Er is nog zo veel dat ongezegd is. (Rutger Kopland)

Dupslog

Anne Provoost, Beminde ongelovigen – atheà?stisch sermoen. Uitg. Em. Querido 2008

18 maart 2008

Anne Provoost, Beminde ongelovigen – atheà?stisch sermoen. Uitg. Em. Querido 2008

De Vlaamse schrijfster Anne Provoost heeft met 'Beminde ongelovigen' een boeiend essay geschreven voor gelovigen en ongelovigen.
Ze onderzoekt de verschuiving die in de laatste 20 jaar duidelijk wordt in de richting van het islam-fundamentalisme, creationisme en religieus sektarisme en levert meteen een bruikbare religiometer.
Haar atheà?stisch sermoen is een ferme oproep aan gemakzuchtige ongelovigen, lauw- of kleingelovigen, in slaap versukkeld door de vadsige evidentie van het rationele gelijk.
Tolerantie tegenover andersdenkenden is voor velen een mantra van gemeenplaatsen geworden die er gemakshalve vanuit gaat dat de andersgelovigen zich ook graag koesteren in de vreedzame en verdraagzame middenmoot van de religiometer.
Het gevecht om de publieke ruimte met religieuze symbolen, al dan niet vestimentair geprovoceerd, wordt al te vaak getolereerd vanuit een ongelooflijke arrogantie van de vrijzinnige humanist of zachtgelovige die ervan uitgaat dat twijfel en ratio tenslotte ook de al te zelfverzekerde andersgelovigen in de heilsleer zal bekeren. Als teken van minachting tegenover de ware gelovigen in de Ene en de Ware levert dit alleen maar een omgekeerd streven naar het zuivere gelijk op, steeds hoger op de religiometer:

' We verwarren tolerantie tegenover andersdenkenden met het kritisch onderbouwen van onze eigen opvatting. Een denkgebied dat blijft hangen in gemeenplaatsen maakt zich kwetsbaar, het zal in geen tijd worden veroverd door filosofieën die plausibeler concepten aandragen. Prat gaan op onze verlichting zal niet mogelijk blijven als de groep die profiteert van die verlichting deze niet meer weet te beargumenteren.'(p.11)

Anne Provoost stelt de lezers met dit pamflet een handzame religiometer ter beschikking om bij onszelf en onze vrienden – vijanden, kennissen '? kunstenaars, familieleden '? collega's een graad van gelovigheid te bepalen.
Aan de hand daarvan kan je het echte breukvlak vinden:

'waar god zijn metafoor overschrijdt, en er sprake is van een ontwerp of een plan. Vanaf de zevende graad op de schaal van (on)gelovigheid hebben we te maken met een interveniërende god. Ineens blijkt hij een mandaat te hebben, en een buiten zijn oevers tredende wil. De schepping beschikt dan over een cockpit met daarin een master brain dat alles bestiert, vanaf de achtste graad ook het lot van wie niet in hem gelooft. Tegen die ontegensprekelijke en verzegelde god moeten we op, wij atheà?sten zowel als de gematigde gelovigen. (p. 41)
Atheà?sten, ietsisten, gematigde gelovigen en agnosten voelen niet de behoefte om het mysterie te versimpelen, de gelovigen in de hoogste graden van de religiometer doen dat wel.( p. 42)

Anne Provoost maakt een boeiende oefening waar ze religie ontleedt als kunst:

‘Het is een van de vele manieren om de verbeelding in te schakelen bij datgene waar ons inbeeldingsvermogen niet kan komen. Of we nu atheà?sten zijn of agnosten, ietsisten of gematigde gelovigen, we zoeken ieder op onze eigen manier naar metaforen. Welke beeldspraak we hanteren, hoe we onze verbeelding inzetten voor wat we ons niet kunnen inbeelden, is niet de kwestie. Allen zoeken we vooral een middel om niet waanzinnig te worden in de kosmos. De niet-gelovige put overwegend hoop uit wat er zich voor de grens van het kenbare afspeelt, de gelovige put evengoed hoop uit wat zich erachter afspeelt, de twee zienswijzen veroorzaken geen essentiële tegenstelling. De atheà?sten houden koppig vol dat er geen extramateriële werkelijkheid is, de gelovigen zien die wel, maar omdat het mysterie voorbij de grens van het kenbare toch onpeilbaar is, is het naast elkaar bestaan van deze zienswijzen geen probleem. (p.40)

Wat ik wel mis in het atheà?stisch sermoen van Anne Provoost is de analyse van het machtsaspect van een godsdienst.
De gestage klim van het ware geloof in de godheid met een uitgewerkt en geopenbaard plan is immers ookeen onderdeel van een machtstrategie, zo ongeveer vanaf graad zeven op de schaal van tien in de religiometer.
Sociologisch is een religie een groepsdynamisch gebeuren dat onontbeerlijk is om grote groepen mensen in een bepaalde richting te doen afmarcheren.
Rationele, onbevangen, vrijdenkende of gelovige mensen met respect voor de anderen '? tot graad zes op de religiometer – zijn niet bereid om de rattenvangers blindelings te volgen.
Wie zich daarentegen al te gretig herkent in het grote gelijk en de beloftes van een transcendent geloof in het plan van de Ene en de Ware voor hen en hun geliefden, voor de zondaars en tegen de afvalligen en godloochenaars, is makkelijk te sturen en volgzaam te leiden.
Religies die een exclusieve uitverkorenheid beloven voor de eigen gelovigen, zijn een handig middel om machthebbers af te schermen van de woede van hun onderdanen.
Was het niet Constantijn de Grote die als eerste grote machtsdrager in het Romeinse Keizerrijk begreep dat hij de plaats van de Allerhoogste vooral niet zelf als keizer diende te claimen? Hij deed vrijwillig en grootmoedig afstand van zijn goddelijke status van Augustus ten voordele van de ene en ware god van de Christenen. Zichzelf benoemde hij tot hoogste bruggenbouwer, Pontifex Maximus tussen de nieuwe alleenheersende rijksgod en zijn schapen. Ergo, alle problemen kon hij pareren met de goddelijke wil, alle successen kon hij genieten als opperste dienaar van de rijksgod.

Godsdienst is niet alleen opium van het volk, een authentieke vorm van endorfines die mensen individueel in de eigen hersenen aanmaken om minder de pijn van het trieste uitzichtloze zijn te lijden.
Godsdienst is medisch-sociologisch ook een narcotiserend hallucinogeen waardoor grote groepen mensen de oorzaak van hun twijfels en angsten, hun vernederingen, ongemakken en ressentimenten herkennen in de ander in plaats van in de heerser.
Het helpt de beminde gelovigen een reusachtig verongelijkt woedekapitaal op te laten bouwen.

Peter Sloterdijk heeft in zijn 'Woede en Tijd' een en ander scherp geformuleerd:

101. Chronologisch gezien begint de revue van het fundamentalisme met het optreden van de evangelistische fundamentalisten in de VS, die het wereldbeeld van de moderne natuurwetenschappen hardnekkig als het werk van de duivel veroordelen en die hun invloed op de Amerikaanse samenleving al tientallen jaren uitbreiden; zo wordt voortgezet bij de ultra orthodoxe joden van Israël die hun seculiere staat liever vandaag dan morgen veranderd zouden zien in een rabbinocratie en wier agitaties door geen enkele regering meer helemaal genegeerd kunnen worden; ze eindigt en onvermijdelijk met de recente islamitische fenomenen.

De derde inzameling – Kan de politieke islam een nieuwe wereldbank van het protest oprichten?

287. Wat de politieke islam geschikt maakt als mogelijke opvolger van het communisme zijn drie voordelen die men op analoge wijze bij het historisch communisme, kon waarnemen.
1. Het eerste heeft te maken met het feit dat in het islamisme een meeslepende missiedynamiek is ingebakken. Hierdoor heeft het de mogelijkheid om een snel aangroeiend collectief van merendeels pas bekeerden, d.w.z. een 'beweging' in engere zin, te vormen. Het richt zich niet alleen quasi universalistisch 'tot allen', zonder onderscheid van natie en sociale klasse; het oefent juist op de benadeelden, de besluitelozen en verontwaardigden (voorzover ze niet van het vrouwelijke geslacht zijn en soms ook op hen) een bijzondere aantrekkingskracht uit. Dit komt doordat het als belangenbehartiging van de spiritueel en materieel verwaarloosde armen optreedt en als hart van een harteloze wereld sympathie wekt. De bescheidenheid van de toetredingsvoorwaarden speelt hierbij een beslissende rol. Zodra iemand in de gelederen van de gelovigen is opgenomen is hij al volledig inzetbaar voor de strijdende gemeenschap – in sommige gevallen meteen al als martelaar. Doordat ze worden opgenomen in een vibrerende commune krijgen de nieuwelingen vaak het gevoel dat ze voor het eerst een vaderland hebben gevonden en dat ze een niet onbelangrijke rol in het drama van de wereld spelen.
2. De tweede aantrekkingskracht van de politieke islam heeft te maken met het feit dat het – net als destijds het communisme – zijn volgelingen een overzichtelijk, strijdbaar en grandioos theatraal wereldbeeld heeft te bieden, dat berust op een duidelijk onderscheid tussen vriend en vijand, een niet mis te verstane opdracht om te overwinnen en aanlokkelijke utopische toekomstvisie: de hernieuwde stichting van het wereldemiraat, dat het islamitische millennium een wereldwijde thuishaven zal bieden, van Andalusië tot aan het Verre Oosten. Daarmee wordt de figuur van de klassenvijand vervangen door die van de geloofsvijand en die van de klassenstrijd door die van de heilige oorlog – met behoud van het dualistische schema van de strijd der principes, van een onvermijdelijke lange en bloedige oorlog, die uiteindelijk, zoals gebruikelijk, door de partij van de goeden zal gewonnen worden.
Voorzover het fundamentalisme politiek wordt gebruikt, heeft het, zoals men gemakkelijk inziet, minder te maken met het geloof dan met een prikkeling tot handelen, preciezer gezegd het creëren van rollen waardoor grote aantallen potentiële acteurs in staat worden gesteld van de theorie op de praktijk over te stappen – beter gezegd van de frustratie op de praktijk.('?)
3. De derde en in politiek opzicht veruit belangrijkste reden voor de onvermijdelijke toenemende dramatiek van de politieke islam (ook al lijkt het op dit moment, na een reeks nederlagen, iets van zijn eerste aantrekkelijkheid te hebben ingeboet) heeft te maken met de demografische dynamiek van zijn rekruteringsveld. Net als de totalitaire bewegingen van de 20e eeuw is het in essentie een jeugdbeweging, preciezer gezegd een jongemannenbeweging. Zijn elan resulteert voornamelijk uit het overschot aan vitaliteit van een onophoudelijke aanzwellende reuzengolf van werkloze en sociaal wanhopige mannelijke jongeren tussen de 15 en de 30 – in meerderheid tweede, derde, vierde zonen, die hun uitzichtloze woede alleen door deelname aan het eerst het beste agressieprogramma kunnen uitleven. Doordat de islamitische organisaties in hun thuislanden tegenwerelden voor de bestaande orde creëren, vlechten ze rasterwerken waarin de toornige jongemannen met ambities zich belangrijk kunnen voelen – daartoe behoort de drang om nabije en verre vijanden te lijf te gaan, liever vandaag dan morgen.
290. De nieuwe mobilisaties – of ze nu overeenstemmen met de theorie van de koran of niet – zouden bij onveranderd hoge geboortecijfers alleen al in de Arabische hemisfeer tot het midden van de 21e eeuw een reservoir van enkele honderden miljoenen jongemannen kunnen beà?nvloeden, die voor een existentieel aantrekkelijke zinverlening op politiekreligieus bemantelde zelfvernietigingprojecten zijn aangewezen. In de duizenden Koranscholen, die sinds kort overal waar overkokende jongemannen overschotten bestaan uit de grond worden gestampt, worden de onrustige groepen in de begrippen van heilige oorlog getraind. Slechts een klein deel hiervan zal zich in het externe terrorisme kunnen manifesteren; veruit het merendeel zal in levensverslindende burgeroorlogen op Arabische bodem worden geà?nvesteerd – oorlogen waarvan het Iraaks-Iraanse bloedbad (1980-1988) een voorproef heeft gegeven en waarvan de kwantitatieve proporties hoogstwaarschijnlijk tot in het monstrueuze zullen uitdijen.
291. Deze verwijzingen naar de actuele massabasis van radicaal-islamistische bewegingen geven meteen ook de grens aan waar hun overeenkomsten met het historisch communisme eindigen. Zowel de huidige als de toekomstige verkondigers van de islamistische expansiegedachten lijken op geen enkele manier op een klasse van arbeiders en loontrekkers, die zich verenigen om door de verovering van de staatsmacht een einde aan hun misère te maken. Veeleer vertegenwoordigen ze een nijdig subproletariaat, erger nog, een desperate beweging van economisch overbodigen en sociaal onbruikbaren, voor wie er in hun eigen systemen veel te weinig aanvaardbare posities zijn, ook al zouden ze door staatsgrepen of verkiezingen aan de macht komen.

Reacties graag naar mailadres.