brugge.

Dankzij zijn echtgenote en Peter Adriaenssens.

‘Brief aan de paus’ is als een nieuwe brevier voor alle religieuze leiders, priesters en broeders, nonnen en novicen.

Maar ook voor dominees, broeders, imams, pandits en monniken die in de vele gesloten scholen, religies genieten van de hubris, de grootste zonde.

68. Vanaf de eerste handdruk voelde ik een geruststelling en een energie die moeilijk te beschrijven valt. De professor was de enige die te vertrouwen leek en dat vertrouwen heeft hij nooit geschonden. Gedurende de laatste zeven jaren heeft hij ons gesteund en geholpen waar hij kon en met raad en daad bijgestaan. Hij heeft ons geleerd hoe een dergelijk parcours wel te bewandelen viel en hielp ons de putten en de te verwachten struikelblokken te ontlopen. Dankzij hem ben ik nu wie ik ben: gegroeid, krachtiger en bewuster. Als een mentor toonde hij aan dat iets uit een mens halen in plaats van iets in hem te stoppen van groter belang kan zijn. De koningin en ik zijn hem daar eeuwig dankbaar voor.

Na onze ontmoeting nam de professor vrijwillig, gratis en voor niets, met een grote toewijding en kunde de taak op zich om ons af te schermen van de pers en de media. Hij verwoordde als een soort spreekbuis onze mening die wij nog niet konden vormen, hij wist door zijn kennis vooraf wat we gingen doormaken.

137. Alle regels en gewoontes waarmee mijn ouders me opgevoed hadden, waren opeens niet meer van toepassing en van een andere categorie. Het bestaan stond op zijn kop en ik ook.

Innerlijke verdeeldheid, angst, hulpeloosheid, verdriet, woede en vooral schaamte, veel schaamte, enorm veel schaamte waren de gevolgen en die verdwijnen nu slechts langzaam.

U weet het waarschijnlijk niet, maar de schaamte die ik toen voelde is niet te beschrijven. Ik ondervond haar als vernietigend. Het waren gewaarwordingen die een mens innerlijk verminken en de geest verwarren. Mijn lichaam reageerde alsof het prettig aanvoelde, het antwoordde met de oprichting van het geslacht, maar mijn geest blokkeerde en voelde dat iets niet klopte. Die tweestrijd, dat conflict in de ziel, die scheur, beste paus, dat is niet te beschrijven of te benoemen. Op deze brokstukken bouwde ik mijn leven.

‘Je hebt macht over je geest, niet over de gebeurtenissen buiten jou. Besef dit en je zult kracht vinden’, Markus Aurelius.

Beste paus, u moet toch vaststellen dat ik nog jong was, bitter jong, nog geen woorden had geleerd om me uit te drukken en niet wist wat er me overkwam. Ik was verstomd en kon geen woord meer uitbrengen. Ik was gevoelloos en verlamd, want ik kon me niet bewegen, gevangen in mezelf , maar des te beter hoorde ik het kreunen, het tikken van de wekker, het opgejaagd ademen, het opwarmen van de radiators, het smakken van zijn lippen, het luiden van de klokken in de kerktoren. En die handen die me overal betastten, die tong die me likte, die vingers in mij, dat ben ik nog steeds gewaar.

Het nestelde zich tussen mij en mezelf. Het spleet mijn persoon in stukken, alsof ik tot brandhout werd gekliefd. En wat ik verder ook probeerde, het werd niet minder, alleen maar meer. Zonder verzet, machteloos en klein.

Ik kan u wel meer vertellen, beste paus, in geuren en kleuren als het moet, wat zich precies afspeelde. De herinneringen zijn nog levendig, alsof het gisteren was. Hij bereed me als een hete hond of als een bronstige beer, als het monster van God en consorten. De duivel in volle actie, pik vooruit tot de dierlijke drift over was.

‘Laat niet de begeerten de baas zijn in je leven, maar Jezus Christus.’

Telkens wanneer hij me zocht, en die kansen schiep hij- zelf zoals God dag en nacht schiep, telkens opnieuw. Op hoogdagen en ook op doodgewone dagen, zonder uitzondering, onteerde hij me en viel me met verlangens die niet invulbaar waren lastig. Beschamend voor hem leek het blijkbaar niet, hij genoot ervan. Bij mij gaat die schaamte en die walging echter nooit meer weg.

Het herhaalde zich jaren aan één stuk, zonder onderbreking, ongestoord, want niemand die er iets van zei en niemand die hem tegenhield of iets opmerkte. Elke keer opnieuw. Altijd voort. Tot in de eeuwigheid. Amen.

Reacties graag naar mailadres.